CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Ontwerpbesluit weigering verklaring van geen bedenkingen inzake de aanvraag omgevingsvergunning Boedijnhof 1535.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling Boedijnhof 153 te Hoorn

projectnummer 0475063.100 definitief 23 december 2021

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling Boedijnhof 153 te Hoorn

projectnummer 0475063.100 definitief 23 december 2021

Opdrachtgever Amsterdam Realty Partners B.V. Archangelkade 47 1013 BE Amsterdam

Gecontroleerd: Stephan Hammink

datum 23 december 2021

beschrijving definitief

vrijgave J. Fuite

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Waarom een m.e.r.-beoordeling? Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling Leeswijzer en bronnen

1 1 2 3

2

Plaats en kenmerken van de activiteit

4

2.1 2.2 2.3

Ligging van het plan Bestaand grondgebruik Aard en omvang van de ontwikkeling

4 4 5

3

Kenmerken van het potentiële effect

6

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

Archeologie en cultuurhistorie Bodem Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuur Water Verkeer en transport Gezondheid Effectkenmerken

6 7 8 9 10 11 13 13 14 14

4

Conclusie

16

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Amsterdam Realty Partners (hierna: initiatiefnemer) is voornemens om het kantoorpand aan Boedijnhof 153 te Hoorn te transformeren van huidige functie kantoor naar woningen. De ontwikkeling voorziet in circa 30 woningen. De locatie heeft de bestemming ‘Kantoor’ binnen het bestemmingsplan ‘Kersenboogerd’ (vastgesteld op 15-12-2009). Volgens dit bestemmingsplan is de functie wonen niet toegestaan op de locatie. Om de ontwikkeling van de woningen mogelijk te maken, dient van het huidige bestemmingsplan te worden afgeweken door middel van een buitenplanse afwijkingsprocedure.

1.2

Waarom een m.e.r.-beoordeling? De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van een m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). Alhoewel initiatiefnemer een andere mening is toegedaan stelt het bevoegd gezag dat de voorgenomen uitbreiding is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject). Onder protest heeft initiatiefnemer deze notitie laten opstellen. Voor elke activiteit die genoemd wordt in het besluit m.e.r. bijlage D moet bij overschrijding van de drempelwaarden, zoals genoemd in de kolom “gevallen” een m.e.r.beoordelingsprocedure worden doorlopen, waarin door het bevoegde gezag besloten moet worden of er sprake is van belangrijk nadelige milieugevolgen die het doorlopen van een m.e.r.procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk maken.

Indien de drempelwaarden niet worden overschreden geldt een zogenaamde vormvrije m.e.r.beoordelingsplicht. Voorheen was dit een “lichtere” procedure, met minder inhoudelijke en procedurele eisen dan een (niet vormvrije) m.e.r.-beoordeling, maar na een wetwijziging is dit onderscheid verdwenen en gelden voor beide m.e.r.-beoordelingsprocedures dezelfde eisen. De omschrijving van de drempelwaarden behorend bij categorie D 11.2. is opgenomen in tabel 1.1.

Tabel 1.1:Uitsnede uit het Besluit m.e.r

De ontwikkeling aan de Boedijnhof 153 blijft met 30 woningen onder de drempelwaarden (zie kolom ‘gevallen’). Dit betekent dat er in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden doorlopen. Het uitgangspunt hierbij is, dat er in beginsel geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij het bevoegd gezag (gemeente Hoorn) bepaalt dat er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het besluit kan worden genomen op basis van deze vormvrije m.e.r.beoordeling.

1.3

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling Criteria EU Richtlijn Op grond van de EU Richtlijn MER bijlage III (genoemd in de Wet milieubeheer, artikel 7.16) moet worden getoetst op een aantal criteria. In de voorliggende notitie vindt deze toetsing plaats. 1. Kenmerken van de plannen Bij de kenmerken van de plannen moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang en het ontwerp van het gehele plan; b) de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde plannen; c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; d) de productie van afvalstoffen; e) verontreiniging en hinder; f) het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het plan in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; g) de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). 2.

