02 LLTB 24-0112950 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
C\IItb Anders
Gemeente Horst aan de Maas T.a.v. de gemeenteraad/college Postbus 6005 SA AA: BARBT
Durven
Doen
Steegstraat 5 van
6041
B&W
EA Roermond
Postbus 960 6040 AZ Roermond T 0475-3817 77 F0475- 33 32 43 www.lltb.nl KvK 12045362
Kenmerk:
bb.2024.025
Behandeld door:
Emailadres:
Betreft:
Bijlage:
LLTB-standpunt gemeentelijke geurverordening N.v.t. 21 mei 2024
Datum:
Afschrift
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)@lltb.nl
aan:
-
Geachte raadsleden, geachte leden
van het
college
van
B&W,
Hierbij ontvangt u ons LLTB-standpunt en visie inzake het raadsvoorstel om de gemeentelijke geurverordening te wijzigen. Wij hebben kennisgenomen van dit voorstel en stellen onder andere vast dat de uitgangspunten gewijzigd zijn, in vergelijking met de uitgangspunten van de gemeentelijke Visie Veehouderij 2021-2030. Dit
voorliggend
besluit kan, in onze ogen, grote gevolgen hebben voor de agrarische sectoren, de gemeente en de sociaaleconomische verhoudingen. Omdat wij als belangenbehartiger niet (actief) zijn betrokken of gehoord noch in kennis zijn gesteld van deze aanpassing, nemen wij de vrijheid ons LLTB-standpunt bij brief aan de gemeenteraad en het college kenbaar te maken. Zodat u ook het geluid vanuit van de agrarische sectoren mee kan nemen en wegen in het besluitvormingsproces. maar
ook
voor
LLTB-standpunt en visie Als belangenbehartiger willen wij een LLTB-standpunt indienen tegen het voorgenomen besluit tot aanpassing van de gemeentelijke geurverordening. Hieronder zullen wij onze standpunten puntsgewijs en inhoudelijk aan u toelichten: Aanleiding Mondeling
tot het wijzigen van de geurverordening hebben wij vernomen van de gemeente dat een raadsmotie, naar aanleiding van het ondertekenen van het Schone Luchtakkoord, feitelijk de aanleiding zijn geweest voor de aanpassing van de geurverordening. Dit volgt niet uit de stukken en daarnaast hebben wij deze motie niet kunnen inzien. Voor de volledigheid had dit vermeld kunnen worden, zodat ons de achtergronden voor de aanpassingen duidelijk waren en had de motie en/of de strekking van de motie toegevoegd kunnen worden.
Gevolgen
van dit besluit Uw raad neemt thans een besluit dat, zoals de onderbouwing van adviesbureau Pouderoyen en (geanonimiseerd) stelt, “van invloed zal zijn op de blijvers”. De ‘blijvers’ waarvan u als gemeente het belang onderschrijft als economisch gezonde sector.
enen
bladnr. 2 Zonder
dat
u kennis heeft van de gevolgen en de daadwerkelijke veranderingen binnen de neemt u thans een beslissing die van grote invloed sector, in de zeer nabije toekomst agrarische kan zijn voor de agrarische bedrijven binnen uw gemeente. Maar ook van invloed kan zijn op de gemeentelijk sociaaleconomische situatie. De gemeente Horst aan de Maas lijkt voorbij te gaan aan landelijke, regionale en lokale regelingen en beleidssporen die op dit moment reeds zijn ingezet. Beleid dat invloed heeft op de grondslag om het gemeentelijk geurbeleid te wijzigen. -
Het afwachten
de resultaten en effecten van reeds ingezette landelijke, regionale en lokale inziens aan te raden zijn en brengt ook de nodige rust in de agrarische sector. Het is immers niet duidelijk wat de consequenties zijn van de LBV/LBV+ regeling, de innovatieregeling, extensiveringsregeling, verplaatsingsregeling, transitie landelijke gebied (LPLG), maar ook uw eigen gemeentelijk beleid ten aanzien van de aanpak van latente ruimte. Deze beleidssporen zullen zonder twijfel consequenties hebben voor de geurhinder verordening en mogelijk een oplossing bieden voor knelpunten.
