CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

02d Bijlage 2. Ontwikkelkader incl. achtergrond document

Gemeenteraad 3 februari 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Ontwikkelkader Energielandschap Dorperpeel.5.080 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijk Ontwikkelkader Dorperpeel Kaders voor een grootschalig intensief energielandschap

Ontwikkelkader

In dit ontwikkelkader staan de uitgangspunten geformuleerd voor het realiseren van een gebiedsperspectief voor een energielandschap in de Dorperpeel Het plangebied is ongeveer 250 hectare groot. In dit ontwikkelkader worden de randvoorwaarden benoemd waaraan een (nog op te stellen) inrichtingsplan moet voldoen. Dat inrichtingsplan vormt de basis voor een wijziging omgevingsplan dat op een later moment aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De kosten van de projecten voortkomend uit dit ontwikkelkader komen ten laste van de business case van het energielandschap.

Het plangebied

Energielandschap Energielandschap

Uitgangspunten

In het Kader voor Opwek van Duurzame Elektriciteit (KODE) is de opwekdoelstelling voor 2050 op 2,5 PJ vastgesteld. De tijdshorizon van KODE is 2030. Opvolging van KODE is in voorbereiding onder de naam Energieprogramma. Na vaststelling zal dit Energieprogramma de plek van KODE in het onderhavig ontwikkelkader vervangen.

1. Intensiever energielandschap

Het energielandschap wordt ontwikkeld met een intensieve opstelling van zonnepanelen. Dit kan bijvoorbeeld met een dakopstelling met beperkte tussenruimte in oost-west richting alsook een intensieve zuid opstelling. Het energielandschap heeft de volgende kenmerken: • Maximaal 80% van het huidige plangebied van circa 250 hectare mag worden ingezet voor opwek, opslag en transformatie van (zonne)energie (alle faciliteiten binnen de hekken). • Minimaal 20% van de bruto oppervlakte, moet worden ingezet voor de ruimtelijke inpassing (alle ruimte buiten de hekken). • Het energielandschap wordt aangesloten op het hoogspanningsnet en zal in beginsel niet leiden tot netcongestie, waardoor lokale bedrijven en huishoudens geen last zullen ondervinden.

2. Combineren van opwek en opslag

Bij voorkeur gaan duurzame energie opwek en energieopslag hand in hand. Door in te zetten op een combinatie van opwek en opslag ontstaan kansen voor het beter afstemmen van vraag en aanbod op het elektriciteitsnet. Transformatie en opslag hebben de volgende kenmerken: • Maximale oppervlakte voor transformatie (onderstation): 2 hA. • Maximale oppervlakte voor energieopslag: 5 hA. • Maximale hoogte voor transformatie en opslag: gelijk aan naastgelegen bedrijfsgebouwen aan de noordoostkant van het plangebied. • De genoemde oppervlakten maken deel uit van de voornoemde 80%. De impact op het landschap wordt zo veel mogelijk beperkt. Een goede landschappelijke inpassing is noodzakelijke randvoorwaarde voor een ontwikkeling van deze omvang. Het tijdelijk opslaan van de opgewekte elektriciteit is essentieel voor de haalbaarheid van het project en moet voldoen aan de provinciale randvoorwaarden.

3. Uitwerken plannen op basis van handreiking Voor de verdere uitwerking van het inrichtingsplan wordt de handreiking ‘Grootschalig zon op land’ die vanuit de Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg (RES NML) is opgesteld als randvoorwaarde genomen.

4. Lokaal eigendom organiseren Lokaal eigendom is een randvoorwaarde voor de realisatie van duurzame energieprojecten. De uitwerking wordt in een separate overeenkomst vastgelegd, in lijn met gemeentelijk beleid.

5. Aansluiting Horst/Melderslo

Het project wordt op een veilige manier met een 150kV kabel aangesloten op het TenneT-station Horst/ Melderslo met een maximale transportcapaciteit van 240 MVA. Uit de verkenning blijkt dat een kabeltracé via de noordkant van Horst aan de Maas mogelijk is en een netaansluiting met transportcapaciteit beschikbaar komt.

ONTWIKKELKADER DORPERPEEL

Uitgangspunten

Ruimtelijke inpassing Ruimtelijke ontwikkeling

Dorperpeel is een klassiek ontginningslandschap, gekenmerkt door grootschalige verkaveling en lintbebouwing. De openheid, horizonbeleving en agrarisch gebruik zijn op dit moment bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Bij de ontwikkeling van het energielandschap vallen de huidige agrarische activiteiten weg, maar openheid en horizonbeleving zijn essentiële elementen bij het ontwerp van het energielandschap.

