CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Keuze voorkeursvariant vernieuwing Westfries Museum

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente HoornBij agendapunt: Keuze voorkeursvariant vernieuwing Westfries Museum4.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer: 1863909 Steller: D. van der Vaart E-mail: d.vd.vaart@hoorn.nl

Team: PM Teammanager: Henk de Bruijn Portefeuillehouder: S. Bashara

Onderwerp Keuze voorkeursvariant vernieuwing Westfries Museum

Agendering Ter besluitvorming Bijlagen 1 Projectplan vernieuwing WFM mei 2020 2 Second opinion BMC april 2020 3 Programma van Eisen TPHAG 5 april 2020 4 Financiën

De raad besluit 1. Variant 3 of 4 als voorkeursvariant aan te wijzen. Met daarin het herstellen van de fundering, het verduurzamen, het toegankelijk maken en het samenvoegen van Roode Steen 15 inclusief het realiseren van een kelder voor wisselexposities; 2. bij de Kadernota 2021 een integrale afweging te maken over het beschikbaar stellen van de benodigde financiële middelen. Voor variant 3 is dit een jaarlijkse kapitaallast van € 520.000 en voor variant 4 € 540.000. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met eenmalige kosten van € 1.280.000; 3. na het beschikbaar stellen van de benodigde financiële middelen starten met de ontwerpfase; voorbereiding ontwerp en aanbesteding. Samenvatting In 2020 heeft de raad opdracht gegeven om te komen met een sober en doelmatig plan voor de vernieuwing van het Westfries Museum. Deze opdracht is opgepakt en uitgewerkt in verschillende onderdelen: funderingsherstel, verduurzaming, toegankelijk maken en het samenvoegen van het museum met het pand Roode Steen 15. In dit voorstel komt het totaalbeeld van de opdracht terug en is dit in vier verschillende varianten uitgewerkt. De aanpak van het museum is op korte termijn noodzakelijk om verzakking en vervolgschade te voorkomen. Voor de aanpak is er sprake van samenhang en onderlinge afhankelijkheid. Dit maakt dat keuzes voor fasering en prioritering lastig te maken zijn.

De ambitie het museum toekomstgericht te maken en een vernieuwend concept in Hoorn te ontwikkelen is groot. Het draagt bij aan de gewenste ontwikkeling van de stad en vormt een belangrijk visitekaartje voor Hoorn. De structurele jaarlijkse lasten voor deze aanpak liggen tussen € 520.000 en € 540.000. Daarbij is al rekening gehouden met inkomsten en subsidies die zijn verstrekt door Rijk en Provincie voor funderingsherstel en verduurzaming. De begroting biedt op dit moment geen ruimte deze opgave te vertalen naar middelen. Aanleiding Aan het college is op 30 juni 2020 door de raad de opdracht gegeven een sober en doelmatig scenario voor de samenvoeging en vernieuwing van het Westfries museum uit te werken. In dit scenario worden het funderingsherstel en de constructie, het verduurzamen van het museum, het achterstallig onderhoud en het samenvoegen van het pand Roode Steen 15 met het museum meegenomen. Het toegankelijk maken van het museum voor mensen met een beperking is daar aan toegevoegd. De vernieuwing betreft zowel de huisvesting als de museale invulling. Het meest ingrijpend is de voorgestelde bouwkundige aanpak van het monumentale museumcomplex. Deze aanpak is noodzakelijk omdat de museumpanden verzakken. Derhalve moet de fundering binnen drie tot vijf jaar worden 1/10

hersteld. Schade is ook zichtbaar aan de buitenzijde. De natuurstenen beplating van de entreegevel schilfert door scheurvorming af als gevolg van spanning op de gevel. Deze spanning wordt veroorzaakt door de ongelijke zettingen die ook voor scheurvorming in gevels en constructies zorgen. Uitstel van herstel leidt tot grotere schade in de toekomst en tot verlies van reeds toegezegde restauratiesubsidies. Belang Het belang is dat het Westfries Museum met de nodige aanpassingen en vernieuwing klaar is voor de toekomst. Funderingsherstel van de panden Roode Steen 1 en 16 is noodzakelijk om vervolgschade te voorkomen. Uitstel van funderingswerkzaamheden en vervanging van installatietechniek geeft risico’s op schade aan de panden en de collectie van het museum. Daarnaast speelt nog een ander belang. Het naastgelegen pand Roode Steen 15 is uit een legaat verkregen met een verplichting tot een beperkte culturele invulling. Dit pand wordt samengevoegd met het bestaande museum. Centrale vraag Met welk scenario kan het Westfries Museum op een sobere en doelmatige wijze toekomstgericht worden gemaakt? 2. Beoogd maatschappelijk resultaat Een museum dat klaar is voor de toekomst en voldoet aan alle eisen, tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. Het museum is aantrekkelijker en toegankelijker voor een breed en diverser publiek. 3.

