CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Nadeelcompensatieregeling gemeente Hoorn

Gemeenteraad 31 mei 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Actualisatie gemeentelijk beleidskader kabels en leidingen2.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting: Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Gemeente Hoorn Hoofdstuk 1 Algemeen Met enige regelmaat komt het voor dat de gemeente bij de uitvoering van haar taken ter behartiging van het algemeen belang besluiten neemt, dan wel werken uitvoert of doet uitvoeren, waardoor één of meer burgers of bedrijven onevenredig zwaar worden benadeeld. Hoewel het gaat om rechtmatig overheidshandelen, kan er onder omstandigheden een verplichting tot vergoeden van schade ontstaan. Deze verplichting is gebaseerd op het rechtsbeginsel van "égalité devant les charges publiques" (gelijkheid van openbare lasten). Het college is krachtens artikel 4:81 Awb bevoegd tot het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot een haar toekomende of onder haar verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door haar gedelegeerde bevoegdheid. Met het vaststellen van deze nadeelcompensatieregeling voor kabels en/of leidingen wordt beoogd een regeling in het leven te roepen op grond waarvan benadeelden voldoende zekerheid wordt verschaft over de wijze waarop een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend en volgens welke normen het eventuele nadeel dat niet ten laste van de benadeelde behoort te blijven, zal worden vergoed. De regeling roept geen nieuwe aansprakelijkheden in het leven, die naar de huidige stand van het recht niet reeds bestaan.

De gemeente zal alle binnen haar grondgebied aanwezige rechthebbenden van kabels en/of leidingen en/of netbeheerders in een zo vroeg mogelijk stadium informeren over haar plannen. Daartoe worden op reguliere basis coördinatieoverleggen kabels en leidingen gehouden, waarvoor alle rechthebbenden en netbeheerders worden uitgenodigd. Doel van deze bijeenkomsten is elkaar te informeren over de (wederzijdse) plannen ten aanzien van werkzaamheden en projecten in de infrastructuur. De planningen die onder andere besproken worden zijn meerjarenplannen, jaarplannen en plannen die op korte termijn worden gerealiseerd. De regeling is gebaseerd op de binnen de gemeente te voorziene planningshorizon. De gemeente gaat er vanuit dat binnen 5 jaar na het verlenen van een vergunning voor het leggen van kabels en/of leidingen in de openbare ruimte de gemeente geen werkzaamheden uitvoert, die verlegging van conform een vergunning aangelegde kabels en/of leidingen noodzakelijk maakt. Na deze 5 jaar wordt een periode van 6 t/m 30 jaar gehanteerd, waarbij het bedrag van nadeelcompensatie trapsgewijs wordt afgebouwd van 80% naar 0%. Voor meer informatie wordt verwezen naar de desbetreffende artikelen en de artikelsgewijze toelichting.

Toelichting Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen

Pagina 1 van 8

Artikel 1 en 2 Aangezien de nadeelcompensatieregeling is gebaseerd op de AVOI zijn de daar gedefinieerde begrippen ook hier van toepassing. In artikel 2 worden enkele begrippen gedefinieerd in aanvulling op of afwijking van het bepaalde in de AVOI. Telecommunicatiekabels zijn uitdrukkelijk uitgezonderd van deze regeling. Deze kabels vallen onder de Telecommunicatiewet die voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels een eigen regeling kent. Het centrale begrip in de nadeelcompensatieregeling is ‘schadebedrag’. Het schadebedrag omvat uitsluitend de kosten die gemaakt moeten worden bij het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, waaronder het verplaatsen. De kosten als gevolg van intrekking van de instemming of vergunning, als bedoeld in artikel 19, tweede lid van de AVOI, worden geacht daarmee samen te vallen. Uitgangspunt bij de bepaling van het schadebedrag zijn de werkelijke kosten. De werkelijke kosten omvatten alle directe kosten die de belanghebbende moet maken. In hoofdstuk 4 van de nadeelcompensatieregeling wordt uitgewerkt welke kosten hieronder vallen. Vermogensschade en inkomensschade worden niet als uitgangspunt genomen. Van het schadebedrag wordt een bepaald deel als nadeelcompensatie uitgekeerd. De nadeelcompensatie wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in deze regeling.

