Bijlage 6 - Bijlagen regels
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Bijlagen regels
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Inhoudsopgave
Bijlagen regels
4
Bijlage 1
Akoestisch rapport
4
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
554
Bijlage 3
Consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten
591
Bijlage 4
Kaart vaarroute
595
Bijlage 5
Parkeernormeringen
598
3
TAM-omgevingsplan Bangert en Oosterpolder, fase A Zuid
Bijlagen regels Bijlage 1 Akoestisch rapport
4
ONDERZOEK GELUID OP WONINGEN PLAN BANGERT EN OOSTERPOLDER FASE A ZUID EN 5B ZUID TE HOORN Onderzoek industrie-, wegverkeers- en railverkeerslawaai
ONDERZOEK GELUID OP WONINGEN PLAN BANGERT EN OOSTERPOLDER FASE A ZUID EN 5B ZUID TE HOORN Onderzoek industrie-, wegverkeers- en railverkeerslawaai
Opdrachtgever
BügelHajema Adviseurs B.V. Vaart NZ 50 9401 GN Assen
Contactpersoon Uitgevoerd door
Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV
Behandeld door
Datum
14 april 2026
Kenmerk
6913/NAA/ad/jv/nk/6
Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV W.A. Scholtenstraat 7B 9403 AJ Assen
(0592) 340 630 naa@naa.nl www.naa.nl
iban btw kvk
NL41 RABO 0382 8383 35 NL006719028B01 04029676
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding ..................................................................................................................................................................... 4
2
Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 5 2.1 Algemeen 5 2.2 Aspecten Omgevingswet 5 2.3 Geluidaandachtsgebieden 5 2.4 Geluidproductieplafond 5 2.5 Basisgeluidemissie 5 2.6 Geluidsnormering 6 2.6.1 Besluit kwaliteit leefomgeving 6 2.6.2 Gemeentelijke omgevingsplan 6 2.6.3 Gezoneerde industrieterrein Gildenweg 6 2.6.4 Bedrijven niet gelegen op (gezoneerde) industrieterreinen 7 2.7 Gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid 9 2.8 Geluidwerende maatregelen 9
3
Uitgangspunten....................................................................................................................................................... 10 3.1 Fysieke gegevens 10 3.2 Verkeersgegevens wegverkeer- en railverkeerslawaai 10 3.3 Industrielawaai gezoneerd industrieterrein 11 3.4 Industrielawaai bedrijven buiten gezoneerde industrieterrein 12
4
Toegepaste rekenmethode..................................................................................................................................... 14
5
Rekenresultaten en toetsing................................................................................................................................... 15 5.1 Toetsingspunten 15 5.2 Wegverkeerslawaai 16 5.2.1 Geluid ten gevolge van verkeer op gemeentewegen 16 5.2.2 Mogelijke maatregelen om het geluid te reduceren 17 5.3 Railverkeerslawaai 18 5.3.1 Geluid ten gevolge van spoorlijn 18 5.3.2 Mogelijke maatregelen om het geluid te reduceren 19 5.4 Industrielawaai 19 5.4.1 Gezoneerde industrieterrein 19 5.4.2 Industrielawaai afzonderlijke bedrijven 20 5.5 Gecumuleerd en gezamenlijk geluid 21 5.5.1 Gecumuleerd geluid 21 5.5.2 Beoordeling gecumuleerd geluid 21 5.5.3 Gezamenlijk geluid 22
6
Conclusies ............................................................................................................................................................... 23
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 2 van 24
BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17
Overzicht van de situatie Gehanteerde en aangeleverde verkeersgegevens - wegverkeerslawaai Invoergegevens rekenmodel - wegverkeerslawaai Invoergegevens rekenmodel - railverkeerslawaai Invoergegevens rekenmodel - industrielawaai Grafische weergaven rekenmodel - wegverkeerslawaai Grafische weergaven rekenmodel - railverkeerslawaai Grafische weergaven rekenmodel - industrielawaai Berekende geluidscontouren - wegverkeerslawaai Berekende geluidsniveaus woonbestemmingen - wegverkeerslawaai Berekende geluidscontouren - railverkeerslawaai Berekende geluidsniveaus woonbestemmingen - railverkeerslawaai Berekende geluidscontouren - industrielawaai Berekende geluidsniveaus woonbestemmingen - industrielawaai Rekenmethode gecumuleerd en gezamenlijk geluid Berekende gecumuleerde en gezamenlijke geluidsniveaus - adrespunten Berekende gecumuleerde en gezamenlijke geluidsniveaus - rekenpunten
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 3 van 24
1
INLEIDING
In opdracht van BügelHajema Adviseurs B.V. te Assen, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar geluid vanwege zowel weg-, rail- als industrielawaai op nieuw te bouwen woningen binnen het plangebied Bangert en Oosterpolder Fase A Zuid en fase 5B Zuid te Hoorn. Het plangebied Fase A Zuid ligt tussen de spoorbaan Zaandam-HoornEnkhuizen en de Westerblokker. De IJsselweg doorsnijdt het plangebied Fase A Zuid. Het plangebied fase 5B zuid ligt ten noorden van de Westerblokker en ten oosten van De Strip. De invulling van de plannen is weergegeven in figuur 1. Figuur 1: Invulling plangebied
Het grootste deel van de woningen van plangebied Fase A Zuid is gepland binnen de geluidzone (in blauw aangegeven in figuur 1) van het gezoneerde industrieterrein Gildenweg. De woningen zijn (deels) gepland binnen het geluidaandachtsgebied van de spoorweg Zaandam-Hoorn-Enkhuizen en de wegen IJsselweg/De Strip en Westerblokker. Het onderzoek richt zich op het vaststellen van het geluid van de verschillende wegen, spoorlijn en industrie op het plangebied. Tevens zijn in de nabijheid gelegen bedrijven, die niet op het gezoneerde industrieterrein zijn gelegen, betrokken in dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig de criteria conform de Omgevingswet (verder: Ow). De bescherming tegen geluid regelt de gemeente in het omgevingsplan. De Wet geluidhinder (verder: Wgh) komt te vervallen en de gemeente moet zelf afwegen of een bepaald geluidsniveau acceptabel is en hiervoor in het nieuwe deel van het omgevingsplan normen opnemen. Hierbij gelden de eisen en randvoorwaarden uit zowel de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (verder: Bkl) als het gemeentelijke omgevingsplan. Per 1 januari 2024 gelden de regels uit het tijdelijk deel van de Omgevingswet. De resultaten van het onderzoek zijn daarmee getoetst aan de standaardwaarden en grenswaarden uit onder meer het Bkl.
Voor het gezoneerde industrieterrein is de ‘oude’ wetgeving nog van toepassing vanwege de vaststelling van de geluidzone onder de ‘oude’ Wet geluidhinder. Het onderzoek vindt plaats op basis van tekeningen, beschikbare railverkeersgegevens uit het uit de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) en wegverkeersgegevens afkomstig van de gemeente Hoorn. Indien het berekende geluid op de woningen onaanvaardbaar hoog wordt geacht waardoor geen goed leef- en werkklimaat kan worden gegarandeerd, is het mogelijk dat een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de woningen noodzakelijk is. In dit stadium van het onderzoek is dit nog niet aan de orde.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 4 van 24
2
WETTELIJK KADER
2.1
Algemeen
Met het afscheid nemen van de Wgh verdwijnen enkele vertrouwde begrippen zoals 'geluidzone', ‘dove gevel’ en 'hogere waarde procedure'. Bij wegverkeerslawaai komt bovendien zowel de correctie vanwege het stiller worden van verkeer (art. 110g Wgh) als het onderscheid tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied te vervallen. Ook de 30 km wegen vallen nu onder de regels van de Ow. Onderstaand worden de verschillende (nieuwe) aspecten van de Omgevingswet benoemd.
