CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

BIjlage 9 b_NL.IMRO.0405.BPBOfase5azuid-ON01_NL2264880026920434

Gemeenteraad 25 oktober 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Ruimtelijke procedures Bangert en Oosterpolder fase 5a zuid (1913022)23.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Projectnummer: 51003616 Referentienummer: NL22-648800269-20434 Datum: 30-03-2022

Verkennend bodemonderzoek De Strip 5A & 5B, Hoorn

Definitief

Opdrachtgever: Exploitatiemaatschappij WestFriesland

Sweco Robijnstraat 11 1812 RB Alkmaar Postbus 214 1800 AE Alkmaar Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Alkmaar Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Hilke van den Berg Adviseur Bodem en Ondergrond T +31 88 811 5631 M +31 6 20633462

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

1.1

Algemeen ................................................................................................................. 5

1.2

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 5

1.3

Opbouw van het rapport .......................................................................................... 5

2

Vooronderzoek....................................................................................................... 6

2.1

Algemeen ................................................................................................................. 6

2.2

Onderzoekslocatie ................................................................................................... 6

2.3

Historisch bodemgebruik ......................................................................................... 7

2.4

Bekende bodemkwaliteitgegevens .......................................................................... 8

2.5

Resultaten locatiebezoek ...................................................................................... 10

2.6

Conclusies vooronderzoek .................................................................................... 10

2.7

Onderzoekshypothese en -strategie ..................................................................... 11

3

Veldonderzoek ..................................................................................................... 12

3.1

Onderzoeksstrategie ............................................................................................. 12

3.2

Grondonderzoek .................................................................................................... 13

3.3

Grondwateronderzoek ........................................................................................... 14

4

Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 15

5

Resultaten bodemonderzoek chemische parameters ..................................... 18

5.1

Toetsingskader ...................................................................................................... 18

5.2

Mate van bodemverontreiniging ............................................................................ 18

5.3

Hergebruik van grond ............................................................................................ 25

5.3.1

PFAS...................................................................................................................................25

5.3.2

Overige parameters ............................................................................................................25

5.4

Voorlopige veiligheidsklasse ................................................................................. 28

6

Resultaten asbestonderzoek .............................................................................. 29

6.1

Mate van bodemverontreiniging ............................................................................ 29

7

Interpretatie onderzoeksresultaten.................................................................... 30

7.1

Verontreinigingssituatie ......................................................................................... 30

7.2

Noodzaak tot vervolgonderzoek ............................................................................ 30

7.3

Hergebruik van grond ............................................................................................ 31

7.4

Veiligheidsaspecten ............................................................................................... 32

8

Conclusie en advies ............................................................................................ 33

8.1

Conclusie ............................................................................................................... 33

8.2

Advies .................................................................................................................... 33

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situatie met gaten en boringen

Bijlage 3

Historisch onderzoek

Bijlage 4

Veldonderzoek

Bijlage 5

Analysecertificaten

Bijlage 6

Toetsingskader bodemkwaliteit

Bijlage 7

Resultaten op kaart

Bijlage 8

Toetsing CROW 400

Bijlage 9

Kwaliteitsborging

1

Inleiding

1.1 Algemeen In opdracht van Exploitatiemaatschappij WestFriesland (EWF). heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Strip fase 5A en 5B te Hoorn. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in januari 2021. Op basis van de resultaten uit het bodemonderzoek en in afstemming met omgevingsdienst Noord-Holland Noord is in maart 2022 vervolgens aanvullend onderzoek verricht om beter inzicht te verkrijgen in de ruimtelijke spreiding van bestrijdingsmiddelen in de bovengrond. Het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de volgende onderzoeksnormen: · NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; · NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van woningbouw. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en de eventueel daaruit vrijkomende grond. Het verkennend bodemonderzoek geeft inzicht in de algemene bodemkwaliteit.

Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: · het vooronderzoek, de indeling in deellocaties en vaststelling onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); · het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3); · het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); · de resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 5); · de resultaten van het asbestonderzoek (hoofdstuk 6); · de interpretatie van alle resultaten (hoofdstuk 7); · conclusie en advies (hoofdstuk 8). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

2

Vooronderzoek

2.1 Algemeen Voor het vooronderzoek is de onderzoekssystematiek gevolgd, behorend bij aanleiding A ''opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'' uit de NEN 5725. Met het vooronderzoek worden de onderzoeksvragen zoals benoemd in de NEN 5725 beantwoord. De hiervoor verzamelde feiten zijn per onderzoeksvraag opgesomd in bijlage 3. De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn eveneens in bijlage 3 weergegeven. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. 2.2 Onderzoekslocatie De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1 en figuur 2-1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2.

Figuur 2-1 Regionale ligging onderzoekslocatie

In tabel 2-1 zijn de locatiegegevens samengevat.

Tabel 2-1:

Overzicht locatiegegevens

Adres locatie Kadastrale gegevens locatie

Oppervlakte locatie waarvan bebouwd Huidig gebruik Verhardingen

De Strip, Hoorn HOO00 - K – 7571 HOO00 - K - 7573 HOO00 - K - 7320 HOO00 - K - 7301 HOO00 - K - 7322 HOO00 - K - 7575 6,8 ha ca 400 m2 Landbouw Onverhard met uitzondering van (rondom) bebouwing

2.3 Historisch bodemgebruik De onderzoekslocatie is in het verleden in gebruik geweest als landbouwgebied. Uit historische kaarten blijkt dit tot zeer recentelijk met name te gaan om boomgaarden. Er is een groot aantal watergangen aanwezig geweest binnen de locatie, welke mogelijk ook verlegd zijn in het verleden. Op een klein deel van de onderzoekslocatie zijn voormalige kassen waarneembaar. Op basis van historische kaarten dateert de huidige bebouwing uit de periode 1950-1965. Er is geen (andere) voormalige bebouwing waarneembaar.

1940

1975 2.4 Bekende bodemkwaliteitgegevens Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (regio West-Friesland) beschikt over een Nota bodembeheer met een bijbehorende bodemkwaliteitskaart, waarbij voor het regionale grondgebied achtergrondwaarden zijn vastgesteld. De onderzoekslocatie valt binnen zone B4/O4 Bangert-Oostpolder in Hoorn. Op basis van de bodemkwaliteitskaart wordt verwacht dat de bodemkwaliteit van de bovengrond valt in kwaliteitsklasse ‘Niet toepasbaar’ op basis van organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB) en de bodemkwaliteit van de ondergrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse Industrie. Uit het bodemloket en de bodematlas van omgevingsdienst Noord-Holland Noord blijkt dat op de locatie bodemonderzoek is uitgevoerd. De onderzoekslocaties binnen de huidige onderzoekscontour hebben allen de status ‘voldoende onderzocht/gesaneerd’. Onder locatiecode NH040502023 ‘De Strip fase 5 te Blokker’ zijn enkele bodemonderzoeken en saneringen uitgevoerd. De aangetoonde (gesaneerde) bodemverontreinigingen bevonden zich op ruime afstand van de huidige onderzoekslocatie. Onder locatiecode GN040500060 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De betreffende rapportage, ‘VBO achter Westerblokker 31, 41 en 59’ (Landview, 1996), beslaat de volledige huidige onderzoekslocatie en is opgevraagd bij omgevingsdienst NoordHolland Noord. Uit de onderzoeksrapportage blijkt dat: · · ·

Er geen bodemkwaliteitbedreigende activiteiten en/of brandstoftanks aanwezig zijn geweest/hebben plaatsgevonden ter plaatse van de onderzoekslocatie. Zintuiglijk zijn bij het veldwerk geen aanwijzingen aangetroffen op de aanwezigheid van slootdempingen met bodemvreemde materialen. Er zijn (aanvullende) boringen en een peilbuis geplaatst ter plaatse van aanwezige bebouwing, naast de aangrenzende voormalige autosloperij. Hier zijn zintuiglijk

· · ·

beperkte bijmengingen waargenomen en analytisch geen verontreinigingen aangetoond. In enkele mengmonsters van de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met koper, kwik, lood en/of PAK aangetoond. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Boven- en ondergrond monsters zijn geanalyseerd op EOX, een ‘trigger parameter’ voor onder andere bestrijdingsmiddelen. De aangetoonde gehalten aan EOX geven geen aanleiding om een verontreiniging met bestrijdingsmiddelen te verwachten. Er heeft geen asbestonderzoek plaatsgevonden.

