bijlage 2 - Ontwerp Beeldkwaliteitsplan A West
Tekst van het document
Bangert & Oosterpolder Deelgebied a-west Beeldkwaliteitsplan DECEMBER 2021
Inhoudsopgave
Inleiding
Inleiding
Fase A-west vormt een op zichzelf staande fase binnen de Bangert & Oosterpolder. Het gebied ligt in het midden tussen de dorpskernen van Blokker en Zwaag. A-west is een centraal punt in het systeem van informele fiets- en wandelroutes. Deze ligging vormde in het structuurplan voor de wijk dan ook aanleiding om het wijkpark op deze locatie te plannen. Naast het park komt er woningbouw in A-west.
1. Gebiedsinformatie 1.1 1.2 1.3 1.4
Historie en locatie Fase A-west De linten Cultuurhistorische elementen en gebouwen
2. Stedenbouwkundige uitgangspunten
Voordat de bouw kan starten is het noodzakelijk dat het bestemmingsplan wordt uitgewerkt. Dit zogenaamde uitwerkingsplan is gebaseerd op het huidige moederbestemmingsplan en de ruimtelijke hoofdstructuur, zoals beschreven staat in dit document. Hierin worden bovendien de beeldkwaliteit eisen voor de woningen geformuleerd. Dit beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingskader voor de Monumenten- en Welstandcommissie.
2.1 2.2 2.3
Aan de beelden die in dit beeldkwaliteitsplan worden weergegeven kunnen geen rechten worden ontleend. De beelden geven een toelichting op bepaalde aspecten of de sfeer van de wijk weer. Het kan voorkomen dat de beelden niet helemaal voldoen aan de beeldkwaliteitseisen.
Ambities van het plan Stedenbouwkundig concept Stedenbouwkundig plan
3. Beeldkwaliteit architectuur 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Introductie Architectuurstijl Hoogte en daken Hoeken en accenten Rooilijn, tuin en parkeren Erfafscheiding Natuurinclusief
1.
Gebiedsinformatie 1.1 HISTORIE EN LOCATIE 1.2 FASE A-WEST 1.3 DE LINTEN 1.4 CULTUURHISTORISCHE ELEMENTEN EN GEBOUWEN
1.1 Historie en locatie FRUITTEELT IN BANGERT EN OOSTERPOLDER De Bangert is van oorsprong een fruitteeltgebied dat tussen Blokker en Westwoud/Oudijk ligt. De naam ‘Bangert’ is de Westfriese benaming voor boomgaarden. De fruitteelt in het gebied begon rond 1600 en behoort samen met de Betuwe tot de oudste fruitteeltgebieden van Nederland.
omstreeks 1950 gerooid. De voornaamste redenen hiervan waren economische (machinaal plukken kwam op en laagstambomen hadden een snellere productietijd). Ook werd het plukken te gevaarlijk werk en waren de bomen te hoog om het fruit goed te kunnen bespuiten, zoals toen gebruikelijk was geworden.
In de 17e eeuw kwam de fruitteelt tot bloei doordat de Unjer te sterk kwam opzetten in de weilanden waar tot dan toe vee graasde. Unjer is voor koeien zeer moeilijk verteerbaar. Om deze reden schakelden boeren over op de fruitteelt.
Hoewel de fruitteelt in de Bangert vanaf 1950 sterk terugliep, kan men vandaag de dag aan overgebleven kassen, fruitbomen en tuinen nog zien dat er vroeger fruit werd geteeld.
De percelen van de fruitgaarden zijn ongeveer 20 meter breed en omgeven door sloten. In die tuinen stonden veel hoogstambomen met vaak bessenstruiken. Alle hoogstambomen werden
Fase A-West ten overstaande van Hoorn.
6
7
1.2 Fase a-west BEGRENZING Het plangebied van 2,7 hectare groot omvat het gebied tussen de Koewijzend (aan de noordzijde), de sloot ten westen van de Kolenbergstraat (aan de oostzijde), de sloot ten noorden van de Coxlaan (aan de zuidzijde) en tot slot het Plukkerspad (aan de westzijde).
Voor fase A West gaat dit om: • Het Plukkerspad; • Het oude slotenpatroon; • De oude kassen met bijbehorende schoorsteen.
KOEWIJZEND
KOLENBERGSTRAAT
THEMA GEBIED WIJKPARK Het plangebied fase A-west maakt deel uit van het themagebied de afrondingen. Dit staat beschreven in het structuurplan Bangert & Oosterpolder uit 1999. Daarnaast bevat het gebied een extra GENIUS LOCI thema, het wijkpark. Dit doelt op het hart van het De letterlijke betekenis van Genius Loci is “de plangebied, dat een groene schakel vormt met de geest van een plaats”.In dit plangebied is er ook omliggende wijken. sprake van Genius Loci. De essentie van de plek moet worden behouden, versterkt en worden aangevuld.
PLUKKERSPAD
RUIMTE VOOR WONINGBOUW EN GROEN Fase A-west in de wijk Bangert en Oosterpolder ligt gelegen in het oude fruitteeltgebied. Deze open en unieke ruimte leent zich goed voor herontwikkeling voor woningbouw met een groene invulling.
Dit betekent ruimtelijk gezien dat oude structuren en cultuurhistorische elementen moeten worden geïntegreerd in het nieuwe plan.
N
LAA
COX
Bangert & Oosterpolder ten overstaande van Hoorn.
8
Fase A-West ten overstaande van Bangert & Oosterpolder
1.3 De linten Buiten de binnenstad van Hoorn bestaat een aantal lange rechte wegen met vrijstaande bebouwing, de linten. Het plangebied voor fase A-west grenst met meerdere zijden aan deze linten. Het Koewijzend is een zogenoemd lintdorp, de Kolenbergstraat is aangewezen als een dwarsweg en het Plukkerspad als pad.
zoals wij dat vandaag de dag kennen. Waar de linten vroeger bestonden uit een simpel voetpad met aan weerszijden sloten, ziet het wegprofiel er met de opkomst van het gemotoriseerde verkeer tegenwoordig geheel anders uit. De bebouwing met de overgebleven groen- en waterstructuur vormt nog altijd een belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit waarbij het streven is deze zoveel mogelijk te behouden.
