Samenvatting meningvormende bespreking financieel perspectief 8 06 2021
Tekst van het document
Algemene raadscommissie d.d. 8 juni 2021 Onderwerp: Meningvormende bespreking Financieel perspectief Zaaknr.: Conclusie commissie Er lijkt zich een meerderheid af te tekenen om nieuwe ruimtevragers voorlopig helemaal niet in behandeling te nemen, dus de posten die op PM staan in de (concept) Kadernota. En om de al bestaande ruimtevragers nog eens goed onder de loep te nemen. Maar enkele partijen zien liever helemaal een stop, of een voorlopig stilleggen van uitgaven tot structurele tegemoetkomingen vanuit het Rijk bekend worden. Als landelijke taken uitgesteld worden, zoals bij de Omgevingswet, dan zijn sommige partijen ervoor om uitvoering van die taken ook iets door te schuiven, vanwege het opschuiven van de bijbehorende kapitaallasten. De commissie geeft wel unaniem aan de wethouder door te gaan met druk uitoefenen op het Rijk om te komen tot meer vergoedingen van medebewindstaken: na de Jeugdwet bedoelt men dan de Omgevingswet, de energietransitie en de WMO/Participatiewet. En om te bekijken hoe daarbij huidige uitgaven omlaag kunnen worden gebracht. Reactie van het college In een reactie geeft de wethouder aan dat het college al in de geest van de conclusie van de commissie aan het handelen is, en dat zal blijven doen. Zij ziet verder een meerderheid op vraag 1. waar het gaat om het zoeken naar de incidentele oplossingen in reserves.
Zij is verder blij met de incidentele tegemoetkoming in 2022, maar het blijft nodig om in 2023 te zoeken naar bezuinigingsopties. Zij zal die in beeld gaan brengen, maar dan alleen om bezuinigingsmogelijkheden mee te kunnen geven aan een nieuwe coalitie, zodat die dan niet helemaal van voren af aan hoeven te beginnen. Over de randvoorwaarden hierbij heeft zij meerdere goede suggesties gehoord van partijen. Zij is er verder van overtuigd dat het Rijk wel over de brug zal moeten komen met structurele tegemoetkomingen. Het is alleen afwachten hoeveel dit zal zijn. Verder ziet zij verdeeldheid over al dan niet doorgaan met projecten. Zij vindt dat je altijd moet blijven investeren in de stad, daar zijn ook al besluiten over genomen door de raad. Nieuwe investeringen zouden mogelijk wel (tijdelijk) on hold gezet kunnen worden. Zij wijst erop dat er nog aardig wat financiële besluiten aankomen. Welke prioriteiten er daarbij moeten komen, daar is de raad nu aan zet. Bij de KN leidt dit dus tot een nadere prioritering.
Samenvatting debat De commissie is verdeeld met betrekking tot alle door het college voorgelegde vragen. Er lijkt een kleine meerderheid positief over vraag 1. met betrekking tot het incidenteel oplossen van financiële tekorten door middel van incidentele inzet uit de bestemmingsreserves. Maar veel partijen (CDA, D66, SH) die aangeven hiermee akkoord te zullen gaan bij de behandeling van de Kadernota, zien dit soort financieel beleid toch als een risico voor de financiële stabiliteit van de gemeente op lange termijn. Oppositiepartijen geven aan dat er al veel eerder waarschuwingen zijn afgegeven dat het huidige college geen keuzes maakt, en denkt dat de financiële middelen oneindig zijn. deze partijen (Eénhoorn, PvdA, DRP, Fractie Verdonk, Fractie Koekkoek) vinden dat het college zijn verantwoordelijkheid niet heeft genomen en niet neemt. Deze partijen vinden dat het college de problemen doorschuift en niet durft aan te pakken. Alle coalitiefracties, behalve Fractie Tonnaer, en Hoorn Lokaal, zien graag dat door wordt gegaan met belangrijke investeringen voor de stad. Zelfs als dit alleen kan door belastingverhogingen. Niet alle fracties zijn overigens voor OZB-verhogingen. Men ziet eerder 1/2
iets in het verlagen van uitgaven. VVD noemt bijvoorbeeld het stoppen met inhuur van externen. En om die reden geven sommige fracties (SH, HL, VVD) aan dat bij de Kadernota een prioritering moet worden gemaakt. Sommige lopende projecten moeten door kunnen gaan, maar andere projecten mogelijk niet. Naast Fractie Tonnaer is ook de DRP voor het stilleggen van alle grote projecten. Maar de meningen over welke projecten wel zouden kunnen doorgaan, en welke mogelijk niet (vraag 2.), zijn binnen de commissie zeer verdeeld. De wethouder geeft aan dat de Kadernota een aanloop is naar de begroting en dat er in die zin welk nog ruimte is voor debat. (Vraag 3.) De commissie is ook verdeeld over de aanvullende randvoorwaarden voor het financiële beleid en de financiële positie van de gemeente: er is een meerderheid die bij de Kadernota zal kiezen voor het uitwerken van mogelijke bezuinigingsopties voor het jaar 2023 en verder. Ook over vraag 4. is er geen unanimiteit. Sommige partijen (GroenLinks, CU, HL) vinden dat je al een begin moet maken met op zijn minst kijken naar serieuze opties van bezuinigingen. Moeilijke keuzes vragen dit, en men vindt juist dat dat mogelijk grote ingrepen later voorkomt. Mits je de stappen wel kunt uitleggen aan de stad en de inwoners. Het moet ook ten goede komen aan de stad, het moeten waardevolle investeringen zijn.
Andere partijen (CDA, Eénhoorn) vinden wel dat je kunt kijken naar mogelijke opbrengsten maar dat je daarover niet al kunt besluiten. Dus niet over je ‘graf heen regeren’ als raad. Men ziet dit laatste als een no-go, omdat het nieuwe college en de nieuwe raad daarover gaan. Toezeggingen uitzoeken n.a.v. vragen: Vraag van raadslid Bennis (CDA): hoeveel x-bedrag OZB verhoging levert hoeveel kapitaallasten op? Want dat kunnen we weer investeren in de stad.
Bert van Dijkhuizen, voorzitter
Jan Hoek, commissiegriffier
2/2