02c.1 Kadernota 2022 Bijlage 1 Beleidsmatige ontwikkelingen per programma
Tekst van het document
BIJLAGE 1 KADERNOTA 2022, Beleidsmatige ontwikkelingen per programma Programma 1, Economie en ruimte Algemeen Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 1.1 Vrijetijdseconomie 1.2 Ruimte 1.3 Veehouderij 1.4 Voedingstuinbouw, fruitteelt en boomkwekerij 1.5 Economische zaken, verpachtingen enz.
Beleidsmatige ontwikkelingen, kansen en risico’s
1.1 Vrijetijdseconomie Lokaal zetten we in op het versterken van de structuur van de vrijetijdseconomie. Dit doen we samen met ondernemers, belangengroeperingen en Visit Horst aan de Maas. In 2021 is de adviesraad gestart die als doel heeft de onderlinge samenwerking te verbeteren en samen te komen met nieuwe projecten. Daarnaast helpt zij de gemeente de aangedragen projecten te prioriteren. Na een testperiode word de subsidie vrijetijdseconomie geëvalueerd. Vanaf 2022 wordt die verder ingezet om de samenwerking te verbeteren. Regionaal geven we uitvoering aan het actieprogramma “Vrijetijdseconomie 2018-2025”. Dat is gekoppeld aan de Investeringsagenda Noord-Limburg. We benutten daarbij de kansen die ons landschap biedt optimaal. Voor wat betreft de destinatiemarketing sluiten we aan bij de provinciale campagnes van Eén Limburg. De vrijetijdssector heeft flink te lijden onder de coronacrisis. We zijn en blijven met de sector in gesprek over hoe we als gemeente kunnen faciliteren om de nadelige gevolgen te beperken. 1.2 Ruimte Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Onze inzet is erop gericht de basis dan op orde te hebben. Daarmee is onze dienstverlening met betrekking tot de fysieke leefomgeving geborgd. Op die basis bouwen we vanaf 2022 verder. Dan doen we met een doorontwikkeltraject in twee delen.
Dit is enerzijds nodig om aan alle verplichtingen van de Omgevingswet te voldoen. Anderzijds gaat het om de doorontwikkeling van onze werkwijze als gemeente. Die vraagt meer dan voldoen aan de wettelijke eisen. Hiervoor is aanvullend budget nodig. 1. Doorontwikkeling instrumenten Omgevingswet De nieuwe processen en procedures die in 2022 worden gestart, worden continu geëvalueerd en bijgesteld met het oog op efficiëntie en kwaliteit van dienstverlening. Daarnaast starten we met het
1
aanpassen van beleid en regelgeving. Een voorbeeld is het Omgevingsplan. 2. Doorontwikkeling manier van werken In onze manier van werken richten we ons op de dienstverlening in de fysieke leefomgeving. Dat blijft continu aandacht vragen. Ook vanaf 2022 blijven we leren van ervaringen die we opdoen. Daarnaast vormt de Omgevingswet een vliegwiel om als organisatie in brede zin op vergelijkbare wijze in verbinding te staan met onze inwoners, ondernemers en instellingen. De transities in zowel het ruimtelijk als (de eerdere transitie) in het sociaal domein hebben dit als doel en zullen we daarom de komende jaren in samenhang blijven doorontwikkelen. Dit om voor onze omgeving als één gemeente de kwaliteit van onze dienstverlening te borgen. 3. Ontwikkelplan cluster Ruimte Vergunningverlening is op dit moment niet in staat om te voldoen aan de sterk toegenomen vraag naar Bestemmingsplannen, vergunningen en principeverzoeken. Daarvoor zijn middelen nodig om de kwaliteit en bezetting op peil te brengen. Naast de formatie voor het masterplan wonen is er voor het team omgeving en Openbare Werken in totaal structureel € 340.000 nodig. Dekking is voor 50% aanwezig uit de met het werk samenhangende opbrengsten (leges/grondexploitaties/bijdragen ontwikkelaars.
Per saldo wordt bij deze Kadernota gevraagd hier vanaf 2022 jaarlijks € 170.000 aan aanvullende financiële ruimte voor beschikbaar te stellen. 4. Actualisatie IPPC vergunningen De actualisatie wordt in RUD verband opgepakt. De planning is gericht op het binnen 3 jaar op orde krijgen van de alle vergunningen (voor HadM: 38 stuks) met inzet van eigen medewerkers. Onze gemeente zal hiervoor (grotendeels) capaciteit moeten inhuren. In totaal kost dat € 235.000. Als wij kiezen voor versnelde afronding (uiterlijk 2022 klaar) is er in 2021 en 2022 resp. €70.000 en €165.000 nodig. 1.3 Veehouderij In juli 2021 wordt de visie veehouderij voor besluitvorming aan de raad voorgelegd. De visie voorziet in 3 doelstellingen met 3 uitvoeringsprogramma’s. • • •
Innovatie van de veehouderij; Toekomstbestendige locaties; Basis op orde.
De uitvoeringsprogramma’s worden met een projectplan en het budget dat nodig is aan de raad voorgelegd. De uitvoering van de projecten is voorzien in de jaren 2022 tot en met 2025. Elk jaar wordt in kwartaal 1 een evaluatie en eventueel advies voor bijsturing aan de raad voorgelegd. 1.4 Voedingstuinbouw, fruitteelt, boomkwekerij en glastuinbouw De agrarische sector is een belangrijk speerpunt voor onze gemeente. Er zijn veel ontwikkelingen gaande, zoals de verduurzaming van de (glas)tuinbouw en de ketensamenwerking binnen de sector. Dit alles om te komen tot meer toegevoegde waarde en een beter verdienmodel voor de sector. Ook de relatie tussen veilige voeding en gezondheid wordt steeds belangrijker voor onze inwoners en voor de regio. Dit biedt kansen voor de sterke ontwikkeling van o.a. de zacht fruit sector. Met deze sector zijn we als gemeente in gesprek om de mogelijkheden tot stimulering en facilitering in beeld te brengen. Ook de ontwikkeling van Dutch Mushroom Center op het campusterrein biedt kansen voor de sector om zaken als innovatie, educatie en gastronomie en ketensamenwerking bij elkaar te brengen en de sector opnieuw op de kaart te zetten.
