02c WAS-WORDT lijst
Tekst van het document
Hoofdstukindeling Marktverordening Horst aan de Maas 2025 Hoofdstuk 1 Artikel 1: Artikel 2: Artikel 3: Artikel 4:
Algemene bepalingen Toepassingsgebied Definities Inrichtingsplan en nadere regels Mandaatverboden
Hoofdstuk 2 Artikel 5: Artikel 6: Artikel 7: Artikel 8: Artikel 9: Artikel 10:
Vergunningen Vergunningplicht Vergunningaanvraag Voorschriften en beperkingen marktvergunningen Inhoud marktvergunningen Weigering marktvergunning Opheffing markt
Hoofdstuk 3 Artikel 11: Artikel 12: Artikel 13: Artikel 14: Artikel 15:
Verdeelprocedures beschikbare marktvergunningen Verdeling beschikbare vaste standplaatsvergunningen Verlenging na afroep vaste standplaatsvergunningen Verdeling vaste standplaatsvergunningen via selectie Verdeling vaste standplaatsvergunningen via loting Verdeling beschikbare promotieplaatsvergunningen
Hoofdstuk 4 Artikel 16: Artikel 17: Artikel 18:
Vaste standplaatsvergunningen Algemene bepalingen vaste standplaatsvergunningen Overschrijven vaste standplaatsvergunningen Intrekking en vervallen vaste standplaatsvergunningen
Hoofdstuk 5 Artikel 19: Artikel 20:
Promotieplaatsvergunningen Algemene bepalingen promotieplaatsvergunningen Intrekking en vervallen promotieplaatsvergunningen
Hoofdstuk 6 Artikel 21: Artikel 22: Artikel 23: Artikel 24:
Algemene bepalingen voor houders van een marktvergunning en handhaving Toonplicht vergunning Toezichthouders Onmiddellijke verwijdering Strafbepaling
Hoofdstuk 7 Artikel 25: Artikel 26: Artikel 27:
Overgangs- en slotbepalingen Intrekken oude regeling Overgangsbepalingen Inwerkingtreding en citeertitel
Was-Wordt-lijst oude marktverordening en nieuwe marktverordening Art. X
Oude verordening
1.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: - markt: de door het college ingestelde warenmarkt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 3 vastgestelde dag, tijd en plaats; - standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; - vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; - dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking
Nieuwe verordening Artikel 1. Toepassingsgebied Deze Verordening is van toepassing op door het college ingestelde reguliere warenmarkten die op gezette tijden worden gehouden. Deze Verordening is niet van toepassing op vrijmarkten, braderieën, jaarmarkten, tweedehands markten en markten die in het kader van een evenementenvergunning worden georganiseerd. Deze Verordening is eveneens niet van toepassing op standplaatsen die vallen onder de Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid en de op grond daarvan vastgestelde beleidsregels standplaatsen gemeente Horst aan de Maas. Artikel 2. Definities In deze Verordening wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders; - markt: de door het college ingestelde reguliere warenmarkt waaraan doorgaans ten minste vijf houders van een vaste standplaatsvergunning deelnemen; - marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; - marktcommissie: een commissie van advies die tot taak heeft het college te adviseren inzake marktaangelegenheden, die is ingesteld conform het inrichtingsplan en als zodanig is aangewezen door het college; - inrichtingsplan: een door het college opgestelde regeling waarin regels zijn
Opmerkingen en uitleg In de nieuwe verordening is een toepassingsgebied opgenomen. Dit artikel duidt aan op welke markten de verordening wel en niet ziet. In de oude verordening ontbrak dit artikel. Met de invoering van het artikel omtrent het toepassingsgebied, wordt heel duidelijk afgebakend dat deze verordening uitsluitend gaat over de door het college ingestelde reguliere warenmarkten. Kanttekening daarbij is dat er door het college op grond van artikel 160 lid 1 sub h Gemeentewet wel nog een reguliere warenmarkt wordt ingesteld. Dit punt is meegenomen in het collegevoorstel.
Toegevoegd: - College Mist in de oude verordening. - Marktvergunning De verwijzing naar ‘houder van een marktvergunning’ kan zuiverder worden gemaakt. Daaronder valt de vaste standplaatsvergunning en de promotieplaatsvergunning. Als specifiek een van de twee bedoeld wordt, dan kan worden verwezen naar houder van een vaste standplaatsvergunning of houder van een promotieplaatsvergunning. - Vaste standplaatsvergunning Mist in de oude verordening. - Promotieplaats Is nieuw. Toegevoegd in het kader van kortstondig deelnemen aan de weekmarkt / opvulling van de weekmarkt. - Promotieplaatsvergunning Idem, zie onder begrip ‘promotieplaats’.
-
-
-
-
-
-
-
-
wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van één of meer stuks van één artikel; standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats; vergunninghouderslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats; marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; kramenzetter: degene aan wie op grond van artikel 26 toestemming tot het plaatsen van kramen op de markt is verleend; marktcommissie: een commissie van advies,
-
-
-
-
-
-
-
-
-
opgenomen over de uitvoering van de markt, in het bijzonder met betrekking tot de onderwerpen die genoemd zijn in deze Verordening; branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde plaatsen per artikelengroep; standplaats: ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; marktvergunning: vaste standplaatsvergunning of promotieplaatsvergunning; vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste standplaatsvergunning op de markt; vaste standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van 20 jaar voor het op de markt drijven van handel; promotieplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een promotieplaatsvergunning; promotieplaatsvergunning: vergunning voor de duur van maximaal vijf marktdagen in een tijdsbestek van twee aaneengesloten maanden ter promotie van een product, dienst, activiteit, stichting, vereniging of onderneming op de markt; verkoopinrichting: de kraam, verkoopwagen, tent, of andere inrichting waarmee men een standplaats inneemt op de markt; frontbreedte: de totale breedte die de houder van een marktvergunning inneemt met zijn standplaats waarop zijn verkoopinrichting is ingericht,
-
-
Verkoopinrichting Mist in de oude verordening. Winterperiode Nu geldt er voor de periode van de meikermis tot de septemberkermis een langere openingstijd, maar dat is een onderhandse afspraak. De voorkeur verdient om in de Verordening en het inrichtingsplan duidelijkheid te scheppen over wat wordt bedoeld. Zomerperiode Idem, zie onder begrip ‘winterperiode’. Inrichtingsplan Is nieuw. Frontbreedte Mist in de oude verordening en is relevant in het kader van uitstallingen bij de standplaats.
