CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeente Hoorn - Accountantsverslag 2023

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente HoornBij agendapunt: Jaarstukken 202310.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2023 Gemeente Hoorn

Aan de raad van de gemeente Hoorn Postbus 603 1620 AR HOORN

Geachte leden van de raad,

Onderwerp Accountantsverslag 2023

Bij de jaarrekening 2023 hebben wij op 7 juni 2024 een goedkeurende controleverklaring afgegeven. Vanaf 2023 ziet ons oordeel uitsluitend toe op het aspect getrouwheid en niet meer op het aspect rechtmatigheid. De rechtmatigheid is door de gemeente Hoorn zelf gecontroleerd en verantwoord in de rechtmatigheidsverantwoording welke onderdeel is van de jaarrekening 2023. Ons oordeel bij de jaarrekening 2023 ziet daarom ook toe op de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording.

Datum 7 juni 2024 Kenmerk 312019007.24.279

Wij hebben de controle van de jaarrekening 2023 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Hoorn is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 13 juni 2024 bespreken wij onze controlebevindingen met de auditcommissie.

Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2023. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de raad en het college van burgemeester en wethouders. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V.

A. Booij RA Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.

Inhoudsopgave

Contact De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij 06 – 1509 2689 abooij@psa-ra.nl Remco Korhorn 06 – 1099 9195 rkorhorn@psa-ra.nl

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 3. Bevindingen eindejaarscontrole............................................. 11 4. Interne beheersing ................................................................ 22 5. Overige aangelegenheden ..................................................... 24 6. Verplichte tabel SiSa.............................................................. 28

1.

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

312019007.24.279 - 1

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle

Met de opdrachtbevestiging d.d. 5 september 2023 en kenmerk 312019007.23.352 heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2023. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Hoorn. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2023 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle is verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), de Nota verwachtingen accountantscontrole 2023, de Controleverordening 2023 en Controleprotocol 2023, zoals op 24 januari 2023 door de raad zijn vastgesteld, en de Regeling Controleprotocol WNT 2023 vallen.

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en uw Controleprotocol 2023

De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben sluit aan op uw controleprotocol. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2023 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve: Bron: Jaarrekening 2023 Goedkeuringsmaterialiteit

Fouten € 3.458.000

Onzekerheden € 10.374.000

De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op 10% van materialiteit, derhalve € 346.000.

Onze aanpak is gericht op risico’s

Voor de controle van de jaarrekening 2023 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. ▪ ▪

Voortgang investeringsplanning en beheersing van kredieten. De waardering en risico-inschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties (Zevenhuis en Bangert & Oosterpolder), inclusief de geldende regels rondom het tussentijds winstnemen en de impact van inflatie en kostenontwikkelingen. 312019007.24.279 - 2

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

▪ ▪ ▪ ▪

De afwikkeling van de openstaande vorderingen op Schouwburg het Park. De verantwoording en waardering van voorzieningen voor diverse kapitaalgoederen in relatie tot de aan- of afwezigheid van actuele beheerplannen. De voortgang en realisatie van het gemeentelijk rioleringsplan 2022-2027 in relatie tot de getroffen spaarvoorziening (vervangingsinvesteringen) en vorming van een voorziening (beklemde middelen, nu nog reserve). Het treffen van een voorziening voor verlofsparen. De voortgang van de besteding van (vooruitontvangen) subsidiebaten. Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot fouten in voorgaande jaren (2022 afwijking € 1.689.000). Management override of controls. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke interne beheersingsmaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen. Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over 2022 gerapporteerde onzekerheden (€ 3.650.000 in het kader van Wmo ZIN en € 1.610.000 in het kader van Jeugd ZIN). In aanvulling op bovenstaande aandachtspunten heeft de auditcommissie ons gevraagd bij de control aandacht te besteden aan de (mogelijke) interne controlemaatregelen op de prestatielevering bij facturen van zorgleveranciers.

Uw afhankelijkheid van derden inzake de verantwoording en rapportage (Sociaal Domein, Parkeren en Inkomensregelingen). De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording door het college.

Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.

Uw rechtmatigheidsverantwoording

In de jaarrekening 2023 legt het college voor het eerst verantwoording af over een drietal rechtmatigheidscriteria die niet expliciet blijken uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting, verordeningen en met de bepalingen in de relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in het normenkader voor de financiële rechtmatigheid. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.

312019007.24.279 - 3

Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 10.374.000. In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het college aan dat niet rechtmatig heeft gehandeld. De onrechtmatigheden hebben betrekking op: ▪ ▪

Afwijkingen voorwaardencriterium € 9.602.000 Afwijkingen begrotingscriterium € 3.986.000

In hoofdstuk 3 gaan wij nader op de rechtmatigheidsverantwoording in.

De baten en lasten, alsmede Op basis van uw “Controleverordening 2023 en Controleprotocol 2023”, zoals vastgesteld op 24 januari 2023, en uw normenkader, zoals vastgesteld op 14 december 2023, hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente met balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Uw gemeente betrekking tot specifieke voert 41 regelingen met betrekking tot specifieke uitkeringen uit. Deze zijn verantwoord via de SiSa-bijlage in uw jaarrekening. uitkeringen zijn rechtmatig Onze conclusie is dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2023.

