02c.5 AAA - T Bijlage 5 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Transect-rapport 2308 Sevenum, Helenaveensweg 23 Gemeente Horst aan de Maas (LI)
Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO) , verkennende fase
Overijsselhaven
transect ARCHEOLOGISCH
3433
ONDERZOEK
b
PH
127
T:
030-7620705
Nieuwegein
E:
informatie.
@transect.nl
ADVIES
Colofon Titel
Sevenum, Helenaveenseweg 23. Gemeente
(LI).
Maas
Een
Archeologisch
Inventariserend
Horst
aan
de
(BO) en (IVO), verkennende fase.
Bureauonderzoek
Veldonderzoek
Rapportnummer
Transect-rapport
2308
Auteur
MSc —actornummer 32902308 | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) MA actornummer 97483472 B —
Versie
Definitief
Datum
24-09-2020
Projectnummer
19050007
Onderzoeksmelding
4723972100
Opdrachtgever
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Uitvoerder
Transect
b.v.
Overijsselhaven 3433
PH
Nieuwegein
Bevoegde
overheid
Gemeente
Beheer
plaats
Transect
en
documentatie
Toetsing rapport bevoegde
overheid
Omslagafbeelding
127
Horst
aan
de Maas
b.v, Nieuwegein
(geanonimiseerd) B op
Goedgekeurd
door
Foto
plangebied
van
het
ten
tijde
16 van
juli
2020
het veldonderzoek
(15-
07-2019)
Autorisatie Naam
| (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Senior KNA
Datum
Paraaf
01-08-2019
(geanonimiseerd)
Prospector
Actornummer 81816819
ISSN:
2211-7067
© Transect b.v, Nieuwegein Niets op
uit deze
welke
uitgave
wijze
mag
Transect aanvaardt geen adviezen of het
gebruik
vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers.
worden
dan ook zonder
aansprakelijkheid voor eventuele van
de resultaten
van
schade voortvloeiend
dit onderzoek.
uit de
van
druk, fotokopie of
toepassing van
de
t ra n Ss e ct
Overijsselhaven 3433
ONDERZOEK
ARCHEOLOGISCH
Db
PH
127
T:
030-7620705
_E:
informatie@transect.nl
Nieuwegein
ADVIES
Samenvatting In
heeft opdracht van (geanonimiseerd) GN
uitgevoerd Het
in
plangebied
bestaande
uitgevoerd In het
plangebied
een
de
aan
bestaat uit twee
Transect b.v. in juli 2019
Helenaveenseweg
deelgebieden.
aanleiding van
De
varkenshouderij
en
de bouw
in het kader
de
bestemmingsplanwijziging.
van
van
bestemmingsplan ‘Buitengebied
voorgenomen
bodemingrepen
Hierom
aangetast.
werkzaamheden
is
van
kan deze
(2017)
Maas
archeologische
archeologisch invloed
de
zijn op
archeologisch (BO + IVO-O). Het doel
het
verwachting,
de
aan
vooronderzoek
vooronderzoek
van
Horst
archeologische
uitgevoerd,
archeologisch
nodig
bestaande
de hand
aan
waarde
in het
bodemkunde
binnen
kunnen voorkomen.
plangebied archeologische
veldonderzoek
(IVO-O)
is het toetsen,
archeologische verwachting, bodemreliëf
archeologisch
vooronderzoek
Uit het vooronderzoek aantreffen
niveaus ten
stallen
en
woning
sprake
van
een
egalisatie.
In
plangebied
resten.
A ‚In
sterk verstoorde top
deelgebied
B-horizont
op de
deelgebied het
van
B is echter ook
sprake
als het
over
4
Daar
worden
is een
archeologische de
over
de kans dat
de
gespecificeerde
de
feitelijke bodemopbouw, resultaten
dit
van
onderzoeksplicht.
het
plangebied
maken
en van
heeft op het
is sprake
van
de
archeologisch
de bouw
van
de bestaande
het
plangebied
eveneens
landbouw
waarin
waar
nog intact is, wordt vanaf 25-45
van
het
een
restant van
dekzandpakket.
potentieel archeologisch
lage
een
van
boringen
in de top
de
booronderzoek
veroorzaakt door moderne
ze
de
van
het inventariserend
van
beschrijft de
groot deel
dekzandpakket,
is aangetroffen.
zijn aangemerkt
van
een
omvang
een
tweeledige verwachting
bouwrijp
B is in
van
de
van
doel
Het
in de
een
een
Daarom
en
is
in hoeverre
informatie
geconstateerde verstoring
het
en
en/of Cg-horizont aangetroffen
bodemhorizonten
voorziet
en
In het grootste deel
Dit is gebaseerd
in deelgebied
Dit rapport
plangebied
gevolge van ontzanding
oorspronkelijke bodemopbouw een
plangebied.
de
grondgebruik bepalen van
en
informatie
van
van
en
en
plangebied.
mogelijk, bijstellen van
waar
is gebleken dat het
archeologische verwachting. relevante
in het
in het
archeologische
van
en
door het verzamelen
bodemintactheid
en
resten
Maas).
sloop
onderzoek
of
krijgen
nieuwe
en
de
geplande ingrepen
specificeren
is het
beschikbare
van
aan
plangebied
uit een bureauonderzoek
(BO)
bureauonderzoek
dat wil zeggen het
de
inzicht te
om
is de
Gezien de aard
waarde met
archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, het
heeft het
vooronderzoek
Horst
onderhavig
Het
(‘dubbelbestemming waarde-archeologie 4).
archeologische
waarde
(gemeente
het onderzoek
paardenhouderij.
een
archeologisch
een
23 in Sevenum
en
de -Mv
cm
Deze
relevant niveau,
waardoor
hier
het aantreffen
van intacte archeologische waarden. De sprake is van een hoge verwachting op verspreiding van deze verschillende verwachtingszones is op kaart weergegeven in bijlage 12.
Advies In het *
*
plangebied
Daar
is sprake
sprake
waar
is van
archeologie
op
ondergrond
kunnen
een
hier
lage verwachting
In dat deel
het
plangebied
dubbelbestemming archeologie overheid
om
waar
sprake
wij geen
de noodzaak
is van
in het nieuwe
in overleg met
archeologische verwachtingen. adviseren
bestemmingsplan.
plaatsvinden zonder
archeologisch
bevoegde
verschillende
in het nieuwe
te nemen
onderzoek.
van
twee
van
een
nieuwe
Eventuele tot het
dubbelbestemming
toekomstige ingrepen
uitvoeren
van
in de
verder
hoge verwachting adviseren wij een
bestemmingsplan
haar adviseurs te
bepalen
te handhaven. wat de
Het is aan de
onderzoeksgrenzen zijn
die aan een dergelijke dubbelbestemming verbonden zijn. Deze verschillende adviezen zijn op kaart weergegeven in bijlage 12. Concreet betekent dit ten aanzien van de voorgenomen ingrepen het volgende: • Voor de sloop en nieuwbouw in Deelgebied A adviseren wij om dit deelgebied (circa 2, 2 ha) vrij te geven voor de voor de voorgenomen ontwikkelingen. Wel willen we de initiatiefnemer en de uitvoerder van dergelijke ingrepen wijzen op de wettelijke plicht om eventuele toevalsvondsten direct te melden bij de bevoegde overheid, de gemeente Horst aan de Maas (Erfgoedwet 2016, artikel 5. 10) • Voor de nieuwbouw in Deelgebied B (oppervlakte circa 1, 6 ha) dient voorafgaand aan eventuele ingrepen in de ondergrond een aanvullend karterend en waarderend onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) De kaders en regelgeving waarbinnen een dergelijk onderzoek moet worden uitgevoerd dienen vooraf te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) .
.
.
