Raadsvoorstel Vaststellen Verordening op de ruimtelijke adviescommissie (RAC) Hoorn 2022
Tekst van het document
GEMEENTE HOORN
Raadsvoorstel Zaaknummer: 1870886 Steller: R. Stocker/ J. Eilander - Blom Datum commissie: Datum raadsvergadering:
Team: JA Teammanager: R. Stöcker Portefeuillehouder: S. Bashara en A.Helling E-mail: j.eilander@hoorn.nl
Onderwerp Vaststellen Verordening op de ruimtelijke adviescommissie (RAC) Hoorn 2022
Agendering Ter besluitvorming
Bijlagen 1 Verordening op de ruimtelijke adviescommissie Hoorn 2022 2
3 4 5
De raad besluit 1. De Verordening op de ruimtelijke adviescommissie Hoorn 2022 vast te stellen, waarvan de hoofdpunten zijn: a. De basis voor het kunnen instellen van de verplichte ruimtelijke adviescommissie bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet; b. Het vastleggen van de minimale eisen waar deze commissie aan moet voldoen; c. Ervoor zorgen dat de nieuwe commissie kan blijven adviseren over de regels uit onder andere de welstandsnota en het bestemmingsplan omdat deze bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet automatisch overgaan in het tijdelijke Omgevingsplan. 2. De verordening gelijktijdig met de Omgevingswet in werking te laten treden. 3. Het college opdracht te geven om de instelling van de commissie voor te bereiden. 4. Het college opdracht te geven om een jaar na inwerkingtreding een evaluatie van de verordening aan de raad aan te bieden. Samenvatting Als, volgens de huidige planning, op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking treedt is het voor gemeenten met rijksmonumenten verplicht een adviescommissie op de omgevingskwaliteit in te stellen. Hoorn heeft een groot aantal rijksmonumenten. De taken en bevoegdheden van de huidige adviescommissie vervallen automatisch op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Het is dus noodzakelijk dat er per 1 januari 2022 een nieuwe commissie is ingesteld.
Om deze commissie in te kunnen stellen, moet er een verordening door de raad worden vastgesteld die de basis is voor het kunnen instellen van de commissie, het benoemen van de leden en de minimale eisen waar de commissie aan moet voldoen. Als de Omgevingswet in werking treedt zullen ook automatisch de bestaande regels uit het bestemmingsplan en de welstandsnota overgaan in het tijdelijke Omgevingsplan. Dit plan is tijdelijk totdat er uiterlijk in 2029 een definitief Omgevingsplan wordt vastgesteld. Zeker tot die tijd is het van belang dat er een commissie is die kan blijven adviseren over bouwplannen die worden ingediend. De verordening geeft de mogelijkheid om een commissie in te stellen die adviezen kan geven op grond van de huidige kaders die automatisch overgaan in het Omgevingsplan en geeft de ruimte om adviezen kunnen geven onder het nog op te stellen, definitieve Omgevingsplan.
1/4
GEMEENTE HOORN
1.
Inleiding: reden van het voorstel
Aanleiding De gemeenteraad moet voor het inwerkingtreden van de Omgevingswet op 1 januari 2022 een gemeentelijke adviescommissie op het gebied van de omgevingskwaliteit instellen. Belang Het is van belang om aan de wettelijke eisen te voldoen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet op, naar verwachting, 1 januari 2022. Centrale vraag Hoe wil de gemeenteraad voldoen aan de wettelijke eis om een gemeentelijke adviescommissie voor de omgevingskwaliteit in te stellen? 2. Beoogd maatschappelijk resultaat Met het vaststellen van de verordening op de ruimtelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit wordt vastgesteld welke plannen voor advies worden voorgelegd aan de commissie. 3. Bijdrage aan de duurzaamheidsambitie Dit voorstel levert geen bijdrage aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente Hoorn. 4. Kaders Omgevingswet: Als de Omgevingswet in werking treedt, moeten gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen (art. 17.9 Omgevingswet). De taken en bevoegdheden van de huidige commissie voor Monumenten en Welstand vervallen automatisch. In de artikelen 17.7 en 17.8 staat dat de gemeenteraad het aantal leden en de benoemingstermijn vaststelt en de leden kan benoemen en ontslaan. De taken van de gemeentelijke adviescommissie zijn in de Omgevingswet in verschillende artikelen omschreven. De gemeentelijke adviescommissie adviseert over: 1.
aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2. aanvragen voor een omgevingsvergunning voor andere activiteiten die door de gemeenteraad aangewezen zijn, of als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet; 3. het ontwikkelen van beleid voor de fysieke leefomgeving als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet; Welstandsnota: Ook de overgangsbepalingen met betrekking tot welstand of het uiterlijk van bouwwerken worden geregeld in de Invoeringswet en het Invoeringsbesluit. Er is bepaald dat de huidige welstandsnota in het tijdelijke omgevingsplan geldt als beleidsregel voor het uiterlijk van bouwwerken zoals bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Huidige commissie voor Monumenten en Welstand: De instelling van de huidige commissie voor Monumenten en Welstand is geregeld in het Instellingsbesluit commissie voor Monumenten en Welstand. De benoeming van de welstandsleden is gedelegeerd aan het college. De benoeming van de monumentenleden is op grond van de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening van de gemeente Hoorn een bevoegdheid van het college. De huidige commissie voor Monumenten en Welstand adviseert op het gebied van de gemeentelijke monumentenzorg, welstand en ruimtelijke kwaliteit.
