Bijlage III - Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 - Noord-Holland Noord
Tekst van het document
Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 Regiorapport Noord-Holland Noord Inleiding In het najaar van 2019 is voor de 7e keer de Gezondheidsmonitor Jeugd (voorheen Emovo) uitgevoerd onder 2 e en 4e klassers van scholen voor voortgezet onderwijs (VO) in Noord-Holland Noord (NHN). De Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 is (net als in 2015) in dezelfde periode uitgevoerd in heel Nederland door alle GGD’en in samenwerking met het RIVM. De Gezondheidsmonitor Jeugd bestaat uit het klassikaal invullen van een online vragenlijst; een deel van de vragen bestaat uit de basisset: vragen die landelijk zijn voorgelegd aan alle 2e en 4e klassers. Daarnaast zijn vragen gesteld over onderwerpen die belangrijk zijn voor de gemeenten of de scholen in de regio. De landelijke Gezondheidsmonitor Jeugd vindt 1x in de 4 jaar plaats. De resultaten worden verwerkt tot gemeente- en (sub)regiorapporten en schoolrapporten. Het RIVM publiceert de resultaten op landelijk en regio niveau. Met de resultaten van het onderzoek wordt landelijk, regionaal en lokaal beleid ontwikkeld om de gezondheid en leefstijl van jongeren te bevorderen. Vragenlijst In de vragenlijst komen de volgende thema’s aan bod: welbevinden, genotmiddelen (roken, alcohol en drugs), voeding, bewegen en sport, relaties en seksualiteit, sociale omgeving, mediawijsheid en schoolbeleving. Deze thema’s corresponderen met de thema’s van de Gezonde School.
De resultaten van de Gezondheidsmonitor kunnen door de gemeenten gebruikt worden om lokaal beleid te ontwikkelen of te ondersteunen, om de gezondheid en leefstijl van jongeren te bevorderen. De resultaten kunnen door de scholen gebruikt worden bij het onderbouwen en evalueren van het schoolgezondheidsbeleid en de uitvoering van interventies in het kader van de Gezonde School methode.
Samenvatting Achtergrondinformatie Welbevinden Roken, alcohol en drugs Voeding, Bewegen en sport Sociale omgeving Mediawijsheid Relaties en seksualiteit Schoolbeleving Bijlage 1. Toelichting cijfers Bijlage 2. Tabellenboek
2 3 4 7 9 11 13 15 17 19 21
Leeswijzer • Dit rapport beschrijft beknopt de resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 van jongeren uit de 2e en 4e klas van het voortgezet onderwijs die woonachtig zijn in Noord-Holland Noord. • Elk hoofdstuk bevat een overzichtstabel met de resultaten van de jongeren uit NoordHolland Noord (NHN) vergeleken met de jongeren in Nederland (NL). Ook zijn in deze tabel eventuele significante verschillen tussen de regio en Nederland weergegeven. • Een korte samenvatting van het rapport op basis van de landelijke speerpunten vindt u op bladzijde 2. • Vanaf bladzijde 21 zijn tabellen opgenomen met alle resultaten van regio NHN en Nederland. Deze resultaten zijn uitgesplitst naar geslacht, klas, en schoolniveau. Hierdoor is vergelijking mogelijk tussen groepen binnen de regio en met vergelijkbare groepen in Nederland. In de tabellen zijn, waar mogelijk, ook resultaten van voorgaande jaren weergegeven.
Samenvatting Gezondheidsmonitor Jeugd - Noord-Holland Noord Positieve trends De Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 laat een aantal positieve trends zien in Noord-Holland Noord. Zo valt te zien dat jongeren meer water drinken en minder vaak pesten en gepest worden. Ook lopen minder jongeren risico op problematisch gebruik van sociale media en gamen, hebben ze minder vaak last van hun gehoor na op een plek te zijn geweest met harde muziek en heeft de grote meerderheid genoeg vrienden en iemand om mee te praten als ze ergens mee zitten. Daarnaast is het percentage rokers verder gedaald. In 2009 had 41,0% van de jongeren ooit gerookt, in 2016 was dit al gedaald tot 13,2% en nu is het verder gedaald tot 9,9%. Momenteel rookt 1,9% dagelijks. De positieve houding tegenover homoseksualiteit neemt nog steeds licht toe onder de jongeren, 76,3% vindt homoseksualiteit (heel) normaal. De uitdaging voor gemeenten, scholen en andere organisaties is om deze positieve resultaten vast te houden en de aanpak aan te scherpen. Gezamenlijk kunnen deze resultaten mogelijk nog verder worden verbeterd.
Aandachtsgebieden Het percentage jongeren dat zich (heel) gezond voelt is licht afgenomen in Noord-Holland Noord van 87,1% in 2016 naar 83,5% in 2019. Daarnaast is er een stijging van psychosociale problematiek: in 2016 had 13,6% van de jongeren een verhoogd risico op sociaal-emotionele problemen en 20,9% een verhoogd risico op psychische ongezondheid. In 2019 is dat toegenomen tot respectievelijk 17,8% en 24,8%. Ook hebben iets meer jongeren een laag zelfbeeld en zijn ze iets vaker onvoldoende weerbaar dan in 2016. Bijna de helft van de jongeren voelt zich vaak gestrest. Aandacht voor mentale gezondheid blijft dus van belang en is niet voor niets één van de vier gezondheidsvraagstukken in de landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024. De daling in het alcoholgebruik van jongeren is gestagneerd; tussen 2009 en 2015 daalde het alcoholgebruik onder jongeren, in 2016 en 2019 blijkt dat dit niet verder gedaald is. 37,7% van de jongeren heeft ooit alcohol gedronken en 22,6% deed in de afgelopen maand aan bingedrinken (5 drankjes of meer bij 1 gelegenheid). Voeding en bewegen is een ander belangrijk aandachtspunt. 9,4% van de jongeren heeft (ernstig) overgewicht, dit is bijna 1 op de 10 jongeren. Iets meer dan de helft van de jongeren is tevreden over zijn gewicht, bijna 1 op de 3 wil afvallen.
Slechts 17,2% van de jongeren voldoet aan de beweegrichtlijn; dagelijks minimaal 1 uur intensief bewegen. Deze resultaten benadrukken het belang van het Nationaal Preventieakkoord om te blijven werken aan het tegengaan van overgewicht, overmatig alcoholgebruik en roken.
Gezondheidsverschillen Het RIVM stelt dat het verschil in levensverwachting tussen mensen met een lage en hoge sociaaleconomische status 7 jaar is. Het verschil in levensverwachting in goed ervaren gezondheid tussen mensen met een lage en hoge sociaaleconomische status is 18 jaar. Sociaaleconomische gezondheidsverschillen zijn ook terug te zien in de resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd: leerlingen met een laag opleidingsniveau vertonen over het algemeen vaker ongezond gedrag waardoor zij meer gezondheidsrisico’s hebben op oudere leeftijd. Deze groep verdient extra aandacht in de aanpak van sociaaleconomische gezondheidsverschillen: lees hier meer. Het verkleinen van gezondheidsverschillen is eveneens een vraagstuk in de landelijke nota gezondheidsbeleid.
Gezonde School Gezonde School is een programma dat scholen helpt om structureel en integraal te werken aan een gezonde leefstijl. Volgens een stappenplan werken scholen aan verschillende gezondheidsthema's. Scholen die het stappenplan volgen en één of meer thema’s op orde hebben kunnen het vignet Gezonde School aanvragen en laten zien dat de school een Gezonde School is. De Gezonde School-adviseur van de GGD adviseert en begeleidt scholen bij elke stap van de Gezonde School-aanpak. Een Gezonde School draagt bij aan het welbevinden van de leerlingen, hun schoolprestaties en het biedt ze een betere basis voor hun verdere ontwikkeling. Dit kan de stress en prestatiedruk die leerlingen ervaren positief beïnvloeden. Een Gezonde School kan tevens een belangrijke bijdrage leveren aan de preventie van roken, alcohol- en drugsgebruik. Daarnaast kunnen Gezonde Scholen aandacht besteden aan de thema’s relaties en seksualiteit, mediawijsheid, voeding en bewegen. Per thema wordt langdurig en intensief ingezet op de 4 pijlers educatie, signaleren, schoolomgeving en beleid wat zorgt voor effect op langere termijn.
Als regio aan de slag met deze onderzoeksresultaten? De GGD adviseert gemeenten, professionals, samenwerkingspartners en organisaties (scholen, werkgevers) bij het opstellen en uitvoeren van beleid en de keuze voor interventies zoals gezondheidsbevorderende programma’s en campagnes. Vragen over interventies en beleid? Neem contact op met één van onze Adviseurs Gezondheidsbevordering. Heeft u vragen over de cijfers in dit rapport en/of de interpretatie hiervan? Neem dan contact op met één van onze epidemiologen via epi@ggdhn.nl.