6. Voldoende afstand tot doorgaande wegen

De ruimtelijke inpassing van het energielandschap richt zich primair op de beleving van de openheid van het gebied. Dit kan bijvoorbeeld door het creëren van voldoende afstand tot de Dorperpeelweg en Middenpeelweg. Dit vertaalt zich als volgt naar de volgende minimale afstanden: • Dorperpeelweg: gemiddeld 40 meter vanaf de rand van de weg tot aan de rand van het energielandschap. • Middenpeelweg: tenminste 50 meter vanaf de buitenrand van het fietspad tot het hekwerk van het energielandschap. In het inrichtingsplan moet hiervoor een duidelijke ruimtelijke analyse van zichtlijnen worden gemaakt. De daadwerkelijke afstand zal worden bepaald op basis van de aanwezige horizon, toekomstige hoogte van panelen en hoogteligging van de weg en ter goedkeuring aan de gemeente voorgelegd.

7. Meervoudig ruimtegebruik

a) Er wordt gestreefd naar verplaatsing van de huidige reserveringsstrook voor buisleidingen. Deze loopt nu in noord-zuid richting dwars door het plangebied. Bij verplaatsing naar de rand van het plangebied (of erbuiten) wordt een zo efficiënt mogelijke invulling van het energielandschap mogelijk gemaakt en kan er in de randzone dubbel ruimtegebruik in de vorm van een leidingen strook en een brede landschappelijke inpassing langs de Midden Peelweg. b) In het zuiden van het plangebied wordt de Delta Rhine Corridor Oost (DRC Oost) gerealiseerd. Deze zone kan onderdeel worden van de ecologische verbinding (punt 8). c) Er wordt gestreefd naar waterberging onder zonnepanelen. Een hogere grondwaterstand in de Dorperpeel kan mogelijk helpen bij het realiseren van de natuurdoelen voor het N2000 gebied de Peel. Een hogere grondwaterstand heeft een beperkte impact op een energielandschap. Met een waterberging kan een bijdrage worden geleverd aan het behouden van natuurdoelen in de Peel. Er wordt naar gestreefd de landschappelijke inpassing multifunctioneel in te zetten ten behoeve van agrarisch medegebruik en/of biodiversiteit.

gem. 40m

Meervoudig ruimtegebruik

ONTWIKKELKADER DORPERPEEL

Voldoende afstand tot de doorgaande weg

Uitgangspunten

Natuur Op het plangebied Dorperpeel ligt geen natuurdoelstelling. Het gebied grenst aan het Natura 2000-gebied Mariapeel. Daarom is het gehele gebied aangewezen als hydrologische bufferzone en wordt er gekeken welke maatregelen nodig zijn om bij te dragen aan het realiseren van de N2000 doelen.

Natuur

8. Groen-blauwe verbinding

Er moet een natuurverbinding tussen het Grauwveen en Putbos worden gerealiseerd in het kader van het Natuur Netwerk Limburg (NNL). Voor de maatvoering en inrichting van de groen-blauwe verbindingszone is de provincie kaderstellend en toetst zij of wordt voldaan aan de provinciale omgevingsverordening.

9. Mogelijk maken doelen uit de Gebieds Gerichte Aanpak voor Natura2000-gebieden

De hydrologische eisen en wensen die voortvloeien uit de Natura 2000-doelstellingen en de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Gedeelde Peel dienen in nauwe afstemming met de provincie en het waterschap worden meegenomen in de ontwikkeling van het inrichtingsplan. Voor de daadwerkelijke hydrologische invulling zijn de provincie en het waterschap kaderstellend en toetsen zij of wordt voldaan aan de provinciale omgevingsverordening.

Natuur en Energieopwekking

eveld Hogendoorn

nder titel presentatielaag"

ONTWIKKELKADER DORPERPEEL

Datum: 9-5-25

Projectnummer: 205493

Ver b

indi

ngs zon e

Uitgangspunten

Woon- en leefklimaat Woon- en leefklimaat

De leefbaarheid in de Dorperpeel staat onder druk door de al aanwezige hoge sterk schommelde grondwaterstanden. Bewoners ervaren in delen van het gebied overlast, zoals schade aan woningen en gewassen. Deze omstandigheden hebben impact op de leefbaarheid, de economische omstandigheden en het woongenot. Deze situatie zal naar verwachting verder verslechteren door de toenemende vernatting als gevolg van hydrologische ontwikkelingen in en rond de Peel.

10. Kritisch kijken naar wonen in de Dorperpeel

Het woon-, werk- en leefklimaat in de Dorperpeel wijzigt door de ontwikkeling van het energielandschap. De mate waarin dit een negatieve impact heeft op het woon-, werk- en leefklimaat is onduidelijk. De uitgangspunten voor de ontwikkeling van een energielandschap zijn derhalve dat: • er in de basis niet meer wordt gewoond of gewerkt in het plangebied van het energielandschap. » In de basis, want er is geen sprake van gedwongen verhuizen. • bij verhuizing een marktconforme vergoeding voor de opstallen wordt betaald. • er voor de blijvers een goed woon-, werk- en leefklimaat moet zijn, conform uitgangspunten van de Regionale Energie Strategie 1.0 De gemeente is financieel niet verantwoordelijk voor de aankoop van woningen, gebouwen of verhuisbewegingen. Vanuit de samenwerking met betrokken partijen binnen de Dorperpeel spant de gemeente zich in om hierin mee te denken.

