Bijlage Eindrapportage raadswerkgroep stadsgesprekken
Tekst van het document
(CONCEPT) EINDRAPPORTAGE Raadswerkgroep stadsgesprekken Maart 2025 Onderwerp: Invulling motie stadsgesprekken d.d. 12 december 2023 van: Griffie aan: raadswerkgroep Stadsgesprekken Status: concept rapportage proces & conclusies
Inleiding In de vergaderingen van de werkgroep Stadsgesprekken is gesproken over diverse invullingen die gegeven konden worden aan de motie stadsgesprekken (motie 666). In de motie stadsgesprekken werd gesproken over drie afleveringen -zonder rangorde: • Stadsgesprek over racisme en discriminatie • Stadsgesprek over armoede en uitsluiting • Stadsgesprek over J.P. Coen Belangrijke kaders van de raad: Opdracht werkgroep: doel is om als raad de vinger aan de pols te houden in de gesprekken met de stad, en op key-momenten de besluiten voor te bereiden zoals die naar de gehele gemeenteraad moeten worden doorgeleid. 1. Elke fractie uit de gemeenteraad wordt vertegenwoordigd in de in te stellen werkgroep Stadsgesprekken. 2. Er wordt een voorstel over het vervolg van de stadsgesprekken voorbereid. Doel, gespreksvorm, mogelijke uitkomst(en), de betrokkenheid/rol van de raad en benodigde budget komen hierin terug. 3. Dit voorstel zou uiterlijk in Q1 2024 ter besluitvorming gelegd worden aan de gemeenteraad zodat de gesprekken uiterlijk voor eind 2024 nog konden plaatsvinden. (Noot GRF: deze planning bleek te krap.) 4. Onderwerpen discriminatie, racisme, armoede als uitsluiting en het standbeeld van J.P. Coen worden betrokken (Noot GRF: volgorde is niet bij motie vastgesteld) 5.
Gespreksdeelnemers komen uit alle geledingen vanuit de stad, hoofdzakelijk door loting aan te wijzen, met vrijwillige aanmelding. 6. In de overwegingen in de motie staat dat de stadsgesprekken moeten kunnen bijdragen aan wederzijds begrip en moeten representatief zijn voor de hele stad. 7. Zorgen voor een gelijke informatiepositie van gespreksdeelnemers. 8. Gesprekken daarna te evalueren met de werkgroep uit de gemeenteraad en mogelijk een voorstel voor een vervolg te doen. 9. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering, 10. Samenwerking met de gemeenteraad werd vastgelegd met de instelling van de werkgroep stadsgesprekken die zou meedenken en meebeslissen over een voorstel aan de gemeenteraad. 11. De werkgroep heeft hierop zelf geconstateerd dat zij geen passieve en controlerende rol heeft. 12. De werkgroep moet actief betrokken zijn bij alle stappen die het college neemt. 13. De werkgroep kan ook zelf initiatief tonen om b.v. inclusiviteit te promoten.
1/4
14. De werkgroep/raad is de opdrachtgever en beslist zelf over de te nemen (vervolg)acties. Samenvatting van de besprekingen van de werkgroep stadsgesprekken De werkgroep is 6 keer bij elkaar geweest: op 8 februari 2024, 4 april, 4 juni, 24 oktober en 13 februari 2025. Een vergadering met alleen de leden en zonder ambtelijk adviseurs en bestuurders (alleen met griffieondersteuning) eindigde op 5 maart het doorlopen traject. In de eerste vergadering is stil gestaan bij wat de werkgroep wil bereiken, en hoe ze de uitwerking van de stadsgesprekken voor zich ziet en zaken zoals het voorzitterschap. In dezelfde vergadering is aangegeven dat er verschillende gesprekken moeten plaatsvinden, dat het hoofddoel is: nader tot elkaar komen en begrip voor elkaar hebben en dat de raad ook zelf een gesprek moet voeren over het standbeeld. Op 4 april is in de tweede vergadering gesproken over het doel van de gesprekken (nader tot elkaar komen en begrip voor elkaar hebben). Ook is aangegeven dat de verwachting bij de deelnemers heel belangrijk is. De raad kan een besluit nemen of beleid maken, maar dat hoeft niet. Er wordt afgesproken om meerdere stadsgesprekken te organiseren met een apart gesprek over Coen. Met dat gesprek wordt ook begonnen, omdat dit onderwerp zo dominant is.
