De reactie van het college op de moties en amendementen bij Begroting 2022
Tekst van het document
Gemeente Hoorn Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR Hoorn T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl
Aan de leden van de raad
Contactpersoon P. Laan Zaaknummer: 1909783 Bijlagen: Reactie op moties en amendementen bij Begroting 2022
Hoorn, 5 november 2020 Onderwerp:
Reactie op moties en amendementen bij Begroting 2022
Beste leden van de raad,
Als bijlage bij deze brief leest u onze reactie op de ingediende moties en amendementen. Wij kijken uit naar de behandeling van de Begroting in de gemeenteraad.
Met vriendelijke groet,
Burgemeester en wethouders van Hoorn
De secretaris
de burgemeester
1/17
Amendement A.
Verhogen bijdrage aan Recreatieschap Westfriesland (RSW) voor onderhoud aan stadsstrand door RSW
Indiener(s) Fractie Tonnaer Tekst van het amendement Overwegende dat; Recreatieschap Westfriesland, opgericht 1 juni 1973, de meeste ervaring en kennis heeft om landschap, vaarroutes en natuur- en recreatiegebieden te onderhouden in Westfriesland; De laatste jaren het Recreatieschap haar werk heeft uitgebreid met o.a. Egboetswater, Streekbos, Vooroever, waterberging en vaarroute Drachterveld, haven Wijdenes en Uiterdijk Schellinkhout. Deze uitbreiding van taken/terreinen heeft geleid tot verhoging van de beheerskosten voor het Recreatieschap; Hoorn binnen de gemeente geen recreatiegebied van het Recreatieschap Westfriesland heeft; Hoorn desondanks jaarlijks € 420.000,- bijdraagt aan het Recreatieschap Westfriesland; De gemeenteraad Hoorn (8 december 2020) per motie het Recreatieschap Westfriesland heeft gevraagd ‘voor het toekomstige stadsstrand de onderhoudstaak op zich te nemen en daarvoor geen extra financiële bijdrage te vragen van de gemeente Hoorn’; Op basis van € 130.000,- onderhoudskosten aan het stadsstrand de jaarlijkse bijdrage aan het Recreatieschap ten laste van de gemeente Hoorn vanaf 2023 stijgt met € 44.720,-; Ondanks motie het Recreatieschap bovenop de € 44.720,- een extra financiële bijdrage van € 42.640,- vraagt van de gemeente Hoorn; Besluit de Raad om: Te verwerken in de begroting 2022 door de uitgaven van beleidsveld Sport en recreatie met
ingang van het jaar 2023 structureel te verhogen met € 44.720,Reactie van het college Het college steunt inhoudelijk het amendement. Het is echter niet het juiste moment. De verhoging van de bijdrage aan het Recreatieschap Westfriesland (RSW) wordt onderwerp van gesprek als het RSW haar Kadernota opstuurt naar de gemeenten. In die Kadernota staan afspraken voor de Begroting 2023 van het RSW. De gemeenteraad behandelt die Kadernota in het eerste kwartaal van 2022. Er komt in te staan dat de Hoornse bijdrage aan het RSW met ingang van 2023 44.720 euro hoger wordt. Dat komt doordat het RSW voor 130.000 euro het onderhoud aan het stadsstrand vanaf dat jaar gaat doen. Hoorn deelt op de gebruikelijke manier in die extra kosten voor het RSW. Daarnaast komt in die Kadernota te staan dat er door het besluit van het RSW nog een extra factuur naar de gemeente Hoorn wordt gestuurd. Die extra factuur van 42.640 euro is ook voor het onderhoud van het stadsstrand. Deze extra kosten komen door het recente besluit van het Algemeen Bestuur van het RSW. Het college stuurt het RSW binnenkort een brief. Daarin staat dat het college de gemeenteraad van Hoorn bij de behandeling van de Kadernota 2023 van het RSW adviseert akkoord te gaan met de verhoging van 44.720 euro, maar niet met de extra kosten. Het RSW krijgt de opdracht om voor dat bedrag (42.640 euro) een andere dekking te zoeken.
Het college adviseert dit amendement aan te houden tot de behandeling van de Kadernota van het RSW in het eerste kwartaal van 2022. 2/17
Amendement B.