Figuur 2-2 onderzoekslocatie ‘VBO achter Westerblokker 31, 41 en 59’ (Landview, 1996)

Binnen 25 m rond de huidige onderzoekscontour zijn meerdere bodemonderzoekslocaties bekend. Het merendeel van deze onderzoekslocaties heeft de status ‘voldoende onderzocht/gesaneerd’. Uitzondering hierop zijn de locaties Bangert fase 5 en voormalige autosloperij/autowrakkenterrein ter plaatse van Westerblokker 27. Op basis van de resultaten uit ‘VBO achter Westerblokker 31, 41 en 59’ (Landview, 1996) en de aanwezigheid van watergangen aan de noordgrens van de huidige onderzoekslocatie wordt van beide bodemloketlocaties geen invloed verwacht op de bodemkwaliteit ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie. 2.5 Resultaten locatiebezoek Het locatiebezoek is uitgevoerd door Ground Research B.V. Een locatiebezoek betreft een inspectie van de locatie gericht op het huidige gebruik, kenmerken die kunnen duiden op bodemverontreiniging en het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid van asbest. Tijdens het locatiebezoek zijn het maaiveld en de daarop aanwezige bouwwerken en objecten indicatief geïnspecteerd. De bevindingen van het locatiebezoek zijn in tabel 2-1 samengevat. Tabel 2-1:

Bevindingen locatiebezoek

Gebouwen Verhardingen Watergangen Onderhoud Maaiveldveranderingen Aanwezigheid puin Aanwezigheid invasieve exoten Asbestverdacht materiaal Asbesthoudende toepassingen Aangrenzende locaties

Geen bijzonderheden Geen bijzonderheden Geen bijzonderheden

2.6 Conclusies vooronderzoek Uit de informatie die verzameld is, zijn de onderstaande conclusies getrokken over de beïnvloeding van de bodem en de verwachting van de bodemkwaliteit. ·

De locatie is in het verleden in gebruik geweest als landbouwgebied met boomgaarden. Op een deel van de locatie heeft in het verleden glastuinbouw plaatsgevonden. Deze deellocaties zijn verdacht op de aanwezigheid van asbest.

·

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in 1996 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Landview, 1996). Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt verwacht dat de bovengrond niet tot licht verontreinigd is en de ondergrond niet verontreinigd is.

·

Op historische kaarten is een groot aantal watergangen waarneembaar. Op basis van eerder uitgevoerd bodemonderzoek in 1996 en de afwezigheid van (gesloopte) bebouwing wordt niet verwacht dat er bodemvreemde materialen zijn toegepast bij demping van deze watergangen. Gezien het grote aantal voormalige watergangen wordt het bovendien niet zinvol geacht om al deze watergangen afzonderlijk te

onderzoeken. Indien zintuiglijk antropogene bijmengingen worden waargenomen in de (onder)grond wordt geadviseerd aanvullend (asbest)onderzoek uit te voeren. ·

Bij de uitvoering van het veldwerk (zie hoofdstuk 3) is de aanwezigheid van baksteen in de bovengrond geconstateerd. Bijmengingen met baksteen vormen geen aanleiding tot een verdenking van bodemverontreiniging met asbest.

·

Bij het historisch onderzoek zijn ten aanzien van PFAS geen potentiele risicoactiviteiten geconstateerd.

Op basis van deze bevindingen is de onderzoekslocatie verdeeld in de deellocaties zoals opgesomd in tabel 2-2: Tabel 2-2

Bevindingen vooronderzoek

Deellocatie

Omschrijving en reden tot wel of niet verdenking van bodemverontreiniging

Locatie met uitzondering van vml. kassen

Onverdacht (met uitzondering van bestrijdingsmiddelen in de bovengrond)

Voormalige glastuinbouw 5A

Verdacht op asbest en/of bestrijdingsmiddelen

Voormalige glastuinbouw 5B

Verdacht op asbest en/of bestrijdingsmiddelen

Gehele locatie OCB

Op basis van bodemkwaliteitskaart en mogelijke activiteiten na 1996

2.7 Onderzoekshypothese en -strategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zoals beschreven in bijlage 3 en paragraaf 2.6, zijn in tabel 2-3 de deellocaties met hypotheses gedefinieerd. Tabel 2-3 Hypothese en onderzoeksstrategie Deellocatie Oppervlakte Bodemlaag Hypothese (m -mv) onverdacht Locatie met 5.95 ha 0-2 uitzondering van vml. kassen

Strategie ONV-GR (Niet-lijnvormig)

Voormalige glastuinbouw 5A

1154 m2

0-0,50

verdacht

NEN 5740:VED-HE NEN 5707:VED-HE

Voormalige glastuinbouw 5B

3460 m2

0-0,50

verdacht

NEN 5740:VED-HE NEN 5707:VED-HE

Gehele locatie OCB

6.8 ha

0-0,50

verdacht

NEN 5740:VED-HO

De invulling van de onderzoeksstrategie wordt gegeven in hoofdstuk 3.

3

Veldonderzoek

3.1 Onderzoeksstrategie Het veldwerk voor de onderzoeksstrategieën zijn ingevuld, zoals in tabel 3-1 beschreven: Tabel 3-1: Deel locatie

Uitgevoerd veldwerk Bodem laag (m -mv)

Opper vlakte

Veldwerk

Strategie Gat minimaal

Boring

Boring met

30x30 cm Aantal

Diepte

peilbuis Aantal

Diepte

Aantal

25 4

0,5 2,0

7

m-mv

Onverdachte locatie

0-2

5.95 ha

NEN 5740:ONV-GR

Voormalige glastuinbouw 5A

0-0,50

1154 m2

NEN 5740:VED-HE

NEN 5707:VED-HE

Voormalige glastuinbouw 5B

0-0,50

Gehele locatie OCB

0-0,50

Aanvullend onderzoek 2022

0-0,50

3460 m2

6.8 ha

nvt

nvt

Diepte m-mv

2,5

Gecombineerd met asbestonderzoek

7

NEN 5740:VED-HE

0,5

Gecombineerd met asbestonderzoek

NEN 5707:VED-HE

12

0,5

NEN 5740:VED-HO

nvt

nvt

Gecombineerd met bovenstaande werkzaamheden 13

0,5

Het veldwerk is uitgevoerd door Ground Research B.V. (certificaatnummer K41104/08) op 18 januari 2021. Het veldwerk voor het aanvullend onderzoek is eveneens uitgevoerd door Ground Research B.V. 17 maart 2022. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001 en 2002 (zie bijlage 10). Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is bij de profielen in bijlage 4. De bemonstering van de peilbuizen heeft plaatsgevonden door de heer Koopman op 25 januari 2021. De locaties van de boringen, gaten en peilbuis zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen van het vooronderzoek en het terreingebruik.