2
Door onderzoek en innovatie vanuit de Brightlands Campus Greenport Venlo met als centraal thema voeding & gezondheid, future farming en biocirculaire economie, kan de agrarische sector belangrijke stappen zetten richting een duurzame toekomst. Ten behoeve van het onderdeel Tuinbouw wordt in deze kadernota € 100.000 gevraagd om de bovenstaande ambities te kunnen waarmaken. 1.5 Economische zaken, verpachtingen enz. In onze begroting zijn voor de uitvoering van de Regio Deal en de Investeringsagenda Noord-Limburg budgetten opgenomen. De centrale doelstelling is de “gezondste regio”. Hieraan zijn relevante thema’s verbonden die bijdragen aan de brede welvaart voor onze regio en de gemeente. Er is sprake van samenwerking op economisch, ruimtelijk en sociaal domein en de ambities passen bij het totale collegeprogramma en de prioriteiten die de raad hierin stelt. Aan projecten voor 2021 is al een groot deel van het toegekende budget besteed. Er zullen nog meerdere projectenenveloppen volgen in de periode 2022 en 2023. Hiervoor worden in deze kadernota aanvullende financiële middelen gevraagd. In 2022 € 200.000 voor de 2e tranche Regio Deal en in 2023 € 200.000 voor de 3e en 4e projectenveloppen Investeringsagenda. Hiermee kan onze gemeente volwaardig partner zijn in de regionale samenwerking en de kansen voor cofinanciering door mede-overheden en andere partners benutten.
3
Programma 2, Wonen, mobiliteit en openbare ruimte Algemeen Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 2.1 Wonen en Bouwen 2.2 Bouwgrondexploitaties 2.3 Wegen, pleinen, fietspaden en openbare verlichting 2.4 Openbaar groen, bossen en landschap 2.5 Openbaar vervoer
Beleidsmatige ontwikkelingen, kansen en risico’s 2.1 Wonen en bouwen Bouwen en wonen wordt door alle partijen als zeer belangrijk genoemd. Het recent vastgestelde masterplan Wonen 2021-2025 is het belangrijkste beleidsstuk dat moet zorgen voor het vergunnen van 1000 woningen tot en met 2025. Het doel van het Masterplan is om de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt te herstellen. Er moet voor iedereen weer iets te kiezen zijn. In 2021 zal het uitvoeringsprogramma opgesteld worden, dat onder andere bestaat uit een actieplan voor de realisatie van de ambitie, een mini-masterplan per kern, het vertalen van de uitgangspunten uit het masterplan in bestemmingsplannen, exploitatieplannen en anterieure overeenkomsten en in de prestatieafspraken. Daarbij zal aandacht zijn voor alle doelgroepen, maar met name voor starters en senioren. Betaalbaarheid is een bestaand probleem en ook daar moet het Masterplan een oplossing voor bieden voor zover dat binnen onze mogelijkheden ligt. Niet alleen nieuwbouw, maar ook de bestaande woningvoorraad verdient de aandacht. Verbetering van wijken, verduurzaming en toekomstbestendig maken van bestaande woningen zijn daarbij de speerpunten. Voor het project Horst West vinden op verschillende locaties herontwikkelingen plaats, waardoor de drie wijken in Horst West ruimte krijgen om zowel op ruimtelijk als sociaal vlak zich te ontwikkelen.
Elke herontwikkeling zal aan de raad worden voorgelegd. Hiervoor is reeds een bedrag van € 1 miljoen gereserveerd. Maar gelet op het aantal woningen zoals genoemd in de subsidiebeschikking van de provincie, de gesloten overeenkomsten en de gedane verkenningen, is een aanvullende investering van € 800.000 noodzakelijk. Door het ontwikkelen van inbreidingslocaties ontstaan er kansen voor zowel ruimtelijke als sociale kwaliteitsverbetering in de wijken en in de gemeente. De netto investeringslasten (Bruto-investeringen -/- subsidie Provincie) voor de gemeente komen hiermee in totaal op € 1,8 miljoen. Hier is in de Kadernota rekening mee gehouden. Voor het optimaliseren van het beleid van de woonwagens in Horst aan de Maas en de uitvoering hiervan is een budget en investering nodig. Een eerste inschatting is dat dit een investering van € 250.000 vergt. We voorzien dat er nieuwe standplaatsen en nieuwe woonwagenkampen gerealiseerd moeten worden in onze gemeente. Afhankelijk van het onderzoek en het beleid blijkt om hoeveel standplaatsen het gaat. Naar aanleiding van een eerste behoeftescan, komen we uit op uitbreiding van twee bestaande woonwagenkampen en het realiseren van één à twee nieuwe woonwagenkampen. Uiteindelijk moet blijken of voor het realiseren van de nieuwe woonwagenkampen grond aangekocht dient te worden of niet.
4
2.2 Bouwgrondexploitaties De ambitie t.a.v. wonen (1.000 nieuwe woningen 2021 -2025) kunnen door zowel gemeente als door projectontwikkelaars c.q. particuliere initiatieven ontwikkeld worden. Die ambitie betekent dat er, voordat er vergund kan worden, plannen voorbereid moeten worden en eventueel gronden aangekocht moeten worden. Er is al voorraad in gronden, maar wellicht is er nog meer nodig. Daarom zullen we bij de begroting 2022 om een algemeen voorbereidingskrediet van € 200.000, vragen, voor toekomstige woningbouwlocaties (en evt. bedrijventerrein). Vanuit dat voorbereidingskrediet kunnen we per nieuw op te pakken locatie een deel reserveren. Bij een succesvol voorbereidingstraject worden deze kosten dan onderdeel van de nieuwe grondexploitatie. Binnen 5 jaar na start voorbereiding moet dit duidelijk zijn. Daarmee maken we het mogelijk snel in te kunnen spelen op kansen die zich voordoen. Het risico is vrij beperkt vanwege de afdekking door de ARGE (het komt dus niet als kapitaallasten terug in de begroting) en de kosten bij aanvang nog beperkt zijn en vanuit een eerste globale verkenning al snel duidelijk wordt of een locatie kansrijk is of niet. 2.3 Wegen, pleinen, fietspaden en openbare verlichting Het wegenbeheerplan loopt t/m 2023. Vooralsnog gaan we ervan uit dat het nieuwe wegenbeheerplan minimaal dezelfde lasten met zich meebrengt als het huidige.