Verwijderd: - Standwerken Deze optie vervalt omdat daar in de praktijk geen tot weinig behoefte aan blijkt te bestaan. - Dagplaats Deze optie vervalt omdat daar in de praktijk geen tot weinig behoefte aan blijkt te bestaan. - Standwerkplaats Deze optie vervalt omdat daar in de praktijk geen tot weinig behoefte aan blijkt te bestaan. - Vergunninghouder Dit begrip is weggehaald en het begrip marktvergunning is toegevoegd. Een verwijzing naar de houder van een bepaalde vergunning kan dan zuiverder worden gemaakt. - Wachtlijst De wachtlijst verdwijnt met selectie of loting.
-
-
-
-
ingesteld op grond van artikel 4. branche-indeling: de indeling in artikelgroepen en het aantal vastgestelde vaste plaatsen per artikelengroep; plaatsverbeteringslijst: de lijst van gegadigden voor een verbetering van de vaste standplaats; levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert; voertuig: vervoermiddel voor vervoer over land van personen en goederen, niet zijnde een caravan of verkoopwagen.
-
inclusief bij de verkoopinrichting behorende uitstallingen of andere toebehoren ten behoeve van die verkoopinrichting; winterperiode: 1 oktober tot 1 mei; zomerperiode: 1 mei tot 1 oktober.
-
-
-
-
Overigens staat in de oude marktverordening ook al dat de wachtlijst verdwijnt. Vergunninghouderslijst Voegt niets toe. Kramenzetter Dit begrip is in de oude marktverordening in de begrippenlijst opgenomen, maar komt nergens terug in de verordening. Het begrip komt ook niet terug in de nieuwe marktverordening of het inrichtingsplan. Daarom is het weggehaald. Plaatsverbeteringslijst Er is wel een optie tot plaatsverandering. Dit komt terug in het inrichtingsplan. Maar er is geen plaatsverbeteringslijst. Levenspartner Dit begrip is in de oude marktverordening in de begrippenlijst opgenomen, maar komt nergens terug in de verordening. Het begrip komt ook niet terug in de nieuwe marktverordening of het inrichtingsplan. Daarom is het weggehaald. Voertuig Dit begrip is verdisconteerd in het inrichtingsplan, maar behoeft geen uitleg. In het inrichtingsplan wordt reeds een specifieke verwijzing gemaakt.
Veranderd: - Vaste standplaats De onbeperkte tijdslimiet is eruit gehaald en er is een tijdslimiet gebonden aan een vaste standplaats van in dit geval 20 jaar. - Markt Voor een markt is een minimum aantal van 5 vaste standplaatshouders opgenomen zodat bij een lager aantal de ingestelde markt vervalt en vergunningen worden omgezet
Met opmerkingen [RW1]: Voorbeeld Sevenum
-
2.
Artikel 2. Inrichting van de markt; branche-indeling Het college bepaalt ten aanzien van de markt: a. het aantal standplaatsen; b. de afmetingen van de standplaatsen; c. de opstelling en indeling van de markt; d. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkerplaats; e. de tijden waarop de markt plaatsvindt. Het college kan voor de markt vaststellen: a. een lijst met artikelengroepen of branches; b. een maximum aantal meters per branche.
Artikel 3. Inrichtingsplan en nadere regels Lid 1 Het college stelt een inrichtingsplan voor de markt vast, in het bijzonder met betrekking tot de volgende onderwerpen: a. het instellen van een marktcommissie; b. de locatie van de markt met een plattegrond van het marktterrein; c. de dagen en tijden waarop de markt gehouden wordt; d. afgelastingen en verplaatsingen van de markt; e. een branche-indeling met het maximum aantal vergunninghouders per branche; f. het gebruik van de marktvergunningen zoals regels over het persoonlijk innemen van de standplaats, vervanging, afwezigheid en de minimale frequentie dat de standplaats moet worden ingenomen; g. het gebruik van de standplaatsen en het marktterrein, zoals de tijden dat de markt mag worden opgebouwd en afgebroken, het schoonhouden van het marktterrein en het gebruik van geluidsapparatuur; h. de veiligheidsnormen die van toepassing zijn op het marktterrein in het kader van de opstelling van de markt, het plaatsen en
naar standplaatsvergunningen onder het standplaatsenbeleid. Marktcommissie Het begrip is meer geactualiseerd waardoor het meer aansluit bij de Marktverordening en het inrichtingsplan.
Niet alle begripsomschrijvingen komen in de tekst van de nieuwe Marktverordening terug. In het inrichtingsplan wordt verwezen naar dezelfde begripsomschrijving, vandaar de keuze om de lijst zo compleet mogelijk te maken. In de oude verordening is opgenomen dat het college hierover een regeling maakt, maar dat is nooit gebeurd. In de nieuwe verordening is artikel 3 opgenomen waarin wordt bepaald dat het college een inrichtingsplan vaststelt met daarin de genoemde onderwerpen. In artikel 3 van de nieuwe marktverordening wordt een verwijzing gemaakt naar het inrichtingsplan precies hoe dat er uit komt te zien om het zo concreet mogelijk te maken. Als vangnetbepaling is lid 3 opgenomen. Mocht in de toekomst blijken dat het inrichtingsplan niet toereikend is, dan is er op basis hiervan een vangnetbepaling.
3.
Artikel 3 Dag, tijd en plaats van de markt Het college stelt de data, tijden en plaats van jaarmarkten en/of reguliere marktdagen vast. Het college kan op grond van dringende redenen, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden: a. op een andere dag; b. op een andere tijd; c. op een andere plaats. Het college is bevoegd te bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, indien de in het eerste lid bedoelde dag samenvalt met een van de in artikel 2, eerste lid, onder b van de Winkeltijdenwet genoemde dagen. Valt een marktdag samen met een algemeen erkende, christelijke of nationale feestdag, dan vervalt de markt op die dag. Het college kan de vervallen markt
gebruiken van voertuigen op de markt, de brandveiligheid, het gebruik van bakkramen en bakwagens met bijbehorende apparatuur en de hygiëneregels; i. de verdeelprocedure die zij toepassen bij het verdelen van marktvergunningen. Lid 2 Op de plattegrond van het marktterrein zijn in ieder geval aangegeven: a. de grenzen van de markt; b. de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een marktvergunning; c. de verplichte calamiteitenroutes. Lid 3 Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende de markt. Zie artikel 3 nieuwe marktverordening.
