03 Antwoorden op de aanvullende vragen omgevingsvisie
Tekst van het document
Aanvullende vragen 1. In de Oer-samenvatting op pag. 9 wordt gesproken over de effecten van het voorkeursscenario. Kunt u dit toelichten;
2. De Gelderheide is een natuurgebied met de laatste jeneverbessen van Sevenum. Dit wordt nu recreatiegebied. Is dat wel de bedoeling?
Antwoord vraag 1: In het Omgevings-effectrapport dient altijd gekeken te worden naar (1) de huidige situatie, (2) de referentiesituatie en (3) het voorkeursscenario. Het voorkeursscenario is het scenario dat verder uitgewerkt wordt in de Omgevingsvisie De afbeelding op pagina 9 van het OER is hetzelfde als op pagina 98 van de Omgevingsvisie en geeft aan hoe het voorkeursscenario scoort op 7 hoofdthema’s die weer onder te verdelen zijn op subthema’s. De lijnen van de cirkels representeren van binnen (onvoldoende) naar buiten (zeer goed) het effect van de Omgevingsvisie op een bepaald thema. Bijvoorbeeld het thema wonen werken, onderdeel bedrijventerreinen krijgt een ‘goed (positief) effect’ toegekend aan de hand van het onderzoek dat in de OER is uitgevoerd in het figuur. Antwoord vraag 2: In de Omgevingsvisie dient naar meerdere kaarten gekeken te worden. Het klopt inderdaad dat het gebied binnen recreatiegebied De Peelbergen ligt (paragraaf 3.5), maar als gekeken wordt naar het thema natuur en de bijbehorende kaart (paragraaf 3.7) dan wordt duidelijk dat het gebied is gelegen in Natuur Netwerk Limburg. Er komen dus verschillende functies bij elkaar in het gebied, waarvan de functie Natuur Netwerk Limburg leidend is boven die van de recreatiefunctie.
Verder zijn in de Omgevingsvisie in paragraaf 3.5 Bijzondere plekken in de natuur aangewezen, het Jeneverbes struweel is nu niet als ‘Bijzondere plek’ aangewezen in de Omgevingsvisie. Enkel als Natuur Netwerk Limburg. We hebben het Landschapsontwikkelingsplan van 2011 erbij gepakt. We gaan er van uit dat u de natuurparel ‘Jeneverbes struweel’ ten oosten van de Schatberg/Middenpeelweg bedoelt? Zie onderstaande uitsnedes; UITSNEDE OMGEVINGSVISIE
Perspectief
UITSNEDE LANDSCHAPPELIJK ONTWIKKELINGSPLAN 2011
1. Is mogelijke intrekking onderwerp van bespreking (geweest).
Antwoord vraag 1: Er is twee keer een motie ingediend om de vaststelling van de omgevingsvisie uit te stellen. Namens het college is toen geadviseerd dat niet te doen. De meerderheid van de gemeenteraad heeft besloten om niet tot uitstel over te gaan.
2. Heeft het College daarover een standpunt geformuleerd!? Zo ja, waarop gebaseerd? 3. Graag alle stukken die daar betrekking op hebben en die hieruit zijn voortgekomen graag naar de Raad sturen 4. Als er geen adviezen liggen, dan het verzoek om voor de raadsvergadering hierop een uitgebreid verhelderend antwoord te geven, zodat de gevolgen van een dergelijk besluit bij de raadsvergadering bekend zijn en te voorkomen dat college zou kunnen zeggen: “dat hadden we zo niet begrepen”
Antwoord vraag 2: Nee.
Hoofdstuk 2 Blz. 7 “De lat ligt dus hoog. Waar nodig kiezen we voor strengere doelen dan we wettelijk verplicht zijn.” Waarom wil de wethouder hogere doelen stellen dan wettelijk verplicht?
DOEN!
Antwoord vraag 3: Niet van toepassing. Antwoord vraag 4: Als de raad ervoor kiest na de gemeenteraadsverkiezingen de vastgestelde omgevingsvisie in te trekken, is er niet voldoende tijd is om te komen tot een andere omgevingsvisie die tijdig, dus vóór 1 januari 2027, kan worden vastgesteld. Gevolg is dan dat er per 1 januari 2027 geen omgevingsvisie ligt en we dus niet voldoen aan de wettelijke eis. Zie hiervoor kanttekening 2.1 bij het raadsvoorstel, waarin is toegelicht wat dan de gevolgen zijn. De omgevingsvisie is geen keuze van de wethouder. De omgevingsvisie wordt door het college van burgemeester en wethouders ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.
