Bijlage bij beantwoording 3 - Schriftelijke beantwoording vragen Sociaal Hoorn VVD en Fractie Tonnaer
Tekst van het document
Gemeente Hoorn
Sociaal Hoorn, de heer J. van der Veer VVD, de heer C. de Meij Fractie Tonnaer, de heer R. Tonnaer
Nieuwe Steen 1 Postbus 603 1620 AR Hoorn T 0229 25 22 00 www.hoorn.nl Contactpersoon Tony Mantel Zaaknummer: 1856452
Hoorn, 29 april 2021 Onderwerp: Schriftelijke beantwoording vragen Sociaal Hoorn, VVD en Fractie Tonnaer Locatiekeuze IKEC
Beste heer Van der Veer, De Meij en Tonnaer, U heeft gevraagd tijdens de informatie bijeenkomst van afgelopen 16 april de ingediende vragen ook schriftelijk te beantwoorden. Met deze brief verstrekken wij u deze antwoorden. In het kader van de gelijke informatievoorziening worden de vragen en antwoorden met de hele raad gedeeld. Beantwoording vragen over het onderwerp IKEC Vraag: 1. Reserve: We lezen in het voorstel dat er een reserve van ca. 8 miljoen is. Het verloop van de reserve op blz. 249 is opgenomen onder tabel 102. In de beantwoording (op vragen van de VVD) staat dat het bedrag van € 7,97 miljoen niet expliciet is terug te vinden. Nodig is: a. Uitleg over de beantwoording op de vragen van de VVD, zodat via cijfers duidelijk wordt waar dit bedrag in de begroting staat en hoe dit bedrag is opgebouwd. Waar worden deze stortingen uit gedaan? Waar is dit opgenomen in de Begroting? Graag inzicht hoe deze stortingen oplopen tot de ca 8.000.000€. Hoe ziet het meerjarenverloop van deze reserve er uit? In de begroting staat een bedrag van € 1.005.000. We missen dus nog een aanzienlijk deel? Antwoord: Het (oorspronkelijke) investeringsbedrag (voor het schoolgebouw) van 8 miljoen euro is niet één op één aan te sluiten met de Begroting. Dat komt doordat deze investering wordt gekapitaliseerd over een afschrijvingstermijn van 40 jaar tegen een omslagrente van 0,5%.
De jaarlijkse kapitaallasten van deze investering worden onttrokken aan de reserve onderwijshuisvesting PO en (V)SO. Tegenover de onttrekking staat vanaf 2021 een jaarlijkse storting van 366.275 euro (daarover heeft de gemeenteraad besloten op 13 december 2016) ter dekking van de kapitaallasten van alle huisvestingsopgaven voor de 1e tranche 2020-2024 van het IHP. Wij verwijzen u daarvoor naar het bijgevoegde verloopoverzicht van de reserve onderwijshuisvesting PO en (V)SO en het daaraan ten grondslag liggende dekkingsplan.
1/14
Het in de Begroting 2021 gepresenteerde bedrag van 1,005 miljoen euro betreft uitsluitend de jaarschijf 2021 van de reserve. Voor het meerjarig inzicht in de reserve verwijzen wij u naar het bijgevoegde verloopoverzicht. De daarin gepresenteerde beginstand van 991.243 euro wijkt marginaal af van de in de Begroting 2021 gepresenteerde beginstand van 1,005 miljoen euro. Dit wordt verklaard door afsluitende boekingen in de Jaarrekening 2020. De in de Begroting 2021 gepresenteerde dotaties en onttrekkingen (exclusief de claims) sluiten wel aan met de jaarschijf 2021 van het verloopoverzicht van de reserve. b. Graag aansluiting tussen het vastgestelde IHP (graag beschikbaar stellen) en reserve onderwijshuisvesting zodat zichtbaar wordt welke kapitaallasten gedekt moeten worden door de reserve en hierbij specifiek inzichtelijk maken welk deel er voor het IKEC beschikbaar is en voor de overige scholen. Antwoord: De aansluiting van de investeringsbedragen met het door de gemeenteraad op 30 juni 2020 vastgestelde IHP staat in het bijgevoegde dekkingsplan, dat ten grondslag ligt aan de reserve onderwijshuisvesting PO en (V)SO. Daarbij is, conform raadsbesluit, uitgegaan van het scenario ENG (Energie Neutraal Gebouw). Ook staan daar de gehanteerde afschrijvingstermijnen en het gehanteerde percentage omslagrente vermeld, waarbij is uitgegaan van lineaire afschrijving.