11. Omgevingsaspecten moeten worden meegenomen in de uitwerking

Omgevingsaspecten voor alle functies in en rondom het plangebied worden meegenomen in de verdere uitwerking zodat er sprake zal zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

12. De randvoorwaarden voor brandveiligheid zijn leidend voor het ontwerp

Veiligheid stelt specifieke randvoorwaarden aan de inrichting van het energielandschap. De randvoorwaarden die op het moment van realiseren gesteld worden vanuit de veiligheidsregio, TenneT en Gasunie, zijn leidend voor de verdere uitwerking.

ONTWIKKELKADER DORPERPEEL

Energielandschap Dorperpeel Achtergronddocument Ruimtelijk Ontwikkelkader

Energielandschap Dorperpeel

Opdrachtgever: Naam: AMPYR SOLAR EUROPE - de heer H. Schoonvelde

Projectgegevens: Projectnummer: 207141 Datum: 17-11-2025 Projectleider: Michiel van Amersfoort Opgesteld: Frank Fähnrich / Michiel van Amersfoort / Robin Visser Opdrachtnemer: Eelerwoude B.V. Tel.: 088-1471100 e-mail: info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl Het gebiedsperspectief Energielandschap Dorperpeel is een uitgave van Eelerwoude. © Eelerwoude 2025, niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder schriftelijke toestemming.

Achtergronddocument Ruimtelijk Ontwikkelkader

Inhoudsopgave 1. Inleiding 7 2. Participatie omgeving 9 3. Bouwstenen 11 3.1 Enerielandschap 11 3.2 Landschap 13 3.3 Natuur 15 3.4 Woon- en leefklimaat 17

4. Naar een inrichtingsplan 19 5. Conclusie en vervolg 21

1. Inleiding Aanleiding

De Dorperpeel is een gebied met een rijke geschiedenis en een complexe opgave. Waar het ooit een veenlandschap was, veranderde het in de loop van de vorige eeuw in een agrarisch productielandschap. Door structureel stijgende en wisselende grondwaterstanden ontstaan ernstige problemen in de Dorperpeel. Er ontstaat schade aan gebouwen, oogsten mislukken en de leefbaarheid voor bewoners neemt sterk af. Boeren zien hun verdienmodel verdwijnen, wat leidt tot grote financiële en psychische druk. Bewoners vergelijken de situatie inmiddels met die in Groningen: veel stress, gezondheidsproblemen en geen zicht op een oplossing.

Keuze over bouwstenen

Deze rapportage geeft inzicht in de stappen die gezet zijn in de verkenningsfase. De afgelopen periode zijn de verschillende bouwstenen onderzocht en zijn al eerste schetsen opgesteld. Op basis daarvan is een ontwikkelkader opgesteld. Dit is een set kaders en randvoorwaarden die richting geeft bij het maken van een uitgewerkt inrichtingsplan voor de Dorperpeel. Dit inrichtingsplan zal net als een omgevingsplan dat deze ontwikkeling mogelijk maakt in de volgende fase aan de gemeenteraad worden voorgelegd ter besluitvorming.

In het gebied spelen bovendien meerdere processen die de toekomst van agrarisch gebruik onzeker maken. Het nabijgelegen Natura2000-gebied Mariapeel kampt juist met te lage grondwaterstanden en stikstofdepositie, waardoor natuurdoelen niet worden gehaald. Een hydrologische systeemanalyse (HSA) moet inzicht geven in de effecten van maatregelen, zoals een hydrologische bufferzone, en helpen bij het opstellen van scenario’s om knelpunten in natuurgebieden op te lossen. Deze keuzes moeten uiteindelijk landen in gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies. Voor grondeigenaren betekent dit een groeiende onzekerheid over het behoud van hun woon- en werkfunctie. Omdat de nood extreem hoog is, wordt gezocht naar alternatieve verdienmodellen, zoals een zonnepark, voor toekomstperspectief

Verkenning

Duurzame energieopwekking is een route die kan leiden tot een nieuw perspectief voor het gebied. De eerste stap in dit proces was het opstellen van een intentieovereenkomst (IOK), ondertekend door de initiatief nemende grondeigenaren, de gemeente Horst aan de Maas, de Provincie Limburg, Waterschap Limburg en Ampyr Solar Europe. Deze overeenkomst vormde de basis voor het oprichten van een werkgroep waarin intensief is samengewerkt. In samenwerking met en onder begeleiding van o.a. Witteveen+Bos, Eelerwoude en Viduro is de verkenningsfase ingegaan. De verkenning bracht de problematiek en kansen in kaart en leverde de bouwstenen voor een toekomstgericht gebiedsperspectief.