Specifiek voor armoede wordt geconcludeerd dat aansluiting wordt gezocht op de nieuwe beleidsvisie Rondkomen (armoedebeleid) die gestart gaat worden. Stadsgesprekken sluiten zoveel mogelijk aan op bestaande trajecten en momenten. Er wordt afgesproken om een raadsgesprek te organiseren over het standbeeld (indicatief op 3 juli 2024). Als laatste wordt geconcludeerd dat het college de stadsgesprekken organiseert. De raadswerkgroep is wel actief betrokken bij de stappen die het college zet of gaat zetten. Op 4 juni is in de derde bijeenkomst gesproken over de opzet van het raadsgesprek over J.P. Coen op 3 juli 2024. Met enkele kanttekeningen zijn alle deelnemers het eens met de opzet van het raadsgesprek. Er wordt afgesproken de ervaringen over (de opzet van) het raadsgesprek mee te nemen in de voorbereiding op de stadsgesprekken. Op 3 juli 2024 vindt (achter gesloten deuren) een onderling raadsgesprek plaats over het standbeeld van J.P. Coen. Doel van dit raadsgesprek: om als fracties met zeer uiteenlopende standpunten nader tot elkaar komen en begrip voor elkaars standpunt te krijgen, vooruitlopend op de te houden stadsgesprekken die naar verwachting dezelfde diversiteit aan standpunten gaan laten zien. Na dit raadsgesprek is door de griffie een evaluatie uitgezet bij de raadsleden. Op 24 oktober 2024 is gesproken over de evaluatie van het raadsgesprek.
En er is gesproken over hoe verder te gaan met de stadsgesprekken over J.P. Coen. Voor dit gesprek zijn twee suggesties gedaan: 1. De dialoogvorm ‘emotienetwerken’ inzetten voor het stadgesprek met als doel om nader tot elkaar te komen, van elkaar te leren en elkaar te begrijpen. 2. Een gesprek over een concrete, fysieke stap, gericht op een tussenoplossing, waarbij de uiterste polen (standbeeld gaat niet weg en blijft ook niet onveranderd staan) het uitgangspunt is, met als doel nader tot elkaar komen door een stap naar elkaar toe te zetten. Conclusie: optie 1 heeft de meeste steun van de aanwezige deelnemers (Noot GRF: niet unaniem en niet iedereen is aanwezig). Het college maakt een voorstel over de toepassing van de gespreksmethode emotienetwerken bij een stadsgesprek over J.P. Coen en stelt daarbij 2/4
kaders voor. Er wordt nog geopperd dat het college bij de ontbrekende deelnemers van de werkgroep Stadsgesprekken langsgaat voor draagvlak voor optie 1. Op 13 februari 2025 is het voorstel van het college besproken in de werkgroep. De werkgroep is niet unaniem over de vervolgstappen. Er wordt afgesproken dat de werkgroep op korte termijn zonder college en ambtelijke organisatie bij elkaar komt om het proces van de uitwerking van motie 666 en de toekomst van de werkgroep te spreken. Op 5 maart 2025 komt de werkgroep weer bijeen. Hierin wordt unaniem aangegeven dat er een voorstel naar de raad moet gaan zodat in openbaarheid door alle partijen vertegenwoordigd in de raad het eigen standpunt kan worden verwoord. De raad moet dan een definitief besluit nemen over een mogelijk vervolg van de stadsgesprekken. Logisch zou zijn dat het college, rekening houdend met de input van de werkgroep een aantal opties voorlegt. De griffie kan een oplegger meegeven om inzicht te geven in het doorlopen (zorgvuldige) voortraject. Eindconclusie De werkgroep heeft de opdracht inmiddels afgerond. Het college zal een voorstel voorbereiden, de griffie doet verslag van wat de raadswerkgroep heeft gedaan in het voortraject. Dat is deze oplegger bij het voorstel.
Tijdens de vergaderingen van de werkgroep bleek wel dat de invulling voor de begeleiding van de stadsgesprekken net zoveel verschillen vertoont als de discussie over de motie destijds. Dat is iets om aandacht voor te hebben bij elk vervolg. Verder is duidelijk geworden voor meerdere deelnemers van de werkgroep dat de invloed van het beeld Coen een gesprek over inclusie, racisme, discriminatie en uitsluiting (mogelijk) kan hinderen of zelfs gaan blokkeren. Het gevaar is dan dat de discussie zich verengt tot alleen een discussie over: wanneer en hoe verwijderen we het beeld van Coen en alle andere uitingen over Coen in het straatbeeld (of juist niet)? Dit vergroot de scheiding tussen de denkbeelden en bemoeilijkt een mogelijke oplossing binnen het bestaande gegeven van een historische figuur die ook postuum een educatieve rol kan of volgens sommigen zelfs moet krijgen (en al heeft door middel van bijvoorbeeld een plaquette met uitleg over de schaduwzijde). De discussie over weghalen of laten staan van een beeld is niet het einddoel, constateert de Werkgroep. Maar het kan de staddebatten over moderne omgangvormen en verschil in opvattingen tussen groepen in de samenleving wel belemmeren. Dat is in zichzelf een verlies, er moet altijd debat kunnen zijn, ook al zijn er (grote) verschillen van inzicht.