2.2
Aspecten Omgevingswet
Met de komst van de Ow kan de gemeente een Omgevingsplan opstellen met een set regels op maat, onder meer op basis van het Bkl. Per 1 januari verhuist een aantal regels van het rijk naar gemeenten en waterschappen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. Het rijk zorgt er met het invoeringsbesluit voor dat de regels voor gemeenten automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen. Voor wat betreft het wegverkeersgeluid is weinig geregeld in de bruidsschat, met uitzondering van afdeling 22.4 voor het aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds. Dat betekent dat voor de afweging en toetsing min of meer direct de regels uit het Bkl van toepassing zijn.
2.3
Geluidaandachtsgebieden
In de Wgh is er sprake van vaste zonebreedtes die bepaald worden door de combinatie van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Met de komst van de Ow komen hier geluidaandachtsgebieden voor in de plaats. Dit zijn gebieden/zones langs een (spoor)weg waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. De breedte van de zone wordt dus afhankelijk van de geluidemissie van de bron en staat hierdoor in directe verbinding met de volgende twee begrippen: “geluidproductieplafond” en “basisgeluidemissie”.
2.4
Geluidproductieplafond
Provinciale wegen, door de provincie aangewezen lokale spoorwegen en (gezoneerde) industrieterreinen, krijgen net als Rijkswegen en spoorwegen, een geluidproductieplafond (verder gpp). Rondom de betreffende geluidbron wordt op referentiepunten de toegestane geluidproductie voor de bron aangegeven. Het bevoegd gezag bewaakt voor deze bronnen de toename van het geluid ten opzichte van de geluidproductieplafonds. Provinciale wegen en door de provincie aangewezen lokale spoorwegen vallen onder het gezag van de provincie.
2.5
Basisgeluidemissie
Voor gemeentelijke wegen met een verkeersintensiteit vanaf 1.000 motorvoertuigen per etmaal wordt de basisgeluidemissie (in vervolg Bge) ingevoerd. Wegen met een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 motorvoertuigen vallen niet onder de regels van het Bkl. Zoals gezegd zijn de 30 km wegen nu ook gewoon gemeentelijke wegen. De gemeente legt de Bge vast in het geluidregister en monitort vijfjaarlijks de ontwikkelingen van het geluid. De gemeente bewaakt de toename van het geluid. Bij een toename van de geluidemissie van 1,5 dB of meer overweegt de gemeente of het maatregelen moet nemen. De gemeente krijgt daarvoor een ruime bestuurlijke afwegingsruimte. Als er na het treffen van maatregelen nog steeds sprake is van een overschrijding van de Bge dan moet de gemeente ook de binnenwaarde in geluidgevoelige gebouwen toetsen op overschrijdingen en zal er een besluit genomen moeten worden over het treffen van geluidwerende maatregelen. De gemeente is namelijk verplicht geluidwerende maatregelen te treffen aan geluidgevoelige gebouwen wanneer de grenswaarde wordt overschreden.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 5 van 24
2.6
Geluidsnormering
2.6.1 Besluit kwaliteit leefomgeving Binnen een vastgesteld geluidaandachtsgebied geldt voor geluid door verkeer (en industrie) een standaardwaarde en een grenswaarde. Deze nieuwe begrippen zijn vergelijkbaar met de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde uit de Wgh. De standaardwaarden gelden als een algemeen geaccepteerd geluidniveau. Hiervan kan de gemeente in het nieuwe deel van het omgevingsplan gemotiveerd afwijken, zowel soepeler als strenger. De grenswaarden uit het Bkl zijn wel harde grenzen. Hiervan kan de gemeente alleen bij uitzondering afwijken. Voor geluidsgevoelige gebouwen gelden, na in werking treden van de Ow de volgende standaardwaarden en grenswaarden (paragraaf 5.1.4.2a Bkl) in Lden voor de verschillende geluidsbronnen. Op de berekende waarden voor het wegverkeersgeluid is geen aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder meer van toepassing. Zowel de rekenmethode als de ‘grenswaarden’ zijn hiermee ook aangepast. Tabel 1: Geluidnormen Bkl Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Grenswaarden Nieuwe geluidgevoelige gebouwen
Provinciale- en rijkswegen
50 Lden
60 Lden
Gemeente- en waterschapswegen
53 Lden
70 Lden
Lokale- en hoofdspoorwegen
55 Lden
65 Lden
Industrieterreinen
50 Lden
55 Lden
40 Lnight
45 Lnight
Als de geluidwaarden niet voldoet aan de standaardwaarde dient te worden onderzocht, of het mogelijk is met geluidbeperkende maatregelen het geluid te verminderen tot de standaardwaarde. Het Bkl biedt de mogelijkheid om hogere geluidwaarden op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toe te staan tot de grenswaarde, ook voor geluid op bestaande geluidgevoelige gebouwen. In sommige gevallen kan boven de grenswaarde een hogere geluidwaarde worden toegestaan. Gemeentebesturen kunnen alleen hogere waarden dan de standaardwaarde toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Het gemeentebestuur heeft dus een motiveringsplicht als zij besluit geluid boven de standaardwaarde toe te laten.
2.6.2 Gemeentelijke omgevingsplan De gemeente heeft in het omgevingsplan geen afwijkende toetsingswaarden opgenomen. Er kan dan worden getoetst aan de standaard en grenswaarden uit de ‘bruidsschat Omgevingsplan’.
2.6.3 Gezoneerde industrieterrein Gildenweg Vanwege de ligging van het plan binnen de bestaande geluidszone rond het industrieterrein Gildenweg is nog de ‘oude’ Wet geluidhinder van toepassing. Het wettelijk kader met betrekking tot geluidgezoneerde industrieterreinen wordt gevormd door de Wet geluidhinder (Wgh). In hoofdstuk V, afdeling 2 van de Wgh zijn de kaders geregeld omtrent bestaande zones rondom industrieterreinen.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 6 van 24
Een terrein waarvan een bestemming is gegeven die de mogelijkheid biedt tot het vestigen van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken, mag in de zin van de Wgh als een industrieterrein worden aangemerkt. Voor een industrieterrein wordt, in een bestemmingsplan, een geluidzone (en zonegrens) vastgesteld (art. 40 Wgh). De geluidzone en zonegrens zijn bedoeld voor zowel de bescherming van de bedrijven als ook de omliggende geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen. Op en buiten de zonegrens mag de geluidbelasting ten gevolge van alle bedrijvigheid samen niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Voor nieuw te realiseren woningen gelegen in het gebied buiten de grenzen van het industrieterrein en binnen de zonegrens, zijn hogere geluidbelastingen toelaatbaar tot ten hoogste 55 dB(A).
2.6.4 Bedrijven niet gelegen op (gezoneerde) industrieterreinen Evenwichtige toedeling van functies aan locaties vooral van belang wanneer nog niet alle functies binnen een bepaalde locatie zijn toegestaan. Met de komst van de Ow per 1 januari 2024 is de toetsing voor evenwichtige toedeling van functies aan locaties nog niet volledig uitgewerkt. Tot voor kort werd gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Nu is recent de nieuwe VNG uitgave ‘Handreiking Activiteiten en Milieuzonering (2024)’, kortweg VNG-handreiking 2024 verschenen, daar wordt hieronder op ingegaan. Volgens de oude VNG-publicatie worden bedrijven op basis van hun milieubelasting ingedeeld in milieucategorieën 1 tot en met 6. Afhankelijk van de milieucategorie wordt een minimale afstand tot woongebieden geadviseerd voor geur, geluid, gevaar en stof. Gemeenten mogen gemotiveerd afwijken van de standaardafstanden, bijvoorbeeld als er mitigerende maatregelen zijn. Uiteindelijk wordt dan getoetst aan bepaalde richtwaarden voor geluid, maar de richtafstand is een goed eerste aspect. De nieuwe VNG-handreiking 2024 beoordeeld iets eerder op basis van milieugebruiksruimte en biedt de mogelijkheid voor meer maatwerk per locatie en situatie.
