CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief collegereactie motie en amendementen

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente HoornBij agendapunt: Jaarstukken 2025 (Portefeuillehouder Assendelft)4.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Hoorn Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR HOORN T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl

Aan de leden van de raad

Contactpersoon A. Wakelkamp Zaaknummer: 3022239

Hoorn, 23 juni 2026 Onderwerp: Collegereactie op ingediende moties en amendementen bij de Jaarstukken 2025 en Kadernota 2026

Beste leden van de raad,

Als bijlage bij deze brief leest u onze reactie op de nagekomen ingediende moties en amendementen, onderdeel van het agendapunt Jaarstukken, Kadernota of Wilde moties. In algemene zin ontraadt het college voorstellen die geen structurele oplossing bieden voor het financiële tekort in de meerjarenbegroting. Wij kijken uit naar de vervolgbehandeling van de Jaarstukken en Kadernota in de gemeenteraad.

Met vriendelijke groet,

Burgemeester en wethouders van Hoorn

de secretaris

de burgemeester

1/18

Motie 1.

Beschikbare zwerfafvalmiddelen daadwerkelijk inzetten

Indiener(s) Sociaal Hoorn/Team Tonnaer Tekst van de motie Constaterende dat; • een schone openbare ruimte van groot belang is voor de leefbaarheid, veiligheid en aantrekkelijkheid van Hoorn, Blokker en Zwaag; • inwoners en ondernemers regelmatig overlast ervaren van zwerfafval, volle of vervuilde openbare afvalbakken en afval dat naast afvalvoorzieningen wordt geplaatst; • Er 1.521 meldingen zijn geregistreerd over het verkeerd aanbieden van afval en illegale dumpingen, waarvan ruim 1.000 meldingen afkomstig waren uit de Binnenstad, Grote Waal, Kersenboogerd en Risdam; • de gemeente verantwoordelijk is voor het beheer en schoonhouden van de openbare ruimte; • het Rijk en producentenorganisatie Verpact middelen beschikbaar stellen aan gemeenten als vergoeding voor de aanpak van zwerfafval dat wordt veroorzaakt door wegwerpplastic en andere verpakkingen; • deze middelen de opvolger zijn van de voormalige zwerfafvalvergoeding; • deze middelen bedoeld zijn om aanvullende maatregelen tegen zwerfafval te bekostigen en niet om reguliere gemeentelijke schoonmaaktaken te vervangen; Overwegende dat; • de binnenstad door het grote aantal bezoekers, winkels, horecagelegenheden en evenementen een intensiever gebruik van de openbare ruimte kent; • in de binnenstad daarom extra ledigings-, reinigings- en veegrondes nodig kunnen zijn, met name in weekenden, tijdens het toeristische seizoen en

rondom evenementen; • niet alleen het legen, maar ook het periodiek schoonmaken van prullenbakken nodig is om stank, aanslag en een onverzorgd straatbeeld tegen te gaan; • meer prullenbakken alleen zinvol zijn wanneer deze op de juiste plaatsen staan, voldoende vaak worden geleegd en structureel worden onderhouden; • ook in Blokker, Zwaag en de Hoornse woonwijken voldoende afvalvoorzieningen beschikbaar moeten zijn; • een zichtbaar schone stad bijdraagt aan het gevoel van veiligheid, de gezondheid, het vestigingsklimaat, het toerisme en het vertrouwen van inwoners in de gemeente; Verzoekt het college / spreekt uit: 1. het budget vergoedingen zwerfafval en prullenbakken in 2027 in ieder geval in te zetten voor: a) het plaatsen van extra openbare prullenbakken op in Hoorn, Blokker en Zwaag en het verbeteren van de spreiding en vindbaarheid van bestaande prullenbakken; b) extra ledigingsrondes in de binnenstad, het havengebied, winkelcentra, parken, bij het station en rondom evenementen; c) In het weekend extra veegrondes in de binnenstad en op andere locaties waar structureel veel zwerfafval wordt aangetroffen; d) het periodiek aan de binnen- en buitenzijde reinigen van openbare prullenbakken, voornamelijk in de binnenstad; e) het snel verwijderen van afval dat naast openbare prullenbakken en andere afvalvoorzieningen is geplaatst; 2.

