Bijlage 3 - Gedetailleerde financiële uitwerking Westfriese aanpak Laaggeletterdheid en pilot Taalboost
Tekst van het document
Bijlage 3 Gedetailleerde financiële uitwerking Westfriese aanpak Laaggeletterdheid en pilot Taalboost Aanleiding Gemeenten hebben vanaf 2020 de regie gekregen over laaggeletterdheid. Laaggeletterdheid houdt in dat mensen moeite hebben met de taalvaardigheden lezen en schrijven. Daarnaast gaat per 1 januari 2022 de nieuwe Wet inburgering van kracht. De regie op inburgering ligt vanaf die datum bij de gemeenten. De Westfriese gemeenten trekken samen op bij deze twee opgaven. Deze bijlage geeft uitleg over de financiën van de Westfriese aanpak Laaggeletterdheid en de regionale pilot Taalboost voor de ondertussengroep. Daarnaast zijn de beheersmaatregelen beschreven waarmee de financiële risico’s voor de Westfriese aanpak Laaggeletterdheid vanaf 2023 zijn op te lossen. Achtergrond Westfriese aanpak Laaggeletterdheid In Nederland zijn 2,5 miljoen mensen laaggeletterd. Dit houdt in dat zij moeite hebben met de taalvaardigheden lezen en/of schrijven. Om mee te kunnen doen in onze samenleving, heb je deze basisvaardigheden wél nodig. Mensen met weinig basisvaardigheden vinden moeilijker betaald werk en zijn vaker minder gezond. In Hoorn is circa 13% van de inwoners laaggeletterd1. Gemeente Hoorn zoekt naar een oplossing om diverse doelgroepen die laaggeletterd zijn zo doelmatig mogelijk te ondersteunen.
Dit gebeurt door middel van de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt, waaronder de WEB-gelden (Wet Educatie Beroepsonderwijs) en de decentralisatieuitkering laaggeletterdheid die via de centrumgemeente Alkmaar worden verdeeld over de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord. De groep inburgeraars valt wettelijk niet onder deze financiële middelen die vanuit het Rijk beschikbaar zijn. Vanuit de rijksmiddelen die beschikbaar zijn voor laaggeletterdheid wordt Taalhuis Westfriesland (onderdeel van Vrijwilligerspunt) gefinancierd. Hoorn zoekt naar doelmatige inzet van middelen voor laaggeletterdheid, waarbij de gemeente zo doelmatig mogelijk gebruik maakt van de financiële middelen. Financiering Taalhuis Westfriesland Het Taalhuis Westfriesland helpt organisaties en bedrijven bij de aanpak van laaggeletterdheid. Deze dienstverlening kost jaarlijks € 304.254. De financiering van Taalhuis Westfriesland is in 2021 en 2022 als volgt opgebouwd: Financiering Taalhuis Westfriesland 1. WEB-gelden via Alkmaar 2. Decentralisatieuitkering Laaggeletterdheid via Alkmaar 3. Participatiegelden via WerkSaam 4. Tekort regio Totaal
2021 € 200.625
2022 € 159.477
€ 18.629
€ 18.629 (prognose) € 85.000 (prognose) € 41.148 € 304.254
€ 85.000 €0 € 304.254
Toelichting op de cijfers: Ad 1 De verdeling van de WEB-gelden verloopt via centrumgemeente Alkmaar, waarbij WerkSaam voor Westfriesland de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) uitvoert. WerkSaam kan 25% van het WEBmiddelen van Westfriesland besteden aan lokaal maatwerk en dus aan het Taalhuis. Het budget van 2021 was groter dan normaal. WerkSaam geeft aan dat 2022 minder middelen beschikbaar zijn voor Westfriesland, omdat er vanuit de arbeidsmarktregio NHN meer aanvragen worden gedaan voor de WEB-gelden. De bijdrage die Westfriesland in 2022 krijgt, ligt buiten de invloed van de gemeenten.
