Verordening Ondergrondse Infrastructuren Hoorn 2022
Tekst van het document
Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Hoorn 2022 De raad van de gemeente Hoorn; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Hoorn 2022 (AVOI Hoorn 2022)
#22010445v2
HOOFDSTUK 1. Inleidende bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bovengrondse voorzieningen: transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een net of netwerk, als bedoeld in onderdeel j van dit artikel, die bovengronds worden geplaatst; b. breekverbod: tijdelijk verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden in de grond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van deze verordening; c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn; d. gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst; e. grondroerder; degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding werkzaamheden worden verricht; f. huisaansluiting: niet met andere kabels en/of leidingen samengebonden delen van kabels en/of leidingen die een verbinding vormen tussen een net of netwerk dat naar zijn aard voor aansluiting van huishoudens wordt opengesteld en één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onder a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken; g.
instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet en artikel 11, eerste lid, van deze verordening; h. kabels en/of leidingen; één of meer kabels en/of leidingen die onderdeel zijn van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, distributie- en/of mutatiepunten, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; i. marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt; j. net of netwerk; een samenstel van ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (een elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. van de Telecommunicatiewet); k. netbeheerder: de (rechts)persoon die acteert als beheerder van een net of netwerk; l. omwonenden: de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen; m. openbare gronden: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van de Telecommunicatiewet;
#22010445v2
n. registratiesysteem: geautomatiseerd systeem dat het college hanteert om meldingen en instemmingen van werkzaamheden te registreren; o. spoedeisende werkzaamheden: werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel r van dit artikel, voor reparatie of onderhoud waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening in het betreffende netwerk is opgetreden; p. vergunning: vergunning die op aanvraag verleend kan worden voor voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen als bedoeld in artikel 5 van deze verordening; q. voorzieningen: ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15 van de Telecommunicatiewet; r. werkzaamheden: handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; s. werkzaamheden van niet-ingrijpende aard: °1. werkzaamheden zoals genoemd in onderdeel r van dit artikel, waarbij geen wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist en/of bovengrondse voorzieningen worden geplaatst, tot een gezamenlijke tracélengte van vijfentwintig (25) meter; °2. het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen zoals mantelbuizen; °3.
het maken van maximaal twee opbrekingen met elk een afmeting van maximaal 2 m². Artikel 2. Reikwijdte 1. Hoofdstuk 2 is van toepassing op (werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van) kabels en/of leidingen in, op of boven openbare gronden, met uitzondering van (werkzaamheden aan) kabels en/of leidingen die onder de reikwijdte van hoofdstuk 3 vallen. 2. Hoofdstuk 3 is van toepassing op (werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van) in, op of boven openbare gronden gelegen: a. kabels als bedoeld in artikel 1.1. van de Telecommunicatiewet, die ten dienste staan van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. van de Telecommunicatiewet; en b. ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15 van de Telecommunicatiewet. 3. Hoofdstuk 4 is van toepassing op (de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van) zowel kabels en/of leidingen als bedoeld in het eerste lid, als die bedoeld in het tweede lid, telkens voor zover die in, op of boven openbare gronden zijn gelegen. 4. Het bepaalde in deze verordening geldt niet voor zover hierin reeds is voorzien in de Telecommunicatiewet of privaatrechtelijke overeenkomsten. Artikel 3. Coördinatie van werkzaamheden 1. Het college is belast met de coördinatie van werkzaamheden. 2.
Het college bevordert het medegebruik van voorzieningen, waarbij in ieder geval de technische mogelijkheden in acht worden genomen.
#22010445v2
Artikel 4. Nadere regels Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen met betrekking tot: a. openbare orde en veiligheid; b. de eisen aan de wijze van uitvoering van werkzaamheden; c. ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden; d. de omgang met kabels en/of leidingen in verontreinigde gronden, rond watergangen en stedelijk groen, en op verhardingen boven kabels en/of leidingen; e. het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen; f. de te verstrekken gegevens alsmede de wijze waarop die moeten worden verstrekt; g. de verrekening van herstel-, beheer- en degeneratiekosten.