Het bovenstaande vormt een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Horst aan de Maas, om op basis van de resultaten van dit rapport een selectiebesluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische waarden in het plangebied.
Inhoud 1.
Aanleiding
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied
4.
Planvorming
en consequenties
5.
Beleidskader
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
6.
Landschap, geomorfologie en bodem
7.
Archeologische waarden en onderzoeken
8.
Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
10.
Resultaten veldonderzoek
11.
Beantwoording onderzoeksvragen
12.
Conclusies en advies
13.
Geraadpleegde bronnen
. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .
. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .
6
. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .
7
toekomstig gebruik
. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
9
10 11 13
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
15
. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
19
. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
21
.. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
24
.. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
25
. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
26
.. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
28
. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
29
Schetsontwerp deelgebied A en B
. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
30
. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
32
.. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
34
.. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
35
Archeologiebeleid Geomorfologie Maaiveldhoogte
Maaiveldhoogte detail Bodem
. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .
.. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
Archeologische periode-indeling voor Nederland Situatie
5
.. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
36
.. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
37
Archeologische waarden en onderzoeken
. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
Diepte bestaande kelders en funderingen deelgebied A
.. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
39
. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
40
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
41
Boorpuntenkaart Advieskaart
38
Foto’s van boringen
. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
42
Boorbeschrijvingen
.. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..
44
Aanleiding
1.
(geanonimiseerd) Acvies opdracht van:
In
vooronderzoek Horst
de
aan
uitgevoerd
Maas).
aanleiding van
Het
in
een
plangebied
plangebied
het onderzoek is de Het
paardenhouderij.
onderhavig
heeft Transect b.v. in juli 2019 aan
de
Helenaveenseweg
bestaat uit twee
sloop
van
onderzoek
een
archeologisch
23 in Sevenum
deelgebieden (A: 2,2 ha
de bestaande
en
varkenshouderij en de
is uitgevoerd in het kader
van
de
(gemeente
B: 1,6
ha).
bouw
De
van
een
benodigde
bestemmingsplanwijziging. In het
bestemmingsplan ‘Buitengebied
archeologische
waarde
voorgenomen
bodemingrepen
aangetast.
Hierom
werkzaamheden
archeologisch (BO + IVO-O).
1
rransect
middel van
4003
van
van
aan
aan
de
Maas
(2017)
heeft het
(‘dubbelbestemming waarde-archeologie 4). kan deze
archeologische
archeologisch
vooronderzoek
invloed
de
vooronderzoek
b.v. voldoet een
is
Horst
zijn op
nodig
archeologische
uitgevoerd,
waarde
bestaande
om
met
de
inzicht te
waarde
in het
plangebied
Gezien de aard
en
een
omvang
van
de
geplande ingrepen worden krijgen of en in hoeverre de
plangebied.
uit een bureauonderzoek
en
Daarom een
is een
booronderzoek
de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma
procescertificaat. Transect
Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en
de SIKB.
transect ARCHEOLDGISCH
ONDERZOEK
»
ADVIES
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Aan de hand van beschikbare informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik binnen en rondom het plangebied, wordt de kans bepaald dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) en de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) zijn opgenomen. Aanvullende (cultuur) historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Deze gegevens zijn aangevuld met relevante informatie uit achtergrondliteratuur en van lokale amateurs of verenigingen.
Bouwtekeningen van de varkensstallen zijn opgevraagd bij de opdrachtgever en aangeleverd (zie hoofdstuk 8) Er is contact opgenomen met de Heemkunde Vereniging Sevenum met een verzoek om aanvullende informatie inzake de omgeving van het plangebied. Uit dit contact blijkt dat de vereniging niet beschikt over relevante aanvullende informatie over de omgeving van het plangebied. Een volledige lijst met geraadpleegde bronnen is opgenomen in hoofdstuk 13. ,
.
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O) .
Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? 2. Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? 3. In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat) ? 4. Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocollen 4002 (bureauonderzoek) en 4003 (inventariserend veldonderzoek) van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4. 1 (KNA 4. 1) .
6
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied
Plaats
Sevenum
Toponiem
Helenaveenseweg 23
Gemeente
Horst aan de Maas
Provincie
Limburg
Kaartblad
52D
Perceelnummer (s)
Gedeeltelijk: SVN01 N 0179 VN01 N 0178 SVN01 W 0263 VN01 W 0036 SVN01 W 0262 197. 972/378. 936
Centrumcoördinaat Oppervlakte
Deelgebied A: ca. 2, 2 ha Deelgebied B: ca: 1, 6 ha Totaal: ca. 3, 8 ha
Binnen het archeologisch onderzoek is onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de bodemingrepen worden uitgevoerd. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied, in een straal van circa 500 m, dat bij het onderzoek wordt betrokken om tot een beter inzicht te komen in de landschappelijke, archeologische en (cultuur-) historische situatie in het plangebied. Het plangebied bevindt zich aan de Helenaveenseweg 23 in Sevenum (gemeente Horst aan de Maas) Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden, waarbij deelgebied A zich ten zuiden van de Helenaveensweg bevindt en deelgebied B zich ten noorden van de Helenaveensweg bevindt. De begrenzing van het plangebied is gebaseerd op de begrenzing van de voorgenomen bestemmingsplanwijzing en is niet te relateren aan kadastrale grenzen. De kadastrale nummers waar de deelgebieden onder vallen zijn opgenomen in bovenstaande tabel. Deelgebied A beslaat ca. 2, 2 ha en deelgebied B beslaat ca 1, 6 ha. In totaal beslaat het plangebied ca. 3, 8 ha. Deelgebied B is in gebruik als weiland en akkerland. Deelgebied A bevat een varkenshouderij die bestaat uit meerdere opstallen. Deze beslaan in totaal ca. 5560 m 2 Ook is een weiland en een paardenbak aanwezig. Aan de noordkant van deelgebied A staan bomen.
De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en bijlage 2. .
.
7
Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart. ‘A’ en ‘B’ geven de deelgebieden weer. Bron topografische kaart: PDOK.
8
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
Planvorming
Sloop bestaande bebouwing, nieuwbouw paardenhouderij
Aard bodemverstoringen
Graafwerkzaamheden
Verstoringsoppervlakte
Onbekend, in principe het gehele plangebied (ca. 3, 8 ha)
Verstoringsdiepte
Onbekend
De bestaande bebouwing (varkenshouderij) in deelgebied A zal worden gesloopt. Daarna zal in beide deelgebieden een paardenhouderij worden gerealiseerd. Hiertoe worden waarschijnlijk rijhallen, paardenboxen en buitenbakken gerealiseerd. Ook zullen bomen worden geplant. In het huidige stadium van de plannen zijn de voorgenomen ingrepen nog niet exact bekend. Er zijn wel schetsontwerpen beschikbaar, maar het zou kunnen dat de potentiële koper ervoor kiest om het plangebied geheel anders in te richten dan hierop staat aangegeven (bijlage 3) De exacte ontgravingsoppervlaktes en –dieptes zijn vooralsnog dus nog niet bekend. Vooralsnog wordt er daarom van uitgegaan dat binnen het gehele plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden. Daarmee zijn de gevolgen van de ingrepen in de ondergrond op de intactheid van eventuele archeologisch relevante niveaus op voorhand niet duidelijk. .
9
5.
Beleidskader
Onderzoekskader
Bestemmingsplanwijziging
Beleidskader
Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas (2017)
Onderzoeksgrens
Groter dan 2500 m 2 en dieper dan 50 cm –mv.
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Met ingang van juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2021 in werking zal treden. Het archeologiebeleid inzake het plangebied is vastgesteld door middel van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas (2017) ’.
