TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder fase A Zuid
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Inhoudsopgave
Motivering
6
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Leeswijzer
6 6 6 7
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Toets omgevingsplan
7 7 8 13
Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving 3.1 Inleiding 3.2 Rijk 3.3 Provincie 3.4 Regionaal 3.5 Gemeente
15 15 15 17 20 20
Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 Omgevingsveiligheid 4.2 Water 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Activiteiten en milieuzonering 4.5 Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterrein 4.6 Trillingen 4.7 Bodem 4.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.9 Cultureel erfgoed en werelderfgoed 4.10 Natuur 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 M.e.r.-beoordeling 4.13 Duurzaamheid, klimaatadaptatie, gezondheid 4.14 Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties
26 26 28 29 30 33 35 35 38 40 42 43 44 45 48
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Wijziging omgevingsplan 5.2 Artikelsgewijze toelichting
49 49 50
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Participatie 6.3 Vooroverleg ketenpartners 6.4 Zienswijzen op het ontwerp
52 52 53 53 54
Bijlagen motivering
55
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
55
Bijlage 2
Aanmeldnotitie
93
Bijlage 3
Externe veiligheid onderzoek
107
3
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Bijlage 4
Weging van het waterbelang
180
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
205
Bijlage 6 (Deel)saneringsplan verschillende verontreinigingsgevallen (kadastraal 1361, 3463, 3239, 7699)
630
Bijlage 7
Nader bodemonderzoek
687
Bijlage 8 21a, 29 en 30)
Plan van aanpak verschillende verontreinigingsgevallen (achter Westerblokker
Bijlage 9
Trilhinderonderzoek
826
Bijlage 10
Akoestisch onderzoek
837
Bijlage 11
Archeologische en cultuurhistorische quickscan
1388
Bijlage 12
Ecologisch onderzoek
1403
Bijlage 13
Vrijgavedocument archeologie
1428
Bijlage 14
AERIUS-rapportage
1432
Bijlage 15
AERIUS - rekenbijlage
1459
Bijlage 16
Participatieverslagen juli 2023
1472
804
Regels
1482
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Inleidende regels Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Algemene begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen
1482 1482 1482 1482 1482 1488
Hoofdstuk 2 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Functies en activiteiten Groen Water Wonen
1489 1489 1490 1490
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene regels bouwactiviteiten Algemene regels voor functies en gebruiksactiviteiten Aanvullende beoordelingsregels bouwwerken Algemene vergunningplichtige overige activiteiten Regels met betrekking tot parkeren
1494 1494 1494 1494 1495 1496 1496
Hoofdstuk 4 Artikel 15
Overgangsregels Overgangsrecht
1497 1497
Bijlagen regels
1499
Bijlage 1
Akoestisch rapport
1499
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
2050
Bijlage 3
Consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten
2087
Bijlage 4
Kaart vaarroute
2091
Bijlage 5
Parkeernormeringen
2094
4
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
5
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De wijk Bangert en Oosterpolder is een grootschalige planontwikkeling in de noordoostelijke hoek van de gemeente Hoorn, gelegen in de dorpen Zwaag en Blokker. Al sinds het begin van dit millennium wordt het gebied gefaseerd ontwikkeld. In dit omgevingsplan is fase A Zuid aan de beurt. Ten noorden lvan de ontwikkellocatie fase A Zuid ligt het nieuw te ontwikkelen fase 5B, maar ook het eerste deel van fase A Zuid waarvoor reeds een bestemmingsplan is vastgesteld. Het streven voor heel fase 5 is een wijk die een samenhangende buurt vormt tussen de Bangert en de Westerblokker. Dat betekent dat de buurten herkenbaar zijn met hun eigen karakter en inrichting. In totaal worden in fase A Zuid 102 woningen gerealiseerd. Bangert en Oosterpolder A Zuid en fase 5B Zuid worden gelijktijdig ontworpen, zij het dat twee losse TAM-IMRO procedures worden gebruikt voor beide deelgebieden. Wel wordt de ontwikkeling van de twee deelfasen her en der tezamen beschreven en beschouwd. De ontwikkeling is niet mogelijk binnen de regels van het gemeentelijk omgevingsplan. De gronden hebben nu de bestemmingen agrarisch, verkeer en een uit te werken woonbestemming. De gronden zijn nu grotendeels onbebouwd. Om de nieuwbouw en herstructurering mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Dit gebeurt op basis van een TAM-IMRO omgevingsplan.
In de volgende hoofdstukken wordt de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de beoordelingsregels nader uitgewerkt.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt in het dorp Blokker en is ongeveer 5 hectare. Het bestaat nu voornamelijk uit weilanden en was ooit onderdeel van het fruitteeltgebied de Bangert. Het plangebied grenst in het noorden aan het cultuurhistorische lint Westerblokker. Aan overzijde van de weg Westerblokker is Bangert en Oosterpolder fase 5B gepland, waarmee fase A Zuid gelijktijdig is ontworpen. In het noorden ligt ook het andere, eerste deel van de nieuw te ontwikkelen fase 5A Zuid, waarvoor reeds een bestemmingsplan is vastgesteld. Aan de oostelijke grens van het plangebied ligt een loonbedrijf. In het westen bevindt zich de woonwijk Blokker. Aan de zuidzijde sluit het plangebied aan op het spoor. Op de onderstaande afbeelding is een kaart opgenomen met de globale begrenzing van het plangebied van het wijzigingsbesluit. De exacte begrenzing van het wijzigingsbesluit blijkt uit de werkingsgebieden van deze wijziging van het omgevingsplan.
6
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Figuur 1.1: Begrenzing plangebied
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 van deze motivering bevat de planbeschrijving. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevante beleid van rijk, provincie, regio, waterschap en gemeente. In hoofdstuk 4 worden de aspecten van de fysieke leefomgeving en het milieu besproken. Hoofdstuk 5 behandelt de juridische vormgeving van het TAM-IMRO plan. Hoofdstuk 6 gaat tot slot in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen.
