CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Reactie PPH op reactie gemeente

Gemeenteraad 12 februari 2026, gemeente HoornBij agendapunt: Plan van aanpak Visie op participatie (Portefeuillehouder Bennis)3.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op ideeën Participatie Platform Hoorn versie 2 1. Waarom in gesprek? Voorstel PPH Per fase wordt een plan van aanpak ontwikkeld dat aangeboden wordt aan de raad ter vaststelling. In deze plannen van aanpak wordt een participatieplan opgenomen. Dit plan wordt voorlopig vastgesteld door de raad.

Reactie gemeente Het is nog niet bekend of er per fase een plan van aanpak ontwikkeld wordt dat door de raad wordt vastgesteld. De opdracht waar we het nu over hebben, gaat over fase 1: het opstellen en laten vaststellen van een visie op Participatie.

Reactie PPH Op dit moment zijn PPH en gemeente in gesprek over het plan van aanpak voor fase 1: de participatievisie. Daarna volgen: fase 2 = uitdaagrecht; fase 3 = participatieverordening; fase 4 = implementatie.

Het plan van aanpak hiervoor (inclusief participatie) wordt 1e kwartaal 2026 definitief vastgesteld door de raad. Dus niet voorlopig.

2. PPH denkt dat het een optie kan zijn als de raad het plan van aanpak in januari 20261 vaststelt. Participeren is echter tweezijdig, dus ook participanten moeten zich kunnen vinden in de spelregels voor participatie die in het plan van aanpak worden vastgelegd. Bij de start van een participatietraject is het daarom belangrijk om stil te staan bij het proces. Indien participanten zwaarwegende bezwaren/opmerkingen hebben, zal de raad hierover geïnformeerd worden waarna de raad bepaalt of er aanleiding is voor mutaties. Van belang daarbij: PPH is geen gremium dat alle inwoners van Hoorn vertegenwoordigt. PPH beveelt aan om bij de voorbereiding van het plan van aanpak ook vertegenwoordigers van andere stakeholders te

1 Conform afspraak 11 september (overleg Bennis/PPH)

1. PPH denkt dat inwoners in alle fasen invloed zouden moeten hebben, wat met zich meebrengt dat er per fase een plan van aanpak voor participatie nodig is. Omdat het de raad is die uiteindelijk de participatieverordening vaststelt (met daarin het uitdaagrecht verwerkt) en omdat het bij participatie gaat om de ruimte die de gemeente wil geven voor invloed van derden, ligt het voor de hand dat de raad een besluit neemt over het plan van aanpak voor participatie in de fasen 24. Wel verschillen de fasen sterk qua karakter. Bij fase 2 gaat het om de ruimte die de gemeente wil geven om “uit te dagen”; in fase 3 wordt in teksten vastgelegd welke ruimte de gemeente wil geven voor participatie; in fase 4 wordt bepaald hoe wordt georganiseerd wat de werkwijze van de gemeente is om de participatie vorm te geven.

Participanten krijgen de gelegenheid om dit plan aan te passen (na vaststelling door de raad).

De raad kiest ervoor dat het participatieresultaat zwaar meeweegt in de besluitvorming;

Het PPH wordt betrokken bij het opstellen van het plan van aanpak voor de participatievisie. Na vaststelling door de raad wordt het plan van aanpak niet aangepast.

betrekken, zodat het voorstel aan de raad op breed draagvlak (en weinig bezwaren) kan rekenen. Dit kan door een klankbordgroep in te stellen die ook later in het proces kan volgen of de participatie naar behoren verloopt en die ook een inhoudelijke bijdrage kan leveren (zie opmerking 16.). Zie opmerking 2.

Straks, tijdens het opstellen van de visie worden belanghebbenden betrokken om uit te vinden hoe zij in toekomstige projecten graag betrokken willen worden. Bijvoorbeeld bij het opstellen van een Plan van aanpak voor toekomstige ontwikkelingen.

3. Niet alleen HOE maar ook bij WELKE toekomstige projecten. PPH is van mening dat over “welke” en “hoe” hoofdlijnen in de participatieverordening worden vastgelegd. Over “hoe” kunnen variaties worden aangebracht; participatie voor complexe, grootschalige projecten met veel belangen zal immers verschillen van relatief eenvoudige projecten.

De uitkomsten worden verwerkt in de participatie indien deze uitvoerbaar zijn.