Dit te dekken uit de reserve diverse incidentele bestemmingen 2/18

Reactie van het college Het college ontraadt deze motie. Het instrument komt te vroeg. Een plan volgt in het 2e kwartaal van 2027. Bovendien kunnen incidentele middelen niet worden gebruikt om structurele kosten te dekken. Suggestie: aanhouden tot raadsbehandeling van het uitvoeringsplan.

3/18

Motie 2.

Participatiejaarverslag als onderdeel van de jaarstukken

Indiener(s) Sociaal Hoorn/Team Tonnaer Tekst van de motie Constaterende dat; • de jaarstukken het belangrijkste document zijn waarin het college verantwoording aflegt over de uitvoering van de begroting, de bereikte resultaten en de daarvoor ingezette financiële middelen; • participatie een belangrijk onderdeel is van de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijk beleid en projecten, maar de jaarstukken momenteel geen samenhangend overzicht geven van de participatietrajecten die in het verslagjaar hebben plaatsgevonden; • hierdoor voor de gemeenteraad en inwoners onvoldoende zichtbaar is wie bij gemeentelijke plannen zijn betrokken, hoeveel invloed inwoners daadwerkelijk hadden en wat met hun inbreng is gedaan; • andere gemeenten al jaarlijks verantwoording afleggen over participatie; zo brengt Almere een afzonderlijk Jaarverslag Participatie uit met feiten en cijfers over participatieprocessen, terwijl de gemeente Bergen eveneens een jaarlijks participatieverslag publiceert.

Overwegende dat; • participatie niet alleen moet worden beoordeeld op het aantal georganiseerde bijeenkomsten, maar vooral op de vraag of inwoners tijdig zijn betrokken en daadwerkelijk invloed konden uitoefenen; • de gemeenteraad zijn controlerende en kaderstellende rol beter kan uitvoeren wanneer jaarlijks inzichtelijk wordt gemaakt hoe participatie in de praktijk is verlopen; • een participatiejaarverslag kan bijdragen aan het herkennen van terugkerende knelpunten, het delen van goede voorbeelden en het verbeteren van toekomstige participatietrajecten; • daarbij ook zichtbaar moet worden welke groepen wel en niet zijn bereikt, zodat participatie niet vooral toegankelijk is voor inwoners die de gemeente al gemakkelijk weten te vinden; • het logisch is om deze verantwoording op te nemen in de reguliere planning-en-controlcyclus, omdat participatie onderdeel is van de uitvoering van gemeentelijk beleid en niet losstaat van de bereikte maatschappelijke resultaten. Verzoekt het college van Burgemeester en wethouders; 1. vanaf de Jaarstukken 2026 een afzonderlijk en herkenbaar hoofdstuk Participatiejaarverslag op te nemen in het jaarverslag van de gemeente Hoorn; 2.

daarin jaarlijks ten minste inzicht te geven in: a) de gemeentelijke beleidsplannen, projecten en besluiten waarbij participatie heeft plaatsgevonden; b) het doel en het vooraf vastgestelde niveau van participatie, zoals informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen; c) de fase waarin inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden zijn betrokken; d) de wijze waarop deelnemers zijn uitgenodigd en welke groepen daadwerkelijk hebben deelgenomen;

4/18

Reactie van het college In de Participatievisie, die begin 2027 naar de raad komt, wordt ook aandacht aan dit onderwerp besteed. Op 15 september vindt een informatieve sessie plaats met de raad. In ieder geval zal een paragraaf over de Participatie onderdeel worden van de jaarrekening. Suggestie: aanhouden tot behandeling Participatievisie.

5/18

Motie 3.

Structureel onderhoud kunstwerken in openbare ruimte

Indiener(s) Sociaal Hoorn /Team Tonnaer Tekst van de motie Constaterende dat; • De gemeente Hoorn ongeveer 150 kunstwerken in de openbare ruimte van Hoorn, Blokker en Zwaag bezit of beheert en dat deze kunstwerken in de openbare ruimte bijdragen aan de identiteit, uitstraling, cultuurbeleving en leefbaarheid van de gemeente; • De Stichting André Volten dd. 10 juni 2026 en Sociaal Hoorn/Team Tonnaer d.d. 7 juni 2026 het college hebben gewezen op de slechte onderhoudstoestand van het kunstwerk H-Balken van André Volten, gelegen bij de brandweerkazerne; • Kunstwacht door de Stichting André Volten wordt genoemd als een gespecialiseerde organisatie met ervaring in inspecties, beheer, onderhoud en restauratie van kunstwerken in de openbare ruimte; • De gemeenteraad bij de Begroting 2026 eenmalig € 100.000 beschikbaar heeft gesteld voor het inventariseren en opschonen van de gemeentelijke kunstcollectie. Overwegende dat; • De gemeente als eigenaar en beheerder verantwoordelijkheid is voor behoud en onderhoud van de kunstwerken in de gemeentelijke openbare ruimte; • De gemeente onvoldoende inzicht heeft welke beelden in de openbare ruimte eigendom van de gemeente Hoorn zijn.

