02c.1 Rapport verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Lottumseweg 47 Grubbenvorst kenmerk HMB B.V.: 18259501H
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Lottumseweg 47 Grubbenvorst kenmerk HMB B.V.: 18259501H
opdrachtgever:
de heer W. Peeters
datum rapport:
26 juni 2018
kenmerk:
18282001A
status:
Definitief
uitgevoerd door:
HMB B.V.
projectleider:
John Peeters | j.peeters@hmbgroep.nl
rapporteur:
John Peeters
autorisatie:
Wilfred van der Sterren
HMB B.V. | Voltaweg 8 | 5993 SE Maasbree | 077-4652808 | info@hmbgroep.nl | www.hmbgroep.nl
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ........................................................................................................ 4 1
INLEIDING ........................................................................................................... 6
2
VOORONDERZOEK ................................................................................................ 7 2.1 Werkwijze ................................................................................................... 7 2.2 Resultaten vooronderzoek ............................................................................. 7 2.2.1 Onderzoekslocatie .............................................................................. 7 2.2.2 Omgeving......................................................................................... 10 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ..................................................................... 11
3
VELDONDERZOEK ................................................................................................ 12 3.1 Uitvoering .................................................................................................. 12 3.2 Resultaten ................................................................................................. 12
4
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................ 14 4.1 Uitvoering .................................................................................................. 14 4.2 Analyseresultaten ....................................................................................... 15
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ......................................................................... 18 5.1 Conclusies.................................................................................................. 18 5.2 Aanbevelingen ............................................................................................ 18
BIJLAGEN 1 | Foto’s en oriënterend bodemonderzoek (2000) 2 | (Boor)profielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk 3 | Analysecertificaten 4 | Toetsing analyseresultaten 5 | Algemene achtergrondinformatie 6 | Toetsingskader 7 | Uittreksel kadastrale kaart, omgevingskaart en situatietekening
Verkennend bodemonderzoek
SAMENVATTING1 In mei en juni 2018 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter aan de Lottumseweg 47 te Grubbenvorst. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop). De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd met het oog op het toekomstige gebruik (wonen). In tabel 1 zijn de uitvoering en de resultaten van het onderzoek schematisch weergegeven. Tabel 1
Onderzoeksopzet, resultaten voor- en bodemonderzoek
Onderzoeksopzet Werkwijze vooronderzoek
NEN 5725, aanleiding A
Strategie bodemonderzoek
NEN 5740, onverdachte locatie
Vooronderzoek Oppervlakte onderzoekslocatie
6.740 m²
Gebruik locatie
Leegstaande woning en bedrijfspanden (voormalige champignonkwekerij / garagebedrijf met tankstation)
Bijzonderheden
Diverse bodemonderzoeken uitgevoerd
Bodemonderzoek Bodemopbouw tot 3 m-mv
Zand, matig fijn, zwak tot matig siltig met plaatselijk een sterk zandige leemlaag
Grondwaterstand
3,8 m-mv
Bijmengingen of bijzonderheden
Ter plaatse van één of enkele boringen een zwakke verontreiniging met minerale olie producten, asbest-, baksteenen / of puinresten aangetroffen / waargenomen
Analyseresultaten
bovengrond
Licht verhoogde gehalten cadmium, lood, zink, minerale olie, PAK en PCB
ondergrond
Geen verhoogde gehalten
grondwater
Geen verhoogde gehalten
Eindconclusie Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. Enkele parameters zijn aangetoond in een gehalte waarbij in lichte mate sprake is van verontreiniging. Op het maaiveld en in de uitkomende puinhoudende grond van de twee proefgaten ten westen en zuiden van de niet meer in gebruik zijnde garage is geen noemenswaardig verhoogd gehalte asbest aangetoond. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen directe belemmering of beperking voor het gebruik voor woondoeleinden en derhalve voor een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop). Er dient rekening mee gehouden te worden dat op de onderzoekslocatie vrijkomende (puinhoudende) grond mogelijk niet als ‘altijd toepasbaar’ kan worden aangemerkt.
1
Voor een juiste interpretatie van de uitvoering en resultaten van het onderzoek dient de gehele rapportage te worden gelezen
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
4
Verkennend bodemonderzoek
Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren. Indien meer inzicht is gewenst in een eventuele verontreiniging met asbest, is het noodzakelijk een verkennend bodemonderzoek asbest uit te voeren. Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden.
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
5
Verkennend bodemonderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van de heer W. Peters te Blerick is door HMB B.V. in mei en juni 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Lottumseweg 47 te Grubbenvorst. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop). De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd met het oog op het toekomstige gebruik (wonen). Normering en verantwoording Voorafgaand aan het veld- en laboratoriumonderzoek is vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 57252, aanleiding A3. Het aansluitend uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 57404. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Een nadere uitwerking van deze doelstelling is omschreven in paragraaf 2.3. Indeling rapport In de rapportage worden de wijze van uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Op de volgende pagina’s geven wij de resultaten van het vooronderzoek en het veld- en laboratoriumonderzoek weer. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen.
Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen / proefgaten en analyses uitgevoerd worden. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Tenslotte wordt opgemerkt dat HMB B.V. geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.
2 3
4
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek NEN 5740, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2009
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
6
Verkennend bodemonderzoek
2
VOORONDERZOEK
2.1
Werkwijze
Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: het Kadaster; de opdrachtgever; de gemeente Horst aan de Maas; het Bodemloket, Topoptijdreis.nl en andere websites; de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Voor de resultaten van het vooronderzoek wordt verwezen naar de (lucht)foto op de voorpagina en de bijlagen 1 en 7. Onder bijlage 1 zijn opgenomen een foto-impressie en een oriënterend bodemonderzoek (2000) en onder bijlage 7 zijn opgenomen een uittreksel kadastrale kaart, een omgevingskaart en een situatietekening. In paragraaf 2.2 wordt het één en ander verwoord en geïnterpreteerd weergegeven. Daarnaast wordt relevante aanvullende informatie verstrekt. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1 Onderzoekslocatie Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Lottumseweg 47 Grubbenvorst
Gemeente
Horst aan de Maas
Kadastrale aanduiding
Gemeente Grubbenvorst, sectie C, nummer 2796
Artikel 55
Ten aanzien van dit perceel zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte perceel
6.740 m²
Oppervlakte onderzoekslocatie
6.740 m²
X-coördinaat
207.815
Y-coördinaat
382.016
Huidig gebruik Op het terrein aan de Lottumseweg 47 bevinden zich enkele leegstaande panden. Op het noordoostelijke deel van het perceel is een (monumentale) woning gelegen welke één geheel vormt het de woning gelegen aan de Lottumseweg 49. 10 à 15 meter ten (zuid)westen van de woning is een niet meer in gebruik zijnde garage gelegen en circa 20 meter ten zuiden van de woning bevindt zich een leegstaande kiosk / verkoopruimte van een tankstation. De opstallen zijn voorzien van betonvloeren.