Bijdrage aan de duurzaamheidsambitie De panden Roode Steen 1, 15 en 16 en het Achterom 2-4, 6 en 8 worden verduurzaamd. De te nemen maatregelen bestaan uit het isoleren van de daken, gevels en glas en het vervangen van sterk verouderde verwarmings- en luchtbehandelingsinstallaties door duurzame installaties. De nieuwe installaties zijn vraaggestuurd waarbij er nooit meer warmte of koude geleverd wordt dan noodzakelijk is. De huidige installatieonderdelen worden waar mogelijk in de nieuwe situatie hergebruikt en niet versneld afgeschreven. Daarmee voorkomen we kapitaalvernietiging. Door het toepassen van de nieuwe installaties draait het museum na vernieuwing grotendeels op elektriciteit en kunnen meerdere gasaansluitingen worden opgeheven. Ook het oude regenwatergewelf in de tuin van Roode Steen 15 wordt nieuw leven ingeblazen. Deze vangt regenwater afkomstig van de daken op en dit regenwater wordt gebruikt voor het spoelen van de toiletten in het museum. 4. Kaders Legaat van mevrouw De Vicq Carbasius Roode Steen 15 is uit een legaat verkregen. Overeenkomstig het legaat mag het voormalige woonhuis van de familie Carbasius, Roode Steen 15, alleen bestemd worden als:  woning van de burgemeester, commandant van het garnizoen, kantonrechter of griffier;  als bibliotheek; of  als museum.

Hoorn, haven voor creativiteit, uitgangspunten van cultuurbeleid 2012-2020, Raadsbesluit 13 november 2012. De Cultuurnota gaat uit van vier ambities, de vier O’s: ontdekken, ontmoeten, ontwikkelen en ontsluiten. Het Westfries Museum speelt een belangrijke rol bij het invullen van deze vier O’s. ‘Integrale visie voor de binnenstad’, Raadsbesluit 28 juni 2016. Hoorn is een levendige stad voor iedereen. Hoorn bruist en het verleden wordt gekoesterd. Een levendige stad met een historisch centrum en een prachtige ligging aan het water is niet alleen voor de inwoners van Hoorn aantrekkelijk maar ook voor toeristen. Het Westfries Museum speelt hierin een belangrijke rol om kennis te maken met de geschiedenis van Hoorn. Erfgoedvisie 2017-2025, Raadsbesluit 31 januari 2017. Uitgangspunten in de Erfgoedvisie zijn het stimuleren van herbestemming, het aanjagen en faciliteren van het beter beleefbaar en toegankelijk maken van erfgoed en verbinding te leggen met stadspromotie, Zaaknummer: 1863909 2/10

kunst- en cultuur en economische zaken. Het samenvoegen van het pand en de tuin van Roode Steen 15 bij het museum en het toegankelijk maken van de panden dragen hieraan bij. Beschikbaar stellen budget haalbaarheidsstudie ‘Hoorn CS’, Raadsbesluit 14 november 2017. In 2017 is er door het museum een visie ontwikkeld voor de vernieuwing van het Westfries Museum inclusief het pand Roode Steen 15 en de achterliggende tuinen. Deze visie heette “Hoorn CS”. Ook is een Plan van Aanpak opgesteld. Dit bestond uit twee onderdelen 1) een bouwkundig gedeelte en 2) het bedrijfsplan van het Westfries Museum. Het bedrijfsplan omvat een museaal concept en een organisatie- en exploitatieplan. Op 14 november 2017 heeft de raad besloten om geld beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie bij de initiatieffase van het project bestaande uit een Verkennend Programma van Eisen en schetsontwerpen inclusief een grove kostenraming. Informatieve sessie 17 december 2018. Op 17 december 2018 is het Verkennend Programma van Eisen gedeeld met de raad. Dit betrof het bouwkundig gedeelte uit het Plan van Aanpak. De te nemen vervolgstap was om samen met Stichting Architectuur Lokaal te komen tot een ontwerpwedstrijd. Deze wedstrijd moest een winnend voorlopig schetsontwerp en de daarbij behorende grove kostenraming opleveren. Toegankelijkheid, Algemene raadscommissie 16 april 2019.

