Memo gestelde vragen/opmerkingen van de aanwezigen bijeenkomst 11 mei 2021
Tekst van het document
Gestelde vragen/opmerkingen van de aanwezigen bijeenkomst 11 mei 2021 1. Meerdere raadsleden willen ook politiek een oordeel geven over het financiële perspectief. Er is ook uitgesproken dat er behoefte is aan een aparte sessie over het financiële perspectief in het sociaal domein. In overleg met de griffie wordt daar een oplossing voor gezocht. Antwoord: Is door de griffie opgepakt. 2. Er is behoefte aan een overzicht, langer dan de huidige meerjarenraming, van projecten, investeringen, andere structurele uitgaven. Al dan niet al geregeld in de begroting. Antwoord: De informatie is bij de stukken voor de raadscommissie van 8 juni bijgevoegd. 3. Raadsvoorstel Westfries Museum: er is behoefte aan een overzicht van investeringen/uitgaven voor sec het gebouw (monument(en)) en sec de museale functie. Antwoord: Zie het bijgevoegde plaatje.
4. Vraag is om duidelijk te maken wanneer is besloten over de renovatie van het stadhuis en hoe dat in de Begroting 2021 is geregeld. Antwoord: De gemeenteraad heeft op 15 september 2020 een besluit genomen tot renovatie van het stadhuis. Ook de bijbehorende begrotingswijziging is toen vastgesteld. Bij de stukken van het raadsvoorstel zat een business case voor de renovatie. De begrotingswijziging is op die business case gebaseerd. Het investeringsritme is verdeeld over 2023 en 2024, waarna de volledige kapitaallasten (ruim 1,5 miljoen euro) gaan lopen vanaf 2025. 5. De stand van de Algemene reserve is in de Begroting 2021 op 1 januari 2021 67,8 miljoen euro. Nu in de presentatie is dat nog maar 65,2 miljoen euro, met dezelfde peildatum. Waar is de 2,6 miljoen euro gebleven?
Zaaknummer: 1867457
1/8
Antwoord: Het zit in heel veel onderwerpen. Een overzicht daarvan maken is ondoenlijk. Dat komt door de verschillende momenten waarop de documenten zijn gemaakt. De stand in de Begroting 2021 is gemaakt in de zomer (augustus/september) van 2020, met de kennis van toen. Daarbij zijn schattingen gemaakt van bepaalde uitgaven uit en inkomsten in de reserve. De stand in de presentatie is gebaseerd op de Rekening 2020. Dat is van recent, maart 2021, zo'n zes à zeven maanden later. In die stand zijn alle werkelijke boekingen opgenomen. Er is bijna altijd sprake van een verschil tussen een begroot bedrag en de werkelijk geboekte bedragen. 6. Reserve Incidentele bestemmingen: wat zijn dat voor incidentele bestemmingen? Antwoord: Bij de vaststelling van de laatste Nota Reserves en voorzieningen heeft de gemeenteraad besloten een Reserve Diverse incidentele bestemmingen in te stellen. In die reserve staan de claims die voorheen op de Algemene reserve werden gedaan. Het is gedaan om de transparantie en de zuiverheid van de Algemene reserve te waarborgen. De Algemene reserve heeft een bufferfunctie en moet niet vervuild zijn met allerlei claims voor andere onderwerpen. In de afgelopen jaren zijn er diverse besluiten genomen met als dekking de Algemene reserve. Dit kan eenmalig, maar soms ook meerjarig zijn.
De bijbehorende bedragen zijn in de reserve Diverse incidentele bestemmingen gestort. In de bijlage bij de Nota Reserves en voorzieningen is een lijst van claims opgenomen. Het is de lijst op basis van de begroting 2020. Verder worden vanaf 2020 de claims voor de taakmutaties uit gemeentefondscirculaires in de reserve gestort. Daar blijven ze een periode beschikbaar, totdat het geld nodig is. Gebleken is dat soms in de decembercirculaire geld ontvangen wordt voor een bepaald onderwerp dat voor datzelfde jaar nog beschikbaar is gesteld. 7. Als we uit die reserve (Incidentele bestemmingen) geld halen, moeten we dat dan later er weer in stoppen? Antwoord: Zoals uit het antwoord op de vorige vraag blijkt, zijn het vooral onderwerpen waar in enig jaar niet aan toe is gekomen. En het budget dat dan over is, wordt 'gestald' in de reserve totdat het onderwerp wordt afgemaakt. De zaken die er nu uitgehaald worden, worden al enkele jaren 'bewaard'. De urgentie om de werkzaamheden af te maken, is er niet. Mogelijk komt dat in enig jaar terug, maar dan moet een voorstel gemaakt worden en de financiële middelen moeten er op dat moment bij geregeld worden. 8. Hoe ver zijn we van artikel-12 af? Antwoord: Dat zijn we nog wel een aantal stappen. Eerst volgt nog een procedure met de provincie, als toezichthouder. Dan moet de gemeente al een aantal stappen doen.