Afbeelding 2. Woonschade en hogewaterstanden Dorpenpeel

6

Afbeelding 1. Luchtfoto met plangrens Dorpenpeel

Afbeelding 3. Historische afbeeldingen Dorpenpeel; agrarisch productielandschap.

7

2. Particpatie omgeving Het project Dorperpeel is een initiatief van de grondeigenaren in het gebied. Alle bewoners zijn vanaf de start actief betrokken bij de ontwikkelingen. Sinds april 2024 is het participatieproces overgedragen aan Viduro die het participatietraject begeleidt. Viduro is gestart met een stakeholders analyse. Gezamelijk is een communicatie en participatieaanpak bepaald. Hierin worden een aantal stakeholders omschreven waarmee in deze verkenningsfase actief wordt gesproken. • Inwoners en grondeigenaren van het plangebied • Omwonenden en bedrijven in de ring rondom het plangebied • Verschillende belangengroepen Vanuit daar is gekeken naar welke stakeholders op welke manier en wanneer worden betrokken. Er is gestart met het voeren van keukentafelgesprekken met inwoners en grondeigenaren van het plangebied. Deze persoonlijke gesprekken bieden ruimte voor het delen van zorgen, ideeën en wensen rondom de ontwikkeling van het gebied. Deze gesprekken worden nog steeds bij behoefte gevoerd om de betrokkenheid te borgen. Inmiddels zijn deze gesprekken uitgebreid naar keukentafelgesprekken met omwonenden en bedrijven in ring rondom het plangebied. De inwoners van het plangebied, omwonenden en bedrijven in de ring rondom het plangebied en de verschillende belangengroepen zijn regelmatig op verschillende bijpraatmomenten geïnformeerd en om input

gevraagd. Om samenwerking te stimuleren en verschillende perspectieven te integreren, zijn er het afgelopen jaar werkateliers georganiseerd. Deze bijeenkomsten brachten alle stakeholders samen om in gezamenlijkheid te werken aan de eerste gebiedsperspectieven. De gemeenteraadsleden en bestuurders zijn op verschillende momenten geïnformeerd over de voortgang. Dit gebeurde zowel tijdens werkbezoeken in het gebied als via bijeenkomsten op het gemeentehuis. De algemene communicatie verloopt via de website (https://www. dorperpeel.nl/) en de nieuwsbrief. Hierin worden updates gedeeld over het proces, zodat bewoners en andere belanghebbenden goed geïnformeerd blijven over de ontwikkelingen. Na de verkenningsfase wordt er opnieuw gekeken naar de relevante stakeholders voor de volgende fase. Dat betekent dat er relevante (nieuwe) stakeholders betrokken worden bij de participatie. Denk hierbij aan dorpsraden, buurgemeentes etc. Ook de huidige stakeholders blijven betrokken bij het participatieproces.

Afbeelding 4. Participatie in het proces Dorperpeel

8

9

Profiel van opwek voor een zuid- en oost-west opstelling

Intensieve oost-westopstelling

Exensieve zuid-opstelling

3. Bouwstenen 3.1 Energielandschap Huidige situatie De huidige agrarische bedrijfsvoering in de Dorperpeel is door de natte omstandigheden, en door te verwachten aanvullende beperkende maatregelen resulterend uit bijvoorbeeld HSA, GGA, steeds moeilijker vol te houden. Voor veel grondeigenaren is het perspectief beperkt: doorgaan op deze locatie is lastig, stoppen of verplaatsen moet financieel haalbaar zijn. Om grondeigenaren perspectief te geven is een integrale oplossing benodigd voor het totale verkenningsgebied van circa 250 hectare.

Een intensieve oost-westopstelling levert veel elektriciteit per hectare (circa 1.6 GWh per jaar) met een brede curve in de opwek, wat leidt tot een gelijkmatiger netbelasting.

Een extensieve zuid-opstelling levert per hectare minder elektriciteit (circa 1.0 GWh per jaar). Bovendien zit er een grote piek in de opwek op het midden van de dag.

De verkenning De verkenning heeft laten zien dat er in Noord-Limburg een opgave ligt voor het opwekken van duurzame energie waar de gemeente Horst aan de Maas zich aan heeft gecommitteerd. In de KODE heeft de gemeente haar opgave vastgelegd. Inmiddels is duidelijk dat daar tot 2030 nog 500 TJ van moet worden gerealiseerd. Inmiddels is ook duidelijk dat de opgave na 2030 nog vele malen groter is. Duurzame energieopwekking biedt daarmee een nieuw economisch perspectief. In de Dorperpeel is ruimte voor zeker 200 ha zonne-energie. De keuze voor opstellingsvariant (zuid- of oost-westopstelling) beïnvloedt het opgewekte vermogen sterk (circa 200 tot meer dan 320 GWh per jaar) In potentie kan in de Dorperpeel daarmee net zo veel elektriciteit worden opgewekt als er in 2024 werd verbruikt in de gemeente Horst aan de Maas. Daarnaast verschillen een zuid- en oost-westopstelling in hoeveel stroom op welk moment van de dag wordt opgewekt. Co-locatie van opwek en opslag biedt kansen voor netstabilisatie en het verminderen van netcongestie. Het energielandschap zal worden aangesloten op het TenneT station Horst / Melderslo via een circa 12 kilometer lange (ondergrondse) kabelverbinding naar het een eigen onderstation in de Dorperpeel. De schaal van het project maakt dat aansluiting op een hoogspanningsstation de enige optie is, station Horst / Melderslo is het meest nabijgelegen station.

