02c.7 AAA - T Bijlage 7 Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan In het kader van de Wet
natuurbescherming
Plangebied: Helenaveenseweg 23, Sevenum Opsteller(s): (geanonimiseerd)
en
Verordening
ruimte
Quickscan In het kader van de Wet
natuurbescherming
en
Verordening
ruimte Ondertitel
Plangebied: Helenaveenseweg 23, Sevenum
Opsteller(s)
(geanonimiseerd)
Datum
28-08-2019
Versienummer
02
Rapportkenmerk
ER20190626v02
Aantal
52
pagina's
Opdrachtgever
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Contactpersoon
(geanonimiseerd)
Collegiale
toets
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) HN EN 2012. Quickscan.
Wijze van citeren
In het kader
natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: van
de Wet
Helenaveenseweg 23, Sevenum Rapportkenmerk ER20190627v02. Ecoresult B.V, Dordrecht. Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 3315
DK
156
Dordrecht
078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
@
copyright Ecoresult
B.V. 2019
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
IH N O U DO SPAE G V
1 Inleiding. 1. 1 Aanleiding. 1. 2 Doel. 1. 3 Leeswijzer. 2 Toelichting onderzoekskader. 2. 1 Wet natuurbescherming. 2. 2 Verordening ruimte. 3 Omschrijving plangebied. 3. 1 Algemeen. 3. 2 Beschrijving. 3. 3 Voorgenomen ontwikkelingen. 3. 4 Planning. 4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden. 4. 1 Wet natuurbescherming. 4. 2 Verordening ruimte. 5 Onderzoeksresultaten beschermde soorten. 5. 1 Algemeen. 5. 2 Soorten Vogelrichtlijn. 5. 3 Soorten Habitatrichtlijn. 5. 4 Nationaal beschermde soorten. 6 Conclusies en aanbevelingen. 6. 1 Aanleiding. 6. 2 Beschermde gebieden. 6. 3 Beschermde soorten. 7 Geraadpleegde bronnen. 7. 1 Internet. Bijlage 1 Foto-impressie plangebied.
5 5 5 5 7 7 9 11 11 12 14 16 17 17 18 21 21 22 27 30 33 33 33 34 37 37 39
................ .................................... ........... ......... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ..... ..... ................ .................................... .......... ...... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ...... ..... .....
............... ............................. .................. ........... .......... ...... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ..... ..... ... .................... .................................... ........... ........... ......... ..... ..... ...... ..... ..... ...... .....
................ ..................... ........... ....... ..... ...... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ......
... .................... ............................ ...... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ..... ...... ......
.. .................... ................................. ..... ..... ..... ...... ..... ..... ..... ...... ..... ...... .....
.................. .................................... ..... ...... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ..... ......
. .................... .................................... ........... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ...... ..... .... ................. .................................... ........... ........... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ...... .... .................... ................................. ..... ..... ..... ...... ..... ..... ..... ......
.............. ........... .................................... ........... ........... ......... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ....
... .................... ............ ........... ........ ..... ...... ..... .....
... .................... .......................... ....... ..... ..... ...... ..... ..... ..... ...... ..... .....
.. .................... ............................... ..... ...... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... .....
.............. ......... ........ ........... .......... ..... ...... ..... ..... .....
. .................... .................................... ........... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ...... ..... .... ................. .................................... ....... ...... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... .................. ......................... .......... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ..... ..... ... .................... ................ ........... ...... ..... ..... ...... ..... ..... ..... .....
.............. ........... ............................ ..... ..... ...... ..... ..... ..... ...... ..... .....
................ .................................... ......... ...... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ...... ..... .... .................... .................................... ...... ...... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ......
.. .................... ................................. ..... ...... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ...... .....
.................. ..................................... ........... ..... ..... ..... ...... ..... ..... ...... .....
................. .................................... ........... ........ ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ..... ...... ..... ....
............... ............................. ........... ..... ..... ...... ..... ..... ..... ......
ecoresult
1
Inleiding
11
Aanleiding
In
opdracht
tussen
van
15.00 en
Aovies heeft Ecoresult BEN (geanonimiseerd)
woensdag 26 juni 2019 quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd:
17.00 een
B.V. op
om
Helenaveenseweg 23, Sevenum. De aanleiding betreft de sanering van een varkenshouderij en een bestemmi ngsplanwijziging naar een paardenhouderij (Locatie A, ca. 2 hectare). Daarnaast wordt
ook
er
gerealiseerd (Locatie
een
B ca.
nieuwe
vestiging
van
een
paardenhouderij mogelijk gemaakt
1,5 hectare). Zie verder hoofdstuk
3.2.
en
Deze werkzaamheden
kunnen
schadelij e effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quiekscan zoomt gehandeld dient
12
in op e
de
(mogelijke) effecten door de activiteiten
en
op welke
wijze
worden.
Doel
Door middel voorgenomen
van
bronnen-
ontwikkelingen kunnen
Overtreding auna.
oriënterend
een
en
veldonderzoek zal worden
onderzocht
of de
eiden tot:
verbodsbepa ingen voor (potentiee ) aanwezige In het kader van de We natuurbescherming (Wnb). van
soorten flora en
Overtreding van verbodsbepa ingen voor (potentiee ) aanwezige beschermde houtopstanden. In het ader van de Wet natuurbesc herming (Wnb). Een
(significant) negatief effec op instandhoudingsdoelstellingen gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherm ing (Wnb).
van
Natura 2000-
Een
(significant) negatief effec op de wezenlijke kenmerken en waarden van het atuurnetwerk Nederland (NN ). Of een negatief ef ect op anderzijds beschermde
natuurgebieden op provinciaa niveau (o.a. bijzonde re provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale andschappen, belangrijke weidevogel gebieden). In het ader
van
de
Verordening ruimte.
13
Leesw.jzer
In deze
rapportage wordt allereerst het kader beschreven
Vervolgens wordt het plangebied per
en
de
waar
aan
getoetst wordt.
geplande activiteiten beschreven. Hierna worden
beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden
en
beschermde soorten beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het plangebied ten tijde van het oriënterend veldbezoek.
6
2
Tectg olhn i i odr nezesae okkdr
21
Wentubshri taurecemn g
.
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet 1 Tevens heeft er een decentralisatie van het .
bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
211 . .
Bshri ecemn g vn a gbee ei dn
De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
212 . .
Bshri ecemn g vnorntos a e
De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1) De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992) Het .
.
derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”) Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd .
alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen 2 voor
.
