02c.5 Rapport archeologisch onderzoek
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 4794
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst Gemeente Horst aan de Maas Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Colofon Titel: Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 10-11-2020 Auteur: E.T.A. van Veldhuizen MA Projectcode: GRULO Bestandsnaam: RAAPrap_4794_GRULO_20201110 Autorisatie: Dr. M.P.F. Verhoeven
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2020 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omt rent goed- of afkeuring van het rapport.
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Samenvatting Inleiding In opdracht van Peters Bouw en Onderhoud heeft RAAP in oktober en november 2020 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst (gemeente Horst aan de Maas). Het onderzoek was nodig omdat de bestaande garage en het tankstation gesloopt zullen worden en er nieuwbouwwoningen komen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied zich bevindt op een relatief hooggelegen dalvlakteterras dat zich heeft gevormd door een insnijding van de Maas in het aller ød. Het terras bestaat uit rivierzanden en -grinden met hierop rivierklei. Volgens de bodemkaart zijn boven de rivierzanden bruine hoge enkeerdgronden ontstaan, die bestaan uit lemig fijn zand. In de omgeving van het plangebied zijn vele archeologische vondstmeldingen gedaan en onderzoeken uitgevoerd. Op basis hiervan blijkt dat in de omgeving van het plangebied archeologische resten aanwezig zijn uit het mesolithicum tot de nieuwe tijd. Wel blijkt op basis van opgravingen en proefsleuven dat door verbruining grondsporen soms slecht te herkennen zijn. Op basis van historische kaart en blijkt dat tot 1915 het plangebied bestond uit een akker met in het oosten een historische weg (de huidige Lottumseweg).
Rond 1915 wordt het huidige woonhuis gebouwd en werd het achterterrein een boomgaard. Rond 1966 wordt er een tankstation aangelegd e n in 1976 komt er een garagebedrijf erbij. Het woonhuis, garage en tankstationwinkel staan momenteel nog in het plangebied. De boomgaard is gerooid. Veldonderzoek Hoewel de bodem vanwege verbruining lastig te interpreteren was, lijkt het er sterk op dat het bodemprofiel in het plangebied niet diep geroerd is. Er is sprake van lemige rivierzanden waar zich een bodem in heeft ontwikkeld dat sterk doet denken aan een horstpodzol. Op de podzol bevindt zich een dun humusrijk opgebracht dek. Op basis van de boringen bevindt het archeologisch niveau zich tussen 40 en 70 cm –mv (oftewel op een hoogte van tussen de 19,33 en 19,84 meter +NAP) . In het plangebied kunnen diepe als wel ondiepe grondsporen nog verwacht worden. In situ resten van jagersverzamelaars kampementen worden niet meer verwacht in het plangebied. Verwachting op basis van bureauonderzoek en veldonderzoek hoge verwachting voor nederzettingsresten en resten van randactiviteiten (akker, weg, grondstofwinning, grafveld) uit het neolithicum tot en met de late middeleeuwen. hoge verwachting voor resten van randactiviteiten (akker, greppels) uit de nieuwe tijd . In de archeologie worden deze resten vaak niet gezien als behoudenswaardige (interessante) resten.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[3]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de mogelijke toekomstige bouwplannen. Het archeologisch niveau bevindt relatief ondiep aan het maaiveld, tussen de 40 en 70 cm –mv, en daarom wordt een vervolgonderzoek aanbevolen. De archeologische resten kunnen het best opgespoord worden door middel van een proefsleuvenonderzoek. Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek dient er een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Horst aan de Maas, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[4]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 8 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 8
2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................... 10 2.1 Methode ............................................................................................................................................ 10 2.2 Aardkundige situatie .......................................................................................................................... 10 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 15 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 18 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 21 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 22 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 23
3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 25 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 25 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 25 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 28
4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 30 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 30 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 31 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 31
Literatuur .......................................................................................................................................... 32 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 34
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[5]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Peters Bouw en Onderhoud heeft RAAP in oktober en november 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst in de gemeente Horst aan de Maas (figuur 1). Voor het plangebied zijn plannen om de bestaande garage en tankstation winkeltje te slopen en vervolgens het terrein te ontwikkelen voor de bouw van nieuwbouwwoningen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de Actualisatie Maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas ligt het plangebied in categorie 3 (Hoge archeologische verwachting)(figuur 5). 1 Het beleid voor deze categorie schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. In het bestemmingsplan ‘Werkgelegenheidsgebieden I’ (onherroepelijk vastgesteld op 10-09-2013) staan andere vrijstellingsgrenzen.
2 Bij werkzaamheden groter dan 100 m² en dieper dan 40 cm dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. De precieze omvang en grote van de bodemingrepen zijn nog niet bekend. Toch zullen deze zeer waarschijnlijk groter en dieper zijn dan de vrijstellingsgrenzen van het bestemmingsplan en gemeentelijke Maatregelenkaart. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB 3), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdel en proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
1
Van Heeringen en Schrijvers, 2014. Bestemmingsplan geraadpleegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/. 3 www.sikb.nl 2
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[6]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[7]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Opdrachtgever
Peters Bouw en Onderhoud
Bevoegde overheid
Gemeente Horst aan de Maas
Plaats
Grubbenvorst
Gemeente
Grubbenvorst
Provincie
Limburg
Centrumcoördinaten (X/Y)
207.821 / 382.018
Toponiem
Lottumseweg 47
Kadastrale gegevens
GBV00-C-2796
Oppervlakte plangebied
6740 m²
Afbakening onderzoeksgebied
Tijdens onderhavig bureauonderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht. Het veldwerk heeft alleen binnen de contouren van het plangebied plaatsgevonden.