3.2 Grondonderzoek Uitvoering Bij het verrichten van boringen is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. De boringen zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4. Zintuiglijke waarnemingen De zintuiglijke waarnemingen in de grond zijn opgenomen in tabel 3-2. Tabel 3-2:

Resultaten zintuiglijke waarnemingen

Boringnummer

Maximale boordiepte (m -mv)

Diepte (m -mv)

Grondsoort

Zintuiglijke waarneming

5 9 10 12 15 16 17 19 20 23 30 31 33 35 101 102 103 104 105 106 107 108 201 202 203 204 205 206 207 208 209 210 211 212 213 214

2,00 2,50 0,50 2,50 0,50 0,50 2,00 0,50 2,50 0,50 2,00 2,00 2,00 2,00 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei

sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen zwak baksteenhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen

Bemonstering De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. 3.3 Grondwateronderzoek Uitvoering Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen. Bij de bemonstering zijn de volgende werkzaamheden verricht: · het opnemen van de grondwaterstand in de peilbuis. · het bepalen van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (Ec) en de troebelheid (NTU) van het grondwater. · het nemen van grondwatermonster uit de peilbuis. Hierbij zijn geen afwijkingen van protocol 2002 opgetreden. Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen In tabel 3-3 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3-3:

Resultaten veldmetingen grondwater

Deellocatie

Peilbuis

Filterstelling (m -mv)

pH (-)

Ec (µS/cm)

NTU

Grondwaterstand (m – mv)

Bijzonderheden

Gehele locatie

2 9 12 20 24 32 36

1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50

7,1 6,9 6,9 6,9 7,1 7,1 6,9

980 980 980 970 980 1010 960

9,9 9,8 9,7 9,9 9,7 9,4 9,4

0,76 0,76 0,76 0,65 0,69 0,76 0,48

Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen

Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid (NTU, Nephelometric Turbidity Units) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Bij een troebelheid >10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. De in tabel 3-3 weergegeven waarden voor de troebelheid, de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen worden niet als afwijkend beschouwd.

4

Laboratoriumonderzoek

Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor analyse. De monsterselectie is opgenomen in tabel 4-1. Tabel 4-1:

Monsterselectie

Monster

Monstertraject (m -mv)

Boringnummers

Analysepakket

Motivatie

MM01

0,00 - 0,50

STAP + OCB + PFAS

Bovengrond fase A met sporen baksteen

MM02

0,00 - 0,50

10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50)

STAP + OCB

MM03

0,00 - 0,50

STAP + OCB + PFAS

MM04

0,00 - 0,50

30 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50)

Bovengrond fase A met sporen baksteen Bovengrond fase B met sporen baksteen

MM05

0,00 - 0,50

STAP + OCB

MM06

0,00 - 0,50

MM07

0,00 - 0,50

101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50) 104 (0,00 - 0,50) 105 (0,00 - 0,50) 106 (0,00 - 0,50) 107 (0,00 - 0,50) 108 (0,00 - 0,50)

MM08

0,00 - 0,50

STAP + OCB

MM09

0,00 - 0,50

MM10

0,00 - 0,50

MM11

1,50 - 2,00

MM12

0,50 - 1,00

201 (0,00 - 0,50) 202 (0,00 - 0,50) 203 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,50) 208 (0,00 - 0,50) 209 (0,00 - 0,50) 213 (0,00 - 0,50) 214 (0,00 - 0,50) 206 (0,00 - 0,50) 207 (0,00 - 0,50) 211 (0,00 - 0,50) 212 (0,00 - 0,50) 12 (1,50 - 2,00) 2 (1,50 - 2,00) 20 (1,50 - 2,00) 5 (1,50 - 2,00) 9 (1,50 - 2,00) 12 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00)

STAP + OCB

STAP + OCB + PFAS

STAP + OCB

Bovengrond fase B met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

STAP + OCB + PFAS

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

STAP + OCB

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

STAP + OCB

Ondergrond fase A zintuiglijk schoon

STAP + OCB

Ondergrond fase A zintuiglijk schoon

MM13

1,00 - 1,50

MM14

0,50 - 1,00

AS01

AS02

AS03

AS04

AS05

AO01

0,00 - 0,50

AO02

0,00 - 0,50

AO03

0,00 - 0,50

2 (0,50 - 1,00) 20 (0,50 - 1,00) 5 (0,50 - 1,00) 9 (0,50 - 1,00) 24 (1,00 - 1,50) 30 (1,00 - 1,50) 32 (1,00 - 1,50) 35 (1,00 - 1,50) 36 (1,00 - 1,50) 24 (0,50 - 1,00) 30 (0,50 - 1,00) 32 (0,50 - 1,00) 35 (0,50 - 1,00) 36 (0,50 - 1,00) 101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50) 104 (0,00 - 0,50) 105 (0,00 - 0,50) 106 (0,00 - 0,50) 107 (0,00 - 0,50) 108 (0,00 - 0,50) 201 (0,00 - 0,50) 202 (0,00 - 0,50) 203 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,50) 205 (0,00 - 0,50) 206 (0,00 - 0,50) 207 (0,00 - 0,50) 208 (0,00 - 0,50) 209 (0,00 - 0,50) 210 (0,00 - 0,50) 211 (0,00 - 0,50) 212 (0,00 - 0,50) 213 (0,00 - 0,50) 214 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 301 (0,00 - 0,50) 302 (0,00 - 0,50) 305 (0,00 - 0,50) 303 (0,00 - 0,50) 304 (0,00 - 0,50) 306 (0,00 - 0,50) 308 (0,00 - 0,50) 309 (0,00 - 0,50)

STAP + OCB

Ondergrond fase B zintuiglijk schoon

STAP + OCB

Ondergrond fase B zintuiglijk schoon

Asbest

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

Asbest

Asbest

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

Asbest

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

Asbest

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

OCB Pakket

Aanvullend onderzoek bestrijdingsmiddelen bovengrond Aanvullend onderzoek bestrijdingsmiddelen bovengrond Aanvullend onderzoek bestrijdingsmiddelen bovengrond

OCB Pakket

OCB Pakket

AO04

0,00 - 0,50

307 (0,00 - 0,50) 310 (0,00 - 0,50)

OCB Pakket

AO05

0,00 - 0,50

311 (0,00 - 0,50) 312 (0,00 - 0,50) 313 (0,00 - 0,50)

OCB Pakket

Aanvullend onderzoek bestrijdingsmiddelen bovengrond Aanvullend onderzoek bestrijdingsmiddelen bovengrond

Het standaardpakket grond (STAP) bestaat uit zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbinfenylen (PCB) en minerale olie. De grondmonsters zijn tevens geanalyseerd op organische stof en lutum, ten behoeve van de toetsing. Het standaardpakket is op basis van het vooronderzoek uitgebreid met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Omdat mogelijk sprake is van grond die afgevoerd moet worden, zijn de (boven)grondmonsters ook geanalyseerd op het zogenaamde RWS-pakket. Dit pakket bestaat uit 30 verschillende poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS)-verbindingen en is voorgeschreven in het ‘’Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’’ (Ministerie I&W, 8 juli 2019). De grondwatermonsters uit de geplaatste peilbuizen zijn geanalyseerd op het standaardpakket grondwater, bestaande uit zware metalen, vluchtige aromaten, vluchtige chloorkoolwaterstoffen en minerale olie. De geselecteerde monsters voor de analyses op de standaardpakketten zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 5.