#22010445v2
HOOFDSTUK 2. Werkzaamheden inzake kabels en/of leidingen, uitgezonderd kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk Artikel 5. Vergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het college: a. werkzaamheden uit te voeren; en/of b. in of op openbare gronden kabels en/of leidingen in stand te houden en/of te exploiteren. 2. De vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt tenminste acht weken voor de voorgenomen aanvang van de werkzaamheden bij het college aangevraagd met gebruikmaking van het door het college gehanteerde registratiesysteem. 3. In verband met voorgenomen werkzaamheden kan vooroverleg plaatsvinden met het college om de aanvraag als bedoeld in het tweede lid voor te bereiden. 4. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op openbare gronden van een andere gedoogplichtige of grondeigenaar dan de gemeente en/of als er een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager het college hiervan op de hoogte. 5. Voor het uitvoeren van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard of spoedeisende werkzaamheden, is geen vergunning als bedoeld in het eerste lid vereist. In afwijking van het tweede lid, wordt het voornemen tenminste twee werkdagen voor de voorgenomen aanvang van de werkzaamheden bij het college gemeld.
De raad kan om redenen van veiligheid delen van een grondgebied aanwijzen waarvoor het voorgaande niet van toepassing is. 6. Bij spoedeisende werkzaamheden kan de melding als bedoeld in het vijfde lid tevens voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden worden gedaan bij de burgermeester of bij een daartoe door hem gemachtigd ambtenaar. Ingeval de melding bij de gemachtigde heeft plaatsgevonden, stelt de gemachtigde de burgemeester zo spoedig mogelijk daarvan in kennis. Artikel 6. Gegevensverstrekking 1. Voor het aanvragen van een vergunning, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze verordening worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een aanvraag betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. een opgave van het aantal, de soort, de aard en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen; d. vereiste vergunning(en), ontheffing(en) of toestemming(en) op grond van overige wetgeving, alsmede informatie over de afstemming met andere gedoogplichtigen, grondeigenaren en/of beheerders van openbare gronden; e.
een digitale tekening (PDF- en optioneel DWG-formaat) op basis van een BGT-ondergrond met legenda en eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten) met daarop aangegeven: 1° een opgave van het gewenste tracé; 2°. een opgave van de tijdelijke en permanente voorzieningen; 3°. een opgave van de te plaatsen bovengrondse voorzieningen. f. overtuigende gegevens en inzicht omtrent de uitvoerbaarheid van de voorgenomen werkzaamheden waaruit blijkt: 1°. dat binnen de beschikbare ruimte aangelegd wordt; 2°. dat de bereikbaarheid van de overige kabels en/of leidingen blijft gewaarborgd; 3°. dat de vereisten voor het passeren van groenvoorzieningen gewaarborgd blijven. g. de tracélengte en de lengte en breedte van de te graven sleuf, alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; h. de voorgenomen datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden;
#22010445v2
i. een opgave van het aantal kabels en/of leidingen dat direct in gebruik wordt genomen en het aantal kabels en/of leidingen dat niet direct in gebruik wordt genomen; j. indien de gemeente de coördinaten van de zich in het tracé bevindende (monumentale) bomen aanlevert, dan moet de netbeheerder deze (inclusief de kroonprojectie) op de instemmingstekening weergeven. 2. Voor een melding, als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van deze verordening voor werkzaamheden van niet-ingrijpende aard, worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een melding betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. de uitvoerende partij, het adres van de graaflocatie(s), inclusief een situatieschets; d. de lengte en breedte van de sleuf of montagegat(en), alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; e. de datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; 3. Voor een melding, als bedoeld in artikel 5, vijfde en zesde lid, van deze verordening in geval van spoedeisende werkzaamheden, worden in aanvulling op de in het tweede lid genoemde gegevens tevens verstrekt: a. de aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden; b.
de omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd. 4. Het college kan op grond van artikel 4 van deze verordening nadere regels stellen aan de gegevens die bij een melding worden verstrekt en over de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt. Artikel 7. Weigeringsgronden Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de veiligheid; c. het voorkomen of beperken van overlast; d. het voorkomen van schade aan en de bescherming van de gebruiksmogelijkheden van gemeentelijke eigendommen, waaronder begrepen gemeentelijke groenvoorzieningen; e. de bereikbaarheid van gronden en gebouwen; f. de ondergrondse ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden; g. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen; en h. de energietransitie, waaronder (doch niet uitsluitend) begrepen het behoud van de mogelijkheden tot realisatie van gemeentelijk beleid gericht op het aardgasvrij maken van een gebied.