4. PPH vindt dat uitkomsten van participatie altijd integraal inzichtelijk moeten zijn voor het bestuur dat besluiten neemt in de zgn. participatievariant. Ambtenaren ondersteunen participanten bij het beschrijven van deze variant. Daarbij wordt ook opgenomen hoe het met de uitvoerbaarheid zit, zodat het bestuur een afweging kan maken (en de participatievariant niet al op voorhand sneuvelt, omdat ambtelijk wordt geoordeeld dat de variant niet uitvoerbaar is). Dit geldt volgens PPH niet alleen ook voor fase 1 (participatievisie). Naast de participatievariant kunnen meer varianten aan het bestuur worden voorgelegd. Het gaat erom dat de raad goed gepositioneerd wordt om een weloverwogen besluit te nemen waarover de politieke partijen met elkaar in debat kunnen gaan in het besluitvormingstraject. 5. PPH verstaat onder co-creatie dat gemeente en participanten gezamenlijk werken aan een voorstel voor het bestuur. Het tast de bevoegdheid van het bestuur om besluiten te nemen niet aan. In deze

Dit is aan de gemeenteraad om te bepalen en bespreken we nog met de werkgroep Bestuursakkoord.

niveau van co-creatie op de participatieladder.

Het niveau van co-creatie vinden we niet geschikt voor het proces om te komen tot een visie op participatie. De groep belanghebbenden is te groot om te kunnen co-creëren.

Het PPH vertegenwoordigt niet alle inwoners en andere belanghebbenden in Hoorn. De inhoud van de participatievisie is ook deels afhankelijk van de democratische rolopvatting van de gemeenteraad.

co-creatie kunnen meer varianten aan de orde zijn. Zie verder opmerking 4. 6. PPH denkt dat het waardevol is als PPH zelf een dialoog kan hebben met de werkgroep over de ideeën van PPH (dus niet via/door college/organisatie). Ook omdat dan mogelijk onjuiste interpretaties van ideeën van PPH (die afwijken van de bedoelingen van PPH) dan voorkomen kunnen worden. Maar vooral vanwege de waardevolle dialoog die bij participatie zo belangrijk is. Dat vindt PPH zelf ook, zie opmerking 2.

Dat is zeker juist!

We willen de raad daarom voorstellen om te kiezen voor de 2e en 3e tree van de participatietrap: raadplegen en adviseren.

7. Is dit – na opmerking 5. – nog steeds het geval?

We stellen de visie als gemeente zelf op (en niet samen met participanten zoals bij co-creatie gebruikelijk is).

8. Zie opmerking 5. De visie is een onderdeel van de participatievariant in het raadsvoorstel dat gemeente en participanten samen opstellen.

Collega’s, inwoners en georganiseerde bewoners- en ondernemersgroepen gaan we raadplegen. Bijvoorbeeld via enquêtes, interviews en straatgesprekken. Belanghebbenden kunnen ook hun advies geven op het uiteindelijke concept.

9. Zie opmerking 5. Het gaat niet om raadplegen maar om een dialoog, die resulteert in een participatievisie die weergeeft wat participanten wensen. Als er verschillen van inzicht zijn bij de participanten kan dat worden weergegeven, waarbij de raad uiteindelijk besluit. Dat geldt ook voor verschillen tussen de visie van college/organisatie en de participatievisie. De wijze waarop die dialoog wordt georganiseerd, wordt in het plan van aanpak uitgewerkt.

Waar mogelijk, nemen we het resultaat van de participatie zoveel mogelijk over in de te ontwikkelen Visie op participatie. We leggen uit wat we wel/ niet kunnen meenemen en waarom. Tijdens de behandeling van de visie door de raad, kan iedereen inspreken.

10. Zie opmerking 4 en 5: PPH is voorstander van een participatievariant, die beschrijft wat de visie van participanten is en waarbij wordt weergegeven hoe het met de uitvoerbaarheid zit (wat wel/niet haalbaar is). De organisatie ondersteunt het ontwikkelen van deze variant. Deze werkwijze laat spreekrechtmogelijkheden onverlet.

2. Waarover in gesprek? Voorstel PPH De vragen die centraal staan in fase 1 zijn: a. Over welke onderwerpen wil men participeren b. Hoe wil men participeren

Tekstblok: ‘Voor de vraag sub a. gelden de volgende kaders t/m ‘Overige kaders zijn er niet.’