5

Resultaten bodemonderzoek chemische parameters

5.1 Toetsingskader Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Aanvullend op de Circulaire bodemsanering toetst Sweco ook aan de tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde. Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatiespecifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek. Voor de toepassing van grond gelden de toetsingswaarden in de Regeling bodemkwaliteit, behorend bij het Besluit Bodemkwaliteit. Middels deze toetsing wordt de grond ingedeeld in een hergebruiksklasse. De PFAS-verbindingen zijn getoetst aan de normen zoals opgenomen in het Tijdelijk Handelingskader PFAS. De veiligheidsaspecten voor werken in of met verontreinigde grond worden indicatief beoordeeld op basis van de CROW 400. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de rekentool van het CROW. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7 bij dit rapport.

interventiewaarde Matig verhoogd

Sterk verhoogd

interventiewaarde

grondwater

Licht verhoogd

streefwaarde

Niet verhoogd

tussenwaarde

grond

tussenwaarde

achtergrondwaarde

5.2 Mate van bodemverontreiniging De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging, zijn samengevat in de tabellen 5-1 en 5-2. Hierbij zijn alleen de gehalten weergegeven die de toetsingswaarden overschrijden. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

Tabel 5-1:

Toetsing aan de toetsingswaarden grondmonsters (Circulaire bodemsanering)

Monst er

Monstertraject (m -mv)

> AW (+index)

>T

>I

Motivatie

MM01

10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50)

-

-

Bovengrond fase A met sporen baksteen

MM02

5 (0,00 - 0,50)

Koper (0,06) Kwik (-) Lood (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () DDE (som) (0,08) Lood (0,02)

-

-

MM03

30 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50)

DDE (som) (0,66)

-

MM04

23 (0,00 - 0,50)

Koper (0,13) Kwik (0,01) Lood (0,02) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () PAK 10 VROM (0,01) DDD (som) (-) DDT (som) (0,38) Kwik (-) DDE (som) (0,01)

Bovengrond fase A met sporen baksteen Bovengrond fase B met sporen baksteen

-

-

MM05

101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50)

-

-

MM06

104 (0,00 - 0,50) 105 (0,00 - 0,50) 106 (0,00 - 0,50)

DDT (som) (0,66)

-

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

MM07

107 (0,00 - 0,50) 108 (0,00 - 0,50)

DDE (som) (0,52)

-

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

MM08

201 (0,00 - 0,50) 202 (0,00 - 0,50) 203 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,50)

-

-

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

Koper (-) Zink (0,01) Kwik (-) Lood (0,16) PAK 10 VROM (0,02) DDE (som) (0,03) Kwik (-) Lood (0,12) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () DDE (som) (0,37) DDD (som) (-) Koper (0,01) Kwik (-) Lood (0,13) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () DDD (som) (-) DDT (som) (0,5) Koper (0,07) Kwik (-) Lood (0,02) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () PAK 10 VROM (0,04)

Bovengrond fase B met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

Monst er

Monstertraject (m -mv)

MM09

208 (0,00 - 0,50) 209 (0,00 - 0,50) 213 (0,00 - 0,50) 214 (0,00 - 0,50)

MM10

206 (0,00 - 0,50) 207 (0,00 - 0,50) 211 (0,00 - 0,50) 212 (0,00 - 0,50)

MM11

12 (1,50 - 2,00) 2 (1,50 - 2,00) 20 (1,50 - 2,00) 5 (1,50 - 2,00) 9 (1,50 - 2,00) 12 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00) 2 (0,50 - 1,00) 20 (0,50 - 1,00) 5 (0,50 - 1,00) 9 (0,50 - 1,00) 24 (1,00 - 1,50) 30 (1,00 - 1,50) 32 (1,00 - 1,50) 35 (1,00 - 1,50) 36 (1,00 - 1,50) 24 (0,50 - 1,00) 30 (0,50 - 1,00) 32 (0,50 - 1,00) 35 (0,50 - 1,00) 36 (0,50 - 1,00)

MM12

MM13

MM14

30-1 31-1

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

> AW (+index)

>T

>I

Motivatie

-

-

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

DDE (som) (0,76) DDT (som) (0,83)

-

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

-

-

Ondergrond fase A zintuiglijk schoon

Kobalt (0,03) Nikkel (0,19) DDE (som) (-)

-

-

Ondergrond fase A zintuiglijk schoon

-

-

-

Ondergrond fase B zintuiglijk schoon

-

-

-

Ondergrond fase B zintuiglijk schoon

DDE (som) (0,05) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm ()

DDE (som) (0,71)

-

Uitsplitsing MM03 Uitsplitsing MM03

DDE (som) (0,43) DDD (som) (-) DDT (som) (0,39) Koper (0,28) Zink (0,29) Cadmium (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,19) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () PAK 10 VROM (0,08) DDE (som) (0,2) DDD (som) (-) DDT (som) (0,34) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) (-) Koper (0,05) Kwik (-) Lood (0,03) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () PAK 10 VROM (0,04) DDD (som) (0,01) Kobalt (0,01) Nikkel (0,09)

Monst er

Monstertraject (m -mv)

33-1

0,00 - 0,50

35-1

0,00 - 0,50

104-1

0,00 - 0,50

105-1

0,00 - 0,50

> AW (+index) Hexachloorbutadieen () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) DDD (som) (-) DDT (som) (0,17) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () Hexachloorbutadieen () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) DDD (som) (-) DDT (som) (0,14) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () Hexachloorbutadieen () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) DDE (som) (0,37) DDD (som) (-) DDT (som) (0,34) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () DDE (som) (0,07) DDD (som) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () Hexachloorbutadieen () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-)

>T

>I

Motivatie

DDE (som) (0,72)

-

Uitsplitsing MM03

-

-

Uitsplitsing MM03

-

-

Uitsplitsing MM06

DDE (som) (1)

DDT (som) (1,13)

Uitsplitsing MM06

Monst er

Monstertraject (m -mv)

106-1

0,00 - 0,50

107-1 108-1

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

206-1

0,00 - 0,50

207-1

0,00 - 0,50

> AW (+index) DDD (som) (-) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () Hexachloorbutadieen () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) DDE (som) (0,2) DDD (som) (-) DDT (som) (0,12) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) DDE (som) (0,29) DDD (som) (-) DDT (som) (0,35) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () Hexachloorbutadieen () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) DDD (som) (-) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () Hexachloorbutadieen () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-)

>T

>I

Motivatie

-

-

Uitsplitsing MM06

-

-

Uitsplitsing MM07 Uitsplitsing MM07

DDE (som) (0,8) DDT (som) (0,82)

-

Uitsplitsing MM10

-

-

Uitsplitsing MM10

Monst er

Monstertraject (m -mv)

