CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Detailhandelsnota en acties en maatregelen 2020 - 2025

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente HoornBij agendapunt: Detailhandelsnota Gemeente Hoorn 2020 - 2025 (wethouder Helling)3.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer: 1849307 Steller: G.C. Koolen E-mail: g.koolen@hoorn.nl

Team: RO Teammanager: Tom Plat Portefeuillehouder: Helling

Onderwerp Detailhandelsnota en acties en maatregelen 2020 - 2025

Agendering Ter besluitvorming

Bijlagen 1 Detailhandelsnota Gemeente Hoorn 2020 - 2025 2 Detailhandelsnota Gemeente Hoorn 2020 – 2025 Fase II Acties en maatregelen 2020 - 2025 3 4 5

De raad besluit 1. De Detailhandelsnota Gemeente Hoorn 2020 – 2025 en het daarbij behorende document Fase II Acties en maatregelen 2020 – 2025 vast te stellen, waarvan de kernpunten zijn: a. het winkelaanbod wordt zoveel mogelijk geconcentreerd in de reguliere winkelgebieden; b. in samenspraak met belanghebbenden wordt toegewerkt naar een kleiner publiekshart in de binnenstad, waar alle publieksfuncties welkom zijn; c. de Hof van Hoorn is en blijft de plek voor winkels van minimaal 1.000m² brutovloeroppervlak (750 m² winkelvloeroppervlak) waar volumineuze artikelen worden verkocht binnen het thema wonen; d. tot 2025 is geen ruimte voor uitbreiding van het supermarktaanbod, wel voor schaalvergroting; e. verplaatsing van Albert Heijn van de Van Dedemstraat naar een andere locatie is in verband met het zwaarwegende belang van de Poort van Hoorn toelaatbaar; f. nieuwe detailhandel of uitbreiding van bestaande detailhandel op bedrijventerreinen voor winkels met volumineuze artikelen in het thema wonen is in principe niet toegestaan; g. internetafhaalpunten waar goederen worden getoond zijn niet mogelijk op bedrijven- of kantoorterreinen. Als er geen goederen worden getoond dan zijn deze wel mogelijk op bedrijventerrein of kantoorlocatie. 2.

Het college opdracht te geven om de inhoud van deze nota in samenhang met de inhoud van andere beleidsdocumenten daar waar mogelijk te verwerken in (nieuwe) bestemmingsplannen. 3. Het vaststellen van een leegstandsverordening te koppelen aan een voorstel over de gewenste omvang van het publiekshart in de binnenstad. Samenvatting De detailhandelssector ondergaat grote veranderingen. Veel fysieke winkels en winkelgebieden hebben het moeilijk. De veranderingen in het koopgedrag van mensen is gewijzigd. Zeker als gevolg van de coronacrisis en de daarbij horende maatregelen. Om de detailhandel toekomstbestendig te houden zijn beleidskeuzes nodig. De belangrijkste daarvan is het concentreren van winkelaanbod. Dit geldt zeker voor de binnenstad. De aantrekkelijkheid van de binnenstad wordt overigens niet alleen bepaald door detailhandel, maar ook door kunst, cultuur en andere publieksaantrekkende functies. Er moet sprake zijn van een samenhangende vertaling van deze nota in combinatie met het beleid op andere terreinen die van belang zijn voor het aantrekkelijk houden van de binnenstad. 1/7

De Hof van Hoorn is en blijft de plek voor grote winkels binnen het thema wonen. Er is geen ruimte meer voor het uitbreiden van het supermarktaanbod. Om de ontwikkeling van de Poort van Hoorn mogelijk te maken, moet de Albert Heijn uit de Van Dedemstraat verplaatst worden naar een andere locatie in de stad. 1.

