Memo beantwoording technische vragen VVD
Tekst van het document
Memo 29 oktober 2021 Onderwerp: Beantwoording Technische vragen Begroting 2022 Zaaknummer: Steller: P.C.G.P. Laan Team: P&C Aan: B. Bos (VVD), gemeenteraad Status: Definitief Reden: Ter kennisgeving Teammanager: Paraaf
Mevrouw B. Bos (VVD) heeft de volgende vragen gesteld. De antwoorden treft u bij de vragen.
1. Algemeen: Klopt het dat we de toegezegde begroting in 1 oogopslag missen? Antwoord: Dat klopt. We zijn er nog mee bezig deze te maken. Sowieso wordt in samenwerking met communicatie weer de bekende 'piekenpijp' gemaakt. Daarnaast maken wij een overzicht van hoogtepunten uit de Begroting voor publicatie in de weekbladen.
2. Pagina 23 onder prestaties 2022: welke 5 processen worden verbeterd? Antwoord: We passen de processen aan op basis van de feedback die we gedurende het jaar krijgen. Zo hebben we bijvoorbeeld dit jaar het maken van een melding openbare ruimte verbeterd. We meten continue de klanttevredenheid en krijgen dus ook veel tips en complimenten gedurende het jaar. We pakken de processen op aan de hand van deze metingen.
3.
Pagina 23 onder prestaties 2022: voor welke producten en diensten wordt de digitale dienstverlening verbeterd?
Antwoord: De voorbeelden die zijn genoemd (zoals videobellen, betere voortgangsinformatie en zelf kunnen inzien van gegevens) willen wij zo breed mogelijk inzetten op producten en diensten. Onderzoek en feedback op geleverde producten en diensten moet duidelijk maken, welke daar het meest geschikt voor zijn.
4. Pagina 38 onder prestaties 2022: klopt het dat meer cameratoezicht ontbreekt? Antwoord: Er komt een aparte evaluatie over cameratoezicht. Mogelijkheden voor verplaatsing, flexibel cameratoezicht en uitbreiding komen hierbij aan de orde.
5.
Pagina 116 onder prestaties 2022: klopt het dat we hier concreet het invoeren van Snelservice vergunningverlening missen? En ook door de raad vast laten stellen van Omgevingsplannen binnen twee gebieden en de Omgevingsvisie?
Antwoord: De gemeenteraad is verplicht een omgevingsvisie vast te stellen. De omgevingsvisie wordt in het kader van de Omgevingswet het belangrijkste instrument om keuzes vast te leggen over de fysieke 1/5
leefomgeving. Dat gaat niet alleen over ruimtelijke ordening, maar over de hele fysieke leefomgeving: bouwwerken, infrastructuur, water, bodem, lucht, landschap, e.d. De gemeenteraad kan ook thema’s zoals duurzaamheid, gezondheid, veiligheid en klimaat bij de visie te betrekken. De gemeenteraad stuurt met de omgevingsvisie op de lange termijn. Het gaat om de ontwikkeling, inrichting en het behoud van de leefomgeving. De wet gaat uit van het principe ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Dat geeft gemeenten meer afwegingsruimte voor lokaal maatwerk. De raad moet de vraag beantwoorden: wat is belangrijk in Hoorn? Wat voor gemeente willen wij? De gemeenteraad kan per gebied vaststellen wat de kwaliteit is, welke kwaliteit gewenst is en wat daarvoor moet gebeuren. Prestatie 1 zegt ‘Het invoeren van de Omgevingswet’. Daarbij hoort uiteraard ook het invoeren van een omgevingsvisie. Hierboven is geschetst dat de invoering van een omgevingsvisie niet kan zonder de gemeenteraad. De serviceformules zijn een belangrijk fundament voor de dienstverlening onder de Omgevingswet. De snelserviceformule binnen de Omgevingswet zorgt ervoor dat inwoners bij eenvoudige verbouwingen in en om het huis snel weten of er gebouwd mag worden met of zonder vergunning. Als er een vergunning nodig is, gaat de aanvraag simpel en snel.