Reactie gemeente We kunnen ons meer vragen voorstellen, zoals: Hoe vinden belanghebbenden dat het nu gaat? Hebben ze al weleens geparticipeerd en hoe ging dat? Wat kan beter? o Waarom vinden mensen participatie belangrijk? o Bij welke onderwerpen willen ze meer/ minder betrokken zijn? o In welke mate willen ze bij die onderwerpen participeren (weten, meedenken, meedoen) o Wat is er nodig voor goede participatie (voorwaarden)? o Hoe zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk mensen kunnen participeren? o Wat levert participatie volgens belanghebbenden op? Deze inhoudelijke kaders van het PPH wegen we af tijdens het opstellen van de participatievisie zelf. Voor het plan van aanpak zijn deze kaders nu niet relevant. o

Reactie PPH 11. De 2 geformuleerde vragen zijn wat ons betreft de kernvragen. Er zullen deelvragen kunnen worden geformuleerd. Dit kan verder uitgewerkt worden in het plan van aanpak.

12. PPH denkt dat in het participatieplan al duidelijk moet maken waar het bij participatie over de te ontwikkelen visie wel en niet over gaat. In het tekstblok wordt hier een voorzet voor gedaan. Het gaat erom dat de verwachtingen over en

De beleidsruimte voor de Visie op participatie is groot. De Omgevingswet en de wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet schrijven voor dat er beleid en een verordening moet zijn, maar stellen nauwelijks inhoudelijke eisen of beperkingen.

weer van de reikwijdte van de participatie helder zijn.

Toch zien we voor het Plan van aanpak een aantal andere kaders die van invloed zijn op de ruimte voor participatie. -

-

-

De participatievisie gaat vooral over inwonersparticipatie (dus hoe inwoners kunnen participeren bij een initiatief van de overheid). Hoe we als gemeente willen omgaan met overheidsparticipatie en het uitdaagrecht zijn geen onderdeel van dit project. Net als het opstellen van de Participatieverordening. De democratische rolopvatting van de gemeenteraad is medebepalend voor de inhoud van de participatievisie. Hoe de raad om wil gaan met participatie, bespreken we tijdens het opstellen van de visie met de raad.

Klopt, uitdaagrecht = fase 2. Zie eerder, m.i. is ook hier participatie relevant (maar inderdaad niet voor fase 1).

Bij initiatieven van derden ligt de verantwoordelijkheid voor het toepassen van participatie bij de initiatiefnemer. De gemeente Hoorn wil dat een initiatiefnemer, als een omgevingsvergunning nodig is, in principe altijd aan participatie doet maar kan dit niet verplichtend opleggen. Op welke manier de initiatiefnemer participeert, is

Dit is een onderwerp dat PPH in een ander spoor behandelt, nl. evaluatie Nota Participatie fysieke leefomgeving.

13. Zie eerdere opmerking hierover. Zeker is de opvatting van de raad medebepalend, de raad geeft immers aan hoeveel ruimte voor invloed hij wil (weg)geven. PPH hoopt op een ambitieuze opvatting. Het is een goed idee om in het plan van aanpak weer te geven wat/wanneer/hoe de raad zich hierover uitspreekt. Een goede optie is als de raad inwoners gelegenheid geeft om kennis te nemen van de gedachte van inwoners over deze rolopvatting. Dit kan in het plan van aanpak worden uitgewerkt.

maatwerk en een eigen keuze. Geen of slechte participatie is geen afwijsgrond voor een vergunning. -

Als er een besluit van de gemeenteraad nodig is (bindend advies) voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor een plan van derden, kan de gemeente participatie wel verplicht stellen. Hier worden afspraken over gemaakt in de Nota van Uitgangspunten. Dit is het volledige besluit van de gemeenteraad hierover.

Idem.

-

Tijdens het opstellen van de visie zullen we als gemeente met inbreng van belanghebbenden bepalen wat onze ambitie is voor participatie. Wat is voor ons optimale participatie en wat is er mogelijk uitgaande van beschikbare tijd, capaciteit, geld en de behoefte aan participatie? Dit zijn afwegingen die per project gemaakt moeten worden.

Zie de opmerkingen 4. en 5.

