Bijlage 3 Memorandum of Understanding CFCI Hoorn
Tekst van het document
Memorandum van Overeenstemming Child Friendly Cities Initiative Memorandum van Overeenstemming tussen de gemeente Hoorn en Stichting Nederlands Comité UNICEF betreffende de deelname van de gemeente Hoorn aan het Child Friendly Cities Initiative programma van UNICEF.
I.
Introductie
1. Deze Memorandum van Overeenstemming (“MvO”) tussen de gemeente Hoorn en Stichting Nederlands Comité UNICEF (hierna: UNICEF Nederland) zet uiteen op welke manier de gemeente Hoorn onderdeel zal worden van UNICEF’s Child Friendly City Initiative (hierna: CFCI) en hoe UNICEF Nederland en de gemeente zullen samenwerken zodat de gemeente een “Child Friendly City” kan worden. 2. Sinds 1996 helpt United Nations International Children’s Emergency Fund (hierna: UNICEF) via CFCI gemeenten over de hele wereld bij het waarborgen van de rechten van kinderen en jongeren op grond van het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Het wereldwijde netwerk van kindvriendelijke gemeenten verbindt en ondersteunt gemeenten, belanghebbenden en partners die begaan zijn met het kindvriendelijk maken van hun steden, dorpen en gemeenschappen. Het helpt bij het bouwen van veilige, schone en meer veerkrachtige gemeenten en gemeenschappen. Daarbij is het uitgangspunt de rechten van het kind, zoals vastgelegd in het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind, en het bewerkstelligen van concrete resultaten voor kinderen en jongeren en een daadwerkelijke en duurzame verbetering van de situatie binnen de gemeente of gemeenschap. 3. De gemeente Hoorn onderschrijft het belang van kindvriendelijk beleid en neemt graag deel aan het CFCI-programma van UNICEF. 4.
Derhalve ondertekenen de gemeente Hoorn en UNICEF Nederland dit MvO. 5. De gemeente en UNICEF Nederland geven zich er rekenschap van dat CFCI in Nederland zich nog in een beginfase bevindt en dat de gemeente zal deelnemen aan de derde lichting van het Nederlandse CFCI-programma. Deze lichting zal een pilot-lichting zijn. De gemeente realiseert zich de pioniersrol die zij vervult en de onzekerheden die dat meebrengt ten aanzien van het exacte verloop van het programma. Daar staat tegenover dat de gemeente kan meedenken over de verdere ontwikkeling van het CFCI-programma tot een voor Nederland geschikte vorm. 6. De gemeente krijgt vanaf het tekenen van het MvO de status van kandidaat-CFCI-gemeente. Aan deze kandidaat-status is de voorwaarde verbonden dat de gemeente binnen twee jaar na het tekenen van het MvO een CFCI-Actieplan (hierna: Actieplan) opstelt en in uitvoering neemt. II.
Samenwerkingsactiviteiten
1. De gemeente Hoorn zal:
1
•
•
•
•
•
•
•
Samenwerken met UNICEF Nederland, lokale partners, kinderen/jongeren en hun ouders/verzorgers om binnen één jaar na het tekenen van het MvO een lokale kinderrechten situatieanalyse te doen en het Actieplan op te stellen. Indien nodig kan deze periode met maximaal één jaar verlengd worden. Ervoor zorgen dat het Actieplan zich richt op de meest urgente onderwerpen binnen de gemeente en dat het duidelijke doelen, impact indicatoren, een toereikend budget, een duidelijke planning en de criteria voor erkenning als ‘Çhild Friendly City’ bevat bevat. Bij het Actieplan hoort een communicatieplan om inwoners te informeren over het Actieplan en de implementatie. Het Actieplan implementeren binnen twee jaar na het gezamenlijk vaststellen van het Actieplan en bijhorend communicatieplan en zal hierbij nauw samenwerken met belanghebbenden en partners. Indien nodig kan de periode van implementatie verlengd worden met één jaar zolang de totale periode vanaf het tekenen van de MvO niet de termijn van vijf jaar overschrijdt. Haar progressie bijhouden aan de hand van de doelen en indicatoren die in het Actieplan vermeld staan en zal erop toezien dat relevante data voor de evaluatie worden bijgehouden.