1 2
www. rvo. nl Ministerie van
Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
7
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3. 1 Wnb Art 3. 1lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § Nationaal beschermde 3. 2 Wnb soorten (andere soorten) § 3. 3 Wnb Art 3. 5 lid 1 Art 3. 10 lid 1a Het is verboden soorten in hun Het is verboden soorten natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3. 1lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Art 3. 5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3. 10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3. 1lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3. 5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3. 1lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3. 5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3. 5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3. 10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb
213 . .
Bshri ecemn g vn a huos adn otptne
De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In dit geval zijn geen werkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij verwijderd worden en is de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet van toepassing.
8
22
Vrrei eodn n gu rme it
.
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd het provinciaal omgevingsplan Limburg (POL) In Limburg wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen ‘goudgroene’, ‘zilvergroene’ en .
‘bronsgroene’ natuurzones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) Het NNN wordt beschermd via het .
planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van Belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
9
3
O mshii crv jn g pagbe l nei d
31
le e Agmen
.
Het plangebied is gelegen in het agrarisch gebied langs de Helenaveenseweg 23, Sevenum, gemeente Horst aan de Maas, in de provincie Limburg (zie ook Afbeelding 1)
.
Het plangebied is opgebouwd uit 2 losse deelgebieden. In deelgebied A van het plangebied zijn opstallen aanwezig, dit betreffen vijf varkensstallen en twee open schuren. Ook is er een ruigte en een niet onderhouden akker aanwezig. Daarnaast is er een woonhuis met tuin aanwezig in het plangebied. Deelgebied B van het plangebied is een monotoon weiland met één varkensstal. Het plangebied betreft het volledige terrein zoals is weergegeven in Afbeelding 1 (rood omlijnd) ,
Afbeelding 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) opgedeeld in deelgebied A en B. Hierin aangegeven het woonhuis (blauw omlijnd) de te slopen varkensstallen (groen omlijnd) en de te slopen open schuren (zwart gearceerd) Voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK ,
,
,
.
11
32
Bshii ecrv jn g
.
Deelgebied A •
De te slopen bebouwing in het plangebied bestaan uit: Vijf varkensstallen (Zie Afbeelding 2) uit een enkelvoudige kalkzandsteenblokken ◦ bakstenen muur met luchtspouw, golfplatendak en houten steunbalken. De stallen zijn ongeveer 3 meter hoog. en
◦
Varkensstal 1 en 3 hebben een metalen beschot aan de kopse kanten van de gevel.
◦
Schuren 1, 3 en 4 hebben een uitstekend metalen beschot aan de zijkant van de schuren (Zie Afbeelding 3) Aan de onderkant is deze dichtgemaakt met gaas. .
◦
Aan de achterkant van schuur 5 (aan de kant van de akker, zit een open bakstenen rand onder het dak, maar deze is dicht gemaakt met gaas.
◦
Bij schuur 1, 2, 3 (waar zich geen overhangend metalen beschot bevindt) zijn de openingen van het golfplaten dak dicht gemaakt onder de dakgoot (Zie Afbeelding 3) In schuren 1, 3, 4 en 5 bevinden zich geen stootvoegen. Wel waren er enkele plaatsen waar het metselwerk beschadigd was. Enkel in schuur 2 bevinden zich laag in de gevel stootvoegen en een stootvoeg naast de regenpijp (aan de .
◦
,
◦
achterste helft van het gebouw) Twee open schuren. ▪
.
Nummer 6 is opgebouwd uit enkelvoudige kalkzandsteenblokken een bakstenen muur met luchtspouw, metalen beschot tegen de gevel, een golfplatendak en metalen en houten steunbalken. De achterzijde aan de binnenkant van deze schuur is afgewerkt met houten latten (deze wijken op enkele plekken) Aan de achterzijde van deze schuur bevindt zich ook een golfplaten afdak rustend op een houten/metalen constructie met daaronder .
(hout) opslag. Nummer 7 is bestaande uit enkelvoudige kalkzandsteenblokken en bakstenen muur met luchtspouw, metalen beschot tegen de gevel, een golfplatendak en metalen steunbalken. een
▪
•
Blijvende (te handhaven) bebouwing in het plangebied bestaat uit: Een bewoond woonhuis, bestaand uit een bakstenenmuur met luchtspouw. Het ◦ huis heeft een dakpannen dak. Of ondergrondse ruimten aanwezig zijn is niet bekend.
•
Beplanting is in het plangebied aanwezig in de vorm van; Een grote tuin met verschillende soorten planten (cultivars) en gazon. In de tuin ◦ staan verschillende bomen als beuk, taxus, hulst spec. rododendron, robina en cipres. Er zijn geen boomnesten of geschikte holten/kieren waargenomen in de ,
◦
12
beplanting. Enkele bomen rond de stallen.
ecoresult o_Een
ruigte met gras en met verschillende kruidachtige planten als duizendblad, smalle weegbree en herderstasje voor schuur 4.
o
Een
niet onderhouden
akker
waar
ook
kruidachtige planten op groeien achter
schuur 5. o
*
_Bosgebied (Dennen/eiken/beukenbos) rond het plangebied aan de zuid westkant. In dit bos zijn geen grote boomnesten aangetroffen.
Open
water
is in dit deel
van
het
en
plangebied niet aanwezig.
4
Afbeelding
2.
varkensstailen
Impressie van de te slopen (Foto: (geanonimiseerd) WEN Ecoresui: B.V)
Deelgebied *
3.
Afsluiting onder de golfplaten (Foto:
(geanonimiseerd) Ecoresulf B.V)
B
_ Te slopen bebouwing o
Afbeelding
in het
plangebied bestaat uit: enkelvoudige kalkzandsteenblokken
Een varkensstal uit een
en
bakstenen
muur
met
luchtspouw, golfplatendak en houten steunbalken. De stal is ongeveer 3 meter hoog. In de bakstenen muren zijn stootvoegen aanwezig (Zie Afbeelding 4). *
Beplanting is in het plangebied aanwezig o__Monotoon
grasland
over
de
in de vorm
gehele strekking
van
van;
het
plangebied (Zie Afbeelding
5) o__
o
Bomen
zijn niet aanwezig in het plangebied Rondom dit gedeelte van het plangebied ligt droog gemengd bos bedoeld productie.
*
voor
In dit bos
Eris geen open water
gebied (tussen de weg
zijn geen boomnesten aangetroffen. aanwezig in dit deelgebied van het plangebied. Langs het en
het weiland)
is wel
een
droogstaande greppel aanwezig.
ecoresult
Afbeelding
4.
Impressie van de te slopen Afbeelding 5. Impressie van het te ontwikkelen verend (Foto: (geanonimiseerd) Ecoresult B.V) deelgebied B (Foto: (geanonimiseerd) EN
Zie
1 voor een
ed
varkensstallen ín Ecoresult B.V}
bijlage
3.3
foto-impressie van het plangebied.