In de oude verordening is opgenomen dat het college data, tijden en plaats van jaarmarkten en reguliere marktdagen vaststelt. Dat is nooit gebeurd. In de nieuwe marktverordening wordt die bevoegdheid ook aan het college gegeven en in het inrichtingsplan wordt daar gehoor aan gegeven. De uiteindelijke uitwerking van de bevoegdheid van het college is nader uitgewerkt in het inrichtingsplan en wordt niet meer nader omschreven in de marktverordening zoals wel in de oude verordening is gebeurd.
4.
5.
X.
X.
verplaatsen naar een nader door het college aan te wijzen dag; Bij bijzondere omstandigheden kan het college het houden van markt, ook op andere dan de hiervoor bedoelde dagen, verbieden. Zo tijdig mogelijk wordt van een wijziging van de markt of het verbod tot het houden van markt openbaar aankondiging gedaan. Artikel 4 De marktcommissie Lid 1 Het college kan een commissie van advies instellen die tot taak heeft het college te adviseren inzake marktaangelegenheden. Lid 2 Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van deze marktcommissie. Artikel 5 Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.
Zie artikel 3 nieuwe marktverordening.
Zie artikel 3 lid 3 nieuwe marktverordening.
Artikel 4. Mandaatverboden Lid 1 De verplichting tot het vaststellen of wijzigen van een inrichtingsplan wordt niet gemandateerd. Lid 2 De bevoegdheid tot het verlenen of intrekken van een marktvergunning wordt niet gemandateerd aan de marktmeester of andere toezichthouder. Artikel 6. Vergunningaanvraag Lid 1 Een aanvraag voor een marktvergunning wordt ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Lid 2
In de oude verordening is opgenomen dat het college een marktcommissie kan instellen. Die is er wel, maar is niet door het college ingesteld. In het inrichtingsplan is nu eveneens de bevoegdheid opgenomen om een marktcommissie in te stellen. De uiteindelijke uitwerking van de bevoegdheid van het college is nader uitgewerkt in het inrichtingsplan en wordt niet nader omschreven in de marktverordening. In artikel 3 lid 3 van de nieuwe marktverordening is exact dezelfde tekst opgenomen, maar dan als onderdeel van een artikel en niet als artikel op zichzelf staand. Mandaatverboden zijn in de oude verordening niet opgenomen. In de nieuwe verordening is dit wel opgenomen conform het VNG model.
In de oude verordening is de procedure rondom een vergunningaanvraag niet opgenomen. Dit is in de nieuwe verordening wel gedaan. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij het standplaatsenbeleid.
6.
Artikel 6 Voorschriften en beperkingen Lid 1 Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
Tegelijk met het aanvraagformulier moeten de volgende gegevens en stukken worden ingediend: a. een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager; b. een situatietekening op schaal waaruit blijkt hoe de locatie zal worden ingericht, met de opgave van het aantal vierkante meters dat in totaal in beslag genomen wordt, inclusief luifel, dissel, parasols, prullenbakken, uithangborden en andere uitstallingen die onderdeel uitmaken van de standplaats; c. een foto van de verkoopinrichting; d. een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel; e. een verzekeringsbewijs in verband met wettelijke aansprakelijkheid; f. indien van toepassing, een kopie van het verblijfsdocument waarin is beschreven dat de aanvrager de bevoegdheid heeft om in Nederland te mogen werken c.q. te ondernemen. Lid 3 Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Het college kan deze termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. Artikel 7. Voorschriften en beperkingen marktvergunningen Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze Verordening verleende vergunning. De houder van een marktvergunning is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. De houder van een marktvergunning is eveneens verplicht zich
Artikel 7 uit de nieuwe verordening is opgenomen onder het hoofdstuk ‘vergunningen’ omdat het daar betrekking op heeft. In de oude verordening was dit artikel opgenomen onder het hoofdstuk ‘algemene bepalingen’. Bovendien zijn er nuanceverschillen in de redactionele uitleg.
7.
8.
Lid 2 Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. Artikel 7 Standplaatsvergunning Lid 1 Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. Lid 2 Indien sprake is van seizoenproducten kan het college een vastestandplaatsvergunning verlenen voor een bepaald seizoen. Lid 3 Bij wijze van proef kan de marktmeester, voorafgaand aan een vastestandplaatsvergunning, tijdelijk toestemming verlenen voor het innemen van een standplaats op de markt voor een periode van maximaal drie achtereenvolgende maanden. Na deze periode zal worden overgegaan tot het verlenen van een vastestandplaatsvergunning of weigering van een vergunning. Het is niet mogelijk nogmaals tot een verlenging van de toestemming over te gaan.
Artikel 8 Vereisten Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt
te houden aan het bij of krachtens deze Verordening bepaalde en het bepaalde in het van toepassing zijnde inrichtingsplan.
Artikel 5. Vergunningplicht Lid 1 Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder marktvergunning van het college. Lid 2 Het college verleent alleen vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college. Lid 3 Een marktvergunning kan slechts aan één natuurlijke persoon worden verstrekt. Lid 4 De houder van een marktvergunning kan zich, tenzij deze Verordening zich daartegen verzet, laten vervangen door maximaal één vaste vervanger, mits de vaste vervanger vermeld staat op de vergunning. Alle bepalingen die van toepassing zijn op de houder of aanvrager van een marktvergunning zijn eveneens van toepassing op zijn vaste vervanger. Daar waar in deze Verordening, het van toepassing zijnde inrichtingsplan of de vergunningvoorschriften de aanvrager of de houder van een marktvergunning bedoeld wordt, dient ook zijn vaste vervanger daartoe te worden begrepen. Zie artikel 5 lid 2 nieuwe verordening.