Daarnaast wordt er rekening gehouden met bijdragen van schoolbesturen voor de meerkosten van BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) naar ENG. De wetgeving staat toe dat uitsluitend voor dit onderdeel schoolbesturen mogen bijdragen in de onderwijshuisvesting. Voor de extra investeringskosten van BENG naar ENG is overigens de annuïtaire afschrijvingsmethodiek gehanteerd, zodat er sprake is van jaarlijks gelijke bedragen. Bij een lineaire benadering zou er sprake zijn van een relatief hoog startbedrag dat jaarlijks afneemt. Dat is niet logisch, omdat de schoolbesturen jaarlijks immers een gelijk bedrag besparen op hun energiekosten. Het op 30 juni 2020 vastgestelde IHP is als bijlage bij deze beantwoording gevoegd. Op het IHP ligt een geheimhoudingsverplichting, welke dus ook geldt voor de toegevoegde bijlage. c. Op 27 juni 2016 is er een amendement aangenomen om €147.000 structureel te reserveren voor het IKC Risdam-Noord. Maak inzichtelijk dat deze 147.000 in de reserve is opgenomen. Mocht dit niet lukken, wat is hiervan de reden en is de raad hiervan op de hoogte gebracht?
Antwoord: Het onderwerp IKC Risdam-Noord staat nog steeds bij de ruimtevragers. Het begrotingssaldo waar in de gemeenteraad steeds over wordt gesproken, bestaat uit het saldo van uitgaven en inkomsten van de begroting PLUS de lasten van de ruimtevragers die op geld zijn gezet. Het IKC Risdam-Noord is onderdeel van de ruimtevragers. Als de gemeenteraad de begroting vaststelt met een bepaald saldo, zitten de lasten van de genoemde ruimtevragers daar dus al in. Ofwel: het geld is dan al geregeld. De definitieve vrijgave van het bedrag wordt gevraagd via een afzonderlijk raadsvoorstel over dat onderwerp. In het raadsvoorstel staan dan de uitkomsten van de wensen van de gemeenteraad, een programma van eisen en de planning, etc. In het verloopoverzicht van de reserve is overigens al wel rekening gehouden met bovengenoemde ruimtevrager voor het IKC Risdam-Noord.
2/14
d. We zien dat er jaarlijks stortingen gedaan worden in de reserve PO. Welk deel van de dotatie is vanuit het gemeentefonds bestemd voor de PO-scholen en welk deel is hiervoor specifiek voor het IKEC? In de beantwoording op vragen van de VVD eerder staat namelijk dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft voor onderwijshuisvesting, geld krijgt vanuit het gemeentefonds en deze bedragen inzet ter dekking van de huisvestingslasten.
Antwoord: Er wordt een relatie gelegd tussen de storting in de reserve PO en geld dat vanuit het gemeentefonds wordt ontvangen voor onderwijshuisvesting. Die rechtstreekse relatie is er niet. Bij de decentralisatie van de onderwijshuisvesting voor het voortgezet onderwijs is destijds onderzocht welke bedragen Hoorn uitgaf aan onderwijshuisvesting. Daarbij is ook specifiek gekeken naar de lasten voor het voortgezet onderwijs. De lasten voor onderwijshuisvesting als geheel kwamen nagenoeg overeen met het bedrag dat Hoorn ontving in het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting. Daarmee kan gezegd worden dat de ontvangen bedragen ook volledig ingezet zijn als dekking van de onderwijshuisvestingslasten. Hoorn ontvangt nog steeds via het gemeentefonds geld voor de onderwijshuisvesting voortgezet onderwijs. Dat bedrag wordt doorbetaald aan de Stichting Onderwijshuisvesting Hoorn (SOHH) én aan de School voor Persoonlijk Onderwijs (Ida Gerhardt). Daarnaast is er een onderhandelingsresultaat geweest dat Hoorn uit het begrotingsresultaat nog eens 450.000 euro structureel bijdraagt bovenop die gelden. De rest van het geld dat dan voor onderwijshuisvesting in het gemeentefonds wordt ontvangen, moet aan het primair en voorgezet speciaal onderwijs worden betaald.
Er is dus geen één-op-één koppeling, maar uit het eerdergenoemde onderzoek bleek dat Hoorn het ontvangen bedrag ook volledig uitgeeft aan die onderwijshuisvesting. De ontvangen middelen worden nu dus ingezet voor de investeringen die in het verleden zijn gedaan. Terwijl er nu nieuwe investeringen aankomen. Daarom 'sparen' we al enkele jaren de vrijval van kapitaallasten, die we storten in de reserve IHP. Doen we dat niet, dan vallen die kapitaallasten vrij in het begrotingsresultaat. Door de vrijval van kapitaallasten te 'sparen', blijven die gelden ook beschikbaar voor onderwijs(huisvesting). Hiertoe heeft de gemeenteraad op 13 december 2016 besloten. e. We begrijpen dat we geld krijgen vanuit het Rijk voor de 450 kinderen (per kind € 383) ad € 170.000. Waar in de dekking wordt met dit bedrag rekening gehouden en waar is deze bijdrage vanuit het Rijk voor bedoeld? Antwoord: Zoals uit het vorige antwoord blijkt, is er geen directe koppeling tussen de dekking van het voorliggende voorstel en de bijdrage vanuit het Rijk. Er wordt dus geen rekening gehouden met een bijdrage uit het gemeentefonds bij de dekking van het voorstel. In zijn algemeenheid is het geld uit het gemeentefonds via de algemene uitkering vrij besteedbaar. Het geld voor de leerling (V)SO is dus voor het ministerie principieel ter dekking van alle uitgaven in de begroting.
