Brief van het WF Museum aangaande additionele bijdrage in project Vernieuwing Westfries Museum uit Le Cocq D'Armandville-Planckenfonds
Tekst van het document
Aan de fracties van de gemeenteraad van Hoorn
Hoorn, 11 juni 2021
Geachte leden van de Gemeenteraad van Hoorn,
Zoals u in de beantwoording van de vragen van de Fractie Tonnaer en de PvdA heeft kunnen lezen en ook telefonisch door mij met de fractievoorzitters is gedeeld, is het Westfries Museum bereid additionele middelen uit het Le Cocq-D’Armandville-Planckenfonds beschikbaar te stellen voor het project Vernieuwing Westfries Museum indien de door het college voorgestelde varianten 3 en 4 ten uitvoer worden gebracht. Graag licht ik deze beslissing nogmaals en iets uitvoeriger toe. Op 25 december 2016 overleed de heer I.P.D.F. Le Cocq D’Armandville uit Heemstede, waarmee het Westfries Museum in voorgaande jaren een goede relatie had opgebouwd. De heer Le Cocq D’Armandville voelde een sterke band met Hoorn, omdat de zijn moeder Annie Josephine Plancken familie in Hoorn had en de jonge Frans daar regelmatig logeerde. In zijn testament legateerde de heer Le Cocq, behalve een collectie kunst en antiek, ook een geldbedrag aan het Westfries Museum, met de wens met dit geld een zogenaamd fonds op naam in te richten, het Le Cocq-D’Armandville-Planckenfonds. De doelstellingen van dit fonds en de voorwaarden voor het beheer heeft de heer Le Cocq in zijn testament laten vastleggen. De doelstelling van het Le Cocq-D’Armandville-Planckenfonds is het verstrekken van middelen ter versterking van de collectie van het Westfries Museum.
Middelen uit het fonds kunnen worden aangewend voor aankoop of restauratie van objecten die van belang worden geacht voor de collectie van het museum. Daarnaast mogen middelen uit het fonds worden aangewend voor versterking van de presentatie van de collectie van het museum. De heer Le Cocq heeft bepaald dat de directeur van het Westfries Museum beslist over de aanwending van middelen uit het fonds. Hij heeft in zijn testament tevens bepaald dat er een adviescommissie dient te worden ingericht bestaande uit twee leden uit de Commissie van Beheer van het museum. Deze commissie is in 2007 echter opgeheven. Omdat de museumdirectie de waarde van een adviescommissie, zoals bedoeld door de heer Le Cocq onderschrijft, is er een commissie ingericht, waarin de voorzitter en een lid van de Stichting Vrienden van het Westfries Museum zitting hebben. Eén en ander is in het besluit van 18 juli 2017 door het College van B&W van Hoorn bekrachtigd. Daarin is tevens besloten een voorziening in te stellen onder de naam Le CocqD’Armandville-Planckenfonds en vanaf 2018 jaarlijks 1% van de omslagrente toe te voegen aan de exploitatiebegroting van het museum. De Raad is hierover in een brief door het College geïnformeerd.
1
Het Westfries Museum heeft sinds 2018 dankzij het Le Cocq-D’Armandville-Planckenfonds enkele zeer waardevolle objecten voor de collectie weten te verwerven. Het betreft onder andere kunstwerken van bekende zeventiende-eeuwse Hoornse kunstenaars als Jan Albertsz Rotius, Matthias Withoos en Herman Hengstenburgh. Van de laatste twee kunstenaars werden tijdens de diefstal in 2005 diverse werken gestolen, die nog altijd zoek zijn. Het museum wist ook de hand te leggen op werken van Olfert de Vrij, Herman Doncker en Johannes Bronckhorst van wie zich nog geen enkel werk in de collectie van het museum bevond. De meest recente aanwinst is van 9 juni 2021. Het museum wist op een veiling van veilinghuis Dorotheum in Wenen, met steun van de Vereniging Oud Enkhuizen, een prachtig vroeg zeventiende-eeuws familieportret te verwerven van de schilders Herman Doncker en Jacob Gerritsz Loef, beide werkzaam in zowel Hoorn als Enkhuizen. Al deze aankopen zijn vooraf getoetst aan het collectie- en verwervingsbeleid van het museum, dat er in eerste instantie op gericht is om lacunes in de museumcollectie te vullen. Het saldo van het Le Cocq-D’Armandville-Planckenfonds bedroeg bij inrichting in 2018 € 1.900.000,-. Het huidige saldo bedraagt € 1.648.000,- .
