CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

oplegger griffie bij het raadsvoorstel Besluitvorming participatiebeleid onder de Omgevingswet

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Participatiebeleid onder de Omgevingswet (1916331)924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo 23 december 2021 Onderwerp: oplegger raadsvoorstel Besluitvorming participatiebeleid onder de Omgevingswet Zaaknummer: 1916331 Steller: M. Vernes Team: griffie Aan: gemeenteraad

De griffie heeft deze oplegger opgesteld om bij u de wijze waarop de raad in het voortraject in positie wordt gebracht onder de aandacht te brengen. Wijze waarop de raad in positie wordt gebracht in het voortraject In het raadsvoorstel en de vast te stellen Nota participatie in de fysiek leefomgeving is aangegeven dat de raad in het voortraject door het college in positie wordt gebracht via een informatieve brief en dat de raad via deze informatieve brief kan aangeven of het plan moet worden geagendeerd in de raadscommissie, zodat de raad ‘wensen en bedenkingen’ naar voren kan brengen.* Het gaat hierbij om ontwikkelingen die afwijken van het Omgevingsplan (‘buitenplans’) en waarop het bindend adviesrecht en verplichte participatie van toepassing is. Een overweging om dit via een brief aan de raad te doen kan zijn dat indien de raad niet reageert of aangeeft het plan niet te willen agenderen voor bespreking in commissie, er meer tempo kan worden gemaakt met het plan. Dit is ook in de geest van de Omgevingswet: het sneller en eenvoudiger doorlopen van processen is één van de doelen van de Omgevingswet. Er zijn ook overwegingen waarom deze wijze van in positie brengen van de raad niet gewenst is: ➢ Het betreft nieuwe wetgeving en nieuwe processen, waarmee de raad nog ervaring op moet doen.

En dit geldt niet alleen voor de raad, maar ook voor college, organisatie en belanghebbenden. Dit is een zoektocht, waarbij bovendien veel belangen op het spel staan die tegen elkaar moeten worden afgewogen. ➢ Het gaat om een belangrijk moment in het proces. Het is het moment waarop de raad vroegtijdig een vinger aan de pols kan hebben en – eventueel ook op basis van signalen van belanghebbenden ‘wensen en bedenkingen’ naar voren kan brengen. ➢ Het al dan niet agenderen van ruimtelijke plannen via een ‘piepsysteem’ met informatieve brieven is ongewenst. Gelet op het grote aantal brieven dat de raad krijgt, brengt dit ook het risico met zich mee dat zaken niet worden geagendeerd omdat de raad niet of niet tijdig heeft gereageerd, terwijl achteraf kan blijken dat de raad wel degelijk had willen agenderen. ➢ Alleen informeren over de plannen is onvoldoende, het college dient de raad beargumenteerd te adviseren over de wenselijkheid van wel/niet uitbrengen van wensen en bedenkingen. Deze overweging komt voort uit de ervaringen met het dossier Lepelaar 6 (behandeld in commissie 30 maart 2021).

Advies van de griffie: Op basis van deze overwegingen adviseert de griffie u om deze plannen (dus: ontwikkelingen waarbij sprake is van bindend adviesrecht en verplichte participatie) in ieder geval gedurende het eerste jaar na invoering van de Omgevingswet altijd via een meningvormend voorstel te agenderen in de commissie. In dit meningvormend voorstel voor de commissie adviseert het college over het wel/niet uitbrengen van ‘wensen en bedenkingen’ door de raad. Daarbij is het wenselijk dat het voorstel ingaat op: - Waarom het college (intaketafel) de ontwikkeling wenselijk acht voor Hoorn

1/2

-

De strijdigheid met het Omgevingsplan, (beleids)uitgangspunten en de (ruimte voor) participatie Het vervolgtraject.

Op basis van de ervaringen met agendering in de commissie gedurende het eerste jaar kan dan in overleg met de raad worden bekeken hoe de raad in het vervolg in positie wil worden gebracht op het afgeven van ‘wensen en bedenkingen’. Indien de raad dit advies wil overnemen, dan kan dit in een amendement te worden vervat met het volgende dictum: Past besluitpunt 3. uit raadsbesluit als volgt aan: 3. Om de Nota participatie in de fysieke leefomgeving gewijzigd vast te stellen. De raad wordt gedurende het eerste jaar na van kracht worden van de Omgevingswet via een meningvormend voorstel voor de commissie in positie gebracht om ‘wensen en bedenkingen’ uit te brengen op de in besluitpunt 1 genoemde plannen. Deze nota omvat beleid over hoe om te gaan met participatie bij omgevingsvisie, omgevingsplan, omgevingsvergunningen, omgevingstafel en projecten.

*Dit staat onder meer vermeld in: ➢ Raadsvoorstel participatiebeleid: blz. 4: ‘Voor de plannen die worden aangemerkt als project dient een Nota van Uitgangspunten te worden opgesteld die door het college wordt vastgesteld en die vervolgens per brief wordt voorgelegd aan de raad. De raad heeft de mogelijkheid wensen en bedenkingen mee te geven. Ook kan de raad vragen om agendering van het project in een raadscommissie vergadering om het project te bespreken. Participatie maakt onderdeel uit van deze Nota van Uitgangspunten; participatie is in deze gevallen verplicht.’ ➢ Bijlage 1 bij het raadsvoorstel: Nota participatie in de fysiek leefomgeving: o Blz. 15: ‘Met het vaststellen van de nota van uitgangspunten is het kader bepaald waarbinnen het bouwinitiatief gerealiseerd kan gaan worden. De vastgestelde nota wordt tezamen met de oplegnotitie naar de gemeenteraad gestuurd. Zij hebben de gelegenheid om wensen en of bedenkingen te uiten. Ook kan de gemeenteraad ervoor kiezen het onderwerp te agenderen voor verdere bespreking en toelichting.’ o Bijlage 2 bij nota: participatieoverzicht per moment (projecten): college stelt nota van uitgangspunten vast (in de initiatieffase van het project), stuurt deze met brief naar de raad, raad heeft de mogelijkheid om wensen en bedenkingen mee te geven.

o Bijlage 3 bij nota: Stappenplan omgevingstafel: ‘Nu alle inzichten in beeld zijn wordt de politiek in het planproces betrokken, vooral wanneer de gemeenteraad een adviesrecht in het proces heeft. De gemeenteraad moet, met inzicht in alle belangen, vroegtijdig worden geïnformeerd. Via het college wordt de raad geïnformeerd en zij kunnen actief wensen en of bedenkingen aangeven door het plan te agenderen in een commissievergadering.’

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=6449a9da-7aa5-4a42-9c41-8bb6a7a42c0f