CDA - Bijdrage Kadernota 2021
Tekst van het document
Kadernota 2021 CDA Beste Voorzitter, beste luisteraars en kijkers, collega’s en overige aanwezigen. Vorig jaar heb ik in mijn bijdrage namens CDA Hoorn een vergelijking gemaakt van dit college met het Formule 1 strijdgewoel en de verschillende wethouders ieder een plekje achter het stuur gegeven. Nu, een jaar later, kunnen we hele duidelijke tekening in de strijd zien. De enige bestuurder die écht meters maakt is wethouder Bashara in zijn felgroene bolide. Hij is dan ook voortdurend in beeld bij de volgers. U begrijpt dat dát niet mijn favoriete auto is, maar in alle eerlijkheid moet ik zeggen dat hij een kundig bestuurder is. Maar téveel snelheid en even de ogen niet op de baan gericht én je vliegt zomaar uit de bocht. Nu is het ook niet zo moeilijk voor hem om alle camera’s op zich gericht te krijgen, want hij heeft ook verreweg de meest in het oog springende portefeuilles. Van Poort van Hoorn, IKEC, Verkeer, Parkeren, Afvalverwerking, Onderwijs, Westfries Museum, Cultuur en Duurzaamheid. De meeste monteurs dus ook, die hem bijstaan. En in de spiegel achteruit kijkend zal hij weinig concurrentie zien. Er is ook gewoon heel weinig gebeurd in Hoorn. We zijn met zijn allen heel druk en muv het Kerkplein en uiteraard de zaken in het Sociaal Domein, is er nauwelijks iets dat je ziet, waar wij ons geld aan hebben uitgegeven.
En toch raakt de portemonnee leger en leger en stapelen de financiële problemen zich op. Hoe kan dat? Het is te simpel omdat alleen aan het Sociaal Domein en de wegkijkende overheid in Den Haag te wijten. De race is zwaar en wordt nog zwaarder. We kampen met een korte termijn tekort, dat we kunnen dichten met vooral noodsprongen uit de reserves. En gelukkig een afgedwongen 1e bijdrage vanuit het Rijk in het Sociaal Domein. Op lange termijn hangen er op dit moment donkere wolken boven het circuit en regent het al op een aantal plekken. Vanuit het college hebben we ook al 2x informatie-overleg gehad wat we kunnen doen. Welke banden moeten er onder in deze fase? Wat ons dan eerlijk gezegd een beetje verbaasd is dat we toch vooral twijfelen en de keuze uitstellen. Bijna niemand komt met suggesties hoe we aan de uitgavenkant nog wat kunnen doen. De inkomstenkant is makkelijker. Een aantal collega’s is wel erg makkelijk met simpel de OZB verhogen, omdat dan alles goed komt. Zonder onszelf op de borst te kloppen, zijn wij één van de weinige geweest die wel in ieder geval concreet met suggesties en voorstellen komt. Dan heb ik het over IKEC, museum. Zelfs mbt het door ons vurig gewenste Consultatieburo Bangert Oosterpolder hebben wij onze financiële plicht gedaan. En hebben we samen ook een financieel verantwoord besluit genomen. En er ligt er nu nog eentje bij de lijst amendementen.
We moeten niet alleen zeggen dat we keuzes moeten maken en onze verantwoordelijkheid pakken. We moeten het ook durven en doen en laten zien. Recent, nog voor de bekendmaking van de extra rijksbijdragen aan gemeenten, kreeg ik een artikel onder ogen over de rooskleurige financiële situatie in Alkmaar. Daarin werd ook de vraag gesteld of de wethouder aldaar een tovenaar was of niet. Nieuwsgierig als ik ben, heb ik contact gezocht. Wie wil er nu niet een tovenaar ontmoeten? Het was een zeer interessant gesprek met hem en twee van zijn medewerkers. Vooral omdat zij toch anders tegen bepaalde zaken aankijken. - PM-posten of in zoals wij dat noemen ”Portemonnee-posten” zijn hem een doorn in het oog. - Kerntaken benadrukken en niet-kerntaken anders doen. In Alkmaar, maar ook in heel veel andere gemeenten, uit zich dat bijvoorbeeld in een apart Sportbedrijf, dat zich ontfermt over accommodaties en verenigingen. - Zeer succesvol zijn zij geweest in de eigen organisatie en het personeel. Een percentage externen van 18,5 % is resoluut verlaagd door contracten op te zeggen. Het % schommelt nu rond de 10, waar 15 het absolute plafond is. Maar daar komen zijn al lang niet meer.
