Bijlage bij bijdrage GroenLinks
Tekst van het document
~r 9
4
Tweede blad behoorende bij de ZANDtfOORTSCHE COURANT van 6 Sept. 1919.
beoordcelen, waarbij belanghebbende persoonlijk of bij gernachtigde in de gelegenheid wordt gesteld de bezwaren te weerleggen en zijn standpunt toe te lichten", terwijl in alinea 6 van artikel 2 der genoemde verordening tusschen de woorden „commissie" en „van" gevoegd is „en bcjlanghebbenden". De lieer Brainson zeide, dat, indien de wijziging in het belang van belanghebbenden" was, hij er zich mee kan vereenigen. Hij wil hen meer recht geven, daar hij veel klachten over de commissie hoort. Hij wilde ook, dat in een artikel voorkwam, dat Burgemeesteren Wethouders tot recht van beslissen had tusschen de commissie en belanghebbenden. o De voorzitter zeide, dat zulk een artikel bestaat. Het besluit is genomen om de redactie te verduidelijken. Het laat den toestand zooals die geweest is. Hij , wilde de bouwers in overweging geven hun plannen direct in te dienen bij Burgemeester en Wethouders. Gaat de commissie niet^ accoord met het ingediende plan, dan kan het hoogstens 14' dagen duren en dan staat beroep open bij den Raad. De heer Slegers wilde de werkwijze' bespoedigen. Hij achtte het beter dat de commissie éénmaal per week vergaderde. De heer Van Helden zeide, dat het eene algemeene klacht was, dat de bouwers zoo lang moesten wachten. Hij wilde op meer spoed aandringen. Met algemeene stemmen werd daarna het besluit goedgekeurd.
Daar het nu half tien was, werd het voorstel van de heeren Bramson, Van der Moolen en Zwaan ter zake het aankoopen van noodwoningen in behandeling genomen. De voorzitter deelde mede, dat ter zake dat voorstel de volgende motie was ingekomen. „De openbare Protest-vergadering, gehouden op Woensdag 27 Aug. 1919 in „Ons Huis" te Zandvoort; Qehoord hebbende de uiteenzetting der bestaande arbeiders• woning-nood-toestanden te Zandvoort, door de beide sprekers, de heeren G. Posthumus Meyjes en J. Bramson; Geeft hierbij dërT Raad van Zandvoort zijn verontwaardiging te kennen; En dringt er bij hem op aan onmiddellijk over te gaan tot aanneming van het ingediende voorstel der drie Raadsleden, betreffende de aanschaffing van nood-woningen. (get.) G. Posthumes Meyjes. 1 (get.) Joh. Bramson. De voorzitter zeide hierna, in verband met het stuk van den heer Posthumes JMeyjes in de Zondagsbode, dat het beter was geweest, dat, alvorens hij dat stuk geschreven had, hij zich op de hoogte had gesteld, waarom die twee gezinnen in die wagenloods of keet vertoefden, aan wien de schuld lag, dat dit het geval was en op welke wijze hierin verandering was te brengen. • Wat vorm en infooud vanbe'doeld artikel betreft, kan
gerekend' worden te behooren tot de opruiende geschriften en moet de schrijver van het stuk beschouwd worden als volksmisleider, aangezien er halve waarheden worden geschreven en halve waarheid misleiden is. De gezinnen vertoefden in de loods uit vrijen wil. Zij waren er niet toe gedwongen door het gemeentebestuur. Hun was toestemming gegeven hun meubels in de loods te zetten, toen zij uit h u n n e woning gezet waren. Zij wilden echter ook liever in de loods verblijven dan onder den blooten hemel vertoeven. In de gemeente konden zij geen woning verkrijgen, daar geen woning beschikbaar was in de drukte van het badseizoen. De schuld, dat die gezinnen zonder woning waren, lag geheel aan hen. Het gezin van de weduwe Drommel staat zeer ongunstig bekend. Huishuur wordt door hen nooit betaald. Daarom moesten zij vertrekken uit de arbeiderswoningen van de Werliedenvereeniging „Onderjing Hulpbetoon". Het gezin is verregaand onzindelijk en vervuild. Na het vertrek uit de woningen van „Onderling Hulpbetoon", mochten zij eene woning betrekken van den heer Molenaar. Zijn goedheid beantwoordden zij, door het huis bijna geheel af te breken, alles wat brandbaar was te verstoken en zoodanig te bewonen, dat het huis gedurende het verblijf tweemaal door degemeentereiniging moest worden gereinigd.