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
7
Verkennend bodemonderzoek
Volgens informatie van de opdrachtgever is in het verleden een ‘nieuwe’ betonvloer aangelegd in de niet meer in gebruik zijnde garage waardoor deze nu voorzien is van een dubbele betonvloer. Tijdens het locatiebezoek is geconstateerd dat de plafonds en de muren van de niet meer in gebruik zijnde garage zwart geblakerd zijn. Uit informatie van de opdrachtgever is gebleken dat in het verleden brand is geweest in het pand. Het centrale en westelijke deel van de onderzoekslocatie ligt ten tijde van het verkennend bodemonderzoek braak. Verspreid over de locatie – met name in en rondom de niet meer in gebruik zijnde garage en ten westen hiervan – liggen diverse materialen (met name hout) opgeslagen. Tijdens het locatiebezoek zijn geen milieugevaarlijke materialen aangetroffen. Ten westen van de garage is bij het locatie bezoek op een maaiveld een brandplek waargenomen. Gelet op de omvang van de brandplek is slecht op zeer beperkte mate gestookt. Het buitenterrein tussen de panden op het oostelijke deel van de onderzoekslocatie is grotendeels voorzien van een klinkerverharding. De tuin ten westen van de woning en het braakliggende westelijke deel van de onderzoekslocatie is onverhard. In bijlage 7 is een situatietekening opgenomen. Historisch gebruik Uit oude topografische kaarten blijkt dat de onderzoekslocatie omstreeks 1900 in gebruik was voor landbouwkundige doeleinden.
Op topografische kaarten uit de jaren dertig van de vorige eeuw verschijnt de eerste bebouwing c.q. de woning op de onderzoekslocatie. Volgens informatie afkomstig van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) dateert de woning op de onderzoekslocatie uit 1925. Omstreeks de jaren zestig verschijnt er meer bebouwing op de onderzoeklocatie waarna op topografische kaarten van latere datum geen noemenswaardige veranderingen meer zijn waar te nemen. Bij de gemeente Horst aan de Maas zijn de in tabel 3 weergegeven verleende vergunningen in het kader van de Bouwverordening, de Hinderwet en / of Wet Milieubeheer weergegeven. Tabel 3
Verleende vergunningen
Datum
Omschrijving vergunning
1955
Bouwvergunning voor een champignonkelder (nummer: 516)
1965
Bouwvergunning voor een garagebedrijf (nummer: 86)
21 januari 1966
Hinderwetvergunning tot het oprichten van een benzine / autogasolie installatie
1969
Bouwvergunning voor verbouw achterbouw (nummer: 17/78)
26 september 1975
Hinderwetvergunning voor het oprichten van een inrichting (herstelinrichting voor motorvoertuigen ) waar electromotoren worden gebezigd (nummer: AZ/St/24/75)
1976
Bouwvergunning voor uitbreiden herstelinrichting (nummer: 84/76)
1978
Bouwvergunning voor verbouw woning (nummer: 17/78)
12 februari 2007
Intrekking hinderwetvergunning
Uit de verleende vergunningen blijkt onder andere dat de niet meer in gebruik zijnde garage van oorsprong een champignonkwekerij betreft. Verdere gegevens over de champignonkwekerij zijn niet achterhaald kunnen worden. Omstreeks 1966 is de onderzoekslocatie in gebruik genomen als garagebedrijf met tankstation. Het tankstation bevond zich aan de Lottumseweg en de garage was in gebruik als werk- en wasplaats. Ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten van het garagebedrijf met tankstation bevonden zich op het terrein diverse opslagtanks voor brandstoffen.
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
8
Verkennend bodemonderzoek
Volgens informatie afkomstig uit op de onderzoekslocatie uitgevoerde bodemonderzoeken (zie volgende alinea) is het tankstation tot circa 1975 actief geweest, waarna het terrein is gebruikt als garagebedrijf / sloopterrein. Het is onbekend wanneer deze bedrijfsactiviteiten zijn gestopt. Van de locatie zijn enkele bodemonderzoeken bekend. In tabel 4 zijn gegevens uit deze rapporten beknopt weergegeven. Tabel 4
Voorgaande bodemonderzoeken
Type onderzoek
Oriënterend bodem- en grondwateronderzoek
Onderzoeksbureau
Grontmij N.V.
Datum rapport
Januari 1989
Kenmerk rapport
Gt2.1139 / 82095
Aanleiding
Nagaan of grond en grondwater verontreinigende stoffen bevatten in concentraties die schadelijk zijn voor mens of milieu in relatie met het huidige en / of toekomstige gebruik van het terrein
Resultaten grond
De zuurgraad (pH) van de grond op het westelijk deel van het terrein is laag. Er zijn geen verhoogde gehalten metalen en minerale olie aangetoond
Resultaten grondwater
Er zijn geen verhoogde gehalten aangetoond
Conclusies
Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat bij de tanks en de pompen verontreiniging aanwezig
Type onderzoek
Onderzoek naar de toestand van de bodem in de drie tankkuilen van vijf voormalige ondergrondse opslagtanks
Onderzoeksbureau
Het Milieuburo
Datum rapport
December 1993
Kenmerk rapport
93 511-49
Aanleiding
Eis van de gemeente Grubbenvorst om inzicht te verschaffen omtrent het al dan niet verontreinigd zijn van de bodem in de omgeving van de voormalige ondergrondse tanks krijgen
Conclusies
Uit de zintuiglijke waarnemingen kan geconcludeerd worden dat de bodem en wanden in de kuilen van de voormalige brandstoftanks, als gevolg van ondergrondse opslag van respectievelijk huisbrandolie (HBO), benzine en diesel geen organoleptisch waar te nemen verontreiniging met minerale olie bevatten
Type onderzoek
Oriënterend bodemonderzoek
Onderzoeksbureau
Tauw B.V.
Datum rapport
19 oktober 2000
Kenmerk rapport
3784649
Aanleiding
De wens van de provincie Limburg om inzicht te verkrijgen in de omvang en de aard van mogelijke aanwezige bodemverontreiniging
Resultaten grond
Ter plekke van de voormalige champignonkelder zijn de gehalten zink en minerale olie verhoogd ten opzichte van de streefwaarden. Ter plekke van de aangebrachte puinverharding is de grond licht verontreinigd met arseen, koper, lood, nikkel, zink en minerale olie.