De jaarrekening voldoet aan het BBV

Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Hoorn. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Hoorn zijn uiteengezet in de jaarstukken 2023 in onderdeel “Waarderingsgrondslagen voor waardering en resultaatbepaling”. In de jaarrekening 2023 heeft zich ten opzichte van 2022 één wijziging voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen. Deze wijziging heeft betrekking op de kaders die van toepassing zijn op de rechtmatigheidsverantwoording die vanaf het verslagjaar 2023 voor het eerst in de jaarrekening is opgenomen. Verder is geen sprake van wijzigingen in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die van invloed zijn op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente Hoorn. Wij hebben het door het college toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd.

Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording). 312019007.24.279 - 4

Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken

Naar aanleiding van onze controle van de jaarrrekening, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Omdat het college de jaarstukken niet in een rapportgenerator opstelt, is de kans op rekenkundige onjuistheden en interne inconsistenties groter dan wanneer dit wel het geval zou zijn. In het jaarverslag zitten hierdoor nog enkele rekenkundige onjuistheden en interne inconsistenties, zoals tabel 34 in het jaarverslag waarbij het gerealiseerde saldo van baten en lasten in de kolom “Realisatie 2023” niet rekenkundig juist is. Ons is medegedeeld dat het college de raad hier op 6 juni 2024 over geïnformeerd heeft. Overigens doen deze rekenkundige onjuistheden en inconsistenties geen afbreuk aan het getrouwe beeld van de jaarstukken 2023 als geheel. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

Goedkeurende controleverklaring

Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2023 van de gemeente Hoorn een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2023 en van het vermogen op 31 december 2023 in overeenstemming met het BBV. Daarnaast zijn wij van mening dat de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft van de rechtmatigheid van het door haar gevoerde financieel beheer. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de raad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door voorzitter van de raad en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

312019007.24.279 - 5

2.

Financiële positie en resultaat

312019007.24.279 - 6

2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in absolute zin toe. Relatief gezien daalt deze

In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2023 bedraagt € 3.598.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 5.486.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerd resultaat over 2023 € 9.084.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.

Eigen vermogen (in € 1.000)

2023

2022

2021

2020

2019

2018

Eigen vermogen per 1 januari

102.501

81.394

67.372

73.670

72.322

72.140

Tussentijdse resultaatbestemming

-/- 5.486

13.765

3.728

-/- 8.359

-/- 601

-/- 1.088

Gerealiseerd resultaat (voordelig)

9.084

7.343

10.294

2.062

949

2.270

Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)

3.598

21.108

14.022

-/- 6.297

348

1.181

106.100

102.501

81.394

67.372

73.670

73.322

Eigen vermogen per 31 december

NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.

De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de toevoegingen aan in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw raad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2023 29 % van het balanstotaal (2022: 32 % van het balanstotaal). In absolute zin is het eigen vermogen toegenomen in 2023. Relatief gezien daalt het vermogen. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college van burgemeester en wethouders een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2023. Wij verwijzen u naar deze toelichting.

312019007.24.279 - 7

Resultaat 2023 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Hoorn ook het gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse toevoegingen aan reserves. De toevoegingen aan dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten

315.071

Totale lasten

311.473

Gerealiseerde saldo van baten en lasten (voordelig)

3.598

Af: toevoegingen aan reserves

34.418

Bij: onttrekkingen uit reserves

39.904

Saldo mutaties reserves (per saldo onttrokken)

5.486

Gerealiseerd resultaat (voordelig)

9.084

De exploitatie over 2023 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 3.598.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 8.112.000 nadelig. Dit is een voordeel van € 11.710.000. Het voordelig gerealiseerd resultaat van € 9.084.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen. Het voordelige exploitatieresultaat 2023(vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.

312019007.24.279 - 8

De ratio van de beschikbare Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf “Weerstandsvermogen weerstandscapaciteit en risicobeheersing”) heeft het college bepaald op € 43,7 miljoen. In 2022 bedroeg deze € 46,0 miljoen. De beschikbare gedeeld door het benodigde weerstandscapaciteit is derhalve ten opzichte van 2022 gedaald met circa € 2,3 miljoen. weerstandsvermogen zit met een uitkomst van 1,37 In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze binnen de bandbreedte van cumuleren voor 2023 tot een bedrag van € 32,0 miljoen (2022: € 22,3 miljoen). Ten opzichte van 2022 is derhalve sprake van een stijging van de gekwantificeerde risico’s. Deze houden verband met, zo licht het college in de paragraaf weerstandsvermogen en 1,0 - 1,5 risicobeheersing, de groter wordende risico’s in de grondexploitatie. Met name de grondexploitatie van het Stationsgebied heeft een negatieve impact op de kwantificering van de risico’s.

De inventarisatie van risico’s geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, om zo de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Daarbij wordt een inzicht gegeven in de (naar de inschatting van het college) belangrijkste risico’s voor uw gemeente. Ook zijn de aan deze risico’s gekoppelde beheersingsmaatregelen opgenomen en wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op de risico’s. Het college heeft op basis van deze risico-inventarisatie en de beschikbare weerstandscapaciteit een kwalificatie aan het weerstandsvermogen gegeven. Deze kwalificatie is gebaseerd op een ratio waarbij de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld wordt door het benodigde weerstandsvermogen (gekwantificeerde risico’s). Deze ratio is voor 2023 bepaald op 1,37 en zit daarmee binnen de bandbreedte van 1,0 en 1,5 zoals door de raad vastgesteld bij de nota reserves en voorzieningen. Met een uitkomst van 1,37 geeft het college daarom aan dat het huidige weerstandsvermogen voldoende is. In de jaarrekening over 2022 kwam de ratio nog uit op 2,1 wat dus boven de bandbreedte van 1,0 en 1,5 uitkwam. Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie, de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan verwijzen wij u naar de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” van uw jaarstukken 2023.

Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.

312019007.24.279 - 9

3.

Bevindingen eindejaarscontrole

312019007.24.279 - 10

3. Bevindingen eindejaarscontrole Rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening

Tot en met het boekjaar 2022 hebben wij als accountant een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening gegeven. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording vanaf het jaar 2023 is dit gewijzigd en geven wij uitsluitend nog een getrouwheidsoordeel bij de jaarrekening. Het college neemt vanaf 2023 een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening en verantwoord zich daarmee over de rechtmatigheid van het gevoerde financieel beheer. Omdat de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening wordt opgenomen, valt deze ook onder ons getrouwheidsoordeel. Welke kaders gelden voor uw rechtmatigheidsverantwoording? Verantwoordings- en rapporteringsgrens Met het vaststellen van de financiële verordening op 14 december 2023 heeft uw raad de verantwoordings- en rapporteringsgrens bepaald. De verantwoordingsgrens is in artikel 11 lid 2 vastgesteld op 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. Voor 2023 is dat een bedrag van (afgerond) € 10.389.000. De rapportagegrens (wanneer geconstateerde afwijkingen in de paragraaf bedrijfsvoering moeten worden toegelicht) is vastgesteld op € 250.000 (artikel 11 lid 3). Met het vaststellen van de financiële verordening zijn eerdere besluiten bekrachtigd ofwel iets aangepast.

Op 8 februari 2022 was eerder reeds besloten tot vaststelling van de verantwoordingsgrens op 3% van de totale lasten en een signaleringsgrens voor fouten en onduidelijkheden die in de paragraaf bedrijfsvoering moeten worden toegelicht van 1% van de totale lasten. Op 14 december 2023 heeft uw raad deze kaders herbevestigd. Wanneer fouten en onduidelijkheden de verantwoordingsgrens niet overschrijden, is – in materiële zin - sprake van rechtmatig handelen door het college en zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand gekomen. Wanneer fouten en onduidelijkheden de verantwoordingsgrens wel overschrijden, dan worden deze in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. De rapporteringsgrens bepaalt de diepgang van de toelichting van het college in de paragraaf bedrijfsvoering. Normenkader Het college heeft het van toepassing zijnde normenkader in kaart gebracht. Dit normenkader is door uw raad vastgesteld op 14 december 2023. Het normenkader is van belang voor de interne controle (en verantwoording) met betrekking tot de drie rechtmatigheidscriteria die van belang zijn voor de rechtmatigheidsverantwoording. Hierop gaan wij hierna in. Begrotingscriterium Bij de rechtmatigheidsverantwoording vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium.

Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten, laste en balansmutaties, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de 312019007.23.197 - 11

grenzen van de geautoriseerde begroting en de hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). Uitgangspunt hiervoor is het niveau waarop de raad de budgetten in de begroting en bij investeringen geautoriseerd heeft. In de begroting zijn de bedragen voor de lasten en baten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting. In beginsel gelden voor de evaluatie van begrotingsafwijkingen de volgende criteria: 1. 2. 3. 4.

5.

Overschrijdingen van lasten op programma's (of indien van toepassing een ander door de raad vastgesteld autorisatieniveau) zijn onrechtmatig; Overschrijdingen op investeringsbudgetten (kredieten) zijn onrechtmatig; Ongeautoriseerde reservemutaties (wat overigens ook getrouwheidsfouten zijn die in de jaarrekening kunnen worden aangepast) zijn onrechtmatig; Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld (dit hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling etc.) zijn onrechtmatig; Onderschrijdingen van investeringsbudgetten (kredieten) van afgesloten kredieten, die niet tijdig zijn gemeld aan de raad, zijn onrechtmatig.

Bij categorie 4 en 5 hoeft het overigens niet zo te zijn dat alle afwijkingen onrechtmatig zijn. Wanneer u bijvoorbeeld in uw beleid heeft geregeld dat afwijkingen kleiner dan een bepaald bedrag op een vooraf gedefinieerd autorisatieniveau niet tussentijds gemeld hoeven te worden, dan tellen deze afwijkingen niet mee bij het bepalen van de begrotingsafwijkingen. De raad en het college kunnen dus nadere afspraken maken in welke situatie lastenoverschrijdingen onrechtmatig maar acceptabel zijn (lastenoverschrijdingen zijn en blijven onrechtmatig, maar zijn onder voorwaarden acceptabel wat betekent dat het college deze niet hoeft toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering). In artikel 13 van de financiële verordening zijn hiervoor de volgende bepalingen opgenomen: ▪

▪

Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag over de gehele looptijd. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd (artikel 13 lid 2); Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties (artikel 13 lid 3): a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door de raad.

312019007.24.279 - 12

▪

Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording, voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden, maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (artikel 13 lid 4).

Voorwaardencriterium Uw gemeente stelt via de financiële verordening en/of onderliggende nota’s kaders vast die van invloed zijn op verslaggeving. Het gaat hier om de invulling van de ruimte die het Bbv geeft voor eigen kaders. Denk hierbij aan grenzen voor het activeren van investeringen, afschrijvingstermijnen, omgang met reserves en voorzieningen en dergelijke. Het voorwaardencriterium schrijft voor dat financiële handelingen alleen mogen plaatsvinden onder de voorwaarden zoals opgenomen in de wet of in een verordening en heeft betrekking op de eisen die worden gesteld aan de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen c.q. voorwaarden zijn afkomstig uit de relevante wet- en regelgeving zoals opgenomen in het normenkader, en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. In artikel 12 lid 2 van uw financiële verordening is bepaald dat de rechtmatigheidscontrole door het college op het voorwaardencriterium, zich beperkt tot de aspecten recht, hoogte en duur. Misbruik en oneigenlijk gebruik Het is aan de organisatie om effectieve maatregelen te nemen om misbruik en oneigenlijk (M&O) gebruik te voorkomen. Op basis van de eisen in de wet- en regelgeving zal een vertaling plaats vinden naar de opzet van de interne organisatie.