2
ACHTERGRONDINFORMATIE
In dit hoofdstuk worden de achtergrondkenmerken beschreven van de jongeren uit Noord-Holland Noord. Achterin dit rapport (vanaf bladzijde 21) zijn tabellen weergegeven waar alle resultaten uitgesplitst zijn naar klas, geslacht en schooltype. Om cijfers te verkrijgen die zo representatief mogelijk zijn voor de werkelijkheid, is gewogen naar geslacht, leerjaar (klas 2 of klas 4), onderwijsniveau (vmbo-bk, vmbo-gt, havo, vwo) en stedelijkheid van de regio waar de jongere woont. Deelnemers regio Noord-Holland Noord In totaal vulden 10.074 jongeren uit de regio Noord-Holland Noord (NHN) de vragenlijst van de Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 (vrijwel) volledig bruikbaar in. Er deden 5.002 jongens (49,7%) en 5.072 meisjes (50,3%) mee aan het onderzoek. 4.836 deelnemers zaten in de 2e klas van het voortgezet onderwijs (48,0%) en 5.238 in de 4e klas (52,0%). Samen representeren zij 16.349 2e en 4e klassers uit de regio NHN. Na weging was het percentage jongens 50,3%, het percentage meisjes 49,7%, het percentage 2e klassers 45,9% en het percentage 4e klassers 54,1%. 23,6% volgt vmbo basis of kader, 29,1% volgt vmbo gemeng of theoretisch, 27,2% volgt havo en 20,2% volgt vwo. Op het moment van invullen was 37,2% 13 jaar of jonger, 12,5% 14 jaar, 43,2% 15 jaar, 14,0% 16 jaar en 2,2% 17 jaar of ouder.
Aantal 2e en 4e klassers in Noord-Holland Noord
16.349 Klas
45,9% 54,1% Onderwijstype
52,7% Achtergrondkenmerken (gewogen aantal en %)
Noord-Holland Noord (n=16.349)
Nederland (n=406.532)
aantal
%
47,3%
aantal
%
Jongens Meisjes
8.219 8.130
50,3 49,7
205.170 201.362
50,5 49,5
Klas 2 Klas 4
7.505 8.844
45,9 54,1
192.756 213.776
47,4 52,6
Vmbo-bk Vmbo-gt Havo Vwo
3.851 4.758 4.444 3.296
23,6 29,1 27,2 20,2
96.058 102.567 122.352 85.555
23,6 25,2 30,1 21,0
Gebruikte begrippen, symbolen en afkortingen in rapport: - of x: NHN: vmbo-bk: vmbo-gt: havo: vwo: jongeren: significant: ∎:
niet (op vergelijkbare manier) gevraagd of niet beschikbaar Noord-Holland Noord vmbo basis of kader (vmbo = voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) vmbo gemengd of vmbo theoretisch havo (Hoger algemeen voortgezet onderwijs ) vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) 2e en 4e klassers VO de kans dat het waargenomen verschil berust op toeval is kleiner dan 5% (p-waarde <0,05) er is geen significant verschil
∎:
% wijkt in positieve zin significant af
∎:
% wijkt in negatieve zin significant af
∎:
er is een significant verschil
3
WELBEVINDEN
Goede ervaren gezondheid Welbevinden is de mate waarin iemand zich tevreden voelt met zijn of haar leven. De eigen lichamelijke en psychosociale gezondheid en de omstandigheden waarin iemand leeft, zijn mede bepalend voor de mate van welbevinden. Een goede gezondheid omvat meer dan alleen het ontbreken van ziekten. Een goede gezondheid gaat ook over goed in je vel zitten, gelukkig en tevreden zijn met jezelf en je leven, vrienden hebben, het vermogen hebben je aan te passen en de regie te kunnen voeren over je eigen leven. Jongeren die lekker in hun vel zitten hebben meer zelfvertrouwen en zijn weerbaarder. Ervaren gezondheid Ervaren gezondheid, ook wel subjectieve gezondheid of gezondheidsbeleving genoemd, weerspiegelt het oordeel over de eigen gezondheid. Ervaren gezondheid is een samenvattende gezondheidsmaat van alle relevante gezondheidsaspecten voor de persoon in kwestie. Deze onderliggende gezondheidsaspecten variëren per persoon, maar hebben vaak betrekking op zowel de lichamelijke als de geestelijke gezondheid. Ook leefstijlfactoren, zoals voeding, roken en lichamelijke activiteit kunnen het oordeel over de eigen gezondheid mede bepalen. In Noord-Holland Noord ervaart 83,5% van de jongeren de eigen gezondheid als goed of zeer goed, 14,9% ervaart de eigen gezondheid als ‘gaat wel’ en 1,6% vindt zijn of haar gezondheid slecht of zeer slecht.
Slaap Een goede nachtrust is van belang voor de gezondheid. Slapen bevordert de weerstand, is belangrijk voor de lichaamsgroei, voor de ontwikkeling van hersencellen en om emotioneel in balans te blijven. Een langdurend tekort aan slaap beïnvloedt je stemming, je concentratievermogen en je prestatieniveau. Van de jongeren in Noord-Holland Noord geeft 23,5% aan dat ze niet zo goed of helemaal niet goed slapen. 25,3% van de jongeren is bijna dagelijks overdag vermoeid. Van alle jongeren is 38,0% weleens overdag moe omdat zij te laat naar bed gaan, 30,6% omdat zij de slaap niet kunnen vatten of veel wakker liggen en 17,1% omdat zij ’s avonds in bed nog op een telefoon, tablet of naar de tv kijken. Gehoor Luide muziek via koptelefoons of in discotheken en tijdens concerten kan blijvende gehoorschade veroorzaken. Het gaat daarbij om minder goed horen, doofheid en blijvend oorsuizen (tinnitus). Er zijn aanwijzingen dat jongeren steeds vaker en op steeds jongere leeftijd worden blootgesteld aan een hoeveelheid geluid die een risico kan vormen. 24,0% van de jongeren heeft soms of vaak last van het gehoor na het luisteren van muziek met oordopjes of koptelefoon. 36,4% heeft soms of vaak last van het gehoor als hij of zij op een plek is (geweest) met luide muziek.
De meest genoemde momenten waarop jongeren last hebben van hun gehoor zijn bij een concert of festival, feest van school of vereniging en bij het uitgaan in een café of disco. Stress Stress is een natuurlijke reactie van het lichaam. Gezonde stress helpt je om goed te presteren, het maakt je alert, geconcentreerd en efficiënt. Echter, wanneer er te veel spanning aanwezig is kan dit leiden tot klachten, zoals hoofdpijn, vermoeidheid, snel geïrriteerd raken, een verminderde concentratie en vergeetachtigheid. In de Gezondheidsmonitor Jeugd is gevraagd naar het voorkomen en de oorzaken van stress. 48,0% van de jongeren in Noord-Holland Noord is (heel) vaak gestrest door 1 of meer factoren. 33,5% van de jongeren voelt zich (heel) vaak gestrest door school of huiswerk, 22,6% ervaart stress door alles wat hij of zij moet doen 14,7% door wat anderen van hem/haar vinden, 12,8% door zijn/haar eigen problemen, 9,7% door de situatie thuis, 4,9% door sociale media en 4,9% door zijn/haar bijbaan. Bij 42,1% van de jongeren is stress (een beetje of veel) van invloed op zijn of haar lichamelijke of geestelijke gezondheid. Geluk Van de jongeren in Noord-Holland Noord voelt 80,9% zich meestal (zeer) gelukkig, 15,2% voelt zich meestal ‘neutraal’ en 3,9% voelt zich meestal (zeer) ongelukkig.
Sociaal-emotionele gezondheid Sociaal-emotionele problemen kunnen een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van jongeren en leiden tot beperkingen in het dagelijks functioneren. In de Gezondheidsmonitor Jeugd is de Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) opgenomen. De totaalscore meet het risico op sociaal-emotionele problemen. 17,8% van de jongeren in NoordHolland Noord heeft een verhoogd risico op sociaal-emotionele problemen. Met de SDQ wordt ook het risico op verschillende typen sociaal-emotionele problemen vastgesteld: 13,6% heeft een verhoogd risico op gedragsproblemen en 13,9% op emotionele problemen.