Het verbod op het innemen van een standplaats is opgenomen in artikel 5 van de nieuwe verordening. Daarin is eveneens het vereiste opgenomen om in aanmerking te komen voor een vergunning. Dat vereiste is onder de oude verordening opgenomen in een separaat artikel. Redactioneel zijn er nuanceverschillen. De proefplaatsen zijn niet opgenomen omdat in de nieuwe verordening promotieplaatsen zijn opgenomen. Degenen die met een proefvergunning wilden staan, zouden dat nu ook kunnen met een promotieplaatsvergunning. Verder is uitgewerkt dat een marktvergunning slechts aan één natuurlijke persoon kan worden verstrekt, en die kan zich eventueel laten vervangen door een vaste vervanger, mits die vervanger op de vergunning staat. Op de vervanger zijn alle bepalingen van toepassing die ook op de houder of aanvrager van een marktvergunning van toepassing zijn. Voor promotieplaatsvergunningen is bewust niet gekozen voor een vaste vervanger gelet op de aard van die vergunning en de korte looptijd.
Redactioneel zijn er nuanceverschillen.
9.
en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college. Artikel 9 Inhoud vastestandplaatsvergunning Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; c. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; d. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend; e. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; f. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; g. welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; en h. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. i. Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht.
Artikel 8. Inhoud marktvergunningen Een marktvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en de geboorteplaats van de vergunninghouder; b. de verkoopinrichting en andere verkoopmaterialen die de houder van een marktvergunning bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; c. de frontbreedte van de standplaats; d. de datum waarop aan de houder van een marktvergunning de vergunning wordt verleend; e. de looptijd van de vergunning; f. het soort artikelen of artikelengroep dat of die de houder van een marktvergunning mag verhandelen of de branche waartoe de houder van een marktvergunning behoort; g. de wijze waarop de houder van een marktvergunning zijn elektriciteit betrekt; h. indien elektra van de gemeente wordt afgenomen: de omvang van de elektriciteitsafname; i. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur de houder van de marktvergunning gebruikt bij de inname van zijn standplaats; j. de voorwaarden die op de vergunning van toepassing zijn.
Adres en woonplaats zijn geschrapt omdat dit onderhevig is aan verandering en bovendien niets toevoegt. Verder zijn er nuanceverschillen en bepaalde ‘voorwaardelijke eisen’, zoals dat de vergunninghouder zorg moet dragen voor het verwijderen van afval, zijn onder een bredere noemer gezet, namelijk de voorwaarden die op de vergunning van toepassing zijn. Deze voorwaarden vinden vervolgens hun grondslag in de Verordening en het inrichtingsplan.
j.
X.
Indien gebruik wordt gemaakt van de gemeentelijke stroomkasten worden de gemaakte stroomkosten achteraf bij de verbruiker in rekening gebracht. Artikel 9. Weigering marktvergunning Lid 1 De aanvraag voor een marktvergunning wordt geweigerd indien: a. de aanvrager op grond van deze Verordening niet in aanmerking komt voor de vergunning die de aanvrager aanvraagt; b. geen verklaring omtrent gedrag met algemeen screeningsprofiel of soortgelijk document van een buitenlandse justitiële instantie kan worden overgelegd dat uiterlijk drie maanden vóór de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend is afgegeven; c. in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. het innemen van de standplaats niet past binnen de regels en / of de plattegrond uit het van toepassing zijnde inrichtingsplan; e. de aanvrager reeds een vergunning heeft voor het innemen van een standplaats op de betreffende markt; f. de branche-indeling daartoe aanleiding geeft. Lid 2 De aanvraag voor een marktvergunning kan worden geweigerd indien: a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
In de oude verordening zijn de weigeringsgronden voor het aanvragen van een vergunning niet opgenomen. Het is zinvol om deze wel op te nemen omdat het kaders stelt en willekeur voorkomt. Zoveel mogelijk is aangesloten bij de weigeringsgronden uit de APV.
X.
b. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke omstandigheden niet overeenkomen met de aanvraag; c. de aanvraag wordt gedaan door de aanvrager van wie de marktvergunning minder dan een jaar geleden is ingetrokken wegens het overtreden van het bij of krachtens deze Verordening bepaalde, het overtreden van de nadere regels die zijn gesteld in het van toepassing zijnde inrichtingsplan, of het overtreden van vergunningvoorschriften. Lid 3 Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel, weigert het college de aanvraag voor een vaste standplaatsvergunning indien de aanvrager niet in aanmerking komt voor een vergunning gelet op de keuze in de verdeelprocedure uit het van toepassing zijnde inrichtingsplan. Lid 4 Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel, weigert het college de aanvraag voor een promotieplaatsvergunning als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een vergunning gelet op de rangschikking van marktvergunningen conform hoofdstuk 3 van deze Verordening. Artikel 10. Opheffing markt Lid 1 Indien op de markt minder dan vijf vaste standplaatsvergunningen zijn verleend, vervalt de door het college ingestelde reguliere warenmarkt.
Lid 2 Indien de markt vervalt conform lid 1 van dit artikel, worden de op dat moment actief zijnde vaste standplaatsvergunningen voor de markt omgezet in vaste standplaatsvergunningen overeenkomstig de Algemene Plaatselijke
Dit artikel is in de oude verordening niet opgenomen. In de nieuwe verordening is dit opgenomen met het oog op een markt die mogelijk leegloopt, zoals bijvoorbeeld in Sevenum. Wanneer dat aan de orde is, is het praktischer om de markt op te heffen en de vergunningen om te zetten in vergunningen conform APV en standplaatsenbeleid. Hierin is bijvoorbeeld geen specifieke rol voor marktcommissie, marktmeester en dergelijke.