Toelichting in paragraaf bedrijfsvoering In artikel 11 lid 3 van de financiële verordening is opgenomen dat in de paragraaf bedrijfsvoering fouten of onduidelijkheden groter dan € 250.000 dienen te worden toegelicht. Uw rechtsmatigheidsverantwoording 2023 De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening op blz. 217. Wij hebben vastgesteld dat deze voldoet aan het voorgeschreven model. Uit de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat het college niet rechtmatig gehandeld heeft, omdat de totale rechtmatigheidsafwijkingen € 13.588.000 bedragen. Deze afwijking is als volgt bepaald: Totaal begrotingsonrechtmatigheden € 9.602.000 In totaliteit is sprake van begrotingsafwijkingen van € 9.602.000. Deze afwijking heeft het college, terecht, meegewogen in haar oordeel. Van dit bedrag kwalificeert, op basis van afspraken die tussen uw raad en het college zijn gemaakt, een bedrag van in totaal

312019007.24.279 - 13

€ 8.345.000 als “acceptabel. Derhalve resteert een “netto-begrotingsafwijking” van € 1.257.000. Tot en met 2022 zou dit bedrag door de accountant worden meegewogen in het rechtmatigheidsoordeel. De totale begrotingsonrechtmatigheid, inclusief het deel wat als “acceptabel” kwalificeert, is als volgt bepaald: 1.

Overschrijdingen van lasten op programma's

€ 3.953.000

2.

Overschrijdingen op investeringsbudgetten

€ 5.649.000

3.

Ongeautoriseerde reservemutaties

€0

4.

Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld

€0

5.

Onderschrijdingen van investeringsbudgetten (kredieten) van afgesloten kredieten, die niet tijdig zijn gemeld aan de raad

€0

Totaal begrotingsafwijkingen Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1, 2 en 3) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid.

€ 9.602.000 € 8.345.000

Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden welke als “niet acceptabel” kwalificeert.

€ 1.257.000

Zie voor een nadere toelichting ook de paragraaf bedrijfsvoering. Bevindingen voorwaardencriterium Wij hebben vastgesteld dat het college het normenkader heeft toegepast om tot de rechtmatigheidsverantwoording en de toelichtingen in de paragraaf bedrijfsvoering te komen. Bij de interne controle is vastgesteld dat voor een bedrag van € 3.986.000 niet is voldaan aan de voorwaarden voor Europese aanbestedingen. Bevindingen M&O-criterium Binnen de gemeente is een overkoepelend beleidsstuk M&O oftewel M&O beleid aanwezig. In de paragraaf bedrijfsvoering is het volgende toegelicht: Er zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd uit hoofde van misbruik en oneigenlijk gebruik. 312019007.24.279 - 14

Vanuit zowel de interne controlewerkzaamheden (vanuit onder andere de verbijzonderde interne controles) als onze controlewerkzaamheden zijn geen indicaties gebleken dat sprake is geweest van misbruik dan wel oneigenlijk gebruik. Daarom geen sprake van daadwerkelijke afwijkingen die mee moeten worden genomen in ons oordeel dan wel bij het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording (en is toelichting in paragraaf bedrijfsvoering terecht). Ons oordeel bij uw rechtmatigheidsverantwoording Op basis van onze toetsing aan de wettelijke voorschriften inzake de rechtmatigheidsverantwoording en de kaderstelling door de raad hebben wij vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording van het college een getrouw beeld geeft. De jaarrekening (rechtmatigheidsverantwoording) en het jaarverslag (paragraaf bedrijfsvoering) bevat alle voorgeschreven informatie. Alle verplichte onderdelen zijn toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Welke adviezen geven wij u mee voor 2024 en verder? Naar aanleiding van de controle van de rechtmatigheidsverantwoording 2023, willen wij u voor 2024 en verder de volgende adviezen meegeven: ▪ ▪

▪ ▪

Bewaak het ambitieniveau van uw investeringsplanning

Stel tijdig, wat ons betreft zo vroeg mogelijk, maar in ieder geval in de eerste helft van het kalenderjaar een intern controleplan op. Voer het interne controleplan overeenkomstig uw planning uit. Wellicht ten overvloede willen wij vermelden dat het interne controleplan, op basis van artikel 23 uit uw financiële verordening, ook gericht moet zijn op de controle van de getrouwheid van het financieel beheer. Stel ruimschoots voordat de jaarrekeningcontrole gaat starten, een integrale rapportage van de interne controle uitkomsten op. Deze dient immers als onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording. Overleg in welke mate de criteria die nu gelden om begrotingsafwijkingen als acceptabel te kwalificeren, voldoende duidelijk en passend zijn voor uw organisatie en stel deze, wanneer u dat nodig acht, bij.