1 Bron: Geletterdheidinzicht
Pagina 1 van 3
Ad 2 De Decentralisatieuitkering Laaggeletterdheid is sinds juli 2020 een twistpunt tussen VNG en het Rijk over de financiën van deze uitkering. Deze zijn niet toereikend om de regiefunctie door de gemeenten goed uit te laten voeren. Gemeente Hoorn is net als de andere gemeenten in afwachting van een oplossing van dit twistpunt. Tot dat moment wordt uitgegaan van de bijdrage die gemeenten in 2022 hiervoor krijgen. Ad 3 Participatiegelden: WerkSaam heeft in de huidige beleidsperiode (2018-2021) jaarlijks € 85.000,- uit de re-integratiegelden beschikbaar gesteld voor bekostiging van de dienstverlening van Taalhuis. Voor 2022 is nog geen definitieve keuze gemaakt over de inzet van deze gelden. Het nieuwe beleidsplan (2022-2025) van WerkSaam is namelijk nog in ontwikkeling. Het jaar 2022 is daarmee een overgangsjaar, waardoor er een financieel risico is ontstaan. De verwachting is dat WerkSaam ook in het overbruggingsjaar 2022 € 85.000,- van de re-integratiegelden besteed aan de dienstverlening van het Taalhuis. Ad 4 Tekort regio: in de arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord wordt door verschillende organisaties aanspraak gemaakt op de WEB-middelen. Deze middelen zijn beperkt, waardoor de regio Westfriesland in 2022 minder WEB-middelen ontvangt. Dit tekort bedraagt in 2022 € 41.148.
Het Hoornse aandeel om dit tekort op te vangen is € 14.155 en kan worden gedekt vanuit de Wet Taaleis (totaal budget Wet Taaleis € 18.797). NB Gemeenten geven te zijner tijd een zienswijze af op het nieuwe beleidsplan van WerkSaam. Daarbij kunnen gemeenten onder andere bepalen of zij wel of niet akkoord gaan met de besteding van reintegratiegelden aan de financiering van het Taalhuis. Als zij daar niet mee akkoord gaan, dan ontstaat een tekort voor de regio Westfriesland van € 85.000. Dit tekort loopt regionaal op tot € 126.148. Voor Hoorn bedraagt de bijdrage om dit tekort op te vangen € 43.395. De Hoornse bijdrage aan het tekort kan worden gedekt uit: a. De Wet Taaleis à € 18.797. b. Middelen voor de ondertussengroep: € 24.598, die in de meicirculaire2 voor de ondertussengroep (huidige inburgeraars) opgenomen zijn. Hiermee is voor het jaar 2022 het financiële risico gedekt. Het college geeft de opdracht om in regionaal verband, vanaf het jaar 2023, een sluitende meerjarige begroting op te stellen aan de hand van een uitwerking van een aantal beheersmaatregelen en deze in het tweede kwartaal van 2022 ter besluitvorming voor te leggen. Hierbij is het uitgangspunt dat dat het regionale beleidskader vanaf 2023 binnen de ontvangen Rijksmiddelen uitgevoerd dient te worden. Om vanaf 2023 tot een sluitende meerjarige begroting te komen, zijn een aantal beheersmaatregelen nodig.