Voorgenomen ontwikkelingen
Deelgebied
A
(Zie afbeelding 6)
De voorgenomen
activiteit betreft het
omvormen
paardenhouderij. Hierbij zullen varkensstallen
van
en
het
varkensbedrijf
open schuren worden
tot een
gesaneerd, Alle
aanwezige bomen/beplanting binnen het plangebied zal worden verwijderd. Zo ver nu bekend zal het woonhuis en de tuin ongemoeid blijven. Werkzaamheden zullen o.a. bestaan uit: *
*
*
*
*
_ Varkensstallen worden volledig gesloopt. Open schuren zullen gesloopt. _Ruigte en akker zullen worden verwijderd.
_ Bomen zullen worden verwijderd. _50
paardenboxen zullen worden aangelegd
met
opslag. *
Er zal een
*
Er komt
*
longeercirkel Er wordt een opslagplaats een
*
Er worden
*
Er komteen
*
buitenbak worden
8
en
aangelegd. een
voor
stapmolen. aangelegd.
mest
paddocks aangelegd. parkeerplaats.
_ Groen (bomen)
aanplanten op het perceel.
daaraan
een
rijnal, foyer
en een
ecoresult
PAARDENHOUDERIJ HEL ENAVEENSEWEG TE SEVENUM LOCATIE A schets dd 28-5-19
U
2D
_—_ Afbeelding
6:
Concept
Deelgebied
B
voor
nieuwe
situatie
van
deelgebied A.
omgevormd
Weiland zal worden Bouw
van
Aanleg
50
een
Er zal een
tot een
bend 56110
omgevormd.
woonhuis.
paardenboxen
met daaraan
buitenbak worden
een
rijhal, foyer
aangelegd.
longeercirkel en een stapmolen. een opslagplaats voor mest aangelegd. 8
Er komt een
paddocks aangelegd. parkeerplaats.
Groen (bomen)
aanplanten op het perceel.
Santvoort architecten voe meae
erchiiecien BEN (geanonimiseerd)
paardenhouderij.
Er komt een
Er worden
Bron:
van ‘
(Zie Afbeelding 7)
Het wei and zal worden
Er wordt
É
Stu
en een
opslag.
13
anssroa e
PRARDENHOUDERIJ HELENAVEENSEWEG TE SEVENUM LOCATIE
B
schets
e
In
A
de
DE
en
34 Als
ijs
pe S
U
wee
pW
UW
3
60
Sim
ee
van
fi
le
Santvoort orchivocten
NS
ant
Weren sent
\
sein
\
De
Afbeelding
De
23
dd Li-5-19
7 Concept voor nieuwe situatie van deelgebied B. Bron: (geanonimiseerd) erchiiecten MEN
Planning
ingediend bij de gemeente (6 weken termijn). Daarna wordt de bestemmingsplanprocedure opgestart (ca. 9 er
meer
bekend
maanden). Wanneer
is over de Wnb
zal
m.e.r.
aanmeldnotitie worden
beroep zullen zij dan worden de projectgebieden te koop worden aangeboden. Na de verkoop zal er gesloopt en gebouwd gaan worden. er
geen
bezwaar
een
en
4
O nezes dr okrsltn euaet bshrdmece e gbee ei dn
4.1
Wentubshri taurecemn g
4.1.1
Ntr20 aua 00
Het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de ´Deurnse Peel en Mariapeel´ op ca. 4, 5 km ten westen van het plangebied 3 (Afbeelding 8) Invloeden (ook van buitenaf) mogen de .
instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen. Negatieve effecten van stikstofdepositie zijn op voorhand niet uitgesloten op basis de aard van de werkzaamheden, de te voeren activiteiten en de afstand tot het Natura 2000 gebied. Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden in de vorm van een van
Aerius-berekening. Negatief effect (door bijvoorbeeld: trilling, licht, geluid, optische verstoring, oppervlakte verlies) op de doelen van bovengenoemd gebied valt uit te sluiten basis van de afstand van dit gebied tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden. Hiervoor is geen aanvullend veldonderzoek benodigd. Indien op
negatieve effecten aanwezig op de Natura 2000 gebieden aanwezig zijn dan dient er een vergunning als bedoeld in artikel 2. 7 van de Wnb te worden aangevraagd.
Afbeelding 8: Natura 2000 in de omgeving van het plangebied (Limegroen) en NNN gebied (Lichtgroen) Bron: https: //portal. prvlimburg. nl/viewer/app/default .
3
https; //calculator. aerius. nl/calculator/
17
4.2
4.2.1
Vrrei eodn ngu rme it
Ntuntekibmr aurew rL (odzvr l bos ugGu, ie rn) ,
Het meest dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op 0 meter meter (direct aangrenzend) aan het zuiden en het westen van deelgebied A (Zie Afbeelding 9) Dit betreft een bos met beheertype beheertype N15. 02, een Dennen-, eiken-, .
en
beukenbos. Daarnaast ligt er op 50 tot 100 meter aan het Noorden en Oosten van van
deelgebied B van het plangebied. Dit betreft een bos met beheertype N16. 03 Droog bos met productie (Zie Afbeelding 9) .
Afbeelding 9: Beheertypen rond het plangebied. Direct rond het plangebied een bos met beheertype N16. 03 Droog bos met productie ten zuiden van het plangebied (donkergroen) en een bos met beheertype N16. 03 Droog bos met productie (bruin) ,
Dennen-, eiken en beukenbos Het NNN gebied grenzend aan deelgebied A van het plangebied bestaat uit dennen-, eiken-, en beukenbos. Dit beheertype omvat bossen met dennen, eiken, beuken en berken en zijn vaak eenvoudig van structuur. Veel van deze bossen komen voor op zure, droge en zandige bodems. Wanneer de bodem meer leem bevat, kennen de bossen een grotere floristische rijkdom. Ook vochtiger typen van deze bossen met pijpenstrootje in de ondergroei behoren hiertoe. Vegetatiekundig behoren deze bossen tot het Zomereikenverbond of het Verbond der naaldbossen. Tijdens het veldbezoek zijn in de buitenste rand van het bos geen recreatieve paden of verlichting aangetroffen. Tijdens het veldbezoek is de buitenste rand voor zo ver zichtbaar onderzocht op potenties voor zwaar 18
beschermde soorten zoals jaarrond beschermde vogels (buizerd, sperwer, ransuil, havik) en eekhoorn. Hiervoor zijn geen potenties aangetroffen.