Het betreft de toegankelijkheid van de openbare ruimte en gebouwen. De conclusie is dat de gemeente de openbare ruimte en de gebouwen moet aanpassen voor mensen met een beperking. In het voorstel zijn een aantal scenario’s uitgeschreven over het tempo en de prioritering van aanpassingen. De commissie benadrukt de urgentie van het probleem. De toegankelijkheid voor mindervaliden in het huidige museum is beperkt. Het museum bestaat uit zeven oorspronkelijke gebouwen met verschillende vloerniveaus. Informatieve sessie 12 mei 2020. Doordat de ontwerpwedstrijd meer ging kosten dan voorzien, er externe deskundigheid nodig was voor het bedrijfsplan en de coronacrisis zich voltrok, zijn er tijdens een informatieve bijeenkomst met de raad op 12 mei 2020 twee opties toegelicht: 1. doorgaan met de huidige ontwerpwedstrijd; of 2. eerst een financieel besluit voorbereiden en de € 100.000 euro die in de begroting 2020 stond opgenomen hiervoor vrij vragen en aanwenden. Op basis van deze sessie is een raadsvoorstel opgesteld over het ‘Vrijgeven van ruimtevrager van € 100.000 ten behoeve van voorbereidingskrediet vernieuwing Westfries Museum’. Dit voorstel is besproken in de algemene raadscommissie van 16 juni 2020. Het is dit raadsvoorstel/-besluit dat op 30 juni is geamendeerd. Essentie amendering: raad geeft opdracht om sober en doelmatig scenario uit te werken.

Vrijgeven ruimtevrager € 100.000 ten behoeve van voorbereidingskrediet vernieuwing Westfries Museum, Raadsbesluit 30 juni 2020. Op 30 juni 2020 is krediet door de raad vrijgegeven voor de verdere voorbereiding van het projectplan. De financiële positie van de gemeente is zorgelijk en mede daarom moet de samenvoeging van de panden en de vernieuwing van het museum sober en doelmatig worden uitgevoerd. De raad heeft daarom opdracht aan het college gegeven een sober en doelmatig scenario voor samenvoeging en vernieuwing van het museum uit te werken: herstel fundering en constructie, verduurzamen, wegwerken achterstallig onderhoud, samenvoegen pan Roode Steen 15, herinrichting tot één tuin en herstel tuinmuur. 5. Argumenten Museale invulling In samenhang met het ruimtelijke-functionele plan voor de gebouwen, heeft het museum een nieuw en vernieuwend museaal concept ontwikkeld. De vernieuwde museale presentatie wordt uit eigen middelen, toekomstige publieksinkomsten en bijdragen van fondsen en sponsoren gedekt.

3/10

Het museum grijpt het project tevens aan om een inhaal- en verbeterslag te maken op het gebied van de museumcollectie. Het vernieuwde Westfries Museum wordt dankzij dit plan gevarieerder, actueler, digitaler, toegankelijker en aantrekkelijker voor een groter en diverser publiek. De organisatie wordt klantgerichter en zakelijker. Het resultaat is een museum dat een unieke plek inneemt binnen het Nederlandse museumlandschap en dat zijn rol als visitekaartje van de stad en de regio nog beter in kan vullen, waardoor de kans op externe financiering wordt vergroot. In hoofdstuk 4 van het Projectplan (bijlage) wordt dit nader toegelicht. Toekomstbestendig Het Westfries Museum is met de beoogde vernieuwing bouwkundig en museaal toekomstbestendig gemaakt. Door funderingsherstel en vervanging van verwarming- en luchtbehandelingsinstallaties blijven de monumentale panden behouden voor de toekomst. De panden zijn toegankelijk voor mensen met een beperking en verduurzaamd. Roode Steen 15 is toegevoegd aan het museum. Daarnaast is het museale concept, de exploitatie en de organisatie aangepast aan de huidige eisen van deze tijd. Hierdoor gaat het museum mee met zijn tijd en blijft het concurrerend met andere vrijetijdsbestedingen. Door verbreding in het aanbod ontstaat vergroting van publieksbereik.