Dit betekent voor 2024 een investering van € 2 miljoen (kapitaallasten € 70K). Gelet op de leeftijd van ons wegennet verwachten we echter dat de noodzakelijk investeringen in de toekomst zullen stijgen. We blijven ons inzetten op een kwalitatief goede openbare infrastructuur. Er zijn verder geen nieuwe ontwikkelingen. 2.4 Openbaar groen, bossen en landschap We blijven ons inzetten voor de verduurzaming van onze openbare ruimte waarbij we specifiek aandacht hebben voor klimaatadaptatie. Bij de realisatie van de 1.000 woningen zullen we rekening moeten houden met dat er genoeg ruimte overblijft voor openbaar groen. Dit zodat het vastgestelde aantal m² openbaar groen per woning niet in het gedrang komt. Ook zullen we moeten anticiperen op de toename van het aantal droge periodes. We zullen dan ook inzetten op meer watergegeven van bomen en heesters en het toepassen van grondverbeteringsproducten zodat water langer vast gehouden wordt. Op termijn kan dit leiden tot hogere kosten. Ook de opmars van (invasieve) soorten baart zorgen. Bestrijding van de eikenprocessierups, de Japanse Duizendknoop, de Bosrank en de Essenprachtkever zal in de toekomst dan ook meer tijd en geld gaan kosten. Ook de hoeveelheid te onderhouden openbaar groen zal toenemen. Zo zal de openbare ruimte van het Klaver 4 gebied versneld worden overgedragen aan de gemeente. M.b.t.
de speelvoorzieningen zullen we voor de doelgroep in de leeftijd 12+ meer aandacht en creativiteit in de speel- en ontmoetingsruimte gaan creëren. 2.5 Openbaar vervoer Geen nieuwe ontwikkelingen
5
Programma 3, Duurzaamheid: klimaatambities, energietransitie, circulariteit
Algemeen Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 3.1 Afvalverwijdering 3.2 Riolering, waterkering, afwatering 3.3 Milieu en duurzaamheid
Beleidsmatige ontwikkelingen, kansen en risico’s Afval Horst aan de Maas heeft een innovatief afvalbeleid met een hoog serviceniveau. De financiën staan net als in heel Nederland ook in 2022 nog steeds onder druk. Dit komt door de wijzigingen in de landelijke regelgeving voor verbrandingstarieven, de stijging van de prijzen voor afvalinzameling (blijkt uit gesprekken met inzamelaars) en de daling van de vergoedingen voor bepaalde afvalstromen. Maar ook wat de per 1 juli 2021 ingevoerde tarieven voor de inzameling van grof vuil en matrassen voor het aanbiedingsgedrag van onze inwoners betekent, is nog onduidelijk. Per 1 januari 2022 en 1 januari 2024 lopen de contracten voor verwerking van een aantal afvalstromen af. Deze aanbestedingen bereiden we voor met de gemeenten van Afval Samenwerking Limburg (ASL). Aan de samenwerking nemen 30 Limburgse gemeenten deel. We verwachten een verbeterde positie in de afvalverwerking en nieuwe stappen naar een circulaire economie te kunnen zetten. Welke gevolgen dit allemaal vanaf 2022 heeft voor de afvalbegroting en de tarieven wordt in het najaar meer duidelijk. Een voorzichtige eerste inschatting is dat de tarieven niet verhoogd hoeven te worden om een kostendekkende afvalbegroting te houden.
Riolering, waterkering, afwatering In het najaar van 2021 zullen we een nieuw verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) voor de periode 2022 -2026 aan de raad voorleggen. In dit nieuwe VGRP zal een goede balans moeten worden gevonden tussen de hoogte van de rioolheffing, een adequaat beheer en onderhoud van de riolering en de investeringen die gedaan moeten worden voor het realiseren van maatregelen voor klimaatadaptatie. Ook gaan we deelnemen aan het pilotproject “Vierwaarden” in het kader van Integraal Riviermanagement (IRM) van het Rijk. In dit project worden rivierkundige maatregelen langs de Maas verkend in samenhang met andere kwaliteiten in het gebied van Venlo tot Lottum/Arcen. In 2021 wordt een vooronderzoek uitgevoerd, dat eind dit jaar tot een besluit van de minister moet leiden om al dan niet een MIRT-verkenning uit te gaan voeren. Dat kan leiden tot een financiële vraag in 2022, die nog niet in de begroting is opgenomen. Milieu en duurzaamheid Er gaat de komende jaren veel gebeuren rond het thema energie. Gemeenten krijgen vanaf 2022 nieuwe energietaken die voortkomen uit het nationale klimaatakkoord. De meest ingrijpende nieuwe taak is de regierol bij de warmtetransitie (‘van het aardgas af’). De VNG heeft namens alle gemeenten drie eisen gesteld, die vervuld moeten zijn voordat gemeenten aan de slag kunnen.
