Raadsbrief met reactie op vragen uit commissie
Tekst van het document
Gemeente Hoorn
Aan de leden van de raad
Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR Hoorn T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl Contactpersoon M. Bakelaar Zaaknummer: 2167152 Bijlagen: 3
Hoorn, 18 september 2024 Onderwerp: Terugkoppeling en reactie vragen raadscommissie 10-9-2024
Beste leden van de raad,
Op 10 september 2024 vond de commissievergadering plaats over het project Vernieuwing Westfries Museum, ter voorbereiding op de raadsvergadering van 24 september. Tijdens deze avond zijn vragen gesteld. Deze willen we hieronder graag beantwoorden en/of toelichten.
Hart van Hoorn - Hoe verhoudt de € 30,3 miljoen zich tot de € 25,1 miljoen? Hart van Hoorn bedoelt waarschijnlijk € 25,7 miljoen. De € 30,3 miljoen gaat over de begrote investering en de € 25,7 miljoen gaat over de dekking. De € 30,3 miljoen is het bedrag dat conform de meest recente berekening nodig is voor het realiseren van het programma van eisen, inclusief alle bijkomende kosten en de inrichting van het museum. Deze is als volgt opgebouwd: Gebouw Bouwkrediet € 19,85 miljoen Onvoorzien 15% € 2,94 miljoen Bijkomende kosten € 4,27 miljoen (o.a. onderzoek, advies en begeleiding) Archeologie € 0,50 miljoen Voorbereidingskrediet € 0,10 miljoen Subtotaal gebouw € 27,70 miljoen Inrichting Inrichting museum € 2,64 miljoen Totaal € 30,30 miljoen De € 25,7 miljoen is het bedrag wat vanuit de gemeente beschikbaar is plus de reeds onderbouwde aanvullende cofinanciering. Dit is als volgt opgebouwd: Vastgestelde bijdrage uit 2021 € 18,069 miljoen ((incl. € 4,525 miljoen subsidie) Na 2021 extra toegekende subsidies € 1,951 miljoen Resterende uitvoeringskrediet € 3,576 miljoen(*) Totaal € 23,596 miljoen (afgerond € 23,6 miljoen) Reeds onderbouwde aanvullende cofinanciering € 2,1 miljoen (zie raadsvoorstel) € 25,7 miljoen In de raadsbrief van 10 september 2024 is een alternatief voor de besluitvorming aangedragen.
(*) Dit bedrag wordt gedekt vanuit de stelposten die de raad eerder heeft gereserveerd voor gestegen
bouwkosten, grote projecten en gestegen rente. 1/4
EénHoorn – Wat blijft er over in de stelposten nadat de bedragen voor het Westfries Museum eruit zijn onttrokken? In de afgelopen jaren zijn er drie stelposten gereserveerd: 1. Stelpost voor gestegen bouwkosten 2. Stelpost voor grote projecten 3. Stelpost gestegen rente Ad 1. De stelpost voor gestegen bouwkosten bedroeg bij aanvang € 550.000. In juli 2023 is besloten om de gestegen bouwkosten voor het IKEC voor € 380.000 te dekken uit de stelpost bouwkosten, waarbij dit project een groter deel van de stelpost nodig had dan vooraf verwacht. In de Begroting 2024 werd daarom voorgesteld de stelpost aan de vullen met € 100.000 voor grote projecten die nog in traject van aanbesteding/uitvoering zitten. Het ging daarbij om het stadsstrand, de vernieuwing van het Westfries Museum en het stadhuis. Na de onttrekking voor het Westfries Museum van € 175.000 is er vanaf 2027 nog circa € 100.000 voor de eindafrekening van het stadsstrand. Ad 2. De stelpost grote projecten bedroeg bij aanvang € 400.000. De stelpost voor grote projecten kende toen al een reservering van € 150.000 voor de meerkosten van het WFM. Het resterende bedrag binnen deze post was beschikbaar voor de stijgende kosten van andere grote projecten.