Het is aantrekkelijker voor jongeren, diverser, toegankelijk voor iedereen en het bezoek stijgt tot 70.000 bezoekers. Dit genereert meer inkomsten en geeft een mooier en beter visitekaartje voor stad en regio. Project De vernieuwing van het Westfries Museum is al met al een veelomvattend en ingrijpend project, waarin de uit te voeren werkzaamheden zeer sterk met elkaar samenhangen. Dat maakt slechts een beperkte fasering mogelijk. Uit oogpunt van efficiëntie kunnen de werkzaamheden het best in samenhang worden uitgevoerd. De uitwerking van de opdracht aan het college heeft geleid tot meerdere varianten voor vernieuwing van het Westfries Museum. Aan de hand hiervan kan de raad een besluit nemen over het plan, de businesscase en de financiële gevolgen ervan. De realisatie is afhankelijk van besluitvorming en uiteindelijk dekking voor de uitvoering van het plan. Op dit moment is uitstel gekregen voor het aanwenden van de Kanjersubsidie van het Rijk en de verduurzamingssubsidie van de Provincie Noord-Holland tot 2023. In dat jaar moeten de onderdelen funderingsherstel en verduurzaming zijn gerealiseerd. Varianten De gegeven opdracht is opgepakt en uitgewerkt. Daaruit zijn vier bouwkundige varianten gekomen die onderstaand worden toegelicht en beschreven met voor- en nadelen.

Zaaknummer: 1863909 4/10

Beschrijving Onderdeel van de opdracht is het samenvoegen van Roode Steen 15 met het bestaande museum en het tevens toegankelijk maken van het gehele museum. Het museum bestaat oorspronkelijk uit zeven panden. Daardoor zijn er vele hoogteverschillen aanwezig. Deze hoogteverschillen worden in het plan ondervangen. De huidige entree van het museum is erg krap en biedt te weinig ruimte. De combinatie met een lift, garderobe en toiletten is slecht in de bestaande entree te passen. Om het museum toegankelijk te maken wordt de ingang verplaatst naar de voorzijde van Roode Steen 16. Daardoor vervalt de bestaande ruimte voor de wisselexposities op die plek. Deze is in de beschikbare panden niet op een andere plek te realiseren in verband met de voorwaarden die aan een dergelijke ruimte gesteld worden. Deze zijn:  Minimale hoogte van een tijdelijke wisselexpositiezaal is 3,4 meter. Maximale hoogte bij variant 1 is 2,7 meter. Een tijdelijke wisselexpositie is essentieel voor het herhalingsbezoek aan het museum en daarmee voor de exploitatie van het museum.  Bij bruikleen gelden extra eisen op het gebied van klimaatbeheersing. Dit is slecht te realiseren bij variant 1 of alleen tegen hoge investeringen.  Een ruimte van minimaal 150 m2. Variant 1 Variant 1 betrekt Roode Steen 15 bij het museum en projecteert de ruimte voor wisselexposities op de eerste verdieping van Roode Steen 16.

Deze ruimte is echter niet geschikt voor een dergelijke functie. De ruimte is niet hoog genoeg en ook niet hoger te maken vanwege het monumentale karakter van het gebouw. Er kan in deze ruimte niet worden voldaan aan de voorwaarden voor klimaatbeheersing die worden gesteld door bruikleengevers. Variant 2 Deze variant bestaat uit het samenvoegen van Roode Steen 15 met een paviljoen in de tuin voor wisselexposities. Het nadeel van deze variant is dat de tuin deels wordt bebouwd. Er dient daarnaast een verbinding te komen zodat bezoekers droog naar het paviljoen kunnen lopen en de 5/10

museale stukken droog heen en weer kunnen worden gebracht. Voor de exploitatie is deze variant minder aantrekkelijk. Dit omdat logistiek en beveiliging complexer zijn dan in de andere varianten. Variant 3 Deze variant voegt de panden eveneens samen en de wisselexpositie wordt ondergebracht in een te realiseren kelder onder Roode Steen 16. Deze variant blijft binnen de bestaande bebouwing, is compacter en de kelder is voor mindervaliden toegankelijk. De kelder wordt volgens de huidige duurzaamheidseisen aangelegd en klimaatbeheersing is eenvoudiger te realiseren.