Resultaten grondwater
Licht verhoogde gehalten chroom
Conclusies
Met betrekking tot de vooraf gestelde hypotheses, milieuhygiënisch verdachte locaties, kan worden gesteld dat deze: voor de voormalige tanks stookolie en afgewerkte olie dient te worden verworpen voor het voormalige pompeiland, tankcluster brandstoffen en de voormalige stalling van auto's dient te worden verworpen voor de voormalige champignonkelder, was- en werkplaats en de aangebrachte puinverharding formeel dient te worden bevestigd
Aanbevelingen
Er bestaat geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
9
Verkennend bodemonderzoek
Het in 2000 uitgevoerde oriënterend bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 1. Voor uitgebreide historische informatie wordt verwezen naar deze rapportage. Toekomstig gebruik Het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie is momenteel onbekend. Asbest Bij de inspectie van de onderzoekslocatie is expliciet gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen op het maaiveld. Deze zijn niet aangetroffen. Uit de resultaten van het in 2000 uitgevoerde oriënterend bodemonderzoek blijkt dat ten westen en zuiden van de niet meer in gebruik zijnde garage een puinverharding aanwezig is. Ten tijde van het voorliggend verkennend bodemonderzoek is het betreffende terreindeel begroeid met gras en is geen duidelijke puinverharding waargenomen. Er zijn verder geen waarnemingen gedaan (bijvoorbeeld asbestverdachte dak beplating), welke op voorhand leiden tot de hypothese ‘asbestverdachte bodem’. 2.2.2 Omgeving Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en een ‘strook grond’ hieromheen tot een afstand van maximaal 25 meter. In tabel 5 zijn de adressen (voor zover bekend) en / of een omschrijving van het gebruik ter plaatse weergegeven. Tabel 5
Omliggende percelen
Windrichting
Adres
Gebruik
Noorden
Lottumseweg 49
Woning met tuin
Mercuriusweg 4 en 5
Bedrijfsterreinen (onder andere fitness, fysiotherapie en revalidatie)
Westen
-
Braakliggend terrein
Oosten
Lottumseweg
Openbare weg
Zuiden
De Kurver 5 t/m 23 (oneven nummers) en De Scheper 2 t/m 14 (even nummers)
Woningen met tuin
Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in de bebouwde kom van Grubbenvorst in een omgeving welke deels is te karakteriseren is als een woongebied en deels als een bedrijventerrein. Ten noordwesten van de onderzoekslocatie bevindt zich een bedrijventerrein en in de overige richtingen is het gebied hoofdzakelijk in gebruik voor woondoeleinden. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Bodembedreigende activiteiten Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Voorbeelden zijn (ondergrondse) brandstoftanks, een olie- / benzine-afscheider of calamiteiten. Deze kunnen aanleiding geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Bodeminformatie Van de omgeving is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend.
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
10
Verkennend bodemonderzoek
Bodemopbouw en geohydrologie Ten behoeve van de bodemopbouw en geohydrologische situatie is DINOloket geraadpleegd. Regionaal bestaat de bodem tot een diepte van circa 16 m-mv uit zand- en grindlagen met daaronder een circa 3 meter dikke kleilaag. De regionale grondwaterstroming is oostelijk gericht. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermings- of grondwaterwingebied. Achtergrondgehalten De gemeente Horst aan de Maas beschikt niet over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. Er zijn geen gegevens bekend van verhoogde lokale achtergrondgehalten ter plaatse van de onderzoekslocatie en de omgeving. 2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt, met uitzondering van mogelijk asbesthoudend materiaal in de puinhoudende grond ten westen en zuiden van de niet meer in gebruik zijnde garage, niet verwacht dat op de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van bodemverontreiniging. In overleg met de opdrachtgever is besloten het verkennend bodemonderzoek uit te voeren op basis van de NEN 5740, onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL), met dien verstande dat de boringen ter plaatse van de puinhoudende grond worden uitgevoerd als proefgat en zintuiglijk worden beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrond- en de streefwaarden. De locatie heeft een oppervlakte van 6.740 m². In tabel 6 zijn de uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden schematisch weergegeven. De werkzaamheden zijn gebaseerd op de in tabel genoemde strategie. Tabel 6
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
1
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m-mv
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
12
3
1
2
2
1
Grond
Grondwater
1
indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m-mv bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m-mv bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.
Ondanks dat uit de voorgaande bodemonderzoeken is gebleken dat de activiteiten van de voormalige champignonkwekerij en het garagebedrijf met tankstation niet hebben geleid tot een noemenswaardige bodemverontreiniging, zullen enkele boringen ter controle worden verricht ter plaatse van de voormalige potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten.
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
11
Verkennend bodemonderzoek
3
VELDONDERZOEK
3.1
Uitvoering
Het veldonderzoek is uitgevoerd door een gecertificeerd persoon van HMB B.V. (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 20015, 20026 en 20187. Op 7 juni 2018 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen zijn gecodeerd vanaf nummer 1. Boring 1, 2, 3 en 5 zijn verricht ter plaatse van respectievelijk de voormalige pomp voor mengsmering, het voormalige tankcluster, de voormalige ondergrondse stookolietank en het voormalige pompeiland. De boringen 6 en 7 zijn uitgevoerd als proefgat en gegraven in het gebied waar de puinverharding aanwezig zou zijn. Het grondwater uit de in het kader van het in 2000 uitgevoerde oriënterend bodemonderzoek geplaatste peilbuis 13 is bemonsterd op 7 juni 2018. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten, proefgaten en de peilbuis is aangegeven op de tekening (bijlage 7). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2
Resultaten
In bijlage 2 is van elke boring / proefgat een (boor)profiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 7 omschreven. Tabel 7
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0 – 3,0
Zand, matig fijn, zwak tot matig siltig met plaatselijk een sterk zandige leemlaag
m-mv
=
meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn ter plaatse van enkele boringen / proefgaten bijmengingen en / of bijzonderheden aangetroffen / waargenomen. Voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar tabel 8.