Verordening Openbare Orde & Veiligheid en de op grond daarvan vastgestelde beleidsregels standplaatsen gemeente Horst aan de Maas, voor de resterende duur van de oorspronkelijke marktvergunningen. Lid 3 Wanneer een vaste standplaatsvergunning op de markt ingevolge lid 2 van dit artikel wordt omgezet in een vaste standplaatsvergunning overeenkomstig de Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid en de op grond daarvan vastgestelde beleidsregels standplaatsen gemeente Horst aan de Maas, zijn de bepalingen uit deze Verordening en het van toepassing zijnde inrichtingsplan niet langer van toepassing op de omgezette vergunning. De bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid en de op grond daarvan vastgestelde beleidsregels standplaatsen gemeente Horst aan de Maas zijn vanaf dat moment van toepassing op de omgezette vergunningen, met uitzondering van de bepalingen die een maximum aantal standplaatsen in een dorpskern beletten. Deze uitzondering geldt enkel voor de omgezette vergunningen op de dag en het tijdstip waarop eerder de reguliere ingestelde warenmarkt plaatsvond.
Lid 4 Een vaste standplaatsvergunning overeenkomstig de Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid en de op grond daarvan vastgestelde beleidsregels standplaatsen gemeente Horst aan de Maas die voortvloeit uit omzetting conform dit artikel, is niet onderhevig aan leges conform de Verordening op de heffing en invordering van leges gemeente Horst aan de Maas om
.
10.
11
Artikel 10 Inschrijving op de vergunninghouderslijst Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort. Artikel 11 Inschrijving op de wachtlijst Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de wachtlijst, indien de aanvrager voor een standplaats voldoet aan het bepaalde in artikel 8, maar aan hem geen vaste plaats kan worden toegewezen en de aanvrager heeft aangegeven dat hij op de wachtlijst wil worden geplaatst. Het college vermeldt bij de inschrijving, als bedoeld in het eerste lid, in ieder geval: a. de naam en voornamen, het adres en de woonplaats van de aanvrager; b. de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen; c. de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe hij behoort; d. de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken.
bestaande rechten zoveel mogelijk te eerbiedigen. Dit artikel is niet ingevoegd.
Dit artikel is niet ingevoegd.
Het opnemen van dit artikel heeft geen toegevoegde waarde. Overigens hebben wij ook niet zo’n lijst. Daarom is dit artikel geschrapt.
Het opnemen van dit artikel heeft geen toegevoegde waarde. Overigens hebben wij ook niet zo’n lijst. Daarom is dit artikel geschrapt.
12
13
Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving. De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt verlengd. Artikel 12 Overgangsregeling wachtlijst Er geldt een overgangsregeling van drie jaar voor de wachtlijst welke inhoudt, dat met ingang van 01-062012 geen nieuwe aanvragen meer in behandeling worden genomen. Dit betekent dat alle ingeschrevenen op de diverse wachtlijsten, in verband met de afbouw van de wachtlijst, nog maximaal drie jaar blijven ingeschreven. Met ingang van 01-062015 verdwijnen de wachtlijsten. Artikel 13 Doorhalen van inschrijving op wachtlijst Tot 01-06-2009 wordt de inschrijving op de wachtlijst doorgehaald: a. indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks voor 1 januari heeft verlengd; b. op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; c. bij overlijden van de ingeschrevene; d. wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste standplaats verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; e. indien niet meer aan de vereisten van artikel 8 wordt voldaan.
Dit artikel is niet ingevoegd.
Het opnemen van dit artikel heeft geen toegevoegde waarde. Overigens hebben wij ook niet zo’n lijst. Daarom dit artikel geschrapt. In het artikel uit de oude verordening is ook opgenomen dat de wachtlijsten verdwijnen per 1 juni 2015.
Dit artikel is niet ingevoegd.
Het opnemen van dit artikel heeft geen toegevoegde waarde. Overigens hebben wij ook niet zo’n lijst. Daarom dit artikel geschrapt.
14.
Artikel 14 Inschrijving op de plaatsverbeteringslijst Lid 1 Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de plaatsverbeteringslijst, indien de aanvrager als vergunninghouder de wens te kennen geeft een andere vaste standplaats te willen innemen, waaronder begrepen een verandering van een standplaats of een aanpassing van de afmetingen van de vaste standplaats, dan die nu wordt ingenomen. Lid 2 Het college vermeldt bij de inschrijving, als bedoeld in het eerste lid, in ieder geval: a. de naam en voornamen, het adres en de woonplaats van de aanvrager; b. de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen; c. de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe hij behoort; d. de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken. Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving. De aanvrager kan zich voor maximaal drie alternatieve standplaatsen inschrijven; De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt verlengd.
Dit artikel is niet ingevoegd. Wel is er iets over opgenomen in het marktinrichtingsplan.
Dit artikel gaat over plaatsveranderingen van vaste standplaatshouders. In het inrichtingsplan is een artikel opgenomen over plaatsverandering na het beschikbaar komen van vaste standplaatsen. Wij werken niet met een plaatsverbeteringslijst dus dit is uit de verordening gehaald. Bovendien gaat plaatsverbetering over de uitvoering en past daarom beter in het inrichtingsplan dan in de verordening. Er is daarom iets over ogenomen in het inrichtingsplan.
15.
Wanneer de aanvrager een aan hem aangeboden standplaats afwijst, ondanks de vermelding op de plaatsverbeteringslijst, wordt de aanvrager direct van de lijst verwijderd. Artikel 15 Volgorde toewijzing vaste standplaatsen Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meerdere aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats toegewezen volgens de brancheindeling, rekening houdend met de plaatsverbeteringslijst. Het is aan de marktmeester om te beoordelen welke aanvraag het beste past binnen het bestaande aanbod van de markt. De standplaats wordt achtereenvolgens toegewezen aan: a. de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de plaatsverbeteringlijst; b. degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst.