Hierop heeft het plangebied een archeologische waarde (‘dubbelbestemming waarde-archeologie 4) Deze ‘waarde-archeologie 4’ is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart, waarop het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft (bijlage 4) Vanuit het bestemmingsplan geldt dat ter plaatse van ‘waardearcheologie 4’ bodemingrepen die minder oppervlakte dan 2500 m 2 beslaan en niet dieper reiken dan 50 cm –Mv, worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Met de voorgenomen werkzaamheden worden deze grenzen overschreden, waardoor een archeologische onderbouwing van de bestemmingsplanwijziging noodzakelijk is. .
.
10
6.
Landschap, geomorfologie
bodem
en
Geologie
Formatie
Archeolandschap
Dekzandvlakten
Geomorfologie Maaiveldhoogte
of
30,3
Bodem
Duinvaaggronden
Grondwatertrap
VII
Boxtel, Laagpakket
van
Dekzandrug 30,8
tot
op de
Kootwijk;
van
stuifzand
peelhorst
dekzandkopje (3L5} NAP
m
Landschap Het plangebied ligt landschappelijk gezien in het Zuid-Nederlandse zandgebied en maakt deel uit van de Peelhorst (geanonimiseerd) MN 2005). De Peelhorst is een tektonisch actief stijgingsgebied ten oosten van de
Peelrandbreuk, dat bestaat uit een serie
plangebied, grofweg
het
van
tektonische
bewegingen
op de
ontstane
tot verschillende
een metersdik liggen pakket jongere afzettingen. rivierafzettingen uit het Laat-Tertiair en het Pleistoceen
2 à 3
-Mv)
m
Maas in het
het
aan
gebied afgezet,
schollen.
Ten westen
lijn Roermond-Deurne begint de Centrale Slenk. Dit is een door laagte, waar de rivierafzettingen diep zijn weggezakt en begraven
onder
binnen
hoogten opgeheven
oppervlak.
Deze
naar
plangebied liggen grindrijke relatief dicht (mogelijk
verwachting
afzettingen zijn onder
de minst
waarvan
In het
invloed
van
voorlopers
diep gelegen afzettingen geologisch gezien
de
van
behoren
tot
et 2, 2003). Deze zijn in het midden van het 1075; (geanonimiseerd) HN Beegden (geanonimiseerd) | Pleistoceen gevormd MN (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) BN 2003). op welke diepte de top van de Formatie van
de
Formatie
van
Beegden zich exact af te leiden
bevindt in de
omgeving
koud
het Weichselien
van
klimaat
verstuivingen drooggevallen beddingen van beken zeer
het barre klimaat geen
vanwege
zand werd als dekzand
welvingen, gelegen
en
ruggen
Peelhorst
dekzandkoppen
in
een
en
ruggen
(circa 116.000
uit
boringen in het Dinoloket
en
tot
zijn met
vanuit
en
die
name
In de
huidige
warme
door
vegetatie
en
periode,
vindt
ontwikkelen.
er
plaatse van
de
aanwezig
ter
(vanaf
10.000
Het in
hoger
worden
ingevangen. De hogere huidige ligging van Maasbree,
jaar geleden), plaats.
moedermateriaal
gronden
Er was
(geanonimiseerd) | 2010).
actieve sedimentatie
Deze
Noordzee-bekken.
op de relatief
niet, aangezien kon
Door het mineraalarme
gronden voornamelijk podzolgronden.
er
luwte zodat het dekzand
het Holoceen
nauwelijks
drooggelegen
van
dergelijke verstuivingen rivierafzettingen van de Peelhorst afgezet
dekzandruggen zijn van
het
gevolg
winden vanuit de
kon voorkomen.
op de oude
| 2005; (geanonimiseerd) Berghem (geanonimiseerd) en
en
traden als
rivieren
deken
was
jaar geleden)
Het zand verstoof door sterke
vegetatie aanwezig
dunne
11.650
zand op.
van
vlakten. Grote
weinig sprake
Horst
bodems
plangebied valt niet
(boring B52D1129, B52D1123; www.dinoloket.nl).
In de laatste fase een
het
van
worden
raakt het
In het dekzand
ontwikkelen
gekenmerkt
landschap kunnen
zich op de
door uit- en
bedekt
zich
hoge
nu en
droge
inspoeling van
ijzer en humus. In de lagere en nattere delen van het zandlandschap kan geen podzolering plaatsvinden en ontwikkelen zich beekeerdgronden en gooreerdgronden. Deze gronden worden gekenmerkt beekdalen voorkomen
door
(geanonimiseerd) oxidatie-reductie-processen ___ | 1989). | en (geanonimiseerd)
Verder vindt vanuit de
Ook op de Peelhorst ontstond
ondergrond
veenvorming plaats. van ondiepe klei- en leemlagen,
die
een
veen
door het in de
barrière vormden
(geanonimiseerd) VN «: 2, 2015). Volgens (geBanonimise rd) (2015) heeft binnen
het
voor
plangebied
het regenwater geen
veenvorming
plaatsgevonden.
11
transect ARCHEOLDGISCH
ONDERZOEK
»
ADVIES
de Late-Middeleeuwen traden onder invloed van de mens verstuivingen van zand op. Door het
Vanaf
afplaggen van kreeg.
heide kwam
het dekzand
plaatselijk
Hierdoor ontstonden stuifzanden
braak te
5).
in bijlage
er
vat op
weer
het
van
plangebied
van
is een
ten zuiden van
het
Op
Hoogtebestand
het Actueel
noordwesten
gezien zijn
de
plangebied
het
van
deelgebied
van
B
of -kopje
dekzandrug
mogelijkheid
aanwezig (kaartcode
en
Volgens
de bodemkaart
van
e
120
het bos
waar
A nog restanten de stallen
ca
m
ten
in deelgebied
van
30
ca.
B
westen
280
en
noordoosten
ten
m
ten
vermoedelijk geëgaliseerd,
zeker
overgaat in akkerland (bijlage 6 en 7). Mogelijk de stuifduinen
aanwezig (bijlage 7). Een
is opgehoogd
ten
cm
opzichte
andere
het weiland
van
grondwatertrap komen
in het
plangebied duinvaaggronden voor, die zich hebben gevormd in (kaartcode Zd21-VII; bijlage 8). Ten oosten van het plangebied zijn
lemig fijn zand
zwak
en
zwarte
het
daar
zijn
grillige stuifzandreliëf
is te zien dat het
m
ervan.
Bodem
hoge
en
door
(AHN}
De stuifduinen
is dat het erf rondom
direct ten oosten
ontstaan
Nederland
deelgebied
landduinen
afgraving aanwezig (kaartcode 3N8). Ca. 700 dalvormige laagte aanwezig (kaartcode 2R2 in bijlage 5).
laagte
is een
abrupte hoogteverschillen van
komen
plangebied abrupt eindigt op
(bijlage 6).
in het westen
leemarm
het
een
plangebied lage bijbehorende vlakten en laagten voor (kaartcode 4L8 in bijlage 5). Het is niet bekend in welke tijdsperiode de lage landduinen MM et al. (2018) zijn de duinen ten noorden van het plangebied niet gedateerd. Ten zijn ontstaan. In (geanonimiseerd) oosten
Ten noorden
de wind
en (geanonimiseerd) «: 2, 2003). (geanonimiseerd) MN | BN 2010, (geanonimiseerd)
Geomorfologie en maaiveldhoogte Volgens de geomorfologische kaart is in het plangebied 3L5
liggen, waardoor
lemig fijn zand (kaartcode zEZ23-VII). Westelijk veldpodzolgronden verwacht (kaartcode Hn21).
enkeerdgronden aanwezig,
plangebied
worden
die bestaan uit
_ Duinvaaggronden zijn zandgronden waarin weinig bodemvorming heeft plaatsgevonden. Ze worden door
gevonden
in stuifzandgronden.