Plaats van de plannen De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de plannen van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a) het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b) de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ii. kustgebieden en het mariene milieu; iii. berg- en bosgebieden; iv. natuurreservaten en -parken; v. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; vi. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het plan, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; viii. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 2

3. Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van plannen moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 van deze bijlage hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het plan op de in artikel 3, lid 1, uiteengezette factoren, met inachtneming van: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b) de aard van het effect; c) het grensoverschrijdend karakter van het effect; d) de intensiteit en de complexiteit van het effect; e) de waarschijnlijkheid van het effect; f) de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; g) de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde plannen; h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

1.4

Leeswijzer en bronnen Dit rapport volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.: • hoofdstuk 2: de plaats van de activiteit en de kenmerken van de activiteit (aard en omvang, de wijze van aanleg); • hoofdstuk 3: de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit; • hoofdstuk 4: conclusie. Voor de planinformatie en onderzoeken is de Ruimtelijke Onderbouwing opgesteld door Bureau Stedelijke Planning geraadpleegd. De onderzoeken naar wordt verwezen in deze Aanmeldingsnotitie zijn bijgevoegd bij de ruimtelijke onderbouwing.

3

2

Plaats en kenmerken van de activiteit

2.1

Ligging van het plan De planlocatie is gelegen in het zuidoosten van Hoorn, grenzend aan de zuidzijde van de woonwijk Kersenboogerd (figuur 2.1). Een aantal (kantoor)gebouwen, waarvan ook de planlocatie onderdeel van is, scheidt de woonwijk van de Provincialeweg N506. De planlocatie bevindt zich aan de Boedijnhof 153. Voorbij de provinciale weg, ten zuiden van het plangebied bevinden zich twee industrieterreinen, namelijk Hoorn HN 80 en de Schelphoek. De historische binnenstad van Hoorn bevindt zich op circa 10 minuten fietsen, waar. De planlocatie bevindt zich op circa 7 minuten fietsen van treinstation Hoorn Kersenboogerd, dat ook een Intercity locatie is. Ook bevinden zich meerdere bushaltes rondom de planlocatie binnen 10 minuten lopen. Hiermee is de bereikbaarheid per openbaar vervoer goed. De locatie ligt gelegen naast de provinciale weg N506 en op circa 9 autominuten van de A7 (richting Zaandam / Afsluitdijk). De autobereikbaarheid is hiermee goed.

Figuur 2.1: Locatie planlocatie (rood gearceerd)

2.2

Bestaand grondgebruik Momenteel is de planlocatie een kantoorpand. Dit pand heeft een oppervlakte van circa 3.210 m2 en is te bereiken vanaf het Boedijnhof.

Figuur 2.2: Gebouw in huidige functie als kantoorpand, gezien vanaf de N506 (bron: Google Maps)

4

Figuur 2.3: Gebouw in huidige functie als kantoorpand, gezien vanaf het Boedijnhof (bron: Google Maps)

2.3

Aard en omvang van de ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens om duurzame en circulaire woningen met inpandige berging te realiseren, met een gebruiksoppervlak van circa 40 tot 70 m². Het indicatief aantal te realiseren woningen betreft 30, naar verwachting grotendeels starterswoningen. Het plan betreft enkel een andere invulling van het bestaande gebouw (het kantoorpand), eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten. De buitenruimte wordt heringericht tot aan aantrekkelijke, groene (woon)omgeving. (Een deel van) de huidige parkeerplaatsen worden gebruikt voor de geplande woningen. De planlocatie blijft bereikbaar via het Boedijnhof.

5

3

Kenmerken van het potentiële effect De voorgenomen ontwikkeling heeft mogelijk invloed op het milieu. In dit hoofdstuk zijn de mogelijke milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Voor de planinformatie zijn reeds uitgevoerde onderzoeken en de aangeleverde stukken geraadpleegd. Waar nodig is de informatie aangevuld.

3.1

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Verwachtingswaarden De planlocatie valt onder de ‘Paraplubestemming Archeologie’, en heeft de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5’. De gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden. De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5 betreft de uitbreidingswijken waar veelal geen archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Alleen bij grootschalige bodemingrepen is het van belang dat er een quickscan wordt uitgevoerd. Voor nieuwe bouwwerken met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 moet voordat er een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van bevoegd gezag: a. De archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. Meldingsplicht Archeologie Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform paragraaf 5.4 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht.