Wanneer de vestiging van een bedrijf of van een woning afgewogen moet worden, waarbij het woon- en leefklimaat belangrijk is, is de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ maatgevend. In de onderstaande tabel zijn de eerste twee stappen uit de VNG-publicatie weergegeven. Tabel 2: Stappenplan geluid buitenplanse inpassing VNG-publicatie (citaat) Stap 1
Indien de richtafstand (zie de lijsten in bijlage 1) voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is mogelijk. NB: voor de afstand tot gemengd gebied mag rekening gehouden worden met de vermindering van één afstandstap, zie § 2.1 onderdeel omgevingstypen (bijvoorbeeld: richtafstand tot gemengd gebied voor categorie 3.2 is 50 meter in plaats van 100 meter).
Stap 2 Vanaf deze stap is een geluidsonderzoek noodzakelijk
Indien stap 1 niet toereikend is:
Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: Ɠ 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; Ɠ 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden); Ɠ 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en; Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: Ɠ 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; Ɠ 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); Ɠ 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking; Buitenplanse inpassing is mogelijk.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 7 van 24
Afhankelijk van de milieucategorie van het betreffende bedrijf hoort een richtafstand voor geluid. Deze is als volgt. Tabel 3: Richtafstanden (tot en met 4) Milieucategorie
VNG richtafstand (m)
1
10
2
30
3.1
50
3.2
100
4.1
200
4.2
300
Wanneer binnen deze richtafstand woningen aanwezig zijn, is een geluidsonderzoek nodig. Voor een gemengd gebied mag de afstand met één stap worden verlaagd. De gebiedsomschrijvingen volgens de VNG zijn als volgt. “Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.
Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” De nieuw te realiseren woningen zijn gezien de aanwezige functiemenging binnen het invloedsgebied van bedrijven, wegen en een spoorlijn deels gelegen in een gemengd gebied. Bij een gemengd gebied hoort een geluidsgrenswaarde van 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Uitgesplitst naar het etmaal zijn deze grenswaarden als volgt. Tabel 4: Grenswaarden voor woonomgevingen Aard van de woonomgeving
Aanbevolen richtwaarden in de woonomgeving in dB(A) Dagperiode Avondperiode Nachtperiode 07:00 – 19:00 uur 19:00 – 23:00 uur 23:00 – 07:00 uur
Etmaalwaarde
Rustige woonomgeving
45
40
35
45
Gemengd gebied (diverse functies aanwezig)
50
45
40
50
Verreweg de meeste inrichtingen vielen voor de komst van de Omgevingswet onder het Activiteitenbesluit milieubeheer met een standaardgrenswaarde van 50 dB(A) op woningen. Dit is vervangen door de min of meer identieke grenswaarden uit de bruidsschat.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 8 van 24
2.7
Gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid
Het gecumuleerd geluid is het geluid door geluidbronsoorten, opgeteld met een correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Het gaat hierbij dus om een ‘hinder gewogen’ beoordeling van gecumuleerd geluid. Het gecumuleerde geluid is het totaal aan geluid afkomstig van wegen, spoorwegen, industrieterreinen, windturbines, schietbanen en luchtvaart. Het geluid van deze bronnen wordt eerst met een omrekeningsformules omgezet naar een waarde die overeenkomt met een gelijke hinder voor wegverkeer. Vervolgens wordt het geluid van alle bronnen bij elkaar opgeteld. Het gezamenlijk geluid is het geluid door geluidbronsoorten, opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid (art. 3.39 lid 1 en 2 Bkl). Bij het bepalen van zowel het gecumuleerde geluid als het gezamenlijk geluid moet in ieder geval het geluid van de bronsoort worden betrokken waarvan geluidgevoelig gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Geluidwering van een gebouw De wettelijk minimaal vereiste geluidwering van een gevel wordt conform de Wgh bepaald door de luidste geluidbron. Onder de Ow wordt dit aangescherpt aangezien het gezamenlijk geluid van de verschillende geluidbronnen tezamen op de gevel dan het uitgangspunt is.
2.8
Geluidwerende maatregelen
Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor woningen is dit geregeld in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (artikel 4.103). De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidhinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen het geluid van de uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB. Gevels die geen te openen delen bevatten, zijn niet geluidgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient (indien nodig) nader te worden onderzocht.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 9 van 24
3
UITGANGSPUNTEN
3.1
Fysieke gegevens
Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van de website Publieke Dienstverlening op de Kaart (www.pdok.nl). De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn afgeleid vanuit Google Earth (Street View). Daarnaast is een tekening van het plangebied ontvangen van de opdrachtgever, die als uitgangspunt is gebruikt voor het onderhavige onderzoek. Een overzicht van de situatie is weergegeven in figuur 1 in de inleiding en bijlage 1.
3.2
Verkeersgegevens wegverkeer- en railverkeerslawaai
Voor de verkeersgegevens (en geluidaandachtsgebieden) dient, in het geval van gemeentelijke wegen, gebruik te worden gemaakt van de gegevens uit het Bge (basisgeluidemissie) geluidregister. Momenteel zijn die gegevens nog niet beschikbaar, daarom is uitgegaan van de door de gemeente Hoorn aangeleverde verkeersgegevens voor de relevante wegen. Voor het onderhavige onderzoek dient te worden gerekend met de toekomstige situatie over tien jaar. De aangeleverde telgegevens hebben betrekking op het jaar 2022. Voor het maatgevende jaar 2035 zijn de telgegevens gecorrigeerd voor de te verwachten verkeerstoename. Uitgangspunt daarbij is een verkeersgroei van 1% per jaar. De aangeleverde en aangehouden verkeersgegevens zijn toegevoegd als bijlage 2. Voor de onderzochte wegvakken is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen de dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s); middelzware motorvoertuigen (autobussen, vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen); zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger). Onderstaand worden de aangeleverde wegverkeersgegevens samengevat in tabel 5.
Tabel 5: Toegepaste verkeersgegevens voor het beoordelingsjaar 2035 Weg
verkeersintensiteit (mvt/etm)
Westerblokker West van De Strip
3.114
Westerblokker Oost van De Strip
4.859
IJsselweg Richting zuid
4.270
IJsselweg Richting Noord
4.270
De Strip Oost – richting noord
4.097
De Strip West - richting zuid
4.434
Verkeersgegevens, maximale snelheid en wegdekverharding etmaalverdeling voertuigverdeling in % Maximum snelheid Wegdek etmaalmiddeluur % licht zwaar (km/uur) periode zwaar dag 7,33 92,64 4,95 2,41 50 Referentiewegdek avond 2,26 96,36 2,83 0,81 nacht 0,38 91,57 4,82 3,61 dag 6,82 90,53 5,29 4,18 50 Referentiewegdek avond 2,92 96,19 2,40 1,40 nacht 0,81 91,67 5,80 2,54 dag 6,53 90,79 4,63 4,58 50 Dunne deklagen B avond 3,71 95,60 2,24 2,15 nacht 0,85 95,32 2,92 1,75 dag 6,53 90,79 4,63 4,58 50 Dunne deklagen B avond 3,71 95,60 2,24 2,15 nacht 0,85 95,32 2,92 1,75 dag 6,48 94,61 3,93 1,46 avond 3,63 98,47 1,34 0,19 50 Dunne deklagen B nacht 0,96 94,95 3,61 1,44 dag 6,59 94,00 4,35 1,66 50 Dunne deklagen B avond 3,62 97,87 1,60 0,53 nacht 0,81 94,82 3,59 1,59
De gemeente Hoorn heeft aangegeven dat op De Strip en IJsselweg een stille asfalt wegdekverharding (Deciville) is toegepast.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 10 van 24
Deciville is een asfalt wegdekverharding met een dunne geluidsreducerende deklaag en valt onder wegdekcategorie 12 “dunne deklagen B” uit de CROW publicatie 316. De wettelijk toegestane maximale snelheid bedraagt hier 50 km/uur. Op de Westerblokker is dicht asfaltbeton DAB (referentiewegdek) toegepast. De verkeersgegevens van de spoorlijn Zaandam-Hoorn-Enkhuizen zijn afkomstig uit het geluidregister van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De gegevens zijn opgehaald op 7 augustus 2023 en onveranderd overgenomen. Voor deze details wordt verwezen naar bijlage 4 met de invoergegevens.