In de jaarstukken is, in bijlage 1, het “Overzicht investeringen 2023” opgenomen. Uit dit overzicht blijkt dat sprake is van 156 kredieten, waarvoor in totaal € 131,9 miljoen beschikbaar in gesteld in de periode 2016 tot en met heden. Per krediet is aangegeven wat de bestedingsruimte nog is (restant krediet c.q. overschrijding), of het krediet in 2023 wordt afgesloten of dat het (restant) krediet wordt overgeheveld naar 2024 en een korte inhoudelijke toelichting bij de voortgang en doorschuiven van het krediet. Van de lopende kredieten (totaal € 131,9 miljoen beschikbaar gesteld) is aangegeven wat de cumulatieve bestedingen zijn. Dat is, tot en met 31 december 2023, in totaal € 50,5 miljoen, wat dus betekent dat er voor een bedrag van € 81,4 miljoen nog niet is besteed.

312019007.24.279 - 15

Ons valt op dat bij 42 beschikbaar gestelde kredieten (totaal € 16,9 miljoen beschikbaar gesteld) nog geen bestedingen zijn geweest. Daarnaast is sprake van 5 kredieten zonder raming, waarbij wel bestedingen zijn geweest (€ 98.000). Bij 30 kredieten is sprake van een overschrijding voor een totaalbedrag van 5,6 miljoen. Hierbij dient vermeld te worden dat in meerdere gevallen hier baten, zoals bijvoorbeeld subsidies tegenover staan, of dat deze kredieten nog lopen en u middels de reguliere P&C-documenten over de voortgang geïnformeerd wordt. Uit het overzicht kredieten blijkt tevens dat voorgesteld wordt om bij het vaststellen van de jaarrekening 131 kredieten (totale bestedingsruimte € 75,9 miljoen) door te schuiven naar 2024 en verder. Zoals hiervoor aangegeven, lopen de kredieten vanaf 2016. In de afgelopen jaren hebben de geraamde kapitaallasten dan ook op uw begroting gedrukt. In de jaarrekening komen deze overigens pas naar voren, wanneer een krediet gerealiseerd is. Met het overzicht van openstaande en afgesloten kredieten krijgt u goed zicht op de financiële voortgang van de investeringen. Wat daarbij van belang is, is dat voldoende rekening wordt gehouden met mogelijke effecten van vertraging in de uitvoering en de impact daarvan op de ingeschatte kosten.

Niet elk krediet komt namelijk overeenkomstig uw planning in uitvoering en momenteel is nog steeds sprake van stijgingen van kosten om bepaalde investeringen te realiseren. Wanneer een investering later in uitvoering komt, kan het voorkomen dat het initieel geraamde krediet niet meer toereikend is. Wij adviseren u hier alert op te blijven. Op basis van onze beoordeling van de staat van kredieten stellen wij vast dat sprake lijkt te zijn van een zekere mate van “planningsoptimisme” waarbij de (politieke) ambities en de ambtelijke (beschikbare) capaciteit niet op elkaar aansluiten. Een aantal kredieten staat al langere tijd open en hebben vooralsnog een grote onderbesteding. Dit is al enkele jaren achtereen het geval. Het lang open laten staan maakt de beheersing van uw investeringskredieten lastig. Daarnaast is het de vraag of, gelet op het lang open staan van kredieten en de voortgang van de realisatie, uw investeringsplanning (en daarmee de begroting) reëel is. Het stelselmatig niet realiseren van kredieten kan betekenen dat niet alleen uw planning niet gerealiseerd wordt, maar wordt ook in uw meerjarenbegroting (mogelijk) ook al rekening gehouden met kapitaallasten voor de geplande investeringen. In dat geval heeft dit effect op de bestedingsruimte in uw begroting.

Wij adviseren u om de realisatie van uw investeringsplanning mee te wegen in het vaststellen van toekomstige investeringsplannen.

Bewaak de tijdige besteding van ontvangen subsidievoorschotten

Uw gemeente ontvangt diverse subsidies van het Rijk of andere overheidsinstanties. Zowel in aantal als in financiële omvang neemt het nog te besteden bedrag in de afgelopen jaren toe. Ultimo 2023 staat er een nog te besteden bedrag van € 36,2 miljoen op de balans (2022: € 16,2 miljoen) aan vooruit ontvangen bedragen. Het financiële risico voor de jaarrekening is vooralsnog beperkt, omdat uit de controle van de bestedingen (zie onze bevindingen bij SiSa 2023) geen bijzonderheden komen. Voor het bedrag aan rechtmatige bestedingen valt dan een deel van het vooruit ontvangen bedrag vrij en wordt als baten verantwoord. De nog te besteden middelen zijn verantwoord onder de kortlopende schulden, waarmee een eventueel terugbetalingsrisico is afgedekt.

312019007.24.279 - 16

Het oplopende bedrag aan nog te besteden subsidies ligt in lijn met onze constatering omtrent de investeringskredieten, waarbij de ambitie groter lijkt dan wat gerealiseerd wordt. Wij adviseren u de tijdige besteding van vooruit ontvangen subsidiebijdragen goed te monitoren zodat een weloverwogen keuze gemaakt kan worden omtrent de besteding.