Variant 4 De variant heeft net als variant 3 een onderkeldering. Deze beslaat een groter deel dan in variant 3 en betreft naast een kelder onder Roode Steen 16 tevens de ruimte onder het pand Roode Steen 15. In deze ruimte zijn naast de wisselexpositie ook toiletvoorzieningen inclusief een ruim mindervalidentoilet en een presentatieruimte opgenomen. Dit is de meest uitgebreide variant.

Conclusie Varianten 3 en 4 met een kelder hebben de voorkeur. De wisselexpositie blijft daarmee binnen de contouren van de bestaande gebouwen. Hierdoor wordt het monumentale karakter van het gebouw behouden en kunnen de aanwezige tuinen benut worden als aantrekkelijke groene ruimte. Bovendien kan het museum doorgroeien naar 70.000 bezoekers per jaar. Iets wat in de huidige situatie of in variant 1 niet kan. De structurele lasten van variant 3 en 4 ontlopen elkaar niet veel. Deze liggen tussen de € 520.000 en € 540.000 per jaar. Ten opzichte van het oorspronkelijk plan Hoorn CS is deze structurele last aanzienlijk lager. Deze kwam uit op € 880.000 per jaar. Zaaknummer: 1863909 6/10

Fasering uitvoering in tijd Bij fasering van de uitvoering in tijd is gekeken naar het eerst realiseren van funderingsherstel en verduurzaming en daarna het uitvoeren van de andere werkzaamheden waaronder de verbinding met Roode Steen 15 en het toegankelijk maken van het museum. Het is theoretisch mogelijk om variant 3 of 4 met een kelder gefaseerd in tijd uit te voeren nadat de fundering is hersteld en de verduurzaming is uitgevoerd. Dit is echter gezien de hoge meerkosten en investeringskosten niet logisch. Een deel van het funderingsherstel moet namelijk bij fasering weer gesloopt worden om de kelder(s) te kunnen realiseren. De meerkosten en investeringskosten van een gefaseerde uitvoering in tijd zijn uitgerekend en bedragen: € 1.850.000 voor de varianten 1 en 2, € 2.190.000 voor variant 3 en € 2.400.000 voor variant 4. Deze bedragen zijn exclusief prijsstijgingen, meerkosten van tweede aanbestedingstraject, inflatiecorrectie en extra directiekosten door het opsplitsen van de opdracht. De meerkosten/hogere investeringen zullen in de praktijk daarom hoger liggen dan de hierboven genoemde indicatieve bedragen. En gefaseerde uitvoering in tijd heeft nadelige gevolgen voor de exploitatie van het museum. Immers een verbinding met Roode Steen 15 is in de eerste fase nog niet tot stand gebracht.

Als later de verbinding alsnog tot stand wordt gebracht moet het museum voor een tweede keer de deuren sluiten en moet de collectie twee keer in- en uitgehuisd worden. Dit heeft risico’s voor de kwetsbare collectie en levert daarnaast extra kosten voor de verhuizing en depothuur op. 6. Maatschappelijk draagvlak De raad is op verschillende manieren betrokken in informatieve sessies en uitgenodigd in het museum om over de vernieuwing te spreken. De vernieuwing en uitbreiding van het museum is daarbij positief ontvangen. Ook is dit door het Rijk en de Provincie gezien en opgepakt en heeft dit geleid tot toekenning van bijdragen voor funderingsherstel en verduurzaming. Er is geen onderzoek gedaan naar het draagvlak onder inwoners en/of bezoekers. 7. Financiële consequenties De vier varianten zijn financieel doorgerekend. Daarbij is onderscheid gemaakt in investeringen benodigd voor de gebouwen en voor het museum. De beschikbare dekking is daar vanaf gehaald. Resteert een nog te dekken bedrag. Dit varieert afhankelijk van de variant tussen de € 10.400.000 en € 12.900.000. De investering is in alle varianten voor een sober en doelmatig scenario substantieel. Op basis van het meerjarenperspectief is deze ruimte er op dit moment niet in de begroting. Vergelijking met het plan Hoorn CS laat wel zien dat het investeringsbedrag ten opzichte van het initiële plan fors is gedaald.