5
6 7
Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
12
Verkennend bodemonderzoek
Tabel 8
Zintuiglijke waarnemingen
Boring / proefgat
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
1
0,7 – 1,0
Zwak baksteenhoudend
2
1,7 – 2,5
5
0,4 – 0,6
6
0 – 0,5*
Sporen baksteen
7
0 – 1,0
Sterk puinhoudend en sporen asbestverdacht materiaal
1,0*
(Handmatig) ondoordringbare laag
0,5
(Handmatig) ondoordringbare laag
Zwakke olie- / waterreactie Zwakke brandstofgeur
*
*
12
*
Einddiepte boring
*
Proefgat 7 en boring 12 zijn voortijdig gestaakt vanwege de aanwezigheid van een handmatige ondoordringbare laag. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 9 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 9
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
7 juni 2018
3,80
7,2
305
6,0
1
De in tabel 9 genoemde waarden aan zuurgraad, geleidbaarheid en troebelheid kunnen als normaal beschouwd worden. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 10 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 10 Peilbuis
1
Zintuiglijke waarnemingen grondwater Bijzonderheden
Goed-/slechtlopend
Belucht
Geen
Goedlopend
Nee
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
13
Verkennend bodemonderzoek
4
LABORATORIUMONDERZOEK
4.1
Uitvoering
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan de RvA-geaccrediteerde laboratoria Eurofins Analytico B.V. te Barneveld en Eurofins Omegam B.V. te Amsterdam. De resultaten van het veldonderzoek geven aanleiding aanvullende analyses uit te voeren boven hetgeen voorgeschreven is in de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3 en paragraaf 3.2). Vanwege het aantreffen van kleine tot grote hoeveelheden asbestverdacht materiaal, baksteen- en / of puinresten ter plaatse van de boringen 1 en 7 en het waarnemen van een zwakke olie- / waterreactie of zwakke brandstofgeur ter plaatse van de boringen 2 en 5 zijn vijf extra grond(meng)monsters geanalyseerd. Op basis van de analyseresultaten zijn de deelmonsters van grondmengmonster M04 separaat geanalyseerd. In tabel 11 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 11
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen / proefgaten
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
M01
1, 2, 3, 5, 6, 12 en 15
0 – 0,6
Standaardpakket bodem8, lutum en organische stof
M02
4, 8, 9, 10, 11, 13, 14 en 16
0 – 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
M03
5
0,4 – 0,6
Minerale olie en organische stof
M04
1 en 7
0 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
M04.1
1
0,7 – 1,0
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)
M04.2
7
0 – 0,5
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)
M05
2
1,7 – 2,5
Minerale olie en organisch stof
M06
1, 2, 3 en 4
0,5 – 1,5
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)
M07
1, 2, 3 en 4
1,0 – 3,0
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)
M08
7
0 – 1,0
Asbest (in grond; fijne fractie <20 mm)
M09
7
0 – 1,0
Asbest (in materiaalverzamelmonster)
PB13
3,5 – 5,5
Standaardpakket grondwater9
Grond
Grondwater W01 M W PB *
8
9
= = = =
grond(meng)monster grondwatermonster peilbuis het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7) Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
14
Verkennend bodemonderzoek
4.2
Analyseresultaten
Algemeen De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond- / streef-10 en interventiewaarden en indicatief11 volgens het Besluit12 en de Regeling13 bodemkwaliteit. Verder informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4 numeriek weergegeven. Grond Tabel 12 geeft een overzicht van het asbesthoudend materiaal, het type asbest, het percentage asbest en de hechtgebondenheid van het asbest in het samengestelde materiaalverzamelmonster (grove fractie) van het uitkomende materiaal van proefgat 7. Tabel 12
Asbesthoudend materiaal (grove fractie) in materiaalverzamelmonster
Monstercode
M09 (7.4)
Aard materiaal
cement, vlakke plaat
Hoeveelheid aantal stukken
gewicht (g)
1
5,0
Type asbest
Percentage asbest
Hechtgebon denheid
chrysotiel
5 – 10
goed
In tabel 13 staat het (gewogen) asbestgehalte ter plaatse van proefgat 7 weergegeven. De berekening van het asbestgehalte is opgenomen in bijlage 3. Tabel 13
10
11
12 13
(Gewogen) asbestgehalte proefgat 7
Proefgat
Traject (m-mv)
7
0 – 1,0
(Gewogen) asbest(Gewogen) asbestgehalte fractie <20 mm gehalte fractie >20 mm (mg/kg d.s.) (mg/kg d.s.)
0,9
2,4
Totaal (gewogen) asbestgehalte (mg/kg d.s.)
3,3
Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
15
Verkennend bodemonderzoek
In tabel 14 is het resultaat van de toetsing verwoord 14 opgenomen voor de overige geanalyseerde parameters. Tabel 14
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen / proefgaten
Grondsoort*
Bijmengingen / bijzonderheden**
Resultaat toetsing***
Klasseindeling%
M01
1, 2, 3, 5, 6, 12 en 15
Zand
Baksteen
-
Altijd toepasbaar
M02
4, 8, 9, 10, 11, 13, 14 en 16
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
M03
5
Zand
Brandstofgeur
-
Altijd toepasbaar%%
M04
1 en 7
Zand
Asbest, baksteen en puin
Matig: PAK (28) Niet Licht: cadmium (0,39), lood toepasbaar (50), zink (79), minerale olie (120) en PCB (0,0079)
M04.1
1
Zand
Baksteen
-
Altijd toepasbaar%%
M04.2
7
Zand
Asbest en puin
Licht PAK (4,1)
Wonen%%
M05
2
Zand
Olie- / waterreactie
-
Altijd toepasbaar%%
M06
1, 2, 3 en 4
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
M07
1, 2, 3 en 4
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
M *
** ***
-
% %%
= = = = = = =
grond(meng)monster indeling in hoofdnamen: zand, klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit indicatie op basis van slechts één parameter / stof
Het in grondmengmonster M04 aangetoonde matig verhoogde gehalte PAK wordt door de analyseresultaten van de separaat geanalyseerde deelmonsters M04.1 en M04.2 niet bevestigd. Gelet op het feit dat proefgat 7 is gegraven in de directe omgeving van de brandplek ten westen van de niet meer in gebruik zijnde garage, is het matig verhoogde gehalte PAK mogelijk veroorzaakt door asresten in het deelmonster.
14
niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
16
Verkennend bodemonderzoek
Grondwater In tabel 15 is het resultaat van de toetsing verwoord opgenomen voor het grondwater. Tabel 15
*
-
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
W01
PB13
-
= =
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
17
Verkennend bodemonderzoek
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Conclusies
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie, met uitzondering van mogelijk asbesthoudend materiaal in de puinhoudende grond ten westen en zuiden van de niet meer in gebruik zijnde garage, onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. De opzet van het bodemonderzoek is gebaseerd op de Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONVNL). Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. Enkele parameters zijn aangetoond in een gehalte waarbij in lichte mate sprake is van verontreiniging. Op het maaiveld en in de uitkomende puinhoudende grond van de twee proefgaten ten westen en zuiden van de niet meer in gebruik zijnde garage is geen noemenswaardig verhoogd gehalte asbest aangetoond. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen directe belemmering of beperking voor het gebruik voor woondoeleinden en derhalve voor een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop). Er dient rekening mee gehouden te worden dat op de onderzoekslocatie vrijkomende (puinhoudende) grond mogelijk niet als ‘altijd toepasbaar’ kan worden aangemerkt. 5.2
Aanbevelingen
De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nader bodemonderzoek te adviseren. Indien meer inzicht is gewenst in een eventuele verontreiniging met asbest, is het noodzakelijk een verkennend bodemonderzoek asbest uit te voeren. Het onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter geen partijkeuring. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden.