Artikel 11. Verdeling beschikbare vaste standplaatsvergunningen Lid 1 Het college legt in het van toepassing zijnde inrichtingsplan vast of zij de verdeelprocedure van artikel 13 dan wel artikel 14 toepast bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning. Lid 2 Het college kan in het van toepassing zijnde inrichtingsplan vastleggen of zij de verlengingsprocedure van artikel 12 toepast bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning. Artikel 13. Verdeling vaste standplaatsvergunningen via selectie Lid 1 Bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning kan het college deze verdelen via selectie. Lid 2 Bij de verdeling via selectie maakt het college door een openbare kennisgeving in het Gemeenteblad bekend dat de vaste standplaatsvergunning voor de duur van 20 jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. Lid 3 Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend, maar onvolledig is, krijgt de
De verdeling van vaste standplaatsen geschiedt in de nieuwe marktverordening anders dan voorheen. In de nieuwe marktverordening is het namelijk zo dat vergunningen na 20 jaar aflopen. Dat was eerst niet zo. Na de aflooptermijn van 20 jaar kan de standplaatsvergunning weer verdeeld worden. Dat kan geschieden via loting of selectie. Beide zijn opgenomen in de marktverordening. Artikel 11 bepaalt namelijk dat het college in het inrichtingsplan vaststelt of de verdeelprocedure van selectie of loting wordt toegepast.
aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. Lid 4 Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze Verordening bepaalde, komen voor beoordeling als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel in aanmerking. Lid 5 Bij de beoordeling van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de criteria die in het van toepassing zijnde inrichtingsplan zijn vastgesteld. Artikel 14. Verdeling vaste standplaatsvergunningen via loting Lid 1 Bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning kan het college deze verdelen via loting. Lid 2 Bij de verdeling via loting maakt het college door een openbare kennisgeving in het Gemeenteblad bekend dat de vaste standplaatsvergunning voor de duur van 20 jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. Lid 3 Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers
X.
X.
op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. Lid 4 Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze Verordening bepaalde, krijgen een lotnummer. Lid 5 De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd. Lid 6 Het college verleent de vaste standplaatsvergunning op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking. Artikel 15. Verdeling beschikbare promotieplaatsvergunningen Lid 1 Het college kan een promotieplaatsvergunning verstrekken voor zover op de aangevraagde locatie geen vaste standplaatsvergunning is verleend. Lid 2 De branche-indeling uit het van toepassing zijnde inrichtingsplan wordt bij het verdelen van beschikbare promotieplaatsvergunningen in acht genomen. Daarbij hebben aanbieders van een nog niet op de markt verkrijgbaar artikel of artikelengroep voorrang. Lid 3 Het college verdeelt de beschikbare promotieplaatsen, behoudens lid 2 van dit artikel, op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen. Artikel 16. Algemene bepalingen vaste standplaatsvergunningen Lid 1 Het college kan een vaste standplaatsvergunning verlenen voor de duur
In de oude marktverordening waren er geen promotieplaatsvergunningen. Onder de nieuwe verordening is dit als oplossing meegenomen. Daarmee kunnen dagplaatsen en standwerkplaatsen verdwijnen. Daar werd in de praktijk nauwelijks gebruik van gemaakt. Verder zijn de proefplaatsen verdwenen. Alle geïnteresseerden voor een dagplaats, standwerkplaats of proefplaats kunnen een promotieplaatsvergunning aanvragen. Dit biedt gelijkheid voor in de aanvraag. Zo kunnen we voor alle ondernemers op de markt dezelfde screening toepassen en weten we wie er op onze markt staat.
Deze algemene bepalingen over vaste standplaatsvergunningen is niet opgenomen in de oude verordening.
16.
Artikel 16 Overschrijving vastestandplaatsvergunning In geval van overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid of anderszins stopzetten van de activiteiten van de vergunninghouder kan de vastestandplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of
van 20 jaar op het op de vergunning vermelde gebied. De aanwijzing van de exacte locatie geschiedt door de marktmeester. Lid 2 Op verzoek van de aanvrager kan het college een vaste standplaatsvergunning verlenen voor een kortere periode dan de periode genoemd in lid 1. Lid 3 Het college en de marktmeester kunnen in bijzondere gevallen tijdelijk of permanent een andere standplaats aanwijzen. Lid 4 Een vaste standplaatsvergunning is niet overdraagbaar, maar wel overschrijfbaar conform artikel 17 van deze Verordening. Lid 5 De houder van een vaste standplaatsvergunning kan zich op marktdagen laten bijstaan door een of meerdere personen. Artikel 17. Overschrijven vaste standplaatsvergunningen Lid 1 Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vaste standplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 13, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 13, vijfde lid.
Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving
Er zijn nuanceverschillen in de artikelen omdat de verdeelprocedure uit de nieuwe verordening en de branche indeling ook hierop van toepassing is. Dit is verwerkt in het artikel van de nieuwe verordening.
gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste of het tweede lid, kan een vennoot/mede-eigenaar van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar als vennoot/medeeigenaar van het marktbedrijf geregistreerd staat en ook als zodanig werkzaam is geweest. Overschrijving volgens het bovenstaande leden is niet mogelijk als degene die de overschrijving heeft aangevraagd al een vastestandplaatsvergunning op de weekmarkt te Horst heeft. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder, nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld of nadat het college een schriftelijke verklaring van vergunninghouder inzake het stopzetten van de vergunninghouder heeft ontvangen. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep. Lid 2 Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, kan het college de vaste standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste drie jaren in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 13, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel 13, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep. Lid 3 De overschrijving van de vaste standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de in het van toepassing zijnde inrichtingsplan vastgelegde verdeelprocedure van de artikelen 13 of 14. Lid 4 In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend.
Lid 5 Het college wijst de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze Verordening bepaalde.
X.
Artikel 12. Verlenging na afroep vaste standplaatsvergunningen Lid 1 Bij het beschikbaar komen van een vaste standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kan het college de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn. Lid 2 Bij de verlenging na afroep maakt het college twaalf weken voor het einde van de duur van de vaste standplaatsvergunning door een openbare kennisgeving in het Gemeenteblad bekend dat deze vergunning beschikbaar komt voor de duur van 20 jaar. Lid 3 Bij deze openbare kennisgeving worden gegadigden uitgenodigd om hun belangstelling voor de vaste standplaatsvergunning binnen vier weken na de kennisgeving kenbaar te maken op de in de openbare kennisgeving door het college aangegeven wijze. Lid 4 Als binnen de gestelde termijn van lid 2 van dit artikel alleen de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan het bij of krachtens deze Verordening bepaalde, verlengt het college zijn vaste standplaatsvergunning met 20 jaar. Lid 5 Als binnen de gestelde termijn van lid 2 van dit artikel naast de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd.