83,5%
Dagelijks overdag vermoeid
25,3% Last van gehoor na koptelefoon/oordopjes
24,0%
Lichamelijke of psychische klachten door stress
42,1% Voelt zich meestal gelukkig
80,9%
Risico op sociaal-emotionele problemen
17,8%
Verhoogd risico op psychische ongezondheid
24,8% 4
WELBEVINDEN
Psychische gezondheid De psychische gezondheid is gemeten met de Mental Health Inventory (MHI-5). De uitslag wordt bepaald door de antwoorden op 5 vragen en geeft de balans weer tussen de mate van negatieve en positieve gevoelens. Op basis van de MHI-5 heeft 24,8% van de jongeren in Noord-Holland Noord een verhoogd risico op psychische ongezondheid.
Afgelopen jaar behandeld voor psychische klachten
18,7%
Behandeling psychische klachten Van alle jongeren in Noord-Holland Noord is 18,7% het afgelopen jaar behandeld voor psychische klachten door bijvoorbeeld de huisarts, een psycholoog of psychiater. 4,5% van alle jongeren heeft de afgelopen maand middelen gebruikt voor zenuwen of stress; 1,6% gebruikte deze middelen op doktersrecept.
Afgelopen jaar meerdere keren zichzelf beschadigd
5,9%
Zelfbeschadiging Bij zelfbeschadiging of automutilatie brengt iemand zichzelf regelmatig verwondingen of andere schade toe. Jezelf beschadigen is een teken van klem zitten. Het kan een manier zijn om om te gaan met innerlijke pijn, negatieve emoties of gedachten. De lichamelijke pijn duwt de psychische pijn als het ware naar de achtergrond. In Noord-Holland Noord heeft 5,9% van de jongeren zichzelf het afgelopen jaar meerdere keren opzettelijk verwond of pijn gedaan.
Afgelopen jaar gedachten aan zelfdoding
Zelfdoding Onder jongeren is overlijden door zelfdoding zeldzaam. Het aantal jongeren dat een zelfmoordpoging overweegt of doet ligt echter hoger. Van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft 16,5% het afgelopen jaar weleens serieus gedacht aan zelfdoding. Van deze jongeren heeft 43,0% aan iemand verteld dat hij/zij gedachten had om een eind te maken aan het leven, 57,0% heeft dit aan niemand verteld. 2,2% heeft daadwerkelijk een poging tot zelfdoding ondernomen.
16,5%
Zelfbeeld Het beeld dat een jongere van zichzelf heeft is belangrijk voor het zelfvertrouwen. Een negatief zelfbeeld leidt ertoe dat jongeren snel denken dat zij iets niet goed doen of dat alles wat zij doen mislukt of verkeerd is. Jongeren met een laag zelfbeeld kunnen in een negatieve spiraal terechtkomen. In Noord-Holland Noord heeft 12,5% van de jongeren een laag zelfbeeld.
Laag zelfbeeld
12,5%
Weerbaarheid Weerbare jongeren kunnen op een passende manier voor zichzelf opkomen. Ze kunnen, met respect voor anderen, hun eigen grenzen bewaken. Een voorwaarde voor weerbaarheid is een gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Tussen zelfbeeld en weerbaarheid bestaat een sterke wisselwerking. In Noord-Holland Noord is 10,7% van de jongeren onvoldoende weerbaar.
10,7%
Noord-Holland Noord (n=16.349)
NL (n=406.532)
significant
Welbevinden (%)
Onvoldoende weerbaar
Ervaren gezondheid goed of zeer goed
83,5
85,3
▪
Slaapt (helemaal) niet goed Is bijna dagelijks overdag moe
23,5 25,3
-
-
Last van gehoor na luisteren van muziek met oordopjes/koptelefoon Last van gehoor op plek met luide muziek of daarna
24,0 36,4
-
-
Voelt zich vaak gestrest (door één of meer factoren)
48,0
44,5 *
-
Voelt zich meestal (zeer) gelukkig
80,9
83,7
Verhoogd risico op sociaal-emotionele problemen
17,8
15,8
▪ ▪
Verhoogd risico op psychische ongezondheid
24,8
-
-
Afgelopen jaar behandeld voor psychische klachten
18,7
-
-
Afgelopen jaar zichzelf opzettelijk verwond of pijn gedaan (>1keer)
5,9
-
-
Afgelopen jaar serieus over zelfdoding gedacht
16,5
-
-
Laag zelfbeeld
12,5
-
-
Onvoldoende weerbaar
10,7
9,6
▪
* bevat geen stress door sociale media en bijbaan
5
6
WELBEVINDEN IN DE AFGELOPEN JAREN
ROKEN, ALCOHOL EN DRUGS
De pubertijd is een levensfase waarin vaak geëxperimenteerd wordt met genotmiddelen (denk aan tabak, alcohol, lachgas en cannabis). Experimenteren hoort bij de leeftijd, maar aan het gebruik van deze middelen zitten ook risico’s voor de gezondheid. Vooral bij jongeren omdat de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn. Bovendien kan het gebruik van genotmiddelen tot verslaving leiden. Samen met ouders en opvoeders, die een belangrijke rol spelen in de middelenopvoeding van hun kind, kan de regio helpen om het gebruik van middelen zo lang mogelijk uit te stellen of te voorkomen: NIX18 is de norm. Roken Roken is de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte in Nederland. Hoe jonger iemand start met roken, hoe groter de kans op een rookverslaving. In Noord-Holland Noord heeft 9,9% van de jongeren weleens (een hele sigaret) gerookt, 3,7% rookt minstens 1 keer per week en 1,9% rookt dagelijks. 25,2% heeft weleens een elektrische sigaret gebruikt en 1,7% gebruikt hem wekelijks. Minder dan 1% gebruikt de elektrische sigaret dagelijks. Alcohol Alcohol is schadelijk voor jongeren, omdat de hersenen en andere organen nog in ontwikkeling zijn en daardoor extra kwetsbaar zijn. Andere negatieve gevolgen van alcoholgebruik zijn alcoholvergiftiging, risicovol seksueel gedrag, agressie en ongelukken.
Van de jongeren in NoordHolland Noord heeft 37,7% weleens een glas alcohol gedronken en heeft 32,2% de afgelopen maand minstens één glas alcohol gedronken. 22,6% van de jongeren is een binge drinker; dat wil zeggen dat hij/zij de afgelopen maand minimaal 5 drankjes bij 1 gelegenheid dronk. 27,7% is ooit dronken geweest en 16,5% was de afgelopen maand dronken. Jongeren die alcohol drinken doen dit het vaakst bij vrienden (72,2%) of thuis (46,4%); zij komen het meest aan alcohol via vrienden (62,7%) en hun ouders (36,7%). Ouders en alcohol Ouders hebben invloed op het alcoholgebruik van hun kind. Bij 12,4% van de jongeren in NoordHolland Noord zijn er thuis geen regels over het gebruik van alcohol. Bij 40,3% van de jongeren verbieden ouders het gebruik van alcohol (onder de 18 jaar of om geloofsredenen). Van de jongeren die alcohol drinken geeft 47,6% aan dat zijn/haar ouders het alcoholgebruik goedkeuren of er niets van zeggen. Softdrugs Het gebruik van softdrugs (hasj en wiet) leidt bij langdurig en regelmatig gebruik tot geestelijke afhankelijkheid en gezondheidsrisico’s, zoals luchtwegaandoeningen. 25,0% van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft wel eens softdrugs aangeboden gekregen, dit gebeurde het vaakst op straat of thuis. 10,0% van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft weleens softdrugs gebruikt en 4,7% gebruikte de afgelopen maand softdrugs.
De meeste jongeren in Noord-Holland Noord die weleens softdrugs gebruiken komen hieraan via vrienden, ze gebruiken de softdrugs het vaakst bij vrienden of op straat/in een park. De meeste softdrugsgebruikers roken 1 joint of minder per keer. Lachgas Lachgas, ofwel distikstofoxide (N2O), wordt vaak via een ballon ingeademd. Het inademen van lachgas veroorzaakt een korte, sterke roes en iemand kan lacherig worden. Lachgas is populair als partydrug, maar is van origine een narcosemiddel en wordt tegenwoordig vooral gebruikt om slagroom te maken. Lachgas is (momenteel) legaal in Nederland en mag dus verkocht en gebruikt worden. Risico’s en ongewenste effecten zijn onder andere duizelingen, evenwichtsstoornissen, slaperigheid en hoofdpijn. In ernstige gevallen bij frequente en langdurige blootstelling kan lachgas tot een tekort in vitamine B12 leiden met als mogelijke gevolgen bloedarmoede en neurologische afwijkingen (zoals tintelingen in vingers en spierzwakte). Ook kan men buiten bewustzijn raken en vallen. Het verslavingsrisico van lachgas is nog onduidelijk. 15,1% van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft weleens lachgas aangeboden gekregen en 5,8% heeft weleens lachgas gebruikt. 1,4% heeft in de afgelopen maand lachgas gebruikt.