De huidige snelservice vergunningverlening binnen Hoorn wordt getoetst of deze in overeenstemming is met de Omgevingswet. Onder prestatie 3 staat dat het vergunningenproces geschikt is gemaakt voor de Omgevingswet. Daar valt dus ook de snelserviceformule onder. Vandaar dat deze niet als aparte prestatie is opgenomen.
6.
Pagina 154: in hoeverre is rekening gehouden met de gevolgen van de Omgevingswet per 1 juli 2022 voor de leges?
Antwoord: Het is juist dat in de begroting voor 2022 nog geen rekening is gehouden met eventuele wijzigingen in de hoogte van de bouwleges. Een motivering hiervoor is eigenlijk al opgenomen in de toelichting. Door de wetswijzigingen wordt naar verwachting een aantal onderdelen van het huidige vergunning- en toezichtproces niet meer door de afdeling VBT gedaan. De consequentie zou kunnen zijn dat de huidige plantoets- en toezicht capaciteit verkleind kan worden. Indirect daarmee ook de inkomsten uit leges. Daar staat tegenover dat er veel meer aanvragen verwacht worden, omdat de bouwontwikkelingen en projecten in de stad de komende jaren een hoge vlucht nemen. We gaan er van uit dat in 2022 daarom eenzelfde opbrengst voor de leges gaat gelden als in 2021. Recent is de gemeenteraad hierover geïnformeerd. Zij neemt later hierover een besluit. 7.
Pagina 161: tabel 77: klopt het dat de verwachte opbrengst leges van alle aanvragen Omgevingsvergunning is begroot op 1.049.262? Gaat het hier ook om aanvragen die door de Omgevingsdienst worden afgehandeld?
Antwoord: In de tabel zijn niet de aanvragen meegenomen die door de Omgevingsdienst NHN (OD) worden afgewikkeld. Het betreft namelijk geen milieu-gerelateerde aanvragen. In alle andere gevallen heeft de OD slechts een adviesrol. 8.
Algemeen: de begroting wordt op 9 november door de raad vastgesteld, maar de raad krijgt in december de voorstellen met betrekking tot tarieven (leges etc). Is er in de begroting rekening gehouden met de gevolgen van eventuele keuzes van de raad ten aanzien van verhogen of verlagen van tarieven? Bijvoorbeeld leges verhogen/verlagen.
Antwoord: In de begroting staan op pagina 211 de uitgangspunten van de Begroting 2022. Onder andere kunt u daar lezen dat de leges en tarieven trendmatig met 1,4% zijn verhoogd. Dat percentage is door de gemeenteraad in haar vergadering van 29 juni 2021 vastgesteld bij de vaststelling van de Kadernota 2021, besluit 1-g.
2/5
Als de gemeenteraad besluit tarieven te verhogen of te verlagen, leidt dat tot een wijziging van de Begroting. Verhogen van de tarieven tot een voordeel en verlagen van de tarieven tot een nadeel. Die keuzes zijn nog niet verwerkt in de Begroting, omdat die keuzes op dit moment nog niet duidelijk zijn.
9.
Voor welke periode is de storing in de reserve Oostereiland nog nodig en wat is de achtergrond van deze jaarlijkse storting (pagina 121)?
Antwoord: In mei 2009 heeft de raad het voorstel over het instellen van de bestemmingsreserve Oostereiland vastgesteld. Hierbij is ook besloten om vanaf 2011 jaarlijks een bedrag in de reserve te storten om het exploitatietekort te kunnen dekken. Er is rekening gehouden met een looptijd van 50 jaar voor de reserve. Er is uitgegaan van een jaarlijkse bijdrage tot aan het einde van de looptijd.
10.
In welke mate klopt het dat het budget van het programma Arbeidsmarkt en Onderwijs in 2020 en 2021 onvolledig gebruikt is (pagina 58)?
Antwoord: Het klopt dat het budget Arbeidsmarkt en Onderwijs niet helemaal gebruikt is in 2020 en het wordt naar verwachting ook in 2021 onvolledig gebruikt. In beide jaren heeft de Corona crisis grote invloed gehad op het tempo waarin projecten tot uitvoering gebracht konden worden en er budget uitgegeven is. Daarnaast heeft Corona als neveneffect gehad dat er vanuit het Rijk en EU diverse tijdelijke subsidieregelingen beschikbaar zijn gekomen die ingezet konden worden voor de doelgroepen en activiteiten waarop het programma A&O Hoorn is gericht.