Op een door partijen overeengekomen regelmatige basis (elke zes maanden, jaarlijks, tweejaarlijks) het publiek (inclusief UNICEF Nederland, kinderen/jongeren, hun ouders/verzorgers en partners) op de hoogte brengen van de progressie, mogelijkheden en uitdagingen bij het implementeren van het Actieplan. Tussentijdse evaluatierapporten opstellen en het eindrapport opstellen waarin i) de progressie uiteengezet wordt die is gemaakt richting de afgesproken doelen en indicatoren in het Actieplan, en ii) hoe aan de criteria voor het erkenningsproces is voldaan. Het eindrapport wordt toegankelijk gemaakt voor het publiek (inclusief UNICEF Nederland, kinderen/jongeren, hun ouders/verzorgers en partners). De eindevaluatie door UNICEF Nederland met eventuele aandachtspunten voor een volgende cyclus maken daarvan onderdeel uit. Het implementeren van het Actieplan voortzetten, ook na verkiezingen en/of nadat de installatie van een nieuw bestuur heeft plaatsgevonden.
2. UNICEF Nederland zal: •
•
•
• •
• •
De gemeente ondersteunen bij het uitvoeren van de lokale situatieanalyse en het opstellen en uitvoeren van het Actieplan door het ter beschikking stellen van ondersteunende documenten zoals de Child Friendly Checklist. Bruikbare en belangrijke onderzoeksresultaten, begeleiding en hulpmiddelen die aansluiten bij CFCI met de gemeente delen, met het oog op de lokale situatieanalyse, het opstellen van het Actieplan en de implementatie daarvan. De gemeente, en indien nodig CFCI-belanghebbenden en partners, periodiek en voor zover nodig, voorzien van trainingen ten aanzien van kinderrechten in het algemeen en ten aanzien van specifieke en relevante thema’s, en daarnaast de gemeente voorzien van ondersteuning van het doorlopen van de verschillende fasen van het CFCIprogramma en van technische ondersteuning. De samenwerking promoten op de website van UNICEF Nederland en CFCI en zal berichtgeving in de media over de samenwerking ondersteunen wanneer dit gepast is. Eéns per jaar een voortgangs- of evaluatiegesprek voeren en zoveel vaker contact hebben met de gemeentelijke coördinator, coördinatiegroep of de wethouder als dit gewenst of nodig is. Helpen bij het evalueren van de vooruitgang en impact van het CFCI. Connecties ondersteunen door gebruik te maken van lokale en internationale netwerken wanneer dat mogelijk is.
2
•
Erkenning van een “Child Friendly City” bieden wanneer er voldaan is aan de afgesproken criteria en de doelen behaald zijn die in het Actieplan vermeld staan.
3. In aanvulling op de acties die hierboven beschreven zijn, kunnen aanvullende acties worden toegevoegd als onderdeel van de samenwerking. In dat geval worden de aanvullende acties schriftelijk vastgelegd.
4. Coördinatoren •
•
•
Vanuit de gemeente zal Martine Helmstrijd de CFCI-coördinator zijn, en Esther Vreeburg zal de CFCI-coördinator van UNICEF Nederland zijn. Voorafgaand aan het tekenen van het MvO zijn de contactgegevens van beide coördinatoren over en weer gedeeld. Samen zullen zij de belangrijkste aanspreekpunten zijn in deze samenwerking. De gemeente zorgt ervoor dat de coördinator voldoende tijd voor de werkzaamheden voor het CFCI heeft, de benodigde vaardigheden en kennis heeft en over het benodigde mandaat en draagvlak beschikt om het werk voor het CFCI uit te kunnen voeren. Mocht één van de partijen veranderen van coördinator, dan wordt de partij geacht de ander zo snel mogelijk schriftelijk hiervan op te hoogte te brengen.
5. De gemeente heeft een stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van relevante beleidsafdelingen en (lokale) samenwerkingspartners die de gemeente zal begeleiden en adviseren tijdens het CFCI-programma. Daarnaast zal tijdens het opstellen van het Actieplan een coördinatiegroep bestaande uit verschillende medewerkers van de gemeente worden samengesteld die samen met de coördinator verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het Actieplan.