Cultuurhistorie De wijk Kersenboogerd is gebouwd tussen twee historische bebouwingslinten: de Lageweg in het zuiden en het lint van de Westerblokker aan de noordzijde. De oude bewoningslinten zijn een bepalend onderdeel geweest bij de stedelijke ontwikkeling van het huidige Hoorn. De Lageweg is van oorsprong een eenzijdig bewoningslint, met ontginning ten noorden van het lint. Tegenwoordig ligt de Provincialeweg gedeeltelijk parallel aan de Lageweg. Gedeeltelijk is de weg door de Provincialeweg vervangen. Ter herinnering aan de cultuur en de historie van dit Westfriese gebied is in alle bestemmingsplannen een regeling opgenomen die uitgaat van het behoud van het karakter van de linten. De bestemmingsplannen volgen daarbij de aanwijzingen van de Welstandsnota Hoorn en het specifieke Beeldkwaliteitsplan dat voor de linten is opgesteld. Op de planlocatie zelf zijn geen monumenten of andere elementen met een cultuurhistorische waarde aanwezig. Daarnaast is er in het plan uitsluitend sprake van functiewijziging van bestaande bebouwing. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft een functiewijziging van kantoor naar wonen van de bestaande bebouwing, hierbij zullen er geen grondroerende activiteiten plaatsvinden. Voor het 6

aspect ‘archeologie en cultuurhistorie’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.2

Bodem Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Uit het bodemonderzoek op Boedijnhof 153-154 komt naar voren dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoek locatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.1 Zie ook figuur 3.1 voor de status van de bodem voor de planlocatie.

Figuur 3.1: Status bodem planlocatie (rode kader) volgens het bodemloket.

Daarnaast is voor het vigerende bestemmingsplan ook bodemonderzoek verricht in de hele wijk Kersenboogerd. Hierbij zijn geen verontreinigingen gevonden die een belemmering zouden kunnen vormen voor de voorgenomen bestemming. Daarbij wordt de wijk Kersenboogerd ook niet aangemerkt als een provinciaal bijzonder beschermingsgebied, dat wil zeggen een bodembeschermingsgebied (met aardkundige waarde) of het Natuurnetwerk Nederland. Op de locatie gaat het om een functiewijzing van de bestemming kantoor naar wonen, deze voorgenomen ontwikkeling zal geen invloed hebben op de bodemkwaliteit. Conclusie Voor het aspect ‘bodem’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

1

Rijkswaterstaat (2020). Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Rapport Bodemloket GN040500811 Boedijnhof 153- 154

7

3.3

Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. In het kader van voorliggende ontwikkeling is een toetsing gedaan naar externe veiligheid. De resultaten worden hieronder beschreven. Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden.

In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet zijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPGtankstations (Stcrt. 2016, 31453) en de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015, 3125) gepubliceerd en in werking getreden.

Toetsing Nabij de planlocatie bevinden zich geen bedrijven met gevaarlijke stoffen, geen leidingen met gevaarlijke stoffen en ook geen luchthavens. Wel ligt de planlocatie langs de provinciale weg N506, deze bevindt zich op circa 35 meter van het plangebied. Voorheen was dit een drukke weg, maar dankzij de aanleg van de Westfrisia weg in 2018 is de verkeersdrukte afgenomen. Uit de provinciale Risico-atlas Gevaarlijke stoffen wegverkeer van 24 maart 2003 blijkt dat de Provincialeweg N506 een route voor vervoer van gevaarlijk stoffen is. Het plangebied ligt binnen de invloedszone van 200 meter van de N506. Vanwege deze afstand is het risico op ongelukken en slachtoffers berekend. De kans op een dodelijk slachtoffer langs de weg als gevolg van een ongeluk met gevaarlijke stoffen is verwaarloosbaar. Verder is in een onderzoek met betrekking tot vestiging van een kinderdagverblijf nabij Boedijnhof 153 uit 2008 ook gebleken, dat er geen groepsrisico voor een ongeluk met gevaarlijke stoffen is. 8

Conclusie Voor het aspect ‘externe veiligheid’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.4