Onderzoeksperiode
Oktober en november 2020
Uitvoerder
RAAP Zuid
Projectleider
E.T.A. van Veldhuizen
Projectmedewerkers
M.P.F. Verhoeven
RAAP-projectcode
GRULO
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
4910222100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Zuid te Weert en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd:
Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?
Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?
Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?
Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?
Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[8]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?
Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?
Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?
Algemeen
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?
Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?
Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoe k, veldkartering, geofysisch etc.)?
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[9]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik g emaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.
2.2 Aardkundige situatie Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart op een relatief hooggelegen dalvlakteterras van de Maas (figuur 3). 4 Als gevolg van wisselende klimatologische omstandigheden werden door de Maas sedimenten afgezet of sneed de Maas zich in zijn eigen sedimenten in. Door herhaalde insnijding liet de Maas steeds terrassen met oudere afzettingen in het landschap achter. Het plangebied bevindt zich op een terras uit het allerød (10.950-11.900 BP). 5 Het terras bestaat momenteel uit rivierzanden en – grinden met hierop rivierklei uit het allerød of late dryas (Formatie van Beegden; Be2). 6 Het terras is goed zichtbaar op het Actueel Hoogtebestand Nederland (figuur 2). Het plangebied bevindt zich tussen de 18 en 20 meter +NAP. Volgens de bodemkaart komen in het plangebied hoge bruine enkeerdgronden voor, die ontwikkeld zijn in lemig fijn zand (figuur 4). 7 Dit zijn de oude landbouwgronden die door langdurige bemesting een dik humeus dek (esdek) hebben gekregen. Vanaf de late middeleeuwen werd, als gevolg van intensivering van de landbouw, de vruchtbaarheid van akkers op de zandgro nden bevorderd door bemesting met onder andere plaggen, materiaal uit de potstal en stadsafval. Door eeuwenlange bemesting ontstonden, vaak eerst op de hogere delen van het landschap zoals dekzandruggen, akkers met een dik humeus dek.
Deze akkers werden in de loop van de tijd tot in de lagere delen van het landschap uitgebreid. De dikte van de plaggendekken varieert in het algemeen van circa 50 tot meer dan 100 cm. Plaggendekken ontstonden veelal op de meest vruchtbare en best ontwaterde delen van het lands chap. Ook vóór de vorming van plaggendekken waren dit de gunstigste plekken voor bewoning en akkerbouw. Vandaar dat onder plaggendekken zeer veel archeologische vindplaatsen zijn ontdekt. In de regel zijn deze vindplaatsen goed bewaard, omdat ze vanwege de dikte van het plaggendek immers grotendeels buiten het bereik van moderne ploegen liggen. Zo zijn onder het plaggendek vaak nog resten van de oorspronkelijke podzolbodem bewaard gebleven. Dit zijn bodems met - van boven naar
4
Koomen en Maas, 2004 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/ . W oolderink, 2018. 6 W eerts et al., 2006. 7 Stiboka, 1975 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/. 5
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[10]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
beneden - een donkerbruin gekleurde humeuze bovengrond (A-horizont), (licht)grijze uitspoelingslaag (E-horizont), grijsbruine tot bruine inspoelingslaag (B-horizont) en geelgrijs moedermateriaal (Chorizont). Mogelijke archeologische resten van voor de nieuwe tijd kunnen dus onder he t plaggendek aanwezig zijn en resten uit de nieuwe tijd kunnen al vanaf het maaiveld aanwezig zijn. Geologische situatie
Terrassenlandschap van de Maas op een hoogte van tussen de 18 en 20 meter +NAP.
Geologische kaart 8
Formatie van Beegden; rivierklei op rivierzand en –grind (code: Be2)
Geomorfologische situatie 9
Relatief hooggelegen dalvlakteterras
Ouderdom geomorfologische structuur
Laat pleistoceen met holoceen klei
Bodemkundige situatie
10
Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen
Hoge bruine enkeerdgronden van lemig fijn zand (code: bEZ23). Voor de nieuwe tijd: onder het plaggendek Nieuwe tijd: vanaf het maaiveld
Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.
8
W eerts et al., 2006. Koomen en Maas, 2004 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/ . 10 Stiboka, 1975 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/ . 9
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[11]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 2. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (bron: https://www.ahn.nl/).
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[12]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 3. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de geomorfologische kaart. In wit zijn de ongekarteerde gebieden (bron: Koomen en Maas, 2004 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/ ).
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[13]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 4. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de bodemkaart (bron: Stiboka, 1975 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/).
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[14]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan ‘Werkgelegenheisdgebieden I’ (onherroepelijk vastgesteld op 10-092013) 11
Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’
Gemeentelijke Maatregelenkaart (actualisatie) 12
Categorie 3 (Hoge archeologische verwachting) (figuur 5).