11. Waar wordt het budget Arbeidsmarkt en Onderwijs exact voor gebruikt in 2022? Antwoord: Vanuit het budget Arbeidsmarkt en Onderwijs worden in 2022 in ieder geval de navolgende initiatieven gefinancierd: Wijkleercentrum Zorg&Welzijn Hoorn, TechniekPact Westfriesland, IT-Academy WF, Hoorn het beste leerwerkbedrijf van NHN, projectleiding Wonen-Opleiden-Werken aanpak. Het budget A&O is gebaseerd op een doorlopend programma waarin ook doorlopend activiteiten plaats vinden. Zo vinden er ook in 2022 nieuwe in samenspraak met onderwijs en bedrijfsleven activiteiten plaats die al dan niet om budget vragen. Denk hierbij aan ontwikkeling van nieuwe leerwerkinitiatieven en activiteiten voortvloeiend uit de WOW-aanpak.
12.
Waarom is het saldo op economische zaken en arbeidsmarkt meerjarig gezien dalend (pagina 58)?
Antwoord: Het programma Arbeidsmarkt en Onderwijs loopt financieel tot en met 2022. Tot in 2022 is dus geld geregeld. Daarna vervalt het budget en daarmee daalt het saldo.
13.
Hoe is het saldo van 1,931 miljoen voor economische zaken en arbeidsmarkt onderverdeeld (pagina 58)?
Tabel 1 Beleidsveld Economische zaken en arbeidsmarktbeleid (bedragen x 1.000 euro, - = nadeel) onderdeel uitgaven inkomsten salarislasten
-852
kapitaallasten
-15
exploitatielasten
-1.231
201
3/5
onderdeel
uitgaven
inkomsten
-168
134
totaal
-2.266
335
saldo
-1.931
verstrekking gelden doorbelastingen
De exploitatielasten zijn onderverdeeld in Tabel 2 Beleidsveld Economische zaken en arbeidsmarktbeleid (bedragen x 1.000 euro, - = nadeel) onderdeel uitgaven inkomsten markten (*)
-47
reclamebelasting (**)
-831
165
Regionaal Economische Agenda
-175
Programma Arbeidsmarkt en onderwijs
-110
diverse kleinere budgetten
-68
36
totaal
-1.231
201
saldo
-1.030
(*) Voor het goede beeld: dit zijn niet alle kosten voor de markten. Dit zijn alleen de exploitatielasten en daar worden de huurinkomsten (de totale inkomsten van het product markten) tegenover neergezet. Het geeft een geflatteerd beeld omdat er nu een voordeel uit lijkt dat er niet is. De totale lasten van markten zijn -179.000 euro. (**) De uitgaven voor reclamebelasting staan op dit product, de inkomsten staan op een ander product. Dat komt door de BBV, de boekhoudregels waar we ons aan moeten houden. Voor de begroting is dit budgettair neutraal.
14.
Hoe is het saldo van 8,305 miljoen voor participatie onderverdeeld (pagina 91)?
Tabel 3 Beleidsveld Participatie (bedragen x 1.000 euro, - = nadeel) onderdeel uitgaven inkomsten salarislasten
-1.327
kapitaallasten
-2
exploitatielasten
-569
verstrekking gelden
-34.155
27.749
totaal
-36.054
27.749
saldo
-8.305
doorbelastingen
Het onderdeel 'verstrekking gelden' is onderverdeeld in Tabel 4 onderdeel 'verstrekking gelden' (bedragen x 1.000 euro, - = nadeel) onderdeel uitgaven inkomsten Gemeentelijke bijdrage WerkSaam
-5.787
0
BUIG-budget
-24.321
27.267
BBZ-budget
-425
392 4/5
Kwijtschelding diverse belastingen
-855
0
Schuldhulpverlening
-100
0
Bijzondere bijstand
-2.130
90
-537
0
-34.155
27.749
Minimabeleid totaal verstrekking gelden
5/5