Met een aangevraagde transportcapaciteit voor afname (van het net) en invoeding (op het net) van 240 MVA leent de aansluiting zich voor het opladen van de BESS (Battery Energy Storage System) uit het zonnepark, maar ook direct vanaf het net. Hiermee kan worden ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen op het elektriciteitsnet. Voor een BESS van 240 MW met een capaciteit van ten minste 960 MWh is in combinatie met het onderstation circa 6 tot 7 hectare nodig. Deze voorziening past het best langs de Middenpeelweg in het noordoosten van het plangebied gelet op het bebouwde karakter van deze hoek. Business case De totale kosten voor bouw van het onderstation en aansluiting op TenneT station Horst-Melderslo worden geschat op 43 miljoen euro (Hanab, 2024). Omdat een oplossing voor het hele gebied gewenst is moet tevens rekening gehouden worden met de aankoop van tot 250 hectare (agrarische) grond. De business case wijst uit dat deze investering gedragen worden bij realisatie

10

Bouwstenen gebiedperspectief

van een groot zonnepark (ten minste 200 hectare) met intensieve oostwest-opstelling in combinatie met een BESS. Onderzocht moet worden in hoeverre woningen en erven ook opgekocht moeten worden en welke investering daarvoor benodigd is. Zie ook bouwsteen Woon- en leefklimaat. TenneT verwacht dat de verzwaring van het hoogspanningsnet in NoordLimburg in 2030 is afgerond en daarmee de huidige netcongestie wordt opgelost. Aansluiting van het Energiepark kan dan tevens in 2030 plaatsvinden. KADER Technische werking van een zonnepark In een zonnepark wordt duurzame energie opgewekt met behulp van zonnepanelen. Deze panelen zetten zonlicht om in gelijkstroom, die vervolgens via omvormers wordt omgezet naar wisselstroom. Om deze stroom geschikt te maken voor het elektriciteitsnet, wordt deze via transformatoren opgewaardeerd naar een hogere spanning. Om de opgewekte energie daadwerkelijk te kunnen invoeden op het elektriciteitsnet — in dit geval via het TenneT-station in Horst — is een onderstation noodzakelijk. Dit onderstation vormt de schakel tussen het zonnepark en het regionale net. Omdat de opgewekte energie niet altijd direct nodig is, biedt energieopslag een belangrijke aanvullende functie.

Door gebruik te maken van batterijen of andere opslagtechnieken kan energie tijdelijk worden opgeslagen en op een later moment — bijvoorbeeld tijdens piekbelasting — worden ingevoerd op het net. Dit draagt bij aan een stabielere netbelasting en verhoogt de efficiëntie van het energielandschap. Aanvullend kan de batterij ingezet worden om het net te ontlasten door energie af te nemen en tijdelijk op te slaan. Een batterij kan zo helpen om vraag en aanbod te balanceren, netcongestie te verminderen en frequenties te reguleren. Conclusie Gelet op de opgave voor de opwek van duurzame energie zijn er de komende jaren nog meerdere projecten nodig. In de KODE is vastgesteld dat een energielandschap kansen biedt om invulling te geven aan de opgave. Het aansluiten van een project op het elektriciteitsnet en de noodzaak voor de grondeigenaren te verplaatsen of te stoppen brengt hoge kosten met zich mee. Voor een haalbaar project is een oppervlakte van netto 200 hectare zon met een intensieve oost-westopstelling benodigd waar, met oog voor de volgende bouwstenen (landschap, natuur en leefbaarheid), zoveel mogelijk opwek wordt geconcentreerd. Om in te kunnen spelen op netstabiliteit, netcongestie en financiele haalbaarheid is een BESS (in combinatie met het onderstation) van circa 6 tot 7 hectare nodig.

