Bijlage I Jaarstukken 2023 en Begroting 2025
Tekst van het document
Bijlage I samenvatting van de jaarrekening 2023 en de begroting 2025 Jaarstukken 2023 Programma Arbeid WerkSaam toetst het programma aan de hand van de volgende indicatoren: 1. De gemiddelde uitkeringsduur is 10% lager dan in het voorgaande jaar; Niet gehaald, verlaging is 7,7%. WerkSaam gaat in 2024 starten met twee life coaches om de doelgroep beter te kunnen activeren. Ook zal er meer contact zijn met de cliënt, wat moet leiden tot meer uitstroom. 2. 85% van de cliënten heeft een actuele voortgangsrapportage; Niet gehaald, is 63,4%. Omdat het administratieve proces veel stappen kent, wordt de termijn overschreden. In 2024 wordt dit proces verbeterd. 3. De doorlooptijd van aanmelding tot Plan naar Werk is 10% lager dan in het voorafgaande jaar; Gehaald, is 21%. 4. De doorstroom naar werk in relatie tot het gemiddeld aantal cliënten is minimaal gelijk aan het jaar ervoor; Niet gehaald. De instroom van inburgeraars is in 2023 fors gestegen (van 110 naar 324). Doorstroom naar werk is niet direct mogelijk vanwege de prioriteit op inburgeren. Daarnaast stijgt het aantal cliënten die parttime werken. Dit leidt niet tot volledige uitstroom en is niet zichtbaar in deze indicator. In 2024 worden nieuwe trajecten ontwikkeld om de doorstroom naar werk te vergroten (onder andere in de catering). 5. Het aandeel duurzame uitstroom naar werk t.o.v.
de totale uitstroom naar werk is minimaal 90%; Niet gehaald, uitstroom is 87%. WerkSaam scoort hiermee bovengemiddeld t.o.v. benchmarkcijfers. WerkSaam zet in op werk, ook bij twijfel. In de loop van 2023 is extra ingezet op jobcoaching en dit wordt in 2024 voortgezet. 6. In 2023 4 nieuwe publiek private en maatschappelijke partnerschappen die ontwikkeling opleveren voor de doelgroep. Gehaald. Meerdere indicatoren zijn niet gehaald. WerkSaam heeft de lat voor zichzelf heel hoog gelegd. Ten opzichte van de benchmarkcijfers doet WerkSaam het wel heel goed. Daarom worden de indicatoren bij de begroting 2025 aangepast zodat er beter vergeleken kan worden met andere uitvoeringsinstanties. Ook worden de indicatoren realistischer om ze te halen. Programma bedrijfsvoering WerkSaam toetst het programma aan de hand van de volgende indicatoren: 1. Het ziekteverzuim is maximaal 5% voor stafmedewerkers en 11,6% voor Sw-, en BWmedewerkers; Niet gehaald. Het verzuim voor stafmedewerkers ligt met 8,3% hoger dan voor de coronaperiode. De oorzaken van het verzuim ligt grotendeels buiten WerkSaam. Het verzuim onder de Sw en BW-medewerkers blijft stabiel hoog maar daalt wel t.o.v. 2022 (14% in 2023 en 15,8% in 2022). Het ziekteverzuim is in lijn met het landelijke beeld. 2. De cliënttevredenheid is minimaal een 7,5; Gehaald.
Er zijn goede stappen gezet in het contact met de cliënt, waaronder methodisch reintegreren.