Na toewijzingen voor het skatepark en audiovisuele middelen voor het stadhuis, totaal € 90.000, en € 150.000 voor het Westfries Museum blijft er vanaf 2027 een structureel bedrag van €160.000 over, bedoeld om andere financiële tegenvallers op te vangen. Ad 3. De stelpost rente is ontstaan bij de Begroting 2023 en is bedoeld om de stijgende rente van lopende en gerealiseerde investeringen op te vangen. Voor uitleg verwijzen we naar de Begroting 2023 pagina 10 & 11. In oktober 2023 was voor het Westfries Museum al voorzien in een aanspraak op de stelpost rente voor een bedrag van € 140.000. Het restant van de stelpost is nodig om andere gemeentebrede rentestijgingen op te vangen. Bij de kadernota 2025 zullen we opnieuw berekenen of de stelpost voldoende is. Deze herziening is een jaarlijks terugkerende activiteit. Over de onttrekkingen uit deze drie stelposten is de raad in de raadsbrief van 17 oktober 2023 geïnformeerd. Diverse fracties – Hoeveel subsidie is er al binnen en hoeveel hebben we nog nodig? In bijlage 1 vindt u het overzicht van de reeds toegekende subsidies. Deze is toegevoegd als bijlage bij het raadsvoorstel en nu aangevuld met een onderverdeling naar gebouwdelen.
Uit de bijlage blijken de volgende toegekende subsidies: • Gebouw € 4.326.243 • Inrichting € 2.150.000 Totaal € 6.476.243 Er is berekend dat er een bedrag van € 30,3 miljoen (zie overzicht hierboven) nodig is om het complete programma van eisen te kunnen uitvoeren. De raad heeft eerder al € 23,6 miljoen aan dekking beschikbaar gesteld (inclusief subsidie € 6.476.243). Met het voorliggende raadsvoorstel wordt voorgesteld om het bedrag van € 23,6 miljoen als plafondbedrag voor de gemeentelijke investering te hanteren en dus niet meer geld uit te trekken dan dat de raad eerder al heeft gereserveerd. Dit betekent dat er aanvullend € 6,7 miljoen aan externe cofinanciering nodig is om het programma van eisen te realiseren. Het bouwteam krijgt de opdracht om uiterlijk in Q1 2025 een plan uit te werken dat past binnen budget dat op dat moment beschikbaar is.
2/4
CDA – Kunt u een actualisatie geven van het memo over de cofinanciering die nog binnengehaald moet worden? Er zit een verschil tussen het maximum dat in het memo staat en het bedrag dat we volgens het raadsvoorstel binnen moeten halen om aan de € 30,3 miljoen te komen. Het memo is van afgelopen augustus. Dit is de meest recente informatie. De daarin genoemde maximale € 4 miljoen is nog exclusief overige fondsen die we willen aanschrijven. Er is op dit moment nog geen aanvullende informatie aanwezig. Het klopt dus dat we nog meer, totaal € 6,7 miljoen, cofinanciering moeten werven om tot € 30,3 miljoen te komen. ChristenUnie – Welke subsidies hangen samen met het programma van eisen en vervallen als bepaalde onderdelen uit het PvE niet uitgevoerd kunnen worden? In bijlage 1 bij deze brief is het overzicht opgenomen van de reeds toegekende subsidies. Hierin is specifieker toegevoegd voor welk onderdeel de subsidie is toegekend. Het is niet voor alle subsidies exact in te schatten welke subsidies zouden vervallen. Dat hangt samen met wat er wel en niet uitgevoerd gaat worden. De verwachting is dat de subsidies die betrekking hebben op restauratie en fundering grotendeels in stand blijven. Deze gesubsidieerde werkzaamheden zijn veelal noodzakelijk. De onzekerheid zit met name in de subsidies voor verduurzaming.