Voor een uitgebreid stappenplan verwijzen wij naar de beantwoording bij vraag 13. 9. In de mogelijke dekkingsmiddelen wordt de onbenutte belastingcapaciteit genoemd op sheet 24 van de achtergrondinformatie. Binnenkort besluit de gemeenteraad over de wegenoverdracht van het Hoogheemraadschap. Een deel van dat besluit is (een deel van) het voordeel dat de burgers krijgen doordat de wegenheffing Zaaknummer: 1867457
2/8
vervalt, terug te laten vloeien naar de gemeente via een verhoging van de OZB. Dan gebruik je toch al een deel van de onbenutte belastingcapaciteit? Antwoord: Dat is correct. 10. Als de volledige onbenutte belastingcapaciteit gebruikt wordt, met welk percentage stijgt de OZB dan? Antwoord: Dat is 52,5% gebaseerd op de “artikel 12-norm” van Coelo, afgezet tegen het gewogen gemiddelde OZB-tarief van 2021. 11. De kosten van het wijkpark Bangert en Oosterpolder. Waarom worden die kosten niet uit de grondexploitatie/reserve Bangert en Oosterpolder gehaald? Antwoord: Het wijkpark Bangert en Oosterpolder is nooit opgenomen geweest in de grondexploitatie. Het is daarom niet mogelijk daaruit de kosten te halen. Het is een bovenwijkse voorziening en die mag niet in de grondexploitatie opgenomen worden. Het wijkpark Bangert en Oosterpolder valt buiten het bestemmingsgebied van de Bangert en Oosterpolder. Daarom mogen volgens de BBV deze koste niet ten laste van de grondexploitatie Bangert en Oosterpolder gebracht worden. 12. Zijn er voor de gemeenteraad nog bezuinigingsvoorstellen te verwachten? Antwoord: Het college wil de nieuwe raad de ruimte geven om zelf keuzes te maken voor de periode 2023 en verder. Wellicht wordt wel een opdracht gevraagd aan de gemeenteraad voor de organisatie om te zoeken naar mogelijkheden om te bezuinigen vanaf 2023.
Het gaat dan vooral om richting en niet zozeer om specifieke maatregelen. Dat is dus voor een volgende bestuursperiode. 13. Graag meer informatie over de artikel-12 status. Antwoord: Gemeenteraad als verantwoordelijk orgaan. Op de eerste plaats blijft de gemeenteraad, als hoogste orgaan binnen de gemeente, op grond van artikel 189 van de Gemeentewet er verantwoordelijk voor dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Tijdelijke situaties van verstoring zijn acceptabel, mits aannemelijk gemaakt wordt dat het evenwicht in de eerstvolgende jaren weer zal worden hersteld. Dit betekent dat de raad in beginsel verplicht is om jaarlijks een sluitende begroting vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. Lukt dit niet, dan kan aan de wettelijke verplichting alsnog worden voldaan door aan de hand van de meerjarenraming aan te tonen dat de balans tussen de baten en lasten weer structureel en reëel in evenwicht is. In de regel houdt dit in dat binnen de drie volgende jaren er weer sprake zal moeten zijn van evenwichtsherstel. Gedeputeerde Staten als toezichthouder. De rol als toezichthouder is gebaseerd op artikel 203, eerste lid, van de Gemeentewet. Hierin is bepaald dat Gedeputeerde Staten (GS) zich een oordeel dienen te vormen over de begroting van het Zaaknummer: 1867457
3/8
eerstvolgende begrotingsjaar, alsmede over de daarbij behorende meerjarenraming in het geval van een tekortsituatie. Als naar de mening van GS er geen sprake is van een structureel en reëel evenwicht tussen de baten en de lasten of mogelijk herstel daarvan, is preventief toezicht aan de orde. GS dienen de gemeenraad hiervan voor 1 januari van het nieuwe begrotingsjaar in kennis te stellen. Voorafgaand hieraan vindt in de regel eerst nog bestuurlijk overleg plaats met de gemeente. Inzendtermijnen. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. De wijzigingen moeten (met uitzondering van gevallen van dringende spoed) binnen twee weken na vaststelling aan GS worden gezonden. Beslissingstermijn. In artikel 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is opgenomen dat een besluit omtrent goedkeuring binnen 13 weken na de verzending ter goedkeuring bekend moet worden gemaakt aan het orgaan dat het besluit heeft genomen. Dit kan eenmaal voor ten hoogste 13 weken worden verdaagd. De termijn voor de verdaging moet in het verdagingsbesluit worden aangegeven. Het besluit omtrent goedkeuring moet binnen de in het verdagingsbesluit vermelde termijn worden genomen en bekendgemaakt. Het besluit tot verdaging moet uiteraard binnen de eerste termijn van dertien weken worden genomen en bekend gemaakt.