3. Het bedrag dat gemeenten betalen voor de dienstverlening door WerkSaam (de gemeentelijke bijdrage) blijft gelijk aan 2022 Gehaald. De gemeentelijke bijdrage stijgt wel jaarlijks met de regionaal vastgestelde indexatie. Buiten deze indexatie stijgt de bijdrage niet. In voorgaande jaren werd een bedrag uit de reserve gebruikt om de gemeentelijke bijdrage niet te laten stijgen. Vanaf 2023 is er sprake van een sluitende begroting. Weerstandsvermogen Bij de weerstandscapaciteit gaat het om de algemene reserve en mag maximaal 2,5% van de lasten bedragen. Dat is vastgelegd in de ‘Financiële uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen’. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. Deze ratio geeft de verhouding aan tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit. De ratio komt bij de jaarrekening uit op 1,29. Hiermee voldoet de ratio aan het vastgestelde minimale ratio van 1.0 en is voldoende om tegenvallers te kunnen opvangen. Risico’s • Bijdrage GR sluit niet aan op de ontwikkeling van het gemeentefonds De bijdrage van de gemeenten aan WerkSaam sluit steeds minder goed aan op de uitgangspunten in de gemeenschappelijke regeling. Gemeenten besluiten jaarlijks welk deel van de rijksbijdrage naar WerkSaam gaat (conform artikel 24 van de gemeenschappelijke regeling).
Een steeds groter deel van de rijksbijdrage participatie wordt uitgegeven aan begeleiding van mensen uit de doelgroep. De begeleiding heeft een structureel karakter waar ook zekerheid van een structurele vergoeding tegenover hoort te staan. In 2024 zal dit uitgewerkt worden. •
Uitvoeringstaken wet Inburgering De uitvoering van de Wet Inburgering heeft plaatsgevonden binnen het beschikbaar gestelde budget. Het financieel ontzorgen nam meer tijd in beslag, waardoor de kosten fors hoger werden. In overleg met gemeenten is gezocht naar een oplossing waarmee ook de dienstverlening aan de inburgeraar is verbeterd.
•
Externe factoren Er waren in 2023 geen externe factoren waarvoor de algemene reserve moest worden aangesproken. Wel had WerkSaam te maken met de stijging van de cao-gemeenten en het eerder openbreken van de cao voor Wsw-medewerkers. Deze kosten zijn binnen de begroting opgevangen. De verwachte meerkosten voor de cyberbeveiliging zijn door DeSom niet in rekening gebracht. De toename van de automatiseringskosten zijn in 2023 opgevangen door dekking uit de bestemmingsreserve vermindering bijdrage gemeenten.
•
Ontwikkeling toegevoegde waarde De begrote toegevoegde waarde is in 2023 gehaald. Het aantal Wsw-medewerkers is verder gedaald. Niet in alle gevallen was het nodig om hiervoor nieuw personeel in te moeten zetten. Hierdoor bleef de toegevoegde waarde de afgelopen jaren redelijk stabiel. Ook speelde mee dat er werd gewerkt met eerlijke prijzen voor de dienstverlening. Dit zorgde vooral in de detachering, schoonmaak en buitenruimteservice voor meer omzet.
Exploitatieresultaat 2023 Bij de voorjaarsnota was het exploitatieresultaat € 74.000 negatief. Bij de Najaarsnota is dit bijgesteld naar € 1.415.000 positief. De jaarrekening sluit met een positief resultaat van € 1.696.000 Ten opzichte van de Najaarsnota is het resultaat € 281.000 positiever, dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de vrijval van de algemene reserve boven de 2,5%. Het voordelige resultaat bij de Najaarsnota 2023 bestond o.a. uit: • Voordeel op de personeelslasten van € 731.000.
• • •
Als gevolg van het niet invullen van managementfuncties in afwachting van de nieuwe organisatiestructuur en niet aansluitend kunnen vervullen van vacatures die ontstaan door verloop. Gestegen rente, voordeel van € 330.0000. De afschrijvingen en de energielasten, nadeel van € 225.000. Vrijval van de bestemmingsreserve uitvoeringskosten Tozo, voordeel op van € 625.000.
Balans – reservepositie
Algemene reserve De algemene reserve bedraagt 2,5% van het begrotingssaldo (conform gemeenschappelijke regeling). Dit is ruim voldoende om de risico’s af te dekken. Reserve re-integratiegelden Deze reserve is in 2018 ingevoerd en de afgelopen jaren toegenomen. De komende twee jaar neemt deze volgens de begroting ook toe. Reserve ter vermindering bijdrage gemeenten Geen onttrekkingen de komende jaren begroot.