3. Met wie in gesprek? Voorstel PPH • Met alle inwoners, organisaties, bedrijven van Hoorn worden uitgenodigd om deel te nemen aan de participatie. • Daarbij worden groepen gespecificeerd. • De groep inwoners zal per wijk worden gespecificeerd. • ………..<gemeentelijke aanvullingen m.b.t. stakeholderanalyse + specificatie> ………. • De gemeente zal een campagne starten om de opkomst en diversiteit

Reactie gemeente Dit werken we verder uit in het Plan van Aanpak. Ideeën zijn: Enquête via het stadspanel en andere inwoners en onder ondernemers. Straatgesprekken in de verschillende wijken en dorpen, bijvoorbeeld op een door-de-weekse dag in een winkelcentrum of op een weekmarkt. Interviews met georganiseerde belangengroepen Aparte aanpak om jongeren te bevragen, mogelijk als onderdeel van een stage-opdracht.

Reactie PPH Verder uit te werken in plan van aanpak.

van de participatiedeelnemers te bevorderen.

4. Hoe in gesprek? Voorstel PPH Voorafgaande aan de inhoudelijke participatie, vindt een startbijeenkomst met alle beoogde participanten plaats, waarin het participatieplan wordt besproken. De deelnemers kunnen de gemeente verzoeken om aanpassingen van dit plan. Indien dat het geval is, neemt het bestuur van de gemeente een besluit over de aanpassingsvoorstellen.

Reactie gemeente Na besluit van de gemeenteraad over het PvA richten we ons op de inhoud van de visie. Natuurlijk lichten we dan wel het proces toe maar we organiseren geen aparte bijeenkomst over het proces. We verwachten dat hier ook weinig behoefte aan is. Mocht tijdens het proces blijken dat we qua proces iets over het hoofd hebben gezien, dan zijn we flexibel en voegen dit toe. Daarvoor zijn geen nieuw PvA en raadsbesluit nodig.

De gemeente voorziet de participanten voorafgaande aan en tijdens het proces van alle relevante informatie met betrekking tot het proces en de inhoud. Dat betekent in elk geval dat raadsen collegebesluiten, informatie van het college aan de raad met betrekking tot de opdracht om een Participatievisie op te stellen wordt gedeeld met de participanten.

We zullen een pagina aanmaken op hoorn.nl met relevante informatie.

De gemeente inventariseert per groep welke wensen en belangen er spelen ten aanzien van de twee vragen die onder sub 2. staan genoemd. Ook de wensen en belangen van de gemeente worden beschreven.

Dit doen we aan de hand van meer vragen – zie hierboven.

Op basis van de inventarisatieresultaten organiseert en faciliteert de gemeente een bijeenkomst waarbij stakeholders van de groepen en de gemeente met elkaar in gesprek gaan. Het resultaat van dit gesprek is dat de twee vragen sub 2 worden beantwoord. Als hierover bij de stakeholders en de gemeente verschillende

We nemen in onze vraagstelling tijdens het ophalen van inhoud voor de visie mee of hier behoefte aan is onder een representatieve groep belanghebbenden.

Reactie PPH Zie opmerking 2.

14. Suggestie PPH: het is voor inwoners prettig dat er ook makkelijke toegang georganiseerd wordt voor inwoners die contact willen.

15. PPH denkt dat het sterker is om dit voor te stellen, zodat stakeholders zich mede-eigenaar en ook medeverantwoordelijk gaan voelen voor de te ontwikkelen participatievariant. Waarom vragen en niet voorstellen?

opvattingen leven, wordt dat zichtbaar gemaakt in het resultaat.

5. Wanneer in gesprek 6. Besluitvorming over participatieresultaten Voorstel PPH De gemeente beschrijft de participatieresultaten van de stakeholdersbijeenkomst.

De stakeholders krijgen gelegenheid om daarop te reageren. Evt. reacties worden toegevoegd aan de voorstellen aan de raad m.b.t. de vast te stellen visie. Indien er sprake is van een reactie van een substantiële groep stakeholders, vindt er overleg plaats tussen de gemeente en deze groep; indien dat aanleiding geeft tot aanpassing van de beschrijving van de participatieresultaten, worden alle participanten hierover geïnformeerd. Indien de gemeente of deze groep naar aanleiding van het overleg daar aanleiding toe ziet, organiseert de gemeente een stakeholdersbijeenkomst om te bespreken of de beschrijving van de participatieresultaten aanpassing behoeft. De gemeente vertaalt deze resultaten in een participatievisie.

