Burgerinitiatiefvoorstel procesbeschrijving
Tekst van het document
Korte uitleg van het proces Het burgerinitiatiefvoorstel ‘Groene toekomst van het Julianapark’ is ingediend en zal worden behandeld op 15 juni. Dit voorstel is op verzoek van indieners en ondersteund door inwoners (kiesgerechtigden) op de agenda van de raad gezet. Het proces heet een burgerinitiatief, en is beschreven in een verordening. De verordening Burgerinitiatief geeft de procedure aan die gevolgd moet worden. Er zijn echter wel keuzes die de raad moet/kan maken. De regels die vastliggen, beoordeelt de griffie samen met Burgerzaken. Dan gaat het om: of de ingediende informatie voldoet aan de gestelde formele vereisten (zie onderaan de regels uit de verordening). Vanuit de griffie is in het raadsvoorstel ook aangegeven wat de procedure van zo’n initiatief is. De indieners zijn ook geholpen bij indienen van hun verzoek. Ook de wethouder en het college zijn uiteraard op de hoogte. Het Burgerinitiatief is formeel ingediend door mw. Klaassen Bos met de naam ‘GROENE TOEKOMST JULIANAPARK’. Het wordt gesteund door meerdere bewoners- en wijkgroepen. Het initiatief wordt verder ondersteund met ruim 170 handtekeningen en door de petitie 'Kies voor een groen Julianapark'. Deze petitie is 527 keer ondertekend (peildatum 5 juni 2023). Het burgerinitiatief gaat over de biodiversiteit in het Julianapark.
Indieners willen graag dat de gemeenteraad de inwoners duidelijkheid geeft over de toekomstplannen van het Julianapark. Initiatiefnemers stellen voor: 1. Het huidige gebruik van het Julianapark en de mogelijkheden van meervoudig ruimtegebruik in kaart te brengen en dit zorgvuldig te overwegen; 2. De uitgangspunten van de Groenvisie en het belang van de biodiversiteit hierin mee te nemen; 3. Inwoners en belanghebbenden hierbij te betrekken; 4. De resultaten in het eerste kwartaal van 2024 voor te leggen aan de raad; 5. Tot hierover een besluit is genomen geen onomkeerbare en mogelijk voor het groen schadelijke veranderingen aan te brengen in het Julianapark.
De gemeenteraad dient nu te besluiten wat er gebeurt met het burgerinitiatiefvoorstel. Wat is precies uw taak als raad vanavond? Ten eerste is gekeken of dit initiatief aan de geldende eisen van de verordening voldoet. Zo moeten er voldoende handtekeningen van kiesgerechtigde inwoners zijn. Dat is gecheckt en is daarmee afgevinkt. Ook moet het een raadsbevoegdheid betreffen. Ook dat is het geval, maar de uitvoering en diverse bevoegdheden op RO-gebied, zijn weer aan het college. Maar dan binnen de raadskaders. Aan alle formele voorwaarden is in ieder geval voldaan, dus de conclusie van de raad staat dan ook verwoord in het concept raadsbesluit onder 1.: (de raad besluit) 1. Het burgerinitiatief ‘Groene toekomst Julianapark’ in behandeling te nemen omdat het aan alle in de verordening Burgerinitiatief gestelde voorwaarden voldoet. Daarna neemt de raad een besluit over de wijze waarop het initiatief wordt behandeld door u als raad. Inschatting is, dat er -gezien de zwaarte van het verzoek- eerst een advies van het college nodig is. Dat houdt weer in, dat het donderdag avond 15 juni nog niet over de inhoud van het initiatief kan gaan, maar over de route die het initiatief moet lopen. Dit moet zorgvuldig en met aandacht voor alle aandachtspunten en belangen! De politieke woordvoerders kunnen 15 juni het college uiteraard wel tips en suggesties meegeven, in hun reacties.
Het concept besluit onder 2., luidt als daarom volgt: (de raad besluit) 2. Het college te verzoeken om een advies, onder meer over haalbaarheid en uitvoerbaarheid, aan de gemeenteraad uit te brengen. Het college wordt gevraagd hierop reageren.
Daarna kan de raad nog twee besluiten over het vervolg proces nemen. Dat gaat ook over procedurele randvoorwaarden: Na advies van het college komt het onderwerp terug naar de raad. In welke vorm, dat moet nog worden bekeken. Daar is de agendacommissie ook verantwoordelijk voor. En de betrokkenheid van de indieners moet geregeld worden. De laatste twee concept besluiten zijn daarom als volgt: 3. De uitkomsten van dit advies in 2023 aan de initiatiefnemers en de gemeenteraad voor te leggen voor verdere behandeling; 4. De initiatiefnemers direct van dit besluit over het proces op de hoogte te brengen. De initiatiefnemers zijn uitgenodigd die avond aanwezig te zijn. Mogelijk spreken zij in. De woordvoerders wordt gevraagd om hun standpunt te geven over het proces van het burgerinitiatief voorstel en eventuele randvoorwaarden op de inhoud mits daar meerderheden voor te vinden zijn. BIJLAGE. Belangrijkste artikelen Verordening Burgerinitiatief Hoorn 2002 Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de vergadering van de raad en/of raadscommissie te plaatsen. Artikel 2 •
1.
De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering en/of op de agenda van een raadscommissie indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. •
2.
Ongeldig is het verzoek dat: o
a.
niet door ten minste 50 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund;
o
b.
een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of o
c.
niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5 Artikel 3 •
1.
Initiatiefgerechtigden zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de gemeenteraad van Hoorn alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de raad. •
2.
Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel 4
Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in: •
a.
een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad; •
b.
een vraag over het gemeentelijk beleid; •
c.
een klacht in de zin van Hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur; •
d.
een bezwaar in de zin van Hoofdstuk 7 Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of •
e.
een onderwerp waarover korter dan 2 jaar voor indiening van het burgerinitiatief door de raad een besluit is genomen. Artikel 5 •
1.
Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad en/of raadscommissie wordt schriftelijk ingediend bij de burgemeester. •
2.
Het verzoek bevat ten minste: o
a.
een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel; o
b.
een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel; o
c.
de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger, en o
d.
een lijst met voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen. •
3.
Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in bijlage van deze verordening opgenomen model. Artikel 6 •
1.
De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad en/of raadscommissie wordt geplaatst, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering, waarin de raad over het verzoek beslist. •
2.
Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4, onder a, kan de raad het voorstel doorzenden aan burgemeester en wethouders. •
3.
Indien de raad het verzoek toewijst, dan agendeert hij het burgerinitiatiefvoorstel voor de eerstvolgende vergadering van de raad.
•
4.
De burgemeester nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten. •
5.
Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuwsof huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. •
6.
Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de verzoeker.