Concept Begroting 2025 Alle gemeenten hebben een positieve zienswijze afgegeven op de Kadernota 2025. Het Algemeen Bestuur heeft de Kadernota 2025 vastgesteld met de onderstaande punten: • Gemeenten tijdig voorstellen sturen over inhoudelijke en financiële gevolgen van gewijzigde wet- en regelgeving; WerkSaam doet dit onder andere bij de voorbereidingen van een nieuw beleidsplan. • In het meerjarenperspectief rekening te houden met het sluitend houden van de gemeentelijke (meerjaren)begroting i.v.m. het ravijnjaar; Dit wordt meegenomen via het project WerkSaam 2028. In de kadernota 2025 zijn de kaders van de nieuwe wet- en regelgeving geschetst. Tussen het schrijven van de kadernota en deze begroting 2025 zijn er geen ontwikkelingen geweest. Wel zijn twee moties ingediend: 1. Een verzoek om concrete scenario’s uit te werken met mogelijke besparingen. 2. Er is een vooraankondiging geweest voor een onderzoek naar bezuinigingsmogelijkheden voor alle gemeenschappelijke regelingen in Westfriesland waaronder ook WerkSaam. Opmerking: Met de invoering van de Participatiewet in Balans komt er meer aandacht voor de mens achter de uitkering. WerkSaam gaf in de kadernota 2025 aan zich te blijven inzetten op maatwerk en legt het huidige beleid langs de meetlat van de hervormingen vanuit de nieuwe wet. De hervormingen worden opgenomen in het nieuwe beleidsplan (huidige loopt t/m 2025).
Wel is nog veel onduidelijk. Denk aan de personele impact, maar ook de incidentele aanpassingen die gedaan moeten worden in bijvoorbeeld beleid, werkprocessen en systemen (zie onder). Deze kosten moeten nog worden onderzocht. Daarnaast leidt een aantal maatregelen uit het wetsvoorstel tot een verhoging van de benodigde budgetten voor de dienstverlening op basis van de Participatiewet: bijvoorbeeld het BUIG-budget en het re-integratiebudget. Via een apart onderzoek moeten deze kosten in beeld gebracht worden. Programma Arbeid WerkSaam toetst het programma aan de hand van de volgende indicatoren: 1. De gemiddelde uitkeringsduur is 13% lager dan in het voorgaande jaar; 2. 85% van de cliënten heeft een actuele voortgangsrapportage;. 3. 95% van de Plannen naar Werk is binnen 7 werkdagen na intake opgesteld; 4. De uitstroom naar werk en scholing is 10% hoger dan de landelijke benchmark; 5. Het aandeel duurzame uitstroom is minimaal gelijk aan het landelijk gemiddelde; 6. Het aantal wetgevers in Westfriesland waar cliënten met loonkostensubsidie zijn geplaatst is 10% hoger dan het voorgaande jaar.
Programma Bedrijfsvoering WerkSaam toetst het programma aan de hand van de volgende indicatoren: • Ziekteverzuim is lager dan de benchmark voor zowel staf als Sw en Bw-medewerkers; • De cliënttevredenheid is minimaal een 7,5 In 2023 zijn veel KPI’s niet gehaald. Daarom is er voor de begroting 2025 een slag gemaakt naar vergelijking met de benchmark. De KPI’s worden daarom realistischer om te halen. Door de benchmark wordt ingezoomd op het aantal inwoners en kan WerkSaam dit vergelijken met soortgelijke uitvoeringsorganisaties. Hoe gaat WerkSaam dit doen? • Meer inclusieve werkgevers betrekken, zodat meer ondernemers met de doelgroep gaan werken. • Uitbreiden van partnerschappen/relaties. Intern wil WerkSaam van een leer-werkbedrijf naar een ontwikkelbedrijf gaan. Zowel het eigen beleid als het Rijk gaan helpen om deze doelen te halen. Het Rijk is bezig met een uitbreiding van de arbeidsmarktinfrastructuur. Binnen de begroting van het Rijk is minder budget beschikbaar om deze verandering uit te voeren.