Die drie voorwaarden zijn: (1) gemeenten moeten van het rijk een vergoeding krijgen voor het extra werk dat ze doen; (2) de transitie moet voor woningeigenaren haalbaar en betaalbaar zijn en (3) het moet 6
juridisch goed geregeld zijn. Aan deze voorwaarden wordt nog niet voldaan. Pas als het nieuwe kabinet dit geregeld heeft, kunnen gemeenten écht aan de slag met de warmtetransitie. Energiebesparing is een onmisbaar onderdeel warmtetransitie. In de meeste gevallen zullen isoleren en besparen de eerste stappen zijn op weg naar ‘aardgasvrij’. Naast de warmtetransitie zijn we bezig met het uitbreiden van de opwekcapaciteit voor duurzame energie. Op regionaal niveau maken we afspraken in de RES (Regionale Energie Strategie) en werken we samen aan projecten uit de Regiovisie Noord-Limburg. NOVI-gebied de Peel biedt kansen voor samenwerking met Brabantse buurgemeenten. Op lokaal niveau ligt de focus op de uitvoering van KODE (Kader Opwekking Duurzame Elektriciteit). Als de raad ermee instemt krijgt in 2022 de gebiedsverkenning voor grootschalige opwek een vervolg. Daarnaast ronden we in 2022 een tenderprocedure af voor middelgrote zonneweides. Tot slot heeft de invoering van de Omgevingswet (gepland voor 1 januari 2022) gevolgen. De aparte omgevingsvergunning milieu bestaat dan niet meer. Er is nog maar één soort omgevingsvergunning. Hierdoor wordt het mogelijk om ook over het milieu-deel van de omgevingsvergunning leges te heffen. Horst aan de Maas heeft in 2019 € 250.000 van het rijk ontvangen voor nieuwe energietaken in de periode 2019-2021.
Vanaf 2022 zal een veelvoud hiervan nodig zijn, met name voor de uitvoering van de Transitievisie Warmte, maar ook voor het vervolg van het RES-traject en de uitvoering van KODE. Uit onafhankelijk landelijke onderzoek blijkt dat het in Horst aan de Maas gaat om 13 tot 18 fte. Het nieuwe kabinet zal hierover besluiten, maar dat kan nog even duren. Daarom is de verwachting dat er in de meicirculaire van 2021 een beperkt ‘overbruggingskrediet’ van circa € 175.000 wordt toegekend voor 2022, zodat gemeenten bij het opstellen van de begroting voor 2022 de zekerheid hebben dat ze de energietaken op hetzelfde niveau kunnen voorzetten. Deze bijdrage uit de meicirculaire is in Horst aan de Maas nodig om de werkzaamheden rond de warmtetransitie, de RES en KODE te kunnen voortzetten in 2022.
7
Programma 4, Sociaal maatschappelijk, participatie en voorzieningen
Algemeen Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 4.1 Zorg 4.2 Werk en inkomen 4.3 Arbeidsmigranten 4.4 Nieuwkomers 4.5 Gezondste regio 2025 4.6 Inwonerparticipatie en Inwonerinitiatieven 4.7 Burgerzaken
Beleidsmatige ontwikkelingen, kansen en risico’s
4.1 Zorg Binnen het beleidsveld zorg speelt een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de inkomsten en uitgaven voor dit beleidsterrein: 1.
Contractmanagement bij MGR Sociaal Domein Limburg-Noord (MGR SDLN). Op 1 januari 2022 start de uitvoering op basis van de nieuwe contracten maatwerkvoorzieningen SD. Het contractmanagement wordt regionaal georganiseerd binnen de MGR. Daardoor stijgt de MGRbegroting van € 1.593.000 naar € 2.127.000 en de bijdrage van HadM van € 245.000 naar € 330.000. Door het contractmanagement kunnen we beter sturen op (de uitgaven in) het sociaal domein. Zie ook punt 4.
2.
Tweede module MGR SDLN. Door de werkzaamheden rond Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (zie punt 7) wordt naar verwachting een aantal bedrijfsvoeringtaken op regionaal niveau bij de MGR ondergebracht. Dat kan in een tweede module. Mogelijk gaan ook de gemeenten in Midden-Limburg daarin participeren. Hierover moeten nog besluiten worden genomen, daarom is dit niet verder uitgewerkt in begroting van de MGR voor 2022. Na besluitvorming worden de financiële consequenties met een begrotingswijziging verwerkt. De voorlopige inschatting is dat dit leidt tot een jaarlijkse extra bijdrage van onze gemeente van circa € 60.000 (exclusief BTW).
3.
Borging Programma Sturing & Inkoop. Dit programma is gericht op het verbeteren van inzicht, grip en sturing in het sociaal domein en, vanuit dat oogpunt, het versterken van de regionale samenwerking (zie ook punt 2). Het programma eindigt eind december 2021. De verwachting is dat vanaf 2022 zaken verder geborgd moeten worden. Bijvoorbeeld het vormgeven en financieren van enkele taken op regionaal niveau. De precieze benodigde middelen zijn nu nog niet concreet, maar we schatten dit in op € 60.000.
4.
Beperking zorgkosten. Door de nieuwe contracten per 2022 en de stuurelementen, waaronder toegangsmanagement en contractmanagement (zie punt 1), kunnen we beter sturen op de uitgaven binnen het sociaal domein. Zowel op individueel niveau als op gemeenlijk en regionaal 8
niveau. We verwachten hierdoor een beperking van de zorgkosten te kunnen realiseren met ingang van 2023. 5.
Wijziging woonplaatsbeginsel jeugd. Per 1 januari 2022 verandert het woonplaatsbeginsel dat bij cases bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Er wordt niet meer gekeken naar de woonplaats van de ouder(s) met gezag, maar naar de woonplaats van de jeugdige (BRP). Bij ‘verblijf' wordt de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige voorafgaand aan het verblijf stond ingeschreven. We verwachten dat we daardoor voor minder jeugdigen verantwoordelijk zijn dan in de huidige situatie (onder meer door Ter Peel). Dat heeft effect op zowel de inkomsten als de uitgaven. Het financieel effect is nu nog niet goed aan te geven.
6.
Extra middelen uitvoering jeugdhulp. Onafhankelijk onderzoek van AEF liet eerder zien dat gemeenten zo’n € 1,7 miljard meer uitgeven aan jeugdzorg dan dat ze aan middelen ontvangen. De VNG overlegt met het kabinet over een oplossing hiervoor. Die bestaat naar verwachting uit extra middelen én maatregelen ter verbetering van het jeugdstelsel. Op dit moment is het financiële voordeel nog niet concreet aan te geven. In onze meerjarenbegroting is vanaf 2023 rekening gehouden met extra middelen (€ 480.000 structureel).
7.
