Cultuurnota 2012-2020 Hoorn, haven voor creativiteit
Tekst van het document
OPZET EXPERTMEETING
Het vooronderzoek van de voorgaande paragraaf vormt de grondslag van het ontwerp van de expertmeeting en de uiteindelijke keuze van de deelnemers. De methode van de expertmeeting is een discussie op basis van argumenten. De discussie kent drie fasen: 1. Gezamenlijk wordt de ideale toekomstige situatie vastgesteld, door deze zodanig te schetsen, alsof er op dat moment sprake van is; 2. Gezamenlijk wordt de geschetste situatie bediscussieerd, met als doel het blootleggen van impliciete vooronderstellingen (denk aan vragen als: 'Zeggen de Hoornse deelnemers in hun ideaalplaatje iets over gemeentelijke ateliervoorzieningen, of schetsen ze juist een situatie dat ze Hoorn ontgroeid zijn?' en 'Is er subsidie in overvloed, of zijn de kunstenaars er eindelijk van verlost?'); 3. Gezamenlijk wordt de haalbare (dat wil zeggen: passend bij de Hoornse potentie en ambitie) toekomstige situatie vastgesteld. Discussie over huurprijzen wordt taboe verklaard, omdat huurprijzen in een later stadium worden bepaald, op basis van het te formuleren inhoudelijke beleid. De Hoornse sector beeldende kunst wordt centraal gesteld; de betrokken wethouder en ambtenaren zijn toehoorders. Uit het oogpunt van onafhankelijkheid wordt zowel de ruimte waarin de expertmeeting plaatsvindt als de gespreksleider door ARRD (in)gehuurd.
Overmacht maakte dat de twee externe deskundigen verstek moesten laten gaan, hetgeen we methodisch hebben opgelost door onszelf, de onderzoekers, een spiegelfunctie te geven in de expertmeeting. Die functie is, met het oog op de onafhankelijkheid, puur vragend van aard: als iets wat een deelnemer inbrengt ons niet duidelijk is, vragen wij door, totdat volledig helder is wat hij of zij bedoelt. Doorvragen op een bijzonder onderwerp, eigenzinnige invalshoek enzovoorts, valt ook onder die functie. De leiding van de expertmeeting blijft in handen van de gespreksleider. 94
RRD 5
UITKOMSTEN EXPERTMEETING
Zoals gesteld in paragraaf 2, vormen de uitkomsten van de expertmeeting de input van de notitie atelierbeleid. Eerst zijn bevindingen per onderwerp bij elkaar gebracht. Vervolgens zijn uit de bevindingen uitkomsten gedestilleerd. Een bevinding werd tot uitkomst verklaard, als er over die bevinding een zekere consensus bestond dan wel niet expliciet werd tegengesproken. Deze uitkomsten worden in paragraaf 5.2 opgesomd. 5.1
Algemeen
De expertmeeting vond plaats op donderdagavond 6 oktober, van 19.30 tot 22.00 uur, in de tuinzaal van het Westfries Museum. De deelnemers bestonden uit vertegenwoordigers van Atelierpand Achterom 19, een vertegenwoordiger van Atelierpand Muntstraat 7, een kunstenaar met een atelier aan huis, een kunstenaar met een (eigen) atelier op een industrieterrein, een kunstenaar met een atelier buiten Hoorn die ook Hotel Mariakapel, de Boterhal en de Commissie Beeldende Kunst vertegenwoordigde en een vertegenwoordiger van de voormalige Werkgroep Atelierbeleid. De wethouder en twee ambtenaren waren als toehoorders aanwezig. Het gesprek werd geleid door een onafhankelijke gespreksleider die goed is ingevoerd in de Hoornse kunst-scene. Tot slot waren drie medewerkers van ARRD aanwezig. Het was een vruchtbare discussie, waarbij alle deelnemers constructief met elkaar van gedachten wisselden. Er was geen sprake van polarisatie, integendeel; iedere deelnemer leverde een zinvolle bijdrage aan het debat, en liet daarbij maar al te vaak het algemene belang van de Hoornse beeldende kunst prevaleren boven het persoonlijke belang. Ook de gemeentelijke vertegenwoordiging toonde zich tevreden. 5.2