Artikel 8. Voorschriften en beperkingen 1. De werkzaamheden als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze verordening moeten binnen een jaar na de datum waarop de vergunning onherroepelijk is geworden zijn voltooid. 2. De werkzaamheden van niet-ingrijpende aard als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van deze verordening, moeten binnen de in de melding omschreven periode zijn voltooid. 3. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 4. De voorschriften, zoals genoemd in het derde lid, kunnen betrekking hebben op: a. de plaats van de werkzaamheden; b. het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang, niet later mag liggen dan 12 maanden na de datum van verlening van de vergunning;
#22010445v2
c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden; d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen; e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken; f. de energietransitie, waaronder (doch niet uitsluitend) begrepen het behoud van de mogelijkheden tot realisatie van gemeentelijk beleid gericht op het aardgasvrij maken van een gebied. 5. De omwonenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden moeten schriftelijk worden geïnformeerd door of namens de aanvrager van de vergunning over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. 6. Twee dagen voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden wordt dit gemeld bij het college. 7. Het is verplicht om openbare gronden na beëindiging van de werkzaamheden in de oude staat terug te brengen, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf voor te willen zorgdragen. 8. Het college kan op grond van artikel 4 van deze verordening nadere regels stellen over vergoeding van de kosten die gepaard gaan met door het college verrichte werkzaamheden als bedoeld in het zevende lid. 9. Het college kan bepalen dat de grondroerder moet handelen conform het Handboek kabels en leidingen Hoorn.
10.Er kunnen ook voorschriften worden verbonden aan de vergunning van een netbeheerder over de vergoeding van kosten die gepaard gaan met in opdracht van het college uitgevoerde herstel-, beheer- en degeneratiekosten die het gevolg zijn van het terugbrengen van de openbare gronden in de oude staat. Artikel 9. Termijnen 1. Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze verordening binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Indien niet binnen acht weken een besluit wordt genomen, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn, van ten hoogste zes weken, waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 3. Op een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard of voor spoedeisende werkzaamheden wordt gereageerd binnen twee dagen nadat de melding is gedaan. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid. Artikel 10. Intrekking of wijzigen vergunning Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 5 intrekken of (de voorschriften of beperkingen daarbij) wijzigen als: a.
blijkt dat bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit op de aanvraag om de vergunning zou hebben geleid; b. niet of niet langer wordt voldaan aan de voorschriften en/of beperkingen bij de vergunning; c. de vergunningverlening onjuist was en aanvrager dit wist of behoorde te weten; d. zich een wijziging voordoet in de omstandigheden voor zover die gewijzigde omstandigheden zich verzetten tegen instandlating van de vergunning;
#22010445v2
e. de kabels en/of leidingen niet langer de stoffen of goederen vervoeren waarvoor de vergunning is verleend; f. de kabels en/of leidingen worden geruimd; g. de grondroerder niet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen; h. de in de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen; i. de vergunninghouder daarom verzoekt.
#22010445v2
HOOFDSTUK 3. Werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk
Artikel 11. Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden 1. Voor het uitvoeren van werkzaamheden is een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet en artikel 1, onder g, van deze verordening vereist. 2. Het voornemen, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet, wordt tenminste acht weken voor de voorgenomen aanvang van de werkzaamheden bij het college gemeld met gebruikmaking van het door het college gehanteerde registratiesysteem. 3. In verband met voorgenomen werkzaamheden kan vooroverleg plaatsvinden met het college om de melding voor het instemmingsbesluit als bedoeld in het tweede lid, voor te bereiden. 4. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op openbare gronden van een andere gedoogplichtige of grondeigenaar dan de gemeente en/of als er een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager het college hiervan op de hoogte. 5. Voor het uitvoeren van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard is geen instemmingsbesluit als bedoeld in het eerste lid vereist. In afwijking van het tweede lid, wordt het voornemen tenminste twee werkdagen voor de voorgenomen aanvang van de werkzaamheden bij het college gemeld. 6.