Inleiding: reden van het voorstel

Aanleiding Het huidige detailhandelsbeleid dateert uit 2005. De detailhandelssector ondergaat grote veranderingen, ook als gevolg van de coronacrisis. Er is behoefte aan nieuw beleid. Belang Het realiseren van een toekomstbestendige detailhandel in Hoorn. Centrale vraag Welke beleidskeuzes wil de raad maken om de detailhandel in Hoorn toekomstbestendig te maken? 2. Beoogd maatschappelijk resultaat Het bereiken van een situatie waarin de inwoners van Hoorn en West-Friesland (het merendeel van) hun aankopen binnen Hoorn kunnen doen. 3. Bijdrage aan de duurzaamheidsambitie Bij de concrete uitwerking van de besluiten op basis van deze nota wordt rekening gehouden met de duurzaamheidsambitie van de gemeente Hoorn. Het gaat bijvoorbeeld om emissie loze bevoorrading van winkels en het samen met de ondernemers verduurzamen van hun bedrijven. Het gaat ook over de vraag welk vervoermiddel bezoekers van de winkelgebieden gebruiken om daar naar toe te gaan. Het gemakkelijker maken van het gebruik van de fiets werkt positief ten aanzien van de duurzaamheidsambitie. 4. Kaders Gemeente Hoorn Meer stad worden (2019) De detailhandel in geheel Hoorn, in het bijzonder die in de binnenstad en op de Hof van Hoorn, draagt bij aan de doelstelling om Hoorn als centrumgemeente als kloppend hart voor de regio te laten fungeren.

Het realiseren van een (kleiner) publiekshart, waar naast winkels ook andere publieksaantrekkende functies een plek vinden, draagt bij aan de doelstelling om de binnenstad de plek te laten zijn waar wonen, werken en verblijven samenkomen. Binnenstadsvisie (2016) In deze visie is aangegeven dat fysieke winkels zichzelf als het ware opnieuw moeten uitvinden. In de binnenstad wordt gekozen voor een gemengde binnenstad waarin ruimte is voor een aantrekkelijke mix van wonen, werken, voorzieningen, winkels en recreatie. De visie op hoofdlijnen ten aanzien van detailhandel wordt uitgewerkt in toekomstig beleid voor de detailhandel. Mobiliteitsvisie Het mobiliteitsvraagstuk moet integraal worden opgepakt. De raad heeft op 30 juni 2020 besloten akkoord te gaan met het opstellen van een mobiliteitsvisie. Deze visie beperkt zich niet alleen tot autoverkeer, maar gaat ook over fietsen, openbaar vervoer en lopen. Deze visie gaat daarmee ook over de manier waarop bezoekers van de winkelgebieden naar die gebieden toe gaan. Parkeren Besluitvorming over het parkeren in de binnenstad vindt plaats in het kader van het Integraal Parkeerkader. Kern hiervan is om een doelgroepenbeleid op te stellen dat een uitwerking krijgt in Zaaknummer: 2/7

locaties, tijdsduur en prijs. Hier ligt ook een relatie met de Mobiliteitsvisie, waarin uitspraken worden gedaan over de (parkeer)routes voor het verkeer in de binnenstad. Kunst en Cultuur De ambities van de gemeente zijn ontdekken, ontmoeten, ontwikkelen en ontsluiten. In de Cultuurnota uit 2012 staat dat het cultuurbeleid niet los kan worden gezien van het beleid voor toerisme, onderwijs, sport, citymarketing en erfgoed. Kunst en Cultuur levert daardoor ook een bijdrage aan de aantrekkelijkheid van met name de binnenstad en is daardoor een drager voor het goed economisch functioneren van de detailhandel. Regio Westfriesland Regionale detailhandelsvisie West-Friesland 2015 Het provinciale beleid van Noord-Holland is neergelegd in ‘Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015 – 2020’. De provincie stelt dat nieuwe ontwikkelingen of uitbreidingen niet mogen leiden tot ernstige verstoring en duurzame ontwrichting van de bestaande winkelstructuur in de regio. De verdere ontwikkeling en versterking van de bestaande hoofdwinkelgebieden (de stadscentra, de grootschalige, perifere locaties, en bijzondere kleinere centra) heeft prioriteit. Dit is uitgewerkt in een zestal beleidsdoelen: 1. Prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden; 2. Voorkómen van extra leegstand; 3. Internet-afhaalpunten bij voorkeur situeren in bestaande winkelcentra; 4.

Een vitale, dynamische en concurrerende detailhandelsstructuur, ruimte geven aan kwaliteit 5. Primaire detailhandel bereikbaar op een aanvaardbare afstand; 6. Detailhandel die bijdraagt aan aantrekkelijke binnensteden. Op dit moment wordt overigens gewerkt aan een actualisering van deze visie. Op hoofdlijnen blijft deze hetzelfde. Provincie Noord-Holland Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015 – 2020 In het detailhandelsbeleid van de provincie staat het volgende centraal: West-Friesland heeft te veel winkelaanbod; Prioriteit bij hoofdwinkelgebieden als Hoorn-Centrum; Structuurvisie Noord-Holland 2040 In deze nota staat dat detailhandel bijdraagt aan de leefbaarheid en toeristische aantrekkelijkheid van Noordhollandse steden. De provincie Noord-Holland hecht aan de instandhouding van de hoofdwinkelstructuur en wil stedelijke detailhandel behouden en versterken. Provinciale omgevingsvisie 2019 Hierin staat dat mede door de ontwikkeling van online winkelen is met name bij detailhandel sprake van een toenemende leegstandsopgave en noodzaak tot transformatie. Winkelcentra moeten krachtig en onderscheidend te houden. 5.

