Technische vragen en beantwoording Hart van Hoorn
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Hart van Hoorn tijdelijke noodopvanglocatie 1. Erkent het college dat het met het voorgenomen besluit om 100 asielzoekers te huisvesten op de Johannes Poststraat 71 willens en wetens de veiligheid van omwonenden en kinderen op omliggende scholen in gevaar brengt? Nee, dat is niet aan de orde. Het besluit is ingegeven door de wettelijke taak die elke gemeente heeft op grond van de Spreidingswet. Het college neemt veiligheid van inwoners en kinderen uiterst serieus. We organiseren de opvang uit voorzorg met extra veiligheidsmaatregelen, in nauwe samenwerking met politie, COA en scholen. Er is geen sprake van willens en wetens gevaar. 2. Welke veiligheidsanalyses zijn voorafgaand aan dit voorgenomen collegebesluit uitgevoerd en waarom zijn de uitkomsten daarvan niet doorslaggevend geweest in de afweging? Er is gekeken naar de vraag of de opvang op deze plek veilig en verantwoord kan worden georganiseerd. Het oordeel is dat dit veilig en verantwoord kan op deze plek. Hoewel op sommige plekken, zoals Ter Apel, sprake is van overlast en veiligheidsincidenten, is over het algemeen de veiligheid rondom asielzoekerscentra niet structureel slechter.
Dat blijkt ook uit de ervaringen van onze buurgemeenten (Enkhuizen, Koggenland, Medemblik en Opmeer) die allen enige tijd ervaring hebben opgedaan met de noodopvang voor 200 asielzoekers, als ook de opvanglocaties in Heerhugowaard en Den Helder, die de raad in 2024 heeft bezocht. Omdat veiligheid prioriteit heeft, hebben we hierover heldere afspraken gemaakt. Omdat gemeente huurder is en het pand onderverhuurt aan het COA, geeft dit waarborg voor nakomen van afspraken over omvang van de beoogde doelgroep, beheer en toezicht en termijn van gebruik van het object. Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid en het toezicht op de tijdelijke noodopvanglocatie. Om dit te borgen is met het COA de afspraak gemaakt om de eerste drie maanden 24/7 beveiliging in te zetten. Na deze periode wordt bekeken of dit voortgezet wordt of op- of afgeschaald kan/moet worden. Naast de beveiliging is er een locatiemanager en zijn er woonbegeleiders op de locatie aanwezig. Voor de buurt is er een direct telefoonnummer dat 24/7 bereikbaar is voor klachten of vragen. Doordat de locatie voor het COA relatief klein is, kennen de medewerkers van het COA de bewoners goed en worden signalen goed herkend. De veiligheid in de openbare ruimte is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente, politie en het COA.
De veiligheid rondom de locatie wordt doorlopend gemonitord en er zal op regelmatige basis overleg zijn tussen alle betrokken partijen over hoe de opvang verloopt. Zo nodig worden aanvullende maatregelen getroffen. De scholen zijn door het college persoonlijk geïnformeerd. Zij hebben tot nu toe positief gereageerd. 3. Waarom stelt het voorgenomen besluit slechts 24/7 beveiliging in de eerste drie maanden verplicht, terwijl de risico’s juist over de hele periode van twee jaar blijven bestaan? De afspraak is dat er in ieder geval de eerste drie maanden 24/7 beveiliging op de locatie aanwezig is. Na drie maanden wordt door de veiligheid partners (politie, gemeente en COA) beoordeeld of dit zo voortgezet wordt, wordt uitgebreid of afgeschaald. Dat is afhankelijk van de situatie. 4. Is het college bereid om zijn voorgenomen besluit aan te passen en permanente beveiliging gedurende de hele periode te eisen? In de gemaakte afspraken is de mogelijkheid van het opschalen van de beveiliging opgenomen. Als uit overleg met de veiligheid partners blijkt dat voortzetten of opschalen van de beveiliging nodig is, dan gebeurt dat ook.
5. Waarom kiest het voorgenomen besluit uitgerekend voor een locatie midden in een woonwijk en naast scholen, terwijl veiligere alternatieven buiten woongebieden niet serieus lijken te zijn onderzocht? Alle 27 locaties zijn opnieuw (en uiteraard serieus) tegen het licht gehouden. Hier zitten locaties tussen in woonwijken en ook buiten woonwijken. Dat een locatie in of nabij een woonwijk ligt, maakt de locatie niet op voorhand (on)geschikt of (on)veiliger. Dat hangt samen met allerlei, vaak ook locatie gebonden aspecten. De tijdelijke noodopvang bij de Johannes Poststraat is relatief klein en het oordeel is dat dit op deze plek veilig en verantwoord kan (zie toelichting vraag 2). Verder heeft een meerderheid van de raad bij de besluitvorming over de voorkeurlocatie A7 aangegeven te willen voldoen aan de wettelijke taak vanuit de Spreidingswet om vóór 1 juli opvangplekken te realiseren. Feitelijk is dit de enige beschikbare locatie waar op korte termijn opvang gerealiseerd kan worden en die ook al op geschiktheid is getoetst door het COA. 6. Waarom zijn bewoners en ouders pas na het voorgenomen besluit geïnformeerd, terwijl hun veiligheid en die van hun kinderen de kern van de kwestie vormt? Voor het voorgenomen besluit was nog niet zeker of deze locatie daadwerkelijk geschikt was en of het COA hier een opvang kon realiseren.
Na het voorgenomen besluit zijn belanghebbenden in de buurt direct geïnformeerd en ook uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst. Hier kunnen bewoners alle informatie krijgen en ook eventuele suggesties of zorgen meegeven. Deze inbreng neemt het college mee in haar definitieve besluit, net als eventuele wensen of bedenkingen vanuit de raad. Bewoners worden op die manier dus al meegenomen vóórdat er een definitief besluit genomen is. 7. Is het college van mening dat bewonersparticipatie pas achteraf mag plaatsvinden, als de keuze in feite al is gemaakt? Dit is niet aan de orde. Bewoners worden juist vroegtijdig betrokken, vóórdat een definitief besluit genomen wordt. 8. Neemt het college volledige politieke en persoonlijke verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het voorgenomen besluit als er een incident plaatsvindt waarbij bewoners of kinderen slachtoffer worden? Incidenten kunnen zich overal voordoen, ook in buurten waar geen opvanglocatie is. Dat betekent niet dat het college daar de verantwoordelijkheid voor draagt. Het college neemt bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de wettelijke taak die elke gemeente heeft onder de Spreidingswet. Daarnaast neemt het college veiligheid uiterst serieus en worden er samen met de politie, het COA en hulpdiensten maatregelen getroffen om risico’s zo klein mogelijk te maken. 9.
Erkent het college dat het voorgenomen besluit vooral wordt ingegeven door de vergoeding van het COA en niet door de veiligheid van onze inwoners? Hoe verhoudt dit voorgenomen besluit zich tot de primaire taak van het gemeentebestuur: de bescherming van de eigen inwoners? Nee, hier is geen sprake van. Gemeenten krijgen een vergoeding van het Rijk om de extra kosten te dekken die gepaard gaan met opvang. Dit is bedoeld als compensatie voor daadwerkelijke kosten die zij maken – niet als winst. De gemeente Hoorn verdient dus niet aan deze opvang. Het besluit is ingegeven door de wettelijke taak die elke gemeente in Nederland heeft op grond van de Spreidingswet. Veiligheid en zorgvuldige uitvoering staan bij ons voorop. Daarom hebben wij hierover heldere afspraken gemaakt met de betrokken partijen.