beleidslijnen
van
zou
ons
Inhoudelijke beoordeling Op basis van het voorstel tot aanpassing van de geurnormen, gebaseerd op de onderbouwing van adviesbureau Pouderoyen en (geanonimiseerd) BN is onze mening dat de motivering voor de aanpassing niet voldoende is. Het ontbreekt aan feiten en onderzoek naar de effecten, consequenties, maar ook de effectiviteit. Consequenties van maatregelen die niet zijn getoetst op haalbaarheid, realiteitszin, betaalbaarheid of juridische gevolgen, die met name voor de agrarische sector voelbaar zijn. Maar ook de gevolgen voor (nieuwe) ontwikkelingen, zoals woningbouw, uitbreiding van bedrijven en activiteiten waarbij vanuit juridisch oogpunt bescherming toekomt volgens vaste jurisprudentie (scholen, kantoren, bedrijfspanden etc.). Hieronder zullen wij puntsgewijs een inhoudelijke aanvulling doen: 1.
Basis tot aanpassing geurnormen In de inleiding van de Gebiedsvisie Wgv van adviesbureau Pouderoyen en (geanonimiseerd) BN s in hoofdstuk 4 ‘Actualisatie geurnormen' geen stellige redenering aangegeven waarop het besluit tot aanpassen van de geurnormen gemotiveerd kan worden. Stellingen in de motivering van het besluit in de Gebiedsvisie Wgv van adviesbureau Pouderoyen en (geanonimiseerd) zijn te veel gebaseerd op suggestieve aannames. Op het uitspreken van verwachtingen, impact op de langere termijn, uitspreken van waarschijnlijkheden, aannames dat iets ‘vaak’ gebeurt en daarmee toegepast kan worden. Op deze suggestieve aannames kan ons inziens geen beleid geformuleerd worden. Daarom ontbreekt dan ook de noodzaak om het beleid te wijzigen. Er wordt geen onomstotelijk bewijs geleverd waaruit blijkt dat het wijzigen van de verordening noodzakelijk is op dit moment en dat daarbij alle belangen en belanghebbenden zijn meegenomen. Het ontbreekt aan een gedegen, niet weerlegbare motivering die de nieuwe beleidsuitgangspunten steunen. Ter beeldvorming volgt hieronder een aantal zinssneden uit voornoemde visie: a. “op basis van de ontwikkeling…is een afname van de geurbelasting te verwachten.” (blz. 32 regel 3-6). b.
“op langere termijn (2035 2050) zal de impact van de klimaatopgave_ doorwerken in de emissies vanuit de veehouderij en zeer waarschijnlijk ook op de omvang van de veehouder in Horst aan de Maas.” (blz. 32 regel 6-9). c. “Modernisering van oudere stallen vanwege provinciale ammoniakeisen gaan naar Dat kan gepaard gaan met een verwachting gepaard met schaalvergroting,… afname van de geurbelasting, maar dat is geen vanzelfsprekendheid.” (blz. 32 regel -
…
…
d.
10-12). “Oplocaties waar er wordt geïnvesteerd…. (blz. 32 regel 12-13).
neemt het aantal
dierplaatsen
vaak toe…”
bladnr. 3 "Vooral
nieuwe functies (blz. 32 regel 14-17).
kan
sprake
een hogere geurbelasting……” Op basis van deze suggestieve bewoording kan niet gesteld worden dat de belangen van alle belanghebbenden gedegen is onderzocht en dat de consequenties, zowel voor de gemeente, maar in het bijzonder voor de agrarische sector, in voldoende mate duidelijk zijn. Ervaringen vanuit de provincie Noord-Brabant waarbij op eenzelfde wijze geurbeleid is geïntroduceerd heeft geleid tot een verslechtering van de leefomgevingskwaliteit, omwille van het feit dat door de onzekerheid en onduidelijkheid volgend uit het beleid geen investeringen gedaan kunnen worden, laat staan dat deze gefinancierd worden. Het huidige besluit moet derhalve beter gefundeerd en gemotiveerd worden en daarbij moeten de belangen en rechten van belanghebbenden gedegen afgewogen worden en in beeld worden gebracht voor besluitvorming. Alleen dan is het mogelijk een gedegen besluit te nemen. e.