Droog bos met productie Het NNN gebied met natuurbeheertype ‘Droog bos met productie’ bestaat uit loof- en naaldbomen met marginale onderbegroeiing (rond het plangebied was er voornamelijk sprake van onderbegroeiing aan de randen van het bos) Tijdens het veldbezoek zijn in de .
buitenste rand van het bos enkele ruiterpaden aangetroffen. Er was geen verlichting aanwezig in dit gedeelte van het bos. Tijdens het veldbezoek is de buitenste rand voor zo ver zichtbaar
onderzocht op potenties voor zwaar beschermde soorten zoals jaarrond beschermde vogels (buizerd, sperwer, ransuil, havik) en eekhoorn. Hiervoor zijn geen potenties aangetroffen. Effectenbeoordeling De provincie Limburg kent geen invloed van externe effecten op NNN gebieden. Echter, moet er wel rekening gehouden worden met het feit dat er geen verlichting op het NNN gebied gericht mag worden, en dat er ook geen afval in het NNN gebied terecht mag komen. De werkzaamheden en de toekomstige situatie zullen hierdoor geen negatief effect op
de wezenlijke waarden en kenmerken van het naastliggend NNN gebied hebben.
4.2.2
Bshrdmecee huos otptne adn
Binnen het plangebied zijn enkele bomen (0-5 stuks) aanwezig (In deelgebied A van het plangebied) De bomen vallen binnen de erfgrens en staan op landbouwgrond. De bomen .
die in de tuin rond het woonhuis staan zullen naar verwachting worden behouden. De overige bomen zullen gerooid worden. In Deelgebied B van het plangebied zijn geen bomen binnen het plangebied aanwezig. Er is in dit geval geen sprake van een meldplicht en ook hoeft er geen ontheffing te worden aangevraagd. In dit geval zijn geen werkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij verwijderd worden en is de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet van toepassing.
19
ecoresult
Onderzoeksresultaten beschermde
5
soorten
_ Algemeen
5.1
EN uitgevoerd op 26-06-2019 door V. Stuit, en (geanonimiseerd) ecologisch deskundigen“ bij Ecoresult B.V. De weersomstandigheden tijdens de quickscan Het verkennend
veldonderzoek
is
als
volgt; 32 graden, wind W3 Bft, 0 mm neerslag en 0/8 bewolking. Het complete met hulp van een verrekijker onderzocht. Waar nodig, bij plangebied is daar waar nodig
waren
—
—
mogelijke externe effecten, zal de omgeving buiten dit gebied bij de effectenbeoordeling worden
betrokken.
De Nationale Databank
Flora
en
Fauna (NDEF)
is
geraadpleegd
om
een
indruk te krijgen
de
aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. De tabellen hoofdstuk zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF database van de afgelopen
over
in het weergeven
Voor
in dit 3
jaar
grid (zie Afbeelding 10).
zijn andere bronnen met relevante informatie afwezig. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties
en
zover
aan-
bekend
of afwezigheid
van
de beschermde
soorten
Voorliggende quickscan heeft een geldigheid
van
te maken.
maximaal 3 jaar
na
uitvoering
van
het
onderzoek.
4
Voor
een definitie van ecologisch deskundige wordt deskundige?inheritRedirect=true
verwezen
naar
https://mijn.rvo.nlfecologisch21
Afbeelding 10: Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht (Bron: NDFF)
5.2
Sotnro e Vglctn oei rhi lj
5.2.1
Bonnneze rneodr ok
Voor Limburg gelden de volgende beschermingscategorieën. Vogels met jaarrond beschermde nesten Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten. Deze soorten maken ook buiten het • broedseizoen gebruik van de nestplaats Categorie 2: zeer plaatsgetrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van •
•
bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar Categorie 3: plaatsgetrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw .
nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten Categorie 4 zijn de nesten van plaatsgetrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit • beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de 22
omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft. Overige broedvogels. Voor deze soorten geldt de zorgplicht. • 5.2 .1.1
Soort
Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Geirzwaluw Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Steenuil Torenvalk Wespendief
oe s e (a eoe i13 Vglmej t arnr aod bshrdmecee ns etnCtgr -)
Beschermingscategorie Soortgroep 2Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 3Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 2Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 2Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 3Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 2Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 2Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 1Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 1Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 3Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats 3Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats
Tabel 2: Waargenomen vogels met jaarrond beschermde nesten binnen een afstand van 5 km van het plangebied in de afgelopen drie jaar. Bron: NDFF – https: //ndff-ecogrid. nl/uitvoerportaal, geraadpleegd op 10/07/2019
23
5.2.1 .2
oe s etarnr j aod bshrdmecee ns e (a eoe i4 ) Vglmej t arnr aod nietnCtgr
Beschermingscategorie Soortgroep Soort Blauwe reiger 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Buizerd 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Draaihals 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Grauwe klauwier 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Grutto 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats IJsvogel 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Oeverzwaluw 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Ringmus 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Sperwer 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Spotvogel 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Wulp 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Zomertortel 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Zwarte Specht 4Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Tabel 3: Waargenomen vogels met jaarrond beschermde nesten (Categorie 4) binnen een afstand van 5 km van het plangebied in de afgelopen drie jaar. Bron: NDFF – https: //ndffecogrid. nl/uitvoerportaal, geraadpleegd op 10/07/2019
5.2.2
ekned enn vl e dneze odr ok Vr
5.2.2 .1
Vglmej oe s aod bshrdmecee ns e (a eoe i13 t arnr etnCtgr -)
Het plangebied is deels geschikt voor vogels met jaarrond vaste rust- en verblijfplaatsen in gebouwen. De varkensstallen zijn in de huidige situatie ongeschikt voor huismus en gierzwaluw. Het dak bestaat uit een enkelplaats golfplatendak op panlatten (steunbalken) De delen van het dak die open zijn, betreffen openingen tussen de bovenzijde van de
.