Verlagen bijdrage aan Holland Boven Amsterdam
Indiener(s) Fractie Tonnaer Tekst van het amendement Overwegende dat; De gemeente Hoorn jaarlijks € 86.395,- bijdraagt aan Holland boven Amsterdam, onderdeel van de Ontwikkelingsmaatschappij NHN, voor de toeristische promotie van de regio Noord-HollandNoord; De financiële bijdrage van € 86.395,- niet in verhouding staat tot de toeristische diensten voor de gemeente Hoorn. Een aantal gemeente waaronder Alkmaar slechts € 12.000,- bijdragen aan Holland boven Amsterdam. Dat de meeste gemeenten gemiddeld bijdrage € 40.000,- aan Holland boven Amsterdam; Holland boven Amsterdam, plannen maakt voor een nieuwe financiële herverdeling voor de promotie van de regio NHN; Het in verhouding en redelijk is wanneer de gemeente Hoorn de financiële bijdrage binnen vier jaar, stapsgewijs, terugbrengt tot maximum € 46.000,- per jaar. Besluit de Raad om: 1. De bijdrage aan Holland boven Amsterdam in 2022, 2023, 2024 en 2025 ieder jaar structureel te verlagen met € 10.030, zodat de bijdrage vanaf 2025 € 46.000,- is. 2. Dit te verwerken in de Begroting 2022 door de uitgaven van beleidsveld Sport en Recreatie met ingang van 2022 ieder jaar structureel te verlagen met € 10.030,- tot in 2025 het structurele subsidiebedrag van € 46.000 euro is bereikt.
Reactie van het college Over de bijdrage van Hoorn en de andere gemeenten aan Holland boven Amsterdam (HbA), hebben wij u in onze brief van 26 augustus 2021 uitgebreid geïnformeerd. Daarbij hebben wij ook expliciet de positie van de gemeente Alkmaar toegelicht omdat deze afwijkt van de andere gemeenten. Alkmaar neemt feitelijk ook niet deel aan HbA, maar draagt bij uit solidariteit. Het vergelijken van bijdragen met die van Alkmaar is daarom niet goed mogelijk. In de genoemde brief hebben wij overigens ook aangegeven dat de gemeente Alkmaar haar positie heeft heroverwogen en besloten heeft haar bijdrage met ingang van 2022 al te verhogen tot 35.000 euro. Zoals bekend is HbA ondergebracht bij het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (ONHN). In genoemde brief is gemeld dat de directeur van ONHN heeft aangegeven dat HbA een minimumbudget van ca. 500.000 euro nodig heeft om haar werkzaamheden te kunnen blijven uitvoeren. Als de gemeente Hoorn haar bijdrage verlaagt, raakt de totale bijdrage aan HbA onder deze grens. Bovendien is het gevolg van dit besluit dat andere gemeenten waarschijnlijk ook hun bijdrage verlagen en de gemeente Alkmaar haar bijdrage intrekt. Hierdoor moet de organisatie worden opgeheven en gaat vier jaar werk verloren. Een eventuele herstart in de toekomst kost vele malen meer.
Om die reden is voorgesteld om de komende twee jaar de bijdragen te continueren en deze periode te gebruiken om te komen tot een volgende stap voor destinatiemarketing inclusief een herziene financiële bijdrage van alle deelnemers. Met onze brief van 28 oktober 2021 hebben wij u een verslag toegezonden over de activiteiten van HbA die met name op Hoorn waren gericht. Wij zijn van mening dat de bijdrage van de gemeente Hoorn wel degelijk in verhouding staat tot de promotie van Hoorn. Waar het op dit moment nog aan schort, en daar zijn we met de raad over in gesprek, is de aansluiting vanuit de lokale marketing van Hoorn met HbA. Als de basis in Hoorn op orde is, wordt Hoorn nog beter gepromoot door HbA dan nu al het geval is. 3/17
Het over een periode van vier jaar afbouwen van de bijdrage aan de destinatiemarketing organisatie HbA vinden wij op dit moment dan ook niet gewenst.
Het college ontraadt dit amendement.
4/17
Amendement C.
