Samenvatting meningvormende bespreking Omgevingswet - Participatie in de fysieke leefomgeving (16 november 2021)
Tekst van het document
Algemene raadscommissie d.d. 16 november 2021 Onderwerp: Zaaknr.:
Meningvormend: Omgevingswet - Participatie in de fysieke leefomgeving 1904936
Conclusie: de commissie heeft 5 vragen voorgelegd gekregen om een mening te vormen over het proces m.b.t. participatie binnen de omgevingswet, één van de belangrijkste elementen binnen de omgevingswet. Met de input vanuit de commissie wordt het beleid verder vorm gegeven.
Hoofdlijn discussie commissie De commissie is op diverse momenten intensief meegenomen in de ontwikkelingen m.b.t. de omgevingswet. Nu wordt gevraagd om naar aanleiding van 5 vragen de wethouder input te geven voor het verdere vormgeven van de Participatie in de fysieke leefomgeving. In het algemeen pleit de commissie het goed borgen van de participatie, het stellen van duidelijke en heldere kaders zonder onderscheid waar je woont en het in een vroeg stadium betrekken van belanghebbenden. Daarnaast wordt benadrukt dat het veelvuldig evalueren, bijsturen en finetunen van dit beleid noodzakelijk is. Verder moet participatie geen doel op zich zijn, maar een middel aan de voorkant om te komen tot goede besluitvorming. Na besluitvorming staat altijd nog de formele weg open. Vraag 1: Worden naar de mening van de commissie de goede uitgangspunten voor participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen in Hoorn benoemd? De commissie onderschrijft het ‘Ja, mits…’ uitgangspunt. Benadrukt wordt dat de raad bij gevoelige onderwerpen en bij grote projecten in een vroeg stadium betrokken moet worden. Het telkens evalueren van de uitgangspunten en goede terugkoppeling is noodzakelijk. Vraag 2: Wil de commissie participatie voor de initiatiefnemer als standaard hanteren? Fractie GroenLinks heeft nog geen keuze gemaakt.
De overige fracties zijn verdeel dover 2 opties: Optie 1 We verwachten van iedere initiatiefnemer participatie, en verplichten het bij plannen die buiten het omgevingsplan vallen Fracties CDA, Sociaal Hoorn, ChristenUnie, Tonnaer en Hoorn Lokaal pleiten voor optie 1. De participatie aan de voorkant is ontzettend belangrijk, zeker met naaste buren en belanghebbenden. De gemeente zou hierin een controlerende taak kunnen hebben bij plannen van initiatiefnemers. Optie 2 Participatie alleen verplichten bij initiatieven waarvoor het adviesrecht geldt Fracties VVD, D66, PvdA en EénHoorn zien bij heldere kaders aan de voorkant in het omgevingsplan geen noodzaak tot meer participatie dan nu verplicht. Hiermee wordt ook een kortere doorlooptijd (van 26 naar 8 weken) gefaciliteerd. Vraag 3: Hoe denkt de commissie over de aanpak participatie bij de omgevingstafel? De commissie staat positief tegenover het inzetten van een participatiedeskundige bij de omgevingstafel en initiatieven waarbij een grote omgevingsbetrokkenheid aanwezig is. Hiermee wordt aangesloten bij de handleiding van de VNG om alle betrokkenen aan de omgevingstafel te hebben. Daarbij wordt deze rol met name gezien als coach. Daarnaast wordt geopperd ook belangenorganisaties, huurcommissies en de wijk overleggen e/o -manager aan tafel te vragen.
Vraag 4: Hoe denkt de commissie over de aanpak participatie bij de projecten? Er worden drie fasen doorlopen tot het moment dat de planologische procedure start: oriëntatiefase, initiatieffase en definitiefase, waarbij gepleit wordt voor een duidelijke omschrijving en een duidelijk onderscheid in de fases. De commissie is positief over het volgen van deze fases en vraagt in hoeverre de VNG handleiding wordt aangehouden. Ook wordt aangegeven dat participatie in de oriëntatiefase, zo vroeg mogelijk in het proces, de wens is.
1/2
Vraag 5: Welke overige ingrediënten wil de commissie meegeven voor het participatiebeleid? Een aantal ingrediënten worden meegegeven: Fractie CDA oppert dat een wethouder participatie in de portefeuille krijgt. Fractie DRP ziet het referendum als goed middel om alle inwoners betrekken bij belangrijkste beslispunten in de stad. Fractie VVD ziet bij het vormgeven van het beleid de rol van inwoners en bedrijven en oppert deze actief te betrekken. Daarnaast dient het participatiebeleid kort bondig en in Helder Hoorns op een toegankelijke manier op de website gepubliceerd worden. Duidelijk moet zijn wie welke rol heeft op welk moment. Fractie Hoorn Lokaal benadrukt een goed onderzoek naar de participatiedeskundige. Fractie D66 ziet kansen in het aantrekkelijk maken van participatie voor initiatiefnemers en wijst op de balans tussen objectiviteit en participatie binnen de organisatie. Fractie PvdA vraagt de wethouder wat het college heeft opgehaald qua wensen van de inwoners en uit reflexie op eigen dossiers.
Reactie wethouder Wethouder Helling neemt kennis van de input, met speciale aandacht voor het evalueren en bijsturen van het beleid. M.b.t. optie 1 of 2 merkt de wethouder op dat er een spanningsveld ligt tussen zoveel mogelijk participatie en het eenvoudiger en sneller doorlopen van processen. In de huidige situatie is participatie vaak niet aan de orde en daarbij voegt niet altijd iets toe. Over de rol van de participatiedeskundige merkt wethouder Helling op dat dit maatwerk per project kan zijn. Over de concrete invulling van de functie staat nog niets vast. De bedoeling is wel om juist informeel het gesprek aan te gaan, zonder direct in de reguliere, juridische procedures te vervallen. Het creëren van draagvlak is geen doel, maar wel om de feiten en omstandigheden zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen. In o.a. de Poort van Hoorn is de participatiedeskundige ingezet om de stem van de burgers in een vroeg stadium aan tafel te hebben. Ook in andere project wordt geoefend met de omgevingstafel, waaruit veel leerpunten naar voren komen. Zo ligt er een rol voor de gemeente om als toehoorder een veilige omgeving te creëren voor de burger als een initiatiefnemer zijn plannen presenteert. De gemeente heeft als rol nog niets te vinden van de plannen. Er is alleen uitgesproken dat er op een bepaalde plek een ontwikkeling mogelijk is.
Ook de overige suggesties vanuit de commissie neemt de wethouder mee ter afweging bij het tot stand komen van het beleid, waarbij het model van de VNG wordt meegenomen.
Arnica Gortzak, voorzitter
Judith van Kwawegen, commissiegriffier
2/2