Argumenten

Beschrijving bestaande situatie. Hoorn heeft een regionale verzorgingsfunctie. De binnenstad van Hoorn en de woonboulevard Hof van Hoorn zijn de grootste winkelgebieden in West-Friesland. In heel Hoorn zijn circa 460 winkels, met samen 140.000 m² winkelvloeroppervlak (wvo). Er staan 73 verkooppunten leeg, waarvan 55 in de binnenstad (februari 2021). De binding van bestedingen aan het Hoornse niet-dagelijkse winkelaanbod neemt af, door een grotere afvloeiing naar online. Het online aandeel in Mode & Luxe in Hoorn is bovengemiddeld. Van de totale niet-dagelijkse bestedingen in Hoorn kwam in 2018 50% van buiten de gemeente, voornamelijk uit Medemblik, Drechterland en Koggenland. De regiofunctie van de Hoornse binnenstad beperkt zich derhalve tot de aangrenzende gemeenten. 3/7

Binnenstad In de binnenstad zijn ongeveer 260 winkels, totaal 40.000 m² wvo. De winkels zijn relatief klein, circa 150 m² wvo. Het meeste aanbod is in Mode & Luxe. Er zijn veel zelfstandige ondernemers. Slechts 40% is filiaalbedrijf. Sinds 2015 is het aantal winkels afgenomen (-30). De meeste bezoekers hebben een doelgericht bezoekmotief. Recreatief winkelen is voor circa 15% van de bezoekers de reden om naar binnenstad te komen. De bestedingen lopen terug, vooral in de recreatieve winkelbranches. In 2018 is er ten opzichte van 2016 € 15 miljoen minder besteed in de niet dagelijkse sector, waarvan € 9 miljoen in Mode & Luxe. Hof van Hoorn Hier zijn 28 winkels, met een wvo van 40.000 m², met een gemiddelde omvang van 1.300 m². Het is een middelgrote woonboulevard met winkels in het lage- en middensegment. Tussen 2016 en 2018 zijn de bestedingen met circa 10% toegenomen en is de leegstand afgenomen. Dagelijks winkelaanbod Het dagelijkse winkelaanbod (supermarkten, verszaken en drogisterijen) is voornamelijk gevestigd in de wijk- en buurtcentra. Het aanbod is over het algemeen ruim, maar in de Kersenboogerd relatief klein. Tot 2025 ontbreekt ruimte voor (nieuw) supermarktaanbod. Solitaire winkels Op een aantal locaties zijn winkels gevestigd buiten de normale winkelgebieden.

De belangrijkste zijn: Tuincentrum Overvecht, bedrijventerrein Westfrisia (met name keukenwinkels) en De Oude Veiling. Trends en ontwikkelingen De winkelsector beweegt zich van een aanbod gestuurde naar een vraag gestuurde markt. Door online winkelen, vooral in de niet-dagelijkse sector, zijn consumenten niet meer vanzelfsprekend gericht op aanbod in de (directe) omgeving. De coronacrisis heeft deze trends en ontwikkelingen in een stroomversnelling gebracht. De organisatie Retailagenda, een initiatief van het Ministerie van Economische Zaken – betrokken organisaties – marktpartijen, verwacht sluitingen van winkels. Het percentage varieert van 10% tot 30%. Door de oprichting van Warenhuis Hoorn hebben de ondernemers al op deze trend ingespeeld. In de reguliere niet-dagelijkse winkelbranches nemen bestedingen in winkels verder af, winkels verdwijnen. Het zijn dan ook vaak winkels die onderdeel van een landelijke keten zijn. Bestedingen in de dagelijkse sector profiteren de komende jaren van de bevolkingsgroei, net als die in de sector In en om het huis. In de fysieke winkelmarkt is sprake van een polarisatie: kansrijk zijn de kleinere centra (waar meestal winkels zijn die meer aan de dagelijkse behoefte voldoen) en daarnaast de grote binnensteden met veel aanbod en vermaak.