Het grootste deel van de gebruikers in Noord-Holland Noord gebruikt 1 tot 4 ballonnen per keer (68,0%) en 14,5% gebruikt meer dan 10 ballonen per keer. Harddrugs Belangrijke gezondheidseffecten van harddrugs zijn intoxicaties en het gelijktijdig optreden van verslaving en psychische stoornissen. 7,6% van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft ooit harddrugs aangeboden gekregen, dit gebeurde het vaakste op straat, bij een festival/tijdens uitgaan of thuis. 2,0% van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft ooit harddrugs gebruikt (exclusief lachgas) en 0,7% gebruikte de afgelopen maand.
Rookt minimaal 1x per week
3,7%
Afgelopen maand alcohol
32,2% Binge drinken
22,6%
Afgelopen maand dronken
16,5% Ouders verbieden alcohol
40,3%
Afgelopen maand softdrugs
4,7%
Afgelopen maand lachgas
1,4% 7
ROKEN, ALCOHOL EN DRUGS
Noord-Holland Noord (n=16.349)
NL (n=406.532)
significant
Roken, alcohol en drugs (%)
Ooit gerookt (sigaret) Rookt regelmatig (minstens 1 keer per week) Rookt dagelijks (minstens 1 keer per dag) Ooit een e-sigaret gerookt Rookt regelmatig een e-sigaret (minstens 1 keer per week)
9,9 3,7 1,9 25,2 1,7
9,5 4,0 2,5 22,7 1,8
Ooit alcohol gedronken (minstens 1 glas) Afgelopen maand alcohol gedronken (actueel gebruik) Binge drinken (afgelopen maand min. 5 drankjes bij 1 gelegenheid) Ooit aangeschoten of dronken geweest Afgelopen maand dronken geweest
37,7 32,2 22,6 27,7 16,5
31,5 26,4 18,4 24,0 13,0
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Thuis geen regels over het gebruik van alcohol Ouders verbieden alcoholgebruik (tot 18 jaar of i.v.m. geloof) Ouders keuren alcoholgebruik goed of zeggen hier niets van*
12,4 40,3 47,6
-
-
Ooit softdrugs (hasj of wiet) gebruikt Afgelopen maand softdrugs (hasj of wiet) gebruikt Ooit lachgas gebruikt Afgelopen maand lachgas gebruikt Ooit harddrugs gebruikt
10,0 4,7 5,8 1,4 2,0
8,6 4,1 -
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
*van de jongeren die alcohol drinken
8
VOEDING, BEWEGEN EN SPORT
De leefstijl van jongeren is van invloed op hun gezondheid. Leefstijlfactoren zoals gezond eten en voldoende bewegen verlagen het risico op chronische aandoeningen zoals hart– en vaatziekten, kanker en diabetes. Daarnaast zijn leefstijlfactoren ook belangrijk in de preventie van overgewicht, immers overgewicht ontstaat door een disbalans in de inname en het verbruik van energie. Jongeren met een gezonde leefstijl presteren beter op school en zitten lekkerder in hun vel. Voldoende beweging en sport zijn essentieel bij een gezonde leefstijl.
Water drinken Water drinken levert een positieve bijdrage aan de preventie van overgewicht. Jongeren die dorst hebben kunnen kiezen voor het drinken van water in plaats van zoete dranken. In Noord-Holland Noord drinkt 75,5% van de jongeren dagelijks (minimaal een glas) water; 4,5% drinkt (bijna) nooit water. Drankjes met suiker Drankjes met suiker, zoals frisdrank, limonade, fruitsap, zoete melk– of yoghurtdrank, thee of koffie met suiker en sportdrankjes, bevatten veel calorieën en verhogen de kans op overgewicht. Dat komt omdat het lichaam niet goed in staat is om calorieën uit drank te registreren. Ook verhogen deze drankjes de kans op gaatjes in tanden en kiezen en tanderosie. Sinds 2018 is op scholen voor voortgezet onderwijs geen suikerhoudende frisdrank meer te koop; lightdranken zijn wel toegestaan. Van de jongeren in Noord-Holland Noord drinkt 12,9% (bijna) nooit drankjes met suiker, 31,0% drinkt dagelijks drankjes met suiker en 5,8% drinkt dagelijks meer dan 3 glazen drankjes met suiker. Energiedrankjes Energiedrankjes zijn frisdranken met veel calorieën door de aanwezige suikers. Ze geven een oppeppend effect door de toegevoegde stoffen cafeïne, taurine en glucurono-lacton. Voorbeelden van energiedrankjes zijn: Red Bull, Burn, Monster en Bullit.
Nadelige effecten van energiedrankjes kunnen zijn: hyperactiviteit, moeilijk kunnen slapen, rusteloosheid en uiteindelijk heel moe worden. Voor kinderen onder de 13 jaar raadt het Voedingscentrum het gebruik van cafeïnehoudende producten af. Voor jongeren tussen de 13 en 18 jaar is het advies om cafeïnerijke producten zoals koffie en energiedrankjes te beperken tot maximaal 1 consumptie per dag (=1 blikje van 250 ml). Van de jongeren in Noord-Holland Noord drinkt 85,2% (bijna) nooit energiedrankjes. 95,2% houdt zich aan de richtlijn van maximaal 1 blikje energiedrank per dag en 1,1% drinkt dagelijks energiedrankjes. Gewicht De combinatie van te weinig bewegen en een ongezond voedingspatroon kan leiden tot overgewicht. Op de korte termijn kan overgewicht leiden tot rugpijn of last van je knieën, maar ook tot kortademigheid, hoofdpijn en slaapstoornissen. Op de lange termijn kan overgewicht bijdragen aan een verhoogde bloeddruk, diabetes of hart– en vaatziekten. Bij ondergewicht worden vet en spieren afgebroken wat ook klachten kan veroorzaken, zoals je zwakker voelen, sneller moe zijn en minder zin om te bewegen. Of er sprake is van over– of ondergewicht wordt bepaald met de body mass index (BMI). De BMI is gebaseerd op de verhouding tussen lengte en gewicht. Voor volwassenen geldt dat bij een BMI afkappunt van 25 of hoger er sprake is van overgewicht.
Omdat jongeren in de groei zijn en hun lichaamsverhoudingen en –samenstelling nog wijzigt, gelden er geen vaste afkappunten, maar zijn deze afkappunten afhankelijk van leeftijd en geslacht. De BMI is in dit onderzoek berekend op basis van zelf gerapporteerde lengte– en gewichtgegevens. 87,2% van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft een gezond gewicht, 9,4% (ernstig) overgewicht en 3,4% van de jongeren heeft ondergewicht. Tevredenheid gewicht Jongeren kunnen erg onzeker zijn over hun lichaam. Bijvoorbeeld over hun gewicht. Gewicht speelt een erg grote rol op internet en tv. Maar ook in het leven van veel jongeren. Je kunt je bijvoorbeeld onzeker voelen door hoe topmodellen eruit zien. Als je continue bezig bent met je gewicht, maakt dit je leven een stuk minder leuk en het kost je veel energie. Sommige meisjes en ook jongens ontwikkelen zelfs een eetprobleem, zoals anorexia of boulimia. Van de jongeren in Noord-Holland Noord is 61,1% tevreden met zijn of haar gewicht, 30,4% wil afvallen of is hier mee bezig en 8,4% wil aankomen of is hier mee bezig. Jongens zijn vaker tevreden over hun gewicht dan meisjes. Daarnaast willen jongens vaker aankomen dan meisjes. Binnen de totale groep jongeren met overgewicht in Noord-Holland Noord is 72,6% ontevreden met zijn of haar gewicht, tegenover 34,6% van de jongeren met een gezond gewicht.