3.3
Industrielawaai gezoneerd industrieterrein
Het grootste deel van de woningen van plangebied Fase A Zuid is gepland binnen de geluidzone van industrieterrein Gildenweg. Op en buiten de zonegrens mag de geluidbelasting ten gevolge van alle bedrijvigheid samen niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. De geluidzone staat aangegeven op bijlage 8 en in figuur 2 (gestippelde lijn). In de regel wordt de geluidruimte van een gezoneerd industrieterrein beheerd door de zonebeheerder. Voor een gemeentelijk terrein is de gemeente hiervoor verantwoordelijk. Voor nieuw te realiseren woningen gelegen in het gebied buiten de grenzen van het industrieterrein en binnen de zonegrens, zijn hogere geluidbelastingen (hogere waarden) toelaatbaar tot ten hoogste 55 dB(A). Figuur 2: Zonebesluit en geluidscontouren
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 11 van 24
De geplande woningen zijn gelegen buiten de 55 dB(A) geluidbelastingcontour van het industrieterrein (zie ook figuur 2). Wanneer de geplande woningen zijn gelegen binnen de 55 dB(A) geluidbelastingcontour, is woningbouw op die plek niet mogelijk. Voor de woningen binnen de zone zal volgens de “oude” wetgeving een verzoek tot hogere waarde moeten worden ingediend. De hogere waarden zullen tussen de 51 en 55 dB(A) kunnen liggen. In dit onderzoek is uitgegaan van de situatie dat voor alle geplande woningen binnen de zone een hogere waarde van 55 dB(A) wordt aangevraagd (worst case). De geluidbelasting als gevolg van het totale bedrijventerrein wordt daarmee ook begrensd op 55 dB(A) op de locatie van de nieuwe woonbestemming. Om na te gaan of dit van invloed is op de bestaande bedrijven is nagegaan of de toegestane milieucategorie van het bedrijventerrein geluidstechnisch niet wordt ingeperkt door de nieuwe woonbestemming, een en ander volgens de systematiek zoals aangegeven in de onderstaande paragraaf.
3.4
Industrielawaai bedrijven buiten gezoneerde industrieterrein
De geluidsemissie van de bedrijven in de omgeving van het plangebied is bepaald op basis van de milieucategorie van het betreffende bedrijf. Deze milieucategorieën worden ook gehanteerd in de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” zoals omschreven in § 2.6.4. Wanneer binnen de richtafstand geen woningen zijn gesitueerd, is planinpassing mogelijk. Wanneer binnen de richtafstand wel woningen zijn gelegen, is een akoestisch onderzoek noodzakelijk en zijn de betreffende bedrijven meegenomen in het onderhavige onderzoek. In tabel 6 wordt een overzicht gegeven van de bedrijven, met bijbehorende milieucategorie en richtafstanden, nabij het plangebied Fase A Zuid. Let wel dat de standaard richtafstanden zijn gegeven die ook horen bij de omschrijving ‘rustige woonomgeving’; de richtafstanden zijn niet verlaagd voor een eventuele beoordeling ‘gemengd gebied’. Tabel 6: Bedrijven nabij plangebied Fase A Zuid (bron: BügelHajema Adviseurs) Adres
Type bedrijf
Categorie
Richtafstand
Afstand tot dichtstbij
(m)
gelegen nieuw te bouwen woning (m)
Westerblokker 21A
Massagepraktijk (artsenpraktijken, klinieken
1
10
20
3.1
50
65
2
30
15
en dagverblijven) Westerblokker 45
Vervaardiging overige artikelen van hout met oppervlakte <200 m2
Westerblokker 26A
Handel in auto's en motorfietsen, reparatieen servicebedrijven
Westerblokker 15A*
Houtzagerijen
3.1
50
50
Noorderdracht 20A
Tuincentrum
2
30
100
Gildenweg 33
Autosloperij bedrijfsoppervlakte > 1000 m2
3.2
100
60
Gildenweg 23A
Veldsportcomplex (met verlichting)
3.1
50
60
Westerblokker 32B
Kinderopvang
2
30
50
Westerblokker 41
Bed & Breakfast
1
10
50
Westerblokker 29
Benzineservicestation zonder LPG
2
30
50
*
Op locatie Westerblokker 15A zit een houtbewerkingsbedrijf. In overleg met de gemeente is bepaald dat de passende bedrijfscategorie voor dit bedrijf groothandel in hout en bouwmaterialen is (ondanks dat er wel zeer beperkt houtbewerking plaatsvindt). Het bedrijf valt daarmee in categorie 3.1. Voor beide plannen (Fase A Zuid en Fase 5B Zuid) wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter.
Uit de tabel blijkt dat voor twee bedrijven niet aan de richtafstand wordt voldaan: Westerblokker 26A: dit betreft De Strip Auto's, een autohandel. Er geldt een richtafstand van 30 meter. Gildenweg 33 is Autodemontagebedrijf De Ooyevaar. Dit bedrijf ligt op bedrijventerrein Gildenweg.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 12 van 24
In het plangebied zelf is het volgende bedrijf aanwezig: Tabel 7: In het plangebied Fase A Zuid zelf is het volgende bedrijf aanwezig: Adres
Type bedrijf
Categorie
Richtafstand
Afstand tot dichtstbij
(m)
gelegen nieuw te bouwen woning (m)
Westerblokker 14a
Loonbedrijf met bedrijfsoppervlakte > 500 m
2
3.1
50
15
Uit de tabel blijkt dat voor dit bedrijf Loonbedrijf C. Wit & Zoon niet wordt voldaan aan de richtafstand. In tabel 8 wordt een overzicht gegeven van de bedrijven, met bijbehorende milieucategorie en richtafstanden, nabij het plangebied fase 5B Zuid. Tabel 8: Bedrijven nabij plangebied fase 5B Zuid (bron: BügelHajema Adviseurs) Adres
Type bedrijf
Categorie
Richtafstand
Afstand tot dichtstbij
(m)
gelegen nieuw te bouwen woning (m)
Westerblokker 21A
Massagepraktijk (artsenpraktijken, klinieken
1
10
50
3.1
50
150
2
30
80
en dagverblijven) Westerblokker 45
Vervaardiging overige artikelen van hout met oppervlakte <200 m2
Westerblokker 26A
Handel in auto's en motorfietsen, reparatieen servicebedrijven
Westerblokker 15A*
Houtzagerijen
3.1
50
50
Noorderdracht 20A
Tuincentrum
2
30
40
Gildenweg 33
Autosloperij met bedrijfsoppervlakte > 1000
3.2
100
250
1
10
100
m2 Westerblokker 41
Bed & Breakfast
Westerblokker 29
Benzineservicestation zonder LPG
2
30
55
Westerblokker 14a
Loonbedrijf met bedrijfsoppervlakte > 500 m2
3.1
50
130
*
Op locatie Westerblokker 15A zit een houtbewerkingsbedrijf. In overleg met de gemeente is bepaald dat de passende bedrijfscategorie voor dit bedrijf groothandel in hout en bouwmaterialen is (ondanks dat er wel zeer beperkt houtbewerking plaatsvindt). Het bedrijf valt daarmee in categorie 3.1. Voor beide plannen (fase A Zuid en fase 5B Zuid) wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter.