Hoofdstuk 2 Nadeelcompensatie 2.1. Nadeelcompensatie algemeen

Artikel 3 Als het college een aanwijzing geeft als bedoeld in artikel 19 lid 1 van de AVOI, en/of een instemming of vergunning intrekt als bedoeld in artikel 19 lid 2 van de AVOI, en dit voor een belanghebbende leidt tot schade die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd, dan kan de belanghebbende om nadeelcompensatie verzoeken. Op basis van deze regeling wordt bepaald of nadeelcompensatie toegekend wordt en hoe hoog het bedrag is dat wordt uitgekeerd. Een vergoeding van wettelijke rente kan deel uitmaken van de nadeelcompensatie.

Toelichting Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen

Pagina 2 van 8

Artikel 4 Voor de hoogte van eventuele nadeelcompensatie zijn de artikelen in hoofdstuk 2 en 4 van de nadeelcompensatieregeling bepalend. De omvang van de nadeelcompensatie is afhankelijk van het schadebedrag. Het schadebedrag dient door de belanghebbende inzichtelijk te worden gemaakt aan de hand van de verschillende kostenposten.

Artikel 5 Het college beslist of de nadeelcompensatie wordt voldaan in geld of in natura.

Artikel 6 Indien de belanghebbende voordeel ondervindt van de schadeveroorzakende gebeurtenis, dan wordt dit in mindering gebracht op de nadeelcompensatie. De opsomming van (vormen van) voordeel in dit artikel is niet limitatief.

Artikel 7, 8 en 9 Deze artikelen bepalen in welke mate het voor vergoeding in aanmerking komende deel van het schadebedrag wordt verminderd, naarmate meer tijd is verstreken sinds de datum van inwerkingtreding van de vergunning of instemming. Voor de vaststelling van de periode waarover nog nadeelcompensatie plaatsvindt is voor de overheid in beginsel de voorzienbaarheid het uitgangspunt. Welke periode kan worden overzien om te bepalen of een vergunning wordt afgegeven? Voor infrastructuur spelen naast voorzienbaarheid nog andere uitgangspunten een rol. De belanghebbende heeft onder andere in verband met zijn leveringszekerheid extra bescherming nodig zodat deze specifieke kabels en/of leidingen voor een langere periode ongestoord in de grond mogen blijven liggen. Projecten waarvoor verlegging van infrastructuren toch noodzakelijk is, rechtvaardigen daarom het uitgangspunt dat de gemeente hiervoor over een periode van 30 jaar nadeelcompensatie verschuldigd is. In bijlage 2 is met een grafiek en een tabel het schadevergoedingsregime opgenomen voor kabels en/of leidingen die onder de werkingssfeer van artikel 7, artikel 8 en artikel 9 vallen. De periode van vijf jaren is de periode waarin redelijkerwijs voor de gemeente voorzienbaar is dat werken in de openbare ruimte plaats zullen gaan vinden. De termijn begint vanaf het moment van inwerkingtreding van de vergunning.

Toelichting Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen

Pagina 3 van 8

De termijn vanaf zes tot en met dertig jaar is de periode waarin de voorzienbaarheid steeds minder wordt. Werkzaamheden binnen het openbare gebied van de gemeente Hoorn zijn niet te voorzien op een termijn van dertig jaar of langer. Als een vergunning 31 jaar of langer geleden is afgegeven zal geen nadeelcompensatie worden uitgekeerd. De kosten voor het nemen van maatregelen worden in dat geval volledig tot het maatschappelijke risico van de belanghebbende gerekend.

Artikel 10 Van de belanghebbende kan worden verwacht dat hij redelijke maatregelen neemt ter voorkoming of beperking van schade. Laat hij dit na, dan blijft de schade die door het treffen van zodanige maatregelen voorkomen of beperkt had kunnen worden, ten laste van belanghebbende.

