Bijlage 7 - Participatie Platform Hoorn op concept plan van aanpak
Tekst van het document
Van: afra.reus@ziggo.nl <afra.reus@ziggo.nl> Verzonden: dinsdag 28 oktober 2025 12:51 Aan: Beerepoot, Lisa <l.beerepoot@hoorn.nl>; Klier, Stephanie <s.klier@hoorn.nl>; Bennis, Dick <d.bennis@hoorn.nl> Onderwerp: reactie ParticipatiePlatform Hoorn op concept-plan van aanpak voor de participatievisie (!) Deze e-mail is afkomstig van buiten de organisatie. Kijk goed of je de links en bijlagen kunt vertrouwen. Beste Dick, Lisa en Stefanie, zoals bekend, heeft het ParticipatiePlatform Hoorn (PPH) op 22 oktober jl. overleg gehad over de resultaten van ons overleg d.d. 14 oktober inz. het concept-plan van aanpak voor de participatievisie. Daarbij is het volgende aan de orde geweest: • Het PPH constateert dat er diverse positieve punten in het plan van aanpak zijn verwerkt dan wel zijn benoemd tijdens ons overleg hierover, nl.: - de intentie van de gemeente is om breed, laagdrempelig en inclusief informatie te verzamelen. Op onderdelen moet dat nog worden uitgewerkt; - de intentie om transparant te zijn; - de concept-visie wordt ter toetsing voorgelegd aan de participanten; - de gemeente is zich ervan bewust dat het resultaat (visie/verordening) intern gevolgen heeft.
Daarom wordt de organisatie vanaf de start betrokken bij het proces; - het appèl van het PPH is mede input voor het gesprek met de nieuwe raad over hun rol (waarbij het gaat om: welke ruimte geven wij voor invloed (participatie)). Het PPH beschouwt dit als goede stappen! • Het PPH constateert echter ook dat veel ideeën van het PPH niet zijn verwerkt in het concept plan van aanpak participatie voor participatievisie. Daarbij gaat het om onderstaande punten: - de regie voor het proces ligt volledig bij de gemeente. De gemeente wil geen stuurgroep met externe partijen, w.o. het PPH en vindt het toereikend dat - als er tijdens het proces problemen ontstaan – het PPH en de gemeente met elkaar overleggen. Het PPH denkt dat er een meerwaarde in zit als de gemeente partijen betrekt bij de regierol; dit draagt bij aan vertrouwen in elkaar maar ook aan mede-verantwoordelijkheid voor het resultaat. - de gemeente wil toewerken naar een raadsvoorstel waarin ambtenaren de participatieresultaten verwerken naar één variant. Ambtenaren bepalen in deze (gebruikelijke) werkwijze hoe de variant wordt geformuleerd. De concept-visie wordt weliswaar vooraf voorgelegd aan participanten, echter ambtelijk wordt bepaald welke reacties van participanten wel/niet worden opgenomen en waarom wel/niet. Deze afwegingen worden inzichtelijk gemaakt, ook voor de raad, die het besluit neemt.
Participanten hebben slechts de mogelijkheid van inspraak om hun opvattingen te onderbouwen, conform de gebruikelijke werkwijze. Het PPH stemt niet in met deze werkwijze; het PPH vindt dat de ambtelijke rol beperkter moet zijn, nl. ondersteunen dat een visie waar participanten mee kunnen instemmen geformuleerd wordt (evt. verschillen van opvatting kunnen inzichtelijk gemaakt worden). Vervolgens adviseren ambtenaren het bestuur over de visie. - er komt geen brede dialoog omdat dat niet haalbaar is volgens de gemeente. Nog uitgewerkt wordt hoe zo’n dialoog tussen georganiseerde groepen kan plaatsvinden. Het PPH denkt dat er wel mogelijkheden zijn om een brede dialoog te organiseren en dat deze dialoog ook waardevol is. - niet alle kaders zijn helder. Dat is wel belangrijk, zodat participanten vooraf weten waarvoor zij beïnvloedingsruimte hebben. Scherpe kaders kunnen ruis tijdens het proces voorkomen, evenals teleurstellingen achteraf. Omdat de basisprincipes (zoals hierboven beschreven) te ver uit elkaar liggen, kan het PPH niet instemmen met het concept-plan van aanpak. Het PPH wil dan ook geen mede-verantwoordelijkheid
dragen voor dit plan van aanpak en de uitvoering daarvan; het PPH wil om die reden ook niet dat de gemeente (bv. in voorstellen aan de raad) stelt dat het plan van aanpak in samenwerking met PPH tot stand is gekomen. Wel wil het PPH deelnemen aan het participatieproces dat leidt tot vaststelling van de participatievisie, om tijdens dit proces de visie die het PPH heeft op participatie (verwoord in het appèl) te laten doorklinken, zodat deze visie van het PPH zo goed mogelijk een plaats krijgt in de participatievisie. Nu de basisprincipes nog ver uit elkaar liggen, blijft het PPH zich vrij voelen om een eigen visie te formuleren en deze visie voor te leggen aan de raad (die besluit over de participatievisie). Daarbij kan het PPH gebruik maken van de inputgegevens van de gemeente, deze zijn immers transparant. Ten slotte vindt het PPH het merkwaardig dat het participatieproces om tot de participatievisie te komen waarschijnlijk spoedig na de vaststelling van het plan van aanpak gaat lopen (dus voorjaar 2026) terwijl de nieuwe raad medio 2026 in gesprek gaat over zijn visie op participatie. Dit gesprek met de raad kan immers opleveren dat de nieuwe raad (beperkende) kaders geeft voor de participatievisie. Dat kan tot teleurstelling leiden bij degenen die deelnemen aan het proces dat in de huidige opzet ruime (maar nog onscherpe) kaders heeft.
Uiteraard zijn wij graag bereid om bovenstaande toe te lichten. Namens het ParticipatiePlatform Hoorn,
Afra Reus