Was dit schadelijk voor de organisatie? Je zou denken van wel, maar wat blijkt? Dat is geenszins het geval. De eigen mensen zijn gemotiveerder, doen meer kennis op en krijgen meer verantwoordelijkheid en inbreng. Het mes snijdt zelfs aan 2 kanten en zo wordt Alkmaar extra aantrekkelijk om voor te werken en bespaart miljoenen. - Het vierde punt dat ik er uit pikte was de focus. Doe liever twee dingen goed, dan zoals wij dat hier plachten te doen: “eerst het plan, dan het geld.” Dit resulteert namelijk bij ons in heel veel ambities, plannen, verwachtingen, PM-posten en ook verspreide aandacht van de medewerkers. Focus geeft ook rust aan de andere kant, in de samenwerking tussen gemeente medewerkers en betrokken organisaties. Een duidelijk plan, gefaseerd in de tijd wegzetten en eerst het ene afmaken voordat je het andere oppakt. Focus die de kwaliteit ten goede komt en zeker ook financieel zijn vruchten afwerpt. - OZB-verhoging komt achteraan in de rij Is dit tovenarij? Geenszins was onze gezamenlijke conclusie. Was ik teleurgesteld omdat ik hoopte wat trucs te leren en was het niet meer dan dit? Echt niet, geen nieuwe trucs, en toch was het een goede les. CDA Hoorn pleit ervoor om deze principes ook op te pikken. En natuurlijk niet 1 op 1 of zonder daar goed over na te denken. Het is wel een basis voor succes.
Wij werken met geld van anderen, van de gemeenschap, daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Ik kom dan weer terug bij het begin. Wij moeten als raad keuzes maken en CDA Hoorn loopt daar niet voor weg. Het heeft geen zin om alles door te laten lopen, de kraan niet dicht te doen. Je kunt er steeds emmers onder zetten om het water op te vangen, zoals de emmer van de belastingverhoging, maar die emmers raken ook vol en gaan overlopen. Dan wordt het alsnog nat. Wij zijn ook realistisch en constructief. Die C is er niet voor niets. Wij begrijpen dat we meer stad moeten worden, maar om die slogan nu overal kritiekloos voor te gebruiken als excuus dat alles maar mag en kan, gaat ons veel te ver. Zie wat er dan gebeurt in de Rozenbuurt, bij de Vrijheid, bij de Lepelaar, bij de Blauwe Steen, bij de Betrokken Poorter. De participatie aan de voorkant leggen bij de ontwikkelaars is te makkelijk. Ook zij zijn nog niet gewend aan die rol om zaken eerder in het proces goed te regelen. Waardoor later dure en lange procedures wellicht worden voorkomen. De gemeente móet daarbij helpen om te voorkomen dat inwoners op achterstand beginnen. Wij snappen ook echt wel dat in deze tijden er wellicht ook aan de inkomsten kant wat kan gebeuren. Maar dan wel met een goed verhaal dat we kunnen uitleggen aan onze bewoners. Niet om emmers te kopen die de lekkage opvangen omdat we de kraan niet dicht doen.
Wij willen de voorzieningen voor onze eigen stad behouden. De wijken levendig houden, evenementen, waar we om bekend staan, in stand houden, kwaliteit van de openbare ruimten en verkeersveiligheid, sportvoorzieningen op nivo, de zorg en aandacht voor de mensen. Onze inwoners en bedrijven zijn minimaal zo belangrijk als bezoekers. De nieuwe toegangsweg is dé investering waarmee Hoorn verder vooruit kan. Ontlasting van het Keern, geen mopperende automobilisten meer die Hoorn in of uit willen, een nieuwe wijk die bereikbaar wordt en hetzelfde geldt voor het stadsstrand. Met daarbij meer ruimte om de Poort van Hoorn in te vullen. Investeren is anders dan uitgeven. Beide is nodig en moeten goed in balans zijn. Het ene komt terug, het andere gaat de portemonnee uit. Voor dat laatste willen we zéker geen belastingverhoging voor onze inwoners “misbruiken.”