Geluid Aanleg Voor de aanleg vindt een aantal werkzaamheden plaats. De werkzaamheden vinden overdag plaats. Deze werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. De effecten vanwege de geluidshinder treden alleen op tijdens de aanleg. Voor dergelijke activiteiten is veelal de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) van toepassing. Gezien de tijdelijk aard en beperkte omvang van de werkzaamheden wordt geen hinder verwacht of zullen specifieke afschermende maatregelen de hinder zo veel mogelijk beperken. Gebruik Het plangebied ligt in het zuidoosten van Hoorn. Het plangebied ligt ten noorden van de industrieterreinen Schelphoek en Hoorn ’80. Het planvoornemen betreft een geluidsgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Het plangebied ligt op circa 1,2 km van spoorlijn Zaandam-Enkhuizen. Voor spoorweglawaai geldt een geluidszone van 100 meter, aangezien de locatie hier niet binnen valt hoeft er geen onderzoek uitgevoerd te worden voor spoorweglawaai. Het plan bevindt zich wel binnen de geluidszones van de provinciale weg N506. Deze provinciale weg grenst aan de zuidkant van het plangebied. De N506 heeft een 80 km/h regime. Vanwege de ligging binnen deze geluidszone dient het plan getoetst te worden volgens de Wgh.

In 2021 is er voor de realisatie van twee woningen twee woningen aan Robert Stolzhof 33a en 33b in Hoorn (op een perceel bij Lageweg 11) een akoestisch onderzoek uitgevoerd2. Omdat deze ontwikkeling direct naast Boedijnhof 153 ligt, is voor deze aanmeldnotitie uitgegaan van dit recente onderzoek. Wegverkeerslawaai Uit het onderzoekt blijkt dat de berekende waarden van de twee woningen de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai (48 dB) overschrijden. De maximale hogere grenswaarden worden niet overschreden. Hieronder is een tabel (3.1) weergegeven met de resultaten van het geluidsonderzoek voor de twee woningen. De resultaten betreffende de N506 zijn voor belang voor de planlocatie.

2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai – realisatie 2 woningen Lageweg 11 Blokker

9

Tabel 3.2: Maximaal berekende gevelbelastingen voor de 2 woningen nabij Lageweg 11 (Bron: akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai – realisatie 2 woningen Lageweg 11, HGO advies, 2020).

De geluidbelasting op de gevels van de te realiseren woningen is lager dan in de Wet geluidhinder aangegeven ontheffingswaarde. De geluidbelasting vanwege het verkeer op de N506 bedraagt ten hoogste 52 dB. De gevels aan de woningen worden voorzien van geluidwerende voorzieningen om de norm te halen en een goed woon- en leefklimaat te borgen. Industrielawaai Ten zuiden van de planlocatie liggen de industrieterreinen Schelphoek en Hoorn HN 80. Op een deel van deze industrieterreinen mogen zogenaamde ‘grote lawaaimakers’ aanwezig zijn. Op grond van de Wet geluidhinder is sprake van gezoneerde industrieterreinen. Rond de industrieterreinen is een geluidszone vastgesteld, die voor een klein deel over de wijk Kersenboogerd. De geluidzone van de industrieterreinen loopt echter niet over de planlocatie. Daarnaast is de wijk Kersenboogerd al zo aangelegd dat er een acceptabel geluidsniveau van de kant van de industrieterreinen gewaarborgd wordt. Conclusie Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema geluid.

3.5

Luchtkwaliteit Voor het voorgenomen initiatief is de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5 Wet milieubeheer) van toepassing. Deze wet is onder meer verder uitgewerkt in het Besluit en de Regeling Niet in betekenende mate (NIBM). Er is volgens de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen' in de Wet Milieubeheer geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van circa 30 woningen. Hierdoor kan een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven en staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.15, lid 1, onder c verdere besluitvorming niet in de weg. Momenteel is op de planlocatie relatief weinig stikstofoxide aanwezig. Ook de situatie rondom fijnstof is goed. De algehele luchtkwaliteit op de planlocatie is ‘matig’, net als in het grootste deel