Drinkt dagelijks water
75,5%
Drinkt dagelijks drankjes met suiker
31,0%
Drinkt dagelijks energiedrankjes
1,1% Tevreden met eigengewicht
61,1% Wil afvallen
30,4% Dagelijks >1 uur actief
17,2% Dagelijks lopend of op de fiets naar school
89,2%
9
77,6% Sport of beweegt >1 dag per week (ongeorganiseerd)
Sporten 80,3% van de jongeren in Noord-Holland Noord is lid van een sportvereniging. 77,6% van de jongeren sport op minstens 1 dag in de week bij een club, vereniging of sportschool; 63,6% sport op meerdere dagen per week . 19,7% van de jongeren sport (bijna) nooit in georganiseerd verband. 66,8% van de jongeren sport of beweegt minstens 1 dag per week in zijn of haar vrije tijd zonder club, vereniging of sportschool. Het gaat dan bijvoorbeeld om voetballen op straat, hardlopen, skeeleren, dansen of kranten bezorgen. 45,4% doet dit op meerdere dagen per week en 23,0% doet dit (bijna) nooit. Voeding, bewegen en sport (%)
Noord-Holland Noord (n=16.349)
NL (n=406.532)
66,8%
significant
VOEDING, BEWEGEN EN SPORT
Sport >1 dag per week (club, vereniging of sportschool)
Bewegen Lichamelijk actief zijn heeft een positief effect op de conditie, het welzijn en het lichaamsgewicht. Het verkleint daarmee de kans op gezondheidsproblemen die op latere leeftijd ontstaan, zoals harten vaatziekten en suikerziekte. Ook vergroot sporten het zelfvertrouwen van jongeren. Het Kenniscentrum Sport en Bewegen adviseert aan jongeren van 4-18 jaar om elke dag minimaal 1 uur matig intensief te bewegen en 3x per week aan spier– en botversterkende activiteiten te doen (de beweegrichtlijn). In de Gezondheidsmonitor Jeugd is gevraagd of jongeren dagelijks minimaal een uur lichamelijk actief zijn. 17,2% van de jongeren in Noord-Holland Noord is dagelijks minstens één uur per dag actief (sporten en bewegen bij elkaar opgeteld). 46,7% van de jongeren is op 5 of meer dagen per week minstens één uur actief. 5,6% van de jongeren is (bijna) nooit één uur per dag actief. 89,2% van de jongeren komt 5 dagen per week lopend of op de fiets naar school.
Drinkt dagelijks water Drinkt (bijna) nooit water
75,5 4,5
73,4 5,3
Drinkt (bijna) nooit drankjes met suiker Drinkt dagelijks drankjes met suiker Drinkt dagelijks meer dan 3 glazen drankjes met suiker
12,9 31,0 5,8
11,8 33,0 7,1
Drinkt (bijna) nooit energiedrankjes (=richtlijn t/m 13 jaar) Drinkt dagelijks maximaal 1 blikje energiedrank (=richtlijn va. 13 jaar)
85,2 95,2
82,1 94,5
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Heeft (ernstig) ondergewicht Heeft een normaal gewicht Heeft (ernstig) overgewicht
3,4 87,2 9,4
-
-
Tevreden met gewicht Wil afvallen of is hier mee bezig Wil aankomen is hier mee bezig
61,1 30,4 8,4
-
-
Minstens 1 uur per dag actief (sporten + bewegen totaal) Minstens 1 uur actief op 5 dagen per week (sporten + bewegen totaal)
17,2 46,7
18,1 47,0
Gaat 5 dagen per week lopend of op de fiets naar school
89,2
83,7
Sport op minstens 1 dag per week in georganiseerd verband
77,6
75,2
▪ ▪ ▪ ▪
Sport of beweegt op minstens 1 dag per week ongeorganiseerd
66,8
-
-
10
Sociale omgeving
Woont bij beide ouders De sociale omgeving is een breed begrip. Het is het geheel van sociale, culturele en levensbeschouwelijke factoren dat van invloed is op menselijk gedrag. Eenzaamheid, sociaaleconomische status, relatie met ouders, sociale steun, aanwezigheid van vrienden, discriminatie, mishandeling en gevoelens van veiligheid zijn voorbeelden van sociale omgevingsfactoren. De sociale omgeving beïnvloedt gedrag, gevoel van veiligheid en gezondheid. In een gezonde sociale omgeving wonen jongeren veilig, is de samenhang in de buurt groot en krijgen jongeren steun. Dit geeft hen de mogelijkheid om zich te ontplooien, sociale contacten te leggen en om zich te ontspannen. De regio kan bijdragen aan een gezonde sociale omgeving. Door bijvoorbeeld in te zetten op de bestrijding van eenzaamheid, armoede en huiselijk geweld en door inzet op veiligheid en leefbaarheid. Woonsituatie Van alle jongeren in Noord-Holland Noord woont 73,9% bij beide ouders en 8,6% woont afwisselend bij beide ouders (co-ouderschap). 6,5% woont bij zijn of haar vader of moeder en de partner van deze ouder en 9,7% maakt deel uit van een eenoudergezin. Van alle jongeren woont 1,3% bij anderen (bijvoorbeeld pleegouders, familie of internaat) of op zichzelf. Relatie met ouders In de puberteit kan de relatie tussen ouders en kinderen sterk veranderen.
Dit heeft onder andere te maken met de fysieke en emotionele veranderingen van jongeren. Een goede relatie met ouders blijft voor jongeren belangrijk voor hun verdere ontwikkeling. Van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft 36,6% een goede relatie met zijn of haar ouders en 21,2% een slechte relatie. Ingrijpende gebeurtenissen binnen het gezin Soms krijgen jongeren te maken met ingrijpende gebeurtenissen binnen het gezin. Deze gebeurtenissen zijn vaak (tijdelijk) van grote invloed op het welzijn van de jongere, maar kunnen ook negatieve gevolgen hebben op de lange termijn. 41,4% van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft het overlijden van iemand binnen het gezin (of familie) meegemaakt en 24,7% heeft een scheiding van zijn of haar ouders meegemaakt of maakt die nu mee. Rondkomen Jongeren die opgroeien in armoede kunnen minder goed meedoen in de maatschappij en krijgen minder kansen. Stress door geldzorgen in een gezin gaat vaak ook ten koste van gezondheid en welbevinden en heeft een negatief effect op gedrag en schoolprestaties. Uiteindelijk leidt armoede in de jeugd vaak tot minder kansen om in het volwassen leven mee te doen in de samenleving. Van de jongeren in Noord-Holland Noord gaf 67,0% aan dat zij thuis geen moeite hebben met rondkomen; bij 28,1% hebben ze thuis geen moeite met rondkomen maar moeten ze wel opletten.
4,2% gaf aan dat ze thuis enige moeite hebben met rondkomen en 0,6% gaf aan dat ze thuis grote moeite hebben om rond te komen. Eenzaamheid Eenzaamheid is het gevoel dat je sociale contacten mist. Ook jongeren die veel vrienden hebben kunnen zich eenzaam voelen omdat de kwaliteit van deze vriendschappen niet goed is. In de Gezondheidsmonitor Jeugd is gebruik gemaakt van een 6-puntsschaal op basis van het model van De Jong-Gierveld. Hiermee wordt zowel de sociale eenzaamheid (de omvang van de sociale contacten) als de emotionele eenzaamheid (de diepgang van de sociale contacten) bepaald. Van de jongeren in Noord-Holland Noord is 46,7% in meer of mindere mate eenzaam. 3,6% is ernstig eenzaam; 10,6% is ernstig sociaal eenzaam en 9,8% ernstig emotioneel eenzaam. Vrienden Vriendschap kunnen aanknopen en onderhouden vraagt om sociale vaardigheden. Vriendschappen kunnen goed zijn voor het zelfvertrouwen van een jongere; het ontbreken van vriendschappen kan slecht zijn voor het zelfvertrouwen, kan leiden tot emotionele en psychosociale problemen en kan een negatieve invloed hebben op het functioneren. In Noord-Holland Noord vindt 97,9% dat hij of zij genoeg vrienden heeft; 2,1% vindt dat hij of zij onvoldoende vrienden heeft.
Iemand om mee te praten Op de vraag met wie de jongere kan praten als hij of zij echt ergens mee zit, geeft 97,8% aan dat hij of zij iemand heeft om mee te praten; vaak zijn dit de ouder(s), de persoon waarmee de leerling een relatie heeft, een vriend(in) of een broer of zus. 2,2% in Noord-Holland Noord geeft aan niemand te hebben om mee te praten als hij of zij ergens mee zit. Veiligheid Van de jongeren in Noord-Holland Noord voelt 35,3% zich weleens onveilig in de openbare ruimte. De plekken waar jongeren zich het vaakst onveilig voelen zijn: op straat buiten de eigen buurt (13,6%), op het station (11,9%) en in het openbaar vervoer (12,1%).
73,9%
Goede relatie met ouders
36,6% Scheiding van ouders meegemaakt
24,7% Moeite met rondkomen thuis
4,9% Matig of ernstig eenzaam
46,7% Heeft genoeg vrienden
97,9% Heeft iemand om mee te praten
97,8% Voelt zich weleens onveilig buitenshuis
35,3% 11
Sociale omgeving
Discriminatie Discriminatie is het ongelijk behandelen en achterstellen van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen in een situatie, zoals afkomst, huidskleur, geloof, seksuele voorkeur, handicap of chronische ziekte, leeftijd, geslacht en gender. Mensen die gediscrimineerd worden, kunnen zich aangetast voelen in hun menselijke waardigheid. Discriminatie verstoort de saamhorigheid in de buurt en de sfeer op school. Het heeft dus niet alleen schadelijke gevolgen voor individuen, maar ook voor de samenleving als geheel. Van de jongeren in Noord-Holland Noord voelde 8,6% zich het afgelopen jaar wel eens gediscrimineerd. 5,2% voelde zich weleens gediscrimineerd op huidskleur of afkomst en 1,7% voelde zich weleens gediscrimineerd op geloof. 5,0% van de jongeren heeft het afgelopen jaar zelf anderen gediscrimineerd: 3,6% heeft anderen gediscrimineerd op afkomst of huidskleur en 1,5% heeft gediscrimineerd op geloof.