Bloemmanden in meer straten in Hoorn
Indiener(s) Fractie Tonnaer Tekst van het amendement Overwegende dat; In o.a. de binnenstad, Hof van Hoorn en toegangswegen tot de stad jaarlijks ongeveer 300 bloemmanden opgehangen worden; Inwoners, ondernemers en bezoekers aan de stad zeer enthousiast zijn over de bloemmanden; De kosten voor het ophangen, verwijderen en onderhoud van de bloemmanden € 40.000,- per jaar bedraagt. Deze kosten worden voor 2/3 door de gemeente en voor 1/3 door de Ondernemers Stad Hoorn betaald; Veel bewoners en ondernemers de bloemmanden een groot succes vinden en daarom pleiten voor in nog meer straten de bloemmanden op te hangen. Door bewoners het initiatief is genomen voor het ophangen van bloemmanden aan de Nieuwendam. Ook de bewoners van de Muntstraat bloemmanden wensen in de straat; Het is bijna vanzelfsprekend dat in nog meer straten bloemmanden opgehangen worden. Besluit de Raad om: 1. Structureel (extra) budget van € 20.000,- beschikbaar te stellen voor meer bloemmanden in de stad en 2. dit te verwerken in de begroting 2022 door de uitgaven van beleidsveld Economische zaken en arbeidsmarktbeleid met ingang van het jaar 2022 structureel te verhogen met € 20.000,-. Reactie van het college De bloemenmanden hebben als doel om de stad te verfraaien. Ze hangen in de binnenstad bijna allemaal in winkelstraten en het havengebied. Plekken waar veel bezoekers komen.
Buiten de binnenstad hangen ze op vergelijkbare plekken. De Ondernemers Stad Hoorn (OSH) heeft laten weten ook bloemenmanden in de aanloopstraten op te willen hangen, zoals in de Muntstraat en Onder de Boompjes. De OSH gaat er wel vanuit dat dit gebeurt onder dezelfde condities die gelden voor de bestaande bloemenmanden. Dat wil zeggen 1/3 voor rekening van de OSH en 2/3 voor rekening van de gemeente. Op dit moment betaalt de gemeente jaarlijks 23.500 euro van de totale kosten. Wij zijn in overleg met de OSH over het plaatsen van meer bloemenmanden. Vooralsnog lijkt ons daarvoor een bijdrage van structureel 10.000 euro voldoende. Met de OSH gaan wij in gesprek over hun bijdrage. In 2022 kan dit voorstel uit het begrotingsresultaat worden betaald, maar de jaren erna kan dat niet meer. Er ligt al een opdracht van de gemeenteraad om de begroting vanaf 2023 in evenwicht te brengen. Dat betekent dat die opdracht met structureel 10.000 euro wordt verhoogd.
Het college ondersteunt dit amendement met de kanttekening wat betreft het bedrag en de structurele dekking.
5/17
Amendement D.
Indexeren prijscompensatie subsidieontvangers
Indiener(s) Fractie Tonnaer, CDA, D66, GroenLinks, PvdA, Christen Unie Tekst van het amendement Overwegende dat; De organisaties die de subsidies ontvangen brede maatschappelijke waarde hebben voor de gemeente op thema’s zoals sport, kunst, cultuur, dieren, welzijn, jongeren en zorg. Sinds 2010 de prijscompensatie voor subsidieontvangers op nul is gezet en het duidelijk is dat de komende jaren de kosten zullen blijven stijgen. De raad op 30 oktober 2018 een motie heeft aangenomen te onderzoeken of de prijscompensatie weer moet worden vrijgegeven voor alle subsidieontvangers. De verschillen tussen gesubsidieerde instellingen intussen verder worden vergroot, doordat mogelijk de vergoeding van gestegen kosten/prijzen intussen verder oplopen. De raad op 15 september 2020 heeft besloten tot afschaffing van de prijscompensatie voor alle subsidieontvangers en in plaats daarvan over te gaan tot maatwerk per subsidieontvanger en er geen onderzoek naar de consequenties voor de organisaties is gedaan. Dit besluit bij nader inzien te weinig duidelijkheid en transparantie biedt aan alle subsidieontvangers, waar het beleid voor iedereen, subsidieontvangers voorop, juist glashelder hoort te zijn. De subsidieontvangers van grote waarde voor de gemeente zijn en het niet reëel is alleen compensatie te geven voor loonkosten.