Wel
zijn de
zandkorrels
gekleurd
doordat
omhuld
zijn
met
humeuze, donkergekleurde bovengrond
van
ze
ijzerhuidjes (geanonimiseerd) TN 1966).
Hoge zwarte enkeerdgronden zijn gronden tenminste 50
cm
dik
(Aap-horizont).
oorspronkelijke grond
Deze
een
bovengrond
is ontstaan door
ophoging van
de
potstalmest. enkeerdgronden hierbij overwegend gebruik gemaakt van heideplaggen (geanonimiseerd) TN 066). Enkeerdgronden zijn vanuit archeologisch oogpunt bijzonder omdat beschermd e
kunnen
Voor zwarte
met
ze
hebben
de
is
oorspronkelijke grond, van
tegen
recente
voor
de
aanleg van
het eerddek,
bodemingrepen.
met
een humeuze tot humusrijke _Veldpodzolgronden zijn zandgronden bovengrond die dunner dan 30 cm (A-horizont). Hieronder is een inspoelingshorizont aanwezig waarin humus is ingespoeld (B-horizont). Soms is tussen de bovengrond en de B-horizont nog de lichtgekleurde
is
VN 1066). uitspoelingshorizont aanwezig (E-horizont) (geanonimiseerd) De
grondwatertrap
is een maat
laagste grondwaterstand organische
resten
kan
treden
optreden.
Bij een grondwatertrap van en
de
voor
VIl
de
conservering van organische
schommelingen Binnen
het
in de
plangebied
cm
verwacht.
Beneden
vuursteen
en
—-Mv geen onverbrande 120
cm
grondwaterstand wordt
een
op,
—-My zouden
aardewerk kunnen
dan 120
organische cm
—-Mv.
vondsten
deze wel bewaard
binnen 120
cm
Boven de
gemiddeld
waardoor
oxidatie
grondwatertrap
ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand
gemiddeld laagste grondwaterstand dieper
dat binnen 120-
resten.
tussen
van
Dit betekent
zoals hout, leer
80
en
140
voor
het
plangebied
en
cm
—-Mv
bot worden
zijn gebleven. Anorganische
—-My wel bewaard
van
VII verwacht.
vondsten
zoals
zijn gebleven.
12
transect ARCHEOLDGISCH
ONDERZOEK
»
ADVIES
Archeologische waarden
7.
Wettelijk
onderzoeken
en
beschermde monumenten
Nee
AMK-terreinen
Nee
Archeologische waarden
Niet binnen
plangebied
omgeving vondsten en/of sporen uit de Late-BronstijdUzertijd, IJzertijd en Midden-Nieuwe Tijd bekend In
Archeologische verwachtingen Het plangebied heeft op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart verwachting (bijlage 9). opbouw
of de
Deze
aangetroffen archeologische
verwachting is gebaseerd is aangebracht
Bekende Het
de
en
waarden
plangebied
Rijksdienst
binnen het
heeft
voor
Bekende
waarden
Ongeveer
800
aanwezigheid
ten
Archeologische en
laag
en
bodemkundige
en
hoge archeologische
—-kopjes,
waarop
cultuurdek
een
(geanonimiseerd) | 2009).
van
van
het
archeologisch wettelijk
geen
het
archeologisch
onderzoek
de Ook is
status.
Binnen het
plangebied
uitgevoerd.
plangebied
plangebied
is
een
terrein
aanwezig (AMK-terrein 16.544; bijlage 9). volgens Archis3 bewoningssporen uit de Late-Middeleeuwen het AMK-terrein is
van
beschermde
(AMK; bijlage 9).
MonumentenKaart
gebaseerd
op
19°-
en
hoge archeologische
van
Het betreft de oude
begrenzing van
een
is (geanonimiseerd) en |
niet eerder
is nog
omgeving
oosten
met
zone
hoge archeologische
geologische
archeologisch informatiesysteem (Archis3)
Erfgoed (RCE)
bekend
in de
De
dekzandruggen
van
relatief
het centraal
het Cultureel op de
vondsten.
op de
plangebied
volgens
nog geen vondsten
m
op de
grondwaterstand
het niet opgenomen
zijn
verwachtingszones zijn gebaseerd
een
dorpskern en
van
Schandelen,
waar
Tijd aanwezig zijn.
Nieuwe
20°-eeuwse
waarde
De
kaarten.
Vondsten e
_ Ongeveer 30 m ten oosten van deelgebied B (toponiem: Op Den Beye) is besmeten handgevormd aardewerk
e
aangetroffen
uit de
Archis3 behoort
het
fragment
crematieresten
aangetroffen.
Vroege-IJzertijd (vondstmelding 2779040100; bijlage 9). Volgens begraving,
tot een
maar
er
zijn geen grondsporen
en
geen
_ Circa 190 m ten noorden van deelgebied B (toponiem: Achterste Steeg) is handgevormd aardewerk
uit de
IJzertijd aangetroffen (vondstmelding 3067668100). in een kuil onder
bakje aangetroffen,
wal.
een
De wal is van
Er is een
laatmiddeleeuwse
compleet
bruin
ouderdom.
Ongeveer 250 m ten zuiden van deelgebied A is een omwalling uit de Midden-Nieuwe Tijd aangetroffen (vondstmelding 3113715100). Het betreft een plaggenwal die tevoorschijn kwam bij een zandafgraving van een pakket stuifzand (dat 0,3 tot 4 m dik was). De plaggenwal bestaat uit een
ca.
1m dikke,
sterk humushoudende
breed. Onder de wal is rond
{soms bijna venige) laag.
De wal
was
ongeveer
1,2
m
volledig ontwikkeld podzolprofiel aanwezig. De wal is vermoedelijk waarschijnlijk om de oostelijk gelegen akkers te beschermen tegen
een
1700 opgeworpen,
stuivend zand. e
Eveneens
aan
de Achterste
graafwerkzaamheden
een
Steeg,
(vondstmelding 3115627100). Verder is ongeveer
1,2 km
ten
ca.
250
urnenveld uit de
m
ten zuiden
noorden
van
het
deelgebied A,
is bij
periode Late-Bronstijd-Midden-IJzertijd aangetroffen
Er zijn meerdere
het Laat-Paleolithicum-Mesolithicum
van
urnen
plangebied,
met
crematieresten
op de
aangetroffen.
Kronenbergerheide,
vuursteen
aangetroffen (vondstmelding 2780433100, 3091562100).
uit
Ook
ca.
13
transect ARCHEOLDGISCH
ONDERZOEK
»
ADVIES
880
m
ten
zuidoosten
aangetroffen,
het
van
plangebied
is
vuursteenafslag
een
uit het Midden-Paleolithicum
een
zogenaamde levallois-afslag (vondstmelding 2858478100; toponiem:
300
m
Kleefse
Dijk).
Onderzoeken
Ongeveer
*
zuiden
ten
van
uitgevoerd (onderzoeksmelding blijkt dat onder een
bouwvoor
deelgebied A, 2418306100 van
cm
dik. Hieronder is de C-horizont
de
aanwezigheid
en/of grafvelden
van
40
ca.
prehistorie
aangetroffen, en
de
Gelderdijk 30, is een vooronderzoek
2418314100; bijlage 9). Uit het booronderzoek
dikte nog
cm
B-horizonten kunnen
uit de
aan en
in
B-horizont
aanwezig
is van
matig fijn, matig siltig, geelgrijs
nog resten
Romeinse
een
en/of sporen
uit de
Steentijd
10 tot 20
zand. en
Vanwege
graven
MAN 2015). Tijd aanwezig zijn (geanonimiseerd) WM en (geanonimiseerd)
_Aande
Gelderdijk 15, ongeveer 500 ten zuiden van deelgebied A, is een vooronderzoek uitgevoerd (onderzoeksmelding 3979850100). Op basis van de landschappelijke ligging op van
een
dekzandrug
naar
een
beekdal had
het onderzochte
gebied een hoge archeologische bodemverstoringen (maximaal 70 cm -Mv) en de
verwachting. Op basis van de waargenomen afwezigheid van archeologische indicatoren tijdens verwachting echter bijgesteld aangetroffen Op
basis
bekend
bovenstaande
van
zijn
in het dekzand
uit de
Bronstijd, IJzertijd
het verstoorde
pakket zijn geen podzolbodems
en
geconcludeerd
dat in de
omgeving
de Nieuwe
Deze
zowel
Er zijn is in ieder
zijn vooralsnog niet aangetroffen, ook nog niet
laag. Onder
het karterende booronderzoek is deze
(geanonimiseerd) TN 2015).
kan worden
dekzandruggen aangetroffen. vooralsnog
naar
maar
uitgevoerd.