vanwege
…
er
zijn
van
Geurhinder omwonenden In de bijlage behorende bij de ‘Gebiedsvisie Wgv' van adviesbureau Pouderoyen en (geanonimiseerd) is de kern van het voorgestelde gemeentelijk geurbeleid weergegeven. Onder punt 3 wordt duidelijk dat naast het feit dat er lokaal sprake is van overbelaste situaties, het advies van de GGD en een rechtelijke uitspraak, ook de publieke opinie een essentieel onderdeel is van uw overweging om nu over te gaan tot het vaststellen van een aangepast geurbeleid. In de motivering van dit standpunt wordt echter niet duidelijk in hoeverre deze vermeende geurhinder ook daadwerkelijk door deskundigen is vastgesteld. Het is bekend dat geurklachten verschillende oorzaken kunnen hebben en dat ook meerdere aspecten een rol kunnen spelen bij het vaststellen of hinder ten aanzien van het aspect geur al dan niet optreedt. Onder andere de geurkarakteristieken en de mate van blootstelling (o.a. geurconcentratie, hedonische waarde, frequentie en duur etc.) spelen een belangrijke rol in de beleving en het al dan niet optreden van geurhinder. Ook demografische factoren (geslacht, leeftijd, etc.), sociaaleconomische factoren, persoonsgebonden factoren
GM
(luchtwegaandoeningen, allergie, (over)gevoeligheid) en cognitieve factoren (negatieve houding etc.) kunnen een rol spelen in de hinderbeleving. Dit maakt de vaststelling van geurhinder tot een complex geheel, maar benadrukt de noodzaak van gedegen onderzoek van klachten en vermeende geurhinder. Voor zover wij uit de stukken kunnen opmaken, ontbreekt een dergelijk onderzoek en kan niet met stelligheid worden aangegeven hoeveel inwoners geurhinder ondervinden, kan geen indicatie worden gegeven over de ernst en is de geurbron mogelijk niet direct vast te stellen of is gebaseerd op aannames. Daarmee ontbreken in de motivering van het besluit de ernst, de noodzaak en de feitelijke onderbouwing om het beleid op dit moment aan te moeten passen, als het gaat om de publieke opinie ten aanzien van het aspect geur. Daarnaast is het ook wettelijk toegestaan dat een zekere mate van geurwaarneming kan en mag plaatsvinden. Ter beeldvorming Dat omwonende zich uitspreken tegen te veel overlast wil niet zeggen dat er daadwerkelijk sprake is van een overbelaste situatie of onduldbare situatie. Immers, voor een deel wordt hinder wettelijk toegestaan, aangezien ook in het geurbeleid van de gemeente Horst aan de Maas wordt aangesloten bij de 98-percentielwaarde.
Het indienen van een klacht is daarmee niet voldoende om een melding toe te schrijven aan een bepaald bedrijf met de conclusie dat sprake is van ongeoorloofde geurhinder. Er zal gedegen onderzoek moeten plaatsvinden en de melding zal op meerdere tijden gedurende het jaar terug moeten komen. De toepassing van de 98-percentielwaarde wil daarmee niet zeggen dat er ook daadwerkelijk sprake is van een overschrijding van de geurnormen.
bladnr. 4
Een motivering in hoeverre sprake is van geurhinder die de 98-percentielwaarde overschrijdt en die is vastgesteld door een deskundige ontbreekt vooralsnog in de stukken. Ook met betrekking tot vermeende overlast van omwonenden blijft de onderbouwing van de verordening suggestief (zie ook onder 1). 3.