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
De gronden zijn nu voor het grootste deel onbebouwd. Het betreffen graslanden. De Bangert is van oorsprong een fruitteeltgebied dat tussen Blokker en Westwoud/Oudijk ligt. De naam ‘Bangert’ is de Westfriese benaming voor boomgaarden. De fruitteelt in het gebied begon rond 1600 en behoort samen met de Betuwe tot de oudste fruitteeltgebieden van Nederland. In de 17e eeuw kwam de fruitteelt tot bloei doordat de Unjer plant te sterk kwam opzetten in de weilanden waar tot dan toe vee graasde. Unjer is voor koeien zeer moeilijk verteerbaar. Om deze reden schakelden boeren over op de fruitteelt. De percelen van de fruitgaarden zijn ongeveer 20 meter breed en omgeven door sloten. In die tuinen
7
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
stonden veel hoogstambomen met vaak bessenstruiken. Alle hoogstambomen werden omstreeks 1950 gerooid. Dit gebeurde met name om economische redenen (machinaal plukken kwam op en laagstambomen hadden een snellere productietijd). Ook werd het plukken te gevaarlijk werk en waren de bomen te hoog om het fruit goed te kunnen bespuiten, zoals toen gebruikelijk was geworden. Hoewel de fruitteelt in de Bangert vanaf 1950 sterk terugliep, kan men vandaag de dag aan overgebleven kassen, fruitbomen en tuinen nog zien dat er vroeger fruit werd geteeld. Fase A Zuid maakt deel uit van het themagebied Hoge Hemen, zoals beschreven in het structuurplan Bangert en Oosterpolder uit 1999. Hemen kan ook worden vertaald naar huis/thuis. De Hoge Hemen worden de hoger gelegen huizen. Het gebied kenmerkt zich door groene openbare ruimtes en profielen. De openbare groene buitenruimtes worden omringd door woningen. Ook liggen er grote groenstructuren door de wijk heen. De woningen in de Hoge Hemen zijn, waar mogelijk, gericht op het openbare groen. Naast het thema Hoge Hemen is fase A Zuid onderdeel van de afrondingen. Het bestemmingsplan noemt voor de afrondingen dat er wordt voortgeborduurd op de aansluitende wijken. Dit wordt gedaan met fysieke verbindingen.
Figuur 2.1: Luchtfoto plangebied (bron: Beeldkwaliteitsplan)
2.2
Toekomstige situatie
Met het voorliggende plan wordt de locatie herontwikkeld. In totaal worden in fase A Zuid 102 woningen gerealiseerd. Achter de woningen aan het bestaande lint Westerblokker vormt een watergang de afscheiding tussen het bestaande lint en de nieuwbouw. Het plan zal bestaan uit rijwoningen, twee-onder-een kap, vrijstaande woningen en appartementen. Alle in het segment koop. De wijk zal een rustige woonwijk worden, waarbij wordt ingezet op woningen voor gezinnen. Er wordt een gedifferentieerd programma gebouwd, bestaande uit middeldure woningen en dure woningen. Het plangebied bestaat uit twee ruimtelijke delen. Het westelijk deel wordt aan de zuid- en oostzijde begrensd door de IJsselweg, aan de westzijde door de bestaande woningen en aan de noordzijde door de
8
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
bestaande woningen aan de Westerblokker. Het plangebied grenst in het noorden aan het cultuurhistorische lint Westerblokker. In het westen bevindt zich de woonwijk Blokker. Aan de zuidzijde sluit het plangebied aan op het spoor. De IJsselweg maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Onderstaand is de verkaveling opgenomen van fase A Zuid.
Figuur 2.2: Verkaveling De IJsselweg De IJsselweg doorsnijdt beide plandelen. Aan de IJsselweg worden met name rijwoningen gebouwd in korte rijen om aansluiting te verkrijgen bij de ritmiek van de woningen langs De Strip in de noordelijker gelegen plandelen. Zowel in het westelijke en oostelijke plandeel zal een appartementengebouw worden gerealiseerd dat de beëindiging van de woningbouw aan de IJsselweg accentueert. Aan de zuidzijde van het plan is een groene bufferzone opgenomen tussen de woningbouw en de aangrenzende spoorlijn en het achterliggende bedrijventerrein. Aansluiting omgeving Westelijke plandeel Aan de westzijde van het plan blijft de groene afscheiding tussen het plangebied en de bestaande tuinen van de woningen aan de Zuiderhout gehandhaafd. Aan de noordzijde wordt het bestaande lint afgescheiden door een sloot van het te ontwikkelen plan. Oostelijk deel Aan de noordzijde van plan worden de woningen aan het lint van de nieuwbouw afgescheiden door middel van een sloot. Aan de oostzijde zal een ontsluitingsweg voor de vrijstaande woningen de grens vormen met het bestaande loonbedrijf aan de Westerblokker.
9
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Ontsluiting De beide plandelen hebben een eigen auto ontsluiting op de IJsselweg. Er is voor de plandelen geen directe auto ontsluiting op de Westerblokker. Alleen de woningen die aan de Westerblokker zijn gesitueerd zullen een ontsluiting op de Westerblokker krijgen. Voor langzaam verkeer zijn de ontsluitingen wel op de Westerblokker georiënteerd. De onderlinge verbinding tussen de plandelen voor langzaam verkeer verloopt via de kruising Westerblokker-De Strip. De langzaam verkeerontsluitingen zijn toegankelijk voor nood- en hulpdiensten om meerdere toegangen/uitgangen van en naar de plandelen te hebben. Beeldkwaliteitsplan (BKP) Voor het woningbouwproject is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze is opgenomen als Bijlage 1. De beeldkwaliteitseisen van deelgebied A Zuid komen veelal overeen met de eisen die gesteld zijn voor geheel fase 5. Het streven voor heel fase 5 is een samenhangende buurt tussen de Bangert en de Westerblokker. Dat betekent dat er een herkenbare eenheid is in opzet, architectuur en openbare ruimte van de verschillende buurten. Daarbinnen mogen de buurten wel hun eigen identiteit hebben. Daarbij is er aansluiting op het suburbane, dorpse karakter van de eerdere plan delen binnen fase 5.
Dit vertaalt zich in een eigentijdse vertaling van lokale en traditionele bouwstijlen, veel individualiteit binnen de woningen en diversiteit voor kapverdraaiingen en een verspringende rooilijn. Dit beeldkwaliteitsplan is een uitwerking van het moederbeeldkwaliteitsplan, voor het deelgebied A Zuid. Dit document is de onderlegger voor ruimtelijke regels die worden gesteld over het uiterlijk van bouwwerken in het Omgevingsplan gemeente Hoorn en vormt samen met het moederbeeldkwaliteitsplan het toetsingskader voor de Ruimtelijke adviescommissie (RAC). Stedenbouwkundig De wijk Bangert en Oosterpolder beschikt over een algeheel karakter dat wordt getypeerd door de sfeer ''tussen stad en land''. Ook in deze fase wordt deze sfeer omarmd. Langs de IJsselweg wordt de formele en stedelijke uitstraling doorgezet zodat het herkenbare beeld langs deze belangrijke toegangsweg behouden blijft. Voor de andere woningen wordt, in aansluiting op het karakter van de voorgaande fases, het dorpse karakter verder uitgewerkt maar wel op een eigentijdse manier. De nuances in de architectuur maken dat de buurt zich onderscheidt van de rest van de wijk. Dit vertaalt zich in een plan die in architectuur en sfeer verwijst naar het vroegere fruitteeltgebied met een eigentijdse interpretatie en uitstraling.