Voor bouwwerkzaamheden groter dan een oppervlak van 100 m² en dieper dan 40 cm –mv dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Bij grondwerkzaamheden groter dan 500 m² en dieper dan 50 cm – mv dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden.
Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
Figuur 5. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de Actualisatie Maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas (Van Heeringen en Schrijvers, 2014).
11 12
Bestemmingsplan geraadpleegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/. Van Heeringen en Schrijvers, 2014.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[15]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bekende archeologische gegevens uit Archis3 13 en de Archeologische monumentenkaart 14 In appendix 1 zijn alle archeologische monumenten, vondstlocaties en onderzoekslocaties in een straal van 500 meter rondom het plangebied uitgebreid beschreven (figuur 6). Hieronder volgt een korte samenvatting van de archeologische gegevens. In het plangebied komen geen bekende archeologische vindplaatsen voor, maar in de omgeving ervan wel. Het gaat ten eerste om twee archeologische monumenten voor, namelijk een hofstede/kasteel (AMK-terrein 11230) en de historische dorpskern van Grubbenvorst (AMK-terrein 16556). Op de locatie van de hofstede/kasteel zijn grondsporen gevonden van de grachten en daarna ast ook resten aangetroffen van funderingen. Beide monumenten dateren uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd. De archeologische vondstmeldingen en onderzoeken betreffen vondsten en grondsporen uit het mesolithicum tot en met de nieuwe tijd. Wel valt op dat door verbruining grondsporen moeilijk herkenbaar zijn. Bij verschillende onderzoeken zijn relatief veel vondsten aangetroffen die vaak niet gerelateerd konden worden aan grondsporen. Wanneer er sporen zijn aangetroffen gaat het meestal om nederzettingssporen, zoals een mogelijke graansilo uit de bronstijd (zaakid.nr. 2062140100) en bewoningssporen van o.a.
twee delen van huisplattegronden uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen (zaakid.nr. 2233691100).
Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 27 oktober is een verzoek gedaan aan de Historische Kring Grubbenvorst/Lottum voor aanvullende gegevens. Wij hebben geen gegevens van hen ontvangen.
13 14
https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-nederland-amk-en-ikaw.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[16]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 6. Overzichtskaart archeologische gegevens in en uit de directe omgeving van het plangebied (bron: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-nederland-amk-en-ikaw en https://archis.cultureelerfgoed.nl/).
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[17]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. De oudste geraadpleegde kaart is de Tranchotkaart uit 1803-1820 (figuur 9). Op deze kaart komt duidelijk naar voren dat het plangebied zich op een groot akkercomplex bevond. Direct ten oosten van het gebied loopt de hoofdweg van Grubbenvorst naar Lottum. Op circa 400 meter ten zuiden ervan bevond zich het centrum van Grubbenvorst. Circa 400 meter ten westen van het gebied bevond zich de hofstede, dat volgens de Tranchotkaart en kadastrale minuutplan (figuur 7) bestond uit meerdere huizen.
Figuur 7. Het plangebied weergegeven op het kadastrale minuutplan minuutplan Grubbenvorst, Limburg, sectie C blad 2 uit 1811-1832 (bron: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/).
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[18]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Op het kadastrale minuutplan uit 1811-1832 (figuur 7) 15 bevind het plangebied zich op het akkercomplex genaamd Kommer op het grote perceel 535. Volgens de oorspronkelijke aanwijzende tafels gaat het om akkerland. Rond 1915 wordt in het oostelijk deel van het plangebied, langs de Lottumseweg een dubbele bedrijfswoning gebouwd. Dit huis met het opschrift KWEKERY DE COMERT is volgens de gemeente omstreeks 1915 gebouwd (en niet in 1925 zoals het BAG-register meldt 16). 17 Het pand stond op een groot en diep perceel waar vroeger fruitbomen op stonden. In 1966 wordt er aan de oostzijde van het terrein een Shell -pompstation opgericht met in het zuiden een winkeltje. 18 In 1976 wordt er een oprichtingsvergunning verleend om een garagebedrijf op te starten. De garage komt centraal in de oostelijke zijde van het plangebied te liggen. 19 Op het achtererf wordt in 1989 een autowrakkenterrein opgericht. 20 Ergens voor 2007 wordt er ten westen van het centrale gebouw nog een schuurtje opgericht. 21 Deze is rond 2019 gesloopt. In het plangebied komen geen rijksmonumenten en MIP -objecten voor. Wel komt er een gemeentelijk monument voor, namelijk het dubbele woonhuis aan de Lottumseweg 47 -49.
Figuur 8. Het plangebied weergegeven rond 1980. L inks is de tankstation winkel van Shell zichtbaar, centraal is de garage zichtbaar en rechtsvoor het dubbele woonhuis. Op het achter terrein staat nog de fruitbomen (bron: opdrachtgever).
