CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Pelmolenpad

Gemeenteraad 7 februari 2023, gemeente HoornBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Pelmolenpad (1888562)13.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Samenvatting

In de nabijheid van overwegen mogen geen situaties met stilstaande voertuigen ontstaan, waardoor een goede ontruiming van de overwegen wordt belemmerd. De in-/uitrit nabij de overweg kan leiden tot ontruimingsproblemen op de overweg, waardoor voertuigen op de overweg stil kunnen komen te staan met een eventuele aanrijding tot gevolg. In de brief van 3 augustus 2021 heeft ProRail reeds opmerkingen hierover gemaakt en ProRail verzoekt nogmaals het bestemmingsplan hierop aan te passen. 3.5.8

Reactie gemeente

In reactie op het vooroverleg is aangegeven dat de ontwerpopgave van de parkeergarage in april 2020 met ProRail is besproken en akkoord is bevonden. De ontsluiting van de parkeergarage in het plangebied Pelmolenpad zal worden vormgegeven door een eenrichtingswegregime. Het regime vanaf het Keern is rechts in en rechts uit. De opstelplekken zullen niet op het Keern zijn, maar naast het nieuwe parkeergebouw. Bij de nadere uitwerking van de parkeergarage wordt ook de ontsluiting ervan nader bezien. Gezien de nabijheid van overwegen zal dit in overleg met ProRail gebeuren. In de fase van de omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met de gemaakte opmerkingen, worden hier verdere afspraken over gemaakt en zal indien nodig ProRail worden betrokken bij de concrete uitwerking. Ten oosten van het bestemmingsvlak ‘Gemengd - Wonen en Parkeergarage’ waarbinnen de garage is toegestaan, is de bestemming ‘Wonen – Woongebouw’ geprojecteerd. De ontsluiting en entree van de garage aan de directe oostzijde is daardoor niet mogelijk. Aan de zuidzijde van het bestemmingsvlak ‘Gemengd - Wonen en Parkeergarage’ is de ontsluiting en entree van de garage wel mogelijk. Ter plaatse van de bestemming ‘Gemengd- Wonen en parkeergarage’ aan de spoorzijde wordt de aanduiding ‘ontsluiting’ opgenomen aan zuidelijke zijde van het bouwvlak.

De lengte van de aanduiding aan de zuidelijke zijde loopt door tot een afstand van 80 meter vanaf de bestemming ‘Verkeer’ aan het Keern. In artikel 5 ‘Gemengd-Wonen en Parkeergarage’ wordt onder 5.2.1 sub d toegevoegd: Een gebouw voor de parkeergarage is uitsluitend toegestaan als de in- en uitgang voor gemotoriseerd verkeer plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’. Dit levert een ruimte op van minimaal 80 meter aan opstelruimte die doorgaans als vuistregel wordt gehanteerd, waardoor het niet aannemelijk is dat er sprake zal zijn van stilstaand verkeer op de overweg. Een schematische weergave is aangeduid op navolgende afbeelding.

20

3.5.9

Samenvatting

In het bestemmingsplan ‘Pelmolenpad’ wordt geen rekening gehouden met het spoorwegemplacement Hoorn waarvoor een omgevingsvergunning milieu is verleend. Het uitvoeren van de activiteiten op het spoorwegemplacement zijn volgens ProRail in aard en omvang niet geborgd in het bestemmingsplan. ProRail verzoekt om de paragrafen 5.5 en 5.7 aan te vullen met ‘het uitvoeren van activiteiten op het spoorwegemplacement’. In de brief van 3 augustus 2021 heeft ProRail reeds opmerkingen hierover gemaakt. 3.5.10 Reactie gemeente Aangezien de afstand meer dan 100 meter bedraagt, zijn er voor het bestemmingsplan Pelmolenpad geen gevolgen van het spoorwegemplacement te verwachten. Het spoorwegemplacement is relevant voor het bestemmingsplan Stationsgebied. In de reactienota bij het ontwerpbestemmingsplan Stationsgebied is ingegaan op de brief van ProRail. 3.5.11 Samenvatting Hoogbouw rond het station heeft invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. In het bestemmingsplan ontbreekt de windbelasting op de assets van ProRail. In de brief van 3 augustus 2021 heeft ProRail reeds opmerkingen hierover gemaakt. 3.5.12 Reactie gemeente De hoogbouw waarop wordt gedoeld door ProRail heeft betrekking op het bestemmingsplan Stationsgebied.