Van oudsher hebben de linten een belangrijke karakteristieke vormgeving door het continue profiel. Gaandeweg is de continuïteit op sommige punten aangetast door verschillende ontwikkelingen. Toch zijn de meeste linten nog duidelijk kenbaar door de opzet van het profiel en de bebouwing. Daarnaast hebben de linten een grote A-west ligt te midden van deze lintenstructuur (7). onderscheiding van de omliggende wijken. De Bij de ontwikkeling van A-west moet de kwaliteit structuur van linten heeft dan ook nog steeds van de linten instant worden gehouden. een grote cultuurhistorische waarde voor de stad Hoorn. WAARDEVOLLE STRUCTUUR Er zijn in de loop van de tijd verschillende soorten linten ontstaan. Zo zijn er linten die zijn ontstaan op ontginningsassen, linten op de dijken en linten
ontginningsproces verdween het veen en kwam de zanderige ondergrond van de onderliggende kreekrug bloot te liggen. Deze gronden waren aantrekkelijk voor tuinbouw.
In het midden van de banne’s, haaks op de slotenstructuur, liggen de eerste linten: Dorpsstraat en Westerblokker. Hier vestigden de ONTSTAAN VAN DE LINTEN eerste bewoners zich en kwamen de twee kerken Het ontstaan van de linten gaat terug tot circa te staan (4). Het aantal huizen en boerderijen nam het jaar 1200. Het gebied binnen de huidige snel toe en de dorpskernen van Zwaag en Blokker gemeentegrenzen van Hoorn bestond voor die ontstonden. tijd uit veenlandschap (1). Rond 1400 ontstond de eerste bebouwing langs Het gebied werd door middel van sloten en dijkjes de Bangert en Koewijzend. Hier werden de verdeeld in een drietal banne’s of dorpen: Hoorn, kloosters Nieuwlicht en Betlehem gebouwd (5). Zwaag en Westerblokker (2). De huidige straten Ook langs het Keern en de Zwaagdijk werden hier Keern, Zwaagdijk, Noorderdracht, Zuiderdracht, en daar huizen gebouwd. Bangert, Koewijzend, Geldelozeweg en Holenweg vormden de grenzen van de banne’s. Om het mogelijk te maken dat men vanaf de linten naar de kerken en de kloosters kon komen, kwam Vanaf circa 1200 werd het gebied ontgonnen een drietal dwarsverbindingen tussen de linten tot door het graven van sloten (3). Het werd stand: Unjerpad, Kolenbergstraat en Krijterslaan hierdoor geschikt als weideland. Door het (6). Hiermee ontstond het patroon van de linten
10
langs dwarsverbindingen. Eigenlijk zijn bijna alle linten van oorsprong ontstaan op een dijk als een pad.
1 Veenlandschap met enkele riviertjes
banne’s werden gecreëerd, omrand 2 Drie 3 Banne’s werden ontgonnen met dijkjes
4
de Bannegrenzen ontstond eerste Dorpskernen groeien. Dwarsverbindingen 5 Langs bebouwing en werden twee kloosters 6 tussen linten worden aangelegd
Te midden van de banne’s ontstond eerst lintbebouwing (Dorpsstraat/Westerblokker) en werden twee kerken gebouwd.
gebouwd
7 Ligging fase A-west t.o.v.. de linten
11
1.4 cultuurhistorische elementen en gebouwen BEELDBEPALENDE GEBOUWEN Het fruitteeltverleden van de Bangert heeft anno nu voor een groot deel plaats gemaakt voor woningbouw. Slechts enkele landschappelijke elementen en beeldbepalende monumenten en gebouwen herinneren nog aan de rijke geschiedenis van het gebied en het karakter van de Bangert.
transport van goederen in en om de Bangert. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het dan ook vereist om de Kieftsloot en de noordzuid sloten te behouden en te integreren in de stedenbouwkundige verkaveling.
Een ander belangrijke ruimtelijke waarde is het Plukkerspad. Deze langzaamverkeersroute Een beeldbepalend gebouw is de historische wordt begeleid door een bomenlaan van fruitkas met bijhorende schoorsteen. Deze grote essen en een sloot. Deze sloot staat in fruitkwekerij is een van de laatste uit het gebied verbinding met het waternetwerk in Blokker. en verdient zo dan ook een goede integratie in het Vanuit stedenbouwkundig oogpunt heeft het verkavelingsplan. Plukkerspad een dusdanige ruimtelijke kwaliteit dat behoud van dit profiel in de verkaveling vereist BEELDBEPALENDE ELEMENTEN is. Het kenmerkende slotenpatroon in het plangebied is een van de overgebleven structuren uit het verkavelingslandschap. De sloot achter de Coxlaan vormt onderdeel van de Kieftsloot. Dit was een belangrijke waterverbinding voor het
12
13
2.
Stedenbouwkundige uitgangspunten 2.1 AMBITIES VAN HET PLAN 2.2 STEDENBOUWKUNDIG CONCEPT 2.3 STEDENBOUWKUNDIG PLAN
2.1 Ambities van het plan
16
1.
KIEFTSLOOT INTEGREREN Bestaande delen van de Kieftsloot behouden in het stedenbouwkundig plan.
7.
ENTREE VAN DE WIJK De entrees van de wijk worden gekenmerkt door een ruime, groene opzet.
2.
SLOTENPATROON ZOVEEL MOGELIJK HANDHAVEN Het bestaande slotenpatroon heeft cultuurhistorische waarde. Deze sloten moeten geïntegreerd worden in het stedenbouwkundig plan.
8.
BEELDBEPALENDE BEBOUWING BEHOUDEN De tuinderskassen met de daarbij behorende schoorsteen heeft veel cultuurhistorische waarde. Deze moeten zorgvuldig in het stedenbouwkundig plan worden geïntegreerd.
3.