De architectuur en materialisatie is een verzachting, wat ervoor zorgt dat deze vriendelijker en natuurlijker oogt.De buurt heeft daarnaast een bijzondere zone aan het spoor. De spoorzone heeft een groen en ruim karakter. Op de hoeken van De Strip en de spoorzone is ruimte voor accent bebouwing in de vorm van appartementen. Deze typologie is een belangrijke toevoeging in de wijk en vormt als het ware de entree van De Strip. Het is daarbij belangrijk om goed te kijken naar de zichtlijnen en de overgang tussen de IJsselweg en De Strip. Met het plan wordt aangesloten op het historische lint van de Westerblokker. De stolp aan het lint heeft rondom een grotere vrije ruimte dan alle andere kavels. Dit past binnen het ritmiek van de cultuurhistorische kavels. Aan de rand van de nieuwe fase worden woningen aan het water ontwikkeld waarbij een goede connectie met het water erg belangrijk is. De doorvaarbare wateren in de Bangert en Oosterpolder zijn goed met elkaar verbonden. Dit maakt het aantrekkelijk om op en aan het water te verblijven. Bebouwing en architectuur Deelgebieden In fase A Zuid wordt er onderscheid gemaakt in vier deelgebieden. Deze deelgebieden hebben eigen beeldkwaliteitseisen. De deelgebieden met bijhorende eisen, sluiten aan op hetgeen dat in fase 5B Noord en 5B Zuid is toegepast.
10
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
De deelgebieden bestaan uit: de IJsselweg, het Middenhof, de Ringsloot en het Lint. Eigenheid en verscheidenheid Fase A Zuid ligt in het verlengde van de eerdere fase 5B Noord en 5B Zuid. Aansluiting in karakter is hierbij een vereiste. Om binnen elke fase toch eigenheid en verscheidenheid te creëren is het wenselijk om nieuwe elementen toe te voegen. Denk hierbij aan pergola's en veranda's maar ook aan diversiteit in materialen en kleuren. Het deelgebied IJsselweg heeft het meest stedelijke karakter binnen de buurt wat wordt gekenmerkt door met name het materiaal gebruik en de bebouwingsdichtheid. Dit deelgebied sluit aan op de woningen die eerder langs De Strip zijn gerealiseerd. Dieper de buurt in, bij de deelgebieden Middenhof en Ringsloot, worden zachtere materialen en kleuren gebruikt met subtielere overgangen tussen binnen en buiten. Deze overgangen kunnen onder andere worden gecreëerd door grotere raampartijen en elementen zoals een pergola's of erkers. Deze uiterlijke kenmerken van de bebouwing ondersteunen de verweving met de groene gebieden in de buurt die ook al ontstaan door de dichtheid die steeds verder afneemt richting het groen en water.
Figuur 2.3: Deelgebieden (bron: Beeldkwaliteitsplan) Wat betreft het deelgebied Ijsselweg kan worden gesteld dat in de wijk Bangert en Oosterpolder de IJsselweg, samen met De Strip, de belangrijkste ontsluitingsweg is. Veel fases van de wijk worden via deze weg ontsloten richting de Westfrisiaweg en de rest van de stad. De regels aan de IJsselweg komen overeen met de regels uit eerdere fases die voor De Strip gelden. In het deelgebied Middenhof staat een mix van rij-, vrijstaande- en twee-onder-een-kap woningen. Gezamenlijk vormen deze woningen het hart van de wijk en geven ze de wijk een afwisselend straatbeeld. Een deel van de woningen liggen aan een groenstrook. De huizen aan het groen nemen een bijzondere plek in en krijgen een extra uitstraling naar het groen, doordat de gevel op de begane grond zich hier opent met grote raampartijen of erkers.
11
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
De woningen in het deelgebied Ringsloot bestaan voornamelijk uit vrijstaande-, en twee-onder-een-kap woningen. Alle woningen zijn met de achtertuinen op de sloot georiënteerd. De brede waterstructuur is herkenbaar en beeldbepalend voor heel fase 5 van Bangert en Oosterpolder. Voor het deelgebied het Lint geldt dat langs het deel van de Westerblokker vanaf de Strip, tot aan de Noorderdracht, de laatste jaren meer is bijgebouwd. Hierbij is het handhaven van het halfopen karakter het uitgangspunt. De bebouwing is een afwisseling van kleinschalige woningen en agrarische bebouwing. Er zijn vooral eenvoudige vrijstaande woningen. Op het kavel aan het lint is ruimte voor een stolp. Voor de vier deelgebieden zijn algemene bouwregels geformuleerd, evenals uitgangspunten voor het materiaalgebruik kleurenpalet en de detaillering. BKP doorvertaling planregels Er is eveneens een koppeling met het BKP opgenomen in de planregels. Voor het bouwen van bouwwerken dient tevens te worden voldaan aan de eisen voor gebouwen, (erf)inrichting, aanzichten, kleur, materiaal en duurzaamheid uit het BKP. Vaarwegen De vaarwegen worden als volgt behouden dan wel geherstructureerd.
12
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Figuur 2.4: Vaarwegen (bron: gemeente Hoorn)
2.3
Toets omgevingsplan
Het gemeentelijk omgevingsplan van Hoorn bestaat vooralsnog uit het omgevingsplan van rechtswege. Voor deze locatie is dit het geldende bestemmingsplan en de bruidsschat. Gebied A Zuid is onderdeel van het bestemmingsplan ‘Bangert en Oosterpolder, herziening ex artikel 30 Wro’ (vastgesteld op 31 januari 2006, goedgekeurd op 3 oktober 2006), waarin het de bestemming ‘Woondoeleinden (uit te werken)’ en ‘Verkeer’ heeft. Ook loopt er een veiligheidszone voor een aardgastransportleiding over het zuiden van het plangebied. Daarnaast geldt voor een deel van het gebied het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 1992’ (vastgesteld op 9 februari 1993). Hierin heeft het gebied grotendeels een agrarische bestemming.
13
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
De geplande woningbouw past niet binnen het huidige ruimtelijke kader. Hiervoor moet het planologisch regime gewijzigd worden, dan wel moet hiervan worden afgeweken. Er is gekozen voor een realisatie via een wijziging van het omgevingsplan. Het instrument TAM-IMRO wordt gebruikt. Hieronder is de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen.
Figuur 2.5: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Bangert en Oosterpolder’ (bron: Regels op de kaart) Er zijn ook andere gemeentelijke facet-, veeg- en herzieningsplannen op de locatie van toepassing, te weten: Bangert en Oosterpolder, herziening parkeernormering (vastgesteld 10 september 2013); Paraplubestemmingsplan Archeologie (vastgesteld 7 maart 2017); Paraplubestemmingsplan parkeren & laden en lossen (vastgesteld 13 november 2018); Veegplan (vastgesteld 8 december 2020); Veegplan 2 (vastgesteld 31 mei 2022, onherroepelijk 18 oktober 2023); Veegplan 3 (vastgesteld 9 april 2024). Op basis van de twee plannen parkeren gelden regels ten aanzien van parkeren en laden en lossen. Op basis van het Paraplubestemmingsplan Archeologie heeft het plangebied drie archeologische dubbelbestemmingen, te weten Waarde - Archeologie 2, Waarde - Archeologie 4 en Waarde - Archeologie 5. Op basis hiervan geldt een vergunning- en onderzoeksplicht. Archeologisch onderzoek is verricht. Tot slot voeren de drie veegplannen gemeentebreed diverse ontwikkelingen, correcties en aanpassingen door. De regeling uit deze plannen worden - indien relevant voor het voornemen en/of plangebied - overgenomen
14
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
in voorliggend wijzigingsbesluit. De thema's archeologie, verkeer en parkeren worden nader besproken in Hoofdstuk 4.