III. Communicatiematerialen; gebruik van namen en logo’s 1. Alle communicatie- of promotiematerialen die onderdeel zijn van deze samenwerking zullen voldoen aan het beleid en standaarden van UNICEF Nederland en de Brandprocedure voor CFCI van UNICEF. 2. Tijdens de samenwerking kan het voorkomen dat partijen de namen, logo’s, emblemen of handelsmerken van de andere partij willen gebruiken. In dat geval komen partijen overeen dat partijen eerst schriftelijke toestemming vragen aan de andere partij via de samenwerkingscoördinatoren, alvorens de namen, logo’s, emblemen of handelsmerken van de andere partij gebruikt mogen worden. Het schriftelijke verzoek bevat informatie over het voorgestelde gebruik hiervan. Geen van beide partijen is verplicht het verzoek goed te keuren. Indien er toestemming is gegeven voor het gebruik, dan zal het gebruik voldoen aan de afspraken in het schriftelijke toestemmingsverzoek en aan de relevante richtlijnen en regels wat betreft merken (welke beide partijen met elkaar delen). 3. De gemeente erkent dat de naam, het logo en het embleem van UNICEF, de naam en het logo van het CFCI en andere intellectuele eigendommen van UNICEF (samen de “Eigendommen van UNICEF”) exclusief in eigendom zijn van UNICEF en beschermd worden door het internationale recht en andere toepasselijke (intellectuele eigendoms)wetten.
Eveneens geldt dat de gemeente erkent dat de naam, het logo, het embleem en andere intellectuele eigendommen van UNICEF Nederland (samen de “Eigendommen van UNICEF Nederland”) exclusief in eigendom zijn van UNICEF Nederland en beschermd worden door het internationale recht en andere toepasselijke (intellectuele eigendoms)wetten. UNICEF Nederland bevestigt dat zij de nodige toestemmingen heeft verkregen om een sub-licentie te
3
geven voor de namen, logo’s en emblemen van UNICEF en het CFCI, in overeenstemming met dit MvO. 4. De gemeente zal geen misbruik maken van of inbreuk maken op, of op een andere manier de rechten schenden van de Eigendommen van UNICEF en de Eigendommen van UNICEF Nederland. De gemeente bevestigt dat zij bekend is met de idealen en doelen van UNICEF en begrijpt dat de Eigendommen van UNICEF en de Eigendommen van UNICEF Nederland niet geassocieerd dienen te worden met politieke of sektarische standpunten, of op een manier worden gebruikt die niet overeenkomt met de status, reputatie, en neutraliteit van UNICEF. Het is duidelijk dat een schending van Artikel III een schending is van de algemene voorwaarden van dit MvO. Schending van Artikel III staat boven het verlopen of beëindigen van dit MvO. 5. De intellectuele eigendomsrechten (zoals auteursrechten) die voortkomen uit (de samenwerking met betrekking tot) het MvO komen exclusief toe aan UNICEF Nederland tenzij expliciet anders overeengekomen. 6. UNICEF Nederland voorziet de gemeente vanaf het tekenen van het MvO van het UNICEF kandidaat Child Friendly Cities-logo. De gemeente moet zich ook bij het kandidaat-logo houden aan de richtlijnen van UNICEF Nederland over het gebruik van de naam, het logo, het embleem of het handelsmerk. 7.
Indien de gemeente in strijd handelt met de afspraken van dit MvO en de richtlijnen van UNICEF Nederland over het gebruik van de naam, het (kandidaat-)logo, het embleem of het handelsmerk, zijn UNICEF en UNICEF Nederland gerechtigd onmiddellijk het gebruik van de naam, logo en merken van UNICEF en UNICEF Nederland door de gemeente te verbieden.
IV. Informatie delen; geen vertrouwelijke informatie Tijdens deze samenwerking kan niet-publieke data, (resultaten uit) onderzoek of andere vertrouwelijke informatie met de andere partij uitgewisseld worden. Wanneer dergelijke informatie wordt gedeeld aan de andere partij, kan de delende partij verdere voorwaarden opleggen wat betreft het gebruik van de informatie, waaronder voorwaarden over nadere openbaarmaking van de informatie. De ontvangende partij zal zich houden aan de bijgeleverde voorwaarden. Informatie die tussen de partijen wordt gedeeld, wordt niet beschouwd als vertrouwelijk, tenzij partijen dit expliciet benoemen.