Specifiek
De resultaten van de expertmeeting luiden als volgt: 1. Het probleem rondom het atelierbeleid bestond tot voor kort niet, maar wordt door de gemeente gecreëerd, door de voorgenomen huurprijzenverhoging. 2. De kunstenaars van atelierpand Muntstraat 7 zitten al 26 jaar prima in hun atelierpand: ze willen zich houden aan de afspraak die in 1984 met de gemeente is gemaakt. 3. Achterstallig onderhoud is een probleem. Atelierpand Muntstraat 7 is aan het 95
,RRD verzakken; de gemeente heeft in al die jaren slechts 'make-up' aangebracht. 4. Er is sprake van huurongelijkheid. Kunstenaars van atelierpand Muntstraat 7 betalen allemaal dezelfde huurprijs; kunstenaars van atelierpand Achterom 19 betalen allemaal verschillende huurprijzen. 5. In atelierpand Achterom 19 is leegstand en er zijn niet-kunstenaars gevestigd, en dat is beide onwenselijk. 6. Omdat er in Amsterdam en Den Helder goede ervaringen zijn opgedaan met woningcorporaties die ateliers beheren, zou het goed zijn om deze mogelijkheid ook voor Hoorn te onderzoeken. Bewoners van atelierpand Muntstraat 7 geven aan het gebouw te willen kopen als de gemeente het plan doorzet om tot verkoop aan een woningcorporatie over te gaan. 7. Het beheer van de wachtlijst voor ateliers is in de gemeente Hoorn ondergebracht bij het gemeentelijke Bureau Vastgoed. Deze taak zou door het gemeentelijke Bureau Kunst & Cultuur moeten worden uitgevoerd. 8. Ofschoon er de laatste jaren veel leegstand in de gemeente Hoorn is, heeft de gemeente zich onvoldoende ingezet om tijdelijk ateliers in leegstaande panden te vestigen. 9. Het is wenselijk dat de gemeente een actievere rol speelt bij het bemiddelen tussen kunstenaars en het bedrijfsleven (opdrachtenbeleid, sponsoring). 10. De betrokkenheid van ambtenarij en politiek bij het kunstklimaat in de stad wordt onvoldoende geacht.
Tegelijkertijd bestaat het besef dat kunstenaars altijd initiatief moeten nemen, om daarmee gemeentelijke actie af te dwingen. 11. Jonge kunstenaars staan niet te trappelen om zich in Hoorn te vestigen. Voor zover ze zich in Hoorn vestigen en succesvol zijn, vertrekken ze weer snel. In die zin is er geen directe noodzaak tot doorstroming. 12. Een goed kunstklimaat creëer je samen met andere culturele instellingen. Cultureel ondernemerschap is daarbij essentieel. 13. Loof een kunstprijs uit voor jonge kunstenaars; wie wint, krijgt atelierruimte. 14. Een echte kunstenaar vindt altijd wel zijn weg. 6
WEGING UITKOMSTEN
In deze paragraaf worden de uitkomsten van paragraaf 5 tegen elkaar afgewogen, indien nodig tegen de achtergrond van het vooronderzoek van paragraaf 3 (bijvoorbeeld: de bevinding van de sector dat de gemeente een probleem creëert 96
ARRD versus het voornemen van de gemeente om een atelierbeleid te formuleren). 6.1
Huur en huurongelijkheid
In Munstraat 7 is de huurprijs voor elk atelier hetzelfde. De huurprijzen in atelierpand Achterom 19 zijn variabel; kunstenaars die er al langer vertoeven, betalen aanzienlijk minder dan kunstenaars die zich er later vestigden. Dat is een onwenselijke situatie. De gemeente creëert door de voorgenomen huurverhoging inderdaad een probleem Tenminste, voor huurders die na een huurverhoging meer zouden moeten betalen. Maar de huurongelijkheid geldt ook andersom: er zijn wellicht ook huurders die nu te veel betalen. Hoe dan ook kan er geen rechtsongelijkheid bestaan. Daardoor houdt het argument van de gemeente Hoorn als probleemveroorzaker geen stand. Sterker, dat de gemeente een eerlijk beleid wil, is een billijke wens, zeker gezien de bloeiende beeldendekunstperiode van weleer. Bovendien bestaat er consensus over dat gemeentelijke ateliers een meerwaarde voor de stad zijn. Er wordt gestreefd naar een levendig kunstklimaat en daar hoort kunstproductie bij. 6.2