Gediscrimineerd in afgelopen jaar
8,6% Ooit lichamelijk of geestelijk mishandeld
Mishandeling Een goed inzicht in het voorkomen van mishandeling, zowel thuis als buitenshuis, is moeilijk te geven. Het is lastig om via een vragenlijst een betrouwbaar beeld van dit gevoelige onderwerp te krijgen. Van de jongeren in Noord-Holland Noord geeft 18,5% aan ooit lichamelijk of geestelijk te zijn mishandeld. Dit percentage moet beschouwd worden als een indicatie. Noord-Holland Noord (n=16.349)
(n=406.532)
significant
Sociale omgeving (%)
18,5%
NL
Woont bij beide ouders Afwisselend bij beide ouders (co-ouderschap) Eenoudergezin
73,9 8,6 9,7
75,4 8,0 9,9
▪ ▪ ▪
Heeft goede relatie met zijn/haar ouders
36,6
-
-
Heeft overlijden van iemand binnen gezin (of familie) meegemaakt Heeft scheiding van ouders meegemaakt
41,4 24,7
35,2 23,9
Ouders enige of grote moeite met rondkomen
4,9
4,3
▪ ▪ ▪
Eenzaam Ernstig sociaal eenzaam Ernstig emotioneel eenzaam
46,7 10,6 9,8
-
-
Heeft voldoende vrienden Heeft iemand om mee te praten als hij/zij echt ergens mee zit
97,9 97,8
-
-
Voelt zich weleens onveilig buitenshuis
35,3
-
-
Is afgelopen jaar gediscrimineerd Heeft afgelopen jaar anderen gediscrimineerd
8,6 5,0
-
-
Ooit lichamelijk of geestelijk mishandeld
18,5
-
-
12
MEDIAWIJSHEID
Smartphones en tablets zijn voor jongeren niet meer weg te denken. Jongeren lijken zo handig en beheersen de techniek, maar de regels, afspraken en omgangsvormen moeten ze nog leren. Wat stuur je via WhatsApp? Mag iedereen je Instagram-profiel zien? Kun je alles twitteren? Is digitaal pesten strafbaar? Hoe ga je om met heftige filmpjes op YouTube? Dit zijn allemaal vragen waar jongeren bij geholpen kunnen worden. Het overgrote deel van de jongeren heeft zijn sociale media – en gamegedrag verder onder controle. Bij een kleine groep is er sprake van risicovol gedrag op het gebied van sociale media en gamen. Zij vinden het moeilijk om te stoppen en voelen zich rot als ze het niet kunnen doen. Sociale media Sociale media is de verzamelnaam voor internettoepassingen waarbij gebruikers onderling online informatie kunnen delen, meestal via mobiele telefoon. Populair onder jongeren zijn onder andere Facebook, YouTube, WhatsApp en Instagram. Wanneer een jongere moeite heeft om het gebruik van sociale media onder controle te houden wordt gesproken van problematisch gebruik. Kenmerken hiervan zijn: overmatige aandacht voor sociale media, buitensporig gebruik, verwaarlozing van huiswerk of school, gebrek aan controle over het gebruik en het verwaarlozen van sociale contacten. 7,1% van de jongeren in Noord-Holland Noord vertoont problematisch gebruik van sociale media.
7,1% besteedt dagelijks minder dan 1 uur aan zijn of haar telefoon; 51,0% van de jongeren besteedt hieraan dagelijks 3 uur of meer. Van alle jongeren vindt 40,1% zichzelf een beetje verslaafd aan zijn telefoon/sociale media en 5,0% vindt zichzelf heel erg verslaafd. 54,9% vindt zichzelf niet verslaafd of weet het niet. Gamen Problematisch gamen vertoont grote gelijkenissen met andere verslavingen, waaronder gok- en middelenverslavingen. Problematisch gamen kan de volgende kenmerken hebben: moeilijk om te stoppen met gamen, langer en meer spelen dan was gepland, te weinig slapen door het gamen en school en sociale activiteiten lijden onder het gamegedrag. Van de jongeren in Noord-Holland Noord speelt 23,2% dagelijks games; 39,7% speelt (bijna) nooit games. 3,3% van de jongeren vertoont problematisch gamegedrag. Cyberpesten Cyberpesten is pesten via internet en de mobiele telefoon. In Noord-Holland Noord is 2,3% van de jongeren in de afgelopen 3 maanden regelmatig (> 2 keer per maand) gepest via internet; 1,3% heeft zelf de afgelopen 3 maanden regelmatig (> 2 keer per maand) anderen online gepest. Sexting en ongewenste ervaringen Sexting is het verzenden (en ontvangen) van seksueel getinte beelden of tekstberichten. Er ontstaan problemen als deze beelden of berichten tegen iemands wil worden verspreid.
4,2% van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft het afgelopen half jaar een naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf aan iemand anders gestuurd. Van 6,1% van de jongeren zijn wel eens tegen zijn of haar zin naaktfoto’s of seksfilmpjes verspreid door iemand anders. 25,7% kreeg het afgelopen half jaar minstens 1 keer een ongewenst seksueel voorstel via internet.
Noord-Holland NL Noord (n=406.532) (n=16.349)
Problematisch gebruik sociale media Besteedt dagelijks <1 uur aan telefoon/sociale media Besteedt dagelijks >3 uur aan telefoon/sociale media Vindt zichzelf erg verslaafd aan telefoon/sociale media
7,1 7,1 51,0 5,0
8,1 -
Speelt (bijna) nooit games Speelt dagelijks games Problematisch gamegedrag
39,7 23,2 3,3
38,1 23,4 2,7
Wordt regelmatig online gepest (> 2x per maand) Pest regelmatig anderen online (> 2x per maand)
2,3 1,3
1,9 1,2
Afgelopen half jaar naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf verspreid Tegen zijn/haar zin naaktfoto’s of seksfilmpjes verspreid door anderen Kreeg afgelopen half jaar ongewenst seksueel voorstel via internet
4,2 6,1 25,7
3,5 -
51,0% Vindt zichzelf verslaafd aan zijn/haar telefoon (beetjeerg)
45,1% Problematisch gebruik sociale media
7,1% Problematisch gamegedrag
3,3% Naaktfoto’s of seksfilmpjes van zichzelf verspreid
4,2%
significant
Mediawijsheid (%)
Gebruikt telefoon minstens 3 uur per dag
▪ -
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ -
13
14
MEDIAWIJSHEID IN DE AFGELOPEN JAREN
RELATIES EN SEKSUALITEIT
Weleens verliefd Niet alle jongeren praten thuis over relaties en seksualiteit. Ook hebben sommige jongeren verkeerde of onvolledige informatie gekregen. Het is daarom cruciaal dat alle leerlingen op school seksuele vorming krijgen. Seksuele vorming draagt bij aan een positieve en gezonde seksuele ontwikkeling van de jongeren. En aan de preventie van ongewenste zwangerschappen, seksuele grensoverschrijding, seksueel overdraagbare aandoeningen/hiv en homonegatief gedrag. Dit leidt tot meer zelfbewuste, seksueel gezonde jongeren, en uiteindelijk ook minder schooluitval en een beter toekomstperspectief. Door op tijd te starten en structureel aandacht te geven aan het thema (zowel in de onderbouw als de bovenbouw) zorgt het ervoor dat leerlingen voorbereid zijn op seksuele contacten, beter weten wat hun eigen wensen en grenzen zijn en respectvol met elkaar omgaan. Leerlingen geven zelf aan dat ze graag seksuele voorlichting op school krijgen. Sinds 2012 zijn scholen verplicht om aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele diversiteit. Deze thema's zijn opgenomen in de kerndoelen van de onderbouw van het voortgezet onderwijs.
79,6% Ervaring met geslachtsgemeenschap
11,2%
Verliefdheid Van de jongeren in Noord-Holland Noord is 79,6% weleens verliefd. Van de jongeren die weleens verliefd zijn geweest was 94,1% verliefd op iemand van het andere geslacht, 1,5% verliefd op iemand van hetzelfde geslacht en 4,4% verliefd op zowel jongens als meisjes. Seksuele ervaring Veel jongeren hebben hun eerste seksuele ervaringen in de puberteit. Het is daarom belangrijk dat jongeren leren over veilig vrijen, om ongewenste zwangerschap en seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) te voorkomen. Daarnaast is het voor een gezonde seksuele ontwikkeling belangrijk dat jongeren zelf beslissingen kunnen nemen, waarbij zij rekening houden met en respect hebben voor zichzelf en de ander. Van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft 37,2% ervaring met tongzoenen. 11,2% van de jongeren heeft ervaring met geslachtsgemeenschap; 18,6% van deze jongeren was jonger dan 14 jaar toen hij of zij voor het eerst met iemand naar bed ging.