Hoofdstuk 3 3.1
Beleid en regelgeving
Inleiding
Bij het wijzigen van het omgevingsplan gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Een omgevingsplan kan alleen worden gewijzigd als er sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. De volgende beoordelingsregels uit het Bkl gelden: De instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl; De instructieregels van de provincie (Provinciale Omgevingsverordening Noord-Holland); Eventuele instructiebesluiten van Rijk en provincie; De regels die gelden voor het stellen van maatwerkregels, als het gaat om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een maatwerkregel. Een nadere uiteenzetting van de instructieregels volgt hierna. Verder wordt in de paragrafen een toets gedaan aan het relevante beleid van rijk, provincie, regio, waterschap en gemeente.
3.2
Rijk
3.2.1
Instructieregels
In het Bkl is een groot aantal instructieregels opgenomen waarvan het merendeel niet relevant is voor dit planvoornemen. De meest relevante instructieregels betreffen de regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betreft onder meer het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de waterbelangen, het beschermen van de gezondheid en van het milieu, het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, het behoud van ruimte voor toekomstige functies, het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke thema's uit het Bkl relevant zijn voor voorliggende ontwikkeling en wordt verwezen naar de corresponderende paragraaf in Hoofdstuk 4. Thema
Paragraaf Bkl
Relevant voor besluit?
Verwijzing paragraaf H4
Waarborgen van de veiligheid
5.1.2
Ja
4.1
Beschermen van de waterbelangen
5.1.3
Ja
4.2
Luchtkwaliteit
5.1.4.1
Ja
4.3
Geluid door activiteiten
5.1.4.2
Ja
4.4
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
5.1.4.2a
Ja
4.5
Slagschaduw van windturbines 5.1.4.4a
Nee
-
Trillingen
5.1.4.4
Ja
4.6
Bodemkwaliteit
5.1.4.5
Ja
4.7
Geur
5.1.4.6
Ja
4.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.1.5.4
Ja
4.8
15
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Cultureel erfgoed en werelderfgoed
5.1.5.5
Ja
4.9
Autowegen, autosnelwegen en 5.1.6.2 hoofdspoorwegen
Nee
-
Buisleidingen van nationaal belang
5.1.6.3
Nee
-
Elektriciteitsvoorziening
5.1.7.3
Nee
-
Rijksvaarwegen
5.1.7.4
Nee
-
Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen
5.1.8
Nee
-
Voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen
5.163
Nee
-
Lozen industrieel afvalwater in 5.165 openbaar vuilwaterriool
Nee
-
Bebouwingscontour jacht
5.165a
Nee
-
Bebouwingscontour houtkap
5.165b
Nee
-
Geluid rond luchthavens
5.1.4.3
Nee
-
Kust
5.1.5.2
Nee
-
PKB-Waddenzee en Waddengebied
5.1.5.3
Nee
-
Landsverdediging en nationale 5.1.7.2 veiligheid
Nee
-
Communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart
5.1.7.5
Nee
-
Landelijke fiets- en wandelroutes
5.1.7.6
Nee
-
Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's
5.164
Nee
-
Figuur 3.1: Instructieregels Bkl 3.2.2
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bepaalt dat het Rijk zijn strategische beleid voor de fysieke leefomgeving vastlegt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Daarmee vormt de NOVI het overkoepelende kader voor de hoofdzaken van het rijksbeleid. In zijn totaliteit kent de NOVI in totaal 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
16
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en afwentelen wordt voorkomen.
Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De Omgevingswet schrijft voor dat het Rijk zijn strategische beleid voor de fysieke leefomgeving bundelt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Daarmee geeft de NOVI richting aan de belangrijkste nationale belangen en prioriteiten, terwijl meer specifieke beleidsdocumenten daarnaast kunnen blijven bestaan. De NOVI is gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland.
Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling op rijksniveau of ligt niet in een gebied waarvoor de NOVI gerichte belangen of opgaven kent. De ontwikkeling valt daarom buiten de werking en doelstellingen van het rijksbeleid. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.
3.3
Provincie
3.3.1
Omgevingsvisie provincie Noord-Holland
In november 2018 is de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. De omgevingsvisie is vastgesteld om richting te geven aan de ontwikkeling van de provincie en om de belangrijkste maatschappelijke opgaven en thema's te benoemen. Deze onderwerpen zijn bijvoorbeeld klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, grote woningbehoeftes, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Op deze onderwerpen hebben de Provinciale Staten ambities geformuleerd. De hoofdambitie is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. In de visie wordt geen eindbeeld gepresenteerd voor 2050, maar de visie laat zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst. Bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op onze samenleving afkomen en die we willen faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken.
Het gaat om de volgende vijf bewegingen: Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio's. Dit gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie. Benut de economische kansen van de energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving. Hierin staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Wonen en werken worden zoveel mogelijk binnenstedelijk gerealiseerd en geconcentreerd De metropool ontwikkelt zich snel. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de
17
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt. De provincie benadrukt dat er binnen bestaand stedelijk gebied meer plancapaciteit aanwezig is dan eerder werd aangenomen, dankzij een andere kijk op stedelijkheid en transformatie. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moet worden ingezet op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij onderkent de provincie dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij houdt de provincie oog voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. De provincie houdt ook een vinger aan de pols voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag. Regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen moeten bij de vraag blijven aansluiten.
De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Daarbij wordt in het ontwerp rekening gehouden met voldoende afvoermogelijkheden van (regen)water, voldoende groen in en om de stad, en optimale verkeersontsluiting met multimodale knooppunten. Uitgangspunt is – en daarop zal het verkeers- en vervoersnetwerk worden geoptimaliseerd – dat men zich effectief, veilig en efficiënt kan verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Daarbij heeft men zo veel mogelijk keuzevrijheid in het bepalen van zijn of haar vervoerswijze. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en –dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurt wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses).