18259501H | Lottumseweg 47 Grubbenvorst
18
Bijlage | 1 Foto’s Oriënterend bodemonderzoek (2000)
* Tauw
4-2-2016
2016/9707 4-3-2016
MOA
Oriënterend bodemonderzoek voormalige bedrijfsterreinen in de provincie Limburg Locatie: Lottumseweg 47 te Grubbenvorst in de gemeente Grubbenvorst Locatiecode: LI 140-025-10
R007-3799840BJH-D01 -S
S Tauw
Verantwoording
Titel Opdrachtgever Locatiecode Projectbegeleider Projectleider Auteur(s) Uitvoering meeten inspectiewerk Projectnummer Aantal pagina's Handtekening &
Datum
Oriënterend bodemonderzoek voormalige provincie Limburg Gedeputeerde Staten van Limburg LI-140-025-10 FlexiCon Milieu mw. ing. M.L. Brinkman dhr. B.J.M. Habets dhr. T. Fransen en F. Dautzenberg
bedrijfsterreinen
in
3784649 (schaduwnummer 3799840) 34
{g- io^o
o
Colofon
Tauw bv Regio Zuid Vijverweg 28 Postbus 594 6130 AN Sittard Telefoon (046) 420 95 50 Fax (046) 420 95 75 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Tauw bv beschikt over de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001, VCA** en KOMO-asbestinventarisatie. De meet- en inspectiediensten van Tauw zijn geaccrediteerd (STERIN I057). Deze accreditaties zijn op de werkzaamheden van toepassing tenzij in dit rapport anders is aangegeven.
IS0-9001 nr. 651023/650421 VCA* * nr. 650488 KOMO nr. 651286 STERLAB-register nr L005: Laboratorium STERIN-register nr I057: Meet- en bemonsteringsactiviteiten bodem, water, lucht en afvalstoffen
R007-3799840BJH-D01 -S
QUALIFIED BYSTERIN
QUALIFIED RY STERLAB
3 Veilichcids ' Checklijst Aannemers
de
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
Inhoud Samenvatting............................................................................................................................4 1
Inleiding.................................................................................................................................... 6
2 Gegevens betreffende de onderzoekslocatie.........................................................................7 2.1 Algemene locatiegegevens...........................................................................................7 2.2 Geraadpleegde bronnen vooronderzoek...................................................................... 7 2.3 Gebruik onderzoekslocatie en directeomgeving......................................................... 7 2.4 Eerder verrichte bodemonderzoeken op of nabij de onderzoekslocatie:...................9 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie..............................................................................10 2.5.1 Regionale bodemopbouw.......................................................................... 10 2.5.2 Regionale (grond)watergegevens.............................................................. 11 3 Onderzoeksstrategie............................................................................................................. 12 4 Bodemonderzoek................................................................................................................... 13 4.1 Algemeen.....................................................................................................................13 4.2 Veldwerkzaamheden..................................................................................................
13 4.3 Laboratoriumwerkzaamheden....................................................................................13 5 Resultaten.............................................................................................................................. 16 Veldwerk.....................................................................................................................16 5.1 5.2 Chemische analyses.................................................................................................. 19 5.2.1 Toetsingskader Wet bodembescherming..................................................19 5.2.2 Regionale referentiewaarden ProvincieLimburg....................................... 19 5.2.3 Grond......................................................................................................... 20 5.2.4 Grondwater................................................................................................26 6 Bespreking van de onderzoeksresultaten............................................................................ 32 6.1 Grond..........................................................................................................................
32 6.2 Grondwater.................................................................................................................33 7 Conclusies.............................................................................................................................34
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Overzicht van de ligging van de onderzoekslocatie (1:25.000) Situatietekening met boorlocaties Boorprofielen Analyseresultaten Toetsingstabel Tabel met referentiewaarden Provincie Limburg Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
R007-3799840BJH-D01 -S
3
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
Samenvatting In opdracht van Gedeputeerde Staten van Limburg te Maastricht is door Tauw bv, vestiging Sittard, een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op een voormalige bedrijfslocatie, gelegen aan de Lottumseweg 47 te Grubbenvorst in de gemeente Grubbenvorst. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet bodembescherming. Aanleiding tot het uitvoeren van het oriënterend bodemonderzoek op de voormalige bedrijfsterreinen wordt gevormd door de wens van de provincie Limburg om inzicht te verkrijgen in de omvang en de aard van mogelijke aanwezige bodemverontreiniging op deze terreinen. Het doel van het oriënterend bodemonderzoek op voormalige bedrijfsterreinen is het verkrijgen van een globaal inzicht in de aard en concentraties van de verontreinigende stoffen en de plaats van voorkomen van de bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt de noodzaak tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek bepaald. Bij de opzet van het oriënterend bodemonderzoek zijn de volgende normen als richtlijn gehanteerd: • de NVN 5725 "Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek" (oktober 1999). • de NEN-5740: "Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek" (oktober 1999). • Het Protocol voor oriënterend onderzoek.
Op grond van de resultaten van het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat op de locatie in het verleden potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten zijn uitgeoefend in de vorm van een garagebedrijf en een benzinestation tot 1974. In de periode van 1974 tot 1980 zijn de activiteiten van het garagebedrijf (reparatie personenwagens) voortgezet door dhr. Turlings. Er zijn in het verleden twee bodemonderzoeken op de locatie verricht te weten in 1989 en 1993. Op basis van de onderzoeksresultaten van het voorliggende oriënterende bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat: • In het grondmengmonster ter plekke van de voormalige champignonkelder gehalten aan zink en minerale olie verhoogd ten opzichte van de streefwaarde gemeten zijn. Ter plekke van de aangebrachte puinverharding is de grond licht verontreinigd (> streefwaarde) met arseen, koper, lood, nikkel, zink en minerale olie. De licht verhoogde gehalten kunnen in verband worden gebracht met de zintuiglijk waargenomen puindeeltjes en/of de voormalige bedrijfsactiviteiten; • In de geanalyseerde grondwatermonsters genomen uit de geplaatste peilbuizen is in de peilbuizen 12, 13 en 15 een gehalte aan chroom verhoogd ten opzichte van de streefwaarde gemeten. Voor dit licht verhoogde gehalte is niet direct een verklaring te geven, maar komt waarschijnlijk van een bovenstrooms gelegen locatie..
Met betrekking tot de vooraf gestelde hypothese, milieuhygiënisch verdachte locatie, kan worden gesteld dat deze:
R007-3799840BJH-D01 -S
4
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
• • •
voor de voormalige tanks stookolie en afgewerkte olie dient te worden verworpen; voor het voormalige pompeiland, tankcluster brandstoffen en de voormalige stalling van auto's dient te worden verworpen; voor de voormalige champignonkelder, was- en werkplaats en de aangebrachte puinverharding formeel dient te worden bevestigd.
Aangezien de gemeten gehalten slechts licht verhoogd zijn bestaat er geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek.