Onduidelijk is bijvoorbeeld wie de eigenaar is van beeld De Eenhoorn bij de voormalige TSH; • Kunstwerken niet op dezelfde wijze kunnen worden onderhouden als straatmeubilair, bestrating of regulier groen; • Periodieke inspectie en specialistisch onderhoud voorkomen dat kleine beschadigingen uitgroeien tot kostbare restauraties; • Het inschakelen van een gespecialiseerde organisatie, zoals Kunstwacht, kan zorgen voor continuïteit, deskundigheid en een centrale registratie van de staat van de kunstwerken; Verzoekt het college/spreekt uit: 1. Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 een volledige inventarisatie en onderhoudsschouw te laten uitvoeren van de gemeentelijke kunstwerken in de openbare ruimte van Hoorn, Blokker en Zwaag; 2. Voor deze werkzaamheden een offerte te vragen bij Kunstwacht of bij een vergelijkbare gespecialiseerde organisatie, met inachtneming van het gemeentelijke inkoop- en aanbestedingsbeleid; 3. De raad uiterlijk bij de behandeling van de programmabegroting 2027 te informeren over de uitkomsten van de inventarisatie, de uitgevoerde werkzaamheden en het bedrag dat structureel nodig is voor het onderhoud van de kunstwerken in de openbare ruimte. Reactie van het college Het college ontraadt deze motie. We zijn op dit moment bezig met een inhaalslag. Verder wordt gewerkt aan een Uitvoeringsprogramma 2028-2029.

Mocht daaruit blijken dat aanvullende middelen nodig zijn, melden wij dat tijdig aan de raad.

6/18

Motie 4.

Onafhankelijke toets Begroting 2027

Indiener(s) Hart van Hoorn Tekst van de motie Constaterende dat; • de Kadernota 2026 een oplopend tekort laat zien in de meerjarenraming; • na verwerking van indexaties en compensatie het mogelijke tekort verder oploopt; • daarnaast in hoofdstuk 3 van de Kadernota 2026 meerdere noodzakelijke ontwikkelingen worden genoemd die nog niet of niet volledig financieel zijn verwerkt; • de Kadernota 2026 aangeeft dat het huidige meerjarenperspectief geen ruimte biedt om deze ontwikkelingen te financieren; • de Algemene reserve mogelijk wordt ingezet om 2027 incidenteel sluitend te maken; • incidentele middelen geen structurele oplossing vormen voor structurele tekorten; Overwegende dat; • de gemeenteraad zijn budgetrecht alleen goed kan uitoefenen als de financiële gevolgen, risico’s en aannames volledig en realistisch in beeld zijn; • de provincie bij financieel toezicht beoordeelt of de begroting structureel en reëel in evenwicht is; • structurele lasten in beginsel structureel gedekt moeten worden; • het ongewenst is dat structurele tekorten tijdelijk worden gemaskeerd met incidentele middelen; • de financiële onzekerheden richting de Begroting 2027 zodanig groot zijn dat een extra onafhankelijke toets gerechtvaardigd is; • een dergelijke toets geen reguliere controleverklaring bij de begroting hoeft te zijn, maar wel kan bestaan uit een rapport van bevindingen of onafhankelijke