Uit tabel 8 blijkt dat alle bedrijven in de nabijheid van plangebied fase 5B Zuid voldoen aan de richtafstand en aldus niet hoeven worden meegenomen in het onderhavige onderzoek. Uit de tabellen 6 tot en met 8 blijkt samengevat dat er in totaal 3 bedrijven in het vervolg van het onderzoek moeten worden betrokken. Het betreft de volgende bedrijven: Westerblokker 26A: dit betreft De Strip Auto's, een autohandel (milieucategorie 2). Gildenweg 33: Autodemontagebedrijf De Ooyevaar (ligt op bedrijventerrein Gildenweg, milieucategorie 3.2). Westerblokker 14A: Loonbedrijf (milieucategorie 3.1).
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 13 van 24
4
TOEGEPASTE REKENMETHODE
De berekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig Standaard Rekenmethoden zoals beschreven in de Omgevingsregeling (Staatscourant 2021 nr. 15868 van 26 maart 2021). Wegverkeerslawaai staat omschreven in bijlage IVE (Meet- en rekenmethode geluid wegen), railverkeerslawaai in bijlage IVF (Meet- en rekenmethode geluid spoorwegen) en industriegeluid (bedrijven buiten gezoneerd industrieterrein) in bijlage IVH (Meet- en rekenmethode geluid industrie). Voor het uitvoeren van de berekeningen is gebruik gemaakt van het computerprogramma Geomilieu versie V2024.21 (met de relevante modules conform de Omgevingswet). Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden, afhankelijk van de soort berekening, geluidsbronnen (IL), rijlijnen (VL) of banen (RL) ingebracht. Daarnaast reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De wegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Op de nieuwe woonbestemmingen liggen op de verschillende gevels waarneempunten. De meeste geplande woningen zijn grondgebonden woningen (vrijstaand, twee-onder-een-kap- en rijtjeswoningen). Op deze woningen is het geluid berekend op 2, 5 en 8 meter boven het plaatselijke maaiveld. Daarnaast zijn twee appartementencomplexen voorzien met een maximale bouwhoogte van 16 meter.
Op deze appartementencomplexen, adrespunt 1 en 20, is daarom gerekend op 2, 5, 8, 11 en 14 meter hoogte. De maximale geluidsniveaus per woning/woonblok zijn gepresenteerd middels adrespunten. Tevens zijn de Lden geluidscontouren boven het plangebied berekend op 5 meter boven het plaatselijk maaiveld. Berekende of gemeten geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal. De invoergegevens van het opgestelde rekenmodel voor wegverkeerslawaai zijn toegevoegd als bijlage 3, voor railverkeerslawaai in bijlage 4 en voor industrielawaai in bijlage 5 (bijlage 4 en 5 bevatten alleen de items die verschillen ten opzichte van het verkeerslawaaimodel). Grafische weergaven van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage 6, 7 en 8 voor respectievelijk wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 5.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 14 van 24
5
REKENRESULTATEN EN TOETSING
5.1
Toetsingspunten
Het geluid is per woning/woonblok berekend middels waarneempunten c.q. adrespunten. In figuur 3 en 4 zijn de verschillende woningen/woonblokken met de aangehouden nummering (1 tot en met 94) weergegeven. Figuur 3: Plangebied Fase A Zuid; nummering woningen/woonblokken
Woonblok 1 en 20 zijn de appartementencomplexen. Figuur 4: Plangebied fase 5B Zuid; nummering woningen/woonblokken
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 15 van 24
5.2
Wegverkeerslawaai
5.2.1 Geluid ten gevolge van verkeer op gemeentewegen De berekende geluidcontouren, voor de verschillende wegen, zijn in figuur 5 en bijlage 9 weergegeven. De geluidscontouren zijn allen berekend op een hoogte van 5 meter boven het plaatselijke maaiveld (op verdiepingsniveau). Figuur 5: Geluidcontouren (Lden) wegverkeerslawaai
In bijlage 10 staan de rekenresultaten per adres en rekenpunt weergegeven, per adres is het geluidsniveau steeds berekend op de verschillende gevels en per rekenpunt op verschillende hoogtes. De ligging van de verschillende rekenpunten is weergegeven in bijlage 6 blad 5 t/m 9. Ter plaatse van 16 woningen/woonblokken wordt de standaardwaarde van 53 dB (voor gemeentewegen) overschreden. In tabel 9 staan de woningen/woonblokken met een waarde hoger dan de standaardwaarde samengevat. Tabel 9: Adressen met geluid hoger dan de standaardwaarde Berekende Lden t.g.v. wegverkeer Omschrijving woning/woonblok 1 woning/woonblok 2 woning/woonblok 3 woning/woonblok 11 woning/woonblok 18 woning/woonblok 20 woning/woonblok 21 woning/woonblok 22 woning/woonblok 39 woning/woonblok 40 woning/woonblok 41 woning/woonblok 42 woning/woonblok 45 woning/woonblok 47 woning/woonblok 48 woning/woonblok 92 Maximaal
IJsselstraat- De Strip 56,3 55,9 55,8 55,1 56,5 57,1 57,2 57,6 38,3 47,4 57,2 56,6 55,8 55,3 55,3 55,1 57,6
Westerblokker 41,3 31,7 30,1 42,4 47,1 42,7 40,3 48,1 60,8 60,1 58,6 45,9 41,3 36,5 34,1 32,8 60,8
Totaal Gemeentewegen 56,3 55,9 55,8 55,3 56,9 57,2 57,3 57,8 60,8 60,2 59,6 56,9 55,9 55,4 55,3 55,1 60,8
In rood aangegeven waarden zijn hoger dan de standaardwaarde
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 16 van 24
Het Bkl biedt de mogelijkheid om een hogere geluidsniveaus op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toe te staan tot de grenswaarde. Gemeentebesturen kunnen alleen een hogere waarde dan de standaardwaarde toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Het gemeentebestuur heeft dus een motiveringsplicht als zij besluit een waarde boven de standaardwaarde toe te laten. De maximale berekende waarde van verkeerslawaai op de woningen bedraagt 61 dB. Hiermee kan wel worden voldaan aan de grenswaarde van 65 dB.
5.2.2 Mogelijke maatregelen om het geluid te reduceren Omdat de standaardwaarde ter plaatse van een deel van de woningen wordt overschreden, moet worden onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn (aan de bron of in de overdracht) om het geluid op de woningen te reduceren. Als bron- of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of wenselijk zijn, kan een hogere waarde voor de betreffende woningen worden toegestaan (in combinatie met een onderzoek naar de gevelwering van de woningen). Bronmaatregelen De Strip en de IJsselweg zijn ter hoogte van het plangebied voorzien van geluidsreducerend asfalt. Met het vervangen van het asfalt is nauwelijks nog effect te verwachten. Ter plaatse van het plangebied is de maximale snelheid 50 km/uur. Het verder verlagen van de maximumsnelheid is gezien de aard en functie van de weg geen reële optie. Bronmaatregelen worden hier derhalve niet overwogen. Overdrachtsmaatregelen Het plaatsen van afscherming in de vorm van een geluidswal of -scherm is een mogelijkheid. In dit rapport is deze optie niet nader onderzocht. Gezien de situatie, de ligging van de woningen en de noodzakelijke ontsluiting van de woningen zijn deze maatregelen deels niet mogelijk, en deels stedenbouwkundig niet gewenst.