Zaaknummer: 1870886
HTS GEMEENTE HOORN
5. Argumenten Wettelijke verplichting vanuit de Omgevingswet Hoorn heeft een groot aantal rijksmonumenten. Het instellen van een adviescommissie is voor Hoorn om die reden verplicht. Voor de samenstelling van de commissie is het nodig dat enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg, en in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Dit betekent dat de commissie ten minste moet beschikken over enkele leden die deskundig zijn op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie en restauratie. Daarnaast is het mogelijk de commissie uit te breiden met adviseurs op andere gebieden als landschap en stedenbouw. De Omgevingswet vereist ook dat de leden van de ruimtelijke adviescommissie worden benoemd door de gemeenteraad. Leden van het gemeentebestuur kunnen geen lid zijn van de commissie. Informatieve sessie aan de raad 26 april 2021 Tijdens een sessie op 26 april 2021 zijn de plannen ten aanzien van het instellen van de nieuwe ruimtelijke adviescommissie besproken in de raad. Daarbij zijn onder andere de volgende punten naar voren gekomen: •
•
•
•
De denkrichting is dat welstandscriteria (nu in de Welstandsnota) beleidsarm overgaan naar het omgevingsplan. De criteria zoals nu beschreven in de Welstandsnota kunnen alleen worden toegepast door professionals uit wat nu de commissie voor Monumenten en Welstand heet. Het zijn namelijk vakgerichte regels, geen toepasbare regels (jargon voor regels die iedereen begrijpt, iedereen kan toepassen). Beleidsarm overgaan heeft tot gevolg dat de ruimtelijke adviescommissie (vooralsnog) dezelfde adviesrol houdt als nu de commissie voor Monumenten en Welstand heeft. Adviseurs uit de ruimtelijke adviescommissie schuiven zo vroeg mogelijk in het proces aan. Dus: bij de intaketafel (grote plannen) en/of de omgevingstafel. Het hele proces rond omgevingstafel wordt op dit moment overigens nog uitgewerkt. Het is dus niet de bedoeling dat plannen, nadat ze in omgevingstafel zijn geweest, worden voorgelegd aan de ruimtelijke adviescommissie. Adviseurs van de adviescommissie schuiven aan in de omgevingstafel. Het streven onder de Omgevingswet is wel om op termijn te komen tot toepasbare regels (door iedereen te begrijpen regels) in plaats van vakgerichte regels en dat zou dan moeten worden vastgelegd in het omgevingsplan. Ook is het mogelijk deze toepasbare regels breder te maken dan alleen welstand. In de Omgevingswet gaat het immers om ruimtelijke kwaliteit.
Het omgevingsplan wordt gebruikt voor de toetsing op ruimtelijke kwaliteit. Het opstellen van duidelijke omgevingsplannen is dus essentieel. Als het omgevingsplan veel toepasbare regels gaat bevatten, kan dit op termijn ook betekenen dat de Verordening Ruimtelijke Adviescommissie wordt aangepast (bijvoorbeeld: minder brede samenstelling nodig).