financiële second opinion; Verzoekt het college van Burgemeester en wethouders; 1. voorafgaand aan de behandeling van de Begroting 2027 een onafhankelijke toets te laten uitvoeren op de financiële onderbouwing van de Begroting 2027 en de meerjarenraming 20282030; 2. deze toets bij voorkeur te laten uitvoeren door de gemeentelijke accountant, en wanneer dat binnen diens opdracht of onafhankelijkheidsregels niet passend is, door een andere onafhankelijke financieel deskundige; 3. in deze toets ten minste te laten beoordelen: a. of de begroting structureel en reëel in evenwicht is; b. of structurele lasten structureel zijn gedekt; c. welke incidentele middelen, waaronder de Algemene reserve, worden ingezet voor structurele uitgaven; d. of de risico’s uit hoofdstuk 3 van de Kadernota 2026 voldoende financieel zijn doorgerekend; e. of de aannames over indexaties, gemeenschappelijke regelingen, jeugdzorg, vastgoed, grondexploitaties en het Westfries Museum realistisch en volledig zijn; f. welke financiële risico’s nog niet in de begroting zijn verwerkt; 4. het rapport van bevindingen uiterlijk gelijktijdig met de Begroting 2027 aan de raad aan te bieden; 5. daarbij expliciet aan te geven welke aanbevelingen uit de onafhankelijke toets wel of niet zijn verwerkt in de Begroting 2027;

7/18

Reactie van het college Het college ontraadt deze motie. De begroting wordt in het kader van het interbestuurlijke toezicht door de provincie expliciet beoordeeld op het structureel en reëel evenwicht en de financiële robuustheid. De provincie heeft daarbij een onafhankelijke toezichthoudende rol en kan zo nodig ingrijpen. De gevraagde aanvullende onafhankelijke toets is dubbel en heeft geen toegevoegde waarde. Bovendien kosten zo'n toets en zo'n onderzoek geld en inzet van capaciteit. In de tijdspanne aan het eind van de productie van de begroting kan dit nauwelijks op een gedegen manier worden ingepast. De rol van de gemeentelijke accountant is primair op de controle van de jaarrekening. Een inhoudelijke beoordeling van de begroting kan spanning opleveren met de onafhankelijke beoordeling van de Jaarrekening.

8/18

Motie 5.

Transparantie en grip op incidentele en begrotingssubsidies

Indiener(s) Hart van Hoorn Tekst van de motie Constaterende dat; • het college subsidies, bijdragen en andere financiële verstrekkingen kan doen aan organisaties, instellingen en initiatieven; • deze verstrekkingen soms incidenteel, één-op-één of via de begroting plaatsvinden; • de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3399, heeft uitgesproken dat ook bij begrotingssubsidies in beginsel mededingingsruimte moet worden geboden wanneer sprake is van schaarse subsidiemiddelen; • uit artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat subsidieverstrekking een duidelijke wettelijke of begrotingsrechtelijke grondslag moet hebben; • de raad zijn kaderstellende en controlerende rol alleen goed kan uitvoeren wanneer vooraf inzichtelijk is welke subsidies het college wil verstrekken, aan wie, met welk doel en op welke grondslag. Overwegende dat; Verzoekt het college van Burgemeester en wethouders; 1. voorafgaand aan de behandeling van de Begroting 2027, en daarna jaarlijks voorafgaand aan de begrotingsbehandeling, een openbaar overzicht te publiceren van alle voorgenomen begrotingssubsidies, incidentele subsidies en één-op-één subsidieverstrekkingen; 2. dit overzicht tijdig te publiceren, zodat andere serieuze gegadigden de mogelijkheid hebben zich te melden voordat de raad de begroting vaststelt; 3.

in dit overzicht ten minste op te nemen: a. de beoogde ontvanger; b. het doel van de subsidie; c. het indicatieve of maximale bedrag; d. de juridische grondslag; e. de motivering voor de keuze van de ontvanger; f. de wijze waarop mededingingsruimte wordt geboden, of de gemotiveerde reden waarom slechts één partij in aanmerking komt; 4. de raad jaarlijks bij de begroting en jaarrekening in de subsidieparagraaf te informeren over verstrekte incidentele subsidies, begrotingssubsidies en één-op-één verstrekkingen; 5. te beoordelen of de Algemene Subsidieverordening of aanvullende subsidieregels moeten worden aangepast naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3399, en de raad hierover uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 te informeren. Reactie van het college Deze motie wordt ontraden. Wij volgen de behoefte aan nader inzicht hierover. Wij betrekken dit graag bij het proces van de Herijking van de subsidies. We onderzoeken graag hoe wij aan deze behoefte invulling kunnen geven. Tegelijk willen we waakzaam zijn voor (onnodige) verzwaring van administratieve lasten, zowel extern als intern. Wij geven hier graag als onderdeel van het proces Herijking Subsidies een terugkoppeling op. Dat is onze toezegging. 9/18

Motie 6.