GGD-advies Zoals onder punt 2 is vermeld, is de GGD-advieswaarde onderdeel van de motivering om het geurbeleid te wijzigen. In ieder geval wordt een groot deel van de normen toegeschreven aan de uitgangspunten van het GGD-advies en dat een dergelijk uitgangspunt extra bescherming biedt tegen geurhinder, hetgeen door ons niet bestreden wordt. Echter, het GGD-advies houdt geen rekening met de lokale situatie. Sterker nog, het is de vraag of deze norm lokaal passend is voor een gemeente als Horst aan de Maas. Een uiteenzetting, onderzoek of motivering hieromtrent ontbreekt op dit punt. Bovendien stelt het RIVM1 dat GGD’s weinig ervaring hebben met het adviseren over bestemmingsplannen buitengebied en gemeenten weinig kennis hebben over hoe zij in een bestemmingsplan beleid met betrekking tot geurhinder van agrarische bedrijven kunnen opnemen. Een dergelijke conclusie van het RIVM vraagt daarom om een goede motivering over hoe dit voorstel tot stand is gekomen en welke onderzoeken daarvoor zijn verricht. Ten aanzien van de voorgestelde normstelling ontbreken, ons inziens, de onderbouwing en de afweging van verschillende gemeentelijke belangen.
4.
Onderbouwing geurbeleid Als onderlegger wordt het GGD-advies gebruikt om de gemeentelijke geurverordening te wijzigen. Op basis van dit GGD-advies kan ook een motivering worden opgesteld. De GGD1 hanteert in haar advisering naar gemeenten toe in ieder geval de volgende uitgangspunten om een advies met betrekking tot het aspect geur te kunnen onderbouwen: * Gezondheidseffecten van geur. » Uitkomsten van de beoordeling van de geursituatie. * Wordt er voldaan aan normen en regels? » Welke normen voor de hinder en/of geurbelasting worden in principe door de GGD gehanteerd, eventueel gedifferentieerd per deelgebied? RIVM Rapport 2015-0106 Pagina 67 van 111. « Is de geursituatie aanvaardbaar? » Welke aspecten hebben bij de beoordeling een rol gespeeld? * Zo nodig de maatregelen die genomen kunnen worden. » Afspraken over: » De monitoring van de geursituatie of te treffen maatregelen (zijn de geurproblemen opgelost?). » Handhaving. » Een klachtenmeldingsprocedure en de acties die daaruit voortvloeien. » Communicatie(plan). Deze aspecten worden in de onderbouwing en motivering van het voorgestelde geurbeleid niet in voldoende mate meegenomen. Vooral de kwalificering en kwantificering van de aspecten geur en geurhinder ontbreken.
Ten aanzien van maatregelen wordt enkel een opsomming gegeven van mogelijkheden en met betrekking tot te maken afspraken wordt te weinig aandacht besteed aan het inkaderen van het beleid. Hoe de gemeente e. e. a. monitort, wordt niet duidelijk.
bladnr. 5 5.
Stappenplan geurbeleid Aanvullend aan hetgeen genoemd onder punt 3, ten aanzien van het ontbreken van een motivering om een strengere norm als de maximale advieswaarde te hanteren, kan het stappenplan worden gebruikt. Dit stappenplan wordt voorgesteld in het RIVM-rapport'. De handreiking, in de vorm van een stappenplan, wordt ook door de GGD toepast bij adviezen aan gemeenten met betrekking tot het aspect geur. Het stappenplan! maakt duidelijk welke informatie op tafel moet komen om over de geursituatie te kunnen adviseren. Deze stappen bestaan uit: STAP
1
Situatie en klachten Wat is de positie
van de woning(en) ten opzichte van de geurbron. Welke klachten zijn er, zijn gegrond en wat is de bron? Denk hierbij aan gemeenten, provincie, omgevingsdienst, klachtenmeldpunt en bedrijven.
ze
STAP
2
Geurbron Wat zijn de regels voor de
STAP 3
geurbron? Welke partijen zijn betrokken?
Geurbelasting Wat zijn de omvang
en
het niveau
de
van
geurbelasting?
STAP 4
Gezondheidseffecten Hoeveel hinder, verstorings- en andere gezondheidseffecten zijn er?
STAP 5
Beoordeling Is de geursituatie aanvaardbaar of moeten maatregelen genomen worden?