VVD
Een voorbeeld van een hoger doel stellen dan wettelijk verplicht, is het revitaliseren van de bestaande bedrijventerreinen. Dit is wettelijk niet verplicht, maar vinden wij belangrijk om hiermee kwalitatief toekomstbestendige aantrekkelijke bedrijventerreinen te kunnen garanderen naar zowel ondernemer als burger. In dit geval wil je een hoger doel stellen dan wettelijk verplicht. Hoofdstuk 3 Blz. 29 3.1.2. “Als we nieuwe woongebieden bouwen, doen we dat op plekken die gezond en veilig zijn. Dat betekent weinig of geen milieubelasting in de buurt.” Op welke manier wil men dit aanpakken? Worden bedrijven dan verzocht te vertrekken of hebben bedrijven die reeds aanwezig zijn
Uitbreiding in capaciteit, oppervlak of milieucategorie boven de 2 kan niet in de kernrandzone. Inbreiding of ontwikkeling waarbij gehandeld wordt binnen vergunde rechten kan wel. Bij de omgekeerde werking geldt hetzelfde. Als bedrijven er zitten betekent dat vergunde rechten behouden blijven en moet er bij nieuwe woningbouw rekening gehouden worden met die rechten.
VVD
voorrang op de woningbouw? Betekend dat ook dat er binnen een straal van 250 meter van intensieve veehouderij of intensieve akkerbouw, bedrijven met milieucategorie hoger dan categorie 2 sowieso geen woningbouw meer plaats kan vinden? En hoe zit dat voormalig bedrijfswoningen die vrijkomen?
Blz. 31 3.1.7 “In de overgangszone kernrandgebied handhaven we milieucategorie 1 en 2 (zie definitielijst).” We willen graag een overzicht hoeveel bedrijven op dit moment in de zogenaamde kernrandzones liggen en die momenteel in een hogere milieucategorie vallen dan 1 en 2.
Dit is maatwerk en wordt van geval tot geval integraal beoordeeld. Integraal beoordeeld wil zeggen dat de Omgevingsvisie i.r.t. o.a. het volkshuisvestingsprogramma, het geldende omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), de geurverordening, milieuwetgeving voor bedrijven wordt beoordeeld. Een evenwichtige toedeling van functies is hierbij leidend. Hierin is niet per definitie de kernrandzone leidend, maar de integrale beoordeling van ruimtelijke wet- en regelgeving (dus niet alleen gemeentelijke regels, ook provinciaal, landelijk en Europees). Er is geen lijst beschikbaar vaan bedrijven die in de kernrandzone liggen.
VVD
Blz. 32 3.1.7 “Voor veehouderijen die de gezondheid van omwonenden beïnvloeden, zoeken we naar alternatieven.” Vindt de wethouder dat veehouderijen onveilig/ongezond zijn voor omwonende? En vanaf welk punt is een veehouderij onveilig of ongezond?
De wethouder is geen orgaan en kan daarom niet reageren. Als u bedoeld wat de mening van het college van burgemeester en wethouder is dan vinden zij niet dat een veehouderij ongezond is. Wel is het zo dat er veel onderzoek plaatsvindt en ook aangetoond is dat veehouderijen gevolgen voor de volksgezondheid kunnen hebben. Denk aan zoönose of endotoxinen. Dit onderzoek loopt echter nog en ligt vooral bij de rijksoverheid. Het is daarmee niet te zeggen vanaf welk punt een veehouderij ongezond is. Wel zijn er (reeds bestaande) regels met betrekking tot bijvoorbeeld geur die sturen op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met dergelijke milieuregels moeten wij nu ook al rekening houden.
VVD
Blz. 41 3.2.4 “We kiezen ervoor om gezondheidsrisico’s zo klein mogelijk te maken. We bouwen zo min mogelijk langs drukke wegen. Ook houden we afstand van bedrijven die overlast geven door uitstoot, fijnstof of geluid. Als bouwen in de buurt van zo’n plek toch nodig is, zoeken we naar oplossingen om gezondheidsrisico’s actief te verkleinen.” Vallen instrumenten als uitkopen, of onteigening volgens de wethouder onder de instrumenten om “te zoeken naar oplossingen om gezondheidsrisico’s actief te verkleinen?”
Het college vindt dit niet.
VVD
Blz 67 3.4.2. “We streven naar een nieuwe balans tussen dierlijke en plantaardige productie, waarbij het aandeel plantaardige teelten toeneemt.”