211-1

0,00 - 0,50

212-1

0,00 - 0,50

AO01

0,00 - 0,50

AO02

0,00 - 0,50

AO03

0,00 - 0,50

AO04

0,00 - 0,50

> AW (+index) DDE (som) (0,35) DDD (som) (-) DDT (som) (0,43) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () DDE (som) (0,26) DDD (som) (-) DDT (som) (0,31) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () Hexachloorbutadieen () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) DDD (som) (-) DDT (som) (0,32) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () DDE (som) (0,15) DDD (som) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () Hexachloorbutadieen () alfa-HCH (-) beta-HCH (-) gamma-HCH (-) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (-) DDE (som) (0,38) DDD (som) (-) DDT (som) (0,12) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () DDE (som) (0,14) DDD (som) (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () DDE (som) (0,12)

>T

>I

Motivatie

-

-

Uitsplitsing MM10

DDE (som) (0,65)

-

Uitsplitsing MM10

-

-

Aanvullend onderzoek bovengrond 5A

-

-

Aanvullend onderzoek bovengrond 5A

-

-

Aanvullend onderzoek bovengrond 5B

-

-

Aanvullend onderzoek bovengrond 5B

Monst er

Monstertraject (m -mv)

> AW (+index) DDD (som) (-) alfa-Endosulfan (-) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () DDE (som) (0,12) DDD (som) (-)

AO05

0,00 - 0,50

> AW >T >I Index

: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - S) / (I - S)

Tabel 5-2:

>T

>I

Motivatie

-

-

Aanvullend onderzoek bovengrond 5B

Toetsing aan toetsingswaarden grondwatermonsters (Circulaire bodemsanering)

Monstercode

Filterstelling (m -mv)

> S (+index)

>T

>I

2-1-1 9-1-1 12-1-1 20-1-1 24-1-1 32-1-1 36-1-1

1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50

Barium (0,12) Barium (0,08) Barium (0,3) Barium (0,14) Barium (0,1) Barium (0,12) Barium (0,17)

-

-

>S >T >I Index

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - S) / (I - S)

grondwater grondwater

Onder

Boven

PFAS 3 µg/kg ds

PFOA 7 µg/kg ds

PFOS 3 µg/kg ds

PFAS 1,4 µg/kg ds

gebiedskwaliteit

PFOA 1,9 µg/kg ds

5.3 Hergebruik van grond 5.3.1 PFAS De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksmogelijkheden, zijn samengevat in tabel 5-3. De hergebruiksmogelijkheden zijn als volgt:

Vrij toepasbaar in

Op

Op

Op

Op

Op

Niet

grondwater-

toepassings-

toepassings-

toepassings-

toepassings-

toepassings-

toepasbaar

beschermingsgebieden

klasse

klasse

klasse

klasse

klasse

landbouw/

Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

natuur

In GBT Niet toepasbaar

In GBT

Tabel 5-3: Indicatieve toetsing hergebruiksklasse op basis van PFAS (gehalten zijn gecorrigeerd aan organisch stofgehalte). Monster

Monstertraject (m -mv)

PFAS-verbindingen > detectielimiet

Gecorrigeerd gehalte (µg/kg/ds)

BBK monsterconclusie

MM01

0,00 - 0,50

0,00 - 0,50

MM06

0,00 - 0,50

MM09

0,00 - 0,50

0,22 0,13 0,8 0,34 0,1 0,81 0,3 0,29 0,21 0,3 0,1 0,23 1,3 0,7

Altijd toepasbaar

MM03

Perfluorbutaanzuur Perfluorhexaanzuur Som PFOA Som PFOS Perfluorhexaanzuur Som PFOA Som PFOS Som PFOA Som PFOS Perfluorbutaanzuur Perfluorheptaanzuur Perfluorhexaanzuur Som PFOA Som PFOS

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

5.3.2 Overige parameters De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksklasse voor de overige chemische parameters, zijn samengevat in tabel 5-4. De hergebruiksklassen zijn als volgt:

Altijd toepasbaar

klasse Wonen

interventiewaarde

waarde industrie

(lokale) maximale

waarde wonen

(lokale) maximale

achtergrondwaarde Standaardparameters

klasse industrie

Niet toepasbaar

Nooit toepasbaar

Maximale

emmissiewaarde

In grootschalige bodemtoepassing

Tabel 5-4: Indicatieve toetsing hergebruiksklasse op basis van chemische parameters Monster

Monstertraject (m -mv)

BBK monsterconclusie

Omschrijving

MM01

10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50)

Klasse industrie

Bovengrond fase A met sporen baksteen

Altijd toepasbaar

30 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50)

Niet Toepasbaar > industrie

Bovengrond fase A met sporen baksteen Bovengrond fase B met sporen baksteen

101 (0,00 - 0,50) 102 (0,00 - 0,50) 103 (0,00 - 0,50) 104 (0,00 - 0,50) 105 (0,00 - 0,50) 106 (0,00 - 0,50) 107 (0,00 - 0,50) 108 (0,00 - 0,50)

Klasse industrie

201 (0,00 - 0,50) 202 (0,00 - 0,50) 203 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,50) 208 (0,00 - 0,50) 209 (0,00 - 0,50) 213 (0,00 - 0,50) 214 (0,00 - 0,50)

Klasse industrie

MM02 MM03

MM04 MM05

MM06

MM07

MM08

MM09

Altijd toepasbaar

Niet Toepasbaar > industrie

Klasse industrie

Klasse industrie

Bovengrond fase B met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

Monster

Monstertraject (m -mv) 206 (0,00 - 0,50) 207 (0,00 - 0,50) 211 (0,00 - 0,50) 212 (0,00 - 0,50) 12 (1,50 - 2,00) 2 (1,50 - 2,00) 20 (1,50 - 2,00) 5 (1,50 - 2,00) 9 (1,50 - 2,00) 12 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00) 2 (0,50 - 1,00) 20 (0,50 - 1,00) 5 (0,50 - 1,00) 9 (0,50 - 1,00) 24 (1,00 - 1,50) 30 (1,00 - 1,50) 32 (1,00 - 1,50) 35 (1,00 - 1,50) 36 (1,00 - 1,50) 24 (0,50 - 1,00) 30 (0,50 - 1,00) 32 (0,50 - 1,00) 35 (0,50 - 1,00) 36 (0,50 - 1,00)

BBK monsterconclusie

Omschrijving

Niet Toepasbaar > industrie

Bovengrond vml glastuinbouw met sporen baksteen

Altijd toepasbaar

Ondergrond fase A zintuiglijk schoon

Altijd toepasbaar

Ondergrond fase A zintuiglijk schoon

Altijd toepasbaar

Ondergrond fase B zintuiglijk schoon

Altijd toepasbaar

Ondergrond fase B zintuiglijk schoon

30-1 31-1 33-1 35-1 104-1 105-1 106-1 107-1 108-1 206-1 207-1 211-1 212-1

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Klasse industrie Niet Toepasbaar > industrie Niet Toepasbaar > industrie Klasse industrie Klasse industrie Niet Toepasbaar > Interventiewaarde Klasse industrie Klasse industrie Niet Toepasbaar > industrie Klasse industrie Klasse industrie Niet Toepasbaar > industrie