Zowel formeel ingestelde gesubsidieerde organisaties als culturele, en -vrijwilligersorganisaties te maken hebben met stijgende kosten. De kosten voor de gemeente in 2022 ca. 130.000 euro bedragen en de begroting van 2022 het toelaat dit te financieren. Besluit de Raad om: toe te voegen aan het raadsbesluit: d. in 2022 1.4% prijscompensatie voor alle gesubsidieerde organisaties door te berekenen en te verwerken in de eerste aanpassing van de begroting 2022 en in 2022 met een voorstel te komen hoe de indexering vanaf 2023 te regelen. e. Gesubsidieerde instellingen hiervan z.s.m. op de hoogte te stellen. Reactie van het college Zoals in het amendement is aangegeven heeft de gemeenteraad op 15 september 2020 besloten tot afschaffing van prijscompensatie voor alle subsidieontvangers en in plaats daarvan over te gaan tot maatwerk per subsidieontvanger. Het belangrijkste argument hiervoor was dat de gemeente onvoldoende structurele financiële middelen heeft om deze kosten op te vangen. Het argument geldt nog steeds. Het eenmalig toepassen van prijscompensatie in 2022 leidt in principe tot een structureel nadeel in de meerjarenbegroting van 130.000 euro. Vanaf 2024 is daar geen financiële ruimte meer voor. Het amendement gaat er van uit dat er in 2022 prijscompensatie wordt gegeven. Dat kan ten laste van het begrotingsresultaat 2022 gebracht worden.
Wij adviseren om het volgende gemeentebestuur een uitspraak te laten doen over het structureel verwerken van de prijscompensatie 2022. Daarnaast moet het volgende gemeentebestuur een uitspraak doen over de wijze waarop de gemeente om moet gaan met structurele prijscompensatie.
6/17
Daarom stellen wij voor om de prijscompensatie 2022 met ingang van 2023 met een p.m. raming op te nemen. Dat ziet er als volgt uit: Tabel 1 voorbeeld structurele doorwerking prijscompensatie (bedragen x 1.000 euro, - = nadeel) 2022 2023 2024 2025 Indexering in 2022
-130
p.m.
p.m.
p.m.
Met deze uitleg ondersteunt het college dit amendement.
7/17
Amendement E.
Skatepark
Indiener(s) PvdA Tekst van het amendement Overwegende dat; Op 28 oktober 2021 het initiatief voor een groter en mooier skatepark als winnaar uit de bus is gekomen bij de initiatievenmarkt De raad het initiatief goed vond passen bij de ambitie van Hoorn om de stad aantrekkelijk te houden en te maken voor jongeren Er nu incidentele gelden zijn in de begroting voor het jaar 2022 die voor dit soort initiatieven kunnen worden ingezet; Besluit de Raad om: toe te voegen aan het raadsbesluit: d. Naar aanleiding van de initiatievenmarkt 2021 eenmalig een investeringsbedrag van 500.000 euro te reserveren voor het realiseren van een groter en mooier skatepark, te dekken uit het begrotingsresultaat. Reactie van het college Het college gaat met de uitslag van de initiatievenmarkt aan de slag. Er wordt een ordentelijk voorstel voorbereid, waarbij de gemeenteraad (financiële) keuzes kan maken. Dat betekent dat dit amendement overbodig is.
Het college ontraadt dit amendement.
8/17
Amendement F.
Extra middelen voor ruimtelijke keten
Indiener(s) VVD Tekst van het amendement Overwegende dat; Er grote achterstanden zijn binnen de ruimtelijke keten (vooroverleg, advisering, beleid, vergunningverlening); Vergunningen niet binnen de gestelde termijnen van 8 weken of 26 weken verleend worden; Na invoering van de Omgevingswet op 1 juli 2022 er een kortere termijn van toepassing is van 8 weken in plaats van 26 weken; De raad in 2019 een initiatiefvoorstel aangenomen heeft waarin staat dat vergunningverlening voor kleine bouwwerken, eenvoudig en snel plaats moet vinden; Op de website van de gemeente Hoorn te lezen is dat tijdelijk geen flitsvergunningen worden verleend; Snelle besluitvorming op aanvragen van belang is in het kader van goede dienstverlening, om initiatieven mogelijk te maken en past binnen de geest van de Omgevingswet. Besluit de Raad om: toe te voegen aan het raadsbesluit: d. Eenmalig 100.000 euro voor capaciteit t.b.v. het wegwerken van achterstanden binnen de ruimtelijke keten, vergunningverlening binnen 8 weken mogelijk te maken en invoeren van snelservice vergunningverlening voor kleine bouwwerken, te dekken uit het begrotingsresultaat. Reactie van het college Dank voor het sympathieke gebaar en de zorg vanuit de raad. Er zijn in de coronaperiode bovengemiddeld veel aanvragen ingediend.