De beheersmaatregelen die de Westfriese projectgroep Laaggeletterdheid ziet, zijn: 1. Laaggeletterdheid is onlosmakelijk verbonden met het re-integratiebeleid en hangt samen met de wettelijke taal-eis binnen de participatiewet. Daarmee is dit een vast onderdeel van het reintegratiebeleid van WerkSaam. De beheersmaatregel is dan het Dagelijks Bestuur van WerkSaam het besluit laten nemen om hiervoor structureel een bedrag beschikbaar te stellen, mits de consequenties voor de inzet van het re-integratiebudget voor de andere taken aanvaardbaar zijn. 2. WerkSaam Westfriesland verzoeken om de consequenties voor de inzet van het re-integratie budget in kaart te brengen indien de Westfriese gemeenten voor deze inzet structurele financiering wensen voor de aanpak van laaggeletterdheid vanuit dit re-integratiebudget. 3. Onderzoeken of er vanuit andere beleidsterreinen (financiële en inhoudelijke) een verdergaande aansluiting gevonden kan worden voor de uitvoering van het beleidskader Laaggeletterdheid. De eventuele linken zien we op dit moment met het onderwijsachterstandenbeleid, inburgeringsbeleid, arbeidsmarktbeleid (RPA) en schuldhulpverleningsbeleid. 2 De meicirculaire 2021 is nog niet gepubliceerd op het moment van schrijven. Daarom is er uitgegaan van
geschatte bedragen. Pagina 2 van 3
4. Onderzoeken welke ruimte er is om eventueel de subsidie aan het taalhuis te verlagen. Waarbij we niet hoeven in te boeten op de dienstverlening van het Taalhuis, zoals beschreven in de vast te stellen beleidsnotitie. Wel kan op voorhand gezegd worden dat wanneer de subsidie verlaagd wordt, dit gevolgen heeft voor de ambities en deze mogelijk niet waargemaakt kunnen worden. 5. Op dit moment voert het Taalhuis voor ROC de Kop de intakes uit. Hiervoor ontvangt het Taalhuis geen middelen van het ROC. Het Taalhuis voert de intakes op dit moment uit binnen de beschikbare Westfriese subsidie die zij via WerkSaam ontvangen Door deze aanpak heeft het ROC de Kop financiële ruimte gekregen om wachtlijsten binnen Westfriesland weg te werken. Op korte termijn zal WerkSaam in gesprek treden met Centrumgemeente Alkmaar, ROC de Kop en het Taalhuis over hoe dit in de toekomst verder te organiseren, zowel inhoudelijk als financieel. Met als doel dat het Taalhuis rechtstreeks bekostigd zal gaan worden voor deze dienst. 6. Gemeenten vragen subsidie aan (rijkssubsidie “certificering taalhuizen”) om de toekomstbestendigheid van het Taalhuis Westfriesland te onderzoeken. De uitkomsten van het onderzoek geeft de gemeenten een onderbouwing voor de voortzetting van onze aanpak laaggeletterdheid vanaf 2023.
De beheersmaatregelen vergen tijd, zullen in samenhang met elkaar uitgevoerd moeten worden en een aantal essentiële zaken worden op een later moment pas duidelijk.
Achtergrond regionale pilot Taalboost Per 1 januari 2022 wordt de nieuwe Wet inburgering van kracht. De gemeenten krijgen vanaf 2022 de regie op de inburgering. De groep inburgeraars die onder de huidige wetgeving nog inburgeringsplichtig is, wordt de ‘ondertussengroep’ genoemd. Deze inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. Het taalniveau is bij een groot gedeelte van deze groep onvoldoende en de inburgeringstermijn wordt soms niet gehaald. De regionale pilot Taalboost gaat over de periode 2021 en 2022 en beoogt de praktische taalvaardigheid van de huidige groep inburgeraars te verhogen. In de pilot worden 200 Westfriese inburgeraars geholpen, waarvan circa 70 Hoornse inburgeraars. Het Taalhuis, onderdeel van het Vrijwilligerspunt, voert deze pilot uit voor de zeven Westfriese gemeenten. Het Rijk heeft de gemeenten in 2019 en 2020 financiële middelen gegeven om het taalniveau van de ondertussengroep te verhogen. De kosten van de pilot Taalboost zijn – per gemeente - als volgt verdeeld: Gemeente
Inwoners 2019
Bedrag totaal
In %
Hoorn
73.004
34,4
€ 91.226
Drechterland
19.597
9,3
€ 24.488
Enkhuizen
18.507
8,7
€ 23.126
Koggenland
22.738
10,7
€ 28.413
Medemblik
44.809
21,1
€ 55.993
Opmeer
11.779
5,6
€ 14.719
Stede Broec
21.706
10,2
€ 27.124
Totaal WF
212.140
100
€ 265.089
Pagina 3 van 3