Reactie gemeente Afhankelijk van de behoefte onder een representatieve groep stakeholders organiseren we deze bijeenkomst wel/niet. Wat we in ieder geval van plan zijn is om de concept visie schriftelijk voor te leggen aan de belanghebbenden. En we organiseren een inloopavond waar mensen een reactie kunnen geven en hun vragen kunnen stellen. Deze vorm past beter dan een plenaire sessie. Omdat alle belanghebbenden zo de ruimte krijgen om hun vragen te stellen en een reactie te geven.

Reactie PPH 16. Dit zijn principiële punten waar PPH andere opvattingen over heeft. Zie eerder, m.n. opmerkingen 4 en 5. Het schriftelijk voorleggen van een conceptvisie leidt niet tot een dialoog. De opvatting van PPH is dat de organisatie ondersteunt bij het formuleren van de visie die participanten voor ogen hebben. Om dit praktisch uitvoerbaar te maken, kan met een klankbordgroep worden gewerkt waar alle participantengroepen vertegenwoordigd zijn. Een inloopavond past niet goed in deze opvatting en de gedachte van co-creatie.

Mochten één of meer stakeholders echt anders denken over bepaalde zaken, dan kunnen we besluiten één op één in gesprek te gaan.

Zie eerder: verschil van mening in de participatievariant kan zichtbaar worden gemaakt in deze variant.

De reacties (en wat we overnemen in de visie en wat niet en waarom) worden toegevoegd aan de voorstellen aan de raad.

Zie eerder: de opvatting van PPH is dat er een integrale participatievariant wordt beschreven in het bestuursvoorstel.

De concept-visie wordt voorgelegd aan de stakeholders voordat deze aan het college wordt voorgelegd. Ook hiervoor geldt de werkwijze dat er reacties mogelijk zijn, die aanleiding kunnen geven tot overleg en evt. het organiseren van een stakeholdersbijeenkomst. Het college stelt het raadsvoorstel m.b.t. de visie vast en brengt dat in procedure. Als het college de raad voorstelt om de participatieresultaten niet/gedeeltelijk niet over te nemen, wordt dat gemotiveerd (zie pt. 1).

17. Uit te werken in plan van aanpak: wenselijkheid om een bijeenkomst te organiseren waarin raadsleden worden uitgenodigd om de participatievariant toe te lichten (soort raadsinformatiesessie). Het college besluit inderdaad om het raadsvoorstel voor te leggen aan de raad. In het bijgevoegde participatieverslag motiveert het college wat wel/niet gedeeltelijk is overgenomen en waarom.

Er kan op verzoek van de stakeholders of de commissie een bijeenkomst worden belegd, waarbij de commissie stakeholders gelegenheid geeft om een toelichting te geven op de participatieresultaten en waarbij zij commissieleden vragen kunnen stellen.

Dit bespreken we nog met de werkgroep Bestuursakkoord.

De raad neemt een besluit over de participatievisie. Als dit besluit afwijkt van de participatieresultaten, motiveert de raad dat (zie pt. 1).

De motivatie vindt plaats tijdens de behandeling door de raad.

De participanten worden geïnformeerd over het besluit. Indien is afgeweken van de participatieresultaten wordt dat gemotiveerd. In dat geval wordt een stakeholderbijeenkomst georganiseerd, waarbij het bestuur van de gemeente Hoorn toelicht waarom is afgeweken. De stakeholders kunnen daarbij vragen stellen.

Dit is tot nu toe niet gebruikelijk.

Raadsbesluiten worden gecommuniceerd en het zijn openbare vergaderingen waarbij iedereen welkom is. De raad belegt geen stakeholdersbijeenkomsten om besluiten toe te lichten. Dit bespreken we nog met de werkgroep Bestuursakkoord

In lijn met eerdere opmerkingen: geen participatieverslag maar een integraal participatievoorstel in het raadsvoorstel.

18. Zie opmerking 6.

Zie opmerking 19.

19. PPH denkt dat het een zorgvuldige afronding van het participatieproces is als participanten schriftelijk of mondeling (hangt af van het besluit) over het besluit van de raad worden geïnformeerd. Omdat het bij de participatievisie gaat over de rol(opvatting) van de raad is het belangrijk dat raadsleden gelegenheid hebben om in gesprek te gaan met de participanten en dat participanten vragen kunnen stellen. Zie verder opmerking 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=2579c335-b2f2-4ba4-a8ad-a4c2ec4bedba