De wethouder is geen orgaan en kan daarom niet reageren. Het college volgt de wet en regelgeving van de provincie. Dit is een noodzaak volgens de Provincie, het Rijk én de gemeente. Provincie en het Rijk leggen in
VVD
Waarom? Is dit een wens of is dit een noodzaak volgens de wethouder?
de visies en programma’s waaraan zij op dit moment werken (zoals de provinciale omgevingsvisie, de nota ruimte (en de uitwerkingen in NOVEX) in soortgelijke bewoordingen vast dat we tegen grenzen aanlopen als het gaat om de productie van dierlijke eiwitten (het houden van dieren) en het verwerken van de bijhorende mest. Effecten op klimaat, natuur en gezondheid van mensen zijn dermate groot dat we moeten zoeken naar alternatieve bronnen voor eiwitproductie.
Blz. 68 3.4.2 “Spuitzones: We volgen deze ontwikkelingen nauw en onderzoeken of de huidige vuistregel van 50 meter aangepast moet worden.” Kunt u bevestigen dat u momenteel ook daadwerkelijk bezig bent met dit onderzoek?
Ja, we onderzoeken samen met andere gemeenten in de regio en met de sector en belangenorganisaties naar oplossingen.
VVD
En bent u nog steeds van mening dat een proefproces geen zin heeft?
Waar maakt u dit uit op? Zoals in de Omgevingsvisie beschreven staat: “We volgen deze ontwikkelingen nauw en onderzoeken of de huidige vuistregel van 50 meter aangepast moet worden.”
VVD
Blz. 75 3.5.1 “Buiten De Peelbergen staan we geen grootschalige ontwikkeling van recreatie of ‘leisure’ toe.” Wat is de staat van Mind Mystery en Aardbeienland hierin? Deze vallen niet binnen de Peelbergen, betekent dit dat de gemeente niet mee gaat werken aan eventuele uitbreiding van dit park?
Het gaat over de vestiging of nieuwvestiging van nieuwe grootschalige recreatie. Bestaande grootschalige recreatiebedrijven mogen blijven zitten waar ze zitten (standpunt: bestaande rechten worden gehandhaafd). De Omgevingsvisie laat het in het midden of een eventuele uitbreiding daar mogelijk is. Hierbij zal een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond moeten worden.
VVD
Blz. 87 3.7.3 “Natuurbuffers rondom kwetsbare natuurgebieden” We willen graag een overzicht van hoeveel bedrijven die nu in de natuurbuffers rondom kwetsbare natuurgebieden opereren. Die zonder aanpassingen niet meer wenselijk zijn.
De beleidslijn rondom de natuurbuffers is 1 op 1 overgenomen uit de Structuurvisie 2013 en wordt bestendigd in de Omgevingsvisie. Voor de bedrijven gelegen binnen de natuurbuffers geldt, binnen de bestaande rechten kunnen ze blijven ondernemen en waar mogelijk verduurzamen met behulp van inbreiding om daarmee toekomstbestendig te ondernemen. Hoe regelingen van hogerhand hier invloed op hebben, daar gaat de gemeentelijke Omgevingsvisie niet over.
VVD
Blz. 90 3.7.6. “Het doel is dat Horst aan de Maas in 2040 klimaatneutraal, klimaatbestendig, circulair en natuurinclusief is.” In hoofdstuk 2 blz. 20 staat dat Horst aan de maas in 2050 klimaatneutraal is, in hoofdstuk 3.7 op blz 83 staat dat gemeente in 2040 zoveel mogelijk klimaatneutraal is. En hier bij hoofdstuk 3.7.6 op blz 90 staat dat het doel is dat Horst aan de maas in 2040
Blz. 90 3.7.6. “In 2040 willen we 50% minder energie verbruiken dan in referentiejaar 2017 en we willen 60% van de totale energie opwekken als duurzame elektriciteit.”
VVD
klimaatneutraal is. Kan de wethouder aangeven wat het nu moet zijn. Als we deze omgevingsvisie vaststellen, zijn deze percentages dan een doel waar we naartoe willen werken of is het dan een verplichting om het te halen?
2050 is inderdaad het juiste jaar voor wat betreft klimaatneutraal. 2040 is de doelstelling van de glastuinbouwsector. Dit is dus geen verschrijving en betreft een onderscheid. Het is een doel waar we naar toe willen werken in de toekomst, dit is vastgelegd in de Uitgangspuntennotitie van het Energieprogramma.
VVD
Blz. 95 3.8 “We zien ook kansen om hier woningen te bouwen voor jongeren, studenten en kenniswerkers van Greenport en Brainport.” We hebben in onze gemeente al een woningopgave die we niet aankunnen. Waarom dan bewust kiezen om te bouwen voor Brainport Eindhoven?
In ieder dorp bouwen we voor de eigen inwoners. De eigen bevolking van Horst aan de Maas krimpt en vergrijst. Om het voorzieningenniveau van onze gemeente in stand te houden zullen we daarom nieuwe inwoners buiten onze gemeente moeten aantrekken. Daarom moeten we ook bouwen voor deze nieuwe inwoners.
VVD