BEHOUD VAN HET PLUKKERSPAD Het Plukkerspad heeft veel ruimtelijke kwaliteit. Het bestaande profiel moet daarom behouden blijven en worden geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan.
9.
RIJWONINGEN EN HET BESTAANDE LINT Er worden geen rijwoningen achter het bestaande lint geplaatst.
4.
WATER ALS NATUURLIJKE BEGRENZING Het plangebied wordt gekenmerkt door water en sloten. De sloten vormen een natuurlijke begrenzing tussen fase A-west en de omliggende bebouwing.
10.
VERLAAGDE TUINEN Aan het water is er mogelijkheid om verlaagde achter tuinen te realiseren. Op deze manier wordt de relatie met het water vesterkt. Het verlaagde deel is minimaal 1,5m diep en maximaal 0.30m boven de waterlijn.
5.
KUNSTWERKEN De nieuwe kunstwerken over de toekomstige vaarroute zijn doorvaarbaar waarbij minimale maten worden aangehouden van 1,25m x 2,5m.
11.
ORIËNTATIE OP DE ZON. De daken en de tuinen van de woningen zijn zoveel mogelijk op de zon georiënteerd.
6.
VAREN Het plan grenst aan doorvaarbare wateren waarbij er wordt gestreefd om aansluiting te maken op het regionale netwerk.
12.
ORIËNTATIE NAAR HOOFDSTRUCTUUR De bebouwing in het plangebied is gericht naar de hoofdstructuur van het plan. 17
2.2 Stedenbouwkundig concept De ontwikkeling van het gebied is een kans voor de stad én de omliggende wijken. Binnen deze locatie wordt er niet alleen ruimte geboden voor woningbouw, maar ook voor een parkgebied. Het gebied wordt ontwikkeld met een uniek karakter waarbij de groene ruimte en de cultuurhistorie centraal staan. Het plangebied wordt omsloten aan de oost-, zuid- en westzijde door een aantal sloten. Deze sloten vormen een fysieke scheiding tussen fase A-west en de omliggende buurten.
de groene ruimte van het park. Bij het ontwerp van het appartementencomplex moet in ruimtelijke opbouw en architectuur aangesloten worden op de omgeving en beeldbepalende kassen. MOBILITEIT De ontsluiting voor het gemotoriseerde verkeer vindt plaats in de noordoosthoek van het plangebied en sluit daar aan op de Koewijzend. Voor het langzaamverkeer zijn er daarnaast twee ontsluitingen. Een van deze ontsluitingen loopt via Plukkerspad in het noordoosten, waarbij de andere ontsluiting zich in het zuidwesten bevind.
WOONCONCEPT WONEN IN DE GAARDE De wijk Bangert en Oosterpolder beschikt over een algeheel karakter dat getypeerd wordt door De entrees van en naar de wijk krijgen een groene de sfeer “tussen stad en land”. In aansluiting op setting om zo een kwalitatieve entree te creëren het karakter van de vorige fases, is het dorpse met een landschappelijk gevoel. karakter voor fase A-west verder uitgewerkt. Door de aanleg van kunstwerken zal het water Woonconcept “Wonen in de gaarde” zal het bereikbaar worden per boot en kano en is daarmee deelgebied typeren, waarbij het dorpse karakter aangesloten op het regionale vaarnetwerk. gecombineerd wordt met landelijk wonen. Er wordt een nieuwe verbinding gezocht met het historisch PARKZONE karakter van de vroegere fruitteeltgebieden. Het In het hart van het plangebied wordt een park woonconcept is landelijk, modern en robuust aangelegd. In dit park zal het kenmerkende waarbij de groene setting een belangrijke rol slotenpatroon zoveel mogelijk gehandhaafd speelt. De ruim opgezette buurt biedt een aanbod blijven. Ook zal er worden ingezet op het van wonen in het groen met een weids uitzicht versterken van het historisch karakter, over het park. waarbij er wordt verwezen naar de vroegere fruitteelt en fruitgaarden. Een voetpad door BEBOUWING het park maakt het gebied toegankelijk.
De bebouwing wordt in een U-vorm rondom het Op deze manier hebben omwonenden een park gepositioneerd waarbij de voorgevels naar groene plek om te ontspannen en recreëren. het park toe liggen. De woningen die met hun zijgevels naar de openbare ruimte zijn gericht De noordoosthoek van het parkgebied is verkocht. worden als voorgevel vormgegeven, om zo de Tussen beide percelen zal een sloot worden relatie met het openbaar gebied te versterken. aangelegd om zo een aangename erfafscheiding Er is gekozen voor kleinschalige woningbouw te maken. De historische kas en schoorsteen van vrijstaande woningen en tweekappers. blijven op de huidige plaats staan. Deze typen woningen zijn passend binnen het gewenste dorpse en landelijke karakter. Aan de oostzijde van het park is een appartementencomplex gepland. Het gebouw zal zich bevinden achter een historische tuin met daarbij historische kassen. Op deze plek staat het gebouw niet direct in het zicht vanaf het lint en in 18
Ruimtelijke hoofdstructuur van Bangert & Oosterpolder fase A-West
2.3 Stedenbouwkundig plan
Stedenbouwkundig plan van Bangert & Oosterpolder fase A-West. De kaprichting en inrichting openbare ruimte is ter illustratie.
Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleent.
3.
Beeldkwaliteit architectuur 3.1 INTRODUCTIE 3.2 ARCHITECTUURSTIJL 3.3 HOOGTE EN DAKEN 3.4 HOEKEN EN ACCENTEN 3.5 ROOILIJN, TUIN EN PARKEREN 3.6 ERFAFSCHEIDING 3.7 NATUURINCLUSIEF
3.1 Introductie EIGENHEID EN IDENTITEIT Fase A West is uniek binnen de wijk Bangert en Oosterpolder. De buurt wordt gekenmerkt door het historische karakter van de vroegere fruitteelt en fruitgaarden. De groene setting en de cultuurhistorische elementen met de bijbehorende bebouwing vormen samen de belangrijke identiteitsdragers van de buurt. De specifieke context zorgt voor belangrijke keuzes in het beeldkwaliteitsplan. De keuzes moeten ervoor zorgen dat de essentie van de plek behouden blijft, maar ook wordt versterkt en aangevuld daar waar nodig is.