golfplaten en de panlatten. Deze ruimten zijn volledig geïnspecteerd met behulp van een zaklamp. Nestmateriaal werd niet waargenomen, wel veelal spinrag. Enkel het pannen dak het woonhuis zou geschikt kunnen zijn voor huismus. Echter, tijdens het veldbezoek werden geen huismussen waargenomen. Voor gierzwaluw zijn de stallen niet geschikt van
bijvoorbeeld de ligging in het buitengebied. De gierzwaluw is voornamelijk een gebouwbewoner, en het ontbreekt aan geschikte openingen in de gebouwen. Tijdens het vanwege
veldbezoek zijn er drie (oude) nesten van boerenzwaluw waargenomen in de open schuren (nummer 7) en een nest in de overkapping van schuur nummer 6 binnen deelgebied A van ,
het plangebied. Het plangebied is dus geschikt als vaste rust- en verblijfplaats van boerenzwaluw. Er zijn geen nesten waargenomen van huiszwaluw, en wordt het plangebied dus als niet geschikt aangemerkt voor deze soort. De twee varkensstallen zijn volledig geïnspecteerd op de aanwezigheid van uilen (kerkuil, steenuil en bosuil) en torenvalk. Openingen in de stallen zijn aanwezig. Er zijn geen nestkasten, braakballen en/of 24
ontlastingsstrepen aangetroffen in beide stallen. Aanwezigheid van kerkuil, steenuil en bosuil en torenvalk is hierdoor uitgesloten. De bomen binnen en direct grenzend aan het plangebied zijn niet geschikt voor vogels met jaarrond vaste rust- en verblijfplaatsen in bomen. Binnen het plangebied zijn er geen geschikte bomen (en boomnesten) aanwezig welke het plangebied (beide deelgebieden) ongeschikt maken voor de aanwezigheid van soorten als boomvalk, havik, sperwer, wespendief. De bomen in en nabij het plangebied (aan de rand van het NNN bos) zijn geïnspecteerd op aanwezigheid van sporen als prooiresten, ontlastingsstrepen en braakballen. Deze werden niet waargenomen. Boomnesten en geschikte holten zijn ook niet waargenomen binnen en grenzend aan het plangebied. Op basis hiervan kunnen nesten van soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid. Het plangebied is potentieel geschikt als niet essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied) voor vogels met jaarrond beschermde nesten. Echter, in de omgeving zijn voldoende structuren (weilanden, kleinschalig landschap en bos) aanwezig welke blijvend gebruikt kunnen worden. 5.2 .2.2
oe s tietarjnr e (a eoe i4 ) Vglmen aod bshrdmecee ns etnCtgr
Categorie 4 soorten zijn vogelsoorten waarvan aangetoond moet worden dat er genoeg functioneel leefgebied aanwezig blijft. Het plangebied (deelgebied A) is geschikt voor ringmus gezien de aanwezigheid van nestkasten. Muurnissen en boomholten, welke ook geschikt zijn als nestplaats zijn echter niet aanwezig binnen het plangebied. Daarbij zijn er tijdens het veldbezoek ook geen ringmussen waargenomen binnen het plangebied. In deelgebied B zijn geen geschikte daken, nestkasten, boomholten en muurspleten aanwezig. Deelgebied B is dus redelijkerwijs niet geschikt voor de ringmus. Met uitzondering van spotvogel is er voor andere categorie 4 soorten is in het plangebied geen geschikt habitat aanwezig. Hier kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoge oevers waar ijsvogels en oeverzwaluwen in kunnen broeden, of nattere graslanden voor wulp en grutto. 5.2 .2.3
Agmee l e n bodoe revgl s
Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels (struiken boombroeders) Grote bonte specht, boomkruiper, vink en witte kwikstaart zijn waargenomen in of net rond het plangebied. Ook is er een spechtengat waargenomen in de bomenrij langs de weg aan de kant van deelgebied A. Ook zijn er binnen het plangebied (op het woonhuis) enkele nestkasten aanwezig welke geschikt zijn voor koolmees en .
pimpelmees. Ook is het plangebied geschikt als niet- essentieel foerageergebied voor deze vogels.
25
5.2.3
ffc boreni Eeteodlg
5.2.3 .1
oe s e (a eoe i13 Vglmej t arnr aod bshrdmecee ns etnCtgr -)
enotn tesg i
Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus, boerenzwaluw. Huismussen kunnen alleen potentieel aanwezig zijn in het woonhuis. Hier zijn echter geen werkzaamheden gepland, en negatieve effecten zijn uitgesloten en aanvullend onderzoek is voor de huismus is niet noodzakelijk. Nesten van de boerenzwaluw bevinden zich in de schuren. Deze schuren zullen gesloopt gaan worden en er kan sprake zijn van de overtreding van de vogelrichtlijn artikel 3, 1 lid 2. Er zal daarom aanvullende onderzoek gedaan moeten worden naar de vaste rust- en verblijfplaatsen van boerenzwaluw. Er zal een telling van de nesten plaats moeten vinden. Er zullen twee bezoeken • gedaan moeten worden één in juni, en één in juli) met een tussenliggende periode van
5.2.3 .2
minimaal 10 dagen. oe s tietarnr j aod bshrdmece e ns e (a eoe i4 ) Vglmen etnCtgr
Deelgebied A van het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van ringmus en spotvogel (deze laatste in struiken, heesters) Aanvullend onderzoek voor .
deze soort is niet noodzakelijk. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 4) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 4-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er om,
ecologische omstandigheden waardoor categorie 4 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In geen
de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. •
Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 4 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus) Werken binnen het mogen
.
broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. 5.2.3 .3
Agmee l e n bodoe revgls
Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels als grote bonte specht, boomkruiper, vink en witte kwikstaart. Deze soorten zijn allen waargenomen tijdens het 26
veldbezoek. Tijdelijke schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de • werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus) Werken binnen het mogen
.
broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
5.3
e Hbai trhilj Sotnro aitctn
Soort Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Grijze grootoorvleermuis Watervleermuis Bever Gladde slang Heikikker Kamsalamander Poelkikker Gevlekte witsnuitlibel
Soortgroep Zoogdieren – Vleermuizen Zoogdieren – Vleermuizen Zoogdieren – Vleermuizen Zoogdieren – Vleermuizen Zoogdieren – Vleermuizen Overige zoogdieren Reptielen Amfibieën Amfibieën Amfibieën Insecten
Tabel 4: Waargenomen habitatrichtlijnsoorten binnen een afstand van 5 km van het plangebied in de afgelopen drie jaar. Bron: NDFF – https: //ndff-ecogrid. nl/uitvoerportaal, geraadpleegd op 10/07/2019
5.3.1
rneodr ok Bonnneze
5.3.2
ekned enn vl e dneze odr ok Vr
5.3 .2.1
Vlerume inz e
De varkensstallen (1-5 en 8) en de open schuren ( gebouw 6 en 7) zijn geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis en ,
grijze grootoorvleermuis ) In stal 1-5 is dit enkel mogelijk op plaatsen waar er scheuren en kieren aanwezig zijn in het metselwerk welke mogelijk toegang bieden tot de spouw (Zie .