Gevolgen van huurverhoging
Dat neemt niet weg dat het voornemen van de kunstenaars van atelierpand Muntstraat 7, die al 26 jaar prima in hun atelierpand zitten, om de gemeente te houden aan de afspraak die in 1984 is gemaakt, niet zomaar kan worden genegeerd. Tijdens ons werkbezoek aldaar en tijdens de expertmeeting is overtuigend duidelijk gemaakt dat een aantal kunstenaars in serieuze problemen zou komen wanneer er bij een eventuele huurverhoging geen rekening zou worden gehouden met de bijzondere geschiedenis en omstandigheden van (de kunstenaars in) het Buismangebouw. Een huurverhoging mag er niet toe leiden dat kunstenaars in de bijstand terechtkomen (met als gevolg dat het nieuwe beleid de gemeente via de achterdeur alsnog geld zou kosten). 6.3
Culturele huurprijs
Een aantal kunstenaars van Muntstraat 7 en Achterom 19 heeft Hoorn op de beeldendekunstkaart gezet door, al dan niet in het verleden, (inter)nationaal naam te maken. Ze verdienen vanwege hun bijzondere status betrokkenheid van de politiek, zeker gezien de staat van sommige ateliers. Die betrokkenheid zal moeten resulteren in een compromis over de huurprijs, want uitzonderingen (zoals een tijdens de expertmeeting geopperde tegenprestatie) kunnen er om redenen van rechtsongelijkheid niet worden gemaakt. Bovendien is het verstandig dat de gemeente cultureel ondernemerschap faciliteert, en niet ateliers om de ateliers. De eerlijkste formule om tot zo'n compromishuurprijs te komen is de gemiddelde huurprijs van alle ateliers van Muntstraat 7 en Achterom 19 (deze huurprijs is € 44,30 per m2 per jaar). Maar dat is alleen eerlijk als de gemeente het achterstallig onderhoud van 97
-ARRD Muntstraat 7 voor rekening neemt. Gezien de culturele ambitie van het huidige stadsbestuur, de geschiedenis van de beeldende kunst in Hoorn, en het hierboven gestelde, is het uitgangspunt van atelierbeleid een culturele huurprijs, ruim onder de commerciële huurprijs. 6.4
Kunstklimaat
Daarnaast is er achterstallig onderhoud; atelierpand Muntstraat 7 is aan het verzakken. En in atelierpand Achterom 19 is leegstand en zijn niet-kunstenaars gevestigd. Dat is onwenselijk. In ateliers moet kunst worden gemaakt. Maar in ateliers moet niet alleen kunst worden gemaakt; idealiter is een atelier ook een plek waar inwoners van Hoorn een kijkje in het scheppingsproces wordt gegund. Een van de uitkomsten van de expertmeeting luidt dat een kunstklimaat gezamenlijk wordt gecreëerd en dat cultureel ondernemerschap daarbij belangrijk is. De huidige functie van de ateliers, die van louter werkplek, lijkt daar door het hermetische karakter ver van verwijderd te zijn. Wil er werk worden gemaakt van een bloeiend, gezamenlijk gedragen kunstklimaat dat voortkomt uit cultureel ondernemerschap, dan is het nodig dat de functie verandert van een permanente werkplekfunctie in een tijdelijke broedplaatsfunctie (waarbij de zittende kunstenaars niet hoeven te vrezen voor hun atelier). Want een broedplaats is naar buiten gericht waardoor verbindingen kunnen worden gelegd, met zowel publiek als andere makers. 6.5