Omdat de doelstellingen van het Le Cocq-D’Armandville-Planckenfonds toestaan om ook te investeren in de verbetering van de presentatie van de collectie, heeft de museumdirectie met goedkeuring van de adviescommissie besloten € 500.000,- in het project Vernieuwing Westfries Museum te steken. Daarbij hield het museum rekening met het gegeven dat er bij groen licht voor het project ook aanvullend geïnvesteerd zou moeten worden in collectievorming. In het inhoudelijk concept voor het nieuwe museum is namelijk plek ingeruimd voor de negentiende-eeuwse en hedendaagse kijk op de Nieuwe Tijd, de periode 1450-1800. Om deze presentaties inhoud te geven zal aan collectievorming moeten worden gedaan, aangezien deze focus tot op heden niet aanwezig was. Het is dan een fijne gedachte, dat je een fonds achter de hand hebt, waarmee je deze ambitie kunt realiseren. Naar aanleiding van vragen van de Fractie Tonnaer en de PvdA over de besteding van additionele middelen uit het legaat in het project Vernieuwing Westfries Museum, heeft de museumdirectie zich hier samen met de adviescommissie over gebogen. Dat heeft geresulteerd in een beslissing om additionele middelen uit het Le CocqD’Armandville-Planckenfonds voor het project Vernieuwing Westfries Museum beschikbaar te stellen. Het betreft immers een voor de toekomst en doorontwikkeling van het museum cruciaal project.
Het onzekere financiële meerjarenperspectief van de Gemeente Hoorn heeft in de afweging van het museum en de adviescommissie een grote rol gespeeld. Het museum wil, nog los van de taakstelling op het gebied van fondswerving en sponsoring, het maximale doen om de kapitaallasten van het project die voor rekening komen van de gemeentelijke begroting zo laag mogelijk te houden. Dit heeft er toe geleid dat de museumdirectie bereid is aanvullend € 300.000,- (totaal € 800.000,-) uit het Le Cocq-D’Armandville-Planckenfonds bij te dragen in de dekking van het project Vernieuwing Westfries Museum, wanneer variant 3 tot uitvoer wordt gebracht. Indien variant 4 ten uitvoer wordt gebracht, die nog meer dan variant 3, ruimte en mogelijkheden voor een vernieuwde presentatie van de collectie biedt, is het museum bereid aanvullend € 600.000,- (totaal € 1.100.000,-) ter dekking van het project uit het fonds in te brengen. Naar de mening van het museum scheppen deze door het college voorgestelde varianten de beste voorwaarden voor doorontwikkeling, een financieel gezonde exploitatie en een sterk verbeterde presentatie van de collectie. Deze voorwaarden schept de, mede daarom ook als ongewenst aangemerkte, variant 1 niet.
Met de additionele bijdrage uit het Le Cocq-D’Armandville-Planckenfonds komen de kapitaallasten voor zowel de meest sobere, maar ongewenste variant 1 als de varianten 3 en 4 uit op € 490.000.-.
2
De additionele bijdrage in het project Vernieuwing Westfries museum is voor het Le CocqD’Armandville-Planckenfonds een substantiële uitgave, één die de mogelijkheden tot versterking van de museum collectie in de (nabije) toekomst beperkt. Desondanks is de uitgave naar de mening van de museumdirectie en de adviescommissie verantwoord, aangezien het een investering betreft in een voor de toekomst van het museum cruciale ontwikkeling. Een sterk verbeterde en vernieuwde presentatie van de collectie, waaronder zijn eigen nalatenschap, zal de heer Le Cocq-D’Armandville zeker hebben toegejuicht.
Met vriendelijke groet,
Ad Geerdink Directeur
3