Afbeelding 11) Stootvoegen zijn in deze stallen afwezig, maar een spouw is wel aanwezig. De stallen zijn voor een zeer groot deel goed dicht gemaakt. Er zijn geen keutels of .
prooiresten waargenomen van vleermuizen. In stal 8 zijn er stootvoegen aanwezig in de 27
gevels welke toegang geven tot de spouw. In het woonhuis zijn er stootvoegen/scheuren aanwezig in de schoorsteen. Ook is er een holte aanwezig aan de voorzijde van de gevel onder het dak (Zie Afbeelding 12) Bij zowel schuur 8 als het woonhuis zijn er geen geen .
keutels aangetroffen. Deze holten kunnen dienen als zomer, paar, en kraamverblijf. Het plangebied is geschikt als niet-essentieel functioneel leefgebied (zowel foerageergebied als mogelijke vliegroutes) voor gebouwbewonende vleermuizen. Er zijn in de omgeving echter voldoende alternatieven aanwezig. Het plangebied is ongeschikt voor boombewonende vleermuissoorten (rosse vleermuis, en watervleermuis) De bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd op geschikte holte en .
kieren, welke afwezig waren binnen het plangebied. Er is enkel één holte waargenomen in een van de bomen in de bomenrij langs de weg aan de kant van deelgebied A (net buiten het plangebied) welke mogelijk wél geschikt zou kunnen zijn voor een verblijfplaats (zomerpaar of kraamverblijf) van een boombewonende vleermuizen (Rosse vleermuis, ,
watervleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis) Het plangebied is geschikt als niet- essentieel functioneel leefgebied (zowel foerageergebied als mogelijke .
vliegroutes) voor boombewonende vleermuizen. Er zijn in de nabije omgeving van het plangebied zijn echter voldoende alternatieven aanwezig.
Afbeelding 11: Holte onder dakrand van het woonhuis
5.3.2 .2
Afbeelding 12: Holte onder dakrand van het woonhuis
Oeg vre i Hbai aitctnorntosj trhil e
Het plangebied is ongeschikt voor andere volgens het bronnenonderzoek in de omgeving aanwezige habitatrichtlijnsoorten. Aanwezigheid van bever, heikikker, kamsalamander en poelkikker kan redelijkerwijs worden uitgesloten door de afwezigheid van (open) water in het plangebied. Op de rand van het plangebied ligt alleen een (tijdens het veldbezoek) drooggevallen afwateringsgreppel. Het plangebied is redelijkerwijs niet geschikt als essentieel functioneel leefgebied van de gladde slang omdat groot deel van het plangebied is verhard is. Ook is de gladde slang geen soort die gebruik maakt van open habitattypen. Het plangebied is ook niet geschikt voor de gevlekte witsnuitlibel door de afwezigheid van laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen, welke de benodigde 28
habitattypen zijn voor deze soort.
5.3.3
Eeteodlg ffc boreni enotn tesg i
In deze effectbeoordeling worden uitsluitend de habitatrichtlijnsoorten behandeld waarvoor het plangebied – op basis van dit oriënterende onderzoek – potentie biedt. In dit geval betreft het potentie voor verblijfplaatsen in alle varkensstallen en het woonhuis én functioneel leefgebied van vleermuizen in het plangebied. 5.3 .3.1
Vlerume inz e
Aanwezigheid van gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis, en grijze grootoorvleermuis is in het plangebied niet uit te sluiten. De voorgenomen ontwikkelingen en werkzaamheden kunnen effect hebben op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3. 5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend onderzoek is nodig in de periode 15 mei tot en met 15 juli en 1 augustus tot 1 oktober middels 6 bezoeken, om te onderzoeken of: •
voortplantingsplaatsen en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis, en grijze grootoorvleermuis aanwezig zijn. Het plangebied biedt potentie voor paar-, zomer-, en kraamverblijfplaatsen van deze soorten. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen 5 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vleermuizen aanwezig zijn dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart.
5.3 .3.2
vre i hbai e Oeg aitctnojrntosihrt l
Voor habitatrichtlijnsoorten (o. a. bever, gladde slang, kamsalamander en poelkikker) is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van (open) water binnen het plangebied. Aanvullende onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
5
Vleermuisprotocol 2017
29
5.4
Ntnabshrdmecelaoa i eorntos e
5.4.1
rneodr ok N DF Bonnneze F
Soort Aardmuis Bosmuis Bunzing Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis Vos Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn Levendbarende hagedis Apenwatersalamander Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Vinpootsalamander Grote vos Spiegeldikkopje
Soortgroep Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Overige zoogdieren Reptielen Amfi bieën Amfi bieën Amfi bieën Amfi bieën Amfi bieën Amfi bieën Dagvlinders Dagvlinders
Provinciale vrijstelling Limburg Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja (maart-april & juli t/m november) Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja (1 5 augustus t/m februari) Ja Ja nee
Ja Nee Ja (1 5 augustus t/m 1 5 oktober) Nee Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee
Tabel 5: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3. 3 Wnb) binnen een afstand van 5 km van het plangebied in de afgelopen drie jaar. Bron: NDFF – https: //ndffecogrid. nl/uitvoerportaal, geraadpleegd op 10/07/2019
5.4.2
Vr ekned enn vl e dneze odr ok
5.4.2 .1
Godeodnogiee rngbne zod rn
Het plangebied is geschikt als niet-essentieel leefgebied voor grondgebonden zoogdiersoorten waar een vrijstelling voor geldt (diverse muizensoorten, bunzing, egel, haas, hermelijn, konijn, ree, vos, wezel en wild zwijn) Er is echter genoeg alternatief leefgebied aanwezig in de nabije omgeving voor deze soorten. Het plangebied is niet .
geschikt geschikt als potentieel essentieel leefgebied van de das. Het plangebied biedt 30
namelijk niet genoeg dekking, en een ondergrond waarin zij goed kunnen graven is niet aanwezig (een groot gedeelte van het plangebied is verhard. Ook zijn er in en rond (tot 50 meter rond het plangebied) het plangebied geen burchten gevonden. Wellicht dat de das het plangebied gebruikt als niet essentieel foerageergebied, maar er is voldoende alternatief leefgebied in de omgeving aanwezig. Voor de waterspitsmuis is het plangebied niet geschikt door de afwezigheid van water (rivieren en beken) Voor steenmarter is het .
plangebied redelijkerwijs ongeschikt, de opstallen zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd: ontlasting, vraatsporen, prooiresten en/of krabsporen werden niet Derhalve kan aanwezigheid van steenmarter in het plangebied redelijkerwijs worden uitgesloten. Eekhoorn nesten zijn niet waargenomen binnen het plangebied. Echter direct rond het plangebied is er bos aanwezig wat geschikt is als leefgebied voor de waargenomen.
eekhoorn. Een incidenteel passerend dier is dus niet uitgesloten. Er is echter voldoende alternatief leefgebied aanwezig in de nabije omgeving. 5.4 .2.2
A mfii rpie ben ë enetl e n
Het plangebied is geschikt als niet-essentieel leefgebied van de levendbarende hagedis, voornamelijk op het ruige grasland wat aanwezig is op deelgebied A. Ook komt deze soort in open bosgebieden voor. De randen van het plangebied tegen de bosranden aan zijn ook geschikt als niet- essentieel leefgebied van de levendbarende hagedis. Er is in het plangebied geen open water aanwezig, waardoor het plangebied ongeschikt is voor alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en
vinpootsalamander.