Actualisatie van de grondexploitatie leidt tot tussentijdse winstneming

De boekwaarde van het onderhanden werk is in 2023 met € 2.798.000 toegenomen tot € 9.549.000 negatief. Een negatieve boekwaarde betekent dat sprake is (geweest) van opbrengsten die hoger zijn geweest dan de gemaakte kosten. De ontwikkeling van de boekwaarde per complex is als volgt:

Bangert en Oosterpolder Zevenhuis Oude hockeyvelden Pelmolenpad Stationsgebied Noord en Zuid Totaal

1-1-2023

31-12-2023

€ -10.401.000 € -1.946.000 -

€ -6.983.000 € -4.028.000 € -630.000 € 1.081.000 € 1.011.000

€ -12.347.000

€ -9.549.000

In de toelichting op de balans geeft het college per lopende exploitatie inzicht in de mutaties 2023. Op 14 mei 2024 is het MPG vastgesteld. In het MPG zijn de ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de mogelijke risico’s nader toegelicht. Voor een nadere toelichting op deze ontwikkelingen verwijzen wij u naar het MPG. De belangrijkste bevindingen en adviezen die wij u mee willen geven zijn: ▪

▪

De grondexploitatie Bangert en Oosterpolder zal naar verwachting van het college met één jaar doorschuiven. De einddatum is nu voorzien in 2028. Als gevolg van het doorschuiven van de einddatum, heeft het college berekend dat het uiteindelijke resultaat, ten opzichte van het MPG 2023, met circa € 0,4 miljoen afneemt, maar uiteindelijk nog steeds winstgevend zal zijn. De omvang van de nog te maken kosten (€ 25,9 miljoen) en de nog te realiseren opbrengsten (€ 22,2 miljoen) zijn omvangrijk. Wij adviseren u daarom de financiële voortgang van de exploitatie ook de komende jaren te blijven volgen, omdat een relatief beperkte kosten- of opbrengststijging of – daling danwel een uitloop in de tijd, financiële gevolgen kunnen hebben. In de grondexploitatie Zevenhuis zijn in 2023 de laatste grondverkopen gerealiseerd, waarmee alle grond is uitgegeven. De door het college verwachte einddatum is met één jaar opgeschoven naar 2026. Mede gelet op de voortgang van de ontwikkeling van Zevenhuis heeft een winstuitkering vanuit de Exploitatiemaatschappij aan uw gemeente van € 4,3 miljoen plaatsgevonden welke als bate in de grondexploitatie is verantwoord. Mede hierdoor heeft het college een tussentijdse winst in 2023 kunnen nemen van € 2.165.000. Bij deze tussentijdse winstneming is rekening gehouden met een risicobedrag voor kosten voor het woonrijp maken, waaronder waterbergingen en wegen.

Medio 2024 overlegd het college met de projectontwikkelaar en zal

312019007.24.279 - 17

▪

▪

▪

Onzekerheden sociaal domein – prestatielevering (nog) niet vastgesteld

meer duidelijkheid komen over de toereikendheid van de door het college ingeschatte risicobedrag. Wij adviseren u dit te volgen en mee te wegen in de volgende actualisatie van de grondexploitatie. De grondexploitatie “Oude hockeyvelden” is in 2023 geopend. Gelet op de nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten verwacht het college dat deze exploitatie met een klein voordelig saldo kan worden afgesloten in 2027. Wij adviseren u de voortgang van deze exploitatie te volgen. In 2023 is ook de grondexploitatie “Pelmolenpad” geopend. Naar verwachting van het college worden in 2024 de eerste grondverkopen gerealiseerd aan een projectontwikkelaar en zal ook in 2024 met de bouw van de eerste fase begonnen worden. De exploitatie heeft een relatief korte doorlooptijd en zal naar verwachting van het college in 2028 afgesloten kunnen worden met een voordelig resultaat van circa € 6,6 miljoen. De omvang van de nog te maken kosten (€ 23,3 miljoen) en de nog te realiseren opbrengsten (€ 31,3 miljoen) zijn omvangrijk. Wij adviseren u daarom de financiële voortgang van de exploitatie ook de komende jaren te blijven volgen, omdat een relatief beperkte kosten- of opbrengststijging of – daling danwel een uitloop in de tijd, financiële gevolgen kunnen hebben. In 2023 is de grondexploitatie Stationsgebied geopend.

Naast de inbreng van de grondwaarde (€ 1,0 miljoen) zijn ook de eerste uitvoeringskosten (€ 1,3 miljoen gemaakt). De thans gemaakte uitvoeringskosten worden gedekt uit een subsidie van het Rijk (Woningbouwimpuls). Met het opstellen van het MPG heeft het college een actuele inschatting van het verwachte financiële eindresultaat gemaakt. Dat komt uit op een verlies van in totaal € 12,7 miljoen. Voor dit bedrag is een voorziening getroffen. Deze voorziening is voor een bedrag van € 1,0 miljoen in mindering gebracht op de boekwaarde van het onderhanden werk van deze exploitatie. Het resterende bedrag van € 11,7 miljoen is, in overeenstemming met het Bbv, aan de creditzijde onder de voorzieningen verantwoord. De afronding van de exploitatie is nu door het college voorzien in 2034. Naarmate de afwikkeling verder in de tijd ligt, neemt de onzekerheid omtrent de waardering toe. De omvang van de nog te maken kosten (€ 47,4 miljoen) en de nog te realiseren opbrengsten (€ 35,2 miljoen) zijn omvangrijk. Wij adviseren u de voortgang en financiële ontwikkeling van deze exploitatie in de komende jaren goed te blijven volgen, met name vanwege het verwachte nadelige resultaat en de nog relatief lange doorlooptijd van deze exploitatie.