De heer Mole-naar heeft hen toen wegens huurschuld uit het huis doen zetten, na ongetwijfeld zeer veel lankmoedigheid te hebben betracht. Pogingen door mij tot ontzettinguit de ouderlijke macht hebben gefaald. Om voor dat gezin een arbeiderswoning of noodwoning beschikbaar te stellen is niet mogelijk, daar zij alle bezet zijn en om 'eene noodwoning voor hen te koopen,zou blijk geven van slecht beheer van gemeente-eigendommen, daar de noodwoning hetzelfde lot zou ondergaan als die woning van den heer Molenaar. Het " gezin van De Wid was dakloos, omdat zij hun eigen woning hadden verkocht en door dat hun kinderen een gedeelte van de door hen bewoonde woning verhuurd hadden aan badgasten. Verandering in hun toestand was misschien to brengen geweest door opname der gezinnen in „Ons Huis", welk huis onder beheer staat van Ds. Posthumes Meyjes. De loods is een barak die de gemeente gekocht heeft van het Duitshe Consulaat en welke bestemd was voor ontluizing bij eventueele gevallen van vlektyphus. De barak moest dus niet ontluisd worden. Het was de eenigste overdekteruimte, waarover het gemeentebestuur te beschikken had. Ook hadden zij hun intrek kunnen nemen in de logeerkamer van het politiebureau, welke echter voor beide gezinnen niet voldoende is.
Het ligt echter niet op den weg van het gemeentebestuur om steeds eene gelegenheid te hebben die personen onder dak te brengen, die wegens wanbetalitig, verregaande onzindelijk-
heid en vernieling uit hunne woning worden gezet of die dakloos zijn door winstbejag van hen die cilimeiitatieplichten te vervullen hebben. Na afloop van het badseizoen zal het gezin van G. de Wid intrek kunnen nemen bij de kinderen, terwijl ook getracht zal worden dat het gezin van de wed. Drommel andere huisvesling krijgt b.v. wanneer de Diaconie der N. H. Gemeente daarvoor een van haar woningen beschikbaar stelt in overleg met het gemeentebestuur. Wat betreft het verhuren van woningen door de gemeente, hiervan zegt de .voorzitter dat van de huurders der gemeentewoningen er 83 achterstallig waren met betalen van huur eu waar er bij waren van over de 20 weken. Pe gezondheidscommissie had gerapporteerd over de gezinnen, die in de barak wonen, was in de veronderstelling dat het voor tijdelijk was, en had aangegeven wat geschieden moest om de barak eenigszins bewoonbaar te maken. Hier gevoslde spreker veel voor, want voor dat alles gereed zou zijn voor de noodwoningen, zouden de arbeiderswoningen ook gereed kunnen zijn. De heer Bramson zeide plan gehad te hebben alleen den woningnood te bespreken. Nu zou hij ook spreken over de misleiding, omdat er een persoon werd aangevallen.
In begin van Augustus had hij reeds in het Haarlem's Dagblad en de Volksstem geschreven over den verschrikkelijken toestand, waarin twee gezinnen op „Entos" verkeerden ; ook had hij 111 den Raad erop gewezen. Door B. en W.f werd niets ter verbetering gedaan. Zoodoende is het begrijpelijk dat men krachtiger tracht in te grijpen, Hij protesterde er tegen dat gezegd is dat het stuk van Ds. Posthumus Meyjes opruiend en misleidend is. Hij vond het correct en in de puntjes. Er was niets op af te dingen. Hij had zelf een onderzoek ingesteld naar den verkoop van het huis van de Wid. Dit kwam omdat de hypotheek was opgezegd en dat maakt een groot verschil. Wat van de familie Drommel gezegd was, kou juist zijn, maar het zijn ook meuschen en men moet hen er niet dieper in werken, maar hen er juist bovenop helpen. De logeerkamer van het politiebureau heeft hij gezien. Het stroo en de matrassen op de brits was te vies om aan te raken. Hij kan het zich zeer goed indenken, dat zij liever onder den blooten hemel wilden vertoeven dan daar. Wat de kwestie der kinderen betreft daarin wil hij zich niet verdieperi. De vraag is bij hem alleen hoe kan de volkshuisvesting beter worden.
