02d Planregels Toelichting Bp Op de Spekt 19 BrhV
Tekst van het document
PLANREGELS
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDENDE REGELS ........................................................................................................................................2 Artikel 1 Begrippen........................................................................................................................................2 Artikel 2 Wijze van meten.............................................................................................................................6
2.
BESTEMMINGSREGELS....................................................................................................................................7 Artikel 3 Tuin ..................................................................................................................................................7 Artikel 4 Wonen .............................................................................................................................................8 Artikel 5 Waarde – Archeologie 3............................................................................................................. 10
3. ALGEMENE REGELS........................................................................................................................................... 12 Artikel 6 Anti-dubbeltelregel ...................................................................................................................... 12 Artikel 7 Algemene gebruiksregels .......................................................................................................... 13 Artikel 8 Algemene aanduidingsregels .................................................................................................... 14 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels ........................................................................................................ 15 Artikel 10 Algemene wijzigingsregels ........................................................................................................ 16 Artikel 11 Algemene procedureregels ....................................................................................................... 17 4.
OVERGANGS- EN SLOTREGELS ................................................................................................................. 18 Artikel 12 Overgangsrecht........................................................................................................................... 18 Artikel 13 Slotregel ....................................................................................................................................... 19
Bijlage 1: Staat van Bedrijfsactiviteiten
Vastgesteld
1
1.
INLEIDENDE REGELS
Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan Het bestemmingsplan “Op de Spekt 19, Broekhuizenvorst” van de gemeente Horst aan de Maas. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat NL.IMRO.1507.BPBVOPDESPEKT19.BPV1 de bijbehorende regels.
in
het
GML-bestand
1.3 De verbeelding De analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie, voor wat betreft de analoge verbeelding met nummer NL.IMRO.1507.BPBVOPDESPEKT19.BPV1 (bestaande uit één kaartblad). 1.4 Aanbouw Een bijbehorend bouwwerk dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 Aanduidingsgrens Grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 Ander werk Een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid. 1.8 Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.9 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10 Bed & breakfast kleinschalige overnachtingsmogelijkheden met uitsluitend basisvoorzieningen voor overnachting en ontbijt.
1.11 Bedrijf aan huis Een bedrijf dat in of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingsplichtig is, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Vastgesteld
2
1.12 Beroep aan huis Een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon, dat/die in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.13 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.14 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15 Bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.16 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. 1.17 Bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.18 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.19 Bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel. 1.20 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.21 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.22 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23 Gebruiksoppervlakte Het totale vloeroppervlakte binnen de omsluitende wanden van één woning. Een vloeroppervlakte met een vrije hoogte onder 1,5 meter telt niet mee. Berging en garage worden niet bij de berekening betrokken.
Vastgesteld
3
1.24 Hoofdgebouw Een gebouw dat, gelet op de bestemming, als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.25 Horeca Een bedrijf waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.26 Levensloopbestendige woning Een woning welke geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus welke ook rolstoeltoegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking, waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer met toilet) zich op de begane grond moeten bevinden en waarbij deze leefruimten zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein drempelvrij toegankelijk zijn. 1.27 Ondergronds bouwwerk Een gedeelte van een bouwwerk, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder 1,20 m boven het peil is gelegen.
1.28 Overkapping Een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebruik van het gebouw of de standplaats, en dat, voor zover gebouwd vóór de voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden heeft en voor zover gebouwd achter de voorgevel van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren. 1.29 Peil a. Voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer; b. Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel. 1.30 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.31 Seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.32 Staat van Bedrijfsactiviteiten De als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen 1.33 Voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt;
Vastgesteld
4
1.34 Voorgevelrooilijn a. Langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. Langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg. 1.35 Waterhuishoudkundige voorzieningen Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.36 Wet / wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.37 Woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
Vastgesteld
5
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 Afstand tot de bouwperceelsgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.7 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
Vastgesteld
6
2.
BESTEMMINGSREGELS
Artikel 3
Tuin
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; met de daarbij behorende: b. c. d. e.
bebouwing; parkeervoorzieningen; water en voorzieningen voor de waterhuishouding; erven.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. uitsluitend toegestaan zijn uitbouwen van woningen in de vorm van erkers; b. de horizontale diepte bedraagt maximaal 1 m; c. de breedte bedraagt maximaal ½ van de breedte van de gevel waartegen de uitbouw wordt gebouwd; d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal: a. op het voorerf: 1 m; b. op overige gronden: 2 m.