De zienswijze heeft voor dit onderdeel geen betrekking op het bestemmingsplan Pelmolenpad. In de reactienota bij het ontwerpbestemmingsplan Stationsgebied is ingegaan op de brief van ProRail. 3.5.13 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan: •

•

Ter plaatse van de bestemming ‘Gemengd- Wonen en parkeergarage’ aan de spoorzijde wordt de aanduiding ‘ontsluiting’ opgenomen aan zuidelijke zijde van het bouwvlak. De lengte van de aanduiding aan de zuidelijke zijde loopt door tot een afstand van 80 meter vanaf de bestemming ‘Verkeer’ aan het Keern. In artikel 5 ‘Gemengd-Wonen en Parkeergarage’ wordt onder 5.2.1 sub d toegevoegd: Een gebouw voor de parkeergarage is uitsluitend toegestaan als de in- en uitgang voor gemotoriseerd verkeer plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’.

21

•

De toelichting van het bestemmingsplan wordt aangevuld met gemeentelijk beleid over het borgen van voldoende kwaliteit voor de voetganger en fietser.

3.6 3.6.1

Zienswijze 6 [Geanonimiseerd] Samenvatting

Indiener geeft aan dat de geplande hoogbouw veel minder privacy in de tuin tot gevolg heeft, gelet op de diepte van zijn perceel richting het Pelmolenpad. Indiener verzoekt om hiermee rekening te houden. 3.6.2

Reactie gemeente

De Poort van Hoorn is één van de grootste stedelijke ontwikkelopgaven waar Hoorn zich in jaren voor gesteld ziet staan. Het gehele gebied wordt nu gekenmerkt door een gebrek aan comfort en stedelijke kwaliteit. De te verwachten groei van de stad biedt kansen dit gebied te vernieuwen en om te vormen tot een fraai stedelijk gebied. Met de realisatie van de plannen voor de Poort van Hoorn, waar bestemmingsplan Pelmolenpad onderdeel van uitmaakt, wordt een aantrekkelijke stedelijke woonwerkmilieu nagestreefd. Het is inherent aan een stedelijke omgeving dat door de hogere bebouwingsdichtheid enige mate van aantasting van de privacy kan plaatsvinden. Dit is op zichzelf niet onaanvaardbaar. Als gevolg van de plannen binnen dit bestemmingsplan valt het daarom ook niet helemaal uit te sluiten dat indiener een bepaalde mate van aantasting van het woongenot zal ervaren op het gebied van privacy. Het belang van indiener en zijn woongenot moet worden afgewogen tegen het belang dat is gediend met de bebouwing die mogelijk wordt gemaakt met het bestemmingsplan om een fraai stedelijk gebied te realiseren. Daarbij geldt dat indiener geen blijvende rechten kan ontlenen aan de bestaande situatie die hij als gunstiger ervaart.

De gehanteerde afstand van circa 12 meter tussen de bestemmingsgrenzen van het perceel van indiener en de geplande woningen aan de noordzijde en de maximale bouwhoogte van de woningen van 11 meter zijn voor een stedelijk gebied geen onevenredig ingrijpende of ongebruikelijke maatvoeringen en leveren geen onaanvaardbare verdichting op. Bovendien is de maximale bouwhoogte van 11 meter niet te kwalificeren als hoogbouw. De bebouwing die boven 11 meter is toegestaan, zoals 17 meter of het zoekgebied van 26 meter, bevindt zich bovendien op een veel ruimere afstand van de woning van indiener, namelijk op minimaal 50 meter afstand. Opgemerkt wordt dat op grond van het vigerende bestemmingsplan Uitbreidingsplan in Hoofdzaak de bestemming ‘Toekomstige gemeente-uitbreiding’ van kracht is. Op grond van deze bestemming zijn vergelijkbare en hogere bouwhoogtes met daarbij behorende gevolgen voor privacy niet uitgesloten. Tot slot wordt opgemerkt dat de maximale bouwhoogte bij recht wordt verlaagd naar 10 meter en dat 11 meter slechts onder voorwaarden toelaatbaar is. 3.6.3