Deze wordt afgelezen aan de hand van demografische ontwikkelingen (afspraken over uitleglocaties worden aan de actuele prognosesaangepast), periodieke monitors over woonwensen en woonbehoefte-onderzoeken. Deze ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende afspraken worden regionaal ingevuld met ruimte voor maatwerk en herijking. De omvang en verschijningsvorm is passend bij de kernen waarbij grofweg drie typen kernen vallen te onderscheiden. Ook hier kan in regionale afstemming meer onderscheid in worden gemaakt. Centrumsteden fungeren als kloppend hart voor de omliggende regio's Regionale centrumsteden- en dorpen kunnen binnenstedelijk verder groeien, rond een goed functionerend OV-knooppunt en een aantrekkelijke (historische) kern. Ze worden stedelijker, robuuster en diverser met gevarieerde woonmilieus en een gemengde economie. Transformatie en revitalisering voegen verder meer stedelijk weefsel toe, goed voor de dynamiek van de stad. Afweging De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, stelt de provincie in haar Omgevingsvisie. Zij wil dat er zoveel mogelijk in bestaande kernen wordt opgelost, in en aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden. De woningen worden gebouwd binnen de bestaande kern, aansluitend op bestaande bebouwing van Bangert en Oosterpolder. Hierdoor zijn er voldoende voorzieningen nabij.
Met dit project worden 102 woningen toegevoegd, dat bijdraagt aan de grote woningvraag. Bij de nieuwbouw moet worden ingezet op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Op het aspect duurzaamheid, klimaatadaptie en gezondheid wordt ingegaan in paragraaf 4.13. In het ontwerp is rekening gehouden met voldoende afvoermogelijkheden van (regen)water, voldoende groen in en om de stad, en optimale verkeersontsluiting met multimodale knooppunten. Dit is eveneens
18
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
met het waterschap afgestemd. Zie voor het aspect water paragraaf 4.2. Er zijn voldoende mogelijkheden tot openbaar vervoer in de omgeving gelegen. Het aspect verkeersgeneratie en parkeerbehoefte wordt besproken in paragraaf 4.11. Het initiatief is in lijn met de Omgevingsvisie. De regionale afstemming komt aan bod in paragraaf 3.4. Het initiatief sluit daarmee aan bij de provinciale inzet op binnenstedelijke verdichting, duurzaamheid en klimaatadaptatie zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050. De toevoeging van 154 woningen binnen de bestaande kern draagt bij aan het voorzien in de actuele regionale woningbehoefte, zonder het landschap onnodig aan te tasten. 3.3.2
Omgevingsverordening provincie Noord-Holland
Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2022 (laatste wijziging doorgevoerd op 13 maart 2025). Ook vanuit de provincie gelden instructieregels waar een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan moet voldoen. Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2022 toegelicht die voor het onderhavige omgevingsplan relevant zijn. Artikel 6.13 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.13 is bepaald dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.De regionale afstemming komt aan bod in paragraaf 3.4.Het initiatief betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 5.129g van het Bkl. In paragraaf 4.8 wordt de ontwikkeling getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het gaat om woningbouw van 102 woningen binnen stedelijk gebied, aansluitend aan bestaande bebouwing en woonwijken. Daarnaast is het planvoornemen opgenomen in de regionale woningbouwafspraken. De woningbouw en woningbehoefte is in overeenstemming met het provinciale beleid.
Artikel 6.75: Klimaatadaptatie Op grond van artikel 6.75 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. Ten behoeve van de beschrijving is overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. In de waterparagraaf (paragraaf 4.2) is hier invulling aan gegeven. Er heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier (HHNK). Het plan is passend binnen de regels uit de provinciale Omgevingsverordening. 3.3.3
Actieagenda Wonen en Versnellen Woningbouw 2024-2028
De provincie Noord-Holland heeft de Actieagenda Wonen en Woningbouwversnelling 2024–2028 opgesteld om de groeiende woningnood aan te pakken. Tussen 2022 en 2030 moeten er 191.000 woningen bijkomen, waarvan 30% sociale huur en in totaal twee derde betaalbaar. De provincie neemt een actievere rol als aanjager, verbinder en kennismakelaar om samen met gemeenten, corporaties en andere partners dit doel te bereiken. De actieagenda is opgebouwd rond vier actiethema’s: 1.
Versnellen van woningbouw
De provincie richt een Loket Versnellen Woningbouw op, organiseert versnellingstafels, stelt een bouwambassadeur aan en ondersteunt gemeenten met expertise en financiering. Ook wordt een investeringskader van €76,4 miljoen ingezet en wordt verkenning gedaan naar actief grondbeleid en Europese subsidies. 2.
Volkshuisvestingsprogramma’s en concrete afspraken
Er komen regionale en lokale woonprogramma’s gericht op betaalbaarheid, voldoende plancapaciteit en specifieke doelgroepen zoals ouderen, jongeren en aandachtsgroepen. Gemeenten worden ondersteund met advies, subsidies en coördinatie, en krijgen een controlerende en soms corrigerende rol van de
19
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
provincie. 3.
Stimuleren van innovatie en toekomstbestendig bouwen
Focus ligt op circulair, biobased, klimaatadaptief en industrieel bouwen. Er wordt kennis gedeeld, en innovatieve bouwmethoden, duurzame mobiliteit en hergebruik van bestaande woningen worden gestimuleerd. 4.
Monitoren en informeren
De provincie ontwikkelt dashboards en monitors, stimuleert actuele gegevensuitwisseling, en ondersteunt gemeenten in planning en rapportage. Dit alles om beleidskeuzes beter te onderbouwen en gericht bij te sturen. De agenda is dynamisch en wordt aangepast aan veranderende omstandigheden, met als ultiem doel: versneld bouwen voor een leefbare, duurzame en betaalbare woonomgeving in Noord-Holland. In paragraaf 3.4 wordt nader ingegaan op de speerpunten en de regionale afspraken.
3.4
Regionaal
3.4.1
Woondeal 2.0 Noord-Holland Noord
De woondeal is gesloten tussen gemeenten in Noord-Holland Noord, de provincie Noord-Holland en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Bouwende partijen en woningcorporaties hebben een steunverklaring afgegeven. In de Woondeal NHN 2.0 ligt de focus op de woningbouwopgave, maar legt waar nodig, met het oog op de woningbouwdoelen, de verbinding met bredere opgaven zoals mobiliteit. Het gaat niet alleen om het bouwen van woningen, maar om via woningbouw de samenleving te versterken, rekening houdend met opgaven zoals klimaat, klimaatadaptatie en circulariteit, werkgelegenheid, bereikbaarheid, energie, natuurinclusiviteit, voorzieningen, et cetera. Realisatie van de woningbouwopgave is alleen mogelijk indien de woningen goed bereikbaar zijn, de economie en werkgelegenheid een grote impuls krijgen, aanvullende voorzieningen gerealiseerd worden en alle aspecten van brede welvaart worden meegenomen. In de woondeal is afgesproken dat er in de regio Westfriesland gestreefd wordt naar 30% sociale huur in de bestaande voorraad en dat in de nieuwbouw 65% betaalbaar wordt gerealiseerd. Betaalbaar is sociale huur, middeldure huur en sociale en betaalbare koop tot € 355.000 (NHG-norm 2022, sindsdien jaarlijks geïndexeerd). In eerdere fasen in Bangert en Oosterpolder zijn sociale huurwoningen gerealiseerd. In fase 5B komen ook deels sociale huurwoningen.