11

Bouwstenen gebiedperspectief

3.2 Ruimtelijke ontwikkeling

Ruimtelijke ontwikkeling

Huidige situatie Dorperpeel is een klassiek ontginningslandschap, gekenmerkt door grootschalige verkaveling en lintbebouwing. De openheid en horizonbeleving zijn bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. De verkenning Bij de ontwikkeling van het energielandschap is het essentieel om deze kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. In de handreiking zon op land van de RES wordt benoemd dat grootschalige landschappen (zoals ontginningslandschappen) zich goed lenen voor het realiseren van een zonnepark. Daarbij verandert het landschap qua uitstraling natuurlijk wel, maar blijven karakteristieken in stand. Belangrijke aandachtspunten vanuit de landschappelijke karakteristieken gebaseerd op deze leidende beginselen zijn onder andere: • Afstanden tot wegen en woningen: om het open karakter van het landschap te behouden en visuele overlast te beperken, wordt gewerkt met ruime afstanden van ca. 40 tot 50 meter tussen zonnevelden en doorgaande wegen. • Behoud van horizonbeleving: lage opstellingen en landschappelijke buffers dragen bij aan het zicht op de horizon. • Inpassing rond bestaande erven of via brede landschappelijke plinten: deze zones kunnen dienen als overgangsgebieden tussen energieopwekking en het omliggende landschap. • Bestaande landschapsstructuren zoals verkavelingsrichting en slotenpatronen worden behouden.

In het plangebied loopt een reserveringsstrook voor buisleidingen (PEHstrook). Door bijvoorbeeld deze leidingstrook (PEH) te verleggen en aan te laten sluiten op de reserveringsstrook parallel aan de Middenpeelweg

ontstaat lokaal zelfs een nog grotere afstand tussen infrastructuur en zonnevelden, minstens 75 meter. Deze stroken kunnen multifunctioneel worden ingezet: naast landschappelijke buffering bieden ze ruimte voor biodiversiteitswinst en mogelijk ook agrarisch medegebruik. Zo draagt de inrichting niet alleen bij aan de energietransitie, maar ook aan de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van Dorperpeel. Voorbeeld van landschappelijke zone langs de Dorperpeelweg als recreatieve route met mogelijkheden voor het versterken van de biodiversiteit (groenblauwe dooradering). Conclusie Vanuit de bouwsteen ruimtelijke ontwikkeling zijn de ontwerpprincipes vanuit de handreiking zon op land leidend. Gelet op het karakter van het gebied zijn de belangrijkste uitgangspunten: • Verkavelingspatroon en sloten zijn richtinggevend voor de opstelling van panelen • Er wordt ruime afstand van de doorgaande wegen gehouden (gemiddeld 40 meter) De werkgroep gaat onderzoeken op welke manier het mogelijk is om de reserveringsstrook voor buisleidingen (PEH-strook) te verleggen naar de Middenpeelweg. Een eerste inventarisatie heeft aangetoond dat verleggen mogelijk is onder bepaalde voorwaarden. De landschappelijke stroken lenen zich voor multifunctioneel grondgebruik. Zo zijn agrarisch medegebruik en biodiversiteitsverbetering goed mogelijk.

Afbeelding 5. Onderzoek herkomstwaarde en gebruik deze als basis voor de toekomstwaarde.

Afbeelding 7. Respecteer en maak gebruik van de oriëntatie van percelen en lijnen in het landschap.

Afbeelding 9. Ontwerp met respect voor bodemleven.

Afbeelding 11. Herstel of verbeter zoveel mogelijk de waterhuishouding.

Afbeelding 6. Langs wegen en paden ligt de nadruk op de visuele ruimtelijke kwaliteit.

Afbeelding 8. Ontwerp de aanhakende tracés ondergrondse infra (kabelstroken) mee in het plan.

Afbeelding 10. Ontwerp natuurinclusief en versterk natuurverbindingen.

Afbeelding 12. Houd of maak het landschap aantrekkelijk voor recreatief medegebruik.

Meervoudig ruimtegebruik

25 tot 75 m

12

Voldoende afstand tot de doorgaande weg

13

Bouwstenen gebiedperspectief

Natuur

3.3 Natuur Huidige situatie De Dorperpeel heeft zelf geen natuurdoelstelling. Het gebied ligt voor een deel in de groenblauwe mantel en grenst aan Natura 2000-gebied Mariapeel. De verkenning Er lopen op dit moment diverse onderzoeken die in beeld brengen op welke manier het omliggend gebied, inclusief de Dorperpeel, effect heeft op de hydrologische situatie in de Mariapeel. In de Gebiedsgerichte Aanpak Vitale Peel (en met behulp van de Hydrologische Systeem Analyse, HSA) worden ontwikkelrichtingen onderzocht die invulling geven aan de Natura2000 doelen. Vast staat dat het gebied een dienende rol kan vervullen door (meer) water vast te houden. In welke mate is nog niet duidelijk, in het voorjaar van 2026 worden enkele voorgestelde maatregelen voor de Dorperpeel doorgerekend. Daarnaast kunnen ecologische verbindingen versterkt worden. Door het realiseren van natuurstroken ontstaan kansen voor biodiversiteit. Aan de zuidkant van het plangebied langs het spoor kan bijvoorbeeld een verbinding tussen het Grauwveen en het Putbos worden gerealiseerd. Conclusie De provincie Limburg heeft in haar provinciale verordening de regels voor ontwikkelingen in de Groenblauwe mantel vastgelegd. De provincie stelt dan ook de randvoorwaarden aan de inrichting en is op basis van deze regels sturend in deze.