Doordecentralisatie beschermd wonen. In 2023 vindt de doordecentralisatie van beschermd wonen plaats. Dit betekent dat de meeste taken die nu door centrumgemeente Venlo voor ons worden uitgevoerd, overgaan naar de eigen gemeente. In 2022 gaan we al volgens de nieuwe taken werken. Dit betekent dat we een budget moeten opnemen voor beschermd wonen. Voor inzet in de lokale toegang, backoffice, de overgang van beschermd thuis naar begeleiding individueel en het op orde brengen van de voorliggende voorzieningen. Het grootste deel van het benodigde budget ontvangen we in 2022 via centrumgemeente Venlo en vanaf 2023 via het Rijk. Het budget wordt halverwege 2021 duidelijk.
8.
Aanpak personen met onbegrepen (voorheen verward) gedrag. Twee elementen uit de aanpak worden gecontinueerd: het Herstelhuis en Meldpunt Signaal. Het Herstelhuis heeft zich in de afgelopen projectperiode bewezen als een waardevolle Algemene Voorziening. Het meldpunt Signaal past binnen het wetsvoorstel voor een wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Dit voorstel geeft colleges de opdracht te zorgen voor een meldpunt voor inwoners en professionals. De huidige projectsubsidie loopt af en voor borging dienen we een budget op te nemen in de begroting. Onder voorzitterschap van wethouder Bouten is in 2020 een start gemaakt met een zogenaamde Contractgroep waarin de aanbieders van zorg voor deze kwetsbare bewoners vertegenwoordigd zijn. Door positief kritisch te kijken naar eigen handelen en te werken aan samenwerking ontstaan in dit leer-werk-traject nieuwe inzichten en nieuwe vormen van samenwerking. De basis van deze samenwerking is de ambitie van de Contractgroep: geen mens blijft verstoken van een oplossing!
9.
Uitrol visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid. Deze visie richt zich op alle professionals die in hun werk te maken krijgen met gezinnen en huishoudens waar de veiligheid structureel in het geding is. Het werken volgens de visie vraagt inspanning op gemeentelijk niveau. De gemeenteraad heeft daarvoor een regionale visie en samenwerkingsafspraken met Veilig Thuis vastgesteld. Een nog op te stellen uitvoeringsplan geeft inzicht in de capaciteit en expertise die onze gemeente nodig heeft om volgens deze nieuwe visie te kunnen werken.
9
4.2 Werk en inkomen 1. Ontwikkelingen bestand bijstand. Door de coronacrisis en de bijbehorende economische effecten gaat het CPB uit van een stijging van het bijstandsvolume in 2021 en 2022. Daarna zou het bijstandsbestand weer langzaam dalen. In onze prognose volgen we de ramingen van het CPB. Daarbij moet aangetekend worden dat de ontwikkeling van het volume normaal gesproken al een onzeker factor is, maar vanwege de coronacrisis is de voorspelbaarheid nog lager. De gegevens vanaf 2021 moeten dan ook gezien worden als een eerste schatting van wat zich kan voordoen. 2.
Bbz. Met de afbouw van de financiële corona-steunmaatregelen medio 2021 is de verwachting dat de instroom van zelfstandigen vanaf medio 2021 toeneemt. Vanaf 2020 zijn de uitkeringen levensonderhoud van gevestigde zelfstandigen ondergebracht in het gebundeld budget.
3.
Passende ondersteuning: Binnen de Participatiewet hebben we de opdracht passende dienstverlening te bieden aan alle inwoners die een beroep doen op ondersteuning. Naast de genoemde na-ijleffecten van de coronacrisis zijn de volgende ontwikkelingen relevant in 2022: • • • •
4.
We verwachten dat het aantal inwoners met een indicatie ‘banenafspraak’ of advies ‘beschut werk ‘verder groeit, vooral onder jongeren. Over de groep inwoners die niet in staat is om op termijn uit te stromen naar werk maken we afspraken, mede naar aanleiding van de nieuw te vormen visie op Participatie. Kansrijke sectoren zijn zorg en logistiek. Waar nodig en mogelijk zetten we samen met partijen in de arbeidsmarktregio in op (om)scholing naar kansrijke beroepen. Vanwege de effecten van de coronacrisis heeft het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor regionale mobiliteitsteams. Dat loopt via de arbeidsmarktregio’s. De exacte financieringsstromen zijn op het moment van schrijven nog niet bekend.
Schuldhulpverlening. We verwachten in 2022 een toename van het aantal inwoners dat aangewezen is op schulddienstverlening, onder andere door de coronacrisis. Per 1 januari 2021 geldt de nieuwe wettelijke taak: Vroegsignalering van schulden. Dat betekent dat we meer inzetten om schulden in een vroeg stadium te signaleren op basis van betalingsachterstanden bij vaste- lasten-partners. Sinds 1 april 2021 zijn we operationeel. De prognose is dat het voor onze gemeente om 200-300 signalen per maand zal gaan. Dit heeft effect op onze dienstverlening.
4.3 Arbeidsmigranten Wij willen een gemeente zijn waarin iedereen zich gehoord voelt. Waarin arbeidsmigranten onder goede omstandigheden wonen en werken en écht meedoen. Waarin omwonenden van huisvestingslocaties betrokken worden bij afspraken en waar we afspraken nakomen. En waar we samen tot oplossingen komen. Samenwerking, intern en extern, is hierbij cruciaal. Arbeidsmigranten zijn nu en in de toekomst onlosmakelijk verbonden met onze regio en met onze gemeente. Dit brengt op tal van terreinen uitdagingen met zich mee die impact hebben op onze ambtelijke organisatie. Dit is het effect op onze organisatie aan de hand van drie hoofdontwikkelingen: 1.
Rapport Roemer – Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten Als de adviezen uit het rapport Roemer in wet- en regelgeving worden ondergebracht, heeft dit consequenties voor het gemeentelijke beleid voor arbeidsmigranten en het daaraan verbonden paraplubestemmingsplan. De focus op het menswaardig en veilig huisvesten van 10
arbeidsmigranten betekent extra inspanningen voor toezicht en handhaving, en de registratie van arbeidsmigranten in BRP én RNI. 2.