Voor het uitvoeren van spoedeisende werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet, is geen instemmingsbesluit als bedoeld in het eerste lid vereist. In afwijking van het tweede lid, kan worden volstaan met een melding voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden bij de burgermeester of bij een daartoe door hem gemachtigd ambtenaar. Ingeval de melding bij de gemachtigde heeft plaatsgevonden, stelt de gemachtigde de burgemeester zo spoedig mogelijk daarvan in kennis. 7. De raad kan om redenen van veiligheid delen van een grondgebied aanwijzen waarvoor artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet niet van toepassing is. Artikel 12. Gegevensverstrekking 1. Bij de melding van een voornemen als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet, en artikel 11, tweede lid, van deze verordening, worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een aanvraag betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. een opgave van het aantal, de soort, de aard en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen; d.
vereiste vergunning(en), ontheffing(en) of toestemming(en) op grond van overige wetgeving, alsmede informatie over de afstemming met andere gedoogplichtigen, grondeigenaren en/of beheerders van openbare gronden; e. een digitale tekening (PDF- en optioneel DWG-formaat) op basis van een BGT-ondergrond met legenda en eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten) met daarop aangegeven: 1° een opgave van het gewenste tracé; 2°. een opgave van de tijdelijke en permanente voorzieningen; 3°. een opgave van de te plaatsen bovengrondse voorzieningen. f. overtuigende gegevens en inzicht omtrent de uitvoerbaarheid van de voorgenomen werkzaamheden waaruit blijkt: 1°. dat binnen de beschikbare ruimte aangelegd wordt; 2°. dat de bereikbaarheid van de overige kabels en/of leidingen blijft gewaarborgd; 3°. dat de vereisten voor het passeren van groenvoorzieningen gewaarborgd blijven.
#22010445v2
g. de tracélengte en de lengte en breedte van de te graven sleuf, alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; h. de voorgenomen datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; i. een opgave van het aantal kabels en/of leidingen dat direct in gebruik wordt genomen en het aantal kabels en/of leidingen dat niet direct in gebruik wordt genomen; j. indien de gemeente de coördinaten van de zich in het tracé bevindende (monumentale) bomen aanlevert, dan moet de netbeheerder deze (inclusief de kroonprojectie) op de instemmingstekening weergeven. 2. Voor een melding, als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van deze verordening voor werkzaamheden van niet-ingrijpende aard, worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een melding betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. de uitvoerende partij, het adres van de graaflocatie(s), inclusief een situatieschets; d. de lengte en breedte van de sleuf of montagegat(en), alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; e. de datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; 3.
Voor een melding, als bedoeld in artikel 11, zesde lid, van deze verordening in geval van spoedeisende werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet, worden in aanvulling op de in het tweede lid genoemde gegevens tevens verstrekt: a. de aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden; b. de omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd. 4. Het college kan op grond van artikel 4 van deze verordening nadere regels stellen aan de gegevens die bij een melding worden verstrekt en over de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt. Artikel 13. Voorschriften en beperkingen 1. De werkzaamheden als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van deze verordening moeten binnen een jaar na de datum waarop het instemmingsbesluit onherroepelijk is geworden zijn voltooid. 2. De werkzaamheden van niet-ingrijpende aard moeten binnen de in de melding omschreven periode zijn voltooid. 3. Het college kan om redenen van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen. 4. De voorschriften, zoals genoemd in het derde lid kunnen slechts betrekking hebben op: a. de plaats van de werkzaamheden; b.
het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het derde lid, niet later mag liggen dan 12 maanden na de datum van afgifte van het instemmingsbesluit; c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden; d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen; e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken. 5. De omwonenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden moeten schriftelijk worden geïnformeerd door of namens de aanvrager van het instemmingsbesluit over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. 6. Twee dagen voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden wordt dit gemeld bij het college.