STAP 6
Maatregelen Maatregelen inzichtelijk maken.
Op
basis
van onze standpunten wordt duidelijk dat er onvoldoende aandacht is besteed aan motivering, omdat het stappenplan niet is gevolgd of dat de punten genoemd in het stappenplan niet (voldoende) zijn gemotiveerd in het voorstel. Voor een inhoudelijke beoordeling verwijzen wij ten aanzien van de stappen, naar: Stap 1: zie LLTB-standpunt 2, 4, 6, 9, 10, 11, 12; Stap 2: zie LLTB-standpunt 4; Stap 3: zie LLTB-standpunt 4, 6, 7, 8; Stap 4: zie LLTB-standpunt 1, 2, 4; Stap 5: zie LLTB-standpunt 1, 4, 7, 8, 9, 10, 11, 12; Stap 6: zie LLTB-standpunt 4, 9, 12, 13.
de
*
Gevolgen 6.
van
het wijzigen van de
geurverordening
Geurgevoelige objecten Het is onduidelijk in hoeverre de gemeente
Horst aan de Maas geurgevoelige objecten heeft vanuit het Besluit kwaliteit aangewezen leefomgeving (Bkl) en in hoeverre deze uitgangspunten in lijn zijn met de algemene beginselen van de Omgevingswet. Het is immers niet zo dat enkel woningen geurgevoelig zijn. Ook gebouwen waar mensen langere tijd vanuit de jurisprudentie in zekere mate recht op bescherming. We verblijven hebben kunnen uit de motivering, behorende bij de stukken, niet opmaken of dit goed in beeld is gebracht. Door adviesbureau Pouderoyen en (geanonimiseerd) ‘s enkel een standaardtekst opgenomen, waaruit niet kan worden opgemaakt welke consequenties dit vast te stellen beleid heeft, m.b.t. geurgevoelige objecten. Daarmee is, naar onze mening, niet duidelijk in welke mate het voorgestelde geurbeleid consequenties heeft voor uw gemeente, voor de agrarische sector, voor het bedrijfsleven en toekomstplannen. Dit is onvoldoende onderzocht en onderbouwd, ook naar de toekomst toe. -
-
BM
1
RIVM Geur en gezondheid
GGD-richtlijn medische milieukunde Onderdeel Veehouderij en geur in apart rapport RIVM Rapport 2015-0106
bladnr. 6 7.
Afwijken
wettelijke normen wijken van de wettelijke geurnorm van 3 Ou/m? (binnen bebouwde kom) en 14 OU/m? (buiten bebouwde kom), wordt het nieuwe geurbeleid strenger. Buiten het feit dat er een mogelijkheid is voor gemeenten om strikter te zijn of om meer ruimte te creëren, constateren wij dat de gevolgen en de effecten van deze strengere geurnorm niet in voldoende mate zijn onderzocht en/of gemotiveerd. In onze ogen is daarmee het voorstel niet rijp voor besluitvorming en roepen wij de gemeenteraad op in te grijpen. Zie ook LLTBstandpunt 3. van
Door af te
Respecteren rechten veehouders Binnen de gebiedsvisie van adviesbureau Pouderoyen en BN (geanonimiseerd) is vermeld dat uit vaste jurisprudentie volgt dat door de nieuwe bestemmingen er geen sprake mag zijn van een aantasting van de bestaande rechten van omliggende veehouderijen. Daarmee wordt gesuggereerd dat aan bestaande rechten niet wordt getornd en er geen gevolgen zijn voor bestaande (agrarische) bedrijven. Toch constateren wij dat een aanscherping van het geurbeleid elders, regelmatig wordt aangegrepen tot het indienen van verzoeken tot handhaving of intrekkingsverzoeken. Buiten het feit dat dit extra druk legt op de ambtelijke capaciteit, die thans niet is voorzien, kan dit grote consequenties hebben voor agrarische ondernemers. Bovendien leidt deze situatie tot extra onzekerheid, maar kan op termijn ook tot financiële claims leiden, indien vergunningen ingetrokken moeten worden. Met dit scenario wordt thans geen rekening gehouden. Ten