Als deze termijnen niet worden gehaald, wordt het besluit (de begroting c.q. wijziging) geacht te zijn goedgekeurd. Artikel 207 van de Gemeentewet bevat een aanvulling op artikel 10:31 Awb. Als een besluit tot wijziging van de begroting wordt aangeboden ter goedkeuring terwijl de begroting nog niet is goedgekeurd, dan begint de termijn van artikel 10:31 voor het wijzigingsbesluit pas te lopen op de dag dat de begroting wordt goedgekeurd. Zolang de begroting of een besluit tot wijziging niet is goedgekeurd, is toestemming van GS nodig voor het aangaan van verplichtingen (artikel 208 Gemeentewet). Juridisch gezien staat deze toestemming gelijk aan goedkeuring. Voor dit type besluiten stelt de Gemeentewet een eigen termijn: GS dienen binnen twee maanden te beslissen, als dat niet wordt gehaald, dan wordt de toestemming geacht te zijn verleend. Goedkeuren of niet. Als de raad er tijdig in slaagt om voldoende aanvullende dekkingsmiddelen aan te wijzen of lasten te verlagen, zullen GS de begroting (en de daarop betrekking hebbende wijzigingen) goedkeuren. Bij een naar hun mening weer voldoende solide financiële basis kunnen zij eventueel ook het preventieve toezicht intrekken. De goedkeuring kan worden onthouden aan begrotingen en besluiten tot wijziging daarvan, wegens strijd met het recht en het algemeen financieel belang.
Van dat laatste is sprake als een gemeente in een dusdanige financiële positie komt te verkeren dat daardoor een beroep gedaan moet worden op de middelen van de collectiviteit van de gemeenten (een zogenoemd artikel 12-aanvraag). De beslissing de goedkeuring te onthouden wordt mede bepaald door het totale financiële beeld dat GS als toezichthouder van de gemeente hebben. Als GS overwegen de goedkeuring te onthouden, vindt in elk geval op bestuurlijk niveau overleg plaats. Dit is voor GS een verplichting op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 10:30). In dat
Zaaknummer: 1867457
4/8
overleg wordt bezien of er afspraken kunnen worden gemaakt die alsnog leiden tot een duurzaam evenwicht. In dat geval is goedkeuring nog mogelijk. Nog geen goedgekeurde begroting. Zolang de begroting nog niet is goedgekeurd mag de gemeente geen verplichtingen aangaan, behalve als er sprake is van dringende spoed (artikel 209 van de Gemeentewet). Dit geldt zowel voor uitgaven binnen de lopende exploitatie als voor het doen van investeringen. Visa versa slaat dit ook op de baten voor zover deze door eigen beleid te beïnvloeden zijn. Dat betekent dat besluiten tot verlaging van de baten vooraf aan GS dienen te worden voorgelegd. Om de reguliere bedrijfsvoering, de uitvoering van wettelijke taken en uitvoering van het bestaande beleid niet onnodig te verstoren, kan de raad uitgaven doen tot het niveau van de laatst vastgestelde begroting (van dat jaar), inclusief begrotingswijziging in casu die voor de laatst vastgestelde begroting, tenzij bij de nieuwe begroting het lastenniveau lager is vastgesteld. Voor alles wat nieuw is ten opzichte van de laatste begroting is toestemming nodig. Dus voor het nieuwe jaar XXXX mogen uitgaven worden gedaan tot op het niveau van XXXX-1, tenzij het vastgestelde budget voor XXXX lager is. Een gevolg van de regelgeving in de Gemeentewet is ook dat besluiten tot het doen van nieuwe uitgaven niet kunnen worden goedgekeurd.