V. Kosten en verantwoordelijkheid als onderdeel van deze samenwerking Beide partijen zullen in hun eigen kosten van deze samenwerking voorzien, tenzij anders is overeengekomen over een specifiek geval en dit is vastgesteld in een schriftelijke overeenkomst. Beide partijen zijn volledig verantwoordelijk voor wat zij doen als onderdeel van deze samenwerking. Hieronder valt ook dat partijen de verantwoordelijkheid dragen voor de handelingen van het eigen personeel, samenwerkings- en contractpartijen, leveranciers en consultants.
VI. Inzet voor ethisch handelen 1. De partijen houden zich niet bezig met en ondersteunen geen, acties, die de waarborgen van de rechten van kinderen en jongeren in het geding brengen of die op enigerlei wijze onverenigbaar zijn met het Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
4
2. Het is vanzelfsprekend en essentieel dat de nodige voorzorgsmaatregelen worden getroffen om fraude, corruptie (publieke en non-publieke sector) en belangenverstrengeling te voorkomen. Om dit te realiseren bij het implementeren van deze samenwerking, zullen onze personeelsleden, samenwerkings- en contractpartijen, leveranciers en consultants de hoogste gedragsnormen hanteren, zoals deze zijn vastgelegd in relevante voorschriften, regels, beleid en procedures. 3. Elke partij zal de andere partij zo snel mogelijk op de hoogte stellen wanneer zich signalen voordoen van incidenten of rapporten die niet overeenkomen met de beloften en afspraken, zoals omschreven in de voorgaande paragraaf. Bovendien zullen partijen samenwerken om tot een passende reactie te komen.
VII. Oplossen van onenigheid Wanneer er onenigheid ontstaat binnen deze samenwerking, dan zal dit opgelost worden door middel van vriendelijke en constructieve discussies.
VIII. Samenwerkingsperiode; de samenwerking tot een einde brengen 1. Deze samenwerking vindt plaats gedurende een periode van maximaal vijf jaar, en zal derhalve uiterlijk eindigen op ______XXX__________________ of zoveel eerder als de gemeente de doelen uit het Actieplan heeft behaald. Voordat de samenwerking afloopt, komen partijen uiterlijk één maand voor het einde van het MvO samen om terug te blikken op de samenwerking en om eventuele voortzetting van de samenwerking te bespreken. Mocht er overeenstemming worden bereikt over de voortzetting van de samenwerking, dan leggen partijen de (nieuwe) voorwaarden voor de voortzetting vast in een nieuwe MvO, die door beide partijen wordt ondertekend. 2. Beide partijen kunnen de samenwerking vroegtijdig beëindigen, indien dit gewenst wordt, door de andere partij daarvan schriftelijk op de hoogte te brengen. Hiervoor geldt een opzegtermijn van negentig (90) dagen, tenzij er sprake is van een situatie zoals uiteengezet in artikel VIII.4. 3. Wanneer één van de partijen een verzoek tot beëindiging ontvangt, zal er zo snel mogelijk samengewerkt worden om op een ordelijke manier de geplande activiteiten van deze samenwerking af te ronden. De samenwerking eindigt nadat de dertig dagen opzegtermijn afloopt.
Op het moment dat de samenwerkingsperiode verloopt of beëindigd wordt, worden ook alle rechten en toestemmingen die aan elkaar gegeven zijn in deze samenwerking opgezegd; hieronder vallen ook de rechten en toestemmingen die van toepassing zijn op het (kandidaats) CFCI-logo en intellectuele eigendommen. 4. Mocht de gemeente UNICEF Nederland informeren over een incident of rapport dat niet overeenkomt met de ethische verplichtingen zoals hierboven zijn beschreven onder artikel VI, of als één van de partijen in goed vertrouwen tot de conclusie komt dat de voortzetting van de samenwerking leidt tot serieuze tekortkomingen in de missies of waarden van UNICEF of UNICEF Nederland, of de goedwillende reputatie die geassocieerd is met onze naam, logo, embleem of intellectuele eigendom zal schaden, dan zullen partijen samenkomen om maatregelen te nemen. In extreme gevallen zal UNICEF Nederland kunnen beslissen, als dit nodig is, om de samenwerking per direct te beëindigen. In een dergelijk geval, zal de gemeente geen recht meer hebben om de Eigendommen van UNICEF en de Eigendommen van UNICEF Nederland te blijven gebruiken, en zal de gemeente alle promotionele en public relations activiteiten die onderdeel waren van de samenwerking, afzeggen.