Ontvangersmaatregelen Indien eerdergenoemde maatregelen onvoldoende uitkomst bieden, zal nader gekeken moeten worden naar de gevelwering van de woningen om te garanderen dat de geluidsniveaus in de woonvertrekken wettelijk aanvaardbaar zijn conform de eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Een dergelijk onderzoek maakt geen deel uit van het onderhavige onderzoek en zal separaat uitgevoerd moeten worden na verdere detaillering van het plan en de woningen. Voor de berekening van de gevelwering is het gezamenlijk geluid van de verschillende geluidbronnen (wegverkeer, railverkeer en industrie) tezamen op de gevel het uitgangspunt. De berekening van het cumulatieve en gezamenlijke geluid wordt besproken in § 5.5.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 17 van 24
5.3
Railverkeerslawaai
5.3.1 Geluid ten gevolge van spoorlijn De berekende geluidcontouren, ten gevolge van de spoorlijn Zaandam-Hoorn-Enkhuizen, zijn in figuur 6 en bijlage 11 weergegeven. De geluidscontouren zijn allen berekend op een hoogte van 5 meter boven het plaatselijke maaiveld (op verdiepingsniveau). Figuur 6: Geluid contouren (Lden) railverkeer
Ter plaatse van 13 adressen wordt de standaardwaarde voor railverkeerslawaai van 55 dB overschreden. De maximaal berekende geluid op woningen bedraagt 63 dB. Daarmee kan wel worden voldaan aan de grenswaarde van 65 dB. In tabel 10 staan de woningen/woonblokken met een waarde hoger dan de standaardwaarde samengevat. Tabel 10: Adressen met geluid hoger dan de standaardwaarde Omschrijving woning/woonblok 1 woning/woonblok 2 woning/woonblok 3 woning/woonblok 10 woning/woonblok 20 woning/woonblok 23 woning/woonblok 26 woning/woonblok 32 woning/woonblok 33 woning/woonblok 34 woning/woonblok 35 woning/woonblok 36 woning/woonblok 37 Maximaal
Berekende Lden t.g.v. Railverkeerslawaai 60,7 60,4 60,6 56,0 60,5 61,2 55,7 62,4 58,0 56,1 63,4 58,2 56,4 63,4
*) In rood aangegeven waarden zijn hoger dan de standaardwaarde
In bijlage 12 staan de rekenresultaten per adres- en rekenpunt weergegeven (per adres is het geluidsniveau steeds berekend op de verschillende gevels en per rekenpunt op verschillende hoogtes). De ligging van de verschillende rekenpunten is weergegeven in bijlage 6 blad 5 t/m 9.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 18 van 24
5.3.2 Mogelijke maatregelen om het geluid te reduceren Omdat de standaardwaarde ter plaatse van een deel van de woningen wordt overschreden, moet worden onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn (aan de bron of in de overdracht) om het geluid op de woningen te reduceren. Als bron- of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of wenselijk zijn, kan een hogere waarde voor de betreffende woningen worden toegestaan (in combinatie met een onderzoek naar de gevelwering van de woningen). Bronmaatregelen Voor railverkeer kan als bronmaatregelen gedacht worden aan bijvoorbeeld het verminderen van het aantal treinbewegingen op het tracé, het verlagen van de rijsnelheid, het stiller maken van de treinstellen of de toepassing van raildempers. Met deze laatst genoemde maatregel is het mogelijk om het geluid met 2 tot 3 dB te verminderen. Aangezien ProRail geen belang heeft in het te wijzigen bestemmingsplan zullen zij hiervoor naar verwachting geen wijzigingen gaan aanbrengen aan het spoor. Het verlagen van de intensiteit en snelheid leiden tot onnodige vertragingen en worden als niet-haalbaar aangemerkt. Het vervangen van het materieel door stillere treinstellen wordt als niet-kosteneffectief gezien. Overdrachtsmaatregelen Het toepassen van een geluidsscherm of –wal zal alleen effectief kunnen zijn indien deze nabij de geluidsbron zal worden geplaatst of vlak bij de woonbestemming.
Het plaatsen van een geluidsscherm of –wal nabij het spoor is in dit rapport niet nader onderzocht. Ontvangersmaatregelen Indien eerdergenoemde maatregelen onvoldoende uitkomst bieden, zal nader gekeken moeten worden naar de gevelwering van de woningen om te garanderen dat de geluidsniveaus in de woonvertrekken wettelijk aanvaardbaar zijn conform de eisen van het Bouwbesluit. Een dergelijk onderzoek maakt geen deel uit van het onderhavige onderzoek en zal separaat uitgevoerd moeten worden na verdere detaillering van het plan en de woningen. Voor de berekening van de gevelwering is het gezamenlijk geluid van de verschillende geluidbronnen (wegverkeer, railverkeer en industrie) tezamen op de gevel het uitgangspunt. De berekening van het cumulatieve en gezamenlijke geluid wordt besproken in § 5.5.
5.4
Industrielawaai
5.4.1 Gezoneerde industrieterrein Het grootste deel van de woningen van plangebied Fase A Zuid, is gepland binnen de geluidzone van industrieterrein Gildenweg. Op en buiten de zonegrens mag de geluidbelasting ten gevolge van alle bedrijvigheid, op het industrieterrein, samen niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Voor nieuw te realiseren woningen gelegen buiten de grenzen van het industrieterrein en binnen de zonegrens, zijn hogere geluidbelastingen (hogere waarden) toelaatbaar tot ten hoogste 55 dB(A). De geplande woningen zijn niet gelegen binnen de 55 dB(A) geluidbelastingcontour van het industrieterrein. Voor de vaststellen van hogere waarden en voor de beoordeling van de cumulatieve geluidsniveaus in het kader evenwichtige toedeling van functies aan locaties is voor de adressen binnen de geluidzone van het industrieterrein uitgegaan van een geluidbelasting van 55 dB(A) als worst case situatie. Door het vaststellen van de maximale mogelijke hogere waarde van 55 dB(A) (MTG) wordt de geluidruimte van de bedrijven binnen de geluidzone zeker gesteld. De werkelijke geluidbelasting ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein is duidelijk lager dan 55 dB(A), hierdoor blijft de geluidsruimte beschikbaar voor de bedrijven.