5.4 .2.3
i Dgldr avnes
Het plangebied is ongeschikt voor grote vos en spiegeldikkopje. Van de grote vos zijn alleen zwervende individuen in Nederland bekend. Ook hebben ze grote vrijstaande bomen nodig, welke niet aanwezig zijn binnen het plangebied. Van het spiegeldikkopje is alleen een populatie bekend op de Grote Peel. Het spiegeldikkopje leeft in vochtige tot natte grazige ruigten bij beekbegeleidende broekbossen of hakhoutbosjes en (gedegenereerde) hoogveengebieden. In deze gebieden is het grondwaterpeil is wisselend, maar staat 's winters op of boven het maaiveld. Dit type habitat is niet aanwezig binnen het plangebied, en
de aanwezigheid van het spiegeldikkopje is derhalve ook uitgesloten.
5.4.3
Eeteodlg ffc boreni enotn tesg i
Het plangebied is potentieel geschikt enkel geschikt als niet- essentieel leefgebied voor de levendbarende hagedis, Er zijn voldoende alternatieven in de nabije omgeving aanwezig, bijvoorbeeld het omliggende bos. Aanvullend onderzoek is dus niet noodzakelijk Voor andere beschermde soorten die mogelijkerwijs voorkomen binnen het plangebied voorkomen geldt een provinciale vrijstelling. Aanvullende onderzoek is niet noodzakelijk. 31
Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op verschillende soorten muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan
32
het werken in één richting waarbij de dieren een vlucht mogelijkheid hebben.
ecoresult
6
Conclusies
61
Aanleiding
aanbevelingen
en
Aovies heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor BEN opdracht van (geanonimiseerd) het plangebied genaamd: Helenaveenseweg 23, Sevenum, De aanleiding betreft sloop van In
opstallen
ontwikkeling van 2 paardenhouderijen. (Zie verder hoofdstuk 3.2). Deze werkzaamheden kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en en
de
natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en
op welke
wijze gehandeld dient
Beschermde
62
6.2.1
te worden.
gebieden
natuurbescherming
Wet
Negatief effect door stikstofdepositie op op Natura 2000 gebieden valt uit niet te sluiten op gezien de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden en zal artikel 2.7 van de Wnb —
mogelijk worden overtreden en moet vergunning als bedoeld worden aangevraagd. Aanvullend onderzoek in de vorm van
in artikel een
2.7 van
de Wnb
Aerius-berekening is
noodzakelijk. Negatief effect (door emissie, geluid, trilling, verlichting) op Natura 2000 gebieden valt uit te sluiten op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied —
plaatsvinden. Voor deze punten is geen aanvullend (veldjonderzoek is niet noodzakelijk. Voor deze punten hoeft geen vergunning
en
de aard
als bedoeld
6.2.2 Het
van
de activiteiten die hier zullen
in artikel 2.7 van
Verordening
de Wnb
te worden
aangevraagd.
ruimte
plangebied maakt geen deel uit van het het natuurnetwerk
van
Limburg. Het
meest
dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland in Limburg (NNN) ligt op 0 meter meter (direct aangrenzend) aan het zuiden en het westen van deelgebied A het plangebied. Dit betreft en
beukenbos.
deelgebied
een
bos met
beheertype beheertype N15.02,
Daarnaast
ligt er op
50 tot 100
B van
het
plangebied. Dit betreft
meter een
aan
bos met
het Noorden
een en
Dennen-, eiken-, Oosten
van
van
beheertype N16.03 Droog bos 33
met productie. De provincie Limburg kent geen bepalingen t. a. v. de invloed van externe effecten op NNN gebieden. Van dit specifieke NNN gebied zijn geen specifieke natuurdoelen bekend. De werkzaamheden en de toekomstige situatie hebben geen blijvend negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van het naastliggend NNN gebied indien maatregelen (Zie hoofdstuk 4) worden getroffen.
623 . .
Bshri ecemn g vn a huos otptne adn
Binnen het plangebied zijn meer dan enkele bomen aanwezig (In deelgebied A van het plangebied) De bomen vallen binnen de erfgrens en staan op landbouwgrond. De bomen .
die in de tuin rond het woonhuis staan zullen naar verwachting worden behouden. De rest van de bomen zullen gerooid worden. In Deelgebied B van het plangebied zijn geen bomen binnen het plangebied aanwezig. Er is in dit geen sprake van een meldplicht en ook hoeft er geen ontheffing te worden aangevraagd. In dit geval zijn geen werkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij verwijderd worden en is de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet van toepassing.
63
Bshrdmeceeorntos e
.
631
e Vglctn rhilj Sotnro oei
6.3.1 .1
Vglmej oe s aod bshrdmecee ns e (a eoe i13 t arnr etnCtgr -)
. .
Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus en boerenzwaluw. Huismussen kunnen alleen potentieel aanwezig zijn in het woonhuis. Hier zijn echter geen werkzaamheden gepland, en negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Aanvullend onderzoek is voor de huismus is niet noodzakelijk. Nesten van de boerenzwaluw bevinden zich in de schuren. Deze schuren zullen gesloopt gaan worden en er kan sprake zijn van de overtreding van de vogelrichtlijn artikel 3, 1 lid 2. Er dient daarom aanvullende onderzoek gedaan moeten worden naar de vaste rust- en verblijfplaatsen van boerenzwaluw. •
Er zal een telling van de nesten plaats moeten vinden. Daarnaast zullen er twee bezoeken gedaan moeten worden (een in juni, en een in juli) met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen.
34
6.3 .1.2
oe s tiej e (a eoe i4 ) Vglmen t arnr aod bshrdmece e ns etnCtgr
Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van ringmus en spotvogel. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 4 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Schadelijke effecten op categorie 4 soorten ss door uitvoering van de • werkzaamheden op bezette nesten dienen te worden voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus) Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand .
aan
6.3 .1.3
de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Agmee l e n bodoe revgl s
Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels als grote bonte specht, boomklever, vink en witte kwikstaart. Deze soorten zijn allen waargenomen tijdens het veldbezoek. Tijdelijke schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de • werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus) Werken binnen het mogen
.
broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
632
e Hbai trhilj Sotnro aitctn
6.3 .2.1
Vlerume inz e
. .