Toch kan wel tot uitvoering van deze besluiten worden overgegaan als GS daarvoor een zogenoemde verklaring van geen bezwaar hebben afgegeven. Zolang de begroting nog niet is goedgekeurd, kunt de gemeenteraad - vooruitlopend op de beslissing daaromtrent afzonderlijk verzoeken om toch toestemming te krijgen voor het doen van uitgaven. De wegingsfactoren die de Gemeentewet daarvoor hanteert zijn eveneens in strijd met het recht of strijd met het algemeen financieel belang. In het geval dat een nieuwe uitgaaf tekort verhogend werkt, zal in beginsel dus geen goedkeuring kunnen worden verleend. In het geval van uitgaven met dringende spoed kan, indien de raad daartoe besluit, een uitgaaf worden gedaan voordat de desbetreffende begroting of begrotings-wijziging is goedgekeurd. Het besluit dient (zo nodig vergezeld van de corresponderende begrotingswijziging) direct aan GS te worden gezonden. In dit geval kan persoonlijke aansprakelijkheid tegenover de gemeente voor afzonderlijke leden van de raad gelden. Als de begroting wordt uitgevoerd terwijl de vereiste goedkeuring of toestemming ontbreekt, zal ook de accountant dit signaleren in het kader van de rechtmatigheidstoets. Dit kan consequenties hebben voor het afgeven van de accountantsverklaring. Dit hangt echter mede af van de goedkeurings-toleranties die van toepassing zijn.
Samen met de gemeente op zoek naar de oplossing In geval van preventief toezicht gaat de toezichthouder samen met de gemeente aan de slag om helder te krijgen waar exact de pijnpunten liggen. Dit is meestal een periode van een intensieve dialoog tussen toezichthouder en gemeente, zowel ambtelijk als (indien noodzakelijk) bestuurlijk. Vaak moeten er moeilijke keuzes door de gemeente worden gemaakt. De gemeente kan haar financiële situatie op verschillende manieren (laten) onderzoeken. Bijvoorbeeld met een begrotingsanalyse of een begrotingsscan. De toezichthouder kan daarnaast ook zelf aanvullend onderzoek doen. Een begrotingsscan geeft inzicht waar gemeenten uitgaven kunnen verlagen, inkomsten kunnen verhogen, vermogen moeten opbouwen en/of schulden moeten afbouwen. De begrotingsscan wordt op verzoek toegelicht in de raad, of een commissie uit die raad, zodat de
Zaaknummer: 1867457
5/8
raadsleden een helder beeld krijgen van de (on)mogelijkheden. Hiermee wordt de raad in zijn positie versterkt verantwoordelijkheid te nemen voor een structureel en reëel sluitende begroting. De uitkomsten van een begrotingsscan zijn niet vrijblijvend. Als follow-up wordt van de raad of het college een schriftelijke reactie richting GS gevraagd, in het bijzonder ten aanzien van de geschetste oplossingsrichtingen en in hoeverre deze worden meegenomen bij de opstelling van de begroting. De conclusies en aanbevelingen zijn ook input voor overleg tussen de gemeente en de provincie. Een situatie van preventief toezicht zal in de praktijk vaak leiden tot het op onderdelen bijstellen van de bestaande begroting; meestal wordt dit een herstelplan genoemd. Als de toezichthouder vindt dat het structurele en reële evenwicht is hersteld, bijvoorbeeld doordat de gemeente heeft besloten tot een concreet bezuinigingsplan, dan kan de toezichthouder op dat moment de begroting alsnog goedkeuren en beslissen het preventieve toezicht daarna te beëindigen. 14. Er worden diverse posten opgevoerd voor het onderhoud aan vastgoed. Graag een lijst met panden die de gemeente af kan stoten. En per pand aangeven welke kosten (met bedragen) er dan vrij vallen. Antwoord: Die lijst is nu niet te geven. Er zijn in 2021 drie panden verkocht, wat ongeveer 25.000 euro vrijval aan onderhoudskosten oplevert.