Toenemende aandacht in lokale samenleving en in de raad voor arbeidsmigranten Deze aandacht richt zich niet alleen op huisvesting en economische ontwikkelingen maar verbreedt zich naar integratie en leefbaarheid in de dorpen. Dit betekent voor onze organisatie: uitvoeringskosten t.b.v. taallessen, communicatie, integratieprogramma’s en registratiepilots. En ontwikkelkosten voor ambtelijke inzet. Met de uitdrukkelijke opgave om met werkgevers afspraken te maken en, vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid, samen een financiële bijdrage te leveren aan de integratieprogramma’s. Dit doen we doen door een programmatische organisatie van de inspanningen o.l.v. een programmamanager.
3.
Toename van het aantal arbeidsmigranten in de regio Het onderzoeksrapport Decisio & Companen voorspelt bij gelijkblijvend beleid een substantiële toename van het aantal arbeidsmigranten in onze regio. Dit leidt tot de volgende noodzakelijke inspanningen: • • •
We nemen het initiatief voor een regionale dialoog over de mogelijke en wenselijke sturing om de behoefte aan internationale werknemers te beïnvloeden. We investeren in samenwerkingsafspraken in de regio. Werkzaamheden die voortkomen een stijging van vergunningsaanvragen.
4.4 Nieuwkomers De ‘Veranderopgave Inburgering’ biedt kans om de participatie door statushouders en overige migranten te bevorderen en te vergroten. Per 1 januari 2022 worden gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering. Die staat veel meer dan de huidige wet in het teken van participatie. Doel is dat elke inburgeringsplichtige ‘meedoet’, liefst via werk en anders via vrijwilligerswerk. Het inburgeringsprogramma bestaat dus niet alleen uit taalonderwijs maar ook uit participatie en kennismaking met de Nederlandse samenleving. Voor gemeenten brengt dit nieuwe taken met zich mee zoals een Brede Intake, een Plan Inburgering en Participatie, een Participatieverklaringstraject en de organisatie van een Module Arbeidsmarkt en Participatie. 4.5 De gezondste regio Gezondheid is niet langer de afwezigheid van ziekte. Gezondheid wordt steeds meer gezien als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren. Dit is het gedachtengoed van de ‘positieve gezondheid’. Door te werken vanuit dit gedachtengoed leveren we een waardevolle bijdrage aan de Gezondste Regio 2025. Dit vraagt dat we als gemeente gezondheid hoog in het vaandel hebben, zowel in het sociale als in het fysieke domein. Om onze inwoners in staat te stellen zelf gezonde keuzen te maken, moeten we een omgeving creëren waarin dat mogelijk is.
Waarin elke inwoner dezelfde kansen heeft, waar hij of zij ook geboren is. Daarom werken we de programmalijnen in de gezondheidsnota verder uit en geven we daar uitvoering aan. Daarnaast verankeren we het thema gezondheid binnen onze organisatie. Bovendien willen we meer preventieve activiteiten ontwikkelen zodat er voor iedereen gelijke kansen ontstaan en al onze inwoners in 2025 onderdeel zijn van de Gezondste Regio. Dit doen door een projectmatige aanpak binnen het sociale en het fysieke domein: 1.
Sociale domein; Geluk en gezondheid zijn niet collectief maakbaar. Daarom zetten we de behoefte van de individuele inwoner centraal. Door écht te luisteren en samen op zoek gaan naar een passende 11
oplossing. Binnen het eigen “kunnen”, het eigen netwerk en de eigen omgeving voordat professionele hulp wordt ingezet. Zolang het maar bijdraagt aan de gezondheid en het geluk van die persoon. 2.
Fysieke domein: Het thema gezondheid krijgt een prominente plek in de omgevingsvisie. Het fysieke domein biedt namelijk kansen om inwoners te helpen bij het maken van gezonde keuzen. Bijvoorbeeld door de aanleg van een aantrekkelijk rookvrij speeltuintje in de buurt dat kinderen stimuleert om meer buiten te spelen. Of door te zorgen voor goede en veilige fietspaden die mensen verleiden vaker de fiets te pakken. En door de verbetering van de luchtkwaliteit waarmee we luchtwegproblemen bin mensen verminderen.
4.6 Inwonerparticipatie en Inwonerinitiatieven De gemeenschappen in Horst aan de Maas zijn krachtig en zij verwachten gelijkwaardig en serieus behandeld te worden. Daar blijven we in investeren. Het is belangrijk de komende jaren aandacht te geven aan de toekomstige relatie tussen overheid en gemeenschap. Dit doen we o.a. door: America Lèft We onderzoeken met de werkgroep America Lèft hoe we de zorg in het dorp America op een andere manier kunnen organiseren. Inwoners willen zelf verantwoordelijkheid nemen en taken overnemen van de gemeente. Er wordt meer gebruik gemaakt van het voorliggend veld en er wordt geleverd wat nodig is. We verwachten dat de inwoners van America de zorg als beter ervaren en dat deze aanpak op termijn kosten bespaart. Hierbij nemen we het aspect van een burgerbegroting/lumpsum financiering mee. Voor dit project wordt vanaf 2022 structureel € 50.000 aan financiële ruimte gereserveerd. We verwachten dat dit vanaf 2023 een besparing van € 50.000 voor de zorgkosten oplevert. Dit voordeel is financieel verwerkt in de ambitie van het beleidsveld 4.1 Zorg. Inwonersbegroting/buurtbudgetten Gemeenschapsinitiatieven komen tot volwassenheid. Om dit proces te versterken is het belangrijk inwoners zelf eigenaarschap te geven over beschikbare middelen. Dit versterkt de betrokkenheid in de wijk en het geloof in de democratie. Daar zijn landelijk veel voorbeelden van.