Er zit daarom ook geen directe koppeling tussen het geld dat Hoorn ontvangt per leerling en de kosten die Hoorn maakt per leerling. Bij de verdeling van de pot met geld (gemeentefonds) is gekeken met welke maatstaven het bedrag uit het gemeentefonds het beste over alle gemeenten verdeeld kan worden. Een van de maatstaven is leerlingen (V)SO. Landelijk is dus gebleken dat de gemeenten daaraan allerlei kosten maken. De bijdrage is dus niet specifiek terug te rekenen naar een partje voor onderwijshuisvesting. De bijdrage is ook bedoeld voor bijvoorbeeld de kosten voor het terugdringen van verzuim of onderwijsachterstanden. Het is een algemene bijdrage per leerling (V)SO. Het is ook niet te zeggen of dat bedrag per leerling voldoende is voor Hoorn omdat het een landelijk genormeerd bedrag is, waarbij de gemeente vrij is hoe zij haar eigen (onderwijs- of ander) beleid invult en betaalt.
3/14
Vraag: 2. Ruimtevragers: a. In de begroting staat hierbij het volgende: Er is een aantal…let wel: met de lasten van de ambities houden we wel rekening, maar ze zijn nog niet in de begroting verwerkt. Graag een toelichting wat hier nu staat en wat zegt dit over de uitspraak van de wethouder tijdens de commissie dat de raad hier al een besluit over heeft genomen? Antwoord: Als de gemeenteraad in de begroting spreekt over het begrotingsresultaat, is dat een totaal van 1. enerzijds de begroting in de administratie, en 2. anderzijds de lasten van de ambities (ruimtevragers). Beide tellen bij elkaar op tot het begrotingsresultaat. Als de gemeenteraad de begroting vaststelt, stelt zij het begrotingsresultaat dus vast inclusief de lasten van de ambities/ruimtevragers. Met de lasten van die ambities wordt wel rekening gehouden als er bijvoorbeeld een bezuinigingsopdracht gemaakt moet worden, maar die lasten moeten via een afzonderlijk raadsvoorstel nog in de begroting worden verwerkt. In andere woorden: de ruimtevragers zijn onderdeel van het begrotingssaldo. Als de raad de begroting vaststelt (of via de Kadernota een gewijzigde begroting vaststelt), dan zijn daarmee de financiën voor het onderwerp van de ruimtevragers geregeld. De uitspraak van de wethouder dat de raad reeds heeft besloten om deze middelen te reserveren voor het IKEC, klopt dus.
De definitieve vrijgave van ruimtevragers moet met een raadsvoorstel worden gedaan. In dat raadsvoorstel wordt dan preciezer vastgelegd waar het geld aan wordt uitgegeven, wanneer de uitgaven starten, etc. b. In het voorstel herijking IHP PO wordt een bedrag genoemd van €645.000 per jaar. Dat is een verschil met de €520.000 die opgenomen is vanaf 2024. Hoe komt dit bedrag met dit verschil in de begroting? Het raadsbesluit geeft namelijk €645.000 aan. Antwoord: De verlaging van het bedrag (van 645.000 euro naar 520.000 euro) komt door temporisering. Bij het bedrag van 645.000 euro per jaar was nog uitgegaan dat zowel het IKEC als de nieuwbouw voor de Spinaker in 2021 zouden worden opgeleverd. Dit blijkt in de praktijk niet haalbaar. De actuele planning van de werkzaamheden is dus aangepast in de reserve en dat leidt tot een lagere benodigde storting. De bovengenoemde ruimtevrager heeft betrekking op de 2e tranche van het IHP. De 1e tranche 20202024) is volledig gedekt binnen de reserve. Voor de 2e tranche van het IHP wordt nog een afzonderlijk voorstel aan uw raad voorgelegd. Het bedrag van 520.000 euro stond per abuis nog in de werkversie van de Begroting die in de gemeenteraad is besproken. Bij de behandeling van het IHP in de raadscommissie, waren er twijfels over het beslispunt over de ruimtevrager vanaf 2024.