Aanwezigheid van gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis, en grijze grootoorvleermuis is in het plangebied niet uit te sluiten. De voorgenomen ontwikkelingen en werkzaamheden kunnen effect hebben op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3. 5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend onderzoek is nodig om te onderzoeken of: •
voortplantingsplaatsen en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis, en grijze grootoorvleermuis aanwezig zijn. Het plangebied biedt potentie voor paar-, zomer-, en kraamverblijfplaatsen van deze soorten. De aanpak
35
het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen 6 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vleermuizen aanwezig zijn dient een ontheffing of vergunning in voor
bezit te zijn voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart. 6.3.2 .2
i hbai Oeg vre aitctnojrntosihrt l e
Voor habitatrichtlijnsoorten (o. a. bever, gladde slang, kamsalamander en poelkikker) is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van (open) water binnen het plangebied. Aanvullende onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
633 . .
Ntnabshrdmecelaoa i eorntos e
Het plangebied is potentieel geschikt enkel geschikt als niet- essentieel leefgebied voor de levendbarende hagedis, Er zijn voldoende alternatieven in de nabije omgeving aanwezig, bijvoorbeeld het omliggende bos. Aanvullend onderzoek is dus niet noodzakelijk Voor andere beschermde soorten die mogelijkerwijs voorkomen binnen het plangebied voorkomen geldt een provinciale vrijstelling. Aanvullende onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op verschillende soorten muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het werken in één richting waarbij de dieren een vlucht mogelijkheid hebben.
6
36
Vleermuisprotocol 2017
7
Grapege eadl ed bonn rne
7.1
re Ienntt
Richtlijnen Provinciaal blad van Limburg; https: //zoek. officielebekendmakingen. nl/prb-20175634. html#id1-3-2-4
•
Beschermde gebieden •
Provinciaal omgevingsplan Limburg; https: //www. limburg. nl/onderwerpen/omgeving/omgevingsvisie/provinciaal/pol-2014inclusief/
•
Omgevingsverordening Limburg: https: //www. limburg. nl/onderwerpen/omgeving/omgevingsverordening/
•
Natuurbeheerplannen: https: //www. bij12. nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/
Nationale Databank Flora en Fauna • https: //ndff-ecogrid. nl/ Natuurwetgeving en kennisdocumenten http: //wetten. overheid. nl/BWBR0037552/2017-01-01#Hoofdstuk2 • •
www. rvo. nl
•
https: //www. bij12. nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/
PDOK •
Publieke Dienstverlening op de Kaart http: //pdokviewer. pdok. nl
–
Vleermuisprotocol 2017 • http: //www. netwerkgroenebureaus. nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol Soortinformatie • • • •
Soortenbank: http: //www. soortenbank. nl/ NDFF Verspreidingsatlas – https: //www. verspreidingsatlas. nl/ Vivara – https: //www. vivara. nl/tuinvogels Vleermuizen – http: //www. vleermuis. net/ 37
•
Zoogdieren – http: //www. zoogdiervereniging. nl/ Amfibieën – http: //www. ravon. nl/ Vlinders – https: //www. vlinderstichting. nl/
•
Levendbarende hagedis
• •
38
–
Soorten standaard
ecoresult
Bijlage
1
Foto-impressie plangebied
(geanonimiseerd)
Ecoresuit B.V
Schoorsteen op woonhuis met daarin stootvoegen Foto: (geanonimiseerd) BN Eeoresu: B.V (geanonimiseerd)
39
ecoresult
Stootvoegen
40
EE op woonhuis. a
Foto:
(geanonimiseerd) Ecoresult B.V
ecoresult
|
(geanonimiseerd) Ecoresuit B.V
Vogelnesten aanwezig
Ecoresult B.V
mali
in open
schuur 7. Foto: (geanonimiseerd)
ecoresult
Dichtgemaakte golfplaten.
(geanonimiseerd) Ecoresuit B.V
Ed Overhangende
dakrand dichtgemaakt aan de onderkant met gaas (geanonimiseerd) Ecoresuit B.V,
op varkensstal 4 Foto:
42
re
ecoresult
-
Dichtgemaakte open bakstenen
ME ev (geanonimiseerd)
op de varkensstal met gaas.
Foto:
43
ecoresult
Nest ín metalen
balk in schuur 3
BN Eeoresut B.V (geanonimiseerd)
44
(aan
de
achterzijde)
.
Foto:
(geanonimiseerd)
Stootvoeg ín gevel van BV
varkenstal 2. Foto:
(geanonimiseerd) Ecoresult
45
ecoresult
(geanonimiseerd)
Houten achterwand Ecoresult B.V,
46
van
open schuur 6 Foto:
(geanonimiseerd)
ecoresult
Afdak met opslag aan de achterkant ON Eeoresf: 8. V (geanonimiseerd)
de van
d
(geanonimiseerd)
open schuur 6.Foto:
KN E
Nest onder afdak aan de achterkant MN Eeoresu: 8. V (geanonimiseerd)
van open
ur
|
6. Folo: (geanonimiseerd)
47
ecoresult
Lage stootvoegen Ecoresult B.V
op
varkensschuur 2. Folo: (geanonimiseerd)
Vogelhuisjes bevestigd op
BV
48
woonhuis.
Foto:
il
(geanonimiseerd) Ecoresult
ecoresult
Poepstrepen BV
van
vogel op
woonhuis.
Fofo: (geanonimiseerd) Ecoresult
49
©)
ecoresult
Schuur 8 ín
Stootvoegen
deelgebied B Foto: (geanonimiseerd) Ecoresult B.V
Ecoresult B.V
50
op schuur 8 ín
deelgebied
B Foto:
(geanonimiseerd)
ecoresult
| (geanonimiseerd) Ecoresuit
Ruígte tussen
weg
en
(geanonimiseerd) Ecoresult B.V
schuur 4 op
deelgebied A.
Foto:
(geanonimiseerd)
51
ecoresult
4 is Spechtengat ín boom
WE (
buiten
Foto:
Impressie
weiland ín
van
Ecoresult B.V.
52
Jangebiea) langs de weg
(geanonimiseerd) Ecoresuit B.V
deelgebied A.
|
deelgebied
B Foto:
aan
(geanonimiseerd)
zijde