Uitsplitsing MM03 Uitsplitsing MM03 Uitsplitsing MM03 Uitsplitsing MM03 Uitsplitsing MM06 Uitsplitsing MM06 Uitsplitsing MM06 Uitsplitsing MM07 Uitsplitsing MM07 Uitsplitsing MM10 Uitsplitsing MM10 Uitsplitsing MM10 Uitsplitsing MM10

AO01

0,00 - 0,50

Klasse industrie

AO02

0,00 - 0,50

Klasse industrie

AO03

0,00 - 0,50

Klasse industrie

Aanvullend onderzoek bovengrond 5A Aanvullend onderzoek bovengrond 5A Aanvullend onderzoek bovengrond 5B

MM10

MM11

MM12

MM13

MM14

Monster

BBK monsterconclusie

Omschrijving

AO04

Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,50

Klasse industrie

AO05

0,00 - 0,50

Klasse industrie

Aanvullend onderzoek bovengrond 5B Aanvullend onderzoek bovengrond 5B

Veiligheidsklasse

Oranje

rood

Veiligheidsklasse zwart Mutageen of carcinogeen

Veiligheidsklasse SRC

Niet-vluchtige stof

<75% SRC

Geen veiligheidsklasse

Voldoende ßà onvoldoende Mutagene en carcinogene stoffen

1000 mg kg ds of 1000 µg/l

Alle stoffen

ventilatie

tussenwaarde

Vluchtige stof

interventie-waarde

5.4 Voorlopige veiligheidsklasse De resultaten, zoals weergegeven in de vorige paragraaf, zijn getoetst aan de veiligheidsnormen. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

Met behulp van de rekentool van CROW is vastgesteld dat geen veiligheidsklasse van toepassing is op basis van de chemische parameters. De definitieve veiligheidsklasse wordt vastgesteld door een hogere of middelbare veiligheidskundige. Een beschrijving van de veiligheidsmaatregelen voor werken in en met verontreinigde grond is opgenomen in bijlage 7. Een uitdraai van de CROW 400 toetsing is opgenomen in bijlage 8.

6

Resultaten asbestonderzoek

Niet

Verhoogd

Matig verhoogd

hechtgebonden

100 mg/kg ds gg

50 mg/kg ds gg

0 mg/kg ds gg

Sterk verhoogd

Sterk verhoogd

100 mg/kg ds gg

verhoogd

Er is analytisch geen asbest aangetoond boven de detectiegrens.

hechtgebonden

Asbest in grond en puin

1000 mg/kg ds gg

6.1 Mate van bodemverontreiniging Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, is de interventiewaarde asbest vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De met dit verkennend onderzoek verkregen asbestgehalten, moeten volgens de NEN 5707 beschouwd worden als indicatieve gehalten. Deze indicatieve gehalten asbest zijn getoetst aan de helft van de interventiewaarde, zijnde 50 mg/kg ds gg. Directe toetsing aan de interventiewaarde (100 mg/kg ds gg) is niet mogelijk door de lagere onderzoeksintensiteit in het verkennend onderzoek. Desalniettemin toetst Sweco de indicatieve gehalten aan asbest wel aan de interventiewaarde om inzicht te krijgen in de ernst van de verontreiniging. De toetsingsmogelijkheden voor asbestgehalten verkregen met een verkennend bodemonderzoek asbest zijn als volgt:

7

Interpretatie onderzoeksresultaten

7.1 Verontreinigingssituatie In de bovengrond zijn op een groot deel van de onderzoekslocatie sporen baksteen waargenomen. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de ondergrond zijn zintuiglijk geen antropogene bijmengingen waargenomen die mogelijk zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van historische dempingen met bodemvreemd materiaal. Op basis van de analyseresultaten is de bovengrond ter plaatse van boorpunt 105 sterk verontreinigd met OCB’s. Plaatselijk zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met PAK en zware metalen aangetoond, welke vermoedelijk samenhangen met de waargenomen aanwezigheid van sporen baksteen. Analytisch is geen asbest aangetoond ter plaatse van de voormalige glastuinbouw. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. 7.2 Noodzaak tot vervolgonderzoek De resultaten van het verkennend onderzoek worden in twee stappen getoetst op de noodzaak tot vervolgonderzoek. Stap 1 betreft de toetsing van de onderzoekshypothese: geven de resultaten aan dat de juiste hypothese gekozen is? En indien niet, is aanvullend verkennend onderzoek nodig om te voldoen aan een andere hypothese? Stap 2 betreft de toetsing van de mate van verontreiniging: zijn de gehalten aan verontreinigende stoffen zodanig hoog dat nader onderzoek nodig is? In de tabellen 6-1 en 6-2 is de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld. Tabel 6-1:

Noodzaak vervolgonderzoek chemische parameters Stap 1: toetsing hypothese

Deellocatie

Hypothese

Correct?

Onverdachte locatie

onverdacht

nee, want licht verontreinigd

Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese nodig? nee, onderzoeksinspanning voldoende

Voormalige glastuinbouw 5A

Verdacht

ja, want licht verontreinigd

nee, onderzoeksinspanning voldoende

Voormalige glastuinbouw 5B

Verdacht

ja, want licht verontreinigd

nee, onderzoeksinspanning voldoende

Stap 2: toetsing mate van verontreiniging Nader onderzoek nodig? Nee, de waargenomen gehalten aan PAK en zware metalen geven geen aanleiding tot nader onderzoek Nee, de waargenomen gehalten aan PAK en zware metalen geven geen aanleiding tot nader onderzoek Nee, de waargenomen gehalten aan PAK en zware metalen geven geen aanleiding tot nader onderzoek

Gehele locatie OCB

Tabel 6-2:

Verdacht homogeen

ja, want verontreinigd

nee, onderzoeksinspanning voldoende

Het verkennend + aanvullend onderzoek geeft voldoende beeld van de ruimtelijke spreiding van OCB binnen de onderzoekscontour

Noodzaak vervolgonderzoek asbest Stap 1: toetsing hypothese

Deellocatie

Bodemlaag (m -mv)

Hypothese

Correct?

Voormalige glastuinbouw 5A

0-0,50

verdacht heterogeen

nee, want geen verhoogde gehalten

Voormalige glastuinbouw 5B

0-0,50

verdacht heterogeen

nee, want geen verhoogde gehalten

Aanvulling verkennend onderzoek nodig voor nieuwe hypothese? nee, onderzoeksinspanning voldoende

nee, onderzoeksinspanning voldoende

Stap 2: toetsing mate van verontreiniging Nader onderzoek nodig?

Nee, want geen asbest aangetoond boven de detectielimiet

Nee, want geen asbest aangetoond boven de detectielimiet

7.3 Hergebruik van grond Als de bodemkwaliteit zoals vastgesteld met het voorliggende bodemonderzoek overeenkomt of beter is dan de bodemkwaliteit zoals vastgelegd in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart (Bbk), dan vormt de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart het erkende bewijsmiddel voor hergebruik van grond. Bij een afwijkende slechtere kwaliteit is voorafgaande aan hergebruik een partijkeuring nodig om een erkend bewijsmiddel te verkrijgen. Hergebruik binnen de grenzen van het project is mogelijk zolang de interventiewaarde niet wordt overschreden. Echter, indien sprake is van zorgplicht (nieuw geval, zie bijlage 7) is hergebruik van verontreinigde grond op locatie niet zonder meer mogelijk. Geadviseerd wordt hergebruik op locatie af te stemmen met de gemeente. Los van de analytische samenstelling, gelden ook restricties ten aanzien van de hoeveelheid bodemvreemd materiaal in de toe te passen partij grond. In de Regeling bodemkwaliteit staat een grens van 20% aangegeven voor puin en puinachtige bijmengingen. Voor plastics en piepschuim geldt dat deze sporadisch of in niet redelijkerwijs verwijderbare stukjes mogen voorkomen in de toe te passen partij.