aanzien van effectiviteit en realisme ontbreekt in de onderbouwing ook een duidelijk motivering in hoeverre het mogelijk is voor bestaande bedrijven om te kunnen voldoen aan de voorgestelde normen. Immers, er zijn gevallen bekend waarbij het plaatsen van een luchtwasser leidt tot een oplossing voor het geurprobleem, maar daarnaast tot geluidhinder of mogelijk situaties waarbij een hogere geluidnorm in het buitengebied moet worden geaccepteerd. In de onderbouwing van het voorstel wordt dit niet onderzocht, waardoor ook niet met stellige zekerheid kan worden aangegeven dat maatregelen, zoals een luchtwasser (buiten de investeringen voor de agrariër), effectief en realistisch zijn en dat er geen consequenties zijn voor bestaande bedrijven. Uit de
beoordeling van de stukken blijkt daarmee niet dat de gevolgen voor bestaande bedrijven zijn meegewogen in het voorstel noch dat de consequenties in beeld zijn gebracht. Het aanpassen van geurnormen is in onze ogen daarom pas zinvol als er duidelijkheid is over de aanpak van de overbelaste situaties, maar ook ten aanzien van de uitwerking van het nationale, regionale en lokale beleid zoals de beëindigingenregeling (LBV/LBV+), innovatieregeling op termijn, extensiveringsregeling, transitie landelijk gebied, aanpak latente ruimte etc. Uitstel van de besluitvorming is in onze mening de enige juiste optie die —
u
als raad
momenteel heeft.
Nieuwe situatie
vs.
blijvers
Aanvullend aan LLTB-standpunt 8 willen wij opmerken dat de situatie zoals wordt aangegeven voor nieuwe vergunningen ook van invloed zijn op bestaande bedrijven en dus de
in het dat deze willen of moeten blijvers, geval bedrijven mogelijk uitbreiden/wijzigen/veranderen, omdat op dit moment niet duidelijk is wat de consequenties zijn van de landelijke, regionale en lokale regels. Het is ons inziens om die reden niet opportuun op dit moment beleid te formuleren waarvan de gevolgen niet kunnen worden ingeschat en waarbij mogelijk een oplossing is gelegen in de verdere uitwerking van landelijk, regionaal en lokaal beleid.
bladnr. 7 Daarnaast zien
wij problemen ontstaan bij bedrijfswoningen die thans onderdeel uitmaken (agrarisch) bedrijf en die door opkoop of verkoop, op korte termijn of in de toekomst, geen bedrijfsmatige banden meer heeft en daarmee gezien moet worden als een wordt door de verwezen naar het bestemmingsplan, burgerwoning. Ambtelijk gemeente maar er zijn legio voorbeelden waarbij de aanpassing van het bestemmingsplan kan leiden tot problemen. Immers bij een inventarisatie van de woning zal te allen tijde geen bedrijfsmatige activiteit aangetroffen. Vooral om deze reden is het van belang om allereerst te bekijken hoe het landelijk gebied veranderd na de LBV-regelingen en mogelijk de transitie van het landelijk gebied. Ook kan een strengere normering mogelijk in bestaande situaties leiden tot problemen bij bestaande bedrijfswoningen die binnen een geurcirkel zijn gelegen deze kunnen niet omgezet worden naar een burgerwoning. Uit de stukken wordt in ieder geval niet duidelijk dat dergelijke situatie zijn geborgd. Dus naast de agrarische sector kunnen ons inziens ook de bestaande woningen, die al dan niet naar de toekomst toe willen uitbreiden of anders ingericht worden, kan dit leiden tot de conclusie dat uitbreiding of wijziging van woningen niet mogelijk is. Inmers een (agrarisch) bedrijf heeft rechten o.b.v. vanuit het milieuspoor. van
10.