• • • •
WerkSaam zet in op innovaties, een digitale front office, proactieve dienstverlening en aan te vragen subsidies. Implementeren van de nieuwe wetgeving: de Participatiewet in balans en de nieuwe Wet handhaving sociale zekerheid. Verwacht wordt dat in 2024 nieuw SROI-beleid wordt opgesteld. Er vindt promotie plaats van de inclusieve arbeidsmarkt in samenwerking met het WSP. Binnen de inclusieve arbeidsmarkt wordt diversiteit meegenomen.
Risico’s en weerstandsvermogen WerkSaam heeft de volgende risico’s opgenomen in de begroting: • Resultaat Leerwerk-bedrijven Het risico dat de begrote resultaten op de leerwerkbedrijven niet wordt gehaald, wordt jaarlijks groter. Door afname van het aantal Wsw-medewerkers daalt het gemiddeld te factureren uurtarief ieder jaar binnen de leer-werkbedrijven zoals detachering, schoonmaak en groenvoorziening. Beschut werkers vinden meestal een plek bij het leer-werkbedrijf Verpakken, waarvoor lagere uurtarieven gelden. WerkSaam is gestart met het project “WerkSaam 2028”. Hierin wordt in kaart gebracht hoe de leerwerkbedrijven in de toekomst financieel gezond kunnen blijven. Ook voerde Berenschot een onderzoek uit naar de toekomst van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven in opdracht van Cedris, VNG en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek heeft het ministerie van SZW verschillende scenario’s uitgewerkt. Besluitvorming hierover wacht op de formatie van een nieuw kabinet. Er is toegezegd dat er meer geld beschikbaar komt voor Beschut werk. •
Wegvallen incidentele dekking WerkSaam financiert een deel van de personeelskosten uit incidentele middelen. Voorbeelden zijn detachering van medewerkers of de extra inzet van bestemmingsreserves. Het risico bestaat dat bij het ineens wegvallen van deze middelen de loonkosten gedurende een periode doorbetaald moeten worden. WerkSaam monitort dit risico en zorgt voor voldoende flexibiliteit in het personeelsbestand.
•
Externe factoren De dreiging van cyberaanvallen op gemeenten en gemeenschappelijke regelingen nemen toe. Met name gijzelaanvallen in combinatie met het versleutelen van data vormen voor WerkSaam een groot gevaar. Als het zich voordoet, gaat het om hoge kosten om dit te herstellen. Daarom wordt uitgegaan van de gemiddelde herstelkosten van € 1,2 miljoen.
•
Uitvoeringstaken WI In de opstartfase is er nog onvoldoende zicht op de werkelijke kosten van de uitvoering en de vergoeding die hier tegenover staat. Daarnaast is het lastig om de instroom van inburgeraars in te schatten.
•
Mogelijke bezuinigingen Er is aangekondigd dat de Gemeenschappelijke Regelingen vanaf 2026 bij moeten dragen aan de bezuinigingen die verwacht worden. Het is nog onzeker of een bezuiniging wordt opgelegd en hoe hoog die zal zijn. Gezien de moties die zijn afgegeven bij de Kadernota 2025 is de kans op een bezuiniging groot. De impact is gezet op maximaal 5% van de gemeentelijke bijdrage.
•
Bijdrage GR en gemeentefonds Het aantal mensen dat loonkostensubsidie ontvangt stijgt jaarlijks met 10-15%. Omdat het aantal uitkeringsgerechtigden afneemt, kunnen de extra werkzaamheden binnen de formatie opgevangen worden. Dit lukt niet meer als het aantal uitkeringen weer toeneemt.