Het vaststellen dat de prestaties in het kader van de Wmo ZIN en Jeugdwet ZIN zijn geleverd, wordt op twee manieren vastgesteld, namelijk: ▪

Enerzijds via de productieverantwoordingen van de zorginstelling die zijn voorzien van een controleverklaring met goedkeurend oordeel van de accountant van de zorginstellingen. Zorginstellingen zijn op basis van het “Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2023” verplicht bij productieverantwoordingen boven de € 125.000 een controleverklaring van de accountant van de zorginstelling toe te voegen. De accountant stelt bij de controle onder andere vast dat de zorg is geleverd.

▪

Anderzijds door bij productieverantwoordingen zonder controleverklaring, of in die gevallen waar geen goedkeurende controleverklaring is verstrekt, het college van burgemeester en wethouders aanvullende controles uit te laten voeren om vast te stellen dat de prestatie zijn geleverd. Dit kan bijvoorbeeld door middels een telefonische enquête vast te stellen dat de cliënt de zorg heeft ontvangen. 312019007.24.279 - 18

Over 2023 is in totaal € 1.384.000 aan bestedingen in het kader van de Wmo ZIN en in totaal € 1.905.000 aan bestedingen in het kader van Jeugdwet ZIN (nog) niet voorzien van een productieverantwoording met (goedkeurende) controleverklaring van de accountant van de zorginstelling. Omdat het college van burgemeester en wethouders geen aanvullende controles heeft uitgevoerd in 2023 ten aanzien van deze bestedingen is er geen zekerheid verkregen dat prestaties daadwerkelijk geleverd zijn. Wij hebben daarom in totaal € 1.384.000 aan bestedingen in het kader van Wmo ZIN en € 1.905.000 aan bestedingen in het kader van Jeugdwet ZIN als onzeker aangemerkt. Deze cumulatieve onzekerheden passen binnen grenzen voor goedkeuring. Overigens geldt dat voor een deel van deze aanbieders het nog wel de verwachting is dat hiervoor op korte termijn nog zekerheid verschaft kan worden. Daarmee zijn de door ons genoemde onzekerheden maximale bedragen en zullen deze, naarmate de tijd verstrijkt, lager gaan worden.

Onzekerheden Pgb’s (Wmo en Jeugdwet)

Bij de controle op de Persoonsgebonden budgetten (Pgb’s) voor de Wmo en de Jeugdwet is het van belang om de rechtmatigheid van de lasten vast te stellen. Uw gemeente kent de Pgb’s toe voor jeugdzorg en Wmo. De Pgb-bestedingen zijn door uw gemeente (verplicht) belegd bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De accountant van de SVB heeft een controleverklaring met beperking bij de verantwoordingen 2023 verstrekt vanwege diverse rechtmatigheidsafwijkingen. De SVB beoordeelt een deel van de bestedingen ten laste van de pgb-budgetten als onrechtmatig. Dit betekent voor uw gemeente voor de Jeugd pgb’s een meest waarschijnlijke fout van € 5.114 en voor Wmo pgb’s € 6.732. De Auditdienst SVB controleert niet de prestatielevering die ten grondslag dient te liggen aan de Pgb's, omdat de SVB niet op prestatielevering toetst. Daarom dient de gemeente zelfstandig onderzoek naar de prestatielevering uit te voeren, bijvoorbeeld aan de hand van de BADO-notitie "PGB-verantwoording/controle door gemeenten" d.d. 13 maart 2018, om vast te stellen dat er daadwerkelijk prestaties aan de Pgb's ten grondslag liggen. Uw college heeft, net als voorgaand jaar, een dergelijk onderzoek naar de prestatielevering van de Pgb's niet uitgevoerd. Op basis hiervan hebben wij de gehele massa aan Pgb’s (€ 1.048.000) als onzeker gekwalificeerd. Dit betekent overigens niet dat wij fouten hebben geconstateerd.

Wet normering topinkomens (WNT)

De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2023 van € 223.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000.

312019007.24.279 - 19

Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT-plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2023 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2023 stelden wij verder vast dat geen sprake was van (zichtbare) interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2024 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2023 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken, voor een periode van tenminste zeven jaar.

Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.

Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage 2023

Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2023 onder Single information, Single audit (SiSa) vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en het door de gemeenteraad vastgestelde controleprotocol met bijhorend normenkader voor de rechtmatigheidscontrole). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn. De tabel met fouten en onzekerheden treft u in hoofdstuk 6 van dit accountantsverslag aan.

312019007.24.279 - 20

4.

Interne beheersing

312019007.24.279 - 21

4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij de managementletter d.d. 4 december 2023 met kenmerk 312019007.23.413 uitgebracht. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit deze managementletter verwijzen wij daarnaar. controle 2023 Hieronder hebben wij de managementsamenvatting uit de managementletter opgenomen.

312019007.24.279 - 22

5.

Overige aangelegenheden

312019007.24.279 - 23

5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het college van burgemeester en wethouders

Er zijn geen meningsverschillen met het college van burgemeester en wethouders geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het college en de medewerkers van uw gemeente de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.

Bevestigingen van het college van burgemeester en wethouders ontvangen

Wij hebben namens het college van burgemeester en wethouders een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen.

Naleving van wet- en regelgeving

Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving met uitzondering van de bevindingen die het college heeft opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording ten aanzien van het naleven van regelgeving met betrekking tot Europese aanbestedingen.

Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving

Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.

Geen aanwijzingen van fraude

In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en uw adviseurs interne beheersing van de gemeente Hoorn, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de mogelijke vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken.