Leefbaar en toekomstbestendig Gildenweg

Indiener(s) HoornCentraal, EenHoorn, PvdD, FvD Tekst van de motie Constaterende dat; • rondom bedrijventerrein Gildenweg al jarenlang zorgen bestaan over geur-, geluid- en verkeersoverlast; • bewoners regelmatig melding maken van overlast en aangeven behoefte te hebben aan meer inzicht in de opvolging van deze meldingen; • het college heeft aangegeven dat de recente investeringen en uitbreiding van Plukon moeten leiden tot een afname van geur- en geluidsoverlast; • de gemeenteraad eerder heeft gesproken over de leefbaarheid van het gebied en de toekomst van bedrijventerrein Gildenweg; • een goede balans tussen economische activiteiten en een gezond woon- en leefklimaat van groot belang is. Overwegende dat; • het van belang is dat inwoners kunnen zien of de beloofde vermindering van overlast daadwerkelijk wordt gerealiseerd; • vertrouwen tussen bewoners, ondernemers, gemeente en toezichthouders gebaat is bij transparantie en structureel overleg; • het voor het draagvlak in de omgeving essentieel is dat bewoners ervaren dat meldingen van overlast serieus worden genomen en leiden tot zichtbare opvolging; • de gemeenteraad haar kader stellende en controlerende rol alleen goed kan uitvoeren wanneer periodiek inzicht wordt gegeven in de ontwikkeling van de leefbaarheid rondom de Gildenweg; • structureel overleg kan bijdragen aan het tijdig signaleren en oplossen van knelpunten.

Verzoekt het college van Burgemeester en wethouders; 1. een periodiek omgevingsoverleg voor het gebied Gildenweg in te richten, waarbij in ieder geval bewoners, ondernemers, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, gemeente Hoorn en, waar relevant, gemeente Drechterland worden betrokken; 2. jaarlijks aan de gemeenteraad te rapporteren over: • meldingen van geur-, geluid- en verkeersoverlast; • uitgevoerde controles; • eventuele handhavingsmaatregelen; • de effecten van getroffen maatregelen op de leefbaarheid in de omgeving; 3. deze rapportage tevens openbaar beschikbaar te stellen voor omwonenden; 4. indien uit monitoring, meldingen of controles blijkt dat sprake blijft van structurele overlast, de raad te informeren welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn om de leefbaarheid verder te verbeteren; 5. de eerste rapportage uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 aan de raad aan te bieden.

10/18

Reactie van het college Het college ontraadt deze motie. Er zijn de afgelopen jaren al veel maatregelen getroffen om diverse vormen van overlast te beperken. Ook loopt de vitalisering, waaronder de vergroening, van het bedrijventerrein. Wij hebben en houden hierover contact met ondernemers en omwonenden. De Omgevingsdienst NHN registreert meldingen en geeft de melder hierover een terugkoppeling. Dit is reeds de praktijk.

11/18

Motie 7.

Nieuw kunstwerk Roode Steen

Indiener(s) FvD Tekst van de motie Constaterende dat; • het college voornemens is een nieuw kunstwerk te realiseren in relatie tot het JP Coen-dossier; • over het standbeeld van JP Coen en de wijze waarop Hoorn omgaat met zijn koloniale verleden reeds jarenlang een maatschappelijk en politiek debat wordt gevoerd; Overwegende dat; • de locatie van een dergelijk kunstwerk en de wijze waarop inwoners en belanghebbenden daarbij worden betrokken bepalend zijn voor de betekenis en maatschappelijke impact ervan; • keuzes over een nieuw kunstwerk op of rond de Roode Steen grote invloed hebben op het historische aanzien van de binnenstad en de wijze waarop de geschiedenis van Hoorn in de openbare ruimte wordt gepresenteerd; • een breed gedragen en transparante besluitvorming van belang is bij onderwerpen die de identiteit, geschiedenis en publieke ruimte van de stad raken; • de gemeenteraad als hoogste democratisch orgaan van de gemeente een kaderstellende rol heeft bij politiek en maatschappelijk gevoelige ontwikkelingen; Verzoekt het college van Burgemeester en wethouders; 1) geen onomkeerbare besluiten te nemen over een nieuw kunstwerk in relatie tot het JP Coendossier voordat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld zich hierover uit te spreken; 2) de gemeenteraad vooraf een voorstel voor te leggen waarin ten minste wordt ingegaan op: a. de beoogde locatie; b.

de wijze waarop inwoners, belanghebbenden en betrokken organisaties bij het proces worden betrokken, alsmede de wijze waarop de resultaten van deze participatie worden verwerkt; Reactie van het college Het college realiseert zich dat hier een zorgvuldig proces vereist is. Het college neemt daarin haar verantwoordelijkheid. De rol van de raad in dit proces werken wij hier uiteraard ook in uit. Tot dat moment stellen wij voor deze motie aan te houden.