#22010445v2
7. Het is verplicht om openbare gronden na beëindiging van de werkzaamheden in de oude staat terug te brengen, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf voor te willen zorgdragen. 8. Het college kan op grond van artikel 4 van deze verordening nadere regels stellen over vergoeding van de kosten die gepaard gaan met door het college verrichte werkzaamheden als bedoeld in het zesde lid.
Artikel 14. Termijnen 1. Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van deze verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na de datum van ontvangst van de melding. 2. Indien een instemmingsbesluit niet binnen acht weken wordt gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. De beslistermijn kan op grond van artikel 5.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet ten hoogste met acht weken worden verlengd. 3. Op een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard of voor spoedeisende werkzaamheden wordt gereageerd binnen twee dagen nadat de melding is gedaan. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op een beslissing of reactie op een melding als bedoeld in het eerste en derde lid.
#22010445v2
HOOFDSTUK 4. Overige bepalingen
Artikel 15. Overleg 1. Het college organiseert periodiek een overleg, waarvoor in ieder geval de bij het college bekende netbeheerders, rechthebbenden van kabels en/of leidingen in openbare gronden en andere betrokken partijen of belanghebbenden worden uitgenodigd. 2. In dit overleg worden plannen van de gemeente en van de diverse netbeheerders en andere betrokken partijen of belanghebbenden besproken en afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening. 3. Indien openbare gronden verkocht, verpacht of verhuurd worden, stemt het college met de betrokken netbeheerders, rechthebbenden van kabels en/of leidingen af, waar (mogelijk) kabels en/of leidingen liggen. Artikel 16. Informatieplicht 1. De netbeheerder en/of rechthebbende van kabels en/of leidingen in openbare gronden stelt het college onverwijld en schriftelijk in kennis van het in of uit gebruik nemen daarvan. Het college kan hiervoor een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen in openbare gronden verlangen. 2. De netbeheerder en/of rechthebbende van kabels en/of leidingen in openbare gronden stelt het college in kennis van het feit dat de eigendom, de exploitatie of het beheer van kabels en/of leidingen in openbare gronden verandert. Artikel 17. (Mede)gebruik van voorzieningen 1.
Op verzoek van het college wordt bij werkzaamheden (mede)gebruik gemaakt van bestaande, voorzieningen, voor zover dit technisch en economisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. 2. Indien de voorziening in eigendom is van de gemeente, dan is voor het medegebruik schriftelijke toestemming van de gemeente vereist. 3. In het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, derde lid en artikel 11, derde lid, van deze verordening, wordt mede bepaald of en, zo ja, langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. Artikel 18. Ernstige belemmeringen en verstoringen 1. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel vrees voor het ontstaan van gevaar, als bedoeld in artikel 5.6, derde lid, van de Telecommunicatiewet, zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden, dan kan de burgemeester besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden. 2. Het college kan een breekverbod instellen als het maatschappelijk belang zich verzet tegen de uitvoering van werkzaamheden, tenzij de Telecommunicatiewet zich tegen het instellen van een breekverbod verzet. 3. Het maatschappelijk belang verzet zich in ieder geval tegen de uitvoering van werkzaamheden, wanneer er sprake is van: a.
weersomstandigheden, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden; b. tijdens door de gemeente vergunde evenementen voor aangewezen gebieden. 4. Een breekverbod geldt niet voor spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing als bedoeld in artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet. 5. De termijnen zoals bedoeld in artikel 9 en artikel 14 worden automatisch verlengd met de periode van het breekverbod. 6. Uiterlijk een dag voor beëindiging van het breekverbod, zal het college de betrokken uitvoerende partij(en) hierover informeren.