3.5
Gemeente
3.5.1
Omgevingsvisie Hoorn
Op 8 februari 2022 is de Omgevingsvisie Hoorn vastgesteld. Beleidsmatig zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. 2. 3. 4. 5.
Aantrekkelijke stads- en woonwijken (nieuw en bestaand) Voortbouwen op economische en toeristische kansen Bereikbaarheid via weg, spoor en water verbeteren Werken aan een socialere, gezondere en veiligere omgeving Verder verduurzamen en vergroenen
Wat betreft het eerste punt het volgende. De woningbouwopgave wordt binnen de bestaande gemeentegrenzen opgelost. De gemeente is een ‘complete stad’ waar niet alleen gewoond wordt. Er is namelijk ook voldoende werk, zorg en onderwijs en er zijn voldoende voorzieningen om van het leven te genieten. Komende jaren werkt ze hard aan een nog completer en krachtiger Hoorn. Een belangrijke sleutel om de gemeente nog krachtiger, completer en leefbaarder te maken ligt in het verder ‘intensiveren’ van de stad. Met ‘intensiveren’ wordt bedoeld dat er meer woningen en banen per vierkante kilometer komen dan
20
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
in bestaande woonwijken. Oftewel, een stedelijker Hoorn. De gemeente intensiveert om lokale voorzieningen in stand te houden, reisafstanden te verkleinen en te zorgen voor een efficiënter gebruik van infrastructuur. De stad wordt hierdoor ook levendiger en hiermee wordt bijgedragen aan een hoger veiligheidsgevoel. Daarom bouwt de gemeente tot 2040 ongeveer 10.000 tot 12.000 woningen erbij. Hoeveel intensiever de nieuwe en bestaande wijken worden, verschilt per locatie. Wel stelt ze voor iedere locatie hoge eisen aan de bouw- en beeldkwaliteit, openbaar groen en verbindingen met openbaar vervoer. Met name dichtbij de treinstations komen in de toekomst verschillende typen nieuwe stadse wijken. Deze stadse wijken verschillen ten opzichte van de bestaande woonwijken. Hier is werken en wonen gemengder en ‘intensiever’. Maar het gaat niet alleen om de aantallen woningen, maar ook om het type woningen. Met andere woorden: de juiste woningen bouwen op de juiste plek en voor de juiste doelgroep. Ook de levendigheid en de sfeer zijn van belang: woningen gemengd met bedrijven en voldoende ruimtes voor ontmoeting. Het gaat hierbij niet alleen om de nieuwe stadswijken. De gemeente werkt aan het verbeteren van bestaande woonwijken. Dat doet ze samen met inwoners en partners.
Bijvoorbeeld door te zorgen voor goed werkende winkelcentra in de buurten, beter verlichte fiets- en wandelpaden, energiezuinigere woningen en groenere tuinen, straten en pleinen. In het kort, om Hoorn nog completer, krachtiger en leefbaarder te maken, wordt geïnvesterd in aantrekkelijkere nieuwe en bestaande stads- en woonwijken. Veel mensen vinden op dit moment geen geschikte woning. Eén van de redenen is dat er te weinig woningen zijn. Voor de komende jaren ligt er dan ook een flinke opdracht om nieuwe woningen te bouwen in Hoorn. Het gaat in totaal om ongeveer 10.000 tot 12.000 woningen. Ongeveer de helft van deze woningen bouwt de gemeente voor het jaar 2030. Dit is de ‘woningbouwopgave’. Dat er meer woningen nodig zijn komt doordat de gemeente mensen uit Hoorn en Westfriesland vast wil houden in Hoorn (mensen die nu vaak ergens anders gaan wonen). Verder willen er meer mensen van buiten Hoorn in de gemeente wonen. Ook zijn er meer huizen nodig doordat er steeds minder mensen in één huis wonen en er dus meer woningen nodig zijn voor hetzelfde aantal inwoners. Zo zijn er bijvoorbeeld steeds meer ouderen, die vaak alleen of met z’n tweeën in een huis wonen. Meer inwoners draagt er ook aan bij dat voorzieningen, zoals winkels, scholen, sportclubs in de buurt goed blijven draaien en kunnen uitbreiden.
De woningbouwopgave lost de gemeente binnen de bestaande gemeentegrenzen op. Ze heeft nog maar weinig beschikbare ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en daarom gaat ze vooral op bestaande locaties aan de slag. Voor de locatie Bangert en Oosterpolder zijn circa 3.000 woningen gepland. De woningbouwopgave gaat niet alleen over aantallen woningen. Het type woningen en woonomgeving is ook erg belangrijk. Er moet voor worden gezorgd dat de stad aantrekkelijker wordt voor iedereen, ook voor mensen die wellicht naar een meer stadse omgeving op zoek zijn. Om echt iedereen woonmogelijkheden te bieden maken we ontwikkelingen onderscheidend, ten opzichte van bestaande wijken én andere steden. De gemeente voegt daarom het missende type woningen voor doorstromers, ouderen, jongeren en starters toe. Dit doet ze gericht en met hoge kwaliteit. Op de kaart van de bestaande stad is het plangebied aangegeven als 'ontwikkelgebied'. Deze gebieden zijn nu al, of op korte termijn, in ontwikkeling. In deze gebieden worden op korte termijn woningen ontwikkeld. Vervolgens is het plangebied op de visiekaart aangeduid als 'woningbouwontwikkeling'. In deze gebieden ontwikkelt de gemeente woningen. Dit zijn nieuwe groene en rustige woonwijken bij Zwaag en Bangert Oosterpolder. Voorliggend plan geeft hier invulling aan, door Bangert en Oosterpolder conform visie verder uit te breiden met woningen.
In totaal worden in fase A Zuid 102 woningen gerealiseerd. In het plan wordt ingezet op een rustige woonwijk met merendeel grondgebonden woningbouw. Het plan voorziet in een mix van woningtypen, waaronder vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, rijwoningen en enkele appartementen. Alle in de segmenten middeldure en dure woningen. Een klein deel van het programma bestaat uit sociale huurwoningen. Ook in eerdere fasen van Bangert en Oosterpolder zijn al sociale huurwoningen gerealiseerd. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat het voorliggende initiatief in lijn is met de Omgevingsvisie Hoorn. De toets op duurzaamheid uit de Omgevingsvisie vindt plaats in paragraaf 4.13.