Dat is aangemeld in de Kadernota 2021. Welke panden er verkocht kunnen worden, is mede afhankelijk van de keuzes van de gemeenteraad bij het vaststellen van (de tweede tranche van) het strategisch vastgoedbeleid. 15. De achterstand in ouderhoud bij de elementenverhardingen. Wat betekent dat voor het aanzien van de stad? Antwoord: Bij het onderhoud wordt vooral gekeken naar verkeersveiligheid: de straten en trottoirs moeten veilig te gebruiken zijn. Door de achterstand wordt de meest urgente 'losliggende stoeptegel' hersteld en anderen later. Daardoor kan de stad er slordiger uit zien. Het aanzien verslechtert dan. De ruimtevrager is nu niet opgenomen in de Kadernota. Er wordt eerst nader overleg gevoerd. Daarna volgt een apart raadsvoorstel. 16. Zijn er al ideeën over waar er bezuinigd kan worden? Antwoord: Nee. Daarvoor is richting nodig vanuit de gemeenteraad. Er is de afgelopen bestuursperiodes al op vele terreinen bezuinigd. In ieder geval is het laaghangende fruit nu wel op. Daarbij is de gemeente onveranderd ambitieus gebleven. Dus moeten er nu keuzes gemaakt worden. 17. Er zijn grote financiële problemen bij het sociaal domein. Er wordt geschreven en gezegd dat de maatregelen de juiste waren. Wie zegt dat? Is dat een mening van het college? Hoe wordt dat bedoeld?
Zaaknummer: 1867457
6/8
Antwoord: AEF heeft niet alleen de tekorten bij de gemeenten door Jeugdzorg onderzocht, maar ook negentien mogelijke maatregelen om de tekorten te laten dalen. Deze maatregelen leveren geld op of zorgen er voor dat de uitgaven dalen.
Vijf maatregelen leiden tot kwantificeerbare besparingen en die maatregelen heeft Hoorn ook getroffen. Wellicht is het woord 'juiste' niet goed gebruikt, maar had beter 'effectief' gebruikt kunnen worden. De Hoornse maatregelen dragen dus wel bij aan het verlagen van het tekort bij Jeugdzorg. Dit is rechtstreeks aan AEF gevraagd en beaamd door AEF. 18. Vraag is of de onderstaande sheet kan worden geactualiseerd naar 2020.
Antwoord: Er is geen vergelijkbaar benchmarkonderzoek gedaan over 2020. Er is wel een “Jaarrapportage Sociaal Domein 2020” voor Hoorn gemaakt die de raad apart ontvangt. In deze rapportage leest u dat het tekort voor jeugdzorg in 2020 5,7 miljoen euro was, inclusief nakomende declaraties en vergoedingen omzetverlies corona. Ten opzichte van de begroting is dat een tekort van 32,4%. Zaaknummer: 1867457
7/8
Dit is echter wel een andere benadering dan waar vanuit is gegaan in de benchmark van 2019. Daarbij is namelijk uitgegaan van de totale kosten voor uitvoering van de Jeugdwet inclusief voorliggend veld. Daarin zitten bijvoorbeeld ook een deel van de apparaatskosten, kosten voor Veilig Thuis en 1.Hoorn. Deze kosten zijn in Hoorn deels gedekt uit de rijksmiddelen voor de Jeugdwet en deels uit Wmo. In de rapportage van Hoorn hebben we het tekort laten zien per budget en dat is anders dan per taak/wet. Daarnaast is in de benchmark van 2019 het tekort afgezet tegen de ontvangen rijksmiddelen, terwijl in de jaarrapportage 2020 het tekort is afgezet tegen het begrote budget. In de praktijk komt dit overigens redelijk overeen in 2020, doordat er is begroot wat Hoorn hiervoor van het Rijk heeft ontvangen.
Zaaknummer: 1867457
8/8