De gemeenteraad heeft op 20 juni 2020 dan ook besloten de ruimtevrager nog niet op te voeren, bij de integrale afweging op dat moment. In de definitieve versie van de Begroting 2021 (Begroting 2021 op Hoorn.nl) is daarom de ruimtevrager uit de lijst gehaald. c. Op bladzijde 211 is in de begroting een bedrag opgenomen van € 520.000 voor aanmelding IHP. Graag onderbouwing van dit bedrag in aansluiting bij het IHP. Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 2b.
4/14
Vraag: 3. Reserve begroting 2021 a. Op bladzijde 257 wordt er steeds een storting gedaan van €366.275. Waar wordt dit bedrag in gestopt? In de Reserve Toekomstplan huisvesting PO? Waar kunnen we dat bedrag dan terugvinden? Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 1a. b. Komt deze storting in de reserve toekomstplan Huisvesting PO uit de begroting en zijn we dan jaarlijks meer kwijt dan de €517.000? Antwoord: De structurele storting van 366.275 euro wordt vanuit de Begroting gestort in de reserve onderwijshuisvesting PO en (V)SO. De storting is bestemd voor de dekking van de kapitaallasten van alle huisvestingsopgaven in de 1e tranche van het vastgestelde IHP. De bestaande ruimtevrager van 517.000 euro is uitsluitend voor het IKEC bedoeld. Het gaat om de meerkosten van de investering IKEC voor de grondkosten (rente), het onderwijsgebouw, de 3 sportzalen en de exploitatielasten van de sportzalen. Daarover bent u geïnformeerd via de geheime financiële bijlage, behorende bij het raadsvoorstel “Locatiekeuze IKEC”. In het consultatieoverleg van enkele fracties met ambtenaren op vrijdag 16 april is nog gevraagd waarom de sportzalen niet in de oorspronkelijke raming waren opgenomen. Dit bleek een omissie in het Toekomstplan, dat op 13 december 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld.
Deze omissie (het bouwen van benodigde sportzalen bij de opgaven voor onderwijshuisvesting) is hersteld in het door uw raad op 20 juni 2020 vastgestelde IHP. Bij de vaststelling van het IHP is niet afzonderlijk meer ingezoomd op de sportzalen van het IKEC, omdat daarvoor (op het moment van vaststelling van het IHP) al een afzonderlijke ruimtevrager in de Begroting was opgenomen. Vraag: 4. Regiobijdrage a. Er komen van de 450 leerlingen 150 kinderen uit de regio. We maken een regionale school. Nu krijgen de andere gemeenten via het gemeentefonds geld wat ingezet zou mogen worden voor de realisatie van deze school (maatstaf jongeren, omgevingsdichtheid, lage inkomens, oppervlakte land, enzovoort, zie ook de beantwoording op vragen van de VVD eerder). Graag een inhoudelijke discussie hierover. Antwoord: U suggereert dat andere gemeenten geld krijgen voor leerlingen (V)SO, waarbij Hoorn de kosten voor de school heeft. Uw aanname is niet juist. De gemeente krijgt via de algemene uitkering uit het gemeentefonds een bedrag per leerling (V)SO die speciaal onderwijs volgt in de gemeente. De gemeente krijgt dus geld voor elke leerling (V)SO op heen Hoornse school, ongeacht waar die leerling woont. Het is dus niet fair om van een andere gemeente geld te vragen uit deze bijdrage per leerling (V)SO, omdat die andere gemeente geen geld ontvangt voor een leerling die in Hoorn op school zit.
Er komen inderdaad 150 van de 450 leerlingen uit de regio. In de vraagstelling staat dat andere gemeenten geld krijgen via het gemeentefonds voor deze kinderen. Dat is onjuist geformuleerd, de gemeente Hoorn krijgt juist geld voor deze 150 leerlingen via het gemeentefonds.
5/14
b. Is er een voorspelling gemaakt over het aantal kinderen dat gebruik gaat maken in de toekomst? Antwoord: De voorspelling is dat in de toekomst 450 leerlingen gebruik gaat maken van het IKEC. Deze voorspelling komt van het samenwerkingsverband West-Friesland. In 2014 is de Wet passend onderwijs ingevoerd. Een van de doelstellingen van passend onderwijs is dat meer zorgleerlingen op de reguliere scholen blijven. De eerste jaren gingen er ook inderdaad minder leerlingen naar het speciaal onderwijs. Daarna is het speciaal onderwijs weer gegroeid. Een van de mogelijke verklaringen voor deze groei is dat sommige reguliere scholen de zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften toch niet aankunnen. De E van IKEC staat voor expertise centrum, deze functie is mede bedoeld om expertise te bieden aan de reguliere scholen. Integraal onderdeel van het concept is dat kinderen zoveel als mogelijk onderwijs krijgen binnen een reguliere school en aanvullende ondersteuning krijgen vanuit deze expertise functie. Vanuit de visie van het IKEC is groei niet wenselijk, maar omdat ontwikkelingen in de toekomst zich niet volledig laten voorspellen is op de voor het IKEC toebedeelde kavel ruimtelijk rekening gehouden met een eventueel toekomstige uitbreiding. De consequenties voor financiën en de parkeeropgave zijn nog niet in beeld gebracht. c.