•
Additionele werkplekken beschut Gemeenten financieren voor maximaal 20 beschut werkplekken boven de normale taakstelling
beschut werk. Hier was € 291.000 meer gemoeid. Omdat het de afgelopen jaren niet of nauwelijks sprake was van wachtlijsten en dus ook geen additionele plekken zijn gerealiseerd, vervalt deze bijdrage. In het geval van een wachtlijst in de toekomst vangt WerkSaam dit op door de algemene reserve in te zetten. Het beschikbare weerstandsvermogen komt in 2025 uit op 1,27. Dit is voldoende. Bij een weerstandsratio van 1 kan WerkSaam doen wat nodig is om de toegevoegde waarde te realiseren en daarmee de gemeentelijke bijdrage gelijk te houden. Dit voorkomt dat WerkSaam bij tegenvallers extra geld moet vragen aan gemeenten. Opmerking: Naast de algemene reserve heeft WerkSaam ook diverse bestemmingsreserves. Deze worden niet meegerekend in het weerstandsvermogen. Het is de vraag of deze bestemmingsreserves geheel nodig zijn voor het doel waarvoor ze zijn ingesteld. Als (een deel) van deze reserves toegevoegd worden aan de algemene reserve, wordt de ratio nog voordeliger. Daarnaast lijkt de impact van de risico's hoog ingeschat. Bijvoorbeeld het risico wegvallen incidentele dekking. Het risico lijkt te zijn opgenomen voor de totale omvang van de incidenteel gedekte personeelslasten, deze contracten kunnen ook worden opgezegd. Daarnaast het risico m.b.t. de additionele werkplekken: hier is de afgelopen jaren geen gebruik van gemaakt.
Ook is discussie mogelijk over het opgenomen risico voor mogelijke ombuigingen.
Paragraaf Bedrijfsvoering Er wordt inzicht gegeven in een aantal belangrijke bedrijfsvoeringszaken: Strategisch beleidsplan 2025 e.v. • Meer investeren in een inclusieve arbeidsmarkt door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk te ontwikkelen en te begeleiden. • Het creëren van sociale winst door het behouden van werk voor de Sw-medewerkers en het bieden van banen aan beschut werk. • Het uitvoering geven aan het strategisch beleidsplan kan leiden tot ontwikkelingen in het kader van de Bedrijfsvoering zoals voor personeel, een organisatieontwikkeling of verder gaande samenwerkingen. Dit alles met als doel een flexibele en toekomstgerichte organisatie te blijven. WerkSaam 2028 • De toekomstbestendigheid van de leer- en werkbedrijven staat onder druk door de uitstroom van de Wsw-medewerkers. Hierdoor wordt de toegevoegde waarde steeds lager en zal WerkSaam binnen vijf tot 10 jaar in de rode cijfers komen. • Een aantal oplossingsrichtingen vanuit dit project zijn/worden in 2024 geïmplementeerd, andere oplossingsrichtingen vragen een langere voorbereidingstijd. • Berenschot heeft een rapport gepubliceerd over de (toekomstige) infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Hierin worden een aantal scenario’s geschetst om invulling te geven aan die infrastructuur.
Besluitvorming hierover wacht op de formatie van een nieuw kabinet Personeel • Flexibel inspelen op de maatschappelijke uitdagingen; • Aandacht voor duurzame inzetbaarheid, voor de juiste persoon op de juiste plek, met ontwikkel- en werkpleziergesprekken en met opleiding en training. • Via strategische personeelsplanning van zowel de Wsw-medewerkers, Beschut werkers als de stafmedewerkers wordt blijvend inzichtelijk gemaakt op welke plekken binnen de organisatie op welk moment kwetsbaarheden ontstaan Kwaliteit dienstverlening • Meten dienstverlening door meedoen aan de Divosa-benchmark en de benchmark van Cedris.
•
Doorlopend uitvoeren van cliënttevredenheidsonderzoek en de uitkomsten mee te nemen in de afdelingsoverleggen.