Jonger dan 14 jaar bij 1e keer seks*
18,6% Vrijt onveilig*
54,4%
Veilig vrijen Jongeren die seksueel actief zijn, maar geen condoom gebruiken lopen risico op een ongewenste zwangerschap of een soa. Veel jongeren vinden het lastig om over condoomgebruik te beginnen. Van de seksueel actieve jongeren in Noord-Holland Noord vrijt 54,4% onveilig; hij of zij heeft weleens geslachtsgemeenschap gehad zonder condoom of weet niet meer of er een condoom is gebruikt. Ongewenste seksuele ervaring Ongewenste seksuele ervaringen kunnen ingrijpend zijn en ernstige gevolgen hebben voor het welzijn van jongeren. In de Gezondheidsmonitor Jeugd is gevraagd of jongeren weleens tegen hun zin een seksuele ervaring met iemand hebben gehad. Van de jongeren in Noord-Holland Noord heeft 4,3% weleens een ongewenste seksuele ervaring gehad.
Ongewenste seksuele ervaring
#MeToo 4,3% Vindt homoseksualiteit (heel) normaal
76,3%
Houding ten aanzien van homoseksualiteit Als veel jongeren een positieve houding hebben ten aanzien van homoseksualiteit is het makkelijker voor homoseksuele jongeren om uit te komen voor hun seksuele geaardheid. In Noord-Holland Noord beschouwt 76,3% van de jongeren homoseksualiteit als normaal; 5,4% vindt homoseksualiteit erg raar of verkeerd.
Noord-Holland Noord (n=16.349)
NL (n=406.532)
significant
Relaties en seksualiteit (%)
Is weleens verliefd Ervaring met tongzoenen
79,6 37,2
34,9
-
Ervaring met geslachtsgemeenschap Jonger dan 14 jaar bij eerste keer seks* Vrijt onveilig (niet altijd een condoom gebruikt)*
11,2 18,6 54,4
10,2 55,5
-
Weleens een ongewenste seksuele ervaring gehad
4,3
-
-
Positieve houding t.o.v. homoseksualiteit
76,3
-
-
▪ ▪ ▪
*van de jongeren met ervaring met geslachtsgemeenschap
15
RELATIES EN SEKSUALITEIT IN DE AFGELOPEN JAREN
#MeToo
16
SCHOOLBELEVING
In een gezond schoolklimaat voelen zowel leerlingen als leerkrachten zich aangenaam. Het is nauw verwant met de sfeer in de school. Hierbij is veiligheid een belangrijk begrip. Leerlingen moeten zich op sociaal en fysiek gebied veilig voelen. Ook de betrokkenheid en het meeleven van leerkrachten en ouders speelt een grote rol. Binnen het schoolklimaat kunnen een aantal factoren worden onderscheiden, zoals ondersteuning (het sociale element), innovatie (ruimte voor initiatief, groei en stimulans), respect voor regels (aandacht voor structuur, veiligheid en uniformiteit) en de gerichtheid op productiviteit en efficiëntie.
Vindt school (heel) leuk
Schoolbeleving School speelt een belangrijke rol in het leven van jongeren. Ze brengen er een groot deel van hun tijd door. Behalve het volgen van onderwijs, speelt een deel van het sociale leven van de jongeren zich af op school. Van de jongeren in Noord-Holland Noord vindt 43,0% het (hartstikke) leuk op school, 44,3% vindt ’gaat wel’ en 12,6% vindt het niet leuk of vreselijk op school. 80,0% vindt dat hij/zij met iemand op school (docent, mentor of vertrouwenspersoon) kan praten als hij/zij ergens mee zit.
Vindt sfeer op school goed
Sfeer en onderling respect Aan de jongeren is gevraagd de sfeer en het onderlinge respect op school te beoordelen met een rapportcijfer. 50,0% beoordeelt de sfeer als goed (cijfer 8 of hoger) en 9,2% geeft de sfeer op school een onvoldoende (cijfer lager dan 6). Het respect tussen de leerlingen onderling vindt 38,5% goed en 16,2% geeft dit een onvoldoende. 42,0% van de jongeren beoordeelt het respect tussen leerlingen en docenten als goed en 16,0% vindt dit onvoldoende.
43,0%
50,0% Voelt zich weleens onveilig
5,2%
Veiligheid De veiligheid op school wordt door 56,3% beoordeeld met een rapportcijfer 8 of hoger; 10,4% vindt de veiligheid op school onvoldoende. De meeste leerlingen voelen zich veilig op school; 5,2% voelt zich weleens onveilig. Pesten Gepest worden kan negatieve gevolgen hebben voor zowel de lichamelijke als sociaal-emotionele gezondheid van jongeren. Schoolprestaties kunnen afnemen, net als de motivatie om naar school te gaan. Jongeren die zelf pesten kunnen hiervan ook problemen ondervinden. Zij zijn meestal niet zo populair, worden soms buitengesloten en maken moeilijk vrienden. In Noord-Holland Noord is 4,3% van de jongeren in de afgelopen 3 maanden minstens 2 keer per maand op school gepest; 1,7% heeft zelf regelmatig anderen op school gepest. Omgaan met elkaar In de Gezondheidsmonitor Jeugd is gevraagd of er leerlingen op school worden buitengesloten en of er groepen leerlingen binnen de school zijn die het moeilijk hebben op school. 58,8% is van mening dat leerlingen (soms) worden buitengesloten door anderen op school. 11,3% vindt dat leerlingen die openlijk moslim zijn het op school (soms) moeilijk hebben, en 15,5% vindt dat leerlingen met een handicap het (soms) moeilijk hebben op school. Daarnaast vindt 18,1% dat een homoseksuele, lesbische of biseksuele leerling het op school (soms) moeilijk heeft.
29,0% denkt dat jongens en meisjes die lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender of interseksueel (LHBTI) zijn dit op school eerlijk aan iedereen kunnen vertellen. Schoolverzuim Regelmatig verzuim van school kan samenhangen met problemen op school of in de thuissituatie. Veel verzuim kan leiden tot voortijdig schoolverlaten. In Noord-Holland Noord is 40,5% de afgelopen maand ziek thuis geweest en heeft 14,2% minstens 3 dagen school gemist door ziekte. 36,2% van de jongeren is het afgelopen jaar minstens 1 keer ziek gemeld op school terwijl hij/zij niet écht ziek was. 12,7% heeft de afgelopen maand gespijbeld en 5,8% heeft minstens 3 uur gespijbeld. Genotmiddelen op school Ondanks bestaande regels gebruikt een deel van de jongeren genotmiddelen tussen de lessen in, tijdens tussenuren of pauzes. 3,4% rookt weleens op school, 1,3% drinkt weleens alcohol en 2,0% blowt weleens. 5,4% heeft weleens softdrugs op school aangeboden gekregen , 1,5% kreeg weleens lachgas aangeboden en 1,0% weleens harddrugs.