Zijn de kinderen uit de regio verplicht om naar dit IKEC te gaan? Hoeveel kinderen uit Hoorn en de regio maken gebruik van het speciaal PO en VO en doet dat in een andere regio? Zijn er afspraken over in de regio? Antwoord: Kinderen zijn niet “verplicht” om gebruik te maken van het IKEC. Er is in Nederland sprake van vrije schoolkeuze. Wel is het zo dat wanneer een kind een speciale onderwijsbehoefte heeft, een reguliere basisschool hier veelal niet in kan voorzien. In dat geval verwijst naar een passende (speciale) onderwijsvoorziening. Er zijn speciale scholen voor kinderen met fysieke beperkingen, hersenletsel, blindeninstituten en scholen voor kinderen met een ondersteuningsbehoefte m.b.t. gedrags- en leermoeilijkheden. Het IKEC valt in de laatste categorie. 100 kinderen uit Hoorn maken gebruik van het speciaal PO en VO in een andere regio. Voor de meeste van deze 100 kinderen is de specifieke passende voorziening niet beschikbaar in de gemeente Hoorn. d. Is het huidige aantal kinderen dat gebruik maakt van het IKEC 450? Kan het zijn dat er meer kinderen na het in gebruik nemen van het IKEC zich aanmelden? (Aantrekking vanuit de regio) Is rekening gehouden met groei in het huidige gebouw, hoeveel groei? Antwoord: Er maken nu iets meer dan 450 leerlingen gebruik van de scholen die samen het IKEC vormen.
Aantrekkingskracht door nieuwbouw werkt voor het speciaal onderwijs anders dan voor het reguliere onderwijs. Er zijn slechts een aantal voorzieningen in de regio aanwezig en over het algemeen kiezen ouders voor de dichtstbijzijnde of specifiek passende voorziening De vraag over groei is beantwoord bij 4b. e. Is er een vereiste ratio m2 en leerling? Of tussen m2 en leerkracht? Zo ja, hoe is deze toegepast?
6/14
Antwoord: Ja, in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs is vastgelegd hoeveel vierkante meter per leerling nodig is. Voor 450 leerlingen (speciaal onderwijs) komt de berekening uit op 4.488 m2 bruto vloeroppervlakte. De benodigde ruimten voor het onderwijsdeel van het IKEC passen binnen deze ruimtelijke kaderstelling. Vraag: 5. Vrijval a. Door de komst van een IKEC/IKC komen een aantal locaties vrij. Welke locaties zijn dit? Welke bedragen vallen vrij? Waar wordt deze vrijval nu ingezet? Antwoord: Het betreft de locaties voor speciaal basisonderwijs: Wilhelminalaan 1, Eikstraat 36, Abbingstraat 1A, Scheerder 2, en de Tweeboomlaan 102A Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u tevens naar bijlage 1 Opsomming gebeurtenissen en bijlage 2 (Geheim) Business case IKEC bij het raadsvoorstel, waarin we hebben aangegeven: In de businesscase voor het IKEC wordt geen rekening gehouden met de achterblijvende schoollocaties van het IKEC. Twee achter te laten locaties, te weten Eikstraat 36 en Abbingstraat 1A, maken onderdeel uit van reeds lopende plannen voor IKC binnenstad. De overige drie locaties zijn nog niet geconcretiseerd als te ontwikkelen locaties. De verwachting is dat dit zelfstandige grondexploitaties worden. Afhankelijk van de invulling van deze locaties, is het de vraag of daar een positief incidenteel resultaat te behalen valt.
Een restant boekwaarde leidt tot een lager resultaat. b. Eerder konden we lezen dat de boekwaarde bij een locatie is blijven staan. Hoe hoog is deze en wat is de afweging deze niet af te waarderen?
Antwoord: De boekwaarde is al eerder aan u kenbaar gemaakt: Achterblijvende IKEC locaties Wilhelminastraat 1 Eikstraat 36
Boekwaarde toelichting 31-12-2022 498.406 4.907 achtergelaten locatie is onderdeel van plannen IKC binnenstad
Abbingstraat 1A
0 achtergelaten locatie is onderdeel van plannen IKC binnenstad
Scheerder 2
0
Tweeboomlaan 102A
0
Er is nu (nog) geen besluit over de achterblijvende gebouwen: ze worden (nog) niet verkocht of gesloopt. Als er sprake is van een herontwikkeling of verkoop van gebouwen dan wordt de boekwaarde op dat moment verrekend in een grondexploitatie dan wel met een te behalen verkoopresultaat. Maar vooralsnog blijven de achter te laten schoolgebouwen de komende jaren dus nog in gebruik bij de organisaties.