2.
RUST EN SAMENHANG De bebouwing straalt rust en samenhang uit door in te zetten op een heldere opzet en eenvoudige hoofdvorm. Bovendien wordt de bebouwing gekenmerkt door eenvoudige maar wel zorgvuldige detaillering.
3.
ORIËNTATIE NAAR HOOFDSTRUCTUUR De bebouwing in het plangebied is gericht naar de hoofdstructuur van het plan.
4.
GEVELS NAAR OPENBAAR GEBIED Gevels die naar het openbaar gebied zijn voorzien van voldoende openheid en transparantie. Op deze manier wordt er een levendig en open maaiveld gecreëerd.
5.
AANSLUITING MET HET LINT Het plangebied sluit aan op het lint. Een woning in het verlengde van het lint zorgt voor een fraai uitzicht vanaf het lint en een uitnodigende entree van de wijk.
6.
ORIËNTATIE NAAR HET PLUKKERSPAD De woningen aan het Plukkerspad hebben een mee-ontworpen erfafscheiding. Deze moet landschappelijk en groen ingericht worden. De achterzijde van de woningen hebben een transparante en uitnodigende sfeer.
ALGEMENE PRINCIPES Zes uitgangspunten garanderen de belangrijkste eisen en de gewenste eenheid in het plan. De uitgangspunten zijn op de volgende pagina afgebeeld.
OPBOUW HOOFDSTUK ARCHITECTUURSTIJL Dit hoofdstuk is opgebouwd uit twee onderdelen. In het eerste deel wordt ingegaan op de keuzes van de grondgebonden woningen. In het tweede deel wordt er naar het appartementencomplex gekeken. De woonbebouwing, voor zowel grondgebonden als het appartementencomplex, vormt in zijn Het doel is om de cultuurhistorische en totaliteit een geheel. Bij de grondgebonden landschappelijke kwaliteiten van het gebied te woningen wordt er ook naar afwisseling gezocht. verenigen met het woonconcept. De groene structuren worden versterkt en zodat er Een bouwplan staat niet op zichzelf, maar daadwerkelijk het gevoel van landschappelijk wordt beoordeeld in relatie tot de omliggende wonen wordt gerealiseerd. bouwplannen en/of gerealiseerde bebouwing. De beoordeling zorgt ervoor dat een eentonig EENHEID EN VERSCHEIDENHEID straatbeeld wordt voorkomen. Met dit beeldkwaliteitsplan wordt er een balans gezocht tussen eenheid en verscheidenheid maar ook tussen stedenbouw en architectuur. Het stedenbouwkundig plan heeft een uniforme opzet door de U-vormige locatie voor woningbouw. Om die reden is meer verscheidenheid in architectuur gewenst.
24
1.
HERKENBARE IDENTITEIT EN KARAKTER In de wijk wordt gestreefd naar een eenduidig herkenbaar karakter en identiteit. Dit geld zowel voor de bebouwing als het openbaar gebied. Alle grondgebonden zijn kleinschalig waarbij zoveel mogelijk wordt ingezet wordt op een bouwlaag met kap.
25
3.2 architectuurstijl Wonen in de Gaarde is een unieke ontwikkeling binnen de Bangert en Oosterpolder. Een dorps maar vooral landelijke karakter zal de sfeer typeren. Het park, waar de woningen als het ware omheen worden gevouwen, vormt het groene hart van de wijk. Het gehele plan wordt gekenmerkt door een grote mate van samenhang in architectuur en de inrichting van het openbaar gebied. GRONDGEBONDEN WONINGEN Om de gewenste sfeer en karakter te behalen speelt de architectuurstijl een belangrijke rol. De stijl moet goed aansluiten op het landschap en de omgeving. De bebouwing vormt een architectonische familie waarbij verbindingen in eenvoud worden gelegd.
metselverbanden en steenformaten kunnen details worden aangebracht. Accenten in de bebouwing worden vormgegeven in metselwerk of hout. De daken worden voorzien van keramische dakpannen (m.u.v. hoogglans) of van leisteen (kunstleisteen is toegestaan).
de woningen hebben een eenvoudige vorm Uitgevoerd is metselwerk met moderne details
Kleurenpalet Het kleurenpalet van de moderne tuinderswoningen is nauwkeurig samengesteld. Het kleurgebruik is warm en terughoudend, waarbij felle of fletse kleuren niet voorkomen. Voor het metselwerk kan er worden gekozen voor aardetinten, een range van rood tot roodbruin. Toepassing van subtiele kleurverschillen is mogelijk. Voegen hebben een donkergrijze kleur.
De daken zijn voorzien van een antraciete kleur Voor de grondgebonden woningen zijn een aantal en sluiten daarbij aan op de daken in de rest algemene principes opgesteld. van Bangert en Oosterpolder. Het kleurgebruik 1. Het hoofdbouwvolume heeft een voor gevelopeningen en dakranden is antraciet. eenvoudige vorm; Accenten van bijvoorbeeld houtwerk hebben 2. De bebouwing heeft in principe één een donkergroene of antraciete kleur en zijn bouwlaag met kap; zorgvuldig gedetailleerd. 3. Hoofd- en bijgebouwen zijn in kleur en materiaal in harmonie met elkaar; Elementen 4. Bijgebouwen zijn in maat en schaal Om variatie en diversiteit in de bebouwing aan te ondergeschikt aan het hoofdgebouw. brengen kunnen horizontale elementen worden toegevoegd. Deze elementen zijn in harmonie DE MODERNE TUINDERSWONINGEN met de architectuur en rustig in uitstraling. Tuinderswoningen zijn typisch voor het landelijke Voorbeelden van horizontale elementen zijn karakter en komen binnen Hoorn al geruime tijd raampartijen of afwisselingen in materiaal. voor. Voor een goede aansluiting tussen oud en Traditioneel voor tuinderswoningen zijn luiken nieuw zijn de traditionele woningen in een nieuw aan de buitenzijde van de gevelopeningen. De jasje gestoken. De moderne tuinderswoningen. moderne tuinderswoningen worden voorzien van deze luiken.