Vertaald naar de benodigde jaarlijkse bijdrage van de gemeente is het plan Hoorn CS € 340.000 per jaar duurder. De onderbouwing van de bedragen is uitgevoerd en getoetst door diverse betrokken partijen. Bij de genoemde investering is rekening gehouden met de reeds beschikbare middelen en toegekende subsidies, de door het museum te werven fondsen en exploitatievoordelen vanwege duurzaamheidsmaatregelen en hogere bezoekersaantallen. Eenmalige kosten De eenmalige kosten van € 1.280.000 zijn voor alle varianten gelijk. Deze kunnen niet worden afgeschreven en zijn daarom apart vermeld. Het bedrag voor de eenmalige kosten is onder andere opgebouwd uit huur- en uithuizing, inkomstenderving tijdens sluiting, tijdelijke exposities en het uithuizen van de collectie. De kosten worden over meerdere jaren verspreid. Het eerste jaar is afhankelijk van de start van het project. Fasering Op het moment dat funderingsherstel en verduurzamingswerkzaamheden plaatsvinden is uithuizing en sluiting van het Westfries Museum noodzakelijk. Het eventueel faseren van werkzaamheden in tijd leidt 7/10

tot twee keer uithuizen en sluiten van het museum. Dan moet rekening gehouden worden met extra eenmalige kosten. Per variant is een beperkte fasering mogelijk. In onderstaande tabel zijn de mogelijke fases per variant aangegeven.

Subsidies in relatie tot fasering Door het Rijk is € 2.100.000 subsidie voor het herstel van de fundering toegekend. Het betreft de Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten 2019-2020, de zogenaamde Kanjersubsidie. De provincie draagt € 300.000 bij voor het verduurzamen van het museum. Er is schriftelijk uitstel verkregen voor zowel de Kanjersubsidie van het Rijk als de verduurzamingssubsidie van de provincie Noord-Holland. De subsidies moeten in 2023 zijn uitgegeven anders komen deze te vervallen. De Kanjersubsidie is eenmalig en eindigt op 31 december 2023. Er is geen zicht op een nieuwe subsidiemogelijkheid in de toekomst voor funderingsherstel mocht hier geen gebruik van worden gemaakt. Als er rekening wordt gehouden met de subsidies en het behouden ervan moet er door de gemeente Hoorn voor € 6.200.000 dekking worden gezocht, bovenop de reeds beschikbare dekking. Onderstaand is dit toegelicht.

Wanneer ervoor gekozen wordt om eerst de werkzaamheden uit te voeren die samenhangen met het behoud van deze subsidies zoals funderingsherstel en de verduurzaming en pas later de overige onderdelen verbinding en toegankelijkheid, dan zijn extra kosten en investeringen onvermijdelijk. Dit speelt overigens ook bij getrapte besluitvorming over een fasering van uitvoering in tijd. Het is vanuit de exploitatie en organisatie van het museum niet wenselijk en efficiënt om dit te doen. Het museum gaat twee keer dicht en het personeel is twee keer niet volledig inzetbaar. Ook is er een risico voor de collectie. Kwetsbare, unieke kunstwerken, zoals de schutterstukken zijn niet gebaat bij verplaatsing. De eenmalige kosten stijgen hierdoor. De extra investeringen zijn het verbinden van klimaatinstallaties en beveiligingsinstallaties van Roode Steen 15 met de rest van het museum. Ook het gedeeltelijk opnieuw isoleren van de daken vanwege het aanbrengen van de doorgangen in de kappen en het voor de tweede keer openen van vloeren en het uitvoeren van archeologisch onderzoek bij variant 3 en 4 leidt tot extra investeringen. Dit levert een extra kostenpost op variërend van € 1.850.000 voor de varianten 1 en 2, tot € 2.190.000 voor variant 3 en € 2.400.000 voor variant 4.

De bedragen zijn indicatief en zonder eventuele prijsstijgingen, inflatiecorrectie, de kosten van een tweede aanbestedingstraject en eventuele tegenvallers bij aanbestedingen die samenhangen met een kleinere omvang van het project. Zaaknummer: 1863909 8/10