Op basis van de onderzoeksresultaten en zintuiglijke waarneming voldoet de ondergrond in het gehele onderzoeksgebied aan bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde/altijd toepasbaar. De bovengrond ter plaatse van de fase 5A, met uitzondering van de sterke bodemverontreiniging ter plaatse van boorpunt 105, voldoet aan bodemkwaliteitsklasse Industrie op basis van OCB; de lokale maximale waarden voor OCB (LMW) worden niet overschreden. Dit komt overeen met de bodemkwaliteitskaart. Het gehalte aan OCB in de bovengrond ter plaatse van de fase 5B overschrijdt plaatselijk de LMW voor OCB. Op basis van de onderzoeksresultaten is de bovengrond ter plaatse van een deel fase 5B niet geschikt voor hergebruik. 7.4 Veiligheidsaspecten In tabel 6-2 wordt aangegeven welke indicatieve veiligheidsklasse van toepassing is voor het werken in of met de grond in de onderzoekslocatie. Tabel 6-2:

Indicatieve veiligheidsklasse

Deellocatie

Bodemlaag (m -mv)

Onverdachte locatie

0-2

Indicatieve veiligheidsklasse Geen veiligheidsklasse

Voormalige glastuinbouw 5A

0-0,50

Geen veiligheidsklasse

Voormalige glastuinbouw 5B

0-0,50

Geen veiligheidsklasse

Gehele locatie OCB

0-0,50

Geen veiligheidsklasse

Bepalende stof

Gehalte (mg/kg ds)

8

Conclusie en advies

8.1 Conclusie AM b.v. heeft het voornemen het terrein ter plaatse van de onderzoekslocatie opnieuw in te richten als woningbouwlocatie. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is de bodemkwaliteit ter plaatse van de openbare ruimte vastgesteld. Op basis van het vooronderzoek is de bodem ter plaatse van voormalige glastuinbouw onderzocht op de aanwezigheid van asbest met de onderzoekshypothese ‘verdacht op het voorkomen van heterogene bodemverontreiniging’. De bovengrond ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie is verder onderzocht op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s) met de hypothese ‘verdacht op het voorkomende van homogene bodemverontreiniging’. Tot slot is de gehele onderzoekslocatie onderzocht op PFAS in de bovengrond en overige chemische parameters in boven- en ondergrond op basis van de hypothese ‘onverdacht op het voorkomende van bodemverontreiniging’. Er is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In de bovengrond zijn plaatselijk sporen baksteen waargenomen. In de ondergrond zijn geen antropogene bijmengingen waargenomen die mogelijk zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van dempingen met bodemvreemde bijmengingen. Uit de analyseresultaten blijkt ter plaatse van boring 105 op een diepte van 0-0,50 m-mv een sterke verontreiniging met OCB aanwezig. De verontreiniging is horizontaal binnen de onderzoekscontour afgeperkt.

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Plaatselijk zijn in de bovengrond ter plaatse van fase 5B matige verontreinigingen met OCB aangetoond welke de lokale maximale waarden voor OCB overschrijden. Bij aanvullend onderzoek is de ruimtelijke spreiding van OCB verontreiniging verder in kaart gebracht. De verhoogde gehalten zijn op kaart weergegeven in bijlage 9. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Analytisch is geen asbest aangetoond. 8.2 Advies Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Omdat zintuiglijk en analytisch geen asbest is aangetoond wordt voor het verkennend asbestonderzoek conform de NEN5707 geconcludeerd dat de voor de deellocaties ‘voormalige glastuinbouw fase 5A’ en ‘voormalige glastuinbouw fase 5B’ opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’, niet juist is. Gezien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek op basis van de NEN5740 wordt geconcludeerd dat de voor de gehele onderzoekslocatie opgestelde hypothese ‘verdachte locatie op basis van OCB’, juist is. De plaatselijk sterk verontreinigde grond ter plaatse van boorpunt 105 is niet geschikt voor hergebruik.

Op basis van de onderzoeksresultaten is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In de bovengrond van fase 5B worden plaatselijk de LMW voor OCB’s overschreden. Dat wil

zeggen dat de bovengrond hier niet geschikt is voor hergebruik maar deze gehalten leiden formeel gezien niet tot saneringsnoodzaak. Geadviseerd wordt deze resultaten af te stemmen met gemeente Hoorn. De voor de ondergrond opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ blijkt op basis van de onderzoeksresultaten juist. Op basis van toetsing van de onderzoeksresultaten aan de CROW 400 kan worden geconcludeerd dat er geen veiligheidsklasse van toepassing is. De definitieve veiligheidsklasse wordt vastgesteld door een hogere of middelbare veiligheidskundige.

Bodemonderzoek wordt in beginsel steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van deze werkzaamheden aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van een eventueel beschreven verontreinigingssituatie. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde bodemonderzoek nemen.

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Regionale ligging De Strip 5A en 5B, Hoorn

Opdrachtgever: EWF Projectnummer: 377251 Status: Definitief Datum: 01-02-2021 Schaal: 1:5000 Formaat: A4 Getekend: HB

Legenda Onderzoeksgebied

Bijlage 2

Situatie met gaten en boringen

Boorpuntenkaart De Strip 5A en 5B, Hoorn Opdrachtgever: Projectnummer: 377251 Status: Definitief Datum: 14-01-2021 Schaal: 1:1500 Formaat: A3 Getekend: HB

Legenda Onderzoekslocatie Asbestgat Boring tot 0,5 m-mv Boring tot 2,0 m-mv Peilbuis

Boorpuntenkaart AO2022 De Strip 5A&5B Opdrachtgever: EWF Projectnummer: 51003616

Status: Definitief Datum: 16-03-2022 Schaal: 1:1 500 Formaat: A3 Getekend: HB

Legenda Boring tot 0,5 m-mv Reeds uitgevoerd onderzoek

Bijlage 3

Historisch onderzoek

Conform NEN 5725 – Aanleiding #Kies de aanleiding. Onderzoeksvraag : Wat is de afbakening van het onderzoeksgebied? Eigendomssituatie Informatiebron: Hoogteligging. nvt Oppervlakte en afbakening onderzoeksgebied Oppervlakte onderzoeksgebied: 6,8 ha

Informatiebron: www.ahn.nl Informatiebron: opdrachtgever

Percelen: HOO00 - K – 7571 HOO00 - K - 7573 HOO00 - K - 7320 HOO00 - K - 7301 HOO00 - K - 7322 HOO00 - K - 7575

Afbakening onderzoeksgebied ten behoeve van vooronderzoek = kadastrale perceel + 25 m Onderzoeksvraag: Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Bodemtype 0 - 3,5 m-mv kleiig zand (formatie van Naaldwijk) 3,5 – 5 m-mv zand (formatie van Naaldwijk) Antropogene lagen in de bodem Ophogingen en bodemvreemde lagen Niet bekend Dempingen Gedempte watergangen, geen aanwijzing op antropogene materialen Geohydrologie Grondwaterstand Drainage Bemaling Onttrekking -