12/18

Motie 8.

Roep op om schoolpleinen te vergroenen

Indiener(s) Partij van de Dieren Tekst van de motie Constaterende dat; • Versteende schoolpleinen hittestress veroorzaken en weinig bescherming bieden tegen schadelijke Uv-straling; •

Het groene schoolplein een fantastische plek is voor kinderen om te spelen, ontdekken en onderzoeken. Als natuurrijk buitenlokaal biedt het ook mogelijkheden voor natuur- en cultuureducatie;

•

Hoorn meedoet aan het landelijke initiatief ‘Operatie Steenbreek’.

Overwegende dat; • Uit onderzoek is gebleken dat scholen de voordelen erkennen van vergroening, maar dat er nauwelijks scholen zijn die zelf vergroening financieren; •

Versteende schoolpleinen kinderen niet uitnodigen tot actief spel, niet uitdagen en pestgedrag in de hand werken;

•

Een gezond schoolplein kinderen de ruimte geeft om te bewegen en te spelen in een uitdagende en groene omgeving. Het prikkelt de fantasie, stimuleert de beweging en leert over het belang van de natuur;

•

Een groene omgeving zorgt dat kinderen beter kunnen omgaan met stress, concentratie verhoogt en een positief effect heeft op het werkgeheugen en dus ook schoolprestaties;

•

Een groen schoolplein de klimaatbestendigheid van de bebouwde omgeving bevorderd.

Verzoekt het college van Burgemeester en wethouders; • Om tijdens overleggen met de schoolbesturen het onderwerp ‘vergroenen schoolpleinen’ als vast agendapunt te hanteren; •

Scholen actiever te ondersteunen bij het zoeken en verwerven van financiële middelen voor het vergroenen van pleinen, onder andere door:

1. de mogelijkheden te onderzoeken voor het bieden van gemeentelijke subsidie voor scholen om schoolpleinen te vergroenen, 2. te onderzoeken of basisscholen aanspraak kunnen maken op financiering vanuit het Hoogheemraadschap, Provincie, Rijk of een fonds. • Om bij initiatieven voor verduurzamen van scholen niet alleen plannen voor het binnenklimaat van scholen te ondersteunen, maar ook voor de schoolpleinen. Reactie van het college Onderstaande reactie zat ook in de raadsbrief collegereactie van 19 juni. Het college ontraadt de motie in de huidige vorm, maar omarmt wel bullet 1 en 3 van de motie. We zijn al bezig met dit onderwerp. Met de schoolbesturen is afgesproken in het najaar van 2026 in gesprek te gaan over een brede verkenning rond onderwijs en jeugd en over deze uitkomsten zullen we u informeren. In deze verkenning wordt het thema van groenblauwe schoolpleinen nadrukkelijk 13/18

meegenomen, ook vanuit het perspectief van het kind. Daarbij leggen we de verbinding met andere opgaven zoals de ontwikkeling van integrale kindcentra (IKC), bewegen, inclusie en het tegengaan van achterstanden. De keuze van de inrichting van schoolpleinen is primair aan de schoolbesturen. Dit vraagt daarom om een gezamenlijke verkenning, waarin we samen optrekken en de mogelijkheden – ook ten aanzien van mogelijke subsidies - zorgvuldig in beeld brengen. Het onderwerp ‘vergroenen schoolpleinen’ is hierbij een vast agendapunt.

14/18

Motie 9.