Wordt regelmatig gepest
4,3%
Vindt dat leerlingen (soms) worden buitengesloten
58,8% Afgelopen maand minstens 3 dagen ziek thuis
14,2% Rookt weleens op school
3,4% 17
SCHOOLBELEVING
significant
Schoolbeleving (%)
Noord-Holland Noord (n=16.349)
NL (n=406.532)
Vindt school (hartstikke) leuk Kan praten met docent
43,0 80,0
-
-
Vindt de sfeer op school goed (cijfer >8) Vindt het respect tussen leerlingen onderling goed (cijfer >8) Vindt het respect tussen leerlingen en docenten goed (cijfer >8)
50,0 38,5 42,0
-
-
Vindt de veiligheid op school goed (cijfer >8) Voelt zich weleens onveilig op school
56,3 5,2
-
-
Wordt regelmatig gepest op school (≥2x per maand) Pest regelmatig anderen op school (>2x per maand)
4,3 1,7
3,7 1,4
▪ ▪
Vindt dat leerlingen: - (soms) worden buitengesloten door anderen - die openlijk moslim zijn het op school (soms) moeilijk hebben - met een handicap het (soms) moeilijk hebben op school - die LHBTI zijn het op school (soms) moeilijk hebben
58,8 11,3 15,5 18,1
-
-
Van mening dat je op school eerlijk kunt uitkomen voor LHBTI
29,0
-
-
Afgelopen maand ≥3 uren gespijbeld Afgelopen maand ≥3 dagen afwezig door ziekte Afgelopen jaar minstens 1x onterecht ziek gemeld
5,8 14,2 36,2
-
-
Rookt (weleens) op of rondom school Gebruikt (weleens) alcohol op of rondom school Gebruikt (weleens) softdrugs op of rondom school Softdrugs aangeboden gekregen op of rondom school Lachgas aangeboden gekregen op of rondom school Harddrugs aangeboden gekregen op of rondom school
3,4 1,3 2,0 5,4 1,5 1,0
-
-
18
Overzicht en Advies Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 <naam regio>
Bijlage 1. Toelichting cijfers Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 In deze bijlage wordt aangegeven hoe de regionale en landelijke prevalentiecijfers tot stand zijn gekomen. Regio en subregio’s De regio Noord-Holland Noord (NHN) bestaat uit de volgende subregio’s en gemeenten: •
Kop van Noord-Holland: Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel
•
Noord-Kennemerland: Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo en Langedijk
•
West-Friesland: Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec
Regionale cijfers De resultaten in deze rapportage zijn tot stand gekomen met behulp van een databestand waarin de gegevens van de ingevulde Gezondheidsmonitor Jeugd-vragenlijsten van alle 2e en 4e klas leerlingen van deelnemende scholen voor voortgezet onderwijs zijn opgenomen. Op basis van de 4 cijfers van hun postcode zijn leerlingen ingedeeld naar regio. Leerlingen die niet woonachtig zijn in één van de gemeenten van NHN zijn niet opgenomen in het databestand. In totaal zijn de gegevens van 10.074 leerlingen uit NHN opgenomen in het databestand. Landelijke cijfers Eind 2019 hebben leerlingen uit de 2e en 4e klas in heel Nederland meegedaan aan de landelijke Gezondheidsmonitor Jeugd. De landelijke cijfers zijn tot stand gekomen met behulp van de gegevens van alle ingevulde vragenlijsten. Per GGD-regio deed minimaal een steekproef uit alle 2e en 4e klassen mee aan de Gezondheidsmonitor Jeugd. Leerlingen van voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en lwoo-leerlingen waren uitgesloten van deelname. In totaal zijn de gegevens van 171.192 jongeren uit Nederland opgenomen in het databestand.
19
Weging De waarde van prevalentiecijfers staat of valt met de mate waarin we ze kunnen beschouwen als een representatieve weergave van de werkelijkheid. Om te zorgen dat de prevalentiecijfers zo goed mogelijk de werkelijkheid weergeven, moeten jongeren die in de dataset zijn ondervertegenwoordigd zwaarder meetellen dan andere jongeren. In de landelijke dataset heeft elke jongere die de vragenlijst heeft ingevuld een weegfactor van het RIVM gekregen die aangeeft hoe zwaar de betreffende leerling moet meetellen in de landelijke cijfers. Op basis van de landelijke DUO-bestanden telden de volgende kenmerken mee voor de weegfactoren: leerjaar, onderwijsniveau, geslacht en stedelijkheid. Daarnaast is gewogen voor het aantal deelnemers per GGDregio.
Bijlage 1. Toelichting cijfers
Voor de regionale prevalentiecijfers werd in eerdere jaren gebruik gemaakt van ongewogen cijfers omdat er toen niet door het RIVM een weegfactor op werd gesteld, omdat het onderzoek toen alleen in de regio NHN uitgevoerd werd. Behalve in 2015, toen is er bewust gekozen om geen gewogen cijfers te gebruiken. Dit om de volgende redenen: • In NHN bestond de populatie deelnemers aan Emovo in 2015, in tegenstelling tot landelijk, ook uit leerlingen voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en lwoo-leerlingen. • In NHN deed het overgrote deel van de scholen mee aan Emovo; er was geen sprake van onder– of oververtegenwoordiging van groepen leerlingen. • De vergelijkbaarheid met voorgaande jaren; in eerdere jaren is geen gebruik gemaakt van weging. Voor de vergelijking in bijlage 2 hoeft het niet uit te maken dat er eerdere jaren ongewogen cijfers werden gebruikt en dit jaar gewogen cijfers. Andere jaren deed in NHN namelijk het overgrote deel van de scholen al mee aan Emovo; er was daardoor geen sprake van onder– of oververtegenwoordiging van groepen leerlingen. Vergelijking regio NHN versus Nederland Voor de vergelijking van de regio NHN en Nederland is gebruik gemaakt van betrouwbaarheidsintervallen.
Indien het landelijke prevalentiecijfer buiten het 95%-betrouwbaarheidsinterval van het regiocijfer valt wordt aangenomen dat met een zekerheid van 95% de regio afwijkt van landelijk. Periode van afname vragenlijst De vragenlijsten zijn van 6 september tot en met 19 december 2019 ingevuld door 2e en 4e klas leerlingen in de regio NHN. Wanneer er in dit rapport wordt gesproken over bijvoorbeeld het percentage jongeren dat in de afgelopen maand alcohol heeft gedronken, dan wordt daarmee de maand voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst bedoeld. Publicatie Dit rapport en alle afzonderlijke gegevens uit dit rapport worden gepubliceerd op de Gezondheidsatlas Noord-Holland Noord via www.gezondnhn.nl. Ook het RIVM publiceert de resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd op Volksgezondheidenzorg.info en RIVM statline. Gezondheidsmonitor Jeugd versus Gezond Leven? Check het even! In het schooljaar 2019-2020 voerde de GGD 2 onderzoeken uit onder 2e en 4e klassers op het VO, de Gezondheidsmonitor Jeugd en Gezond Leven? Check het even! (Gezondheidscheck). De Gezondheidsmonitor werd anoniem ingevuld, dat wil zeggen dat de antwoorden van de jongeren niet zijn te herleiden tot de individuele leerling. De resultaten van de Gezondheidsmonitor leveren beleidsinformatie op voor scholen, gemeenten en landelijk.
De Gezondheidscheck is een niet-anonieme screeningsvragenlijst die inzicht geeft in de individuele gezondheidssituatie van de leerling en gericht is op het vroegtijdig signaleren van eventuele gezondheidsproblemen en het bijdragen aan de oplossing van problemen. Leerlingen krijgen naar aanleiding van de Gezondheidscheck een digitaal advies op maat en kunnen uitgenodigd worden voor een persoonlijk gesprek met de jeugdverpleegkundige op school.
20
Overzicht en Advies Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 <naam gemeente>
Bijlage 2. Tabellenboek Regio Noord-Holland Noord Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 Inhoud tabellenboek De tabellen op de volgende bladzijden vormen een aanvulling op de hoofdstukken in dit rapport. In de tabellen zijn alle resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 van de regio Noord-Holland Noord weergegeven in percentages. Deze resultaten zijn weergegeven voor de hele regio, naar geslacht, klas en schoolniveau. Ook zijn de cijfers van voorgaande jaren (2013, 2014, 2015 en 2016) in de tabellen opgenomen. Daarnaast zijn er tabellen opgenomen met de resultaten van de jongeren in de Nederland (NL). Hierdoor is het mogelijk om resultaten van groepen jongeren binnen de regio te vergelijken met vergelijkbare groepen jongeren in Nederland.
Interpretatie resultaten Let op bij de interpretatie van de resultaten. Een weergegeven percentage kan gebaseerd zijn op een (zeer) klein aantal jongeren. De getoonde verschillen tussen groepen jongeren binnen de regio en binnen Nederland kunnen gebaseerd zijn op toeval; deze resultaten zijn niet getoetst. Verschillen tussen de regio Noord-Holland Noord en NL zijn weergegeven in de tabellen in de hoofdstukken (bladzijden 5 t/m 18). Deze verschillen zijn getoetst; er is een kans van minder dan 5% (p < 0,05) dat een vastgesteld verschil op toeval berust.
In de tabellen is gebruik gemaakt van de volgende symbolen en afkortingen: x: niet van toepassing, niet gevraagd of niet op een vergelijkbare wijze gevraagd vmbo-bk: leerlingen vmbo basis of vmbo kader vmbo-gt: leerlingen vmbo gemengde leerweg of vmbo theoretische leerweg havo: leerlingen havo vwo: leerlingen vwo totaal 2013: resultaten Emovo schooljaar 2013/2014 totaal 2014: resultaten Emovo schooljaar 2014/2015 totaal 2015: resultaten Emovo schooljaar 2015/2016 totaal 2016: resultaten Emovo schooljaar 2016/2017 totaal 2019: resultaten Gezondheidsmonitor Jeugd (voorheen Emovo) schooljaar 2019/2020
21
WELBEVINDEN Gezondheidsmonitor Jeugd 2019