312019007.24.279 - 24

Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2023 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van materiële fraude. In voorgaande jaren hebben wij het college geadviseerd om een integrale frauderisicoanalyse op te stellen en te rapporteren aan de auditcommissie over frauderisico’s en de beheersing daarvan. Dit heeft, inmiddels voor het tweede jaar, geleid tot de “Rapportage frauderisico’s – Naar aanleiding van de interne controle” welke wordt besproken met de auditcommissie. Met de invoering van deze rapportage heeft het college een belangrijke stap genomen in het kader van fraudepreventie en beheering. Dit heeft echter nog niet geleid tot een “integrale frauderisicoanalyse”. Wij hebben het college verder nog het volgende geadviseerd: ▪

▪

▪

▪

Bevestiging onafhankelijkheid

Zorg ervoor dat de frauderisicoanalyse een dynamisch proces is. Nu worden de risico’s geïdentificeerd op het moment dat het interne controleplan per jaarrekeningpost of transactiestroom geactualiseerd wordt. Neem alle onderkende frauderisico’s vervolgens op in een integrale frauderisicoanalyse. De hiervoor genoemde rapportage is tot stand gekomen op basis van interne controlewerkzaamheden op de rechtmatigheid en de aanwezige interne beheersing, zo staat in het rapport. Concreet houdt dit in, dat in de rapportage risico’s zijn opgenomen, welke ook in de interne controleplannen per transactiestroom zijn opgenomen. In de rapportage is echter aangegeven dat niet sprake is van een uitputtend overzicht van onderkende risico’s, maar dat gerapporteerd is over de risico’s waar gedurende het jaar naar gekeken is in het kader van de interne controle. De rapportages geeft daarmee nog geen volledig beeld van onderkende risico’s. Niet alle, in de interne controleplannen per jaarrekeningpost, onderkende frauderisico’s met een, door het college ingeschat, risiconiveau “Hoog” zijn zichtbaar onderdeel geweest bij de (verbijzonderde) interne controle. Ons advies is om toe te zien dat alle onderkende risico’s die als “hoog” kwalificeren” ook zichtbaar in de interne controle worden betrokken. Neem in vervolgrapportages ook een inschatting van de kans en impact van onderkende risico’s op.

Wanneer de kans en impact van risico’s worden ingeschat, kan dat helpen bij het maken van keuzes om de risico’s te beheersen.

De voorschriften in het kader van onafhankelijkheid zijn binnen de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (de NBA) opgenomen in de ‘Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO)’ en vormen een belangrijk onderdeel van het ‘normenkader’ waaraan een accountant moet voldoen. De naleving van de ViO is binnen Publieke Sector Accountants ingebed. In overeenstemming met Nederlandse wet- en regelgeving, waaronder de Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO) van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), dient de externe accountant mogelijke conflicten met betrekking tot zijn onafhankelijkheid, zowel in wezen als in schijn, onder de aandacht te brengen van het college en de gemeenteraad.

312019007.24.279 - 25

Op basis van onze toetsing concluderen wij dat onze onafhankelijkheid als certificerend accountant bij gemeente Hoorn in 2023 voldoende is gewaarborgd en bevestigen wij dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van de gemeente Hoorn in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften. Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast.

Controleverschillen

Overzicht van de controleverschillen: Aard van de fouten en onzekerheden (x € 1.000)

Getrouwheid

Fouten N.v.t.

N.v.t.

Totaal fouten

N.v.t.

Onzekerheden Onzekerheden sociaal domein – ZIN Jeugdwet en ZIN Wmo

€ 3.289.000

Onzekerheden sociaal domein – PGB’s Jeugdwet en Wmo

€ 1.048.000

Totaal onzekerheden

€ 4.337.000

Wij hebben van het college een schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen, waarin het college bevestigt dat de nietgecorrigeerde fouten, zowel individueel als in totaal, in het kader van de jaarrekening niet materieel zijn. Daarnaast is in de jaarrekening een aantal correcties doorgevoerd naar aanleiding van onze controle. Uw organisatie beschikt over een overzicht van deze correcties.

Inzicht in onze tijdsbesteding

In het rapport “In het publieke belang” van de NBA, de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountant, zijn maatregelen opgenomen die de kwaliteit en onafhankelijkheid van de controlerend accountant moeten waarborgen of verbeteren. Op basis van één van de maatregelen rapporteren wij de bestede uren van onze controlewerkzaamheden aan u. Hieronder treft u de opgave van onze tijdsbesteding aan, inclusief een inschatting van nog te besteden uren voor de afronding van de jaarrekeningcontrole (waaronder het voeren van besprekingen en het archiveren van ons dossier).

Tekenend accountant Overige teamleden

Uren geraamd 84 856

Uren besteed 98 914 312019007.24.279 - 26

Het hogere aantal bestede uren wordt voor een belangrijk deel verklaard doordat het aantal SiSa-regelingen, waarover u met de jaarrekening 2023 verantwoording moet afleggen, significant is gestegen. Met onze brief van 12 maart 2024 met kenmerk 312019007.24.169 inzake “Controle verantwoordingsoverzicht SiSa 2023” hebben wij u daarover geïnformeerd. In de “geraamde tijdsbesteding” zijn hiervoor geen uren geraamd.

312019007.24.279 - 27

6.

Verplichte tabel SiSa

312019007.24.279 - 28

6. Verplichte tabel SiSa Tabel met fouten en onzekerheden SiSa- bijlage

Nr

Volg nr

Specifieke uitkering of overig

Fout of onzekerheid

A16

1

Fout

A16

2

B2

1

B2

2

C9

1

Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Specifieke uitkering woningbouwimpuls

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=f45a9853-60cd-40b0-8a1e-de6f670e6c45