Woningstichting
De tijdens de expertmeeting geopperde wens om de mogelijkheid dat een woningstichting alle gemeentelijke ateliers zou beheren, staat niet op gespannen voet met de wens van atelierpand Muntstraat 7 om het gebouw te kopen als de gemeente het plan doorzet om tot verkoop aan een woningstichting over te gaan. Beide opties zijn de moeite van onderzoek waard, temeer omdat Hoorn te 'klein' lijkt voor een zelfstandige atelierstichting. Het initiatief voor de onderzoeken ligt bij respectievelijk de woningstichting en Muntstraat 7. Randvoorwaarden van de gemeente richting woningcorporatie zouden moeten zijn: een culturele huurprijs, geen verhuur aan niet-kunstenaars, handhaving van toewijzing op basis van eerdergenoemde gangbare criteria en cultureel ondernemerschap. 6.6
Toewijzing ateliers
Het spreekt voor zich dat alleen Bureau Kunst & Cultuur artistiek-inhoudelijke taken van het atelierbeleid uitvoert. Dat past ook bij het breed gedragen gemeentelijke voornemen om van Hoorn een echte kunst- en cultuurstad te maken (vrij naar CUP, p. 90).
98
ARRD Daaruit vloeit weer voort, dat de toewijzing niet alleen gangbare toetsingscriteria1 kent, maar dat er extra hoog gescoord kan worden op cultureel ondernemerschap, dat wil zeggen een plan dat de functie van het atelier breder maakt dan die van een werkplek, dat de zichtbaarheid van de kunst in de stad vergroot en zich tot de rest van de culturele sector verhoudt. 6.7
Leegstandspotter
Het tegengaan van leegstand in gebouwen waar tijdelijk ateliers gevestigd zouden kunnen worden (de tijdens de expertmeeting geopperde leegstandspotter) is een redelijk streven, en een taak van Bureau Vastgoed, dat bij uitstek zicht heeft op leegstand. Laat Bureau Vastgoed een online overzicht bijhouden, waar kunstenaars op kunnen reageren. 6.8
Bemiddelaar
De wens dat de gemeente een actievere rol speelt bij het bemiddelen tussen kunstenaars en het bedrijfsleven, bijvoorbeeld bij opdrachtenbeleid en sponsoring, is niet realistisch. Zoiets lijkt een taak voor een Centrum Beeldende Kunst (CBK) en dat is er nu eenmaal niet in Hoorn. 6.9
Betrokkenheid gemeente
De constatering van de expertmeeting dat de betrokkenheid van ambtenarij en politiek bij het kunstklimaat in de stad onvoldoende wordt geacht, kan hoogstens ter kennisgeving worden aangenomen. Subsidie is immers geen vanzelfsprekendheid. Bovendien bestond tijdens de expertmeeting ook het besef dat kunstenaars altijd initiatief moeten nemen, om daarmee gemeentelijke actie af te dwingen. 6.10
Doorstroming en kunstprijs
Wil Hoorn daadwerkelijk een echte kunst- en cultuurstad worden, dan zijn nieuwkomers nodig, want elke sociale orde verliest zonder nieuwe impulsen vitaliteit. Het bevorderen van het vestigingsklimaat voor beginnende kunstenaars moet daarom hoge prioriteit krijgen. Wat Hoorn nodig heeft is geen kunstenaarsbeleid, maar een kunstbeleid, waarvan de gevolgen merkbaar zijn in de stad. Daarin is atelierbeleid eerder tijdelijk faciliteringsbeleid, waarbij vrijgekomen panden worden gebruikt om beginnende kunstenaars op weg te helpen, dan een indirecte bijdrage aan het levensonderhoud van gevestigde kunstenaars. Het idee om een kunstprijs uitte loven voor jonge veelbelovende kunstenaars, waarbij de winnaar voor een bepaalde periode atelierruimte tot zijn of haar beschikking krijgt, kan op de hele Hoornse culturele sector worden toegeschreven: degene met het beste beeldendekunstplan dat uitstraalt op de
99