Dit heeft geleid tot een grote werkvoorraad en dat heeft in bepaalde gevallen tot een langere doorlooptijd geleid. De wettelijke termijnen zijn in de meeste gevallen wel gehaald. Over een aantal vergunningen die niet binnen de gestelde termijnen van 8 weken of 26 weken zijn verleend, bent u geïnformeerd. Het ging over een specifieke situatie met één van onze medewerkers. Er komt nog een nadere beantwoording van de artikel 36 vragen hierover. Het gaat hier om een uitzonderingssituatie en het is niet het brede beeld. We zullen deze eenmalige ruimte in 2022 benutten om de druk rond vergunningverlening en de processen rond de geplande invoering van de omgevingswet in 2022 op te vangen. Op de snel serviceformule komen wij nog apart terug in het kader van de Omgevingswet. In de corona periode was het tijdelijk niet mogelijk om flitsvergunningen te verlenen. Dit wordt op zeer korte termijn weer mogelijk.
Het college ondersteunt dit amendement.
9/17
Amendement G.
Leegstandbestrijding
Indiener(s) VVD, Sociaal Hoorn Tekst van het amendement Constaterende dat: Leegstand in Hoorn een substantieel probleem is dat actief bestreden moet worden; De gemeente een proactieve rol moet innemen in de leegstandsaanpak. Overwegende dat; Proactieve leegstandsbestrijding extra capaciteit vraagt; Een leegstandsverordening een geschikt instrument kan zijn om leegstand effectief aan te pakken. Besluit de Raad om: toe te voegen aan het raadsbesluit: d. Eenmalig 100.000 euro voor capaciteit t.b.v. leegstandsbestrijding beschikbaar te stellen in 2022, te dekken uit het begrotingsresultaat. Reactie van het college Het college ondersteunt dit initiatief en voorstel, maar kan met een incidenteel bedrag niet de structurele personeelslasten dekken (ongeveer 1 fte, 75.000 euro) die nodig zijn voor de leegstandsbestrijding. Met het bedrag uit het amendement kan in 2022 wel een leegstandsverordening worden gerealiseerd, de leegstand worden geïnventariseerd en de eerste gesprekken worden gevoerd met ondernemers en pandeigenaren over oplossingen voor de huidige leegstand. Dat is dan een project met een begin en een eind. Voor de structurele invulling die nodig is om de leegstand op langere termijn te blijven bestrijden, komen wij dan bij u terug voor een integrale afweging bij de Kadernota en de Begroting 2023.
Het college ondersteunt dit amendement.
10/17
Amendement H.
Extra impuls voor de wandel- en beweegroute
Indiener(s) Sociaal Hoorn, CDA Tekst van het amendement Overwegende dat; Er door inwoners steeds meer behoefte is aan niet gebonden sporten; Er door deze veranderende behoefte steeds meer van de openbare ruimte wordt gevraagd; Er een begin is gemaakt met wandel- en beweegroutes in Hoorn; Er op dit moment al veel gebruik maakt wordt van de wandel- en beweegroutes; De wens er is om de wandel- en beweegroutes verder uit te breiden naar andere wijken; Er op dit moment onvoldoende financiën zijn om deze wandel en beweegroutes op korte termijn te realiseren. Besluit de Raad om: toe te voegen aan het raadsbesluit: d. Een incidenteel budget van € 60.000 beschikbaar te stellen om de realisatie van de wandel- en beweegroutes een extra impuls te geven en dit te dekken uit het begrotingsresultaat. Reactie van het college In het Masterplan Buitensport Hoorn 2020 staat het beleidsdoel dat er meer openbare sportfaciliteiten via recreatieve netwerken verbonden moeten worden. Een netwerk van wandel- en beweegroutes is een mogelijkheid om dat te realiseren. Dit incidentele budget kan daaraan een impuls geven. Uitgangspunt daarbij is wel dat dit op zodanige gebeurt, dat dit niet leidt tot extra lasten voor beheer en onderhoud.