#22010445v2
7. Het college kan nadere regels stellen over het breekverbod. Artikel 19. Verlegregeling 1. De netbeheerder en/of de rechthebbende is verplicht op aanwijzing van het college over te gaan tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, van kabels en/of leidingen ten dienste van zijn netwerk. 2. De instemming of vergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden in of op openbare gronden inzake de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en/of leidingen of het in stand houden en/of exploiteren van die kabels en/of leidingen wordt door het college ingetrokken of gewijzigd voor de kabels en/of leidingen waar de aanwijzing uit het eerste lid op ziet. 3. De bepalingen uit deze verordening gelden onverminderd voor de werkzaamheden als gevolg van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid. 4. Het college en de netbeheerder en/of rechthebbende zullen bij het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, van kabels en/of leidingen als bedoeld in het eerste lid elkaars schade zoveel mogelijk beperken. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op maatregelen aan een elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. van de Telecommunicatiewet, voor zover artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet daar reeds in voorziet. Artikel 20. Nadeelcompensatie 1.
Het college kent een netbeheerder en/of de rechthebbende, niet zijnde een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet, die schade lijdt als gevolg van een besluit van het college als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van deze verordening dan wel als gevolg van een aanwijzing als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van deze verordening, op verzoek een vergoeding toe, wanneer de schade uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico en hem in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft. 2. Het college stelt een nadeelcompensatieregeling vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.
#22010445v2
HOOFDSTUK 5. Toezicht en handhaving Artikel 21. Toezicht en handhaving 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het college aangewezen personen. 2. Indien het college vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kan het college besluiten handhavend op te treden, dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie te verlangen. 3. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld, maar dat hiervoor een vergunning als bedoeld in artikel 5 of een instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 11 is vereist, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. Artikel 22. Stillegging Het college is bevoegd werkzaamheden stil te leggen, indien: a. er wordt gewerkt zonder vergunning als bedoeld in artikel 5, of instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 11; b. er wordt gewerkt zonder melding als bedoeld in artikel 5 en artikel 11; c. de vergunning als bedoeld in artikel 5 is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; d. de vergunning als bedoeld in artikel 5 of het instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 11 in strijd met enig wettelijk voorschrift is verleend; e. er wordt gewerkt in afwijking van de voorschriften of beperkingen van de vergunning als bedoeld in artikel 5 of het instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 11; f.
werkzaamheden als bedoeld in artikel 5 en artikel 11 plaatsvinden in afwijking van de nadere regels; g. er wordt gewerkt in strijd met een breekverbod als bedoeld in artikel 18. Artikel 23. Strafbepaling Overtreding van artikel 5, eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
#22010445v2
HOOFDSTUK 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 24. Intrekken oude regeling De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Hoorn 2014 wordt ingetrokken. Artikel 25. Overgangsbepalingen 1. Op aanvragen om een instemmingsbesluit als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Hoorn 2014, waarop nog geen besluit is genomen op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen. 2. Een krachtens de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Hoorn 2014 gegeven instemmingsbesluit voor (werkzaamheden in verband met) de aanleg, instandhouding en opruiming van) kabels en/of leidingen in, op of boven openbare gronden, met uitzondering van (werkzaamheden aan) kabels als bedoeld in artikel 1.1. van de Telecommunicatiewet, die ten dienste staan van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. van de Telecommunicatiewet en ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15 van de Telecommunicatiewet, geldt als vergunning als verleend krachtens artikel 5 van deze verordening. 3. Een krachtens de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Hoorn 2014 gegeven instemmingsbesluit voor (werkzaamheden in verband met) de aanleg, instandhouding en opruiming van) kabels als bedoeld in artikel 1.1.
van de Telecommunicatiewet, die ten dienste staan van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. van de Telecommunicatiewet en ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15 van de Telecommunicatiewet in, op of boven openbare gronden, geldt als instemmingsbesluit als verleend krachtens artikel 11 van deze verordening. Artikel 26. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Artikel 27. Hardheidsclausule Het college kan artikelen uit deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 28. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Hoorn 2022.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Hoorn in zijn openbare vergadering van <datum>
De griffier,
#22010445v2
De voorzitter,