Bijlage 5 - Procedure en grondslag Wvg
Tekst van het document
Procedure en grondslag vestigen Wvg Bij het vestigen van een voorkeursrecht zijn vier stappen te onderscheiden: 1. Besluit van burgemeester en wethouders om gronden voorlopig aan te wijzen op basis van een niet agrarische toegedachte bestemming welke afwijkt van het huidige gebruik. Deze aanwijzing heeft een werkingsduur van drie maanden (art. 6 Wvg). 2. Besluit van de gemeenteraad om gronden aan te wijzen op basis van een niet agrarische toegedachte bestemming welke afwijkt van het huidige gebruik (art. 2 en 5 Wvg). Deze aanwijzing heeft een werkingsduur van drie jaar. Bij het besluit moet zijn aangegeven of er wordt overgegaan tot het vaststellen van een structuurvisie. Zo niet, wordt er gelijk over gegaan tot het vaststellen van een bestemmingsplan en wordt stap 3 overgeslagen. 3. Besluit van de gemeenteraad binnen drie jaar na de aanwijzing, waarbij voor de betreffende gronden een structuurvisie wordt vastgesteld waarna de aanwijzing wordt verlengd met drie jaar vanaf datum inwerkingtreding structuurvisie. Wordt niet binnen drie jaar een structuurvisie vastgesteld, vervalt de aanwijzing van rechtswege (art. 4 en 9 Wvg). 4. Besluit van de gemeenteraad binnen drie jaar na de aanwijzing waarbij voor de betreffende gronden een bestemmingsplan wordt vastgesteld waarna de aanwijzing wordt verlengd met tien jaar, gerekend vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
Wordt niet binnen drie jaar een bestemmingsplan vastgesteld, vervalt de aanwijzing van rechtswege (art. 3 en 9 Wvg). Worden alle stappen doorlopen dan is het mogelijk om het voorkeursrecht te vestigen voor een duur van zestien jaar en drie maanden.