Tijd.
geval
een
urnenveld
opgravingen die deze
Verder
van
het
zijn
vondsten
en/of
bij landduinen
als
kunnen
opsporen
plangebied verwijderd zijn
of -kopjes ook vuursteenvondsten
aangetroffen
Mesolithicum.
In het
landschappelijke ondergrond
de
periode
zouden
gezien
Laat-Paleolithicum-Middeleeuwen
de
aanwezig
kunnen
sporen
bij
aangetroffen. Nederzettingssporen
zouden
dekzandruggen
plangebied
de flank
uit het
ter
zijn
plaatse
van
Laat-Paleolithicumdan ook vondsten
uit
zijn.
14
transect ARCHEOLDGISCH
ONDERZOEK
»
ADVIES
gebruik als bouwland. Rond 1900 is het plangebied deels in gebruik als bouwland en deels bebost (figuur 3) Dit blijft in ieder geval tot in 1995 zo, al neemt het areaal bouwland wel toe (figuur 4 en 5) Vanaf 1967 verschijnt de eerste bebouwing in deelgebied A (https: //bagviewer. kadaster. nl/; figuur 6) Op de historische kaart uit 1980 is te zien dat ten noordoosten van het plangebied steilranden aanwezig zijn, die erop duiden dat er grond is afgegraven (figuur 6) In de loop van de tijd breidt de bebouwing zich uit in deelgebied A. Deelgebied B blijft tot op heden onbebouwd (figuur 7) Opvallend is dat in de late 19 e en vroege 20 e eeuw vrijwel direct ten oosten van het plangebied met hoogtelijnen een aantal kleine bulten is aangegeven. Het is onduidelijk of dit stuifduinen betreffen of grafheuvels (figuren 3 en 4; eerder aangehaald in hoofdstuk 7) .
. .
.
.
.
Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www. ikme. nl) en de Militaire Landschappenkaart Nederland worden binnen het plangebied geen verdedigingswerken of krijgshandelingen aangegeven vanaf de Middeleeuwen. Dergelijke waarden worden dan ook niet verwacht. Huidig gebruik en bodemverstoringen Deelgebied A is bebouwd met stallen en een woonhuis. In totaal beslaat de bebouwing ca. 5560 m 2 In het noorden van deelgebied A is een paardenbak aanwezig, in het zuidoosten van deelgebied A een weiland. Deelgebied B is geheel onbebouwd en in gebruik als weiland/bouwland (bijlage 2) .
.
• •
De volgende factoren kunnen de bodemopbouw binnen het plangebied beïnvloed hebben: Volgens het Bodemloket TM hebben binnen het plangebied geen saneringen plaatsgevonden die het bodemarchief plaatselijk al hebben aangetast (www. bodemloket. nl) Uit archeologische waarnemingen en historische kaarten blijkt dat het stuifzand in de omgeving plaatselijk is afgegraven. Gezien het reliëf binnen het plangebied op het AHN is het stuifzand in ieder geval geëgaliseerd binnen het plangebied. Mogelijk is het ook deels afgegraven. De maaiveldhoogte in deelgebied B is immers circa 1 m lager dan bij de stuifduinen ten noorden ervan. Dit zegt echter niet per se dat 1 m van de top van het zand is verdwenen, omdat stuifduinen een zeer grillig reliëf hebben dat op korte afstanden sterk kan variëren. In het westen van deelgebied A is mogelijk nog een restant van het stuifzand aanwezig gezien de maaiveldhoogte. Met de bouw van de bestaande bebouwing is het bodemarchief van deelgebied A plaatselijk aangetast. Van de stallen zijn bouwtekeningen geraadpleegd die zijn aangeleverd door de opdrachtgever. Uit de dwarsdoorsnedes blijkt dat bijna alle stallen onderkelderd zijn tot een diepte variërend van 0, 9 m –peil tot 1, 8 m –peil (het peil is gelijk aan de maaiveldhoogte) De verschillende dieptes van de kelders zijn weergegeven in bijlage 10.
Alleen ter plaatse van ‘loods G’ en ‘paardenstal H’ zijn geen kelders aanwezig (zie bijlage 10) Hier is de bodem tot ca. 0, 7 –Mv ontgraven voor de fundering. .
•
•
.
.
15
Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Bron: beeldbank. cultureelerfgoed. nl.
Figuur 3. Het plangebied (rood omlijnd) op een historische kaart uit 1900. Bron: www. topotijdreis. nl.
16
Figuur 4. Het plangebied (rood omlijnd) op een historische kaart uit 1925. Bron: www. topotijdreis. nl.
Figuur 5. Het plangebied (rood omlijnd) op een historische kaart uit 1955. Bron: www. topotijdreis. nl.
17
Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1980. Bron: www. topotijdreis. nl.
Figuur 7. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 2015. Bron: www. topotijdreis. nl.
18
Op basis van het bureauonderzoek is in het plangebied sprake van een hoge archeologische verwachting op resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied in een gebied met dekzandruggen en vondsten in de omgeving. Mogelijk is nog een restant van stuifduinen op het dekzand aanwezig in het westen van deelgebied A. Het is niet bekend hoe oud de stuifduinen zijn. Waarschijnlijk zijn ze in de Late-Middeleeuwen ontstaan maar dit valt niet met zekerheid te zeggen. Op historisch kaartmateriaal ontbreken aanwijzingen voor bebouwing en erven in het begin van de 19 e eeuw. Deze vormen vaak een indicatie voor oudere bebouwing. Bebouwing uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd wordt dan ook niet binnen het plangebied verwacht (lage verwachting) Sporen van landgebruik uit de periode Late-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd kunnen wel aanwezig zijn. .
Specifiek voor de periode Bronstijd – IJzertijd bestaat een verwachting op het aantreffen van (restanten van) grafvelden. Op circa 30 m ten oosten van het plangebied zijn op historische kaarten kleine cirkelvormige verhogingen gekarteerd. Aangezien hier ook een fragment besmeten aardewerk is aangetroffen, is het mogelijk dat hier sprake is van grafheuvels of andere grondsporen te relateren aan het funerair landschap. Stratigrafische positie en diepteligging Op basis van de ouderdom van het dekzand kunnen in de top archeologische resten en/of sporen aanwezig zijn die dateren uit de periode Laat-Paleolithicum-Middeleeuwen. Vanaf de LateMiddeleeuwen is vermoedelijk stuifzand op het dekzand afgezet, dat later is geëgaliseerd. Of hierbij ook de top van het dekzand verstoord is geraakt, is niet bekend. Gezien het verwachte bodemtype kunnen archeologische vondsten vermoedelijk vanaf ca. 30 cm –Mv aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied zijn vanaf 40 cm –Mv B-horizonten van podzolbodems aangetroffen (het archeologische niveau) .