Het college ondersteunt dit amendement.
11/17
Amendement I.
Pilot tijdelijke fietsenstalling in de Binnenstad voor twee jaar
Indiener(s) Sociaal Hoorn Tekst van het amendement Constaterende dat: In de nabije omgeving van het Kerkplein/Roode Steen er grote behoefte is aan een bewaakte fietsenstalling; (Het merendeel van de) politieke partijen in Hoorn de realisatie van een bewaakte fietsenstalling in de binnenstad in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen en weer gaan opnemen; In de Fietsnota wordt gesproken over een bewaakte fietsenstalling in de binnenstad; In de (meerjaren) begroting geen geld wordt vrijgemaakt voor de totstandkoming van een bewaakte fietsenstalling in de binnenstad; Het wenselijk is dat er op korte termijn een fietsenstalling wordt gerealiseerd; De Raad het belangrijk vindt dat een bewaakte fietsenstalling bijdraagt tot een veilige openbare ruimte; Er vanuit verkeersoogpunt behoefte is aan duidelijkheid waar fietsen gestald kunnen worden; In de openbare ruimte in de omgeving van het Kerkplein/Roode Steen ruimte gevonden moet kunnen worden die voldoet aan deze voorwaarden; Er in de omgeving grote winkelpanden leeg staan die tijdelijk kunnen fungeren als fietsenstalling; Er diverse partners betrokken kunnen worden bij dit project; Er bij de realisatie van de fietsenstalling ook een openbaar toilet kan worden gerealiseerd. Besluit de Raad om: toe te voegen aan het raadsbesluit: d.
indicatief € 150.000 te reserveren voor een pilot van twee jaar voor een tijdelijke, bewaakte en overdekte fietsenstalling in de binnenstad en de kosten te dekken uit de middelen voor de Fietsnota en/of ten laste van het begrotingsresultaat. Reactie van het college We werken hard aan de voorbereiding van deze proef. Het college informeert uw raad op korte termijn over de inhoud, aanpak en planning van de proef. En over de eventueel benodigde aanvullende structurele middelen. De incidentele middelen geven ruimte om de proef voor te bereiden en te organiseren.
Het college ondersteunt dit amendement, indien de kosten ten laste van het begrotingsresultaat worden gebracht.
12/17
Motie 1.
Bouweisen voor waterberging en vergroening bij bouwprojecten
Indiener(s) Christen Unie, D66, GroenLinks, PvdA Tekst van de motie Constaterende dat; Er in Nederland de laatste jaren meer hevige buien vallen. Er verschijnen vaker beelden in het nieuws van ondergelopen straten, kelders en wijken. Er is sprake van een verdubbeling van het aantal dagen met extreme neerslag ten opzichte van 1950. Vergroening van de openbare ruimte en particuliere kavels en het borgen van waterberging is dus van cruciaal belang. De ambitie van de gemeente Hoorn hoog is ten aanzien van het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte om piekbuien in de openbare ruimte op te vangen, maar dat er geen bergings- of afwateringsnormen worden meegegeven voor particuliere kavels. Hier in de begroting ook een kader voor staat genoemd, op pagina 43: duurzaam denken en doen bij inrichting en beheer van de openbare ruimte, is de standaard. Er meerdere gemeenten in Nederland zijn die bouweisen stellen ten aanzien van waterberging en tegengaan van verstening voor de particuliere kavels bij nieuwbouw en renovatieprojecten. Een voorbeeld hiervan is gemeente Amsterdam die vanuit het programma Rainproof eisen stelt ten aanzien van de waterberging waarbij minimaal 60 mm per uur op eigen terrein moet worden verwerkt.