In Horst aan de Maas willen we hiermee experimenteren in de wijkaanpak (Mussenbuurt, in de Riet en Norbertuswijk). We benutten het beschikbare budget om elders aanvullende middelen te verwerven voor de inwonersbegroting: iedere € 1 die wij beschikbaar stellen, wordt daarmee € 3 voor de wijk. Mantelzorgers De druk op de mantelzorgers wordt steeds groter. We blijven kijken naar de manier waarop we de mantelzorgondersteuning hebben georganiseerd en of dit passend is/blijft. Vooralsnog gebeurt dit binnen de huidige budgetten. Of dit op de lange termijn houdbaar is, is nog onduidelijk. 4.7 Burgerzaken We hebben momenteel te maken met een ‘dip’ in het aantal aanvragen voor reisdocumenten. Vanaf 2024 herstelt het aantal aanvragen zich weer tot 2029, waarna weer een aanvraagdip volgt. Dit patroon van piek- en daljaren wordt veroorzaakt doordat in 2014 de geldigheidsduur voor paspoorten en identiteitskaarten voor personen van 18 jaar en ouder is verlengd van vijf naar tien jaar. Hierdoor worden gedurende vijf jaar bijna alle “18+ documenten” in omloop vervangen. Gevolgd door vijf jaar waarin vrijwel alleen “-18 documenten” worden uitgegeven of documenten voor eerste aanvragen en vermissingen. Met onze personeelsformatie bewegen we mee in deze golfbeweging. Op dit moment is de personeelsformatie aangepast aan de rustige periode.
12
Er loopt momenteel een pilot voor de uitgifte van een nieuw digitaal identiteitsbewijs oftewel het virtueel ID (vID). Dit is een identiteitsbewijs in de vorm van een app op je smartphone. Zoals het er nu naar uitziet wordt de gemeente afgiftepunt van dit product en wordt dit vóór 2024 geïmplementeerd. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk wat hiervoor nodig is.
13
Programma 5, Cultuur, sport en onderwijs
Algemeen Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 5.1 Kunst en cultuur 5.2 Sport 5.3 Afslag 10 & zwembad 5.4 Onderwijs 5.5 Accommodaties 5.6 Subsidies
Beleidsmatige ontwikkelingen, kansen en risico’s 5.1 Kunst en cultuur Vanaf 2022 ontwikkelt ‘t Gasthoês zich verder tot hét sociaal cultureel centrum van Horst aan de Maas. Een ‘herberg’ waar inwoners en verenigingen elkaar ontmoeten en samenwerking actief wordt gestimuleerd 5.2 Sport In 2022 ontwikkelen we samen met o.a. de partners uit het onderwijs, de zorgsector en het verenigingsleven een nieuw programmaplan Sport aan de Maas voor de periode 2023-2025. Het uitgangspunt hierbij is het budget dat in de meerjarenbegroting is opgenomen voor breedtesport. We weten nog niet welke impact corona heeft op de vitaliteit van de sportverenigingen en in het bijzonder hun financiële situatie. 5.3 Afslag10 en zwembad Het stichtingsbestuur Afslag10 heeft aangegeven dat ze stopt met dit initiatief. De gemeentelijke visie op dit gebied blijft echter onverminderd van kracht. RKSV Wittenhorst (voetbalclub) en HTC (tennisclub) zijn in gesprek over samenwerking c.q. samenvoeging van beide verenigingen en mogelijk een gezamenlijke accommodatie. Het uitwerkingsplan voor de kasteelruïne moet nog ontwikkeld worden. Mogelijke financiële consequenties worden op dat moment inzichtelijk. In de huidig (meerjaren)begroting is voor deze laatste twee ontwikkelingen al financiële ruimte gereserveerd. 5.4. Onderwijs De focus voor onderwijs ligt vanaf 2022 op de volgende onderwerpen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
passend onderwijs en ondersteuningsnetwerk; leerplicht/kwalificatieplicht en voorkomen voortijdig schoolverlaten ; voor- en vroegschoolse educatie, onderwijsachterstandenbeleid; volwassenen educatie en bestrijding laaggeletterdheid; leerlingenvervoer; toezicht openbaar onderwijs; kaders onderwijshuisvesting.
14
Toelichting 1 t/m 6 Op deze onderwerpen liggen we goed op koers met onze taken en doelen zoals in de begroting en meerjarenraming beschreven. Het beleidsveld is altijd sterk in beweging. Samen met vele partners (lokaal en regionaal) werken we steeds aan actualiteiten en ambities. Corona heeft ook een grote impact op dit beleidsveld; we zitten in een tijdelijk andere en lastige werkelijkheid. Maar ook daarin vinden partners elkaar. Als gemeente steunen we daar waar mogelijk met inzet van eventuele extra middelen van het rijk .We gaan ervan uit dat we vanaf 2022 weer terug naar “normaal” gaan. Misschien een “nieuw” normaal met bijgestelde ambities nieuwe taken. Daar kunnen we nu niet op vooruitlopen. Er zijn nu geen substantiële afwijkingen van de vastgestelde ramingen nodig en ook geen nieuwe taken in beeld. Toelichting 7 Investeringsplanning onderwijshuisvesting Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar bullit 17 op bladzijde 8 van de Kadernota. 5.5 Accommodaties We komen in het najaar 2021 met een integraal beeld over de herziening van het MJOP (voorziening onderhoud) en het MIP (vervangings- en duurzaamheidsinvesteringen). Daar nemen we de bezuinigingstaakstelling van structureel € 300.000 vanaf 2025 in mee. We vragen de gemeenteraad dan keuzes te maken op het gebied van duurzaamheidsinvesteringen, het afstoten van maatschappelijk vastgoed en het onderhoudsniveau.
Bij deze discussie betrekken we ook de stijging van de kostprijs (indexatie) die de afgelopen jaren fors is geweest. Ook willen we de indexatie van de lasten (kosten) koppelen aan de indexatie van de baten (huur).