Artikel 11 Indien vanwege het werk sprake is van meerdere (tijdelijke) maatregelen, aan dezelfde delen van kabels en/of leidingen, binnen één periode van vijf jaren, is op de eerste maatregel(en) deze nadeelcompensatieregeling onverkort van toepassing. De regeling voor vermindering van het in aanmerking komende deel van het schadebedrag vanwege tijdsverloop sinds inwerkingtreding van de vergunning of instemming (in verband met het normaal maatschappelijk risico) geldt derhalve onverkort. Voor de overige maatregelen binnen dezelfde periode van vijf jaar geldt dat geen vermindering plaatsvindt wegens tijdsverloop sinds inwerkingtreding van de vergunning of instemming. Op deze maatregelen is derhalve artikel 7 van de verordening van overeenkomstige toepassing, en geldt het bepaalde in artikel 8 en 9 niet. Met ‘de eerst voorgeschreven, te onderscheiden maatregelen’ wordt gedoeld op de eerste maatregelen, die onderscheiden kunnen worden van de maatregelen die volgen in de vijf jaren daarna, in zodanige mate dat sprake is van ‘meerdere maatregelen aan dezelfde delen van kabels en/of leidingen binnen een periode van vijf jaren’. Met betrekking tot het tweede lid geldt dat een noodnet niet kan worden gezien als een (tijdelijke) voorziening. Dit wordt gezien als een uitvoeringswijze.

Artikel 12 Als een vergunning wordt of is verleend aan een belanghebbende voor het leggen van een kabel en/of leiding op een locatie waarvan de gemeente vermoedt dat de kabel en/of leiding binnen vijf jaren verlegd

Toelichting Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen

Pagina 4 van 8

zal moeten worden als gevolg van de uitvoering van haar werken en in de vergunning daartoe een bepaling is opgenomen, dan zal geen nadeelcompensatie plaatsvinden wanneer daadwerkelijk maatregelen worden voorgeschreven, en/of de vergunning en/of instemming wordt ingetrokken of gewijzigd. Ook vindt geen nadeelcompensatie plaats indien de schade anderszins redelijkerwijs voorzienbaar was voor de belanghebbende ten tijde van de beslissing te investeren in de kabels en/of leidingen, of indien de schade het gevolg is van een omstandigheid die aan de belanghebbende kan worden toegerekend.

Hoofdstuk 3 Bepalingen van procedurele aard 3.1. Vooroverleg

Artikel 13 Het college voert vooroverleg met de belanghebbende nadat deze geïnformeerd is over de plannen en de consequenties voor de betrokken kabels en/of leidingen. Het college streeft ernaar in het overleg tot overeenstemming te komen over de te nemen maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen. Tijdens het vooroverleg worden onder andere aspecten met betrekking tot de technische oplossing en planning aan de orde gesteld. 3.2. Verzoek om vaststelling nadeelcompensatie

Artikel 14 Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 15 Dit artikel regelt wanneer een aanvraag uiterlijk moet zijn ingediend. Een te laat ingediende aanvraag kan door het college worden afgewezen. Met dit artikel 15 is beoogd aan te sluiten bij het (aankomende) artikel 4:131 Awb. De formulering van het artikel is aangepast aan de terminologie van deze regeling. Voor het overige is geen inhoudelijke wijziging beoogd ten opzichte van artikel 4:131 van de Awb.

Artikel 16 Om tot een beslissing te kunnen komen op het verzoek van de belanghebbende, zijn meer gegevens noodzakelijk dan in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht als minimum is opgesomd. In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens de aanvrager dient te verstrekken, in aanvulling op het bepaalde in artikel 4:2 Awb.

Toelichting Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen

Pagina 5 van 8

3.3. Besluit vaststelling nadeelcompensatie

Artikel 17 Het college neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit op de aanvraag. Het besluit tot vaststelling van de nadeelcompensatie is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarvoor mogelijkheden van bezwaar en beroep bestaan. Het college kan de termijn eenmalig met een redelijke termijn verlengen, met een maximum van acht weken. Dit zal schriftelijk aan de belanghebbende worden medegedeeld.