Vastgesteld
7
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning, waarbij ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – levensloopbestendige woning’ uitsluitend een levensloopbestendige woning is toegestaan; a. beroep aan huis; met de daarbij behorende: b. gebouwen c. bouwwerken geen gebouwen zijnde, d. wegen en paden, e. speelvoorzieningen; f. parkeer- en groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. tuinen en erven. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is weergegeven; c. hoofdgebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden opgericht, waarbij de voorgevel van een hoofdgebouw in de voorgevelrooilijn dient te worden gesitueerd; d. ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ mag uitsluitend een vrijstaande woning worden opgericht; e. de woning heeft een gebruiksoppervlakte van maximaal 120 m2; f. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte’; g. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte’; h.
voor de voorgevelrooilijn is een erker toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. de horizontale diepte van de erker bedraagt maximaal 1 meter; 2. de breedte van de erker bedraagt maximaal de helft van de voorgevel van het hoofdgebouw; 3. de goothoogte van de erker bedraagt maximaal 3,5 meter. 4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 120 m2; b. het bebouwingspercentage per bouwperceel is maximaal 50%; c. de maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter; d. de maximale bouwhoogte bedraagt 6 meter; e. gebouwd op een afstand van minimaal 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw, of het verlengde daarvan, met uitzondering van een carport welke op een afstand van 0,5 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw, of het verlengde daarvan mag worden opgericht. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2 meter.
Vastgesteld
8
4.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. bedrijf aan huis c. bewoning als afhankelijke woonruimte; d. kamerbewoning; e. seksinrichtingen. 4.4 Afwijken van de gebruiksregels 4.4.1 Bedrijf aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.3 sub b voor de uitoefening van een bedrijf aan huis, met dien verstande dat: a. het bedrijf behoort tot ten hoogste milieucategorie 2 volgens de staat van bedrijfsactiviteiten, dan wel voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot ten hoogste milieucategorie 2; b. de bedrijfsvloeroppervlakte maximaal 120 m² bedraagt; c. geen horeca en detailhandel plaatsvinden; d. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 4.4.2 Voorwaarden De omgevingsvergunning als bedoeld in 4.4.1 kan slechts worden verleend indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
Vastgesteld
9
Artikel 5
Waarde – Archeologie 3
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwof aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de als ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ophogen, ontginnen, tot een diepte van meer dan 50 centimeter en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 50 centimeter; b. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van (scherpe) voorwerpen in de bodem; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d.
het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het tot stand brengen en of in exploitatie brengen van boor- en pompputten;
Vastgesteld
10
i.
het aanleggen of verbreden/verharden van wegen, voet-, ruiter-, of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.
5.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 5.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m²; f. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; g. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 5.4.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, als bedoeld in artikel 5.4.1, dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 5.4.4 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien uit het rapport als bedoeld in artikel 5.4.3 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b.
dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veilig gesteld; c. schade door de werken of werkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften. 5.4.5 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 5.4.5 onder c, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 3’ geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
Vastgesteld
11
3. ALGEMENE REGELS Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Vastgesteld
12
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
7.1 Verboden gebruik Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en / of opslagplaats van grond en / of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en / of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.
Vastgesteld
13
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
8.1 milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol 8.1.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. 8.1.2 Bouwregels Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Omgevingsverordening Limburg worden gesteld.
Vastgesteld
14
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in deze regels en toestaan dat bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 meter, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; b. het bepaalde in deze regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 meter; c. het bepaalde in deze regels over de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter. 9.2 Voorwaarden afwijkingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.1 kan slechts worden verleend, indien: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. 9.3 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels en toestaan dan een kleinschalige bed & breakfast wordt gerealiseerd, mits: a.
de bed & breakfast maximaal 2 kamers bevat; b. er geen of slechts beperkte uitbreiding van de bebouwing plaatsvindt met een maximale oppervlakte van 60 m²; c. indien sprake is van cultuurhistorische waarden, deze waarden niet onevenredig worden geschaad; d. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; e. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Vastgesteld
15
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en / of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.
Vastgesteld
16
Artikel 11
Algemene procedureregels
Op de voorbereiding van een besluit tot het verlenen van ontheffing dan wel het stellen van nadere eisen is de volgende procedure van toepassing: a. een ontwerp van het besluit ligt met de bijbehorende stukken gedurende 6 weken op het gemeentehuis ter inzage; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging vooraf bekend in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt de mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; d. gedurende de onder a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders mondeling of schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerp van het besluit.
Vastgesteld
17
4.