7/14
Verder is een wijziging in de waardering (afwaardering) tussentijds pas aan de orde op het moment dat de marktwaarde lager is dan de boekwaarde. Zolang dat niet aan de orde is wordt normaal afgeschreven bij deze locaties. c. Grond houdt altijd zijn waarde, waarom is de boekwaarde op € 0 gesteld? Antwoord: We kunnen deze vraag niet goed plaatsen in het licht van de locatiekeuze IKEC. Er worden immers afzonderlijk grondkosten geactiveerd voor 2.843.000 euro, waarover niet wordt afgeschreven. Waarschijnlijk doelt u op de boekwaarden onder vraag 5b. Wat in zijn algemeenheid geldt, is dat de grond inderdaad zijn waarde houdt. En in de Hoornse staat van activa kunt u terugzien dat er niet wordt afgeschreven op grond. Dus die behoudt zijn waarde. Voor de goede orde: de boekwaarde wordt niet op nul euro 'gesteld'. De boekwaarde volgt uit een afschrijvingsschema en eindigt als het laatste afschrijvingsbedrag is geadministreerd. Dan resteert er een boekwaarde van nul euro. Volgens de boekhoudregels moest tot 2004 op alle activa worden afgeschreven, ook grond. Daarna zijn de regels veranderd en mag er niet meer op grond worden afgeschreven. De conclusie is dan dat de bij vraag 5b genoemde boekwaarden al vóór verandering van de regelgeving op nihil stonden. Vraag: 6. IHP Uit de beantwoording blijkt dat we elders ook nog een IKC willen realiseren.
Bij het opbouwen van het IHP lezen wij uit de eerdere beantwoording dat de beschikbare middelen kaderstellend zijn. a. Welke middelen hebben we als Raad hiervoor beschikbaar gesteld en waar staan deze in de begroting? Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 1a en 1b. b. We lezen dat we 2 scholen in de binnenstad gaan renoveren tot een IKC. Wanneer heeft de Raad hier een besluit over genomen en waar is dit opgenomen in het IHP? Welke ruimte ontstaat er ter dekking voor het huidige voorstel? Antwoord: Beide projecten zijn als 'IKC Maria' en 'IKC Montessori' onderdeel van het door de gemeenteraad op 20 juni 2020 vastgestelde IHP (zie ook beantwoording vraag 1b). De ontwikkeling bevindt zich in de onderzoeksfase en besluitvorming over deze projecten vindt op een later moment plaats. Bij het onderzoek is deels sprake van renovatie, namelijk integratie in een monumentaal pand. Het toerekenen van ‘winsten’ uit deze grondexploitatie aan eventueel een andere locatie (bijvoorbeeld IKEC) is op dit moment nog te prematuur. Bovendien moeten die veronderstelde ‘winsten’ in werkelijkheid nog wel gerealiseerd worden. c. Is er binnen de bestaande reserve voor deze 2 scholen in de binnenstad voldoende geld om te renoveren en hoeveel geld is er nog beschikbaar vanuit de reserve onderwijs voor de overige scholen?
8/14
Antwoord: Ja. Voor verdere onderbouwing van deze vraag verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 1a en 1b. d. Welke knelpunten zijn er rondom het huidige IHP? Antwoord: De stijging van bouwkosten door marktwerking is een financieel risico voor het vastgestelde IHP. Daarnaast zijn de binnenstad projecten afhankelijk van de realisatie van het IKEC. Vertraging bij het IKEC leidt tot vertraging bij de binnenstad projecten. e. We hebben bij de herijking van het IHP gekozen om van Bijna Energie Neutraal (BENG) naar Energie neutraal (ENG) te gaan. Wat zou het ongeveer schelen als we weer terug gaan naar BENG? Antwoord: Het teruggaan van ENG naar BENG heeft voor de gemeente geen financiële consequenties. Het levert de gemeente niets op en het kost de gemeente ook niet extra. De gemeente financiert namelijk al op het niveau BENG. De meerkosten naar het niveau ENG worden in rekening gebracht bij de schoolbesturen, omdat wordt verondersteld dat de schoolbesturen bij het niveau ENG een besparing realiseren op hun energiekosten. f.
Bestaat er een mogelijkheid om als gemeente een IKEC-gebouw neer te zetten en alleen te voldoen aan het bouwbesluit en eventuele wettelijke vereisten? Wat zou het verschil zijn tussen de kosten BENG/ ENG en het gebouw bouwen volgens het bouwbesluit?