15
Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Grubbenvorst, Limburg, sectie C blad 2 en oorspronkelijk e aanwijzende tafels geraadpleegd op https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ . 16 https://bagviewer.kadaster.nl/ 17 https://www.horstaandemaas.nl/bijzondere -gebouwen-monumenten-en-landschappen. 18 Shell Nederland Verkoopmaatschappij Benzine- en autogaspompinstallatie Lottumseweg 47 Grubbenvorst Oprichtingsvergunning 21 januari 1966 ; gegevens uit de voorlopige inventaris van het secretariearchief van de gemeente Grubbenvorst (1900) 1939-200 (2003) geraadpleegd op http://www.landvankessel.nl/. 19 Turlings A.M.J. Garagebedrijf Lottumseweg 47 Grubbenvorst Oprichtingsvergunning 3 maart 1976; gegevens uit de voorlopige inventaris van het secretariearchief van de gemeente Grubbenvorst (1900) 1939 -200 (2003) geraadpleegd op http://www.landvankessel.nl/. 20 Autowrakkenterrein aan de Lottumseweg 47 1989; gegevens uit de voorlopige inventaris van het secretariearchief van de gemeente Grubbenvorst (1900) 1939-200 (2003) geraadpleegd op http://www.landvankessel.nl/. 21 Gegevens op basis van de historische kaarten en luchtfoto’s v an https://www.topotijdreis.nl/.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[19]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 9. Overzicht van historische kaarten (bron: Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen, 1967 en https://www.topotijdreis.nl).
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[20]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik
Woonhuis, garage, tankstation winkel en grote tuin.
Hoogteligging maaiveld
Tussen de 19,8 en 20,5 meter +NAP.
Grondwatertrap of -stand 22
Grondwatertrap VII Gemiddeld hoogste grondwaterstand is > 80 cm beneden maaiveld. Gemiddeld laagste grondwaterstand is op > 120 cm beneden maaiveld.
Milieutechnische condities
Volgens de opdrachtgever heeft er een bodemonderzoek plaatsgevonden waarbij geen bodemverontreinigingen zijn aangetoond.
Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.) 23
Onder het woonhuis bevind zich een kelder tot circa 200 cm –mv. Het huis zelf is tot circa 100 cm –mv gefundeerd onder de dragende muren. Het woonhuis blijft behouden. Ten noorden van de tankstation winkel bevonden zich drie brandstoftanks. Volgens de opdracht gever zijn deze in het verleden verwijderd. De diepte waarop deze tanks zich bevonden is niet bekend. Hoe diep de tankstation winkel zelf is gefundeerd is niet bekend. Ten noorden van de garage bevonden zich twee 2000 L tanken voor olie. Onbekend is hoe diep deze lagen. De tanken zijn volgens de opdrachtgever in het verleden verwijderd. Er is niet bekend tot hoe diep de garage is gefundeerd.
Locatie en diepte van kabels/leidingen
In het oostelijk deel van het plangebied bevinden zich wat kabels en leidingen (appendix 2). De diepte van deze kabels en leidingen is onbekend.
Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
Figuur 10. Foto genomen vanaf de Lottumseweg kijkend op het woo nhuis, de tankstation winkel en de garage (veldwerkfoto van 29-10-2020).
22 23
Stiboka, 1975. Zie appendix 3.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[21]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard
Sloop van de tankstation winkel en garage en vervolgens een ontwikke ling van het achter terrein voor nieuwbouwwoningen.
Omvang en diepte
De precieze locatie, omvang en diepte van de nieuwbouwwoningen is nog niet bekend, want het project is nog in een ontwerpfase.
Invloed op maaiveld en grondwater
Aantasting maaiveld.
Toekomstig gebruik
Particuliere woningen
Toekomstige gebruiker
Particulieren.
Tabel 5. De toekomstige situatie.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[22]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m mesolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. Het plangebied bevindt zich op een terrasrand waar tijdens archeologische onderzoeken in de omgeving verschillende vuurstenen artefacten zijn aanget roffen.
Hoewel het plangebied niet in een omgeving zit waar water in de buurt is, was er door de aanwezigheid van de terrasrand een voor jagerverzamelaars aantrekkelijk, divers, landschap aanwezig. Zodoende worden vindplaatsen van jagerverzamelaars verwacht. Het betreft resten van kampementen uit het paleolithicum en mesolithicum. Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) concentratie van vuurstenen werktuigen en afval. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plangebied kenmerkt zich door zijn ligging op hoge, droge en vruchtbare gronden. Daarom worden archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (neolithicum) verwacht tot en met de late middeleeuwen. Deze vindplaatsen kunnen bestaan uit nederzettingsresten en resten van randactiviteiten. Nederzettingsresten kunnen bestaan uit individuele huisplaatsen met bijgebouwen maar ook uit een dorp. Een individueel huisplaats heeft gemiddeld een omvang van 200 tot 1000 m² en kenmerkt zich door grondsporen met wat vondsten (denk hierbij aan aardewerk en stenenwerktuigen).