Ver b

indin gszo ne

Afbeelding 14. Tegel natuur en grootschalige energieopwekking

In principe is het uitgangspunt de opwek van energie te combineren met hydrologische uitgangspunten die gesteld worden vanuit de HSA en GGA Vitale Peel. Er wordt geen grootschalige nieuwe natuur in het gebied gerealiseerd. Wel wordt ingezet op een nieuwe ecologische verbinding tussen het Putbos en het Grauwveen.

Afbeelding 13. Profiel natuur met waterberging

14

15

Bouwstenen gebiedperspectief

Wonen- en leefklimaat

3.4 Woon- en leefklimaat Huidige situatie De leefbaarheid in de Dorperpeel staat onder druk. Door de al aanwezige hoge grondwaterstanden ervaren bewoners in delen van het gebied overlast, zoals schade aan woningen en een afname van het wooncomfort. Sinds 2014 zijn de problemen verergerd, er lopen op dit moment meerdere gerechtelijke procedures om de schades door overheden vergoed te krijgen. Gemeente Horst aan de Maas en haar college is nauw betrokken bij de getroffen bewoners en werkt samen met de provincie aan een oplossing voor de ‘natschades’. De situatie zal naar verwachting verder verslechteren door de toenemende vernatting als gevolg van hydrologische ontwikkelingen in en rond de Peel. De verkenning Wanneer in het gebied ook grootschalige energieopwekking plaatsvindt, kan dit de leefbaarheid verder beïnvloeden. In sommige delen van de Dorperpeelweg kan het daardoor in de toekomst niet langer prettig of wenselijk zijn om te wonen. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging. Er is onderzocht op welke manier wonen en werken een plek kan krijgen in het gebiedsperspectief. Het verdient nadrukkelijk de aandacht om een plan uit te werken waarin ook het uitnemen van erven ten behoeve van het energielandschap, en mogelijk verdere hydrologische maatregelen, wordt overwogen.

Voor deze mogelijke ontwikkeling is op dit moment nog geen financiële dekking beschikbaar, maar dit zal in de verdere planvorming worden onderzocht. Tegelijkertijd geldt dat bewoners die willen blijven wonen, daar ook de ruimte voor moeten krijgen. Het gebiedsperspectief sluit geen bewoners uit, maar erkent de noodzaak om maatwerk te leveren en keuzes te maken die recht doen aan zowel individuele belangen als de gebiedsopgave. Door bewoners is tijdens de werkateliers bijvoorbeeld benoemd dat er overlast van muggen en ongedierte is en dat men vreest dat dit erger wordt wanneer de waterstanden verder zullen stijgen. Bij het realiseren van een energielandschap is sprake van mogelijke geluidshinder, en schittering. Door het realiseren van een technische installatie kan ook de omgevingsveiligheid, bijvoorbeeld in geval van brand een aandachtspunt zijn. Deze aspecten zijn ook naar voren gekomen in het omgevingsproces. Er worden daarom nog nadere onderzoeken naar schittering en geluid uitgevoerd en er zijn al gesprekken gevoerd met de veiligheidsregio. De uitkomsten hiervan zullen worden meegenomen in het ontwerp om de leefbaarheid zo goed mogelijk te waarborgen.

Conclusie Gelet op de verwachting dat de leefbaarheid langs de Dorperpeelweg afneemt door nattere omstandigheden en de grootschalige opwek van energie heeft het de voorkeur te onderzoeken op welke manier de erven kunnen worden uitgenomen uit het landschap. Wanneer bewoners willen

16

blijven moet dit uiteraard mogelijk worden gemaakt door voldoende rekening te houden met een goed woon- en leefklimaat. Het herontwikkelen van de erven is dan een vervolgstap die moet worden verkent. Omgevingsaspecten zijn niet alleen voor de woningen langs de Dorperpeelweg van belang, maar ook voor omliggende woningen en andere omliggende functies. Bij de verdere uitwerking van het plan moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met afstanden tot woningen, in het licht van mogelijke geluidshinder, schittering en omgevingsveiligheid. Deze aspecten zijn ook naar voren gekomen in het omgevingsproces en worden meegenomen in het ontwerp om de leefbaarheid zo goed mogelijk te waarborgen. KADER Brandveiligheid bij zonneparken: kader voor voorzorgsmaatregelen Om brandrisico’s te beperken en een effectieve inzet van hulpdiensten mogelijk te maken, moeten zonneparken voldoen aan duidelijke eisen voor bereikbaarheid en bluswatervoorziening. Het terrein dient goed toegankelijk te zijn voor brandweervoertuigen, met berijdbare paden en een indeling in blokken die beheersbaar zijn. Als voorbeeld stelt de veiligheidsregio blokken van maximaal 40 meter breed voor, met tussenliggende paden voor snelle interventie. Daarnaast is een betrouwbare bluswatervoorziening cruciaal. Een ringleiding met voldoende capaciteit, voorzien van strategisch geplaatste aansluitpunten, vormt de basis.