Informatiebron: www.dinoloket.nl

Informatiebron: Eigenaar, www.ahn.nl. meldpunt bodemkwaliteit (via gemeente) Informatiebron: www.historischekaarten.nl

Informatiebron: Informatiebron: Informatiebron: Informatiebron:

Infiltratie -

Informatiebron:

Onderzoeksvraag: Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Geval van bodemverontreiniging? Nee

Informatiebron: www.bodemloket.nl

Zo ja, geval van ernstige bodemverontreiniging? Op basis van bodemonderzoeken

Informatiebron: www.bodemloket.nl en Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

De volgende onderzoeken zijn op de locatie uitgevoerd: ‘VBO achter Westerblokker 31, 41 en 59’ (Landview, 1996), Op basis van dit onderzoek wordt verwacht dat de bodemkwaliteit op het kadastrale onderzoeksperceel een lichte mate van beïnvloeding van de bodemkwaliteit kent

Het tijdstip waarop, dan wel de periode waarbinnen de bodemverontreiniging (waarschijnlijk) is ontstaan? onbekend Onderzoeksvraag: Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Op basis van bodemonderzoeken

Informatiebron: www.bodemloket.nl

Op basis van de gegevens van bodemloket, de resultaten uit het verkennend bodemonderzoek van Landview d.d. 1996 en de begrenzing van de huidige onderzoekslocatie met oppervlaktewater wordt geen beïnvloeding verwacht van aangrenzende locaties. Onderzoeksvraag: Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Kwaliteit obv bodemkwaliteitskaart

Informatiebron: Gemeentelijke nota bodembeheer met bodemkwaliteitskaart

Verwachte bodemkwaliteit bovengrond: Verwachte bodemkwaliteit ondergrond: Ontgravingsklasse bovengrond: Ontgravingsklasse ondergrond: Toepassingsklasse bovengrond: Toepassingsklasse ondergrond:

Niet toepasbaar Industrie Niet toepasbaar Industrie Wonen Wonen

Is er sprake van gebiedsgerichte beleid? Er gelden lokale maximale waarden voor bestrijdingsmiddelen

Informatiebron: Nota bodembeheer

Onderzoeksvraag: Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Voormalig Informatiebron: Bodemgebruik in het verleden op het perceel en in de omgeving Boomgaard en glastuinbouw Bedrijfsactiviteiten of ondergrondse tanks in het verleden op het perceel en in de omgeving Voor zover bekend niet. Overige verdachte activiteiten in het verleden op of nabij het perceel Huidig Huidig bodemgebruik op het perceel en in de directe omgeving Landbouw Aanwezigheid bebouwing of opslagplaatsen op het perceel Bebouwing/overdekking op klein deel van de locatie. Aanwezigheid ondergrondse infrastructuur en objecten. Niet voor zover bekend Aanwezigheid verhardingen, paden en dergelijke. Rond bebouwing/overdekking verharding Aanwezigheid dammen geen Aanwezigheid brandplekken geen Toekomstig Woningbouw

Informatiebron: locatiebezoek

Informatiebron: opdrachtgever

Bronnen van PFAS Informatiebron: Producenten van PFAS Niet op locatie of nabijheid Producenten, verwerkers van teflon of gefluoreerde polymeren Galvanische industrie Textielindustrie Halfgeleiderindustrie Fotoindustrie Papier en verpakkingsindustrie Lak- en verfindustrie Hydraulische vloeistoffen Fabricage van cosmetica en reinigingsmiddelen Brandschuim-locaties Stortlocaties Strooizout Waterzuiveringsinstallaties Onderzoeksvraag: Is de bodem asbestverdacht? Asbestverdacht Informatiebron : historische kaarten Asbestverdachte activiteiten aanwezig geweest op of nabij de locatie? Glastuinbouw

Onderzoeksaspect: Terreinverkenning d.d. 18 januari door Ground Research Verhardingen, soort, dikte, fundering, oppervlakte Klein deel betonverharding Puin op maaiveld Puin op maaiveld aangetroffen? Zo ja, beschrijven en locatie aangeven op kaart. Geen Puintypering Puindatering Toelichting: Puin van vóór 1945, niet asbestverdacht Puin uit 1945-1980, is asbestverdacht, mogelijk met gehalten boven 100 mg/kg ds Puin uit 1980-1993/1995, is asbestverdacht, mogelijke gehalten tussen 10-100 mg/kg ds Puin uit 1995-1998, is asbestverdacht, mogelijke gehalten vaak < 10 mg/kg ds Puin na 1998, is niet asbestverdacht. Asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld of op/aan gebouwen op de locatie of op aangrenzende percelen? Zo ja, beschrijven en locatie aangeven op kaart. Geen Plastics en/of piepschuim aangetroffen op het maaiveld? Zo ja, beschrijven en locatie aangeven op kaart. Geen Algemene indruk van het terrein Geen bijzonderheden Afwijkingen van informatie uit dossiers, zo ja beschrijving.

Bijlage 4 -

Veldonderzoek

Boorprofielen en legenda

Projectnummer: Projectnaam:

377251 De Strip 5A en 5B Hoorn

Boring:

1

Boring:

2

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

0

0

akker

1 50

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

akker Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

1 50

50

Klei, sterk zandig, grijs, Edelmanboor 2 100

100

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, grijs, Edelmanboor

3 150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, grijs, Guts 4 200 5 250

250

Boring:

3

Boring:

4

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

0

0

akker

1 50

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

50

50

5

Boring:

6

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

0

akker

50

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, grijs, Edelmanboor

1

Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

1

Boring:

0

akker

akker Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

1 50

50 Klei, sterk zandig, bruingrijs, Edelmanboor

2 100 3 150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, grijs, Guts 4 200

200

Boring:

7

Boring:

8

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

0

0

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

1 50

akker

Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

1 50

akker

50

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 1 van 7

Projectnummer: Projectnaam:

377251 De Strip 5A en 5B Hoorn

Boring:

9

Boring:

10

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

0

0

akker

1 50

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, grijs, Edelmanboor

akker Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, grijs, Edelmanboor

1 50

50 Klei, sterk zandig, grijs, Edelmanboor

2 100

100

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, grijs, Edelmanboor

3 150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, grijs, Guts 4 200 5 250

250

Boring:

11

Boring:

12

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

0

0

akker

1 50

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

akker Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, grijs, Edelmanboor

1 50

50

Klei, sterk zandig, grijs, Edelmanboor 2 100

100

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, grijs, Edelmanboor

3 150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, grijs, Guts 4 200 5 250

250

Boring:

13

Boring:

14

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

0

0

akker

1 50

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

50

50

15

Boring:

16

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

0

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, grijs, Edelmanboor

1 50

akker

Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

1

Boring:

0

akker Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, grijs, Edelmanboor

1 50

akker

50

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 2 van 7

Projectnummer: Projectnaam:

377251 De Strip 5A en 5B Hoorn

Boring:

17

Boring:

18

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

Boormeester: Datum:

Mark boon 18-1-2021

0

0

akker

1 50

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, grijs, Edelmanboor

akker Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, Edelmanboor

1 50

50 Klei, sterk zandig, bruingrijs, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=281d7cbd-fc0d-4187-b893-6916d071bc82