een
Belang
van
de sector
onderbouwing van de geurverordening (notitie adviesbureau Pouderoyen en (geanonimiseerd) GM 32) volgt bovendien dat: “Strengere voorgrond geurnormen bieden extra bescherming pag. tegen geurhinder en extra sturing op afname van de geurbelasting bij ontwikkelingen van (intensieve) veehouderijen in overbelaste situaties (de locaties van de blijvers). Strengere de van en kunnen een geurnormen beperken ontwikkeling veehouderijen kostprijsverhogende werking hebben voor veehouderijen. Strengere geurnormen kunnen ook leiden tot extra beperkingen voor functieveranderingen in de omgeving van de veehouderijen vanwege ‘omgekeerde werking'.” Hiermee wordt duidelijk dat de aandacht voor de blijvers niet voldoende zal zijn om een steun in de rug te zijn voor de sector. Ook wordt duidelijk dat er consequenties zullen zijn voor de sector, echter welke gevolgen dit zijn en hoe groot het effect zal zijn, is niet onderzocht en wordt ook niet gepresenteerd. Om als gemeente de ambitie uit te dragen om voor 2030 stappen te maken in emissiereducties bij veehouderijen (geur, stikstof, fijn stof etc.) zijn ondernemers afhankelijk van heldere condities aan de voorzijde en de mogelijkheid voor ‘experimenteerruimte’, waarbij beoogde maatregelen in de praktijk getoetst kunnen worden binnen individuele bedrijven. Hoe de gemeente hieraan aandacht wil geven volgt niet uit het voorstel.
Toch zouden wij graag van u willen vernemen hoe de gemeente hieraan gevolg wil geven en welke mogelijkheden de gemeente hierin ziet? Uit de
Bovendien
wordt zowel bestuurlijk als ambtelijk wordt mondeling door de gemeente aangegeven dat er aandacht is voor de blijvers, toch volgt dit niet concreet uit de raadsstukken. Het wordt ons niet duidelijk aangegeven hoe de gemeente aandacht denkt te geven aan blijvers? M.a.w. welk handelingsperspectief heeft de gemeente? Zijn of komen er toekomstbestendige locaties met ontwikkelingsmogelijkheden? a.
Rechtsongelijkheid Tevens merken wij
op dat er sprake lijkt te zijn van rechtsongelijke aanpak van bedrijven binnen het beleid. Zo krijgen hippische kavels binnen het bestemmingsplan Grandorse een uitzondering voor geuremissie. Dit terwijl voor andere veehouderijen waar dieren worden gehouden zonder geurfactor (melkvee, paardenhouderij buiten het bestemmingsplan Grandorse etc.) geen uitzondering verkrijgen, maar gehouden worden aan strenger wordende regelgeving. Er ontbreekt een duidelijke motivering en overweging waarom een vergelijkbare situatie niet elders binnen de gemeente kan gelden. Daarmee lijkt er sprake te
bladnr. 8
zijn
rechtsongelijke beoordeling tussen bedrijven. In onze ogen mag het niet zo zijn dat duidelijke motivering, verschil is tussen de beoordeling van hippische bedrijven binnen het bestemmingsplan Grandorse en andere bedrijven, waarbij dieren worden gehouden zonder geurfactor en waarbij een gelijke situatie zich mogelijk voordoet. Wij verzoeken u tot een wijzigen van het voorstel, waarbij sprake is van gelijkwaardigheid. van
er, zonder
12.
Samenloop
verplichtingen samenloop van verschillende wetten en regels, maar meer nog de onduidelijkheid en traagheid die gepaard gaan met verschillende beleidslijnen, leidt tot grote onzekerheid en in sommige gevallen tot weinig perspectief binnen de agrarische sector. Als belangenbehartiger willen wij een appel doen aan de gemeente om duidelijkheid en perspectief te bieden. Dit beleid levert op dit moment niet die benodigde duidelijkheid of de zekerheid dat bestaande situaties ongedeerd blijven. Noch geeft dit toekomst voor de sector en het bedrijfsleven. De
13.