21
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
3.5.2
Woonvisie Hoorn 2020-2025
De Woonvisie Hoorn 2020-2025 "Een nieuwe koers" is in mei 2020 vastgesteld. De woningmarkt van Hoorn vraagt om een nieuwe koers. Er is een tekort aan woningen. Tegelijkertijd wil de gemeente meer stad worden. Deze opgave is urgent en noodzakelijk, om in de toekomst ook een aantrekkelijke woonstad te blijven. De woonvisie geeft richting aan de opgave. De gemeente Hoorn wil zich blijven ontwikkelen. De huidige vergrijzing en ontgroening (jongeren die de stad verlaten) heeft een negatief effect op de leefbaarheid en vitaliteit van de stad en daarmee een negatief economisch effect. Een divers aanbod van woningen, werkgelegenheid, zorg-, onderwijs- en recreatievoorzieningen is van groot belang voor een dynamische stad. Daarnaast zet de gemeente in op een samenleving waarin iedereen meedoet, met duurzame, toekomstbestendige en betaalbare woningen. Er staan drie ambities centraal: 1.
2.
3.
Stedelijk centrum in West-Friesland: Hoorn is en blijft een vitale stad. Een aantrekkelijke stad met stedelijke voorzieningen waar je goed kunt wonen, werken en recreëren. Er is voldoende draagkracht voor sociaal-maatschappelijke opgaven en voorzieningen. Dit zijn ook de uitgangspunten van de ambitie ‘Meer stad worden’. De gemeente maakt daarnaast de sprong van een beheer- naar ontwikkelgemeente. Deze ambitiesprong geldt voor alle opgaven van de stad. Van een economisch sterke stad tot een veilige stad en van een sociale stad tot een levendige en gastvrije stad. Zo kan zij inspelen op maatschappelijke, economische en demografische ontwikkelingen. De gemeente is en blijft centrumstad van de regio. Daarom heeft de gemeente meer woningen nodig. Inclusieve samenleving: In Hoorn moet iedereen kunnen meekomen, rondkomen en vooruitkomen. Eigen kracht van inwoners is het uitgangspunt. Inwoners moeten naar vermogen kunnen meedoen. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen in de samenleving. Duurzaam, toekomstbestendig en betaalbaar: De gemeente werkt aan een duurzame woongemeente. In Hoorn moet je in alle fases van je leven goed, gezond en veilig kunnen wonen.
Bij deze drie ambities horen vier woonopgaven, te weten: versnelling en ontwikkeling; wonen, zorg en welzijn; duurzaam wonen; en sociale huurmarkt, woonwagenbewoners en buitenlandse werknemers. Wat betreft 'versnelling en ontwikkeling' wil de gemeente bestaande woningbouwplannen versneld uitvoeren. Ze promoot Hoorn als woonstad en gemeente met ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zet de gemeente in op het uitvoeren van de ambitie Noord-Holland Noord. Hoorn gaat meer groeien als stad. Dit wordt genoemd ‘Meer stad worden’. Zo wil de gemeente meer nieuwe inwoners van buiten de regio aantrekken en jongeren uit Hoorn en omgeving behouden voor de regio. Hoorn heeft meer inwoners van buiten nodig om leefbaar en vitaal te blijven. Momenteel is sprake van woningschaarste. Bovendien laten prognoses zien dat het aantal huishoudens in Hoorn nog zeker twintig jaar groeit. De gemeente voorziet een forse woningbouwopgave, met circa 10.000 extra woningen richting 2040. Op de kaart ontwikkellocaties 2020-2025 is het plangebied aangeduid als ontwikkelgebied. Het initiatief sluit daarmee aan bij de uitgangspunten van de Woonvisie Hoorn 2020–2025 en wordt tevens getoetst aan de Omgevingsvisie Hoorn (zie paragraaf 3.5.1). 3.5.3
Welstandsnota 2020
Op 4 februari 2020 heeft de gemeente Hoorn de Welstandsnota 2020 vastgesteld. De nieuwe welstandsnota is een actualisering van de nota, die in 2017 van kracht werd. Met de actualisering is nog meer gestreefd naar duidelijkheid en toegankelijkheid van welstandsbeoordeling. Door verfijning van de welstandscriteria en door verduidelijking in de gebiedstypering en -ambities, heeft de herziening van de nota geleid tot een verbeterd beleidsinstrument. Het is afgestemd op de laatste ontwikkelingen, zonder afbreuk te doen aan het reeds vastgelegde beleid. De betekenis van de welstandsnota als sturingsinstrument voor ruimtelijke kwaliteit staat daarbij centraal en is waar nodig aangescherpt. Daar waar het mogelijk was, zijn de regels verruimd of geschrapt. Het plangebied is onderdeel van het welstandsgebied 'Bangert en Oosterpolder'. Het initiatief dient te voldoen aan de gestelde welstandscriteria. Ter verdere specificering wordt een beeldkwaliteitsplan
22
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
opgesteld, dat vervolgens als toetsingskader fungeert. Zie voor een toelichting op het beeldkwaliteitsplan paragraaf 2.2. 3.5.4
Groenvisie Hoorn 2019 - 2029
De Groenvisie 2019-2029 is door de gemeente Hoorn vastgesteld in juni 2019. De gemeente Hoorn heeft in de Groenvisie het beleid op het gebied van groen en natuur vastgelegd. In de Groenvisie maakt de stad voor de komende 10 jaar keuzes voor het beheer, inrichting en gebruik van het groen. Groen is één van de belangrijkste stofferingen in de openbare ruimte. Een groene aankleding zorgt voor sfeer en beleving. Ook is groen van belang voor klimaatbestendigheid en een gezond leefklimaat in een steeds meer dichtbevolkte gemeente. Door inbreiding van woningen ontstaat meer druk op de groengebieden. De kwaliteit en kwantiteit van het groen wordt zo nog belangrijker voor de stedelijke leefbaarheid. Het groen in de openbare ruimte kan tenslotte bijdragen aan andere maatschappelijke doelen, zoals het verbeteren van de sociale cohesie. De Groenvisie bevat ambities die zijn uitgewerkt langs verschillende pijlers, zoals kwaliteit van groen, toegankelijkheid en duurzaamheid. Het beleid is om in nieuwbouwwijken de kwaliteit en kwantiteit van het toekomstige groen te borgen. Zoals in paragraaf 2.2 aan bod komt, zal groen worden aangelegd in het gebied. 3.5.5
Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (2020)
Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen besteedt de gemeente de aanleg van de openbare ruimte steeds vaker uit aan initiatiefnemers. Bij nieuwe ontwikkelingen in de gemeente ontwikkelt een initiatiefnemer niet alleen privaat terrein, maar ook de openbare ruimte, zoals dat ook in het onderhavige plangebied het geval is. Na oplevering neemt de gemeente de openbare ruimte in beheer en eigendom over. Daarom is het belangrijk dat de gemeente vooraf kan aangeven welk kwaliteitsniveau zij wenst. Om tijdens de contractvorming al inzicht te hebben in de wensen van de gemeente ten aanzien van de te ontwikkelen openbare ruimte, is een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) opgesteld. De inrichting van de openbare ruimte in het plangebied geschiedt conform de in de LIOR gestelde eisen. De inrichting van de openbare ruimte in het plangebied geschiedt conform de in de LIOR gestelde eisen. Eventuele afwijkingen zijn uitsluitend mogelijk na goedkeuring van de gemeente. 3.5.6
Bomenbeleidsplan
De gemeente Hoorn wil een groene stad zijn en blijven. Om deze ambitie waar te maken, is in 2009 het bomenbeleidsplan vastgesteld. Het bomenbeleidsplan steunt op het groenbeleidsplan uit 2004. Centraal in het boombeleid van Hoorn staat het beschermen van het huidige en toekomstige bomenbestand en het scheppen van voorwaarden voor een optimale ontwikkeling en verzorging van bomen. Het gekozen motto daarbij is: "ruimte voor bomen". De bomenkaart vormt de onderlegger voor het Bomenbeleidsplan. De belangrijke huidige en gewenste boomstructuren zijn vastgelegd op kaart. Deze boomstructuren zijn onderverdeeld in hoofdstructuur, secundaire structuur en het wijkgroen en parkgroen. De hoofdstructuur valt grotendeels samen met de ontsluitingsstructuur vanuit de wijken en de stad. De secundaire structuur bestaat uit een aantal lange routes door de wijk langs wegen, fietspaden en watergangen. Langs deze routes staan beeldbepalende boomrijen. Hoorn zet zich in voor het handhaven en optimaliseren van deze boomstructuren. Er wordt een prioriteitenlijst gemaakt van structuren die moeten worden verbeterd. Op kaart zijn ook de parken weergegeven, maar de overige bomen in de wijken zijn niet ingetekend.