R007-3799840BJH-D01-S
5
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
1 Inleiding In opdracht van Gedeputeerde Staten van Limburg te Maastricht is door Tauw bv, vestiging Sittard, een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op een voormalige bedrijfslocatie, gelegen aan de Lottumseweg 47 te Grubbenvorst in de gemeente Grubbenvorst. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet bodembescherming. Aanleiding tot het uitvoeren van het oriënterend bodemonderzoek op de voormalige bedrijfsterreinen wordt gevormd door de wens van de provincie Limburg om inzicht te verkrijgen in de omvang en de aard van mogelijke aanwezige bodemverontreiniging op deze terreinen. Het doel van het oriënterend bodemonderzoek op voormalige bedrijfsterreinen is het verkrijgen van een globaal inzicht in de aard en concentraties van de verontreinigende stoffen en de plaats van voorkomen van de bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt de noodzaak tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek bepaald. Bij de opzet van het oriënterend bodemonderzoek zijn de volgende normen als richtlijn gehanteerd: • de NVN 5725 "Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek" (oktober 1999). • de NEN-5740: "Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek" (oktober 1999). • Het Protocol voor oriënterend onderzoek.
Als referentiekader bij de beoordeling is het toetsingskader gehanteerd zoals opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb). Bovendien is rekening gehouden met de regionale referentiewaarden zoals deze door de Provincie Limburg in de Provinciale Milieuverordening (PMV, 1998) zijn vastgesteld. Indien een gemeente eigen locale referentiewaarden hanteert zijn deze eveneens opgenomen in het onderzoek. Het voorliggend rapport is als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 2 omvat de gegevens uit het vooronderzoek. In hoofdstuk 3 staat de onderzoeksstrategie vermeld. Hoofdstuk 4 biedt een overzicht van het uitgevoerde veldwerk, waarna in hoofdstuk 5 een overzicht van de onderzoeksresultaten wordt gegeven (zowel zintuiglijk als analytisch). In hoofdstuk 6 worden de onderzoeksresultaten besproken, waarna in hoofdstuk 7 de conclusies worden gegeven.
R007-3799840BJH-D01-S
6
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
2
Gegevens betreffende de onderzoekslocatie
2.1 Algemene locatiegegevens Tabel 2.1
Locatiegegevens
Locatiecode Projectnaam Adres Gemeente Vml. bedrijfsnaam / activiteit *
Huidig gebruik Contactpersoon locatie Topografisch kaartblad (1:25.000) Coördinaten Kadastrale aanduiding Oppervlakte (m2)
LI-140-025-10 Oriënterend bodemonderzoek voormalige bedrijfsterreinen in de provincie Limburg Lottumseweg 47 te Grubbenvorst Grubbenvorst Firma Jan Moonen, garagebedrijf / benzinestation / autoverhuur/reparatie recreatievoertuigen (1966 - 1983). Woonhuis met boomgaard en vml werkplaats. dhr. A. Turlings (077-3662447) 52 G X:207.850 Y:382.000 Sectie C perceel 2796 ca. 6800
* op basis van het beperkt historisch onderzoek zoals begin 1999 door Dames & Moore is uitgevoerd.
De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De terreinsituatie met hierin opgenomen de boorlocaties is opgenomen in bijlage 2.
2.2 Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Tabel 2.2
Geraadpleegde bronnen
Datum locatiebezoek: 25-02-2000 Geraadpleegde personen:
functie:
Datum:
dhr. D. Ploum dhr. A. Turlings
gemeente Grubbenvorst bewoner Lottumseweg 47
25-02-2000 25-02-2000 en 21-03-2000
Bezochte archieven:
Datum:
Archief Bouw- en woningtoezicht Hinderwet- / Wm- archief Archief ondergrondse tanks Archief bodemonderzoeken
25-02-2000 25-02-2000 25-02-2000 25-02-2000
Overige activiteiten:
Tijdens het vooronderzoek gaf dhr. Turlings te kennen geen medewerking aan onderhavig onderzoek te willen verlenen. Op 22 mei heeft dhr. H. Arends van de provincie Limburg telefonisch contact met dhr. Turlings gehad, waarna hij mondelinge goedkeuring gaf. Op 24 mei 2000 heeft dhr. H. Arends een gesprek met dhr. Turlings gehad waarin hij informatie verschafte over de locatie in het verleden en de voormalige bedrijfsactiviteiten In de daarop volgende periode is telefonisch contact opgenomen door Tauw. Naar aanleiding van een aangetekende brief d.d. 4 augustus 2000 is een afspraak gemaakt voor het verrichten van het veldwerk.
2.3 Gebruik onderzoekslocatie en directe omgeving
R007-3799840BJH-D01-S
7
Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
Onderstaande tabellen geven de resultaten van het vooronderzoek weer. Tabel 2.3
Overzicht gebruikers
Huidige eigenaar / gebruiker:
Eigenaar sinds:
Wijze van verwerving;
gebruik / activiteiten:
dhr. A. Turlings
1975
koop
woonhuis met boomgaard en vml. Werkplaats
Vorige eigenaren / gebruiker:
Periode:
Wijze van verwerving;
gebruik / activiteiten:
J. F. van Hegelsom (toen Lottumseweg 39). P.J.F. Lahaye
1955-onbekend
koop
Champignonkelder
1965 - 1966
onbekend
Garagebedrijf
J.M.H. Moonen
1966 - 1975
koop
garagebedrijf, wasplaats en tankstation
Volgens dhr. Turlings is het tankstation tot 1975 op de locatie gevestigd geweest. Dhr. Turlings heeft alleen de activiteiten van het garagebedrijf (reparatie personenwagens) voortgezet tot ca. 1980. In 1993 zijn de ondergrondse tanks van het vml. tankstation verwijderd door dhr Turlings. Tabel 2.4
Overzicht vergunningen
Hinderwet- / Wm-vergunningen:
Houder:
periode:
Er zijn geen hinderwetvergunningen aanwezig. Bouwvergunningen (zowel nieuw- als verbouw):
Houder:
periode:
bouwen champignonkelder
J.F. van Hegelsom
1955
bouwen van een garagebedrijf
1965
verbouwen achterbouw
P.J.F. Lahaye wonende Meeuwbeemdweg 30 te Venlo J.M.H. Moonen
vergroten herstelinrichting auto's
A. Turlings
1976
verbouwen woning
A. Turlings
1978
1969
Huidige bebouwing: Woonhuis met boomgaard en vml werkplaats.
De ruimte tussen de vloer van de voormalige was- en werkplaats en de vloer van de champignonkelder is opgevuld. Tabel 2.5
verhardingen, kabels en leidingen
aanwezige verhardingen (incl. staat van onderhoud):
dikte:
periode:
Klinkers in goede staat. puinverharding (zie overzichtstekening bijlage 2)
10 cm ca. 30 cm
onbekend - heden ca. 1975 - heden
beschikbare informatie met betrekking tot kabels en leidingen:
Er is geen recente informatie over de ligging van kabels en leidingen.