Indien nodig kunnen aanvullende voorzieningen zoals waterbassins of koppeling aan nabijgelegen oppervlaktewater worden toegepast. Belangrijke aandachtspunten: • Bereikbare indeling, bijvoorbeeld blokken van 40 m breed met tussenpaden. • Ringleiding met voldoende capaciteit en hydranten op logische locaties. • Toegangswegen geschikt voor brandweervoertuigen (draaihoek, draagkracht). • Vegetatiebeheer om brandbaar materiaal te beperken. • Afstemming met de veiligheidsregio en opname van maatregelen in het omgevingsplan. Door deze maatregelen te implementeren, wordt de kans op escalatie bij brand aanzienlijk verkleind en kan de brandweer veilig en effectief optreden.

17

4. Naar een inrichtingsplan Op basis van de eerder benoemde bouwstenen ontstaan er verschillende mogelijkheden voor de inrichting van het gebied. Deze keuzes vormen de basis voor een toekomstbestendig ontwerp waarin functies als duurzame energieopwekking, landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit en hydrologische robuustheid in samenhang worden ontwikkeld. De basis voor het ontwerp is op een structurenkaart weergegeven welke verder zal moeten worden uitgewerkt. Een belangrijk uitgangspunt is dat maximale energieopwekking hand in hand gaat met landschappelijke versterking. Door zonne-energie zorgvuldig in te passen, kan het energielandschap bijdragen aan het versterken van de bestaande ontginningsstructuur, het behouden van de horizonbeleving en het verbeteren van de beleefbaarheid van het landschap. Denk hierbij aan het benutten van ruimte rond bestaande erven, het creëren van ruimtes tussen doorgaande wegen en de energieopstelling en het ontwikkelen van nieuwe structuren die passen binnen het karakter van de Dorperpeel. Daarnaast is uit de verkenning gebleken dat een nieuwe inrichting van het gebied kansen biedt voor het realiseren van droge en natte dooradering, waarmee de biodiversiteit wordt versterkt en ecologische verbindingen worden gelegd. Deze elementen dragen bij aan een robuust landschap dat ook inspeelt op klimaatadaptatie en waterbeheer.

Het gebied maakt onderdeel uit van de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Vitale Peel, waardoor hydrologische maatregelen en natuurontwikkeling in samenhang kunnen worden opgepakt. Waterberging, infiltratie en het vasthouden van water zijn belangrijke elementen die bijdragen aan de robuustheid van het gebied en de ondersteuning van omliggende Natura 2000-doelen. De handreiking ‘Landschap Grootschalig energieopwek zon op land’ vanuit de RES biedt een passende leidraad voor deze opgave. Deze handreiking benoemt belangrijke randvoorwaarden voor landschappelijke inpassing, zoals afstand tot wegen en woningen, behoud van horizonbeleving en multifunctioneel ruimtegebruik. Door deze richtlijnen te hanteren, ontstaat een ontwerp dat niet alleen functioneel is, maar ook gedragen wordt door de omgeving en bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van Dorperpeel.

Afbeelding 15. Totaal beeld van inrichting Dorperpeel in visie

18

19

5. Conclusie en vervlog 5.1 Ontwikkelkader Het ontwikkelkader vormt de basis voor de ontwikkeling van een gebiedsperspectief voor de Dorperpeel. Dit document benoemt de uitgangspunten en randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan bij de verdere planvorming. Dit kader is opgesteld op basis van de bouwstenen uit dit document en dient als leidraad voor de volgende stappen in het proces. Het programma van eisen heeft als doel om: • Kaders te stellen voor het opstellen van een inrichtingsplan. • Randvoorwaarden te definiëren voor ruimtelijke, ecologische en economische functies. • Basis te bieden voor het vervolg

5.2 vervolg Gemeenteraad besluit over omgevingsplan Het uitgewerkte inrichtingsplan zal net als een omgevingsplan dat deze ontwikkeling mogelijk maakt aan de gemeenteraad worden voorgelegd ter besluitvorming. Het gepresenteerde ontwikkelkader wordt daarin verder uitgewerkt. Daarbij is uiteraard aandacht voor een maatschappelijk en economisch uitvoerbaar plan. Het streven is om medio 2026 het omgevingsplan in behandeling te nemen. Op deze manier kan in 2029 gestart worden met de realisatie van het plan waardoor dit gereed is bij het realiseren van de netaansluiting in 2030.

Afbeelding 16. Verwijzing naar het ontwikkelkader Dorperpeel

20

Lokaal eigendom en financiële uitwerking Er zal ook een uitgewerkt plan voor lokaal eigendom en financiële participatie worden gepresenteerd. Hiervoor zijn reeds gesprekken gevoerd met de gemeente, een energiecoöperatie en de PEM over lokale energiegemeenschappen en wordt er bijvoorbeeld nagedacht over een omgevingsfonds.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16452609/1