Deze luiken zijn van hout Kenmerken of een onderhoudsarme variant daarvan. Kenmerkend voor de moderne tuinderswoningen is de eenvoudige hoofdvorm en het gebruik van Dakranden, hoeken en materiaalovergangen rode bakstenen. Daarnaast is de detaillering worden zorgvuldig gedetailleerd. Bij de daken is bescheiden en sieren traditionele luiken de gevel. het niet toegestaan om een overstek te maken of gebruik te maken van brede boeiboorden. Materiaalgebruik Installaties als bijvoorbeeld een warmtepomp of De gevels worden voorzien van metselwerk. De airconditioning worden in de architectuur mee gevel krijgt overwegend een strakke en sobere ontworpen. Daarnaast kunnen ze geïntegreerd uitstraling. Door de toepassing van subtiele worden in de woning of garage. kleurverschillen in het metselwerk of diverse 26
horizontale elementen voor variatie Werkbare luiken zijn een must voor het landelijke karakter
accenten of elementen in antraciet of wit Metselwerk heeft range van rood tot bruin.
27
DE ROBUUSTE ERFWONINGEN Om het landelijke karakter nog verder te versterken is er gekozen voor een nieuwe bebouwingstypologie: de robuuste erfwoningen. Er is geen tuinderswoning zonder erfbebouwing. Deze woningen hebben een unieke verschijningsvorm binnen Hoorn.
Elementen Ook voor de robuuste erfwoningen is diversiteit gewenst maar een rijke detaillering moet worden vermeden. Horizontale elementen kunnen eventueel worden ingezet. Deze elementen moeten in harmonie zijn met de architectuur en hebben een sobere uitstraling. Voorbeelden van horizontale elementen zijn bijvoorbeeld grote Kenmerken raampartijen of afwisselingen in materiaal. Kenmerkend voor de robuuste erfwoningen Voor deze type woningen uitsluitend moderne is de eenvoudige hoofdvorm met een sobere elementen worden toegevoegd. detaillering. Daarnaast wordt de gevel voornamelijk voorzien van natuurlijke materialen. Daarnaast geldt voor de robuuste erfwoningen Een ander typerend kenmerk van dit typen woning dat dakranden, hoeken en materiaal overgangen is de openheid en transparantie. De robuuste zorgvuldig worden gedetailleerd. Bij de daken vlakverdeling met grote raampartijen zorgen voor is een overstek alleen mogelijk aan de kopse een ingetogen maar open karakter. kant in combinatie met een moderne en sobere uitstraling. De goten simpel uitgevoerd met Materiaalgebruik weinig zichtbare gootdetails. De woningen worden overwegend in hout-, of metselwerk uitgevoerd. Voor het gebruik van Installaties als bijvoorbeeld een warmtepomp of houtwerk in de gevel zijn duurzame producten airconditioning worden in de architectuur mee een vereiste.
Accenten in de bebouwing worden ontworpen. Daarnaast kunnen ze geïntegreerd vormgegeven met metselwerk, staal, hout of worden in de woning of garage. glas. De daken worden voorzien van keramische dakpannen (m.u.v. hoogglans), leisteen (kunstleisteen is toegestaan) of zink. Kleurenpalet De robuuste erfwoningen zijn voorzien van een ander kleurenpalet dan de tuinderswoningen. Sober is hierbij het kernwoord. Ook voor deze woningen geldt dat felle of fletse kleuren niet voorkomen. Voor de gevel kan er gekozen worden voor natuurlijke houttinten of antraciet. Toepassing van subtiele kleurverschillen is mogelijk. Voegen sluiten aan bij de kleur van het metselwerk of hebben een antraciete kleur. Het kleurgebruik voor gevelopeningen en dakranden is antraciet of zwart. Accenten hebben ook een antraciet of zwarte kleur en zijn zorgvuldig gedetailleerd. Voor houtwerk mag er ook gekozen worden voor een natuurlijke uitstraling of vergrijsd hout. 28
Overwegend gebruik van hout en metselwerk Accenten in hout-, metselwerk, staal of glas.
eenvoudige maar robuuste bouwvolume Horizontale elementen in raampartijen of materiaal afwisseling.
kleurgebruik in een range van grijstinten Houtwerk is natuurlijk, vergrijst of antraciet.
29
HET APPPARTEMENTENCOMPLEX Naast de grondgebonden woningen wordt er ook een appartementencomplex gebouwd. Het gebouw staat midden in het park en op een kleine afstand van belangrijke beeldbepalende bebouwing, de historische kassen. De plek zorgt ervoor dat het gebouw niet direct zichtbaar is vanaf het lint. Daarnaast staat het in de vrije groene ruimte op enige afstand van de bestaande woningen. Om aan te sluiten op het woonconcept “Wonen in de Gaarde” wordt er met het appartementencomplex verbinding gezocht met het landelijke karakter en de historische kassen. Deze verbinding zal zich uiten in vorm en materiaal.
Toepassing van subtiele kleurverschillen is gewenst. Voegen sluiten met de kleur aan bij het metselwerk of hebben een donkergrijze kleur. De daken sluiten in kleur goed aan op de gevel. Gevelopeningen, dakranden en accenten hebben dezelfde aardetinten als kleur en zijn zorgvuldig gedetailleerd.