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Artikel 12
Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10 %. c. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Vastgesteld
18
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Op de Spekt 19, Broekhuizenvorst”
Vastgesteld
19
Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.1) SBI-code 15 151 151 151
SBI-code 2008 10, 11 101, 102 101 101
Nr. 0 5 6
Omschrijving Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken Slachterijen en overige vleesverwerking: − vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² − vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
151
101, 102
7
151
108
8
− loonslachterijen − vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-enklaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²
152 152 1531 1531 1552 1581 1581
102 102 1031 1031 1052 1071 1071
0 6 0 2 2 0 1
1584
10821
0
1584 1584 1585 1593 t/m 1595
10821 10821 1073
3 6
17 173 174, 175 176, 177
13 133 139 139, 143
-
18 181 182
14 141 141
-
183
142, 151
19 192 193
15 151 152
-
20 2010.1 2010.2 2010.2 203, 204,
16 16101 16102 16102 162
-
1102 t/m 1104
SAB
0 2 1
Visverwerkingsbedrijven: − verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: − vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² − consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: − v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: − cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² − suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Deegwarenfabrieken
Cat.
3.1 3.1 3.1 3.1
3.1 3.1 2 2
2 2 3.1
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
2
Vervaardiging van textiel Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
3.1 3.1 3.1
Vervaardiging van kleding; bereiden en verven van bont Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont Vervaardiging van leer en lederwaren (excl. Kleding) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken
3.1 2 3.1
3.1 3.1
Houtindustrie en vervaardiging artikelen van hout, riet, kurk e.d. Houtzagerijen 3.2 Houtconserveringsbedrijven: − met zoutoplossingen 3.1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, 3.1
1
Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.1) SBI-code 2008
SBI-code 205 205
162902
21 2112 2112
17 1712 1712
Nr.
0 1
2
Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren Papier- en kartonfabrieken: − p.c. < 3 t/u
3.1
Uitgeverijen, drukkerijen en reproduktie van opgenomen media Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media
1 2 1 2 2 2 1
3.1 2 3.1
22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223
58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182
A B
24 2442 2442 2442 2466
20 2120 2120 2120 205903
0 1 2 A
Vervaardiging van chemische produkten Farmaceutische produktenfabrieken: − formulering en afvullen geneesmiddelen − verbandmiddelenfabrieken Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
25 2512 2512 252
22 221102 221102 222
0 1 0
252
222
3
Vervaardiging van produkten van rubber en kunststof Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 2 − vloeropp. < 100 m Kunststofverwerkende bedrijven: − productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen
26 2615 262, 263 262, 263 262, 263 267 267 2681
23 231 232, 234 232, 234 232, 234 237 237 2391
-
28 281 281 284
25, 31 251, 331 251, 331 255, 331
SAB
-
Omschrijving p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
0 1 2 0 2
0 1a B
Vervaardiging van glas, aardewerk, cement-, kalk- en gipsprodukten Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken: − vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW − vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW Natuursteenbewerkingsbedrijven: − zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken Vervaard. en reparatie van produkten van metaal (excl. mach./transportmidd.) Constructiewerkplaatsen − gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.
2
Cat.
3.1
3.1
3.1 2 3.2 3.1 3.1
3.1 3.2
Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.1) SBI-code 284 2852 287
SBI-code 2008 255, 331 2562, 3311 259, 331
Nr. Omschrijving 2 B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m 2 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m 2 B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m
Cat. 3.1 3.1 3.1
30 30
26, 28, 33 26, 28, 33
A
Vervaardiging van kantoormachines en computers Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
2
31 316
26, 27, 33 293
-
Vervaardiging van over. elektr. machines, apparaten en benodigdh. Elektrotechnische industrie n.e.g.