10

van Nederland3. Verder blijkt uit de NSL-monitoringstool de concentraties luchtverontreinigende stoffen ruim onder de grenswaarden liggen en in de toekomst verder dalen (zie tabel 3.2). Tabel 3.3: Jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in μg/m3 ter langs de provinciale weg, nabij de voorgenomen ontwikkeling. Stof

2020

2030

Maatgevende grenswaarde

Stikstofdioxide (NO2)

13,4

8,3

40

Fijnstof (PM10)

14,7

12,8

31,2*

Fijnstof (PM2,5)

7,3

6,0

25

*Bij een jaargemiddelde concentratie PM10 van meer dan 31,2 is sprake van meer dan 35 keer de overschrijding van de grenswaarde voor de 24-uursgemiddelde concentratie PM10 (50 μg/m3).

Conclusie De ontwikkeling wordt geclassificeerd als plan dat ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan aantasting van de luchtkwaliteit. Ook vallen de gemeten waarden van de (maximale) concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling onder de geldende grenswaarden. Er worden geen belangrijk nadelige milieueffecten verwacht voor het thema luchtkwaliteit.

3.6

Natuur Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening worden te gehouden met beschermde plant- en diersoorten en met beschermde gebieden. Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. Onderzocht is of de geplande ingrepen effect hebben op onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten of Natura 2000-gebieden. Daarnaast is het effect op het Natuurnetwerk Nederland beoordeeld. Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent. Het plangebied ligt circa 1 km van het Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer (zie figuur 3.2). Vanwege de afstand is geen sprake van directe aantasting op Natura 2000-gebieden. Wel kan een effect plaatsvinden door stikstofdepositie, aangezien dit verder reikt dan andere mogelijke effecten. Derhalve dient er een beoordeling plaats te vinden of bij de ontwikkeling van het plan stikstofdepositie onder de maximale waarde blijft.

3

www.atlasleefomgeving.nl

11

Figuur 3.2: Natura 2000-gebied ten opzichte van het plangebied. afstand circa 1km.

Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurherstel in werking getreden. Vanaf dan zijn alle tijdelijke bouw- en sloopactiviteiten en alle activiteiten die hiermee samenhangen (onder andere aan- en afvoer) voor wat betreft stikstofdepositie vrijgesteld van de Wnbvergunningplicht. Voor deze activiteiten hoeft dan ook geen onderzoek naar stikstofdepositie (Aerius-berekening) meer te worden uitgevoerd. In de huidige situatie vinden er vanwege de kantoorfunctie verkeersbewegingen plaats van werknemers en bezoekers van het kantoorpand. Het bvo van het kantoorpand is circa 12.000 m2. Op basis van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (2018) (sterk stedelijk gebied, rest bebouwde kom, kantoor met baliefunctie) leidt dat tot 300 verkeersbewegingen per dag (2,5 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo). In de nieuwe situatie zullen de bewoners met een auto gebruik maken van de entree aan het Boedijnhof. Naar verwachting bestaat het plan grotendeels uit starterswoningen. Op basis van het CROW kengetal voor middeldure appartementen (worst case) leidt dat tot 225 verkeersbewegingen (7,5 verkeersbewegingen per woning). Daarmee nemen de verkeersbewegingen af ten opzichte van de huidige situatie.

Aangezien het voorgenomen plan alleen een functiewijziging betreft van kantoorpand naar woningen, waarbij alleen een interne transformatie zal plaatsvinden en het aantal verkeersbewegingen afneemt zal dit dan ook geen gevolgen hebben met betrekking tot de uitstoot van stikstof. 12

Beschermde soorten De planlocatie is niet bijzonder kansrijk voor soorten die door de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Voor het uitvoeren van de voorgenomen ontwikkeling zullen geen sloopwerkzaamheden plaatsvinden, het betreft enkel een andere invulling van het gebouw. De huidige functie kantoor zal worden veranderd naar de functie wonen. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/ uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het plan niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema natuur. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het plan niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema natuur.