Resten van randactiviteiten zijn zeer divers (denk daarbij aan wegen, greppels, akkers, grondstofwinningskuilen, grafvelden) waardoor de omvang hiervan ook divers kan zijn. De resten kenmerken zich door grondsporen met relatief weinig vondsten . Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd geen bewoning heeft plaatsgevonden in het plangebied, maar dat het perceel een akker betrof. Zodoende worden resten van
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[23]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
randactiviteiten (akkers, greppels en grondstofwinningskuilen) verwacht. Dergelijke vindplaatsen zijn divers in omvang en kenmerken zich door grondsporen met relatief weinig vondsten. Locaties waarin alleen sporen aanwezig zijn van akkers, greppels of grondstofwinningskuilen uit de nieuwe tijd zijn archeologisch van minder hoge behoudenswaardige (interessante) waarde. (Diepte)ligging In het plangebied komt een jong afdekkend pakket (plaggendek) voor dat een ouder loopvlak afdekt. Dit afdekkende pakket dateert uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Oudere resten worden zodoende door het pakket afgedekt en bevinden zich op circa 50 cm -mv. Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig zijn is mogelijk sprake van een goede gaafheid van de archeologische resten. Tegelijkertijd bevindt het plangebied zich op een perceel waar een boomkwekerij heeft gezeten. Er bestaat dus een reële kans dat de bodem t ot diep is verstoord en de gaafheid van archeologische resten dan slecht is. De grondwaterstand binnen het plangebied is diep. Op basis van deze gegevens zullen alleen anorganische resten (aardewerk, steen, etc.) en mogelijk verbrande organische reste n (verbrand bot en houtskool) geconserveerd zijn. Mogelijk kunnen organische resten (hout, bot, leer) uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd wel geconserveerd zijn.
Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten daarvan, zoals h iervoor beschreven, zijn samengevat in tabel 6. Archeologische periode
Complextype
Omvang
Kenmerken
Diepteligging
Gaafheid en conservering
Paleolithicummesolithicum
Kampement
Kleine concentratie
Vondstconcentratie
Onder plaggendek
Divers Conservering anorganische en verbrand organische vondsten
Neolithicum-late middeleeuwen
Nederzettingsresten
200-1000 m²
Grondsporen met vondsten
Onder plaggendek
Idem
Neolithicum-late middeleeuwen
Resten van randactiviteiten (akker, weg, grondstofwinning, grafveld)
Divers
Grondsporen met bijna geen vondsten
Onder plaggendek
Idem
Nieuwe tijd
Resten van randactiviteiten (akker)
Divers
Grondsporen met bijna geen vondsten
Onder en in plaggendek
Divers Conservering anorganische en organische vondsten
Tabel 6. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[24]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 29 oktober 2020. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Daartoe zijn 4 boringen zo optimaal mogelijk verspreid geplaatst (figuur 12). Geen van de boringen zijn, achteraf gezien, geplaatst in de gebieden waar verstoringen werden verwacht (direct ten westen van de garage bevinden (onder een puinlaag), ten noorden van de garage (verwijderde brandstoftanks) en ten noorden van de tankstation winkel (verwijderde brandstoftanks)). Er is geboord tot maximaal 230 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie -instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van meetlinten ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van het AHN.
Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
3.2 Resultaten 3.2.1
Veldwaarnemingen
Voor aanvang van het veldonderzoek bleek dat er lichte reliëf verschillen voorkomen bi nnen het plangebied. Het oostelijk deel van het plangebied - daar waar het huis, de garage en oud tankstation zich bevinden - ligt ca. 40 cm hoger dan het westelijke achter terrein. Dit is ook zichtbaar op het AHN (figuur 12). Volgens gegevens van de vorige bewoner van het terrein (wat de huidige bewoner en opdrachtgever heeft bewaard) heeft hij in de zomer van 1976 hier puin gestort. 24 De puin was afkomstig van zijn afgebrande huis aan Hoofdstraat 19 te Lottum. Voor de puinstorting was het terrein direct achter de garage circa 70 cm onder de vloerhoogte van de garage. De uitgegraven diepte waarin het puin is gestort was circa 2 meter diep.
24
Zie appendix 4.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[25]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3.2.2
Geologie en bodem
Tijdens het veldonderzoek zijn in boringen 1 en 2 de volgende lagen, van boven naar beneden, aangetroffen: 20 tot 40 cm dikke laag met donker bruingrijze zwak siltige matig en zwak humeuze matig fijne zanden. De zanden zijn vlekkerig. De laag is geïnterpreteerd als bouwvoor. In boring 1 komt onder de bouwvoor een 50 cm dikke licht bruingrijze laag voor van matig siltige en zwak humeuze matig fijne zanden. Deze laag is geïnterpreteerd als een mogelijk esdek. De kleur en textuur geeft niet duidelijk aan dat het echt daadwerkelijk gaat om een esdek. Onder de bouwvoor (en het mogelijke esdek), vanaf 40 of 70 cm –mv, bevinden zich sterk verbruinde lagen. Deze hebben een oranjebruine, bruingele en lichtbruine kleur en bestaan uit zwak siltige en matig siltige matig fijne zanden met af en toe leembrokken. Door de verbruining zijn duidelijke laagovergangen niet herkenbaar. Onder de verbruinde lagen bevindt zich, op 230 cm –mv, een grijze zwak siltige laag van matig fijn zand. Het gaat hier om de gereduceerde C-horizont. In boring 3 is eerst een 40 cm dikke bouwvoor aangetroffen van donker bruingrijs zwak si ltig en zwak humeus matig fijn zand. Onder de bouwvoor bevindt zich een 20 cm dikke verstoorde laag van bruingrijs zand met vlekken en cokes. Vanaf 60 cm –mv bevinden zich verbruinde lagen.
