CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief Ad Geerdink - Een breed gedragen toekomst voor het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen

Gemeenteraad 10 februari 2026, gemeente HoornBij agendapunt: Vervolgproces standbeeld JP Coen (Portefeuillehouder Nieuwenburg)1.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ingezonden stuk Een breed gedragen toekomst voor het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen

Beste leden van de gemeenteraad van Hoorn, In de raadsvergadering van februari buigt u zich opnieuw over de toekomst van het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. In het raadsvoorstel dat voorligt wordt u om steun gevraagd voor een in 2026 te organiseren vervolgproces, dat toewerkt naar een definitief raadsbesluit over aanpassing aan de presentatie of context van het standbeeld. Ik ondersteun het raadsvoorstel van harte. Het is in lijn met de uitkomsten van het in november vorig jaar gehouden stadsgesprek en doet recht aan de 200 uiteenlopende reacties die de gemeente heeft ontvangen na een oproep om ideeën over de toekomst van het standbeeld te delen. De rode draad in zowel het stadsgesprek als de ingezonden reacties is dat een meerderheid het standbeeld wil behouden, maar open staat voor aanpassing in de presentatie van het monument. De meningen over hoe die aanpassing eruit dient te zien, lopen echter nogal uiteen. En daarom is een vervolgproces volstrekt op z’n plaats. Alleen zo kan toegewerkt worden naar een breed gedragen, democratisch besluit. Dit vervolgproces is een uiterst delicaat proces. Een ware balanceer act, waarin iedereen zich gehoord en gezien wil voelen en waarin ook werkelijk iets te kiezen moet zijn. Zonder enige vorm van richting en heldere kaders loopt het proces het risico in een Poolse landdag te eindigen.

Ik pleit er daarom voor de burgers van de gemeente in het vervolgproces mee te laten denken over een of meerde concreet en goed onderbouwde toekomstscenario’s voor het standbeeld, gebaseerd op de uitkomsten van het stadsgesprek en de inzonden ideeën en meningen. In dit ingezonden stuk deel ik graag mijn visie en ideeën over een dergelijk toekomstscenario met u. Een scenario waarin een brug wordt geslagen tussen de argumenten van de voor- en tegenstanders van het behoud van het standbeeld op de Roode Steen. En dat geen definitieve punt, maar een komma is. Niet het eind van een langlopende discussie, maar het begin van iets nieuws.

1

Niet langer vereerd De uitkomst van het in november gehouden stadsgesprek en de inhoud van de 200 ingezonden reacties geeft een goed beeld van hoe er in de Hoornse gemeenschap over de toekomst van het standbeeld van J.P. Coen gedacht wordt. Wat opvalt is dat nagenoeg alle deelnemers en inzenders de negatieve kant van Coen’s historische medaille, het extreme geweld waarmee hij zijn doelen probeerde te bereiken, zeggen te kennen. Mede daarom is er niemand die vindt dat J.P. Coen vandaag de dag nog vereerd dient te worden. Maar hij moet ook niet uit geschiedenis worden gewist of weggemoffeld. Veel voorstanders van behoud zijn bang dat dit gebeurt, wanneer het standbeeld van de Roode Steen wordt weggehaald. Zij pleiten voor meer informatie over zowel positieve als negatieve bijdrage van de VOC-Gouverneur-Generaal aan de geschiedenis. Standbeeld van z’n sokkel Is meer informatie bij het bestaande monument de sleutel tot de oplossing? Ik denk het niet. Wil je een brug slaan tussen de argumenten van voor- en tegenstanders van behoud van het standbeeld, dan valt er aan aanpassing van de huidige presentatie niet te ontkomen. De crux zit hem in de imposante sokkel waarop het standbeeld staat. Die sokkel maakt dat de beschouwer letterlijk naar Coen moet opkijken. Zo hebben de initiatiefnemers van het monument het in de negentiende eeuw nadrukkelijk bedoeld.

Coen werd destijds als nationale held gezien. Een persoon die het verdiende om naar opgekeken en vereerd te worden. Zelfs het Koninklijk Huis kwam op 31 mei 1919, de stichtingsdatum van Batavia, een krans leggen bij het monument. Coen was immers veel meer dan een Hoornse beroemdheid, hij was het symbool van Nederlands trots op de koloniale ambities in Nederlands- Indië. Sinds de onthulling van het standbeeld in 1893 is de presentatie nooit aangepast. En dat terwijl wij inmiddels die koloniale geschiedenis heel anders zijn gaan waarderen en de historische persoon Coen volgens alle reacties ook niet langer vereren. En dat wringt. Met name bij die burgers wiens voorgeschiedenis getekend is door het Nederlandse koloniale geweld, waarvan Coen bewust het symbool is gemaakt. Geen enkel bord met uitleg kan de negentiende-eeuwse uitstraling van het monument wegnemen. Wil je dat struikelblok wegnemen, het standbeeld een bij deze tijd passende betekenis en functie geven, dan zul je het van de sokkel moeten halen.