3.7

Water De planlocatie ligt binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en -kwantiteit. In het kader van de ontwikkeling is een digitale watertoets uitgevoerd. kader van de digitale watertoets is nagegaan wat de invloed van de voorgenomen ontwikkeling aan de Boedijnhof is op het watersysteem en/of afwalwaterketen. Toetsing Op basis van de Digitale Watertoets is in de ruimtelijke onderbouwing nagegaan wat de invloed van het plan aan het Boedijnhof is op het watersysteem en/of de afvalwaterketen. Het plan betreft uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing zonder dat de bebouwing wordt uitgebreid. Hiermee is er geen sprake van een waterschapsbelang. De initiatiefnemer heeft Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geïnformeerd over het onderhavige plan via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is niet nodig. Het hoogheemraadschap geeft een positief wateradvies. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft enkel een functiewijziging, daardoor wordt er voor het aspect ‘water’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.8

Verkeer en transport Aanleg De aanlegwerkzaamheden hebben geen gevolgen voor de infrastructuur in en rond het plangebied. Wel kan er tijdens de uitvoering mogelijk beperkt hinder ondervonden worden door een toename van verkeersintensiteiten in de nabijheid van het plangebied.

13

Verkeersgeneratie en -afwikkeling In de huidige situatie vinden er verkeersbewegingen plaats van werknemers en bezoekers aan het kantoorpand. In de nieuwe situatie blijven de bewoners met een auto gebruik maken van de entree aan het Boedijnhof. De toekomstige verkeersgeneratie is berekend op basis van de CROW-publicatie 381 via het worst case scenario, hieruit komt naar voren dat er in de nieuwe situatie minder vervoersbewegingen per etmaal zullen plaatsvinden dan in de bestaande situatie (zie paragraaf 3.6). Vervoersafwikkeling De bewoners zullen gebruik maken van de entree aan de Boedijnhof. Dit is ook de ontsluiting voor de noordelijk gelegen woongebieden, hiermee is de Boedijnhof berekend op de verkeersstromen van deze gebieden. Er is sprake van een afname aan verkeer zodat er geen knelpunten ontstaan op deze weg. Parkeren Momenteel zijn er 75 parkeerplekken aanwezig op de planlocatie. Hoorn heeft in 2018 een nieuwe parkeernormennota in werking laten treden. De planlocatie valt in de categorie ‘sterk stedelijk’, ‘rest bebouwde kom’. Uitgaande van starterswoningen is de parkeernorm voor deze categorie 0,9 tot 1,5 parkeerplekken per woning. In het hoge scenario is het aantal parkeerplekken dat aanwezig moet zijn daarmee 45. Het precieze aantal parkeerplekken per woning is echter afhankelijk van de parkeerdruk in de buurt.

Bij functiewijziging van het gebouw moet er rekening gehouden worden met de geldende parkeernorm. Omdat er momenteel 75 parkeerplekken op de locatie zijn, wordt een deel van de parkeerplekken overbodig. Hiermee worden de parkeernormen geborgd. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het plan niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema verkeer en transport.

3.9

Gezondheid Mede op basis van de beoordeling ten aanzien van water, lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico’s door het plan voor de volksgezondheid of voor bijvoorbeeld waterverontreiniging of luchtvervuiling.

3.10

Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) • Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 3.1 t/m 3.9 • Bereik van het effect: zeer lokaal • Getroffen bevolking: niet van toepassing, belangrijke nadelige effecten worden niet voorzien. Aard van het effect • Aard van de effecten: zie paragraaf 3.1 t/m 3.9.

14

Grensoverschrijdend karakter van het effect • De effecten zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect • Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering. Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde plannen Er zijn geen andere plannen of ontwikkelingen in de omgeving bekend die zouden kunnen leiden tot cumulatieve effecten, door bijvoorbeeld een toename van het verkeer. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot aanmerkelijke effecten leiden Mogelijkheid om de effecten doeltreffende te verminderen Per onderdeel worden de effecten van het plan zo summier mogelijk gehouden. Er hoeven met uitzondering van geluidwerende voorzieningen aan de gevels die gericht zijn naar de provinciale weg N506 geen maatregelen te worden genomen voor de mitigatie van (mogelijke) effecten.

15

4

Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en is het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het plan niet nodig. Deze beoordeling ligt formeel bij het bevoegd gezag.

16

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T. 06 - 22 99 03 12 E. stephan.hammink@anteagoup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=e826cb28-25c3-457a-aba9-a5f41698c0b8