Bijlage 2 Overzicht financieringsmodellen en hun effecten
Tekst van het document
Bijlage 2 - Overzicht financieringsmodellen en hun effecten Model
Uitleg
Voordelen
Nadelen
Huidige model – Reclamebelasting op reclame-uitingen
Ondernemers met reclame (gevelbord, raamsticker, zuil) betalen jaarlijks. Hoogte belasting = aantal cm² reclame. Gemeente draagt opbrengst via subsidie over aan LOF.
• Bekend en eenvoudig voort te zetten (sinds 2009 in Hoorn) • Geen nieuwe wetgeving of structuur nodig • Transparant: duidelijk wie betaalt en waarvoor
• Arbeidsintensief: meten kost veel tijd • Hoge perceptiekosten (± €100.000 per jaar) • Ondernemers zonder reclame betalen niet mee • Vastgoedeigenaren dragen niet bij
Veldhovens model – Reclamebelasting op basis van WOZ-waarde
Reclamebelasting gebaseerd op WOZ-waarde van het pand, niet op reclamegrootte. Alleen panden met commerciële functie én zichtbare reclame betalen. Opbrengst gaat naar ondernemersfonds.
• Minder handmatig werk, lagere administratie • Objectiever dan cm² meten • Eerlijker lastenverdeling binnen groep reclame-ondernemers • Transparant wie betaalt en hoe berekend
• Alleen reclamevoerende ondernemers betalen • Free riders blijven bestaan • Beperkte en niet-groeiende basis • Geen bijdrage vastgoedeigenaren • Niet gunstig voor bedrijven in bedrijfsverzamelgebouwen.
Leids model – OZBopslag voor nietwoningen
Extra opslag op OZB voor nietwoningen (gebruiker, eigenaar of beide). Opbrengst via centrale stichting naar ondernemerscollectieven. Transparant en stabiel.
• Brede basis: alle niet-woningen dragen bij • Iedereen betaalt mee, ook zonder reclame • Eenvoudige uitvoering via OZB/WOZsysteem
• Veel voorbereiding en communicatie nodig • Weerstand bij partijen die nog nooit betaalden • Ook niet-commerciële instellingen betalen mee • Extra OZB-verhoging ligt gevoelig (OZB al +20% in 2025) * Als gemeente zet je brede maatschappelijke taken op afstand
BIZ-model (Bedrijven Investeringszone)
In een afgebakend gebied dragen ondernemers verplicht bij, mits er draagvlak is. Vastgelegd in verordening, maximaal 5 jaar geldig. Ondernemers beslissen zelf over besteding.
• Gericht op lokale initiatieven • Ondernemers zelf eigenaar van besteding • Vergroot betrokkenheid en samenwerking
• Veel kosten en werk voor invoering • Tijdelijk (max. 5 jaar), instabiel • Kan worden weggestemd bij draagvlakmeting • Niet geschikt voor gemeentebreed fonds (leidt tot versnippering)