15
Programma 6, Openbare orde & veiligheid, toezicht & handhaving
Algemeen Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 6.1 Openbare Orde & Veiligheid 6.2 Toezicht en handhaving
Beleidsmatige ontwikkelingen, kansen en risico’s 6.1 Openbare Orde & Veiligheid Met het vaststellen van het Integraal Veiligheidsplan 2020-2023 heeft de raad richting gegeven aan de lokale veiligheidsprioriteiten. Daarbij zijn ondermijning, kwetsbare groepen en het verbeteren van de opvolging van meldingen als prioriteiten vastgesteld. Meerdere projecten binnen de bestuurlijke aanpak ondermijning (zoals RIT, Keurmerk Veilig Ondernemen Buitengebied, Meld Misdaad Anoniem) hebben een plek gekregen in de Regiodeal, binnen het thema 'Investeren in een veilige en leefbare omgeving en aanpak van ondermijnende criminaliteit'. De realisatie van een regionaal interventie team (RIT) is inmiddels in een vergevorderd stadium. Succesvolle uitvoering van deze projecten is mede afhankelijk van het succes van de regiodeal. Aan de uitvoering van deze prioriteiten worden in de komende jaren door aan de hand van uitvoeringsplannen vorm gegeven. Op dit moment is de wereld in de ban van het Corona-virus. Voor de Veiligheidsregio en in het bijzonder de GGD brengt dit veel werk en extra kosten met zich mee. Deze crisis maakt duidelijk dat crisisbeheersing vraagt om een integrale benadering van fysieke, sociale en maatschappelijke veiligheid, gezondheid en openbare orde. Intensieve samenwerking is noodzaak gebleven en blijft het toverwoord. De kerntakendiscussie vraagt meer tijd dan verwacht.
Het effect daarvan op de begroting is daarom nog onduidelijk, evenals de (financiële) gevolgen van de Corona-pandemie. Algemene kostenontwikkelingen als gevolg van loon- en prijsstijgingen, het kunnen garanderen van een verantwoorde mate van paraatheid van de brandweer en de kosten van de uitbreiding van het Rijksvaccinatieprogramma vragen een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Vanaf 1 april 2021 zijn gemeenten (weer) verantwoordelijk voor het ophalen, registreren, opslaan en beheren van inboedels na een (gedwongen) woningontruiming. De VNG voert momenteel nog gesprekken met het ministerie van J&V over de kosten die voortvloeien uit de uitvoering van deze wettelijke taak. De uitkomst hiervan is belangrijk om te kunnen bepalen óf en zo ja welke kosten vervolgens kunnen, c.q. moeten worden doorberekend aan de executant en op welke wijze. In afwachting van rijkbeleid op dit punt, wordt voorgesteld hiervoor structureel middelen op te nemen. 6.2 Toezicht en handhaving Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar bullit 18 en 19 op bladzijde 8 en 9 van de Kadernota.
16
Programma 7, Bestuur, organisatie en samenwerking
Algemeen Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 7.1 Bestuur 7.2 Overhead 7.3 Samenwerking
Beleidsmatige ontwikkelingen, kansen en risico’s 7.1 Bestuur In de periode 2022-2025 hebben we aandacht voor de doorontwikkeling van de organisatie met als vertrekpunt de strategische visie en daar aan gerelateerde organisatievisie die in 2021 wordt opgeleverd. De raad heeft als kader gesteld dat de dienstverlening aan de inwoner en ondernemers niet minder mag. Daarbij is het aanvaardbaar om niet wettelijke taken te schrappen om de organisatiekosten te beheersen. In de huidige begroting 2022 is rekening gehouden met een college van maximaal 4 wethouders. 7.2 Overhead De organisatie staat met het bestuur samen aan de lat voor de realisatie van de bestuurlijke ambities en een efficiënte uitvoering van de reguliere opgaven. Mede in het licht van de druk op het personeelsbudget werpt de vraag zich continue op of en hoe werkzaamheden/projecten kunnen worden opgepakt. Dit geldt al voor lopende taken/opgaven en zeker voor nieuwe activiteiten. Waarbij budget, capaciteit en ambities in balans gehouden moeten worden Inwoners, ondernemers en partners stellen steeds hogere eisen aan dienstverlening. Onze klanten verwachten dat we oplossingsgericht meedenken en transparant handelen. Online, telefonisch, persoonlijk, social media of schriftelijk. We bieden 24/7 online dienstverlening, onze website is klant/taakgericht en toegankelijk.
Hier zullen we als ambtelijke organisatie in meegaan waarbij het uitgangspunt is dat de dienstverlening minimaal op het huidige niveau blijft en waar mogelijk verbeterd wordt. 7.3. Samenwerking Als gemeente Horst aan de Maas maken wij onderdeel uit van een groter geheel. Van Europa, Nederland, Limburg en onze eigen regio Noord-Limburg. Wij zijn weliswaar één radertje, maar wel een zichzelf onderscheidend radertje. We doen dit zelf en door samenwerkingspartners te kiezen die bij ons passen. Door specifieke samenwerking op bedrijfsvoering streven we er naar de uitvoering van taken toekomstbestendiger te maken. We verwachten dat de complexiteit van gemeentelijke taken en de kosten hiervan beheersbaarder zijn door samen te werken. Verder zijn er gezamenlijk mogelijkheden voor een kwalitatieve verbetering van onze dienstverlening door innovatiekracht te versterken en kwetsbaarheden te verminderen. We nemen deze beslissingen aan de hand van de 3 k’s: Kosten, Kwetsbaarheid en Kwaliteit. De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering met Venray zal ook in 2022 op basis hiervan verder worden vormgegeven.
17
Programma 8, Financiën Algemeen
Onder dit programma vallen de volgende beleidsvelden: 8.1 Financiering en algemene lasten en baten 8.2 Algemene dekkingsmiddelen 8.3 Vennootschapsbelasting (Vpb) 8.4 Onvoorzien
Beleidsmatige ontwikkelingen, kansen en risico’s
Uitgangspunt voor de (meerjaren)begroting is en blijft dat die structureel in evenwicht is. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Hierbij hoort logischerwijs ook, dat we de financiële weerbaarheid niet verlagen. We spreken het eigen vermogen alleen aan als er redelijkerwijs niet aan valt te ontkomen. We laten ook de lastendruk niet verder toenemen dan strikt noodzakelijk is. We hanteren voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing het uitgangspunt van kostendekkende heffingen. We hebben in de begroting 2021 een fors aantal ombuigingen opgenomen. Het risico bestaat dat die niet allemaal haalbaar blijken te zijn. Het effect van de herijking van de algemene uitkering, lijkt nu in afwijking met eerdere berichtgeving positief uit te vallen Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 2 en 3 van de Kadernota.