Hoorn zit, net als vergelijkbare (historische) steden, precies tussen de kleinere centra en de grote binnensteden in. Hoorn merkt dus net als die steden een afnemend bezoek aan de stad voor winkelen. Hierdoor ontstaat een noodzaak tot krimp in het winkelaanbod. Reden te meer om goed te kijken naar andere invullingsmogelijkheden van de leegkomende winkelpanden om de binnenstad aantrekkelijk te houden. Welke keuzes moeten worden gemaakt en hoe wordt de gewenste situatie bereikt? In de nota zelf staan alle keuzes die moeten worden gemaakt. Hoofdstuk 3 geeft de visie op de winkelstructuur weer en in hoofdstuk 4 wordt het beleidskader geschetst. In het document Fase II Acties en maatregelen staan de acties per centrumgebied. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met bestaande regelgeving en situaties. Daardoor zijn er rechten waar rekening mee moet worden gehouden. Ingrijpen daarop is niet zondermeer mogelijk. De kernpunten waar een keuze over moet worden gemaakt zijn de volgende. 1a. Concentreren van het winkelaanbod in de reguliere winkelgebieden De mate van concentratie van aanbod is een belangrijke factor voor het behoud van het voorzieningenniveau. Het winkelaanbod wordt daarom zoveel mogelijk geconcentreerd in de reguliere Zaaknummer: 4/7

winkelgebieden. Hierdoor behouden die de grootste meerwaarde voor consumenten en bieden ze de beste kansen voor synergie en een zo sterk mogelijk winkelstructuur. 1b. Kleiner publiekshart in de binnenstad Detailhandel blijft ook de komende jaren een belangrijke reden voor bezoek. De behoefte aan winkels neemt wel af. Concentratie van winkels zorgt voor levensvatbaarheid van vooral winkels in de modische sector. Dit is positief voor de toekomstbestendigheid van de detailhandel. Het is van belang toe te werken naar een kleiner “publiekshart”. Dat is een gebied waar een aaneengesloten front van publieksgerichte voorzieningen wordt nagestreefd. In het “publiekshart” zijn alle publieksfuncties welkom, naast winkels en horeca ook culturele voorzieningen en diensten met een publieksgericht karakter. Nieuwsteeg en Gouw lijken hun positie als onderdeel van het “publiekshart” te verliezen. Straten buiten het hart kunnen een breder profiel krijgen, waaronder ook wonen en werken. Het bepalen van de omvang van dit publiekshart gebeurt in nauw overleg tussen ondernemers (waaronder winkeliers en horecauitbaters), pandeigenaren, maar ook vertegenwoordigers van andere organisaties die een rol spelen bij het aantrekkelijk houden en maken van de binnenstad betrokken. Uiteraard worden hier ook de uitgangspunten van andere beleidsvelden bij betrokken, om tot een integrale afweging te kunnen komen.

Het kleinere publiekshart zegt overigens niets over het in stand houden van de aantrekkelijkheid van de binnenstad als geheel voor de bezoekers. De binnenstad vormt één geheel, met een eigen samenhangend karakter. De gehele binnenstad moet een gebied blijven waar bewoners en bezoekers graag willen verblijven. De ene keer is de bezoeker meer gericht op het doen van een aankoop en de andere keer meer op het maken van een wandeling in een historische omgeving of het gebruikmaken van de horeca of een bezoek aan de culturele instellingen. 1c.Hof van Hoorn woonboulevard Dit is een gebied primair voor winkels met volumineuze artikelen binnen het thema wonen. Het karakter van de Hof van Hoorn moet in stand blijven. Hierdoor is het voor de consument duidelijk welk soort winkel op de plek aanwezig zijn. De minimum omvang van winkels is 1.000 m² bvo(750 m² wvo). Alleen als de kavel niet voldoende groot is kan afgeweken worden van de minimum omvang. Om de positie als woonboulevard te behouden is verruimen van de branchemogelijkheden, bijvoorbeeld speelgoed en dierbenodigdheden, niet toegestaan. Grootschalige kringloopwinkels passen wel op de Hof van Hoorn. Die passen immers binnen het thema wonen. 1d. Geen ruimte voor uitbreiding van het supermarktaanbod, wel voor schaalvergroting In Hoorn ontbreekt tot 2025 marktruimte voor uitbreiding van het supermarktaanbod.