Elementen Voor het appartementencomplex kunnen zowel horizontale als verticale elementen worden gebruikt. Deze elementen moet wel in harmonie zijn met de architectuur en hebben een rustige uitstraling. Voorbeelden van elementen zijn bijvoorbeeld raampartijen of Voor de bebouwing van het appartementen- materiaal afwisselingen. De vlakverdeling vormt complex zijn een aantal algemene principes de belangrijkste detaillering van het gebouw. opgesteld. Belangrijk is dat, net zoals bij de rest van de bebouwing in de wijk, de detaillering eenvoudig, 1. Het hoofdbouwvolume heeft een maar wel zorgvuldig wordt vormgegeven. eenvoudige vorm; 2. Het bouwvolume is voorzien van een kap; Voor het complex kunnen zowel traditionele 3. De maximale bouwhoogte is 16,5m; als moderne elementen worden toegevoegd. 4. De bebouwing sluit aan op het karakter Balkons of loggia’s zijn voor dit type bebouwing van de historische kassen; wenselijk, maar moeten wel goed aansluiten op 5. Het bouwvolume is passend qua maat en de architectuurstijl. schaal in de omgeving. Materiaalgebruik De gevel van het appartementencomplex zal worden voorzien van metselwerk en/ of duurzaam plaatmateriaal met overwegend veel glas en staal. In toepassing van het metselwerk zijn diverse metselverbanden gewenst. Accenten in de bebouwing kunnen worden vormgegeven met metselwerk, staal of glas.
De daken worden voorzien van keramische dakpannen (m.u.v. hoogglans), van leisteen (kunstleisteen is toegestaan), zink of ander gelijkwaardig plaatmateriaal. Kleurenpalet Het kleurenpalet van het appartementencomplex is nauwkeurig samengesteld om goed aan te kunnen sluiten op de omgeving. In het kleurgebruik kan worden gekozen voor diverse aardetinten. 30
het complex is voorzien van een kap Aansluiten om het karakter van de historische kassen.
gevels zijn voorzien van glas en metselwerk Accenten in metselwerk, glas en staal
kleurgebruik in een range van aardetinten Accenten en elementen zijn in aardetinten of antraciet van kleur.
31
3.3 hoogte en daken Bij alle woningen wordt er ingezet op een eenvoudige hoofdvorm. Passend bij het woonconcept en de architectuurstijl worden in de wijk alleen gebruik gemaakt van zadeldaken.
KAPVORMEN Vrijstaande woningen De vrijstaande woningen zijn individueel en staan los op het kavel. Dit typologie komt veelvoudig voor binnen de nieuwe wijk. Om de juiste sfeer in BOUW- EN GOOTHOOGTE de wijk te krijgen zullen de vrijstaande woningen De overwegend lage bouw- en goothoogte zijn beschikken over een eenvoudige dakvorm, een karakteristiek voor het dorps en landelijk karakter. zadeldak. Daarbij kan in oriëntatie gebruik worden Binnen het plan is ruimte voor afwisseling. Er zijn gemaakt van een dwarskap of een langskap. drie typen goothoogten die in het plan voorkomen. 1. Tot de eerste verdieping. Dit is maximaal Twee-onder-een-kap woningen tot 3.20m hoog; 2. Tot halverwege de tweede verdieping. Dit is maximaal 4.50m hoog; 3. Tot de tweede verdieping. Dit is maximaal 6.00m hoog. Om de diversiteit binnen het plan te waarborgen zijn er regels over de goothoogte opgesteld. Voor alle woningen geldt dat minimaal 20% van alle woningen een goothoogte heeft tot de eerste verdieping. Deze woningen worden zoveel mogelijk over het plangebied verspreidt. Vrijstaande woningen Voor de vrijstaande woningen geldt een maximale goothoogte van 4.50m.
Langskappen en dwarskappen voor vrijstaande woningen
Naast vrijstaande woningen komen er ook tweekappers voor binnen de wijk. Deze woningen beschikken ook over een eenvoudige hoofdvorm. Diverse kapopties zijn hierbij mogelijk. Wanneer er in een rij meer dan twee tweekappers voorkomen, is variatie in kapvorm een vereiste.
Twee-onder-een-kap woningen Voor de tweekappers is geldend dat niet meer dan 50% van alle tweekappers, een goothoogte heeft tot de tweede verdieping (max. 6.00m). De andere 50% hebben een goothoogte tot de eerste verdieping (max. 3.20m) of tot halverwege de tweede verdieping (max. 4.50m) De tweekappers, waarbij de goothoogte de maximale 6.00m bereikt, mogen niet naast elkaar worden geclusterd. Deze worden over het plangebied verspreidt. Op deze manier blijft de kleinschaligheid in elke straat de overhand houden.
Kapopties voor een tweekapper
DAKHELLING De dakhelling van de grondgebonden woningen ligt tussen de 35 en 50 graden. Beide vlakken van de kap hebben dezelfde hellingshoek. KAPRICHTINGEN Naast afwisseling in hoogte en kapvorm, is afwisseling in kaprichting ook onmisbaar. Op deze manier behoudt de wijk het afwisselend straatbeeld. Geldend is dat er niet meer dan twee naast elkaar gelegen woningen over dezelfde kaprichting beschikken.
Een twee-onder-een-kap woning met dwarskap
MATERIALISATIE De daken van alle grond gebonden woningen zijn voorzien van een antraciete kleur. Op deze manier wordt er goed aangesloten op de rest van Bangert en Oosterpolder. De materialisatie is van hoogwaardige kwaliteit, denk hierbij aan keramische pannen of leien. Als PV-panelen worden toegepast, worden deze integraal meegenomen in het ontwerp, zodat een rustig en net beeld ontstaat met regelmatige vlakken. PV-panelen hebben een antraciete of zwarte kleur, zonder lichte (aluminium) lijsten. Bij een dakvlak dat volledig uit PV-panelen bestaat, is de combinatie met een zwarte rubberfolie (EPDM) ook toegestaan.
Een twee-onder-een-kap woning met langskap
PV-panelen in nette, regelmatige vlakken
Een tweekapper met een langskap (kapoptie linksboven) heeft een maximale goothoogte van 4.50m. Dit is om de kleinschaligheid van het plan te waarborgen.