2
32 321 t/m 323 3210
26, 33 261, 263, 264, 331 2612
Vervaardiging van audio-, video-, telecom-apparaten en benodigdh. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie Fabrieken voor gedrukte bedrading
3.1 3.1
33
26, 32, 33
-
33
26, 32, 33
A
Vervaardiging van medische en optische apparaten en instrumenten Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
2
Vervaardiging van transportmiddelen (excl. auto's, aanhangwagens) Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: − houten schepen
3.1
Vervaardiging van meubels en overige goederen n.e.g. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
1 2 2 3.1 3.1 2 3.1
35 351 351
30 301, 3315 301, 3315
0 1
36 361 362 363 364 365 3663.1 3663.2
31 9524 321 322 323 324 32991 32999
2
40 40 40 40 40 40
35 35 35 35 35 35
C0 C1 C2 D0 D3
40 40
35 35
D4 D5
SAB
Produktie en distrib. Van stroom, aardgas, stoom en warm water Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: − < 10 MVA − 10 - 100 MVA Gasdistributiebedrijven: − gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A − gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C − gasontvang- en -verdeelstations, cat. D 3
2 3.1 1 2 3.1
Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.1) SBI-code 40 40
SBI-code 2008 35 35
Nr. Omschrijving E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E2 − blokverwarming
41 41 41 41 41
36 36 36 36 36
A0 A2 B0 B1
Winning en ditributie van water Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: − bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: − < 1 MW
2
45 45 45 45
41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43
1 2 3
Bouwnijverheid − bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² − aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²
3.1 3.1 2
-
Handel/reparatie van auto's, motorfietsen; benzineservicestations
50 501, 502, 504 5020.4 5020.4 5020.5 503, 504 505 505
45, 47 451, 452, 454 45204 45204 45205 453 473 473
51 511 5121 5122 5124 5125, 5131 5132, 5133 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5151.1 5151.1 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5154
46 461 4621 4622 4624 46217, 4631 4632, 4633 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46711 46711 4673 4673 4673 46735 46735 4674
SAB
B C
0 3 0
0 1 0 1 2 4 6 0
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Autobeklederijen Autospuitinrichtingen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires Benzineservisestations: − zonder LPG Groothandel en handelsbemiddeling Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vaste brandstoffen: − klein, lokaal verzorgingsgebied Grth in hout en bouwmaterialen: − algemeen: b.o. > 2000 m² − algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: − algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
4
Cat. 2
3.1
2 1 3.1 2 2 2
1 3.1 2 3.1 3.1 3.1 2 2 2 2 2 2 3.1 3.1 2 2
Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.1) SBI-code 5154 5154 5155.2 5156 5157 5157.2/3 518 518
SBI-code 2008 4674 4674 46752 4676 4677 4677 466 466
519
466, 469
55 5552
55 562
-
60 6022
49 493
-
6024 603
494 495
1
63 6312 6312 6321 6322, 6323 633 634
52 52102, 52109 52109 5221 5222 791 5229
64 641 642 642 642
53 531, 532 61 61 61
A B0 B2
642
61
65, 66, 67 65, 66, 67 70 70
71 711 712
Nr. Omschrijving 1 − algemeen: b.o. > 2.000 m² 2 − algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen 1 − autosloperijen: b.o. <= 1000 m² 1 − overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² 0 Grth in machines en apparaten: 2 − overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. Logies-, maaltijden- en drankenverstrekking Cateringbedrijven
Cat. 3.1 2 2 2 3.1 3.1 3.1 2
2
Vervoer over land Taxibedrijven − Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
3.1 2
A B 1
Dienstverlening t.b.v. het vervoer Distributiecentra, pak- en koelhuizen Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)
3.1 2 2 1 1 1
-
B3
Post en telecommunicatie Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven Zendinstallaties: − FM en TV − GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig)
1
64, 65, 66 64, 65, 66
A
Financiële instellingen en verzekeringswezen Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen
1
41, 68 41, 68
A
Verhuur van en handel in onroerend goed Verhuur van en handel in onroerend goed
1
Verhuur van transportmiddelen, machines, andere roerende goederen Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto-
2 3.1
77 7711 7712, 7739
SAB
-
5
2
2 1 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.1) SBI-code 2008
SBI-code
Nr.
Omschrijving s) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
Cat.
713 714
773 772
72 72 72
62 62 58, 63
A B
Computerservice- en informatietechnologie Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Datacentra
1 2
73 731 732
72 721 722
-
Speur- en ontwikkelingswerk Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
2 1
74 747
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, A 80tm82 812
7481.3 7484.4
74203 82992
75 75 7525
84 84 8425
90 9001 9002.1 9002.1 9002.2 9002.2 9002.2
74
3.1 2
Overige zakelijke dienstverlening
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Reinigingsbedrijven voor gebouwen
1 3.1
Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
2 1
A
Openbaar bestuur, overheidsdiensten, sociale verzekeringen Openbaar bestuur (kantoren e.d.) Brandweerkazernes
1 3.1
37, 38, 39 3700 381 381 382 382 382
B A B A0 A4 A7
Milieudienstverlening rioolgemalen Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. Gemeentewerven (afval-inzameldepots) Afvalverwerkingsbedrijven: − pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) − verwerking fotochemisch en galvano-afval
3.1 2
91 9111
94 941, 942
-
Diverse organisaties Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)
1
93 9301.1 9301.1 9301.2 9301.3 9301.3
96 96011 96011 96012 96013 96013
A B
Overige dienstverlening Wasserijen en strijkinrichtingen Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons
3.1 3.1 2 2 1
SAB
A B
6
2 3.1 3.1