Complextypen, omvang en aanwezigheid • Archeologische vondsten uit het Laat-Paleolithicum-Mesolithicum worden verwacht in de vorm van kampementen, die zich kenmerken door een concentratie van vuursteen, houtskool en verbrand bot. De vondstconcentraties zijn ontstaan als gevolg van, al dan niet, intensieve activiteiten op een beperkte plek, zoals jachtkampementen met haardkuilen of extractiekampen, waar men zich toelegde op het vervaardigen van vuurstenen pijl- en speerpunten. Deze vondsten worden verwacht in de top van het dekzand/stuifzand, indien deze nog volledig intact aanwezig is, dat wil zeggen: als er nog een restant van het oorspronkelijke podzolprofiel aanwezig is in het dekzand (B-horizont) Wanneer het podzolprofiel is afgetopt, kan de verwachting voor het .
19
•
•
Mesolithicum worden bijgesteld naar laag. Diepere grondsporen uit deze periode worden immers niet verwacht Archeologische vondsten uit de periode Neolithicum-Middeleeuwen worden verwacht in de vorm van huisplaatsen, die zich kenmerken door een concentratie van vuursteen (Neolithicum) en/of aardewerk en huttenleem en grondsporen zoals paalgaten, afvalkuilen, greppels en waterputten. Hiervoor geldt tevens dat vondsten alleen in situ worden verwacht als het oorspronkelijke bodemprofiel in het dekzand nog deels intact is. Wanneer het vondstenniveau is verdwenen, zouden hieronder (afhankelijk van de verstoringsdiepte) nog wel grondsporen aanwezig kunnen zijn, zoals paalkuilen, greppels en afvalkuilen. Sporen van begraving zullen op basis van vondsten in de omgeving van het plangebied hoofdzakelijk in de vorm van een verspreiding van grondsporen worden aangetroffen (grafheuvels, standgreppels, langbedden) Daarnaast kunnen de grafcontexten bestaan uit een verzameling van crematies, kringgreppels of urnenvelden. Gezien de verwachting specifiek voor de Bronstijd en de IJzertijd worden in elk geval crematies en urnen verwacht. Vondsten en sporen behorende tot nederzettingen uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden niet verwacht. Wel kunnen sporen van landgebruik uit deze periode aanwezig zijn. .
•
De omvang van vindplaatsen kan variëren van enkele tientallen vierkante meters voor vindplaatsen die betrekking hebben op jagers en verzamelaars (Laat-Paleolithicum-Mesolithicum) tot honderden vierkante meters voor een nederzetting die betrekking heeft op een enkele boerderij (vanaf het Neolithicum) ,
.
In hoeverre nog archeologische vondsten en/of sporen in het plangebied aanwezig kunnen zijn, hangt mede af van de mate van intactheid van de bodem. Ter plaatse van de bestaande kelders en funderingen is het bodemarchief al tot 0, 7 à 1, 8 m –Mv aangetast (zie bijlage 10) Vermoedelijk is hiermee een eventueel archeologisch niveau hier reeds verdwenen. Of dit werkelijk het geval is, is afhankelijk van de diepteligging van het archeologische niveau, die in het veld zal moeten worden vastgesteld. In welke mate de top van het dekzand is aangetast met de egalisering is eveneens niet bekend en zal door middel van boringen moeten worden uitgezocht (zie hoofdstuk 10) .
.
20
10. Resultaten veldonderzoek
Onderzoekstrategie
Verkennend
Aantal
23
boringen
boor
Type
booronderzoek
Edelmanboor
Boordiameter
7 cm
Maximale
110
boordiepte
cm
-Mv
Werkwijze Het doel het
het veldonderzoek
van
plangebied,
zoals
booronderzoek
bepalen
uitgevoerd.
en
inzicht te
plangebied.
In totaal
deelgebied
A
opgesteld De
krijgen zijn
is het toetsen
gespecificeerde archeologische verwachting
in hoofdstuk 9. Hiertoe is in het
boringen zijn gebruikt
in de
in het
de
van
bodemopbouw
de exacte
en
plangebied
de mate
om
plangebied drieëntwintig boringen gezet, waarbij
zijn uitgevoerd (boring 12-23)
en
elf in deelgebied
B
zuidoostzijde
A, is gewerkt
deelgebied
het
twaalf in
er
(boring 1-11).
boringen zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor een diepte van maximaal 110 cm -Mv. Wanneer de omstandigheden van
de bodem te
van
landschappelijke ligging van
De
B en de
verkennend
een
intactheid
van
in
met
een
diameter
dit toelieten, zoals in
in een standaard verkennend
7 cm, tot
van
boorgrid
deelgebied 40x50
van
zijn de boringen in deelgebied A rondom de bestaande bebouwing uitgevoerd waar de oppervlakteverharding dit toeliet. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 11. De m.
Daarnaast
hoogteligging Nederland
opzichte van
ten
(AHN; bijlage 6).
doorzocht op de
De
aanwezigheid
bewerkt vuursteen
NAP
opgeboorde
NEN5104
beschrijvingen zijn terug te vinden
de
aanvullende van
dit
aangereden
van
ondergrondse opslag,
deelgebied
een
in
in het
en
met
en
in elk
landschap
een
varkensstallen. Tussen de stallen beton. Ook tussen stallen
gegoten
geval van
14.
en
een
noordzijde
veldkartering
als
niet
paardenweide.
De
F
E en
kolkengang/leidingwerk.
Het
is sprake is sprake
gedempte
deelgebied A. Links Fotograaf: (geanonimiseerd) EN
de akker aan
de
Een
een
zuidoostelijk
deel
begroeiing
impressie
van van
is hier
mogelijk is. Parallel ten oosten van
sloot zichtbaar.
van
stal C is
deelgebied
is
figuur 8.
Figuur 8. Impressie
van
F.
E en
Hoogtebestand
(zoals bot, aardewerk, baksteen,
een
tussen
stallen
bebouwd
is in gebruik als akker, de
depressie
weergegeven
13
klinkers
zodanig lang dat het uitvoeren van door
het Actueel
zijn handmatig verbrokkeld, versneden
indicatoren
bijlagen
in
Veldwaarnemingen deelgebied A Het deelgebied is voor belangrijk deel verharding
van
De
en
een
is afgeleid
monsters
archeologische
van
houtskool).
boorpunten
boringen zijn gefotografeerd, waarna ze zijn beschreven volgens Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze foto's en
de
en
de
van
zuidoostzijde van
het
plangebied, rechts
het beton
21
transect ARCHEOLDGISCH
ONDERZOEK
» ADVIES
Veldwaarnemingen deelgebied B Deelgebied B is uitsluitend in gebruik geweest dat de
veldkartering
een
heeft
enige egalisatie ’80
jaren
de 20°
van
Figuur 9. Impressie
drainage
De bewoner
impressie van
B.
Fotograaf: (geanonimiseerd) HEN
tot een
diepte
humeus
matig
en
bruingrijs
boringen zijn geëindigd
geen
aanwijzingen
In de
overige boringen
Mv
sprake
en
bevat
scherp Ter
van
plaatse
en
in de van
deelgebied.
dat dit
pakket
dieptes
op
bouwvoor
gebied
Alle
boringen
met
bouwrijp
maken
in de
vorm
van
horizont
en
aangemerkt pakket
overwegend pakket
een
zwak
afwisselend
afgezand
-Mv. Het
cm
of
zijn. Dit het
van
ontgrond
is
dekzandpakket
geraakt. vertoont
tot een
diepte
Deze is echter
grote hoeveelheid
van
meer
wortels. Het
55-90
diffuus
cm
-
aard
van
pakket gaat zeer
de
behoeve
grond
ten
van
de stallen
aangetroffen dekzandafzettingen (bijvoorbeeld)
in
gebied
een
een
met
en
aan
de
woning
in
een
podzolbodem.
een
in de
natuurlijke matrix,
-Mv.