Buiten de gewenste winkelstructuur is uitbreiding of nieuwvestiging niet toegestaan. Het is gewenst om schaalvergroting van supermarkten in enkele buurt- en wijkcentra toe te staan om daarmee de gewenste winkelstructuur te versterken. 1e.Verplaatsing van Albert Heijn en toevoeging kleine binnenstadssupermarkt Op 19 september 2019 zijn de Uitgangspunten gebiedsontwikkeling Poort van Hoorn vastgesteld. Hierin wordt voorgesorteerd op verplaatsing van de AH-supermarkt naar een andere locatie in Hoorn. Voor de Poort van Hoorn is dit interessant, omdat het direct leidt tot een forse verkleining van de parkeeropgave. Bovendien gaat het om een stedelijke voorziening die niet noodzakelijkerwijs moet zijn gehuisvest nabij het station. Bij het station is dan eventueel nog ruimte voor een kleinere binnenstadsformule, mits deze behoefte kan worden onderbouwd. In de detailhandelsnota staat door de realisatie van de Poort van Hoorn op termijn het aantal inwoners in dit gebied fors toeneemt. Na verplaatsing van de Albert Heijn naar een andere locatie ontstaat in de binnenstad / Poort van Hoorn een onderaanbod in de supermarktsector. Er is daardoor behoefte aan een kleine supermarkt van circa 400 – 600 m² wvo (500 – 700 m² bvo) in stationsgebied-noord, voor zowel de bewoners van dit gebeid als de forenzen.

Algemeen uitgangspunt van de detailhandelsnota is dat winkels geconcentreerd worden in de reguliere winkelgebieden. Voor de Albert Heijn wordt nu gekeken naar een locatie buiten zo’n regulier winkelgebied. Hiermee wordt dan afgeweken van het beleid. Dat is altijd mogelijk, mits die afwijking 5/7

gebaseerd is op zwaarwegende belangen, zoals in dit geval de gewenste ontwikkeling van de Poort van Hoorn. Het besluit moet goed worden gemotiveerd, aangevuld met afweging van de effecten. Het concrete besluit ten aanzien van de Albert Heijn volgt op een later moment, waarbij rekening wordt gehouden met dat wat hiervoor staat. 1f. detailhandel op bedrijventerreinen Om de ambitie van de Hof van Hoorn te verbeteren wordt in de nota voorgesteld om uitbreiding of vestiging van volumineuze winkels in het woonthema (inclusief keukens en badkamers) elders in principe niet toe te staan. De Oude Veiling is een uitzonderingslocatie voor kringloopwinkels van minimaal 1.000 m² (750 m² wvo). Dit voorstel zou moeten worden vertaald in bestemmingsplannen. Dit kan echter alleen daar waar dat mogelijk is. Op basis van huidige bestemmingsplannen is er sprake van bestaande rechten. Die kunnen niet zo maar vervallen. Eigenaren van panden zouden daardoor in een ongunstiger financiële positie kunnen komen en daardoor recht hebben op planschade. Hierbij speelt ook nog de vraag of er binnen de bestaande winkelgebieden voldoende mogelijkheden zijn om winkels van een bepaalde omvang te huisvesten. De benedenverdiepingen van de winkelpanden in de Hof van Hoorn zijn bijvoorbeeld allemaal gevuld. Daar zijn (nu) dus geen mogelijkheden.

Verkoop van auto’s, boten en caravans zou op plekken waar dat nu volgens het bestemmingsplan wel mag mogelijk moeten blijven. Aan nieuwe initiatieven voor bouwmarkten en tuincentra wordt niet meegewerkt. 1g. internetverkooppunten In de nota staat dat internetwinkels waar alleen sprake is van opslag en logistiek op bedrijventerreinen zijn toegestaan. Indien consumentenbezoek (bijvoorbeeld voor het afhalen en/of bekijken van artikelen) plaatsvindt, is er sprake van detailhandel. Deze vorm van detailhandel moet plaatsvinden in reguliere detailhandelsgebieden. Dit gaat verder dan het provinciale beleid. Daarin is bepaald dat internetafhaalpunten waar goederen worden getoond niet op bedrijven- of kantoorterreinen mogelijk zijn. Als er geen goederen worden getoond dan moeten deze wel op bedrijventerrein of kantoorlocatie mogelijk zijn. Het voorstel is om de beleidslijn van de provincie te hanteren. 2. Bestemmingsplannen Een deel van de besluiten die in het kader van deze detailhandelsnota worden genomen, moet verwerkt worden in diverse bestemmingsplannen. Hierbij wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met bestaande situaties, daar kan niet zondermeer op ingegrepen worden, zie hiervoor bij 1f. 3. Leegstandsverordening De fracties van de VVD en Sociaal Hoorn hebben op 15 maart 2021 (opnieuw) een initiatiefvoorstel Leegstandsverordening ingediend.