Roep de klimaatcrisis uit

Indiener(s) Partij van de Dieren Tekst van de motie Constaterende dat; • Klimaatverandering een ernstige bedreiging vormt voor voedsel- en watervoorziening, veiligheid van de leefomgeving, geopolitieke stabiliteit en welvaart; • Deze bedreiging nu al zorgt voor noodzakelijke inspanningen om de weerbaarheid van de samenleving te waarborgen. • Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties stelt dat, om de gevolgen beheersbaar te houden, de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in ieder geval teruggebracht moet worden naar netto nul in 2050; • De gemeente Hoorn de ambitie heeft om in 2040 klimaatneutraal te zijn; • Verschillende Nederlandse gemeenten de klimaatcrisis of -noodtoestand hebben uitgeroepen om de urgentie van dit probleem duidelijk over het voetlicht te brengen Overwegende dat; • Het de taak van de overheid is om de veiligheid van haar inwoners te beschermen; • Het uitroepen van de klimaatcrisis een sterke erkenning is van de gezamenlijke opdracht om een maximale inspanning te leveren om de opwarming van de Aarde zo veel mogelijk te beperken; • De nationale overheid gemeenten in staat moet stellen, zowel financieel als qua wetgeving, om hun verantwoordelijkheid te nemen in het behalen van de klimaatdoelen.

Verzoekt het college van Burgemeester en wethouders; • De klimaatcrisis uit te roepen namens Hoorn; • In de communicatie naar inwoners en bedrijven actief uit te dragen dat het gemeentebestuur van Hoorn zich zorgen maakt over de gevolgen van klimaatverandering voor de voedsel- en watervoorziening, de leefomgeving, geopolitieke stabiliteit en welvaart. En deze mening ook kenbaar te maken richting de landelijke overheid. Reactie van het college Onderstaande reactie zat ook in de raadsbrief collegereactie van 19 juni. Deze motie is overbodig. Hoorn heeft in het coalitieakkoord nadrukkelijk gekozen voor een stevige inzet op duurzaamheid en klimaat. Hoorn wil in 2040 klimaatneutraal en aardgasvrij zijn. We helpen inwoners en ondernemers praktisch met verduurzaming, we pakken netcongestie actief aan en bouwen aan slimme lokale energie en we verminderen afval en gebruiken grondstoffen slimmer. We geven deze bestuursperiode prioriteit aan een klimaatbestendige openbare ruimte. We nemen klimaatadaptatie standaard mee bij grotere woningbouwprojecten, rioolprojecten en herinrichting van straten. Hiermee geven wij al het signaal af dat wij de klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan serieus nemen.

15/18

Motie 10.

Behoud en toekomstbestendig maken van de Aldi in Blokker

Indiener(s) Hart voor Hoorn, ÉénHoorn en Hoorn Centraal Tekst van de motie Constaterende dat; • de Aldi aan de Westerblokker al decennialang een belangrijke dagelijkse voorziening vormt voor inwoners van Blokker; • het college heeft aangegeven dat deze supermarkt een waardevolle functie heeft voor het voorzieningenniveau en tevens een sociale ontmoetingsplek vormt; • supermarkten bezoekersstromen genereren die bijdragen aan de levendigheid en economische vitaliteit van omliggende winkels; • Aldi heeft aangegeven dat de huidige winkel in de bestaande omvang niet toekomstbestendig is; • de gewenste ontwikkeling ziet op het betrekken van een naastgelegen ruimte binnen het bestaande gebouwencomplex en daarmee in belangrijke mate een functiewijziging betreft; Overwegende dat; • het behoud van dagelijkse voorzieningen in dorpen als Blokker van groot belang is voor leefbaarheid en bereikbaarheid; • verduurzaming, modernisering en toekomstbestendige bedrijfsvoering van bestaande voorzieningen ruimte kunnen vragen binnen de bestaande gebouwstructuur; • het wenselijk is om, waar mogelijk, in kansen en oplossingen te denken om essentiële voorzieningen voor inwoners te behouden; • De detailhandelsnota op dit moment wordt herzien en in november/december aan de raad wordt voorgelegd.

Verzoekt het college van Burgemeester en wethouders; Bij de herziening van de detailhandelsnota expliciet aandacht te besteden aan de uitbreiding van de Aldi in Blokker zodanig dat deze supermarkt op deze locatie kan blijven incl. de noodzakelijke gewenste aanpassingen Reactie van het college De behoefte van de Aldi voor deze locatie is ons bekend. Het lijkt ons verstandig met Aldi nader in gesprek te gaan over deze behoefte, zowel op deze locatie als de mogelijkheden breder in Hoorn. Voor zover mogelijk betrekken wij dit, op beleidsniveau, bij de Detailhandelsnota. Dat is onze toezegging. De motie is in de huidige strekking daarvoor te specifiek geformuleerd. Deze ontraden wij daarom.