In de top
bestaande
verploegde
B-horizont.
is in alle
70-110
besproken.
een
bodemvorming aangetroffen, een
bouwvoor
deels intacte
bodemopbouw
en
grotendeels verstoorde bodemopbouw.
in het
als
een
moderne
zijn, het verspoelde dekzand. verstoringspakket waarschijnlijk ontstaan
van
plangebied zijn geëindigd zand, op dieptes uiteenlopend van 70-110 cm sporen
met
bouwvoor cq.
van
Het ontbreekt ook hier in de
een
dat
naar
met
figuur 9.
in
een
dat in
-Mv,
cm
zoals deze reeds beschreven
Lithologie en bodemopbouw deelgebied B De bodemopbouw in deelgebied B valt uiteen een
overgang
in het verleden van
zoals reeds
is de moderne
oorspronkelijke bodemopbouw
van
fijn zand,
zeer
21, is vanaf maaiveld
en
Daarnaast bevat deze
boringen en
gebied
A, 12-17
natuurlijke afzettingen
deze
23 is sprake
scherpe
bestaat
oorspronkelijke bodemopbouw.
een
in deelgebied
grof puin.
door het doorwerken het
in dit
van
is weergegeven
50
van
pakket verspoeld dekzand, dat onder sterke invloed
een
soortgelijke
een
grind
over
meer
diepte
een
gebieden van verstoring
en
mogelijk
waarin zowel roestvlekken als roestbrokken herkenbaar
Dit doet vermoeden
staat.
Alle
deelgebied
zeer
is het niet
vlak dat het vermoeden
aangelegd op
boringen 18-20, 22 een
het gras
van
naastgelegen perceel geeft aan
een
op te delen in
kleur is. Deze kent
is geïnterpreteerd als
grondwater
van
-Mv, bestaande uit zeer droog
cm
van
siltig zeer fijn zand,
tot sterk
pakket
35-45
van
plaatse
van
het
lengte
oogt dusdanig
door het terrein is
Lithologie en bodemopbouw deelgebied A De bodemopbouw in deelgebied A is grofweg verschillende oorzaak. Ter
Door de
Het maaiveld
Een
deelgebied
van
grasland.
plaatsgevonden.
eeuw
tussenafstand.
onbekende
een
als
uit te voeren.
restanten
van
een
potentieel archeologisch
uit
fijn witgrijs pakket zijn in boringen 3 en 7-9 roestige Cg-horizonten, een Bh- of Bw-achtige van
Dergelijke
relevant niveau.
een
pakket
zeer
dit
horizonten
De overgang
zijn
in hoofdstuk 9
naar
het
bovenliggende
gevallen scherp.
22
transect ARCHEOLDGISCH
ONDERZOEK
» ADVIES
In het gehele plangebied is sprake van een moderne bouwvoor bestaande uit zwak humeus zeer fijn zand, dat zwak siltig is. Het is sterk gehomogeniseerd en doorgewerkt tot een diepte van 25-60 cm Mv, waar het scherp overgaat in de onderliggende pakketten. In boringen 1, 2, 6, 10 en 11 ligt de moderne bouwvoor direct op de natuurlijke afzettingen waarin geen bodemvorming zichtbaar is. Hier is sprake van een zogenaamd AC-profiel, dat doorgaans een lage verwachting heeft. Ter plaatse van boring 4 en 5 is tussen de moderne bouwvoor en het dekzandpakket een duidelijk te onderscheiden menglaag aanwezig, waarin zowel brokken van de moderne bouwvoor als van de C-horizont zichtbaar zijn, vanaf dieptes van 35-60 cm -Mv tot circa 55-75 cm -Mv. Hierbij is de oorspronkelijke bodemopbouw verstoord geraakt. De oorspronkelijke bodemopbouw in het plangebied is hier ontgraven of opgenomen in de moderne bouwvoor. Archeologische indicatoren Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Opgemerkt moet worden dat het opsporen van indicatoren niet het hoofddoel van dit onderzoek is geweest. Het opsporen van archeologische indicatoren vereist een meer intensieve en gebiedsgerichte onderzoeksstrategie.
Archeologische interpretatie Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat in plangebied grotendeels sprake is van een verstoorde bodemopbouw, veroorzaakt door akkerbouw en egalisatie in deelgebied B en het bouwrijp maken van het gebied voorafgaand aan de bouw van de bestaande stallen en woning in deelgebied A. Hierdoor heeft een verstoring van het archeologisch relevante niveau plaatsgevonden, i. c. de top van het dekzand met een eventueel podzolprofiel of een vaaggrond. In deelgebied A heeft deze verstoring plaatsgevonden tot een dusdanig grote diepte dat deze tot in het grondwaterniveau reikt. Hierdoor is naar alle waarschijnlijkheid circa 50 cm van de oorspronkelijke bodemopbouw verstoord geraakt. Getuige de aanwezigheid van onverspoeld en roestloos dekzand in deelgebied B is hier waarschijnlijk een geringer deel van de oorspronkelijke bodem verstoord geraakt (circa 20-30 cm) .
In deelgebied B is ter plaatse van vier boringen echter sprake van een deels intacte bodemopbouw, bestaande uit horizonten die normaliter worden geassocieerd met een podzolbodem. Deze zijn in hoofdstuk 9 aangemerkt als een potentieel archeologisch relevant niveau voor de periode LaatPaleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Dit pakket is aan te treffen ter plaatse van boringen 3 en 7-9, vanaf een diepte van 25-45 cm -Mv. Daar waar nog sprake is van een intacte Bhorizont kan een eventuele vindplaats bestaan uit vondstconcentraties of archeologische sporen; wanneer de B-horizont reeds is aangetast zal nog slechts sprake zijn van een vindplaats bestaande uit sporen. De situering van de intacte bodemopbouw in het plangebied is op kaart weergegeven in bijlage 12. Landschappelijk gezien is vastgesteld dat het plangebied zich waarschijnlijk op de gradiënt van een dekzandrug richting een vlakte van verspoeld dekzand bevindt. Dit is gebaseerd op het aantreffen van goed gesorteerd, relatief roestarm zand aan de noordzijde van het plangebied en het meer verspoelde en geoxideerde karakter van het dekzand aan de zuidzijde van het plangebied.
23
in beide deelgebieden is de ondergrond verstoord tot in de C-horizont ten gevolge van akkerbouw, egalisatie en werkzaamheden ten behoeve van de bouw van de bestaande woning en stallen, waardoor geen intacte archeologisch relevante niveaus meer aanwezig zijn in het overgrote deel van het plangebied. 3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat) ? Zie hierboven.
4.
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op grond van onderhavig onderzoek is sprake van twee verschillende verwachtingen op het aantreffen van intacte archeologische waarden in het plangebied. Deze verschillende verwachtingen zijn op de kaart weergegeven in bijlage 12. In het zuidelijke deel van het plangebied, deelgebied A, is sprake van een lage verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden. Deze verwachting is gebaseerd op het geheel ontbreken van een archeologisch relevant niveau in de top van het dekzandpakket. Het ontbreken van het intacte niveau is het gevolg van het bouwrijp maken van het perceel, de realisatie van de bestaande bebouwing en de vermoedelijke afzanding van het zuidoostelijke deel van het gebied. In het noordelijk deel van het plangebied, deelgebied B, is in een groot deel van het gebied eveneens sprake van een lage verwachting, gebaseerd op het eveneens ontbreken van relevante niveaus in de top van het dekzandpakket als gevolg van egalisatie of afzanding van het gebied. Ter plaatse van vier boringen is echter vastgesteld dat sprake is van intacte bodemhorizonten in de top van het dekzandpakket.
Deze intacte horizonten vertegenwoordigen hier een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen.