Met dit initiatiefvoorstel wordt de raad gevraagd om een leegstandsverordening vast te stellen voor onder andere kantoorgebouwen, winkels en woningen. Onder deze verordening geldt een meldingsplicht voor panden die langer dan zes maanden leegstaan. Na een melding volgt een overleg met de pandeigenaar, met als doel om tot een invulling te komen. Hieruit kan een leegstandsbeschikking volgen: een oordeel waarin wordt aangegeven of een pand (al dan niet) klaar is voor gebruik. Als dit het geval is, dan krijgt de pandeigenaar 12 maanden de tijd om een gebruiker te vinden. Indien het pand na deze 12 maanden nog steeds leegstaat kan het college een gebruiker voordragen. Wanneer aan deze voordracht geen gehoor wordt gegeven, kan het college besluiten om een bestuurlijke boete op te leggen. In de brieven aan de raad van 6 december 2019 en 31 januari 2020 is voorgesteld om de behandeling van deze verordening te koppelen aan de behandeling van de detailhandelsnota. Een leegstandsverordening kan een middel zijn om pandeigenaren te bewegen om een invulling aan hun pand te geven. Wat daarbij belangrijk is, is dat die pandeigenaren weten welk perspectief de gemeente voor ogen heeft met die panden. Dat zicht op die toekomst wordt met deze nota en de uitwerking daarvan, voor met name de binnenstad, gegeven.

Zeker op het moment dat het overleg van alle belanghebbenden leidt tot het bepalen van de omvang van het publiekshart, inclusief de functies die daar een plek kunnen vinden. Er ontstaat dan ook duidelijkheid over de invulling van de overige straten Zaaknummer: 6/7

in de binnenstad. Als pandeigenaren er dan nog steeds voor kiezen om panden bewust leeg te laten staan dan kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden die de leegstandsverordening biedt. 6. Maatschappelijk draagvlak Detaillisten zijn betrokken geweest bij het opstellen van het concept van de detailhandelsnota en ook bij het daarbij behorende actieprogramma. Er is zo veel mogelijk rekening gehouden met hun wensen en verlangens. Uit het overleg met de winkeliers is gebleken dat er sprake is van een gedeelde zorg voor het functioneren van de stad als geheel, als ook voor individuele ondernemingen. In het vervolgtraject ligt er een taak voor de gemeente, maar niet alleen. 7. Financiële consequenties Aan dit voorstel zijn nog geen financiële consequenties voor de begroting verbonden. De activiteiten kunnen vooralsnog binnen de huidige reguliere budgetten opgevangen worden. 8. Communicatie Na het vaststellen van de nota zal overleg volgen met de vertegenwoordigers van de diverse winkelgebieden en indien nodig ook met individuele ondernemers. 9. Realisatie Bij de verdere uitwerking van de nota worden ondernemers (waaronder winkeliers en horeca), pandeigenaren, maar ook vertegenwoordigers van andere organisatie die een rol spelen bij het aantrekkelijk houden en maken van de binnenstad betrokken.

Voor de overige winkelgebieden wordt met name overleg gepleegd met de ondernemers en de pandeigenaren. De inhoud van deze nota wordt daar waar mogelijk verwerkt in (nieuwe) bestemmingsplannen. Voor de bedrijventerreinen zullen niet alle aanbevelingen worden overgenomen omdat dit kan leiden tot grote financiële risico’s. Een aantal maatregelen kan op korte termijn uitgevoerd worden, zoals kleine aanpassingen in de openbare ruimte. Andere maatregelen, zoals het bepalen van de omvang van het publiekshart in de binnenstad en het vervolgens concreet invullen daarvan, vergen (veel) tijd. Er zal sprake zijn van een uitwerking per gebied waarbij steeds sprake is van een integrale afweging van alle belangen die in een gebied een rol spelen. Hoorn, 19 maart 2021

het college van burgemeester en wethouders van Hoorn,

de secretaris,

de burgemeester

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=e619af45-31d8-49fb-b669-e0c323e3f32c