Factsheet Rode Loper
Tekst van het document
Toespraak Hester Vos 7 oktober 2025
CONCEPT
Er was eens een prachtig stadje aan de Zuiderzee. Het heette Hoorn. Vijftig jaar geleden zag het centrum er nog uit als een ansichtkaart. Kinderen die speelden op straat, fietsen tegen de gevels, winkeltjes waar de eigenaar zelf nog achter de toonbank stond. Aan de haven rook je vis en vrijheid, geen uitlaatgassen. Vijftig jaar geleden had Hoorn niet alleen minder auto’s; wel méér groen en meer water. Waar bomen niet als obstakel werden gezien, maar als vanzelfsprekend onderdeel van de straat. Langs de grachten stonden statige iepen en kastanjebomen die 's zomers een groen dak vormden boven de kades. In de lente rook je bloesem als je over de Draafsingel fietste. Veel grachten waren nog open, met water waar eenden met kuikens dobberden. Kinderen vingen visjes met een netje. Ouderen zaten op een bankje, onder een boom, gewoon even te zijn. Er was ruimte voor lucht, voor groen, voor water. Die ruimte is nu op veel plekken verdwenen. Grachten zijn dichtgegooid om plaats te maken voor parkeerplaatsen. De stoepen zijn smaller geworden zodat de rijbaan breder kon. Bomen zijn gekapt omdat hun wortels het asfalt zouden beschadigen. Groen maakt plaats voor grijs. Water voor blik. En dat terwijl juist het groen en het water van Hoorn zo’n unieke charme gaven. Nu zie je vooral kentekenplaten. En dat moeten we omdraaien.
Niet omdat we tegen auto’s zijn, maar omdat we vóór een leefbare stad zijn. Want elke strook asfalt trekt weer nieuwe auto’s aan. En dan krijgen we weer files. Dan denken we weer: o, we moeten nóg een weg aanleggen, nóg een tunnel graven, nóg meer parkeerplaatsen maken. En ja, nu ligt er een plan voor een nieuwe toegangsweg. Met als middelpunt de Carbasiustunnel. Een project dat tientallen miljoenen gaat kosten, en jaren van overlast met zich meebrengt. Alles met als doel: de ‘ontvlechting’ van het verkeer. Maar ontvlechten voor wie? Voor de automobilist die nu op het Keern vaststaat? Of voor de kinderen die straks willen fietsen naar school? Voor de mensen die wandelen naar het station? Voor de inwoners die snakken naar schone lucht? De gemeente zou haar keuzes niet moeten maken met de auto op de eerste plek — maar met fietsers, voetgangers en de toekomst van Hoorn voorop. Maar laten we even eerlijk zijn: niemand komt naar Hoorn om op een parkeerplek te staan. Mensen komen voor de sfeer. Voor het mooie historische centrum, voor een terrasje op de Roode Steen of op het autovrije Kerkplein, voor een wandeling langs de haven. Dat kan niet als we blijven denken in asfalt. Verkeersopstoppingen zijn geen probleem. Ze zijn een kans. Ze zijn de beste marketing voor de fiets. Voor de trein. Voor de bus.
En dát is wat we willen in Hoorn: een autoluw centrum. Een stad die kiest voor ruimte voor mensen, niet voor blik. Want als je het centrum aantrekkelijk maakt voor wandelaars en fietsers, dan wordt het vanzelf ook aantrekkelijk voor winkelend publiek. Dan hebben ondernemers er óók profijt van. Niet door extra rijstroken, maar door ademruimte. De gemeenteraad heeft hierin een keuze. Willen we Hoorn mooier maken, leefbaarder, gezonder. Of laten we het vastlopen in verkeer en fijnstof? De toekomst vraagt geen asfalt. De toekomst vraagt lef.