In boring 4 zijn onder de 5 cm dikke klinkers eerst ophogingszanden aangetroffen van geelgrijs en lichtgrijs zand in een 65 cm dikke laag. Onder de ophogingszanden bevindt zich een donkergrijze matig siltige laag van matig fijn zand. Hierin zijn resten van hout gevonden . De laag is geïnterpreteerd als het restant van een natte depressie. Vanaf 105 cm –mv bevindt zich de C-horizont van lichtbruine en geelbruine matig siltige tot zwak siltige zanden met hierin enkele roest en mangaanvlekken.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[26]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Op basis van het verkennend booronderzoek lijken de onderzoeksresultaten sterk op de aangetroffen bodemopbouw dat tijdens een eerder uitgevoerd archeologisch proefsleuvenonderzoek aan de Lottumseweg 62 naar voren kwam (50 meter ten noordoosten van het plangebied; zaakid.nr. 2062140100). In dat gebied kwam lemig rivierzand voor waarin een horstpodzol zich in heeft ontwikkeld (figuur 11). Dit profiel bestaat uit een lichtbruine B-horizont dat als gevolg is ontstaan van infiltratie van regenwater. In dit proces worden mineralen, lutum en humus uit de bovenliggende laag naar beneden gespoeld en hechten zich ter hoogte van de B-horizont. In de lichtgeelbruine C-horizont heeft zich de voor de horstpodzolgronden typische banden-B ontwikkeld. Een banden-B ontwikkelt zich alleen in mineralogisch rijk zand. De banden worden gekenmerkt door een hoger ijzergehalte, een rodere kleur, een massieve structuur en een wat hoger lutumgehalte dan het tussenliggende materiaal .
Figuur 11. Noordelijk profiel van sleuf 1 uit het proefsleuvenonderzoek aan de Lottumse weg 62; circa 50 meter ten noordoosten van het huidig plangebied (Moonen en Schryvers, 2005).
In het plangebied komen ook lemige, fijne, rivierzanden voor die waarschijnlijk zijn afgezet in het allerød. In de zanden is vervolgens een bodem ontwikkeld dat sterk doet denken aan een horstpodzol alleen lijken er geen, voor horstpodzol typische, banden-B te zijn ontwikkeld. Daarnaast komen door de verbruining van de bodem de overgang van B-horizont en C-horizont niet duidelijk naar voren. Op basis van de NAP-hoogtes van de top van de verbruinde lagen liep ook het oorspronkelijke landschap waarschijnlijk af naar het westen (hoogte van oost naar west is 19,84 naar 19,33 meter +NAP). Aangezien de natte laag in boring 4 kan duiden op een laagte zal door de relatief hoge ligging in het landschap (19,84 tot 19,49 meter +NAP) waarschijnlijk eerder gaan om een greppel (figuur 12). In het plangebied lijkt geen esdek (minimaal 50 cm dik humeus dek) te zijn opgeworpen. Boring 1 kan hier mogelijk een uitzondering op zijn.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[27]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3.2.3
Archeologische indicatoren
Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen . Let wel, het onderzoek betrof een verkennend booronderzoek en had ook niet tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen, aangezien de boordichtheid en boordiameter hiertoe ontoereikend waren.
3.3 Archeologische relevantie Hoewel de bodemhorizonten tijdens het onderzoek niet duidelijk naar voren kwamen in verban d met verbruining, lijkt het er sterk op dat het bodemprofiel in het plangebied niet diep geroerd is. De boorprofielen lijken sterk op het profielopbouw uit het proefsleuvenonderzoek dat 50 meter ten noordoosten heeft plaatsgevonden. Uit deze gegevens blijkt dat in het plangebied lemige rivierzanden voor komen waar oorspronkelijk een horstpodzol zich in heeft gevormd . Op de podzol bevindt zich een humusrijk dek van gemiddeld dunner dan 50 cm. Op basis van de boringen bevindt het archeologisch niveau zich tussen 40 en 70 cm –mv (oftewel op een hoogte van tussen de 19,33 en 19,84 meter +NAP) (figuur 12). In het plangebied kunnen diepe als wel ondiepe grondsporen nog verwacht worden. In situ 25 resten van jagers-verzamelaars kampementen worden niet meer verwacht in het plangebied. Op basis van de gegevens van de opdrachtgever is het aannemelijk dat direct ten westen, onder de puinlaag de bodem is verstoord. Daarnaast bevonden zich ten noorden van de garage en ten westen van de garage verschillende olietanks die de bodem waarschijnlijk ook verstoord hebben . De verstoorde locaties zijn tijdens het verkennend booronderzoek niet specifiek gecontroleerd.