5
5. De status van kandidaat-CFCI gemeente vervalt bovendien als de gemeente niet binnen twee jaar na het tekenen van het MvO de situatieanalyse heeft uitgevoerd, het Actieplan inclusief een communicatieplan heeft vastgesteld en in uitvoering neemt en/of geen coördinatiegroep/mankracht aanwijst voor de uitvoering van het Actieplan. De gemeente mag vanaf dat moment het kandidaat-logo niet meer gebruiken. Als de gemeente nadien alsnog een door UNICEF Nederland goedgekeurd Actieplan vaststelt en/of een coördinatiegroep samenstelt en overgaat tot de fase van uitvoering, kan UNICEF Nederland beslissen de status van kandidaat CFCI-gemeente opnieuw toe te kennen.
IX. Erkenning 1. Binnen uiterlijk vijf jaar na het tekenen van het MvO moet het Actieplan uitgevoerd zijn en de uitvoering geëvalueerd worden. Indien aan de vooraf gestelde criteria en doelen is voldaan, volgt erkenning als Child Friendly City. Erkenning kan alleen toegekend worden aan dat wat vooraf specifiek met UNICEF Nederland in het Actieplan is vastgesteld. 2. De erkenning is voor maximaal vijf jaar. Wil de gemeente de erkenning behouden, dan moet in die periode een nieuwe MvO getekend zijn en een Actieplan in uitvoering worden genomen. 3. Als niet aan de criteria voor erkenning wordt voldaan en UNICEF Nederland de gemeente (nog) niet kan erkennen als Child Friendly City, overleggen UNICEF Nederland en de gemeente over de situatie en mogelijke verlenging voor de periode van uitvoering van één jaar. Als de gemeente na de verlenging alsnog aan de criteria heeft voldaan, kan de gemeente alsnog de erkenning krijgen.
X. Algemeen 1. Partijen zetten met deze samenwerking geen gezamenlijke onderneming op, en deze samenwerking behoort dan ook niet op deze manier gezien te worden. Partijen zijn volledig onafhankelijk van elkaar en werken samen op een beperkte en vastgelegde manier met als doel een kindvriendelijke omgeving te creëren, die het uitdragen van kinderrechten promoot. 2. Mocht één van de partijen de voorwaarden van deze samenwerking willen aanpassen, dan overleggen ze hierover met elkaar, en als ze beide akkoord gaan met de aanpassing, dan zal deze schriftelijk vastgelegd worden. Deze schriftelijke overeenkomst dient dan wederom ondertekend te worden door beide partijen en de nieuwe voorwaarden zullen van kracht gaan op de dag dat de overeenkomst is ondertekend. 4. Dit MvO en alle hieruit voortvloeiende voorwaarden worden uitsluitend beheerst door Nederlands recht. Met inachtneming van Artikel VII zullen alle geschillen die voortvloeien uit of verbandhouden met dit MvO en alle hieruit voorvloeiende overeenkomsten, exclusief worden voorgelegd aan de rechter te Den Haag. 5. Dit MvO treedt in werking op de dag dat het MvO door beide partijen is ondertekend en blijft van kracht totdat de overeengekomen periode is verstreken of totdat de partijen anders schriftelijk, zoals onder Artikel X.2 uiteengezet, zijn overeengekomen.
6
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend, als gemachtigde van de gemeente Hoorn, Naam: Marjon van der Ven Titel: Wethouder Jeugdzorg en preventief jeugdbeleid Datum: Handtekening:
namens Stichting Nederlands Comité UNICEF Naam: Suzanne Laszlo Titel: directeur UNICEF Nederland Datum: Handtekening:
7