Al met al heeft het voortraject vanwege de complexe problematiek en de verschillen van inzicht meer tijd gekost dan in de motie aangegeven stond. Toch heeft de werkgroep ondanks de complexiteit van het onderwerp bij elke stap een mening kunnen geven en inzichten kunnen meegeven aan het college over ‘hoe nu verder?’. Het voorstel zoals dat er komt, komt ook tegemoet aan veel, zo niet de meeste, van de kaders die de raad heeft meegegeven. Alleen geeft de motie géén uitsluitsel over de volgorde van de stadsgesprekken. Ook verschillen de meningen over wat het stadsgesprek over Coen moet opleveren. Het stadsgesprek over het standbeeld staat momenteel als laatste gepland, terwijl in de werkgroep is aangegeven dat het gesprek over Coen de andere debatten niet moet gaan blokkeren of (al te zeer) belemmeren. Tegelijkertijd lopen er nu trajecten over het herziening van het beleid rondkomen en ‘je thuis voelen in Hoorn (racisme/discriminatie) wat een stadsgesprek over deze onderwerpen wenselijk maakt. Suggesties vanuit de werkgroep aan de raad als geheel, voor het vervolg. 1. Het college komt met een voorstel zoals dat besproken is in de Werkgroep en gaat over tot uitvoering, nadat de raad positief blijkt, en instemt. De raad krijgt dan eerst in het openbaar de mogelijkheid van mening te wisselen en (eventueel) nog een volgorde in de gesprekken 3/4
aan te geven. Ook kan de raad en de in de raad vertegenwoordigde fracties aangeven hoe zij de toekomst of voortzetting van de stadsgesprekken zien. 2. Het college is, zoals in de motie al stond, verantwoordelijk voor het feitelijk organiseren van de serie stadsgesprekken. Hoe en waarin deze vervolgens eindigen en hoe het vervolg er uit komt te zien, is weer aan de gemeenteraad. 3. Mogelijk is het voor het ‘goede gesprek’ ook nodig om duidelijk te verwoorden wat de opbrengst van de gesprekken kan zijn. Bijvoorbeeld een schriftelijke rapportage, al dan niet met aanbevelingen, maar zonder conclusies. Wel is als uitgangspunt meegegeven: automatisch weghalen van het beeld van Coen en alle andere uitlatingen in de publieke ruimte over Coen en de VOC-tijd, zijn geen voorafgaand ingenomen standpunten. Standpunten kunnen en mogen verschillen en kennen tal van nuances. Het is goed om juist de nuances in dit onderwerp van elkaar aan te horen. 4. Laat het gesprek over armoede samenvallen met het beleidsproces over Rondkomen omdat dit over gelijksoortige gesprekken met de stad en stakeholders gaat. 5. Over dit armoedebeleid vindt sowieso participatie plaats. Dit lijkt elkaar eerder te verbinden en te versterken dan tegen te werken.
Actualisatie van dit beleid staat momenteel op de bestuurlijke planning als meningsvormend voorstel op 25 maart 2025, en een besluitvormend raadsvoorstel in de commissie van 14 oktober en een besluit in de raad op 28 oktober 2025. 6. Laat het college een voorstel voorleggen aan de raad over de twee andere stadsgesprekken (racisme/discriminatie en de impact van het beeld van J.P. Coen). 7. Neem hierin het doel, de opzet, de opbrengst en de planning mee. Houd rekening met het feit dat de gesprekken oorspronkelijk in 2024 zouden plaatsvinden. 8. In de volgorde van de gesprekken zijn nog keuzes te maken: het gesprek over racisme/discriminatie en het daarvoor opgestelde onderzoek naar ‘Je thuis voelen in Hoorn’, kan ook input leveren voor het gesprek over een beeld en andere uitingen over J.P. Coen. Of maak de keuze om eerst het gesprek te voeren over J.P. Coen zodat die schaduw niet over de te voeren andere gesprekken heen ligt. 9. Het kan ook een keuze zijn om het gesprek over J.P. Coen over de raadsverkiezingen heen te trekken (controversieel verklaren) zodat de discussie niet de gemeenteraadsverkiezingen overmatig kan gaan beheersen. 10. Belangrijk is dat er een zo breed mogelijk gedragen voorstel ligt (van het college) waarin een gelijk beeld ontstaat over ‘Hoe nu verder?’. 11.
Raad en college moeten zoals eerder in het proces aangegeven in ‘hun rol blijven’, de stad en inwoners moeten nu ook hun zegje kunnen doen. Maar de raad als geheel moet wel in de openbaarheid een beslissing nemen over het verdere proces. Noot van de griffie: De griffie wijst er als laatste op, dat in de motie van de raad in de overwegingen en constateringen wordt verwezen naar het zorgdragen voor breed draagvlak voor het vervolg. En representativiteit van gesprekken voor de gehele stad. De inspanningen moeten leiden tot wederzijds begrip. Wat belangrijk is om mee te nemen, ook als het komt tot een stemming over een vervolg.
4/4