25
Op locatie onverstoorde archeologische resten.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[28]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 12. Resultaten verkennend booronderzoek weergegeven op het AHN (naar https://www.ahn.nl/). De zwarte getallen betreffen de boornummers, de blauwe getallen betreft de hoogte beneden maaiveld waar archeologische resten te verwachten zijn, de rode getallen betreft de hoogte in meter +NAP vanaf waar archeologische resten te verwachten zijn.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[29]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen kan het onderzoek als volgt samengevat worden: Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied zich bevindt op een relatief hooggelegen dalvlakteterras dat zich heeft gevormd door een insnijding van de Maas in het aller ød. Het terras bestaat uit rivierzanden en -grinden met hierop rivierklei. Volgens de bodemkaart zijn boven de rivierzanden bruine hoge enkeerdgronden ontstaan, die bestaan uit lemig fijn zand. In de omgeving van het plangebied zijn vele archeologische vondstmeldingen gedaan en onderzoeken uitgevoerd. Op basis hiervan blijkt dat in de omgeving van het plangebied archeologische resten aanwezig zijn uit het mesolithicum tot de nieuwe tijd. Wel blijkt op basis van opgravingen en proefsleuven dat door verbruining grondsporen soms slecht te herkennen zijn. Op basis van historische kaart en blijkt dat tot 1915 het plangebied bestond uit een akker met in het oosten een historische weg (de huidige Lottumseweg). Rond 1915 wordt het huidige woonhuis gebouwd en werd het achterterrein een boomgaard. Rond 1966 wordt er een tankstation aangelegd e n in 1976 komt er een garagebedrijf erbij. Het woonhuis, garage en tankstationwinkel staan momenteel nog in het plangebied. De boomgaard is gerooid.
Hoewel de bodem vanwege verbruining lastig te interpreteren was, lijkt het er sterk op dat het bodemprofiel in het plangebied niet diep geroerd is. Er is sprake van lemige rivierzanden waar zich een bodem in heeft ontwikkeld dat sterk doet denken aan een horstpodzol. Op de podzol bevindt zich een dun humusrijk opgebracht dek. Op basis van de boringen bevindt het archeologisch niveau zich tussen 40 en 70 cm –mv (oftewel op een hoogte van tussen de 19,33 en 19,84 meter +NAP) . In het plangebied kunnen diepe als wel ondiepe grondsporen nog verwacht worden. In situ resten van jagersverzamelaars kampementen worden niet meer verwacht in het plangebied. Verwachting op basis van bureauonderzoek en veldonderzoek hoge verwachting voor nederzettingsresten en resten van randactiviteiten (akker, weg, grondstofwinning, grafveld) uit het neolithicum tot en met de late middeleeuwen. hoge verwachting voor resten van randactiviteiten (akker, greppels) uit de nieuwe tijd . In de archeologie worden deze resten vaak niet gezien als behoudenswaardige (interessante) resten. In het oostelijk deel van het plangebied blijkt op basis van het bureauonderzoek mogelijk meer verstoringen aanwezig te zijn (puinlaag en verschillende brandstoftanks die momenteel verwijderd zijn).
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[30]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
4.2 Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de mogelijke toekomstige bouwplannen. Het archeologisch niveau bevindt relatief ondiep aan het maaiveld, tussen de 40 en 70 cm –mv (oftewel op een hoogte van tussen de 19,33 en 19,84 meter +NAP), en daarom wordt een vervolgonderzoek aanbevolen. De archeologische resten kunnen het best opgespoord worden door middel van een proefsleuvenonderzoek. Tijdens een proefsleuvenonderzoek wordt gekeken of er archeologische resten aanwezig zijn in het plangebied, wat voor resten er aanwezig zijn, wat de gaafheid is van de resten en of de resten behoudenswaardig (interessant) zijn. Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek dient er een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden.
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Horst aan de Maas, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[31]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Literatuur Bijlsma, M.M. en H.M. van der Velde, 1999. Aanvullend Archeologisch onderzoek aan de Wilhelminastraat te Grubbenvorst. ADC rapport 4. Archeologisch Diensten Centrum, Bunschoten. Boots, G.J., 2014. Archeologisch proefsleuvenonderzoek; De Comert te Grubbenvorst in de gemeente Horst aan de Maas. Econsultancy rapport 14091871. Econsultancy bv, Swalmen. Brijker, J.M., M. van Dinter, J. Huizer, N. de Jonge en F.S. Zuidhoff, 2015. De noordelijke Maasvallei door de eeuwen heen. Vijftienduizend jaar landschapsdynamiek tussen Roermond en Mook Inventariserend archeologisch onderzoek ‘Verkenning Plus’ Project Maasvallei voor vijftien plangebieden. ADC Monografie 19 / ADC Rapport 3750. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Buesink, A., 2008. Gemeente Horst aan de Maas; De Soom te Grubbenvorst; Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). BAAC rapport V-08.0092. BAAC bv, ’sHertogenbosch. Dijk, K.M. van, 2014. Archeologisch bureauonderzoek dijkversterking Grubbenvorst. Buro de Brug rapport B14-205. Buro de Brug ACR bv, Amsterdam. Heeringen, R.M. van en R. Schrijvers, 2014. Actualisatie van de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas, 2014. Vestigia rapport V1188. Vestigia BV, Amersfoort. Janssens, M., 2011. De Romeinse weg op de westoever van de Maas. Van Ittervoort tot Geysteren.
Provincie Limburg; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, verwachtingskaart en Plan van Aanpak. RAAP-rapport 2090. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp. Koomen, A.J.M. en G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen, 1967. Kartenaufnahme der Rheinlande durch Tranchot und v. Müffling 1803-1820, schaal 1: 25.000. Kaartblad 26 Velden. Landesvermessungsamt Nordrhein-Westfalen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Schryvers, A., 2005. Plangebied Lottumseweg 62, gemeente Horst aan de Maas; archeologisch vooronderzoek: proefsleuven. RAAP-rapport 1145. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Amsterdam. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Stiboka, 1975. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Blad 52 Oost Venlo. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Stiekema, M., 2014. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek; Steegerakkerweg (ong.) te Grubbenvorst in de gemeente Horst aan de Maas. Econsultancy rapport 14071716. Econsultancy bv, Swalmen. Stiekema, M., 2016.
Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek; Wilhelminastraat 2 te Grubbenvorst in de gemeente Horst aan de Maas. Econsultancy rapport 15122138. Econsultancy bv, Swalmen.
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[32]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Vaessen, 2019. Middeleeuwers langs de Maas – plangebied prioritaire dijkversterking - perceel 2, Dijkringen 66 (Lottum) en 67 (Grubbenvorst), gemeente Horst Aan De Maas, archeologisch onderzoek: waarderend proefsleuvenonderzoek en een opgraving . RAAP-rapport 4249. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp. Verboom-Jansen, M., 2011. Een archeologisch bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Lottumseweg 59 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas (L). ARC-rapport 2011-12. ARC BV, Geldermalsen. Waveren, A.M.I. van, 2004. Plangebieden Lottumseweg 62 en 65, gem eente Horst aan de Maas; een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP -notitie 727. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Amsterdam. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk en C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Winter, J. de en J. Weterings, 2011. Grubbenvorst; Plangebied De Soom; Definitief onderzoek naar Romeinse en middeleeuwse sporen. BAAC rapport A-09.0049. BAAC bv, ’s-Hertogenbosch. Woolderink, MSc H.A.G. (Vrije Universiteit Amsterdam); Cohen, dr. K.M. (Universiteit Utrecht) (2018): Digital Basemap for the Lower Meuse Valley Palaeogeography. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-xkk-f29b Wullink, A.J. en M. Stiekema, 2010.
Een archeologisch verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Kloosterstraat te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas (L) . ARC-rapport 2010-40. ARC bv, Geldermalsen.
Digitale bronnen: https://www.ahn.nl/ https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl/ https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-nederlandamk-en-ikaw. https://easy.dans.knaw.nl/ https://www.horstaandemaas.nl/bijzondere-gebouwen-monumenten-en-landschappen https://www.kadaster.nl/zakelijk/ http://www.landvankessel.nl/ https://www.ruimtelijkeplannen.nl/ www.sikb.nl https://www.topotijdreis.nl/
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[33]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
7
Figuur 2. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (bron: https://www.ahn.nl/).
12
Figuur 3. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de geomorfologische kaart. In wit zijn de ongekarteerde gebieden (bron: Koomen en Maas, 2004 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/).
13
Figuur 4. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de bodemkaart (bron: Stiboka, 1975 en https://archis.cultureelerfgoed.nl/).
14
Figuur 5. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van de Actualisatie Maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas (Van Heeringen en Schrijvers, 2014).
15
Figuur 6. Overzichtskaart archeologische gegevens in en u it de directe omgeving van het plangebied (bron: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen -enkaarten/overzicht/archeologie-in-nederland-amk-en-ikaw en https://archis.cultureelerfgoed.nl/).
17
Figuur 7. Het plangebied weergegeven op het kadastrale minuutplan minuutplan Grubbenvorst, Limburg, sectie C blad 2 uit 1811-1832 (bron: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/).
18
Figuur 8. Het plangebied weergegeven rond 1980. Links is de tankstation winkel van Shell zichtbaar, centraal is de garage zichtbaar en rechtsvoor het dubbele woonhuis. Op het achter terrein staat nog de fruitbomen (bron: opdrachtgever).
19
Figuur 9. Overzicht van historische kaarten (bron: Landesvermessungsa mt Nordrhein-Westfalen, 1967 en https://www.topotijdreis.nl).
20
Figuur 10. Foto genomen vanaf de Lottumseweg kijkend op het woonhuis, de tankstation winkel en de garage (veldwerkfoto van 29-10-2020).
21
Figuur 11. Noordelijk profiel van sleuf 1 uit het proefsleuvenonderzoek aan de Lottumseweg 62; circa 50 meter ten noordoosten van het huidig plangebied (Moonen en Schryvers, 2005). 27 Figuur 12. Resultaten verkennend booronderzoek weergegeven op het AHN (naar https://www.ahn.nl/). De zwarte getallen betreffen de boornummers, de blauwe getallen betreft de hoogte beneden maaiveld waar archeologische resten te verwachten zijn, de rode getallen betreft de hoogte in meter +NAP vanaf waar a rcheologische resten te verwachten zijn.
29
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
8
Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.
11
Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
15
Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
21
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[34]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Tabel 5. De toekomstige situatie.
22
Tabel 6. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.
24
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Boorbeschrijvingen
Appendices Appendix 1. Korte beschrijvingen van archeologische monumenten, vondstlocaties en onderzoekslocaties. Appendix 2. Locatie kabels en leidingen. Appendix 3. Bouwtekeningen van de garage, tankstation winkel en woonh uis. Appendix 4. Locatie puinstort (gegevens opdrachtgever).
RAAP-rapport 4794 / versie 10-11-2020
[35]
Plangebied Lottumseweg 47 te Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)