Overwegende dat; In de groenvisie, die we als raad hebben aangenomen, staat dat vergroenen van de versteende ruimte bij nieuwbouw alleen kan als er aanvullende eisen worden gesteld aan nieuwbouwprojecten. Bij bouwprojecten binnen de bestaande stad wordt dit steeds belangrijker. Vanuit gebiedsontwikkeling is dit nog geen beleid; het vraagt om uitwerking en besluitvorming omtrent bouweisen. Er in de komende periode nog veel bestemmingsplannen worden vastgesteld voor zowel nieuwbouwprojecten als bouwprojecten voor inbreidlocaties en hierover nog geen bouweisen zijn gesteld ten aanzien van vergroenen van versteende ruimte en waterberging. Het van belang is dat we nu afspraken vastleggen in de bouweisen van particuliere kavels en in de openbare ruimte ten aanzien van waterberging en vergroening om dit in de komende bouwprojecten op te laten nemen. Verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders: Om te onderzoeken welke instrumenten ingezet kunnen worden om te borgen dat er bouweisen worden gesteld aan de waterberging en vergroening van particuliere kavels bij alle bouwprojecten in Hoorn. Om deze instrumenten uiterlijk vóór de kadernota 2023 ter besluitvorming aan de raad aan te bieden. Deze instrumenten te borgen in de nieuwe Omgevingswet.
En gaat over tot de orde van de dag, Reactie van het college De gemeente werkt bij gebiedsontwikkeling standaard met een Nota van Uitgangspunten. In zo'n nota worden de uitgangspunten beschreven op basis van staand gemeentelijke beleid over groen, water en waterberging en duurzaamheid. De nota is ook de basis voor de verdere uitwerking van de planvorming inclusief de afspraken met de ontwikkelende partij. Daarmee is voldoende geborgd dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met de verwerking van meer extreme buien. 13/17
Voor bestaande situaties wordt opgemerkt dat het wettelijk instrumentarium beperkt is. Als wordt gewerkt met normeringen op particuliere kavels, moet er antwoord zijn op de vraag welke normering per kavel moet worden gehanteerd. Verder moet de normering gehandhaafd kunnen worden. Wij hebben begrip voor de strekking van uw motie. In het kader van de verduurzaming van Hoorn onderzoeken we of er geschikte instrumenten zijn om bouweisen te stellen voor waterberging. En hoe deze kunnen worden ingezet en gehandhaafd.
Het college ondersteunt deze motie deels op het onderzoek van waterberging op particulier kavels.
14/17
Motie 2.
Proactieve aanpak energiearmoede
Indiener(s) PvdA, GroenLinks Tekst van de motie Constaterende dat; Hoorn voor een enorme opgave staat om het woningbestand in de komende decennia te verduurzamen en de gemeente een actieve regierol wil spelen bij de energietransitie in de wijken; Niet iedereen de financiële mogelijkheden heeft om energiebesparende maatregelen te nemen of zijn woning blijvend te verduurzamen, hetgeen tot zogenoemde ‘energiearmoede’ kan leiden; We doorgaans van energiearmoede spreken als een huishouden meer dan 10% van het besteedbaar inkomen kwijt is aan energiekosten (Definitie Planburau voor de Leefomgeving); De stijgende energieprijzen veel huishoudens in financiële problemen kunnen brengen, niet alleen nu maar ook in de toekomst; De betaalbaarheid van de energietransitie vooralsnog via het woon- en duurzaamheidsbeleid wordt aangevlogen, maar (nog) niet vanuit het armoedebeleid.
Overwegende dat; In Hoorn 1 op de 9 kinderen in armoede opgroeit; Bij een mogelijk strenge winter in combinatie met hoge energieprijzen inwoners met een laag of beperkt budget het risico lopen letterlijk in de kou te komen zitten, wat ten koste kan gaan van de gezondheid van alle betrokken gezinsleden in deze huishoudens; Energiearmoede kan leiden tot schulden en zelfs huisuitzettingen als de rekeningen oplopen en niet meer betaald kunnen worden, hetgeen ook weer tot andere maatschappelijke kosten kan leiden; Binnen de energietransitie onder het motto ‘haalbaar en betaalbaar’ weliswaar al wel oog is voor huishoudens in Hoorn die moeite zullen hebben om hun huis te verduurzamen en de energierekening te kunnen blijven betalen, maar dat daar nog niet een echte aanpak voor is; De Enecogelden volgens het Afwegingskader onder meer besteed kunnen worden voor het herstellen van bestaanszekerheid, het bevorderen van positieve gezondheid en het verbeteren van kansengelijkheid van Horinezen.
Verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders: Een multidisciplinaire aanpak voor het tegengaan van energiearmoede te ontwikkelen (een goed voorbeeld is De Arnhemse Aanpak Energie Armoede 2020-2023); Waarbij het doel is om toegang van inwoners tot ontzorging en ondersteuning te vereenvoudigen, het bereik onder de huishoudens die het nodig hebben te vergroten en de effectiviteit ervan te verbeteren; Hiervoor vanuit de energietransitie nauw samen te werken met diverse initiatieven en partners in de stad en verbindingen te leggen met beleidsterreinen als armoede en schuldhulpverlening; Dit plan voor te leggen aan de raad in het najaar van 2022 (dit i.v.m. verkiezingen en aantreden nieuw college). En gaat over tot de orde van de dag, Reactie van het college Het college erkent de (financiële) problemen die kunnen ontstaan door hoge energielasten. Binnen de energietransitie en hulp aan inwoners die moeite hebben met rondkomen is oog voor inwoners die moeite hebben hun energierekening te betalen. We helpen inwoners op verschillende manieren en 15/17
bieden waar nodig maatwerk. Om de energierekening te verlagen ondersteunen we de inwoners met subsidies, leningen en adviezen van het Duurzaam Bouwloket. Het Rijk houdt zich ook bezig met het beperken van de gevolgen van hoge energielasten en de compensatie van de gestegen energieprijzen richting inwoners. Inwoners van Hoorn kunnen overigens geen gebruik maken van de middelen die uit de verkoop van de aandelen van Eneco zijn verkregen. De gemeente Hoorn was niet in het bezit van aandelen Eneco. Het college vindt duurzaamheid en energiearmoede belangrijke onderwerpen en denkt dat dit ook de nodige aandacht moet krijgen in de nieuwe bestuursperiode. De komende periode doen wij ervaring op in de wijkprogramma's. Het college komt in het najaar van 2022 met een voorstel.
Het college ondersteunt deze motie.
16/17
Motie 3.
Participatie
Indiener(s) PvdA Tekst van de motie Constaterende dat; Er relatief veel opmerkingen zijn van bewoners over de wijze van participatie; De huidige inspraakverordening uit 2005 stamt; De omgevingswet binnenkort van kracht wordt maar al vaak is uitgesteld; VNG eind vorig jaar een geschikte modelverordening heeft gemaakt die als basis kan dienen voor een nieuwe verordening. Overwegende dat; Het voor zowel gemeente als bewoners wenselijk is om duidelijke kaders te hebben voor het participatie proces; Het voor bewoners van belang is om vooraf te weten wat de mate van participatie is; Het van eminent belang is om ook bewoners in de gelegenheid te stellen om kader stellende randvoorwaarden mee te geven binnen de door de gemeente aangegeven kaders: Het gezien de meerdere vertragingen van het invoeren van de omgevingswet vanuit Den Haag niet langer verantwoord is om nog langer te wachten met een nieuwe verordening; Het altijd mogelijk blijft om ook na invoering van de omgevingswet de participatieverordening op punten aan te passen. Verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders: Om voor maart 2022 een nieuwe inspraakverordening aan de raad voor te leggen; Om nog dit jaar aan de raad te vragen welke punten moeten worden meegenomen in die participatieverordening; De modelverordening van VNG als leidraad te hanteren.
En gaat over tot de orde van de dag, Reactie van het college Het college bereidt al voor wat hier wordt gevraagd. Het proces is gestart en heeft het afgelopen jaar geleid tot een aantal informele sessies met de raad om inzicht te krijgen in hoe de raad invulling aan participatie wil geven. Het proces wordt de komende maanden afgerond en ziet er als volgt uit: 16 november meningsvormende sessie over de bouwstenen van het participatiebeleid; Februari 2022 vaststelling participatiebeleid en -verordening. Bij het opstellen van het participatiebeleid en de participatieverordening wordt gebruik gemaakt van de VNG-modelverordening.
Het college ondersteunt deze motie.
17/17