R007-3799840BJH-D01 -S
8
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
Het terrein rondom de vml. werk- en wasplaats is gedeeltelijk opgevuld met puin afkomstig van een woonhuis. Tabel 2.6
Gebruik aangrenzende terreinen
Tabel 2.7 Mogelijke bronnen van verontreiniging op of nabij de onderzoekslocatie (tanks, ophogingen, slootdempingen enz.) locatie:
Activiteit / bedrijf:
periode:
verwachte stoffen:
Lottumseweg 47
champignonkelder
1955 - onbekend
Bestrijdingsmiddelen
Lottumseweg 47
garagebedrijf, wasplaats voor auto's , tankstation en stalling auto's.
1965 tot 1980
minerale olie, zware metalen
BETX
en
2.4 Eerder verrichte bodemonderzoeken op of nabij de onderzoekslocatie: In onderstaande tabellen staan de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken met een beknopt overzicht van de belangrijkste resultaten. Tabel 2.8
Eerder verrichte onderzoeken
locatie:
datum:
Onderzoeksbureau:
aanleiding onderzoek:*
Lottumseweg 47
januari 1989
Grontmij
autowrakkenterrein Lottumseweg 47
Lottumseweg 47
25 oktober 1993
het milieuburo
verwijderde brandstoftanks *: wettelijke aanleidingen: AmvB-verbond / Wm / BOOT / Bouwverordening / AmvB-tankstation.
ondergrondse
Resultaten bodemonderzoeken: Grontmij (januari 1989)
De gehalten van de onderzochte zware metalen in de grondmonsters liggen beneden de Awaarde. De oliegehalten liggen beneden de A-waarden. Het zinkgehalte van het watermonster ligt beneden de A-waarde en de waarde van de overige onderzochte parameters liggen steeds beneden de detectiegrens. Zintuiglijk zijn op het terrein geen
R007-3799840BJH-D01-S
9
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
verontreinigingskenmerken waargenomen. Er is geen aanleiding dat bij de tanks en pompen een verontreiniging aanwezig is. Het Milieuburo (25-10-1993)
Uit de zintuiglijke waarnemingen kan geconcludeerd worden dat de bodem en wanden in de kuilen van de voormalige brandstoftanks, als gevolg van ondergrondse opslag van respectievelijk HBO, benzine en diesel geen organoleptisch waar te nemen verontreinigingen met minerale olie bevatten. Er zijn geen chemische analyses uitgevoerd. Er zijn geen tanksaneringscertificaten voorhanden. Een kopie van de rapportage van beide onderzoeken is opgenomen in bijlage 7.
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie is gelegen op globaal 20 m + NAP. De regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie in het gebied van de onderzoekslocatie wordt in tabel 2.9 samengevat. 2.5.1 Regionale bodemopbouw Tabel 2.9 Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie diepte (m -mv)
Formatie naam
Formatie opbouw
Geohydrologische opbouw
fijne zanden met af en toe dunne leemof klefinschakelingen
matig tot goed doorlatende laag
0 - 20 m
Nuenen groep
20 - 60 m
Sterksel, Veghel Kreftenheye
en
grof zand, grind en dunne leemlenzen
1e watervoerende pakket
60 - 110 m
Bovenste Brunssumse Klei
zware klei en bruinkool, bevat veel zandinschakelingen
scheidende laag
110- 150 m
Zanden van Pey
grove zand grindinschakelingen
2e watervoerende pakket
150 - 175 m
Onderste Brunssumse Klei
taaie vette klei met veel bruinkoolinschakelingen en dunnen zandlaagjes
scheidende laag
175 - 255 m
Zanden van Waubach
grove, vaak grindhoudende zanden en enkele kleilagen
3° watervoerende pakket
> 225 m
Breda
fijne, silthoudende zanden, soms met kleiïge inschakelingen
ondoorlatende basis
met
Bron: Dienst Grondwaterverkenning TNO, 1985, kaartblad 57W, 570, 58W, 60W
R007-3799840BJH-D01-S
10
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
2.5.2
Regionale (grond)watergegevens
Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 16 m +NAP overeenkomend met circa 4 mmv. De overheersende stromingsrichting in het eerste watervoerende pakket is oostelijk gericht (bron: Dienst Grondwaterverkenning TNO). In het algemeen kan worden gesteld dat de lokale grondwaterstromingsrichting van het freatisch grondwater kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van ondergrondse infrastructuur (rioleringen, gedempte sloten e.d.), grondwateronttrekkingen en waterlopen. In de nabijheid aanwezige waterlopen: • Maas De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterwin- of grondwaterbeschermings gebied (bron: Provinciale Milieuverordening Limburg, 1998).
R007-3799840BJH-D01 -S
11
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
3 Onderzoeksstrategie Op grond van de resultaten van het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat op de locatie in het verleden potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten zijn uitgeoefend in de vorm van een garagebedrijf, benzinestation tot 1974. In de periode tot 1974-1980 zijn de activiteiten van het garagebedrijf (reparatie personenwagens) voortgezet door dhr. Turlings. Een vervolgonderzoek wordt noodzakelijk geacht. De in tabel 3.1 vermelde deellocaties worden onderscheiden (zie tevens bijlage 2: situatietekening met boorlocaties). De hypothese verdachte locatie zal hierbij gevolgd worden. Tabel 3.1
Onderzoeksstrategie (VEP en VEP-BO)
deellocatie
vml. champignonkelder, was- en werkplaats
hypothese
verdacht
vml. tank stookolie verdacht vml. tank verdacht afgewerkte olie vml. pompeneiland verdacht
vml. tankcluster brandstoffen vml. tank nabij vml. tankcluster aangebrachte puinverharding vml. stalling auto's
veldwerk Boringen
verharding
peilbuizen
klinkers en puin
2x snijdend
Chemisch onderzoek grond 11 grondwater
1 x NEN 5740, EOX, PCB/OCB, organostikstofpesticiden + organofosforpesticiden, diflubenzuron, prochloraz lx minerale olie 1 x snijdend 1x minerale olie
2x 3m-mv 1 x 3 m-mv
geen geen
4x 1 m-mv
klinkers
verdacht
2x 3 m-mv
klinkers
verdacht
‘
klinkers
verdacht
3x 1 m-mv
puin
verdacht
9x 0,5 m-mv gedeelte 2x 2,0 m-mv puin
1x snijdend
totaal aantal boringen
23
6
2x NEN 5740, EOX, PCB/OCB, organostikstofpesticiden + organofosforpesticiden, diflubenzuron, prochloraz lx minerale olie, BETXN
1 x minerale olie , BETXN en zware metalen 1x snijdend 2x minerale olie 1x minerale olie en BETXN en BETXN 1 x snijdend 1x minerale olie 1 x minerale olie en BETXN en BETXN 1x NEN pakket * 2x NEN pakket
1xNEN pakket
van 2 mengmonsters wordt het organisch stof - en lutumgehalte bepaald. NEN 5740 bestaat uit: minerale olie, zware metalen, EOX en PAK (10 VROM)
NB. In overleg met de projectbegeleider is besloten de bodem ter plaatse van de voormalige champignonkelder te analyseren op het pakket niet-vluchtige verbindingen uitgebreid.