In dat geval past het college de in het van toepassing zijnde inrichtingsplan vastgelegde procedure van de
De procedure voor verlenging na afroep van vaste standplaatsvergunningen is in de oude verordening niet opgenomen. Dat komt omdat toen de vergunningen voor onbepaalde tijd werden afgegeven, dus dat kwam niet voor. Nu komt dat wel voor en is een bepaling opgenomen daarover.
17.
Artikel 17 Intrekking vastestandplaatsvergunning Het college trekt een vastestandplaatsvergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 16 de vergunning wordt overgeschreven. Het college kan een vaste standplaatsvergunning al dan niet voorwaardelijk intrekken dan wel voor ten hoogste 4 achtereenvolgende marktdagen schorsen indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. niet meer voldoet aan de in artikel 8 genoemde vereisten; c. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; d. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
artikel 13 of 14 van deze Verordening toe, met uitzondering van het tweede lid van deze artikelen. Lid 6 In het in het vijfde lid van dit artikel bedoelde geval stelt het college de gegadigden ervan in kennis dat de procedure van de artikelen 13 of 14 wordt toegepast en dat zij vóór de door het college genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. Artikel 18. Intrekking en vervallen vaste standplaatsvergunningen Lid 1 Het college trekt de vaste standplaatsvergunning in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of b. twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 17 een aanvraag tot overschrijving is ingediend. Lid 2 Het college kan de vaste standplaatsvergunning intrekken als: a. de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. de vergunninghouder uit periodieke toetsing in enig opzicht van slechts levensgedrag blijkt; c. de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog; d. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet en de geldende Marktgeldenverordening; e. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden
Bij de kan-bepaling zijn er nuanceverschillen. Er is zoveel mogelijk aangesloten bij de APV en standplaatsenbeleid gehanteerde bepalingen om eenduidigheid uit te stralen in onze werkwijze.
18.
e. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. f. indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 16 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken. g. indien de vergunninghouder wegens ziekte gedurende twee jaar zijn standplaats niet heeft kunnen innemen. h. indien de vergunninghouder minder dan tien maal per kwartaal zijn standplaats heeft ingenomen. i. indien de vergunninghouder blijft volharden in het overtreden van de vergunningvoorschriften en/of het bepaalde in de “Marktverordening Horst aan de Maas 2009” en de uitvoeringsbepalingen. j. indien de in artikel 22 derde lid genoemde geneeskundige verklaring niet binnen de gestelde termijn aan het college wordt verstrekt. Artikel 18 Toewijzing dagplaats Lid 1 Toewijzing van een dagplaats geschiedt door toestemming van de marktmeester op het moment dat de
nageleefd, of in strijd wordt gehandeld met deze Verordening of de bepalingen uit het van toepassing zijnde inrichtingsplan; f. de vergunninghouder zijn standplaats kennelijk niet of onjuist inneemt. Lid 3 Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kan het college bepalen dat de betreffende vaste standplaats tijdelijk vervalt. Lid 4 Als de vergunninghouder de standplaats niet uiterlijk om 09.00 uur heeft ingenomen, vervalt de vaste standplaatsvergunning voor de rest van de dag.
In de nieuwe verordening is de mogelijkheid van het toewijzen van dagplaatsen niet meer opgenomen omdat daar in de praktijk nauwelijks behoefte aan blijkt te bestaan.
In de oude marktverordening waren er geen promotieplaatsvergunningen. Onder de nieuwe verordening is dit als oplossing meegenomen. Daarmee kunnen dagplaatsen en standwerkplaatsen verdwijnen. Daar werd in de praktijk nauwelijks
19
standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen. Lid 2 De dagplaats wordt toegewezen rekening houdend met de brancheindeling. De gegadigden melden zich daarvoor op de dag zelf vóór 08.30 uur bij de marktmeester. Artikel 19 Toewijzing standwerkerplaats Een gegadigde voor een standwerkerplaats dient uiterlijk om 16.00 uur op de dag, voorafgaand aan de dag waarop de markt wordt gehouden, de wens tot het innemen van een standwerkerplaats aan de marktmeester kenbaar te maken. De marktmeester wijst een standwerkerplaats toe in de volgorde van aanmelding. Een ingeschrevene op de wachtlijst kan niet voor een standwerkerplaats in aanmerking komen zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. Het aantal uit te geven standwerkerplaatsen bedraagt maximaal 5. De toewijzing van standwerkplaatsen geschiedt door de marktmeester, per markt, 30 minuten voor de aanvang van de markt. Als standwerker komen in aanmerking: a. een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie;
gebruik van gemaakt. Verder zijn de proefplaatsen verdwenen. Alle geïnteresseerden voor een dagplaats, standwerkplaats of proefplaats kunnen een promotieplaatsvergunning aanvragen. Dit biedt gelijkheid voor in de aanvraag. Zo kunnen we voor alle ondernemers op de markt dezelfde screening toepassen en weten we wie er op onze markt staat. In de nieuwe verordening is de mogelijkheid van het toewijzen van standwerkplaatsen niet meer opgenomen omdat daar in de praktijk nauwelijks behoefte aan blijkt te bestaan.
In de oude marktverordening waren er geen promotieplaatsvergunningen. Onder de nieuwe verordening is dit als oplossing meegenomen. Daarmee kunnen dagplaatsen en standwerkplaatsen verdwijnen. Daar werd in de praktijk nauwelijks gebruik van gemaakt. Verder zijn de proefplaatsen verdwenen. Alle geïnteresseerden voor een dagplaats, standwerkplaats of proefplaats kunnen een promotieplaatsvergunning aanvragen. Dit biedt gelijkheid voor in de aanvraag. Zo kunnen we voor alle ondernemers op de markt dezelfde screening toepassen en weten we wie er op onze markt staat.
b. de kooplieden, welke bij voortduring daadwerkelijk als standwerker optreden en maximaal 2 uit 4 weken als standwerker op de markt in Horst aan de Maas optreden. Een standwerker mag maximaal één artikel aanbieden. Indien hierover onduidelijkheid bestaat ligt de beslissingsbevoegdheid bij de marktmeester. Wanneer het artikel wat de standwerker aanbiedt, reeds vertegenwoordigd is in een vaste standplaats, mag dezelfde standwerker maximaal één maal per vier weken een standwerkerplaats op de markt innemen. Indien blijkt dat een standwerker niet bij voortduring als zodanig optreedt, zal hij of zij door de marktmeester worden gewaarschuwd. Deze waarschuwing zal schriftelijk worden bevestigd. Bij herhaling kan de marktmeester bepalen dat betrokkene voor de duur van ten hoogste zes maanden niet meer voor een standwerkerplaats in aanmerking komt. Bij herhaling van de overtreding, nadat de standwerker al eerder voor zes maanden voor een standwerkerplaats is uitgesloten, kan het college bepalen dat de betrokkene voor de duur van ten hoogste twee jaren niet meer in aanmerking komt voor een standwerkerplaats.