Antwoord: BENG is een wettelijk vereiste conform bouwbesluit. In het vastgestelde IHP is overeengekomen dat de schoolbesturen de meerkosten naar het niveau ENG voor hun rekening nemen. De meerprijs tussen BENG en ENG is ca. 151 euro per vierkante meter. Dit is het bedrag dat in het IHP is aangehouden. De duurzaamheidsambitie voor het IKEC is BENG en gasloos, dat is iets minder vergaand dan ENG. Stichting Trigoon heeft aangegeven deze meerkosten te willen bekostigen. Op dit moment is een mogelijk voordeel nog niet te kwantificeren. g. Dit energieniveau scheelt de school veel kosten. Betalen ze mee aan deze verduurzaming? Stichting Trigoon heeft een eigen vermogen van 10,5 miljoen in 2019. Antwoord: In het vastgestelde IHP is overeengekomen dat de schoolbesturen de meerkosten naar het niveau ENG voor haar rekening nemen. Trigoon heeft aangegeven deze meerkosten te willen bekostigen. h. Naast lagere energielasten zullen er ook lagere onderhoudskosten zijn vanwege de duurzaamheid van het gebouw. Welke besparing levert dit op in beheer en onderhoud? Antwoord: Een duurzaam gebouw heeft geen lagere onderhoudskosten. Op onderhoud van materialen kan mogelijk bespaard worden. Deze besparing weegt niet op tegen de onderhoudskosten van de installatietechnische voorzieningen die in een duurzaam gebouw nodig zijn.
9/14
i.
Op “Hoe rijk is mijn schoolbestuur” wordt geschreven dat Stichting Trigoon ongeveer 10 miljoen eigen vermogen heeft. Het noodzakelijk eigen vermogen is 3,5 miljoen. Is er met het schoolbestuur gesproken over meefinancieren van het IKEC (zowel op de wettelijke als op de niet wettelijke taken)?
Antwoord: Stichting Trigoon heeft aangegeven de meerkosten tussen BENG en ENG te willen bekostigen. Wettelijk mag een schoolbestuur niet investeren in een schoolgebouw. Zij mogen alleen investeren in duurzaamheidsmaatregelen die gedurende de exploitatie periode terugverdiend kunnen worden. Vraag: 7. Woningbouw a. Kan er een indicatie gegeven worden wat de opbrengst op de vrijgekomen locaties Wilhelminalaan 1, Eikstraat 36, Abbingstraat 1A, Scheerder 2, en de Tweeboomlaan 102A zijn wanneer de keuze sociale huurwoningen/middelduur/duur is? Antwoord: Zie ook het antwoord op vraag 5 a en b. Twee locaties maken deel uit van IKC binnenstad ontwikkelingen, de overige drie locaties zijn nog niet geconcretiseerd als te ontwikkelen locaties. Nader onderzoek naar opbrengsten valt buiten de opdracht en is niet onderzocht. b. We willen in plaats van 140 woningen (sociaal en middelduur) een Knarrenhof realiseren. Hoeveel van dit soort appartementen hebben we nodig om de dekking te vinden gelijk als het huidige voorstel. Daarmee doen we ook recht aan de oproep van de ouderen raad en anderzijds voorkomen we extra verkeerdrukte (vergroten draagvlak wijk en daarmee snelheid van realisatie IKC). Antwoord: Een Knarrenhof is een ander woningbouwconcept dat gevolgen heeft voor het stedenbouwkundige inpassing en de parkeeropgave.
Het plan kan niet zonder nader onderzoek zo maar ingepast worden, in plaats van het huidige woningbouwprogramma. Financieel is globaal een doorrekening gemaakt, gebaseerd op de beschikbare financiële informatie van het in voorbereiding zijnde Knarrenhof aan de Dovenetel. Om goed te maken wat nu in de businesscase is opgenomen is een bedrag van circa nodig. Met een Knarrenhof, volgens het concept zoals in de Dovenetel met diverse hofjes, is onderstaand resultaat berekend.
euro
10/14
Desgevraagd hebben de partners aangegeven hiervoor open te staan, omdat zij zich realiseren dat de financieel moeilijke tijden erom vragen tot het uiterste te zoeken naar eventuele mogelijkheden tot versobering. Eventueel afschalen naar twee sportzalen is één van de zeer weinige mogelijkheden voor die versobering. Voor de realisatie van de sportzalen is een budget is . Dit komt neer op een bedrag . Dit budget is voor 3 sportzalen. Als we eenvoudig het bedrag per sportzaal uitrekenen komen we uit op . Het vervallen van 1 sportzaal met nevenruimten van totaal zou echter een besparing opleveren . Het verschil is te verklaren doordat: - De footprint (het bebouwde oppervlak) gelijk blijft, wat niet wijzigt zijn kosten voor: o De fundering, deze wordt wellicht iets lichter maar is verwaarloosbaar. o Het dak. - Vaste componenten die hoe dan ook gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld voor de installaties. - Het geveloppervlak kleiner wordt, maar deze is niet evenredig aan de m2 bvo die vervallen. Ontwerptechnisch bevinden de zalen zich in het volume van het gebouw. - De bijkomende kosten van 26% ook niet volledig gereduceerd kunnen worden met het aantal m2. Over de bezuiniging op de bouwkosten is geen 26% bijkomende kosten gerekend, maar 20%. Het voortgezet onderwijs heeft net als het primair onderwijs een wettelijke taak om bewegingsonderwijs te geven.