Bedrijven op het gezoneerde industrieterrein worden door de bouw van de woningen in het plangebied niet beperkt in hun huidige en toekomstige bedrijfsvoering. De zonegrens blijft daarvoor bepalend.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 19 van 24
5.4.2 Industrielawaai afzonderlijke bedrijven Drie bedrijven zijn gesitueerd binnen de richtafstand tot woningen van uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Op basis van de milieucategorie waartoe de verschillende bedrijven behoren, is het bedrijfsterrein akoestisch maximaal ingevuld. De bedrijven zijn daarbij getoetst aan een grenswaarde van 50 dB(A) voor gemengd gebied. Deze grenswaarde geldt voor de afzonderlijke bedrijven (niet de gezamenlijke bedrijven). De berekende geluidcontouren, ten gevolge van de drie beoordeelde bedrijven tezamen, zijn in figuur 7 en bijlage 13 weergegeven. De geluidscontouren zijn allen berekend op een hoogte van 5 meter boven het plaatselijke maaiveld (op verdiepingsniveau). Figuur 7: Geluid contouren (Lden) industrie
In onderstaande tabel 11 wordt het berekende geluid op de verschillende adrespunten, waar sprake is van waarden nabij de toetsingswaarde van 50 dB(A), samengevat. In bijlage 14 staan de rekenresultaten per adres en rekenpunt weergegeven, per adres is het geluid steeds berekend op de verschillende gevels en per rekenpunt op verschillende hoogtes. De ligging van de verschillende rekenpunten is weergegeven in bijlage 6 blad 5 t/m 9. Tabel 11: Berekend geluid ten gevolge van industrie Berekende Lden t.g.v. Omschrijving woning/woonblok 17 woning/woonblok 32 woning/woonblok 35 woning/woonblok 36 woning/woonblok 37 woning/woonblok 38 Maximaal
Gildenweg 33 36,1 48,9 49,9 46,9 45,5 44,1 49,9
Westerblokker 14A 27,5 41,5 49,9 50,3 50,3 49,2 50,3
Westerblokker 26A 39,8 20,4 18,4 19,1 19,7 19,8 39,8
Beoordeelde bedrijven (totaal) 40,1 49,2 52,2 51,9 51,6 50,4 52,2
In rood aangegeven waarden zijn hoger dan de standaardwaarde (toetsingswaarde is van toepassing op de afzonderlijke bedrijven, niet op de som van de bedrijven)
Alle beoordeelde bedrijven voldoen, op basis van akoestisch gezien maximale invulling (worst case), ter plaatse van de geplande woningen aan de toetsingswaarde van afgerond 50 dB(A). Ter informatie is tevens de gezamenlijke bijdrage van de beoordeelde bedrijven weergegeven. Voor de gezamenlijke bedrijven is de toetsingswaarde niet relevant.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 20 van 24
Voor het bedrijf aan de Westerblokker 14A (Loonbedrijf C. Wit en Zoon BV) is een akoestisch onderzoek beschikbaar. Het onderzoek van 30 juni 2022 is uitgevoerd door het Geluidburo en heeft de titel “Akoestisch Onderzoek V1.0, naar de geluidemissie van Loonbedrijf C. Wit en Zoon BV op de locatie: Westerblokker 14a 1695 AG BLOKKER” met kenmerk 1695 AG - 14a WO 001 30-06-2022 V1.0. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Hoorn met het oog op de Fase A Zuid nieuwbouwplannen. Ook uit dit onderzoek is gebleken dat het bedrijf geen belemmering is voor de geplande woningen. Tevens wordt het bedrijf niet beperkt in de huidige en toekomstige bedrijfsvoering. Het bedrijf aan de Gildenweg 33 (Autodemontagebedrijf De Ooyevaar) is gelegen op het gezoneerde industrieterrein. Voor bedrijven op een gezoneerd industrieterrein die vallen onder het Activiteitenbesluit, zoals Autodemontagebedrijf De Ooyevaar, geldt tevens op 50 meter van de erfgrens het standaard toetsingskader inrichtingen. Dit toetsingskader is vergelijkbaar met de gehanteerde toetsingswaarde van 50 dB(A) (etmaalwaarde) ter plaatse van de geplande woningen. De afstand van de erfgrens tot de geplande woningen is groter dan 50 meter (ten minste 60 meter, zie tabel 6/8). Op basis hiervan zal het geluid op de geplande woning, t.g.v. het bedrijf aan de Gildenweg 33, lager zijn dan 50 dB(A).
Samengevat betekent het dat de onderzochte bedrijven geen beperking opleveren voor de geplande woningen binnen het plangebied. Anderzijds worden de onderzochte bedrijven ook niet beperkt in hun huidige en toekomstige bedrijfsvoering door de bouw van de woningen.
5.5
Gecumuleerd en gezamenlijk geluid
5.5.1 Gecumuleerd geluid Van cumulatie is sprake wanneer de standaardgrenswaarde vanwege meer dan één bron wordt overschreden. In onderhavige situatie is er sprake van cumulatie. Het gecumuleerd geluid en het gezamenlijk geluid is berekend conform de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet. Voor het gecumuleerde geluid wordt de geluidssoort omgerekend naar het geluid van wegen (zie ook bijlage 15). De achtergrond daarbij is dat het type geluid meer of minder hinderlijk kan zijn. Geluidsbronnen voor algemeen belang (spoorweggeluid) worden in de regel als minder hinderlijk ervaren dan bijvoorbeeld industriegeluid. Op basis van het gecumuleerde geluid dient het bevoegde gezag een afwegen te maken over de aanvaardbaarheid van de situatie.
5.5.2 Beoordeling gecumuleerd geluid De beoordeling van gecumuleerd geluid is een onderdeel van de beoordeling van het geluid van een geluidsbronsoort op de gevel. De beoordeling van het geluid van één geluidsbronsoort op de gevel is gekoppeld aan normen en eisen uit de bruidsschat of het Bkl. Het gecumuleerd geluid op de gevel wordt niet getoetst aan het normenkader. Mede aan de hand van het gecumuleerd geluid op de gevel(s) van een gebouw beoordeelt het bevoegd gezag of en in welke mate het verantwoord is de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te benutten. In de toelichting het Bkl was in de consultatieversie een tabel (zie tabel 12) opgenomen met een kwalificatie van het gecumuleerde geluid. Uit de toelichting op de consultatieversie van de Aanvullingsregeling geluid blijkt dat deze tabel niet verplicht wordt toegepast en gemotiveerd afgeweken kan worden. Inmiddels is de tabel uit de toelichting gehaald en de tekst aangepast. Of het bevoegd gezag een hoog gecumuleerd geluid als aanvaardbaar beoordeelt, is mede afhankelijk van de omstandigheden. Daarbij spelen naast geluid ook andere omstandigheden en belangen een rol. De afweging speelt zich af op het complexe snijvlak van belangen van hinder en gezondheid, woningbouw, economie en mobiliteit.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 21 van 24
Voor de beoordeling van de aanvaardbaarheid kan de eerder gepubliceerde tabel (methode Miedema) een hulpmiddel zijn. Bij 16 van de 94 adressen (woning/woningblokken) is er formeel sprake van cumulatie (standaardwaarde wordt door meer dan één bron overschreden). In tabel 12 zijn de berekende gecumuleerde waarden getoetst aan deze beoordelingstabel. Tabel 12: Beoordeling Lcum conform methode Miedema Gecumuleerd geluid in Lcum
Kwalificatie
Aantal adressen Fase A Zuid
Aantal adressen Fase 5B Zuid
ۜуф
Zeer goed
-
-
46 – 50
Goed
-
-
51 – 55
Redelijk
-
-
56 – 60
Matig
13
-
61 – 65
Tamelijk slecht
3
-
66 – 70
Slecht
-
-
цр
Zeer slecht
-
-
In tabel 12 staan tevens het aantal adressen per klasse weergegeven. In het plangebied A Zuid zijn 3 adressen gekwalificeerd als “tamelijk slecht”. Het betreft hier de adressen 1, 20 en 22 (zie figuur 3). De totale tabel staat weergegeven in bijlage 16 (adrespunten) en bijlage 17 (voor de afzonderlijke rekenpunten). In hoeverre het cumulatieve geluid toelaatbaar is, is aan het bevoegd gezag.
5.5.3 Gezamenlijk geluid Het gezamenlijk geluid is het geluid door geluidbronsoorten, opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Bij het bepalen van zowel het gecumuleerde geluid als het gezamenlijk geluid moet in ieder geval het geluid van de bronsoort worden betrokken waarvan geluidgevoelig gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Voor de berekening van de gevelwering is het gezamenlijk geluid van de verschillende geluidbronnen (wegverkeer, railverkeer en industrie) tezamen het uitgangspunt. In bijlage 16/17 is de lijst met zowel het gecumuleerde als het gezamenlijk geluid samengevat. De maximale waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel van de geplande woningen bedraagt 64 dB.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 22 van 24
6
CONCLUSIES
In opdracht van BügelHajema Adviseurs B.V. te Assen, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar geluid vanwege zowel weg-, rail- als industrielawaai op nieuw te bouwen woningen binnen het plangebied Bangert en Oosterpolder Fase A Zuid en fase 5B Zuid te Hoorn. Het plangebied Fase A Zuid ligt tussen de spoorbaan Zaandam-HoornEnkhuizen en de Westerblokker. De IJsselweg doorsnijdt het plangebied Fase A Zuid. Het plangebied fase 5B zuid ligt ten noorden van de Westerblokker en ten oosten van De Strip. Het grootste deel van de woningen van plangebied Fase A Zuid is gepland binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein Gildenweg. De woningen zijn (deels) gepland binnen het geluidaandachtsgebied van de spoorweg Zaandam-Hoorn-Enkhuizen en de wegen IJsselweg/De Strip en Westerblokker. Het onderzoek richt zich op het vaststellen van het geluid van de verschillende wegen, spoorlijn en industrie op het plangebied. Tevens zijn in de nabijheid gelegen bedrijven, die niet op het gezoneerde industrieterrein zijn gelegen, betrokken in dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig de criteria conform de Omgevingswet (Ow). De bescherming tegen geluid regelt de gemeente in het omgevingsplan.