Bijgebouw en aanbouw Bijgebouwen Bijgebouwen of aanbouwen zijn ondergeschikt De maximale goothoogte van bijgebouwen is aan het hoofdbouwvolume in maat en schaal. De 3.00m hoog. kleinschaligheid van het ontwerp moet behouden blijven. 32
Niet: onsamenhangende vlakken en lichte lijsten
33
3.4 hoeken en accenten Enkele bebouwing in de wijk vragen om meer architectonische aandacht. Dit gaat om bebouwing op stedenbouwkundig belangrijke plekken. Denk hierbij aan woningen op hoeken of in zichtlijnen. Om de gewenste sfeer en kwaliteit te waarborgen is er gekeken waar deze belangrijke plekken zich bevinden. Deze plekken krijgen een hoekaccent of krijgen een specifieke architectuurstijl aangewezen. HOEK BEBOUWING Bebouwing op belangrijke hoeken zijn tweezijdig. Dit betekent dat de woningen zich als het gaat om gevel- en straatbeeld naar twee straten toe richten. De twee representatieve zijden hebben een gepaste hoeveelheid transparantie door het toepassen van gevelopeningen. Op de tekening op de volgende bladzijde wordt aangegeven over welke woningen dit gaat.
Twee representatieve gevels
Openheid in de uitstraling is nodig voor de hoekbebouwing. Dit geldt niet alleen voor bebouwing zelf, maar ook in de erfafscheiding. ACCENTEN De architectuurstijl robuuste erfwoning wordt gezien als accent in de wijk. Deze architectuurstijl wordt toegepast in belangrijke zichtlijnen of als onderbreking in de straat. Op de volgende pagina staat afgebeeld om welke woningen dit gaat. Voor de overige bebouwing kan er, in overeenstemming, alsnog gekozen worden voor de architectuurstijl robuuste erfwoningen. Het is wel van belang dat de woningen in deze architectuurstijl als accenten worden ervaren.
Openheid in de erfafscheiding
LEGENDA Hoekbebouwing met tweezijdige gevels Appartementen met uitstraling in alle richtingen Minimaal 7 woningen uitgevoerd in de architectuur van de robuuste erfwoningen.
34
Robuuste erfwoningen als accenten in de wijk
Gemeentelijke kavels
3.5 rooilijn, tuin en parkeren De diepte van de voortuin en waar de rooilijn ligt, bepalen voor een groot gedeelte hoe de sfeer op straat voelt. De wijk wordt gekenmerkt door het groene, landelijke en dorpse karakter. Om de gewenste sfeer te behalen worden er minimale en maximale dieptes van rooilijnen en voortuinen meegegeven. ROOILIJNEN In de wijk wordt er geen strakke rooilijn aangehouden. De afwisseling in rooilijnen zorgt voor een luchtig en organisch beeld. Dit past bij het dorpse en landelijke karakter van de wijk. De rooilijn ligt op minimaal 2.00m, en maximaal 5.00m vanaf de erfgrens. Om de gewenste afwisseling te krijgen mogen er niet meer dan twee woningen naast elkaar dezelfde rooilijn aanhouden. Een verspringing tussen de rooilijnen is minimaal 0.50m. TUINEN Voortuin Met het oog op een groene wijk hebben alle woningen een voortuin van minimaal 2.00m diep. De voortuinen vormen een verlengstuk van het centrale park. Het is daarom gewenst om de voortuin een groene invulling te geven. Op deze manier wordt er niet alleen bijgedragen aan het landschappelijke karakter van de wijk, maar bijvoorbeeld ook aan de klimaatopgaven.
schaduw en verdamping. Daarnaast houdt het groen veel minder warmte vast dan wanneer er gekozen wordt voor bestrating. Een variatie aan groene voortuinen levert bovendien een fijne bijdragen aan de biodiversiteit van de stad. Op het eigen terrein is de perceel eigenaar verantwoordelijk voor het afvoeren van hemelwater. Een groenvak in de vaste grond zorgt ervoor dat het hemelwater makkelijker wordt opgenomen en afgevoerd. Halfverharding kan hiervoor ook worden toegepast. Dit kan ook voor de inritten en parkeerplaatsen worden gebruikt. Achtertuin Sommige woningen hebben een tuin aan het water. Aan het water wordt een groen talud aangebracht. Op sommige delen kan er ook gekozen worden om een verlaagd deel te realiseren. Op deze manier wordt de relatie met het water nog meer versterkt.
Parkeren De wegen in de wijk hebben een erfachtig karakter. Dit betekent dat ze op gelijk niveau liggen als het kavel. Alle woningen beschikken over een eigen inrit. De rijbaan loopt door tot aan de inritten van de woningen. Elke inrit geeft toegang tot het parkeren van twee auto’s op eigen terrein. De parkeerplaatsen liggen uitsluitend naast elkaar. Parkeren vindt zoveel als mogelijk plaats Groen in de tuin geeft, naast een fijne sfeer, veel achter de voorgevel, maar als dit aantoonbaar tot meer voordelen vergeleken met een volledig problemen leidt dan kan de gemeente beslissen verharde tuin. Planten, grassen en bomen om hier in individuele gevallen vanaf te wijken. hebben namelijk een verkoelende werking door
LEGENDA Voorgevelrooilijn met en versprining van 0.50m. Niet meer dan twee woningen op dezelfde rooilijn.
Groene voortuin
36
Toepassing halfverharding
Verlaagde tuin aan het water
Parkeerplaatsen eigen terrein uitsluitend naast elkaar.
3.6 erfafscheiding De erfgrens aan het openbaar gebied wordt voorzien van een haag. De hagen zorgen voor een uniforme uitstraling en zullen het groene karakter van de wijk waarborgen.
0.30m zal de tuin minimaal 1.50m horizontaal verlopen. Dit is bijvoorbeeld voor een vlonder die als verblijfsplek kan worden ingericht. Door het verlaagde deel wordt het contact met het water gestimuleerd. Na deze 1.50m zal er vervolgens ERFAFSCHEIDING VOORZIJDE WONING een damwand/keermuur of talud moeten worden Aan de voorzijde van de woning wordt een aangebracht. Dit is tot de hoogte van de rest van haag aangeplant met een hoogte van 0.50m. het kavel. Deze hoogte is ook gelijk de eindhoogte van de haag. Daarnaast wordt de haag twee rijen dik ERFAFSCHEIDING ACHTERZIJDE WONING aangeplant. Op deze manier ontstaat er gelijk na PLUKKERSPAD oplevering een groen beeld in de straat. Eventueel Aan de achterzijde van de woningen die aan het kunnen de hagen aangevuld worden met een Plukkerspad grenzen ligt een talud van 1.00m staafmat hekwerk in het midden van de haag. hoog. Op het talud wordt de erfafscheiding geplaatst. De erfafscheiding bestaat uit een ERFAFSCHEIDING AAN HET WATER wintergroene haag in eindhoogte aangeplant van Aan de oevers zijn andere regels van toepassing. 0.80m hoog of een begroeid staafmat hekwerk Om aan het water een fraai beeld te behalen is van 0.80m hoog. Wanneer er gekozen wordt een lage beschoeiing nodig. Op deze manier voor een haag, is het een vereiste om de haag blijft het zicht op het water zo open mogelijk. minimaal twee rijen dik aan te planten.