De Minister doet bij de gemeentebesturen een dringend beroep op de verbetering der volkshuisvesting, die noemt de voorziening "in den woningnood urgent en zegt, dat alle kracht moet worden gericht op den snellen bouw van woningen en als in de ergste nood daardoor niet wordt voorzien, dan moeten er noodwoningen
t e
gebouwd worden. Hij meende Bik dat die toestand hier aanwezig !S is. Als Voorzitter van de Huur- stg cornmissie kon hij mededeelen, i k dat naar zijn oordeel hier spoeT dig meer gezinnen zouden zijn, d die dakloos waren. Het ten 2 achter zijn van h u u r betalen van n gemeente-woningen mocht geen P motief zijn om woningbouw s tégen te houden, ofschoon hij den achterstand treurig vond. r Hij vroeg of het gemeentebestuur > onderzocht had, waardoor dan j dien achterstand ontstaan was. Het is mogelijk dat de loon-" standaard te laag is. Hij hoopte dat B. en W. en den Raad doordrongen waren van den ernst irs van den toestand en dat zij met algemeene stemmen tot den bouw van noodwoningen zouden overgaan. De Voorzitter wilde er op wijzen, dat hetgeen hij gezegd heeft over de misleiding door de Zondagsbode juist is. Er is in verzwegen dat zij wanbetalers waren en dat de huizen werden afgebroken. Het is niet de bedoeling van den Minister dat noodwoningen gebouwd worden voor wanbetalers. Hij vond ook dat de familie Drommel er boven op geholpen moest worden, maar dat is geen werk voor B. en W. alleen, maar ook van een geestelijk herder. Hij zou wel eens willen weten of er Zandvoorters waren, die zelfs een zomerwoning aan die familie zouden willen verhuren, als de huur gegarandeerd werd. Dat de hypoth'eek ,van de -Wid werd opgezegd'k wam,, omdat hij geen rente betaalde.
Er stond f800.— op, maar de f40.— rente werd niet betaald. Misschien kunnen die menschen na het badseizoen worden opgenomen bij hun kinderen, ofschoon daar niets van is medegedeeld. Maar wat moet er gebeuren als van de achterstallige betalers vau de arbeiderswoningen blijkt 1 l dat <niet-betaling van huur moedwil is ? De heer Bramson antwoordde, dat hier de toestand niet mede verbeterd werd en dat het geen verdedigen was door te zeggen brengt ze bij de familie onder ot stopt ze in Ons Huis. In de eerste instantie is de gemeente geroepen om in den woningnood ,te voorzien en dan komen de bouwvereenigingen. Steunt die als zij er zijn maar zoo niet, dan moet worden ingegrepen. De volkshuisvesting eischt verbetering. De menschen kunnen niet blijven waar zij nu zijn. Voor alles is nu noodig noodwoningen aanschaffen. De heer Zwaan zeide hierop dat de schrikbarenden woningnood die er in de gemeente heerschte, hem gedrongen had het voorstel tot directen aankoop van noodwoningen mede in te dienen, niet alleen omdat er nu twee gezinnen onder zeer ongunstige omstandigheden, van alle eerste levensbehoeften verstoken, in een omgeving van varkens en vuil zijn onderdak gebracht, doch ook het feit dat nog tallooze arbeidersgezinnen in onze gemeente in onbewoonbare krotten — op zolders zelfs op zolders van pakhuizen
..il