Hoofdstuk 4 Kostentechnische bepalingen 4.1. Algemeen

Artikel 18 Bij de bepaling van de nadeelcompensatie is sprake van een berekening op basis van de werkelijke kosten. Dit zijn de kosten die direct toegerekend kunnen worden aan het nemen van de maatregelen. Hierbij is van belang dat de nemen maatregelen gerealiseerd moeten worden op basis van een technisch adequaat alternatief tegen de maatschappelijk laagste kosten ten opzichte van de meest voor de hand liggende variant. In dit artikel wordt uitgewerkt welke soorten kosten in aanmerking worden genomen. 4.2. Kosten van ontwerp en begeleiding

Artikel 19 Voor de kosten van ontwerp en begeleiding hanteert het college redelijkerwijs een vast percentage van de totale kosten van uit en in bedrijf stellen, uitvoering en materiaal. 4.3. Kosten van uit- en in bedrijfstellen

Artikel 20 Tijdelijke voorzieningen van operationele aard zijn voorzieningen die benodigd zijn om de levering tijdens de uitvoering van een maatregel te waarborgen. Voorbeelden zijn extra kosten van personele aard ten behoeve van bedrijfsvoering en hulpmiddelen zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten. 4.4. Uitvoeringskosten

Toelichting Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen

Pagina 6 van 8

Artikel 21 Kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden zijn bijvoorbeeld werkputten en ondersteuningen. Alle tijdelijke voorzieningen van fysieke aard die nodig zijn tijdens de bouw vallen onder de uitvoeringskosten. Onder tijdelijke voorzieningen van fysieke aard worden alle tijdelijke fysieke leidingverbindingen verstaan die de belanghebbende moet aanleggen en later buiten bedrijf moet stellen. Deze kosten houden nauw verband met de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de betrokken belanghebbende. Het betreft voorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve maatregelen zijn gerealiseerd. De kosten die de aannemer moet maken om de leiding uit de grond te halen vallen onder uitvoeringskosten. Ook het opslaan in hanteerbare stukken en het transport op de bouwlocatie zijn uitvoeringskosten. De kosten samenhangend met de uitvoering van het verwijderen van verlaten leidingen vallen eveneens onder uitvoeringskosten. De kosten voor de afvoer van vrijgekomen materialen naar een tijdelijk werkterrein behoren tot de uitvoeringskosten. 4.5.

Materiaalkosten

Artikel 22 Onder materiaalkosten worden in elk geval verstaan kosten van leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische materialen, alsmede kosten van bouwmaterialen, alsmede kosten van bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van leidingsystemen worden ondergebracht. Transportkosten en stortkosten van vrijgekomen leidingen vanaf de bouwlocatie naar de stort of verwerkingslocatie behoren tot de materiaalkosten (behalve de stortkosten ingeval de leiding asbesthoudende stoffen bevat. Hierbij is in aanmerking genomen dat deze kosten bij vervanging van de leiding op eigen initiatief ook ten laste komen van de belanghebbende). De materiaalkosten van constructieve en/of bijzondere voorzieningen die worden veroorzaakt door eisen van derden (en niet door gemeente) vallen onder de materiaalkosten. 4.6.

Bundeling werkzaamheden

Artikel 23 In geval van bundeling van werkzaamheden van verschillende belanghebbenden moeten de kosten worden verdeeld over de belanghebbenden. De projectkosten worden verdeeld in direct aan de belanghebbenden toe te delen kosten en gezamenlijke kosten. De direct toe te delen kosten zijn kosten van in en uit bedrijf stellen en materiaalkosten exclusief de extra materialen die nodig zijn voor de gezamenlijke kruising. De gezamenlijke kosten zijn de uitvoeringskosten, ontwerp en begeleiding en de extra materialen die nodig zijn om gezamenlijk te kruisen. De verdeelsleutel voor de gezamenlijke kosten

Toelichting Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen

Pagina 7 van 8

wordt bepaald op basis van de afzonderlijke fictieve kosten van uitvoering en ontwerp en begeleiding die zouden moeten worden gemaakt als elke belanghebbende afzonderlijk zou kruisen.

Hoofdstuk 5 Overige en slotbepalingen Artikel 24 Dit artikel betreft de zogenaamde hardheidsclausule. Indien de belanghebbende of de gemeente kan aantonen dat door bijzondere omstandigheden toepassing van (delen van) deze regeling tot een evident onredelijke nadeelcompensatie zou leiden, kan het college besluiten op basis van dit artikel de nadeelcompensatie aan te passen.

Artikel 25 Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 26 Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 27 Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Toelichting Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=f165010e-a7c1-4373-85c9-4ef0b074b584