2

Daarmee wordt het standbeeld ontdaan van het vereringselement en kan het de functie krijgen die veel deelnemers en inzenders er in zien of graag aan willen geven. Een waardevol historisch standbeeld dat de herinnering aan de historische figuur JP Coen levend houdt en dat zich bij uitstek leent om zowel de positieve als negatieve aspecten van de Hoornse- en koloniale geschiedenis te kunnen presenteren en daarmee het gesprek over dat verleden levend te houden. Voorplein Westfries Museum De volgende vraag die zich aandient is waar het standbeeld dan het beste kan staan. Uit het stadsgesprek en de inzendingen wordt duidelijk dat veel burgers hechten aan een functie in de openbare ruimte. Tegelijk wordt ook het Westfries Museum als een betere locatie voor het beeld vaak genoemd, omdat het daar beter van context kan worden voorzien. Het is mogelijk een brug tussen deze visies te slaan door het beeld te plaatsen op het voorplein van het Westfries Museum. Door de verplaatsing van de hoofdentree van het museum, is dit plein straks niet langer in gebruik als entreegebied. Het wordt als het ware een verlengstuk van de Roode Steen. Als semi-openbare ruimte is dit een hele geschikte plek voor de presentatie van het standbeeld. Het nog altijd 3,5 meter hoge bronzen beeld valt daar zeker op. Het is goed te zien en het plein is gratis toegankelijk.

Het plein biedt bovendien veel meer mogelijkheden voor context en aanvullende presentaties dan op de Roode Steen, waar het standbeeld zonder sokkel heel kwetsbaar is voor beschadiging of vernieling. Het voorplein kan ’s avonds met hekken worden afgesloten en ’s morgens weer worden geopend, waarmee het standbeeld op de drukste en belangrijkste momenten van de dag bezichtigd kan worden. En er is een duidelijke beheerder van het plein, het Westfries Museum, dat toezicht kan houden op de presentatie. Misschien wel het grootste voordeel van deze locatie is dat het plein mogelijkheden biedt voor voortdurend wisselende en aanvullende presentaties bij het beeld, waarbij bijvoorbeeld ook de Bandanese gemeenschap betrokken kan worden. Zonder dit nu al helemaal te willen invullen kan gedacht worden aan de tijdelijke toevoeging van andere beelden, installaties, performances e.d. Het wordt een creatieve plek die doorlopend van karakter verandert. Dit houdt het plein en de aandacht voor Coen levendig. Zo blijven burgers betrokken. De meerwaarde Door dit scenario te omarmen geeft u als raad aan oog te hebben voor de uiteenlopende meningen die er in de samenleving leven omtrent de toekomst van het standbeeld. Te willen streven naar een breed gedragen oplossing, waarbij iedereen op goede gronden 3

wat water in de wijn zal moeten doen, zonder dat dit leidt tot een bloedeloos compromis. Het voorgelegde scenario voldoet hieraan, het is the best of both worlds. Het is bovendien een toekomstbestendig scenario. En dat is van belang, omdat het een illusie is te denken dat een besluit van de raad een eind zal maken aan het maatschappelijk debat over het monument. Met het voorgestelde scenario ben je daarop voorbereid. De presentatie op het plein is flexibel en kan ieder moment inspelen op actuele ontwikkelingen. Daarbij is het scenario uitvoerbaar, beheersbaar en betaalbaar. En tot slot draagt het op een positieve wijze bij aan het imago van de stad en de gemeente, dat sterk vereenzelvigd wordt met de discussie rond het standbeeld, zoals recent nog maar weer eens bleek tijdens het tv-programma Café Kockelmann. Met dit toekomstbestendige, op basis van een brede raadpleging van de bevolking, gebaseerde scenario, kan Hoorn een voorbeeld zijn voor andere steden en plekken waar een discussie wordt gevoerd over omstreden erfgoed. Vervolgproces De reden waarom ik het scenario nu onder uw aandacht breng is dat ik hoop dat het u enthousiasmeert en zicht geeft op een mogelijke uitkomst van het langlopende debat over het standbeeld. Maar ook omdat ik u wil vragen dit scenario als (één van de) richtinggevende kaders mee te geven voor het vervolgproces.

Er kan door de deelnemers aan dit proces heel concreet worden meegedacht over de presentatie en programmering van het voorplein, maar ook over de vraag wat te doen met leeggekomen sokkel op de Roode Steen. Dit in samenwerking met het Westfries Museum, dat op de hoogte is van het scenario en daar ook volledig achter staat. Uiteindelijk kunt u daar dan in Q1 van 2027 een definitief besluit over nemen. Ik hoop van harte dat dit scenario de basis wordt van een breed gedragen toekomst voor het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen en ben altijd tot nadere toelichting bereid.

Met vriendelijke groet,

Ad Geerdink Voormalig directeur Westfries Museum

4

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=81d35818-e765-4863-a4c5-9f7a647ca0f9