16/18

Motie 11.

Ontwikkeling en bouw nieuwe woonwijk

Indiener(s) Sociaal Hoorn/Team Tonnaer Tekst van de motie Overwegende dat; • door Hoorn de laatste zestig jaar achtereenvolgens de wijken Grote Waal, Risdam, Kersenboogerd en Bangert & Oosterpolder zijn gebouwd; • enkele jaren tot wel 1.500 woningen jaarlijks gebouwd werden; • de Hoornse bevolking is toegenomen van 17.500 inwoners (1965) naar momenteel 76.000 inwoners; • binnen drie tot vier jaar de wijk Bangert en Oosterpolder afgebouwd is en voorlopig geen nieuwe woonwijk in Hoorn komt; • door te bouwen op inbreilocaties, de komende jaren geen substantieel aantal woningen gebouwd wordt, terwijl veel meer woningen noodzakelijk zijn, Verzoekt het college van Burgemeester en wethouders; Voor de ontwikkeling en bouw van een nieuwe woonwijk aan de rand van Hoorn gesprekken te starten met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Provincie Noord-Holland en de gemeenten in West-Friesland, verenigd in het Pact van West-Friesland En gaat over tot de orde van de dag Reactie van het college Wij ontraden deze motie. Wij zien het voorzien in de woningbehoefte en een visie daarop als een regionale opgave. Op dat niveau blijven wij het gesprek hierover voeren en willen wij dat intensiveren. Wij gaan niet over het grondgebied van andere gemeenten.

17/18

Amendement A. Meer mensen, meer dieren, meer zorgvraag Indiener(s): Partij voor de Dieren Tekst van het amendement Constaterende dat; • De gemeente 6000 nieuwe woningen wil bijbouwen tot 2030; • Ongeveer 55 procent van de Nederlandse huishoudens één of meerdere huisdieren heeft; • De gemeente een zorgplicht heeft tegenover gehouden dieren in de gemeente. • Er van de begrote € 35.000,- in 2025 voor dierenwelzijn en biodiversiteit maar € 18.000 is uitgegeven. • Om bedrijfsmatig met honden en katten te werken een wettelijke verplichting is om in het bezit te zijn van een Bewijs van Vakbekwaamheid; • Een opleidingstraject resulterend in dit certificaat € 600 tot € 900 kost.

• Subsidies aan dierenwelzijnsorganisaties veelal tekortschieten voor het bekostigen van deze opleidingstrajecten; Overwegende dat; • Er voor goede dierenzorg opleidingen nodig zijn; • Een investering in opleidingstrajecten zowel de efficiëntie als de kwaliteit van dierzorg in Hoorn kan versterken; • Deze professionaliseringsslag nodig is om dierenzorg goed te kunnen borgen in een groeiende stad Besluit de Raad om de begroting als volgt aan te passen: Voegt toe aan het raadsbesluit onder punt 5: <…> a) In te stemmen met het onttrekken van € 40.000,- aan de Algemene reserve voor het opleiden van medewerkers van dierenwelzijnsorganisaties, die dieren uit de gemeente Hoorn opvangen en verzorgen, tot Vakbekwaam houder van Honden en Katten en dergelijke vakbekwaamheidsopleidingen. Te dekken uit: Het genoemde bedrag van € 40.000,- eenmalig te dekken uit de Algemene reserve. Reactie van het college Onderstaande reactie zat ook in de raadsbrief collegereactie van 19 juni. Het college ontraadt dit amendement. Het college deelt de mening dat goede dierenzorg in een groeiende stad als Hoorn belangrijk is, maar oordeelt dat de voorgestelde inzet van middelen niet de juiste en meest effectieve route is. Daarnaast betreft dit een regionaal vraagstuk, wat vraagt om een regionale aanpak en het maken van gezamenlijke afspraken.

De professionele opvangorganisaties in de regio (zoals het dierenasiel en de dierenambulance) beschikken al over de wettelijk verplichte certificaten, waaronder het Bewijs van Vakbekwaamheid. Zonder deze papieren mogen zij hun werk immers niet uitvoeren. Een eenmalige onttrekking uit de Algemene reserve specifiek voor deze basiscertificering is dan ook overbodig en lost de structurele capaciteitsvraagstukken niet op.

18/18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=b283328a-f255-475b-a742-249f75f03f57