Brief van inwoner inzake onderzoek slavernijverleden #2
Tekst van het document
Ik ben een witte man die in Hoorn woont en stevige Westfriese wortels heeft. Ik kan slecht tegen onrecht. Daarom voel ik me verbonden met het slavernijverleden van Hoorn en het onrecht dat daarmee gepaard ging. Ik ben behoorlijk geschrokken van de feiten die in het rapport van het onderzoek naar het slavernijverleden van Hoorn worden genoemd. Ik had al wel een en ander gehoord en gelezen, maar het is heel pijnlijk om te lezen dat de stad Hoorn zozeer vervlochten is geweest met slavernij. Het werd allemaal van bovenaf aangestuurd door het stadsbestuur, waarvan de leden ook bestuurders waren van de VOC en WIC. In die zin waren zij ook de voornaamste profiteurs van de slavernij. Schokkend vind ik ook het feit dat de slavernij zo’n 250 jaar heeft geduurd: dat zijn tien generaties! Veel mensen hebben hun hele leven in gevangenschap en dwangarbeid doorgebracht. Afschuwelijk vind ik het feit dat het hele slavernijverleden is doordrongen van racisme. Voor nu vind ik het gebrek aan erkenning in Hoorn voor het onrecht dat tot slaafgemaakte mensen is aangedaan heel erg. Het negeren, bagatelliseren en ontkennen van de harde feiten, dat ik om me heen hoor, doet me pijn. Hoorn moet hard werken aan de erkenning van zijn slavernijverleden.
Ik zou het heel fijn en helemaal terecht vinden als het huidige bestuur van de gemeente Hoorn als uiting voor deze erkenning namens het stadsbestuur en de Hoornse bevolking oprechte excuses maakt en om vergiffenis vraagt voor het slavernijverleden van Hoorn. De tijd is er nu meer dan rijp voor, vooral nu o.a. premier Rutte en koning Willem-Alexander ook al excuses hebben aangeboden. Hoorn moet schoon schip maken! Deze excuses kunnen alleen als oprecht worden ervaren, als kort daarna het beeld van JP Coen naar het Westfries Museum verplaatst wordt. Je kunt niet JP Coen op een ereplaats in de stad Hoorn laten staan en tegelijk oprechte excuses voor het slavernijverleden van Hoorn maken: die excuses zijn dan niets waard. In de nabije toekomst zou de gemeente Hoorn in gesprek moeten gaan met nabestaanden van slachtoffers van slavernij om te bezien waar behoeften liggen. Te denken valt aan onderwerpen als racisme en inclusiviteit. Maar ook aan verdere erkenning van het slavernijverleden van Hoorn, bijv. door Keti Koti Tafels en de jaarlijkse viering van Keti Koti.
Het onderzoek naar het slavernijverleden van Hoorn is vooral archiefonderzoek geweest. Er worden daarin suggesties gedaan voor nader archiefonderzoek. Mijns inziens wordt het algemene beeld dat uit het onderzoek naar voren komt niet wezenlijk veranderd, wanneer dit nadere onderzoek wordt uitgevoerd. Beter zou het zijn om onderzoek te doen naar de gevolgen in het heden van het slavernijverleden van Hoorn, door middel van vraaggesprekken met en door nabestaanden van tot slaafgemaakte mensen. Om daarna met maatregelen te kunnen komen om die gevolgen teniet te doen. [persoonsgegevens bij griffie bekend]