02d TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg Regels
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de ontwikkeling op de locatie 'Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst' en is als nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lied, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikel nummer '22a' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct na voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
4
Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Begripsbepalingen Toepassingsbereik Meet- en rekenbepalingen
4 5 6
Hoofdstuk 2
Functies en activiteiten
7
Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Algemeen gebruiksverbod Bedrijventerrein Waarde - Archeologie
7 8 10
Hoofdstuk 3
Algemene regels
13
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksactiviteiten Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene beoordelingsregels
13 14 15 16 17
Hoofdstuk 4
Overgangsregels
19
Artikel 12 Artikel 13
Overgangsrecht bouwwerken Overgangsrecht gebruik
19 20
2Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)
Regels
Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Algemene bepalingen
Begripsbepalingen
Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22E van dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen die, op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Omgevingsbesluit en Bijlage I bij de Omgevingsregeling. 1.2
Bestaand
Bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.3
Plan
het TAM-omgevingsplan Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst, Horst met identificatienummer NL.IMRO.1507.GVHAGELKRWEG3-BPO1 van de gemeente Horst aan de Maas.
4Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)
Artikel 2 2.1
Toepassingsbereik
Verhouding ruimtelijke regels omgevingsplan tijdelijk deel
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2.2 Verhouding met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat) De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 2.3
Geometrische afbakening reikwijdte TAM-omgevingsplan
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst', waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1507.GVHAGELKRWEG3-BP01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)5
Artikel 3
Meet- en rekenbepalingen
De meet- en rekenbepalingen, in aanvulling op a bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, en de volgende meet- en rekeningbepalingen en zijn overeenkomstige toepassing op het meten van waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 3.1 tot en met 3.7. 3.1
Dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.2
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.3
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.5
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.6
Afstand tot de bouwperceelsgrens
Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 3.7
Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
6Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)
Hoofdstuk 2 Artikel 4
Functies en activiteiten
Algemeen gebruiksverbod
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toebedeelde functies en activiteiten.
Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)7
Artikel 5 5.1
Bedrijventerrein
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Bedrijventerrein'. 5.2
Functieomschrijving
Een als 'Bedrijventerrein' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. bedrijven van categorie 1 en 2, die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage bij deze regels); b. consumptie-ijsfabriek met een productieoppervlak kleiner dan 200 m²; met daaraan ondergeschikt: c. parkeer-, laad- en losvoorzieningen, in een zodanige omvang, dat op eigen terrein in de behoefte van het bedrijf kan worden voorzien; met de daarbij behorende: d. e. f. g.
erven en terreinen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkunige voorzieningen; groenvoorzieningen;
5.3
Bouwactiviteiten
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden tevens de volgende beoordelingsregels:
5.3.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het realiseren van nieuwe (hoofd)gebouwen is niet toegestaan, enkel bestaande hoofdgebouwen zijn toegestaan; b. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; c. de voorgevel van hoofdgebouwen is gericht op de wegenstructuur; d. indien bouwvlak meerdere bouwpercelen omvat dient de afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen van de afzonderlijke bouwpercelen, ten minste 5,00 meter te bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'minimum afstand tot zijdelingse perceelsgrens (m)' de aangeduide maat als minimale afstand geldt; e. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven; 5.3.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
In aanvulling op artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 5,00 m bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 2,00 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten maximaal 8,00 meter mag bedragen;
8Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)
3. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' maximaal 6,00 m mag bedragen; 4. de bouwhoogte van silo's ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' maximaal 14,00 meter mag bedragen; 5. de bouwhoogte van palen, antennes, verkeers- en bewegwijzeringstekens ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' maximaal 10,00 meter mag bedragen. 5.4
Specifieke functieregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. horeca; b. detailhandel, uitgezonderd productiegebonden detailhandel waarbij de totale verkoopvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 10% van het bruto-verkoopvloeroppervlakte, met een maximum van 500 m²; c. groothandel; d. buitenopslag, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik, tot en hoogte van maximaal 3,00 meter en ruimtelijk afgestemd op de aanwezige omgevingskwaliteiten (landschappelijke inpassing, eventueel stedenbouwkundig ontwerp en cultuurhistorische aspecten). Buitenopslag voor de voorgevelrooilijn is in zijn geheel niet toegestaan; e. zelfstandig kantoor.
Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)9
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie
Functies en gebruik
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies/gebruiksactiviteiten, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 6.2
Bouwen
Binnen het gebied met 'Waarde - Archeologie' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende functies(s), indien en voor zover het een bouwplan betreft: a. ter vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. met een bouwwerk met een verstoringsoppervlakte kleiner dan 100 m², ongeacht de diepte c. met een bouwwerk met een verstoringsoppervlakte groter dan 100 m² dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, of d. met een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. 6.3
Vergunningvoorschriften
Er kunnen vergunningvoorschriften word en gesteld ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De vergunningvoorschriften zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 6.4
Vergunningplichtige bouwactiviteiten
Het bevoegd gezag kan door het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden voor komende functies(s), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende vergunningvoorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 6.4.1
Uitzonderingen
Het bepaalde in artikel 6.1, 6.2, 6.3 en 6.4 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt
10Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)
uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een verstoringsoppervlakte kleiner dan 100 m², ongeacht de diepte c. een bouwwerk met een verstoringsoppervlakte groter dan 100 m² dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, of d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. 6.5
Werken en werkzaamheden
6.5.1
Aanwijzing vergunningplicht werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ophogen, ontginnen, tot een diepte van meer dan 40 centimeter en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 40 centimeter; b. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van (scherpe) voorwerpen in de bodem; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het tot stand brengen en of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; i. het aanleggen of verbreden/verharden van wegen, voet-, ruiter-, of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 100 m². 6.5.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in artikel 6.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: a. b. c. d.
die het normale onderhoud betreffen; van ondergeschikte betekenis; in het kader van het normale bodemgebruik; die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. die worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 6.2 van toepassing is; f. die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m²; g. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit omgevingsplan; h. ten dienste van archeologisch onderzoek. 6.5.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning wordt verleend indien is gebleken dat: a. de in lid 6.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, en b. vooraf door de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie' een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;
Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept) 11
c. de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 6.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. d. Voor zover de in lid 6.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 4. indien sub d onder 3 van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
12Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept) 13
Artikel 8
Algemene gebruiksactiviteiten
Het is verbonden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken ander dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d.
een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; straatprostitutie; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; e. verkoop van motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg.
14Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)
Artikel 9 9.1
Algemene aanduidingsregels
milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied Venloschol
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. 9.2
Bouwregels
Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Omgevingsverordening Limburg worden gesteld.
Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept) 15
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Omgevingsplanactiviteit
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de voorgeschreven maximum maten, afmetingen, percentages tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f. g. h.
de gebruiksmogelijkheden; het woon- en leefklimaat; de stedenbouwkundige kwaliteit; de beeldkwaliteit; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de brandveiligheid; rampenbestrijding van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
16Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)
Artikel 11 11.1
Algemene beoordelingsregels
Vergunningplichtige bouwactiviteiten
Bij omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden, het woon- en leefklimaat, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de brandveiligheid en rampenbestrijding van de aangrenzende gronden en bouwwerken, worden afgeweken van: a. de voorgeschreven maximum maten, afmetingen, percentages tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10,00 m; e. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, geen reclame zijnde, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2.
de totale bouwhoogte, inclusief de plaatselijke verhogingen, maximaal 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte voor het betreffende gebouw zal bedragen; f. het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, (glas)containers, monumenten, kapellen, wegkruisen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, mits: 1. de oppervlakte niet meer dan 15 m² bedraagt; 2. de goothoogte niet meer dan 3,00 m bedraagt; 3. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande, dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 10 m mag bedragen; 4. uit een bodemonderzoek is gebleken dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. 11.2
Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
Bij omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden, het woon- en leefklimaat, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de brandveiligheid en rampenbestrijding van de aangrenzende gronden en bouwwerken, worden afgeweken van: a. de bestemmingsregels ten aanzien van het gebruik van gronden voor parkeren, laden en lossen ten behoeve van een bedrijf en toestaan dat dit tevens buiten de bestemming 'Bedrijventerrein' mogelijk is, indien op eigen terrein onvoldoende ruimte beschikbaar is en de behoefte daartoe is aangetoond. 11.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit De onder 11.1 en 11.2 genoemde vergunningsplichtige gevallen kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept) 17
b. c. d. e. f.
de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
18Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangsregels
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan , daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept) 19
Artikel 13
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
20Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan bedrijfsactiviteiten Hagelkruisweg 3 te Grubbenvorst" (concept)