De beschoeiing is maximaal 0.30m hoog ten overstaande van het waterpeil. Geadviseerd ERFAFSCHEIDING ZIJERF - NIET AAN HET wordt om deze beschoeiing in hout uit te voeren WATER met een hoog duurzaamheidslabel. Als een zijerf aan openbaar gebied grenst, is een groene erfafscheiding een vereiste. Een haag van Na de beschoeiing wordt er een groen talud 0.50m is verplicht tot aan de voorgevelrooilijn. aangelegd met een helling van 1:2. Op de kaart Op deze manier loopt de erfafscheiding van op de volgende bladzijde zijn sommige delen de voorzijde mooi over tot aan het zijerf. Vanaf voorzien van een blauwe doorgetrokken lijn. Bij de voorgevelrooilijn naar de achterzijde van de doorgetrokken lijn is er nog een andere optie de woning kan er gekozen worden voor een naast het talud. Hier is het mogelijk een verlaagd wintergroene haag van 1.80m of een begroeid deel aan te leggen. Na de beschoeiing van staafmat hekwerk van 1.80m.
LEGENDA Haag van minimaal 2 rijen dik en in eindhoogte aangeplant. Hoogte van 0.50m Wintergroene haag van minimaal 2 rijen dik en in eindhoogte aangeplant of volledig begroeid staafmat hekwerk. Hoogte van 1.80m Wintergroene haag van minimaal 2 rijen dik en in eindhoogte aangeplant of volledig begroeid staafmat hekwerk. Hoogte van 0.80m Oever aan achterzijde woning Beschoeiing max 0.30 m hoog t.o.v. waterpeil, daarna een groen talud of mogelijk verlaagd deel.
Doorsnede aan het Plukkerspad
Oever aan het zijerf Groen talud van minimaal 1:2, inclusief beschoeiing van max 0.30m hoog.
3.7 natuurinclusief A-west is een wijk waar het groen centraal staat. Het plan wordt gekenmerkt door het centrale park en de groene inrichting in het openbaar gebied. Er is hierbij veel aandacht voor biodiversiteit, ecologie en de natuur. De wijk is onderdeel van een groene verbinding tussen het Kloosterpark en het Ecopark. Deze verbinding is niet alleen aangenaam voor de mens, maar ook voor dieren en planten. Door het natuurinclusief te ontwerpen kan de stad een gezond ecosysteem ontwikkelen. Bovendien versterkt het ook de biodiversiteit en zorgt het voor een prettiger leefklimaat.
VOGELS Een gebouw of woning kan niet alleen een onderkomen voor de mens bieden maar ook voor vogels. Het toepassen van neststenen levert hier een goede bijdragen aan. De neststenen moeten worden geïntegreerd in de gevel. Daarnaast hoeft dit niet per se zichtbaar te zijn. Voor verschillende vogelsoorten zijn neststenen beschikbaar . Waar te plaatsen Een neststeen voor vogels moeten aan de noordzijde van een woning worden aangebracht. Op deze manier krijgen de neststenen niet teveel zon. Daarnaast is het belangrijk dat de neststenen Bij de woningen zullen voorzieningen voor in elk geval vier meter vanaf de grond worden een van onderstaande dieren moeten worden geplaatst en niet boven een raampartij. Ook is aangebracht. Een ecologisch onderzoek zal het belangrijk dat de aanvliegroute vrij is, door moeten uitwijzen waar welke ingreep het beste de neststeen aan de kopse kant of op de hoek te worden toegepast. plaatsen kunnen de vogels er gemakkelijk bij. VLEERMUIZEN Vleermuizen zijn graag te vinden in bebouwing. Een vleermuiskast kun hier aan bijdragen. Een vleermuiskast kan je zowel op als in de gevel bevestigen worden. Het bevestigen in de gevel is voor deze wijk een vereiste omdat het klimaat voor de vleermuis hier beter is.
INSECTEN Insecten zijn belangrijk als het gaat om bestuiving. Daarnaast zijn de insecten een grote voedselbron voor de vogels en de vleermuizen. Insectenstenen en insectenkasten vormen ideale verblijfsplekken. Een insectensteen kan gemakkelijk in de gevel worden verwerkt.
Waar te plaatsen Een vleermuisinbouwkast plaats je op de zuidwestgevel en vanaf vier meter hoogte. Als de inbouwkast lager wordt geplaatst zal deze niet geschikt zijn. Daarnaast is het belangrijk dat de inbouwkast niet boven een raam wordt geplaatst of direct / indirect verlicht wordt. Bovendien moet de aanvliegroute vrij blijven van onder andere bomen, struiken, zonwering etc.
Waar te plaatsen Bij het plaatsen van een insectensteen of insectenkast is het belangrijk dat deze zoveel mogelijk zonuren te pakken krijgen. Dit betekent dat het niet aan de schaduwzijde van de bebouwing mag worden geplaatst of in de schaduw staan van bomen en/of planten. De insectenstenen of insectenkasten zullen daarnaast dicht bij nectaren stuifmeel dragende planten, bloemen en struiken moeten worden gevestigd.
Vleermuiskasten ingebouwd in de gevel
40
Neststeen volledig in de gevel
Insectensteen voor in de gevel
Beeldkwaliteitsplan Bangert en Oosterpolder Fase A-West December 2021