De marktmeester bepaalt of een standwerker daadwerkelijk als zodanig optreedt. Het is verboden bij het standwerken gebruik te maken van prijskaarten en meet- en weegwerktuigen. De standwerker dient de aan hem toegewezen standplaats persoonlijk in te nemen. Hij mag zich niet doen bijstaan mits hiervoor vooraf door de marktmeester toestemming is verleend. De frontbreedte van de standwerkerplaats is maximaal 3 meter. X.
Artikel 19. Algemene bepalingen promotieplaatsvergunningen Lid 1 Het college kan, ter completering van de markt, promotieplaatsvergunningen verlenen ter promotie van een product, dienst, activiteit, stichting, vereniging of onderneming. Een promotieplaatsvergunning kan maximaal tweemaal per kalenderjaar worden verleend en maximaal driemaal aan dezelfde persoon, tenzij de aanvrager een ander(e) product, dienst, activiteit, stichting, vereniging of onderneming promoot. Lid 2 Een promotieplaatsvergunning kan worden verleend op de op het vergunning vermelde gebied. De aanwijzing van de exacte locatie geschiedt door de marktmeester. Het college en de marktmeester kunnen in bijzondere gevallen tijdelijk of permanent een andere standplaats aanwijzen. Lid 3 Een promotieplaatsvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich
In de oude verordening kenden we het begrip promotieplaatsvergunningen niet. Omdat de markt niet vol is en we meer ondernemers willen aantrekken op de markt, hebben we de optie opgenomen op promotieplaatsvergunningen te verstrekken. Deze kunnen in de marktgeldenverordening dan ook mogelijk tegen een lager tarief worden belast. Overigens vergt dat nog wel een aanpassing in de marktgeldenverordening.
X.
20.
Artikel 20 Persoonlijk innemen standplaats; bijstand
niet laten vervangen. Lid 4 De houder van een promotieplaatsvergunning kan zich op marktdagen laten bijstaan door een of meerdere personen. Artikel 20. Intrekking en vervallen promotieplaatsvergunningen Lid 1 Het college trekt de promotieplaatsvergunning in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of b. twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling. Lid 2 Het college kan de promotieplaatsvergunning intrekken als: a. de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. de vergunninghouder uit periodieke toetsing in enig opzicht van slecht levensgedrag blijkt; c. de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog; d. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet en de geldende Marktgeldenverordening; e. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd, of in strijd wordt gehandeld met deze Verordening of de bepalingen uit het van toepassing zijnde inrichtingsplan; f. de vergunninghouder zijn standplaats kennelijk niet of onjuist inneemt. Dit artikel is niet ingevoegd. Wel is er iets over opgenomen in het marktinrichtingsplan.
Bij de intrekkingsgronden wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de intrekkingsgronden van de vaste standplaatsvergunningen op de markt en dus ook de APV en het standplaatsenbeleid.
Dit artikel gaat over het gebruik van de vergunning, namelijk dat de standplaats persoonlijk moet worden
21.
22.
Lid 1 De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. Lid 2 De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan. Lid 3 De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog. Artikel 21 Aantal keren innemen vaste standplaats De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 22 en 23. Artikel 22 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden Lid 1 De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. Lid 2 De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld.
ingenomen. In het marktinrichtingsplan is een artikel opgenomen over het persoonlijk innemen van de standplaats. Dit gaat namelijk over de uitvoering en past daarom beter in het marktinrichtingsplan dan in de verordening. Er is daarom iets over opgenomen in het marktinrichtingsplan.
Dit artikel is niet ingevoegd. Wel is er iets over opgenomen in het marktinrichtingsplan.
Dit artikel is niet ingevoegd. Wel is er iets over opgenomen in het marktinrichtingsplan.
Dit artikel gaat over het gebruik van de vergunning, namelijk over de frequentie van het innemen van de standplaats. In het marktinrichtingsplan is een artikel opgenomen over de frequentie van het innemen van de standplaats. Dit gaat namelijk over de uitvoering en past daarom beter in het marktinrichtingsplan dan in de verordening. Er is daarom iets over opgenomen in het marktinrichtingsplan. Dit artikel gaat over het gebruik van de vergunning, namelijk over de afwezigheid. In het marktinrichtingsplan is een artikel opgenomen over de afwezigheid. Dit gaat namelijk over de uitvoering en past daarom beter in het marktinrichtingsplan dan in de verordening. Er is daarom iets over opgenomen in het marktinrichtingsplan.
Lid 3 Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte overlegt de vergunninghouder als bewijs van ziekte iedere drie maanden een geneeskundige verklaring aan het college, tenzij het college hiervan ontheffing heeft verleend. Lid 4 De in lid 3 genoemde geneeskundige verklaring dient te worden afgegeven door de GGD. De kosten voor deze geneeskundige verklaring zijn voor rekening van de vergunninghouder. 23.
24.
Artikel 23 Ontheffing en vervanging Lid 1 In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de standplaats op de markt in te nemen. Lid 2 Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon. Artikel 24 Legitimatie en identiteit vergunninghouder Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.
Dit artikel is niet ingevoegd. Wel is er iets over opgenomen in het marktinrichtingsplan.
Dit artikel gaat over het gebruik van de vergunning, namelijk over ontheffing en vervanging. In het marktinrichtingsplan is een artikel opgenomen over de ontheffing en vervanging. Dit gaat namelijk over de uitvoering en past daarom beter in het marktinrichtingsplan dan in de verordening. Er is daarom iets over opgenomen in het marktinrichtingsplan.
Artikel 21. Toonplicht vergunning Degene die een standplaats inneemt of wil innemen, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.