De Wet geluidhinder (Wgh) komt te vervallen en de gemeente moet zelf afwegen of een bepaald geluidsniveau acceptabel is en hiervoor in het nieuwe deel van het omgevingsplan normen opnemen. Hierbij gelden de eisen en randvoorwaarden uit zowel de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) als het gemeentelijke omgevingsplan. Per 1 januari 2024 gelden de regels uit het tijdelijk deel van de Ow. De resultaten van het onderzoek zijn daarmee getoetst aan de standaardwaarden en grenswaarden conform de Ow. Wegverkeerslawaai Bij de realisatie van het plan wordt ten gevolge van het wegverkeer ter plaatse van 16 woningen/woonblokken de standaardwaarde van 53 dB (voor gemeentewegen) overschreden. De maximale waarde van het geluid op de woningen bedraagt 61 dB. Daarmee kan worden voldaan aan de grenswaarde van 70 dB. Railverkeerslawaai Ter plaatse van 13 adressen wordt de standaardwaarde voor railverkeerslawaai van 55 dB overschreden. De maximaal berekende waarde voor railverkeer bedraagt 63 dB. Daarmee kan wel worden voldaan aan de grenswaarde van 65 dB. Industrielawaai Het grootste deel van de woningen van plangebied Fase A Zuid is gepland binnen de geluidzone van industrieterrein Gildenweg. Voor deze woningen zal een verzoek tot hogere waarden moeten worden ingediend. De hogere waarden zullen tussen de 51 en 55 dB(A) kunnen liggen.
In dit onderzoek is vooralsnog uitgegaan van de situatie dat voor alle geplande woningen binnen de zone een hogere waarde van 55 dB(A) wordt aangevraagd volgens de ‘worst case’ situatie. Door het vaststellen van de maximale mogelijke hogere waarde van 55 dB(A) (MTG) wordt de geluidsruimte van de bedrijven binnen de geluidzone zeker gesteld. De werkelijke geluidbelasting ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein is duidelijk lager dan 55 dB(A), hierdoor blijft de geluidsruimte beschikbaar voor de bedrijven. Bedrijven op het gezoneerde industrieterrein worden door de bouw van de woningen in het plangebied niet beperkt in hun huidige en toekomstige bedrijfsvoering. De zonegrens blijft daarvoor bepalend. Bedrijven gelegen buiten het industrieterrein zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties beoordeeld conform de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Alle beoordeelde bedrijven voldoen aan de toetsingswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevels van de geplande woningen. Bedrijven in de omgeving van het plangebied zijn geen belemmering voor de bouw van de geplande woningen. Samengevat betekent het dat de onderzochte bedrijven geen beperking opleveren voor de geplande woningen binnen het plangebied. Anderzijds worden de onderzochte bedrijven ook niet beperkt in hun huidige en toekomstige bedrijfsvoering door de bouw van de woningen.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 23 van 24
Gecumuleerd geluid Voor de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op (gevels van) geluidgevoelige bestemmingen en om een goede afweging te maken in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is de zogenaamde ‘methode Miedema’ gehanteerd. In het plangebied Fase A Zuid is er bij 16 adressen (woningen en/of woonblokken) sprake van cumulatie (standaardwaarde wordt door meer dan één bron overschreden). Op 3 adressen (woningen en/of woonblokken) wordt de geluidsituatie conform de methode Miedema gekwalificeerd als “tamelijk slecht” en 13 adressen als “matig”. In hoeverre het gecumuleerde geluid aanvaardbaar/toelaatbaar is, is aan het bevoegd gezag. Adressen met geluid hoger dan de standaardwaarde Het Bkl biedt de mogelijkheid om een hogere waarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toe te staan tot de grenswaarde. Gemeentebesturen kunnen alleen een hogere waarde dan de standaardwaarde toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Het gemeentebestuur heeft dus een motiveringsplicht als zij besluit een waarde voor het geluid boven de standaardwaarde toe te laten.
Omdat de standaardwaarde ter plaatse van het grootste deel van de woningblokken wordt overschreden, moet worden onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn (aan de bron of in de overdracht) om het geluid op de woningen te reduceren. In het kader van dit onderzoek is enige aandacht besteed aan de mogelijkheid maatregelen te treffen. Gezien de situatie, ligging en ontsluiting van de woningen worden vooralsnog bron- en/of overdrachtsmaatregelen vanuit financieel, fysiek en ruimtelijk oogpunt als niet-wenselijk beschouwd. Voor de woningen/woningblokken met een gevelbelasting hoger dan de standaardwaarde, zal een onderzoek moeten plaatsvinden naar de gevelwering van de woningen om te garanderen dat de geluidsniveaus in de woonvertrekken wettelijk aanvaardbaar zijn. Een dergelijk onderzoek zal bij een definitieve invulling van de woningen en het ontwerp van de woningen apart uitgevoerd moeten worden, rekening houdend met het gezamenlijke geluid van de wegen en het railverkeer zoals aangegeven in bijlage 16/17. Gezien het niveau van het gezamenlijke geluid is dit haalbaar met de juiste keus voor beglazing en ventilatiesysteem.
14 april 2026 | 6913/NAA/ad/jv/nk/6
.
Blad 24 van 24
. K-7576 K-3241
1552m2
1020m2 K-7321
1016m2
1.8-
1.5-
0
442m2
300m2
193m2
420m2
W H UE :HV
U
833m2
H ORNN
7x0,3=2pp
336m2
300m2
S
S
:D
540m2
8pp
288m2
172m2
625m2
300m2
12pp
177m2 148m2 153m2 188m2 178m2 156m2 161m2 209m2
S
149m2 149m2 149m2 319m2 149m2 149m2 327m2 318m2 176m2 318m2
550m2
300m2 288m2
300m2
300m2 288m2
288m2
482m2
549m2
526m2
557m2
565m2
vaarduiker
827m2
373m2
339m2
bouwvlak 440m2 kavel totaal 885m2
360m2 179m2 151m2 378m2 151m2 151m2 151m2 168m2 286m2 151m2 151m2 135m2 286m2 151m2 135m2 179m2 135m2
135m2 135m2 135m2 135m2 143m2
408m2
363m2
581m2
579m2
473m2
579m2
515m2
480m2
452m2
15pp
:D
schaal = 1 : 4000
136000
*H]RQHHUGLQGXVWUHWHUUHLQ*LOGHQZHJ
50 dB(A) Geluidzone
0m
O *H
,-VVHOZHJ
135300 135400 135500 135600 135700 135800 135900 HMRI, industrie, [2024 Plangebied Bangert Oostpolder fase A zuid - weg - t.b.v. plaatjes] , Geomilieu V2024.2 rev 1 Licentiehouder: Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV
519300
inlaat
8pp
20pp
180m2 434m2 415m2 150m2 150m2 300m2 180m2