Als uitvoering van de onderkeldering (variant 3 en 4) bij het funderingsherstel en verduurzaming wordt meegenomen als eerste fase vergt dit een totale gemeentelijke bijdrage van € 7.700.000 bij variant 3 en € 8.800.000 bij variant 4. Voor de tweede fase moet dan rekening worden gehouden met de benodigde investering voor de samenvoeging van Roode Steen 15, de toegankelijkheid en de extra kosten als gevolg van fasering van uitvoering in tijd. Afschrijvingstermijnen In het besluit Begroting Verantwoording (BBV) zijn geen afschrijvingstermijnen voorgeschreven. Gemeenten leggen in hun activerings-, waarderings- en afschrijvingsbeleid zelf de hanteren afschrijvingstermijnen vast. De toegepaste afschrijvingstermijnen volgen het in 2017 door de raad vastgestelde beleid voor activering en afschrijving. Voor een verbouwing staat een afschrijvingstermijn van 20 jaar. Voor restauratie van monumenten staat een afschrijvingstermijn van 25 jaar. Voor dit project wordt gekozen voor een termijn van 25 jaar voor zowel het afschrijven van de restauratie als het afschrijven van de verbouwing. Renovaties en verbouwingen van deze omvang en schaal bij monumentale panden komen niet veel voor. Dit geldt ook voor het Westfries Museum. Immers een verbouwing en renovatie betekent ook dat het museum tijdelijk de deuren moet sluiten.

Verbouwingen worden over het algemeen alleen uitgevoerd indien strikt noodzakelijk. Het is tevens niet ongebruikelijk dat de afschrijvingstermijnen van restauraties, verbouwingen en/of levensduur verlengende renovaties gesteld worden op 25 jaar. De gemeente Amsterdam schrijft levensduur verlengende renovaties in 25 jaar af. De afschrijvingstermijn voor verbouwing/restauratie is voor dit project bekeken vanuit een reële verwachting voor wat betreft gebruiks- en levensduur. Tevens zijn de risico’s gewogen. Op grond daarvan is de gestelde afschrijvingstermijn van 20 jaar voor verbouwing / restauratie voor de kelder op 40 jaar en de fundering op 60 jaar gezet. Deze onderdelen kennen een lange levensduur en het verlengen van de termijn hiervoor is verantwoord. Dit is verwerkt en meegenomen in de berekeningen. Voor verbouwing en restauratie van casco-gerelateerde onderdelen bij monumentale panden wordt een termijn van 30 jaar gehanteerd. De erfgoedsector hanteert bij restauratiesubsidies het uitgangspunt van minimale instandhouding van 50 jaar. Het is niet te verwachten dat er na grootschalige investeringen binnen 25 jaar opnieuw een renovatie en verbouwing van het Westfries Museum plaatsvindt. Een verwachte levensduur van 25 jaar is daarmee realistisch en verantwoord te noemen.

Effect van het verlengen van afschrijvingstermijnen kan zijn dat lasten/risico’s naar de toekomst worden verplaatst. In het toekomstig besluit om na aanbesteding tot daadwerkelijke realisatie en vrijgave van de kredieten over te gaan wordt ook de financiële vertaling ervan aan de raad voorgelegd. Met daarin de eventuele afwijkingen van het investerings- en afschrijvingsbeleid en een onderbouwing van de gebruiksduur van de activa. Activeren kapitaallast Voor het totale project worden meerdere activa aangemaakt. Dit in verband met de verschillende afschrijvingstermijnen van de projectonderdelen. Over de activa wordt het eerstvolgende boekjaar na oplevering van dat onderdeel afgeschreven. Dit betekent dat als het funderingsherstel is afgerond, het jaar daarna op dit onderdeel wordt afgeschreven. Datzelfde geldt voor de rest. De kapitaallast van het project groeit dus mee gedurende de uitvoering en realisatie van het project. 8. Communicatie Communicatie vindt plaats via de geëigende kanalen na besluitvorming in de raad. De communicatie naar de omgeving vindt plaats door middel van persberichten en nieuwsbrieven. 9. Realisatie De realisatie is afhankelijk van besluitvorming en uiteindelijk dekking voor de uitvoering van het plan. Op dit moment is uitstel gekregen voor de Kanjersubsidie van het Rijk en voor de verduurzaming van de provincie Noord-Holland tot 2023.

In dat jaar moet het plan voor deze onderdelen zijn gerealiseerd.

9/10

In geval van realisatie in 2023 moet uiterlijk eind 2021 definitieve besluitvorming over de dekking plaatsvinden. Dan start de ontwerpfase met de voorbereiding, vergunningverlening en aanbesteding in 2022 en kan de uitvoering in 2023 ter hand worden genomen. Hoorn, 7 mei 2021 het college van burgemeester en wethouders van Hoorn,

de secretaris,

de burgemeester

Zaaknummer: 1863909 10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=23c920c4-f407-44ba-8019-f6e47abbe247