Stichting onderwijshuisvesting Hoorn (SOHH) realiseert deze zalen, zodat leerlingen in het voortgezet onderwijs bewegingsonderwijs kunnen krijgen. Gemeente Hoorn heeft de taak om voldoende capaciteit, op loopafstand, te realiseren voor het primair en speciaal onderwijs. Het voordeel dat de gemeente heeft als eigenaar van de sportzalen is dat de zalen in de avond en het weekend beter beschikbaar zijn voor de inwoners van Hoorn. Nadeel is dat de gemeente verantwoordelijk blijft voor de exploitatie, het beheer en het onderhoud van de zalen. c. Als we de parkeerplaatsen niet gaan realiseren, wat besparen we dan aan krediet? Antwoord: Deze vraag is beantwoordt bij 8b. d. Als hier woningbouw komt met een Knarrenhof, wat levert dit dan op in de grondexploitatie? Antwoord: Het antwoord is gegeven bij vraag 7b. e. Is het gezien de toekomstige ontwikkelingen Vredehofstraat verstandig om tot een integrale afweging te komen gezien de sporthallen? Lees, is een toevoeging van tribune sportcafé met schoonmaak een optie voor deze locatie? Genoeg parkeerplaatsen in de omgeving in het weekend en ’s avonds. Een Integrale afweging lijkt echt nodig. Antwoord: Er is een integrale afweging gemaakt. Een aantal sporten vraagt om 3 zaaldelen geschakeld tot grote sporthal en andere sporten vragen om kleinere zalen. Binnen de gemeente Hoorn is voldoende capaciteit van grote zalen met tribune beschikbaar.
Aanvulling op deze capaciteit is niet nodig.
13/14
Vraag: 10. Stukken geheim Waarom zijn er stukken geheim? Veel informatie staat al in de stukken en in de begroting. Wat is de toegevoegde waarde hiervan? Antwoord: Op de financiële stukken zit geheimhouding in verband met het toekomstig inkoop- en aanbestedingstraject. De kapitaallasten voor het IKEC zijn openbaar en staan ook genoemd in openbare stukken en de begroting. Vraag: 11. Exploitatieoverzicht zie voorbeeld Opmeer Graag een opzet van de exploitatie (investeringen, afschrijvingen incl. jaren, en de dekking, bijdrage vanuit het Rijk, algemene middelen, bijdrage school. Antwoord: Het project IKEC is eigenlijk niet te vergelijken met het voorbeeld van Opmeer, omdat naast de realisatie van een IKEC ook een grondexploitatie wordt geopend voor omliggende woningbouw. Wij hebben desondanks een opzet conform de opzet van Opmeer gemaakt, die u als (geheime) bijlage aantreft. Vraag: 12. Gecombineerd gebruik binnensportaccommodaties In de bijlage zit een voorstel van het college. Hierin staat op blz. 4 “gecombineerd ruimtegebruik van binnensportaccommodaties…is niet haalbaar gebleken.” Deze optie is daarom gekenschetst als onuitvoerbaar en daarom niet opgenomen in dit voorstel. Op de vraag van de heer Bennis en ondergetekenden gaf de wethouder nu een heel ander antwoord. Graag helderheid tijdens ons overleg hierover.
Antwoord: In de bijlage 1 van het Onderzoeksrapport, “Onderbouwing gecombineerd ruimte gebruik Sport en IKEC” is hier uitgebreid op ingegaan. Gecombineerd en geïntegreerd ruimtegebruik is niet haalbaar gebleken omdat de doelgroepen onverenigbaar zijn. Volgtijdelijk ruimtegebruik, waarbij verenigingen na schooltijd en in het weekend gebruik maken van de binnensportruimten is altijd uitgangspunt geweest. Met andere woorden ‘gecombineerd ruimtegebruik’ en ‘volgtijdelijk ruimtegebruik’ verschillen fundamenteel van elkaar. Het antwoord van de wethouder was dus volledig congruent met de feiten.”
Met vriendelijke groet,
Samir Bashara, wethouder
14/14