R007-3799840BJH-D01-S
12
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
4
Bodemonderzoek
4.1 Algemeen De veldwerkzaamheden alsmede de chemische analyses zijn uitgevoerd conform de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR) en de van toepassing zijnde NEN-normen, of, indien deze nog niet beschikbaar zijn, conform de aangepaste Voorlopige Praktijkrichtlijn (a.V.P.R) van het ministerie van VROM.
4.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden hebben plaatsgevonden op 25 en 26 september 2000. Op de onderzoekslocatie zijn 28 boringen geplaatst, waarvan 9 boringen (30 t/m 38) tot 0,5 m -mv, 4 boringen (21 t/m 24) tot 1,0 m-mv, 3 boringen (25 t/m 27) tot 1,5 m-mv, 2 boringen (28 en 29) tot 2,0 m-mv, 5 boringen (16 t/m 20) tot 3,0 m-mv, 1 boring (15) tot 5.0 m-mv, 3 boringen (10, 12 en 13) tot 5,5 m-mv en 1. boring (14) tot een diepte van 6.0 m-mv. De boringen 10 en 12 t/m 15 zijn afgewerkt met een peilbuis. Ter plaatse van boring 11 is een reeds aanwezige peilbuis hersteld en als zodanig opgenomen in dit onderzoek. Alle boringen zijn ingemeten ten opzichte van een vast punt. Voor de locatie van de grondboringen wordt verwezen naar bijlage 2. Het bij de boringen vrijgekomen materiaal is zintuiglijk beoordeeld en beschreven. Bemonstering heeft in principe plaatsgevonden per dieptetraject van maximaal 0,50 m, per te onderscheiden bodemhorizont, danwel per zintuiglijk verdachte bodemlaag. De boorprofielbeschrijvingen met de einddieptes zijn opgenomen in bijlage 3.
daarin
opgenomen
monsternametrajecten
en
Op 4 oktober 2000 zijn grondwatermonsters genomen uit de geplaatste peilbuizen.
4.3 Laboratoriumwerkzaamheden Mede op grond van zintuiglijke waarnemingen (zie tabel 5.1) en ruimtelijke samenhang zijn grondmonsters geselecteerd en in het STER-lab erkend Tauw-laboratorium te Deventer samengesteld en geanalyseerd zoals aangegeven in tabel 4.1. Bovendien zijn in tabel 4.1. de verrichte analyses op de grondwatermonsters weergegeven.
R007-3799840BJH-D01 -S
13
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
Tabel 4.1 Overzicht uitgevoerde analyses grond- en grondwatermonsters
monsternummer
Boring/
dieptetraject/
Peilbuis
filtertraject
analysepakket”
(m-mv) Grond 1
12 + 13
0-0,5
NEN-pakket,
humus+ lutum,
GC-MS
niet
vluchtige verbindingen uitgebreid 2
19+20
2,5-3,0
minerale olie (GC), humus
3
14 + 18
2,5-3,0
minerale olie (GC), humus
4
21 +22 + 23
0,7-1,0
minerale olie (GC), humus, zware metalen
+ 24 5
16 + 17
1,5-2,0
minerale olie (GC), humus
6
25 + 26 + 27
25 t/m 27 (0,5-1,1)
NEN-pakket, humus-flutum
+ 30 30 (0-0,5) 7
25 + 26 + 27
1,0-1,5
NEN-pakket, humus +lutum
8
28 t/m 38
0-0,5
NEN-pakket, humus -Hutum
9
28 + 29
0,5-1,5
NEN-pakket, humus -Hutum
10
10
2,5-3,0
aromaten
(BTEXN),
minerale
olie
(GC),
GC-MS
niet
humus 11
12
4,0-4,5
NEN-pakket, humus -Hutum
12
16
2,5-3,0
aromaten (BTEXN) + humus
13
17
2,5-3,0
aromaten (BTEXN) + humus
14
23
0,7-1,0
aromaten (BTEXN) + humus
1
10
3,5-5,5
aromaten, minerale olie
2
11
3,5-5,5
aromaten, minerale olie
3
12
3,5-5,5
Grondwater
NEN-pakket,
humus -Hutum,
vluchtige verbindingen uitgebreid 4
13
3,5-5,5
NEN-pakket,
humus -Hutum,
GC-MS
niet
vluchtige verbindingen uitgebreid 5
14
R007-3799840BJH-D01 -S
4,0-6,0
aromaten, minerale olie
14
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
monsternummer
Boring/
dieptetraject/
Peilbuis
filtertraject
analysepakket”
(m-mv) Grondwater 6
15
3,0-5,0
NEN-pakket,
humus + lutum,
GC-MS
niet
vluchtige verbindingen uitgebreid
NEN-pakket grond: metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, lood, zink, nikkel, kwik); extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX); minerale olie (GC); polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK VROM-reeks). NEN-pakket grondwater: metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, lood, zink, nikkel, kwik); extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX); vluchtige aromatische en vluchtige organische gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCL); fenolindex.
Omdat de zintuiglijke waarnemingen hiertoe aanleiding gaven, is besloten om boring 30 ook in mengmonster 6 te betrekken in plaats van alleen de voorgestelde grondmonsters van de boringen 25 t/m 27.
R007-3799840BJH-D01 -S
15
* Tauw LI 140-025-10, oriënterend bodemonderzoek, Lottumseweg 47 te Grubbenvorst
5
Resultaten
5.1 Veldwerk Grond
Op basis van de boorprofielbeschrijvingen gegeven in bijlage 3 kan de volgende algemene bodemopbouw worden gegeven: De bovengrond (0-0,5 m-mv) bestaat hoofdzakelijk uit zwak siltig, matig humeus zand. Zintuiglijk zijn lichte tot plaatselijk zeer sterke bijmengingen aan puindeeltjes waargenomen. De ondergrond (0,5-6,0 m-mv) bestaat hoofdzakelijk uit zwak tot sterk siltig zand. Vanaf circa 4,0 m-mv wordt de grond sterk grindig. Zintuiglijk zijn vanaf 0,5 m-mv tot circa 1,0 m-mv plaatselijk sterke tot zeer sterke bijmengingen aan puindeeltjes waargenomen. Een overzicht van de boringen en de zintuiglijke waarnemingen is weergegeven in tabel 5.1. Tabel 5.1 Boring