Uiteraard houdt het bouwteam in het uiteindelijke plan ook rekening met het aspect van cofinanciering als blijkt dat er geschrapt moet worden om het plan passend te maken binnen het beschikbare budget. Fractie Tonnaer - Hoeveel extra kosten maken we voor opslag e.d.? Zoals in de raadsbrief van 16 november 2023 is opgenomen, kost elke maand vertraging circa € 40.000. Deze kosten bestaan uit projectkosten, kosten voor opslag en inkomstenderving museum. Aanvankelijk gingen we uit van oplevering in de zomer van 2026. Ondanks de vertragingen in het voortraject met de aanbesteding verwachten we dat de uitloop ten opzichte van de oorspronkelijke planning beperkt kan worden tot begin 2027. Deze kosten worden ook gedekt uit het beschikbare budget. Het resterende budget voor 2023 is middels een resultaatbestemming doorgeschoven naar 2024. Aanvulling technische vraag Hart van Hoorn en verzoek om ambtelijk bijstand. De fractie Hart van Hoorn stelde in haar technische vragen naar aanleiding van de presentatie van 4 september de vraag wat het noodzakelijke onderhoud is om het museum zoals we deze nu kennen te restaureren. Wij hebben deze vraag anders geïnterpreteerd, namelijk in het verlengde van de vraag op 4 september over de zogenaamde ‘oranje lijst’ in het kader van de ombuigingen. Om die reden hebben wij alle kosten meegenomen die wij minimaal moeten maken.
Het zijn noodzakelijke kosten voor het behoud van de panden. Voor deze kosten hebben wij contractuele verplichtingen naar Stichting Monumenten Bezit (Roode Steen 1 en deels 16) en vanuit het legaat (Roode Steen 15). Bovendien zijn kosten meegenomen voor de kantoren van het Achterom om deze weer te laten voldoen aan de eisen van een veilige en gezonde werkomgeving. Dus in de 19,2 miljoen zitten niet alleen de minimale kosten voor Roode Steen 1 en 16, maar ook de minimale kosten voor Roode Steen 15 en het Achterom. De 19,2 miljoen betreft een grove inschatting van de minimale kosten en geen uitgewerkte begroting. Samen met Hart van Hoorn is bijgaand document opgesteld om hen meer duiding te geven van de cijfers (bijlage 2). Toelichting op de cijfers in het exceldocument: Het is belangrijk om te weten dat er veel onderdelen in het gebouw onderhoud nodig hebben. Denk aan de fundering en de vervolgschade daarvan en ook aan houtrotherstel en het vervangen van goten en voegwerk. Dergelijke restauratiekosten zijn opgenomen in de meest minimale variant én in het meer uitgewerkte scenario. Het is in alle gevallen noodzakelijk en contractueel verplicht om deze werkzaamheden uit te voeren. De uitsplitsing toegankelijkheid en duurzaamheid in het meer uitgewerkte scenario is lastig te maken. Verduurzaming zit voor een groot deel in installaties.
Toegankelijkheid is onderdeel van het gehele project. Naast bijvoorbeeld de liftinstallatie zit dit ook in het wijzigen van vloerniveaus en doorgangen. Deze kosten zijn dus niet 1-op-1 te oormerken, maar zitten verweven in verschillende kostenposten. 3/4
Beide ‘begrotingen’ met elkaar vergelijken levert een scheef beeld op, het geeft beiden een andere situatie weer. Naast de verwevenheid van verschillende kosten, zoals hierboven omschreven, is er bij de minimale variant sprake van meerdere losse gebouwen en in het meer uitgewerkte scenario worden panden samengevoegd en is een paviljoen beoogd voor hetgeen niet in de bestaande panden past. Ondernemingsplan Westfries Museum Er is toegezegd dat u het ondernemingsplan Westfries Museum zou krijgen. Deze vindt u in bijlage 3. Het ondernemingsplan is in coproductie opgesteld tussen het museum en Bureau BMC. Bureau BMC heeft voorliggende versie ook gecheckt op de laatst bekende stand van zaken. Mochten er in de uitwerking van de vernieuwing van het Westfries Museum wijzigingen plaatsvinden, dan kunnen die gevolgen hebben voor de exploitatie. Deze gevolgen worden dan weer vertaald in een herziening van het ondernemingsplan. Tot zover de beantwoording en nadere toelichting. We hopen dat deze aanvullende informatie u helpt bij de besluitvorming. Met vriendelijke groet,
Wethouder Axel Boomgaars
4/4