van
veelheid
en
Maatregelen In de motivering van adviesbureau Pouderoyen en (geanonimiseerd) BEM (pag. 35) wordt gesteld dat er naast de aanpassing van geurnormen ook andere instrumenten kunnen worden toegepast. In de onderbouwing voor aangepaste geurnormen is niet opgenomen welke instrumenten worden toegepast, er is enkel een opsomming gegeven van mogelijk toe te passen instrumenten. In onze ogen zou eerst na een inventarisatie en beeldvorming van de blijvers aandacht moeten zijn voor het vaststellen van de latente ruimte en het terugdringen van de zwaarste geuroverschrijdingen. Op basis hiervan kan een motivering geleverd worden dat de aanpassing van het geurbeleid realistisch en haalbaar is op termijn. Mogelijk kan beleid voor de blijvers een goed voorstel zijn om aandacht te hebben voor het perspectief van de blijvers, maar ook om de leefbaarheid binnen de gemeente te waarborgen.
Conclusie Op basis van
beoordeling van de stukken, behorende bij het besluit tot aanpassing van de komen geurverordening, wij tot de conclusie dat het voorstel niet rijp is voor besluitvorming. Het voorstel is niet in voldoende mate onderbouwd, gemotiveerd en bovendien is er geen gedegen onderzoek verricht naar de effecten en gevolgen. Effecten en gevolgen die de agrarische sector raken, maar ook effect kunnen hebben op de gemeente, bedrijfsleven en woningbouw. onze
Daarnaast vragen wij ons af in hoeverre het huidige voorstel uitgaat van realistische, haalbare en naleefbare normen. Normen die ook betaalbaar zijn en die onmiskenbaar leiden tot een betere leefomgevingskwaliteit en een solide sociaaleconomisch klimaat. Ons advies zou zijn om eerst duidelijkheid af te wachten ten aanzien van de landelijke, regionale en lokale beleidslijnen. Denk hierbij aan de transitie van het landelijk gebied, de uitvoering van de LBV/LBV+ regeling, extensiveringsregeling, innovatieregeling en de resultaten ten aanzien van het gemeentelijk project ten aanzien van de aanpak latente ruimte. Pas dan is het zinvol om te focussen op geurhinder, omdat op dat moment ook duidelijk is waar problemen op het gebied van geur zich voordoen en in welke mate. Op dit moment lijkt te veel gestuurd te worden op de huidige situatie, die feitelijk niet het uitgangspunt mag zijn in een tijd waar het landelijk gebied voor ongekende opgaven staat en de komende jaren mogelijk sterk gaat veranderen. Een dergelijke aanpak voorkomt ook dat de gemeente verstrikt raakt in juridische procedures, zoals handhavingsverzoeken, intrekkingsverzoeken en planschade. Daarnaast voorkomt een gedegen aanpak ook onrust. In ieder geval is het daarmee verstandig om aan het begin van 2025 de situatie te beoordelen.
Op dat moment zijn, voor wat betreft de LBV-regelingen, duidelijk welke agrarische bedrijven daadwerkelijk stoppen met de (huidige) activiteiten.
bladnr. 9
Ter
afsluiting Wij vragen u deze brief als ingekomen brief voor de raad te behandelen en de inhoud mee te nemen in de beraadslagingen betreffende de besluitvorming. Voor de inhoudelijke behandeling van onze brief willen wij u alvast hartelijk danken. Bovendien zijn wij bereid om deze brief mondeling aan uw raad toe te lichten. Een gemis in het geheel
is wel een gemeentelijk beleid dat specifiek aandacht heeft voor de inzet op het bieden van toekomstperspectief voor deze groep agrariërs. In onze ogen zou daar als eerste aandacht aan geschonken moeten worden. Op basis van de inventarisatie van de blijvers worden knelpunten duidelijk en kan een routekaart worden uitgezet om te komen tot een verbetering van de leefbaarheid binnen de gemeente, met geurnomen die goed gemotiveerd kunnen worden, die realistisch en tevens naleefbaar zijn. Op dit moment is daar met het voorliggend besluit geen sprake van.
blijvers en
MN
deze brief kunt u contact opnemen met (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) via email (geanonimiseerd) Iltb.nl of telefoonnummer (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Voor
meer
informatie
over
‚
(geanonimiseerd)
Hoogachtend,
(geanonimiseerd) ten Voorzitter
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) mm
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
LLTB
Alg. Directeur LLTB