24
12. Conclusies en advies Conclusie Uit het vooronderzoek is gebleken dat het plangebied een tweeledige verwachting heeft op het aantreffen van archeologische resten. In het grootste deel van het plangebied is sprake van een lage archeologische verwachting. Dit is gebaseerd op de geconstateerde verstoring van de archeologisch relevante niveaus ten gevolge van ontzanding en het bouwrijp maken en de bouw van de bestaande stallen en woning in deelgebied A. In deelgebied B is in een groot deel van het plangebied eveneens sprake van een sterk verstoorde top van het dekzandpakket, veroorzaakt door moderne landbouw en egalisatie. In deelgebied B is echter ook sprake van 4 boringen waarin een restant van de oorspronkelijke bodemopbouw is aangetroffen. Daar waar ze nog intact is, wordt vanaf 25-45 cm -Mv een B-horizont en/of Cg-horizont aangetroffen in de top van het dekzandpakket. Deze bodemhorizonten zijn aangemerkt als het potentieel archeologisch relevant niveau, waardoor hier sprake is van een hoge verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden. De verspreiding van deze verschillende verwachtingszones is op kaart weergegeven in bijlage 12. Advies In het plangebied is sprake van twee verschillende archeologische verwachtingen.
• Daar waar sprake is van een lage verwachting adviseren wij geen nieuwe dubbelbestemming archeologie op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. Eventuele toekomstige ingrepen in de ondergrond kunnen hier plaatsvinden zonder de noodzaak tot het uitvoeren van verder archeologisch onderzoek. • In dat deel van het plangebied waar sprake is van een hoge verwachting adviseren wij een dubbelbestemming archeologie in het nieuwe bestemmingsplan te handhaven. Het is aan de bevoegde overheid om in overleg met haar adviseurs te bepalen wat de onderzoeksgrenzen zijn die aan een dergelijke dubbelbestemming verbonden zijn. Deze verschillende adviezen zijn op kaart weergegeven in bijlage 12. Concreet betekent dit ten aanzien van de voorgenomen ingrepen het volgende: • Voor de sloop en nieuwbouw in Deelgebied A adviseren wij om dit deelgebied (circa 2, 2 ha) vrij te geven voor de voor de voorgenomen ontwikkelingen. Wel willen we de initiatiefnemer en de uitvoerder van dergelijke ingrepen wijzen op de wettelijke plicht om eventuele toevalsvondsten direct te melden bij de bevoegde overheid, de gemeente Horst aan de Maas (Erfgoedwet 2016, artikel 5. 10) • Voor de nieuwbouw in Deelgebied B (oppervlakte circa 1, 6 ha) dient voorafgaand aan eventuele ingrepen in de ondergrond een aanvullend karterend en waarderend onderzoek plaats te vinden.
Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) De kaders en regelgeving waarbinnen een dergelijk onderzoek moet worden uitgevoerd dienen vooraf te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) .
.
.
Het bovenstaande vormt een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Horst aan de Maas, om op basis van de resultaten van dit rapport een selectiebesluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische waarden in het plangebied.
25
13.
Geraadpleegde bronnen
Archeologische kaarten en databestanden Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor
Cultureel
erfgoed (RCE), Amersfoort,
2007.
Archeologisch
Informatie
Amersfoort,
2015.
Indicatieve
Kaart
Oudheidkundig
van
Systeem (Archis3}), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE),
Archeologische Waarden,
Bodemonderzoek
3°
generatie, IKAW, Rijksdienst voor
(ROB), Amersfoort,
2008.
www.ahn.nl www.archieven.nl
www.ruimtelijkeplannen.nl Wwww.topotijdreis.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl
www.edugis.nl www.pdok.nl Wwww.planviewer.nl Www.dans.easy.knaw.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=ArcheologischeLandschappenkaart# http://www.heemkundesevenum.nl/ Www.ikme.nl
https://www.kbr.be/nl/kaart-van-ferraris/ https://bagviewer.kadaster.nl/ Literatuur
BN 2005, De geomorfologische kaart van Nederland, Wageningen. (geanonimiseerd) 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, En (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |
de
hogere
niveaus, Wageningen.
BN -… de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: (geanonimiseerd) Boor en (geanonimiseerd) ____ | BN (geanonimiseerd) J.A. 2005. De vorming van het land, Assen (Fysische Geografie van Nederland). 2015. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek EEN NG. en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) de (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Ne Nn gemeente Horst aan de Maas. Econsultancy-rapport 13081598. (geanonimiseerd) Rv. van en (geanonimiseerd) BN BEN 2010. roetichting op de archeologische maatregelenkaart de gemeente rapport V585.
Horst
van
aan
de Maas.
Deelgebied Horst
aan
de Maas.
Deel A. Tekst.
Vestigia-
nn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) De 2010. invloed
van
Amersfoort
bouwwerkzaamheden op
Bouwen
en
Archeologie,
(RCE).
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2003. |
AAN (geanonimiseerd) Nederland,
archeologische vindplaatsen,
De
ondergrond
van
Houten.
EN (geanonimiseerd) 2019.
Plan
van
Aanpak
Inventariserend Veldonderzoek,
verkennende
fase.
Sevenum,
Helenaveenseweg 23, Transect, Nieuwegein.
A (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
2018: Controls
late-Holocene
on
Netherlands. The
drift-sand dynamics:
The dominant role
cf human
pressure in the
Holocene, vol. 28(9): 1361-1381.
26
transect ARCHEOLDGISCH
ONDERZOEK
» ADVIES
BN 1075, Toelichting bij de Bodemkaart (geanonimiseerd) Stichting
voor
van
Nederland 1: 50 000, Blad 52 Oost
Venlo.
bodemkartering.
Nv. (geanonimiseerd)
2015, Archeologisch bureauonderzoek
booronderzoek
(geanonimiseerd) GN
te
Mn (geanonimiseerd)
en
gecombineerd
de gemeente Horst
aan
verkennen den karterend
de Maas.
Econsultancy-
rapport 15101961. Ä (geanonimiseerd) 2015. De vorming van het Land, Utrecht. | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | of 2015. the Holocene EN P.C. (geanonimiseerd) EA Compilation paleogeographical maps of the Netherlands, In: (geanonimiseerd) (B geanonimise rd) (ed), The origin of the Dutch coastal landscape, Groningen, 50-81. EN pc. EN (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2015. ze generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0).
sd, www.archeologieinnederland.nl
EN (geanonimiseerd) '…., van
de
(11-30-2015).
2003. Beegden Formatie. BN (geanonimiseerd)
en
In
Afbeeldingen Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart. Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd} op het Kadastrale Minuutplan Figuur Figuur
5.
Figuur 6. Figuur
7.
plangebied (rood omlijnd}
op
plangebied (rood omlijnd) Het plangebied (rood omlijnd}
op
een
historische kaart
op
een
historische kaart uit 1955.
plangebied (rood omlijnd} Het plangebied (rood omlijnd)
op
een
topografische
kaart uit 1980.
op
een
topografische
kaart uit 2015.
Het
Het
Figuur 8. Impressie van Figuur
9.
uit 1811-1832.
een
3. Het
Figuur 4.
Lithostratigrafische Nomenclator
Ondiepe Ondergrond. https://www.dinoloket.nl/formatie-van-beegden
Impressie
van
het
deelgebied
A
het
deelgebied
B.
historische kaart uit 1900. uit 1925.
27
transect ARCHEOLDGISCH
ONDERZOEK
»
ADVIES
Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode
Deel-/subperiode
Recent
Van
Tot
1945 na Chr.
2050 na Chr.
Nieuwe Tijd
Late-Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd Vroege-Nieuwe Tijd
1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.
1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.
Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A
1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.
1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A
350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.
450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.
IJzertijd
Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd
250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.
12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.
Bronstijd
Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd
1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.