Van Commissie voor Monumenten en Welstand naar Ruimtelijke adviescommissie De bepalingen over de benoeming en samenstelling van de adviescommissie(s) in de Erfgoedwet en de Woningwet vervallen. Daarvoor in de plaats komen de bepalingen over de Ruimtelijke adviescommissie in de Omgevingswet. Er moet een nieuwe commissie worden ingesteld op grond van de Omgevingswet. Daarom vallen de huidige adviescommissies of adviseurs voor cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit niet onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. De bepalingen over de adviescommissies uit de erfgoedverordening en de bouwverordening worden grotendeels omgezet in de nieuwe verordening. Het voorstel is om beleidsarm over te gaan naar de Omgevingswet. Dit voorstel is ook besproken tijdens de informatieve sessie met de raad op 26 april 2021, daarbij is het beleidsarm overgaan ook als punt naar voren gekomen. Beleidsarm overgaan betekent dat het huidige beleid en werkwijze ook onder de Omgevingswet wordt voortgezet. De huidige Welstandsnota zal bijvoorbeeld 1 op 1 gelden als beleid bij het omgevingsplan (onder de Omgevingswet worden in het omgevingsplan alleen de ruimtelijke aspecten opgenomen). Dit 3/4
13 GEMEENTE GEMEEI HOORN heeft ook invloed op de inrichting van de nieuwe Ruimtelijke adviescommissie. De nieuwe commissie zal aan bestaand beleid toetsen, deze toets vraagt daarom geen wijziging van het benodigde advies. Wel zal het moment van de advisering aan de aanvragers onder de Omgevingswet verplaatsen naar de omgevingstafel dan wel een andere vorm van vooroverleg. Dit interne behandelingsproces wordt nog uitgewerkt, maar is geen onderdeel van de deze verordening. Hier wordt u apart over geïnformeerd. Met het vaststellen van de verordening worden er nog geen leden aangesteld. Het voorstel voor het aanstellen van de adviseurs wordt op een later tijdstip aan u aangeboden. 6. Maatschappelijk draagvlak Het vaststellen van de verordening is deels een wettelijke verplichting, dit onderdeel is om die reden niet maatschappelijk onderzocht. De verdere invulling van de verordening is tijdens een informatie bijeenkomst aan de raad toegelicht. De invulling van de RAC is daarnaast met de leden van de huidige commissie voor Monumenten en Welstand en Vereniging Oud Hoorn besproken. Uit deze gesprekken zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. 7. Financiële consequenties Het vaststellen van de verordening heeft geen financiële consequenties. 8. Communicatie De vastgestelde verordening wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt.
Een jaar na inwerkingtreding van de verordening wordt deze geëvalueerd. 9. Realisatie Wanneer wordt besloten om de verordening vast te stellen, kan er met de voorbereiding voor de invulling van de nieuwe commissie worden gestart. Dit houdt in dat er een Reglement van Orde voor de commissie wordt opgesteld en een Instellingsbesluit met de daarbij behorende benoemingsbesluiten. Deze voorstellen zullen later in het jaar ter besluitvorming aan de raad en het college worden voorgelegd.
Hoorn,
2 5 MEI 2021
Zaaknummer: 1870886 4/4
.
35
'ITS GEMEEN' HOORN
Betreft: Verordening op de ruimtelijke adviescommissie Hoorn 2022
De Raad van de gemeente Hoorn gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - commissie : gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Ruimtelijke adviescommissie Hoorn; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - wet: de Omgevingswet.
Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 °. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2°. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk of provinciaal monument of een gemeentelijk of provinciaal monument; 3". een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4°. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet, of over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument of een functie aanduiding anders dan gemeentelijk monument die betrekking heeft op cultureel erfgoed op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; d. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48 van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; e. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces;
Zaaknummer 1870886
f. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; g. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed [en werelderfgoed] en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; h. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet [of: de Verordening Fysieke Leefomgeving] d\e een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten.
Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 lot en met 3°, en onder b.
Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal 7 leden, de voorzitter daaronder begrepen. Bij incidentele afwezigheid van een lid wordt hij/zij vervangen door een deskundige met gelijkwaardig profiel uit het 'Register van plaatsvervangers' van de Stichting Mooi Noord-Holland. 2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering. 3. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 5. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en architectuur. 6. De leden van de welstandscommissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Artikel 5. Benoeming 1. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste vier jaar worden benoemd. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn vier jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen.
Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. Het secretariaat van de commissie berust bij Stichting MOOI Noord-Holland. 2. Het secretariaat wordt bij de uitoefening van zijn taak rechtstreeks aangestuurd door de voorzitter.
Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet Zaaknummer: 1870886
openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2 . De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3. De commissie kan slechts adviseren bij aanwezigheid van minimaal drie leden, waaronder tenminste een architectlid en een monumentenlid, tenzij er sprake is van gemandateerde advisering. 4. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument of een activiteit voor een provinciaal of gemeentelijk monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 5. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 9.
Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan in afwijking van artikel 8 en onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. Hiertoe neemt de commissie een mandaatbesluit. Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. Artikel 11. Verwerking van het advies In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.
Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. Het college stelt de werkwijze van de commissie binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c; b. de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f; c. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d. de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e. de notulering en dossiervorming; f. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g. de instelling van subcommissies; h. het aanwijzen van de voorzitter en zijn/haar taken; i. de werkwijze en registratie bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9;
Zaaknummer: 1870886
3/4
Artikel 13. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 14. Vergoeding De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een vergoeding zoals geregeld in het Reglement van Orde.
Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. Het conceptverslag is vóór 1 april gereed. Na evaluatieoverleg met de wethouder wordt het definitieve verslag aangeboden aan de gemeenteraad. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.
Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Vervallen oude regeling 1. De regels met betrekking tot de commissie in Hoofdstuk 9 van de Bouwverordening Hoorn en artikel 7 van de Erfgoedverordening komen te vervallen. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de ruimtelijke adviescommissie Hoorn 2022
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van
De voorzitter,
De griffier,
Zaaknummer: 1870886