23
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Figuur 3.1: Uitsnede bomenkaart met in rode vlak globale ligging van plangebied (bron: gemeente Hoorn)
Figuur 3.2: Bomenfonds (bron: gemeente Hoorn)
24
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Voor het rooien van de bomen moet een aanvraag omgevingsvergunning worden aangevraagd. In de regels van het TAM-plan is geregeld dat 1,3 bomen per woning moeten worden gerealiseerd. Voor extra bescherming van het huidige bomenbestand gebruikt Hoorn een aantal instrumenten. Bij bouwen aanlegwerkzaamheden moet een Bomen Effect Analyse worden uitgevoerd voordat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Met de Bomen Effect Analyse wordt uitgezocht wat de gevolgen zijn van de werkzaamheden op de aanwezige bomen. Van daaruit kan men nagaan of het zin heeft om deze bomen op die locatie te handhaven, en zo ja, hoe ze in stand kunnen worden gehouden. Daarnaast wordt bij bouw- en aanlegwerkzaamheden of bij de aanplant van bomen gewerkt conform de LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) en worden aannemers gewezen op de ‘10 geboden voor aanleg- en bouwwerkzaamheden’ van de Bomenstichting. De LIOR is een handleiding voor werkzaamheden in de openbare ruimte, bedoeld voor het opstellen en uitvoeren van bestekken. In de LIOR zijn paragrafen gewijd aan de aanplant van bomen en werkzaamheden bij bomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen krijgen bomen een prominente plaats. De gemeente Hoorn gaat werken met een bomenbalans, waarop de bomen worden aangegeven die zijn verdwenen en zijn aangeplant. Voor nieuwe bouwlocaties hanteert de gemeente een bomennorm.
Dat houdt in dat Hoorn 1,3 bomen per woning zal planten, gelijk aan het huidige gemiddelde aantal bomen per woning. In het beleid wordt verder nog ingegaan op de gemeentelijke zorgplicht en op monumentale bomen. In het plangebied zijn geen monumentale bomen aanwezig. In dit kader is ook geen Bomen Effect Analyse uitgevoerd. De bomen langs het voormalige tracé van de IJsselweg in A zuid zijn benoemd als hoofdstructuur. Dit deel van de IJsselweg in A zuid is met de ontwikkeling van Bangert Oosterpolder komen te vervallen, waarbij tevens de bomenstructuur, als begeleiding van de voormalige IJsselweg, is komen te vervallen. De Strip heeft de functie als ontsluitingsweg overgenomen, waarbij de bomenrijen langs De Strip de functie als hoofdstructuur hebben overgenomen. In overleg met de buurtbewoners is gekozen de bomen aan de westzijde (aan de kant van Zuiderhout) te behouden. De bomen aan de oostzijde van het voormalig tracé komen te vervallen. Er wordt in het plan voldaan aan de norm van 1,3 bomen per nieuwe woning. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regeling van dit wijzigingsbesluit. 3.5.7
Hoornse Hoogte
De gemeente heeft in overleg met de stad de visie ‘Hoornse Hoogte’ opgesteld (vastgesteld door de raad op 08-02-2022). Dit is een visie op stedelijke groei en hoogbouw in Hoorn. In de visie wordt onderscheid gemaakt tussen vier verschillende gebieden. Het plangebied is gelegen in een gebied dat is aangewezen als groene woonbuurt. In groene woonbuurten komt bij wijkwinkelcentra of aan doorgaande ontsluitingswegen hogere bebouwing voor. Als in dit gebied in een hogere dichtheid gebouwd wordt, zal dat altijd onder de voorwaarde zijn, dat dit in een ruime groene setting gebeurt. Het plan bestaat uit de realisatie van voornamelijk grondgebonden woningbouw en enkele appartementen. Er is geen sprake van een hoge dichtheid of veel hoge bebouwing. Zie voor een toelichting op het woningbouwprogramma paragraaf 2.2.
25
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Hoofdstuk 4
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
4.1
Omgevingsveiligheid
4.1.1
Wettelijk kader
Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen en locaties worden bij het ruimtelijk besluit in acht genomen. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij het groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht.
Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). De aandachtsgebieden zijn onder te verdelen in: Brandaandachtsgebieden (BAG) Een BAG is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 bedraagt. Explosieaandachtsgebied (EAG) Een EAG is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (een BLEVE), de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m2 is, en; een explosie, anders dan onder a, waarvan de overdruk ten hoogste 10 kPa is.
Gifwolkaandachtsgebied (GAG) Een GAG is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste de bij ministeriële regeling bepaalde vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof. Als het GAG groter is dan 1,5 km wordt het GAG tot deze afstand begrensd in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. De volledige GAG is verder wel relevant voor bijvoorbeeld crisiscommunicatie en kan dus niet beschouwd worden als niet relevant.
26
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikelen 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl). Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Een gemeente mag hier wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties de volgende aspecten van belang: Beperkingen in het belemmeringengebied van buisleidingen: paragraaf 5.1.2.3 Bkl; Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: paragraaf 5.1.2.4 Bkl; Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (paragraaf 5.1.2.5 Bkl); Veiligheid rond luchthavens (paragraaf 5.1.2.6 Bkl).