Samenvatting

Indiener maakt zich ernstige zorgen over mogelijke schade en het eventueel toekomstig aantonen van schade omdat zijn jaren ’30 woning zeer beperkt onderheid is. 3.6.4

Reactie gemeente

De wijze waarop toekomstige woningen worden gefundeerd, komt in de uitvoering aan de orde. Hierover worden geen regels gesteld in een bestemmingsplan. In het BLVC (Bereikbaarheid, Veiligheid, Leefbaarheid en Communicatieplan) plan dat bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, komt dit aan de orde. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning kan de gemeente voorschriften verbinden om hinder van sloop- en bouwwerkzaamheden zoveel mogelijk te beperken. 22

Voor het aantonen van schade dient met de aannemer afspraken te worden gemaakt voor een bouwkundige vooropname van de omliggende woningen. De aansprakelijkheid voor schade tijdens de bouw gaat de reikwijdte van de bestemmingsplanprocedure te buiten. De aannemer dient een CARverzekering af te sluiten voor eventuele schade. Dit betreft een privaatrechtelijk aspect dat niet in het bestemmingsplan wordt geregeld. Omwonenden worden op de hoogte gesteld van de uitvoering van de werkzaamheden. Indien er vragen zijn over de uitvoering kan indiener zich wenden tot de contactpersoon van de gemeente. 3.6.5

Samenvatting

Indiener voert aan dat door een wijziging in de grondwaterstand de authentieke woning mogelijk zal verzakken. Voor de fraaie oude bomen in de tuin zal dit mogelijk eveneens verandering met zich meebrengen. 3.6.6

Reactie gemeente

Er is geen verandering van de grondwaterstand voorzien, de drooglegging naar de nieuwe woningen is voldoende. Hemelwater dat valt, zal niet worden geloosd op de tuin van de bestaande bewoners maar afgevoerd worden middels een riool. Door de aanleg van een drainage wordt ervoor gezorgd dat het grondwater niet gaat stijgen. 3.6.7

Samenvatting

Doordat de tuin van indiener veel lager is gelegen dan het Pelmolenpad acht indiener het aannemelijk dat het verdwijnen van de sloot problemen met zich meebrengt ten aanzien van afwatering van zijn perceel. 3.6.8

Reactie gemeente

In de uitwerkingsfase zal moeten blijken of de sloot achter de woningen van De Weel behouden blijft of dat deze komt te vervallen. Deze beslissing zal afhangen van de inrichting en koppeling van de totale waterstructuur. Doodlopende sloten zijn niet wenselijk in verband met de waterkwaliteit en de doorstroming en het water. Ook zal er voldoende ruimte moeten zijn voor het beheer. Indien de sloot niet behouden kan blijven zullen voorzieningen getroffen worden om het water uit de tuin af te blijven voeren door de aanleg van een drainagesysteem. Het is daarom niet aannemelijk dat het verdwijnen van de sloot problemen met zich meebrengt ten aanzien van afwatering van zijn perceel. 3.6.9

Conclusie

De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan.

3.7 3.7.1

Zienswijze 7 Stichting De Betrokken Poorter Samenvatting

Stichting De Betrokken Poorter (verder: ‘stichting’) voert aan dat de detonerende lange massieve parkeerkolos langs het spoor meer de indruk geeft van een hoge muur dan een poort die het woon- en leefklimaat er niet beter op maken. 3.7.2

Reactie gemeente

Er is bewust gekozen om de parkeervoorziening langs het spoor te plaatsen om zo een meer geluidsluw woongebied te kunnen creëren. De parkeervoorziening heeft op deze manier ook de functie van een geluidsscherm. Aan de kop van de parkeervoorziening is het in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt om woningen te ontwikkelen. Zo ontstaat een meer representatieve entree aan de zijde van het Keern.

23

Bij de uitwerking van de plannen wordt gestuurd op de verschijningsvorm. Dit wordt door de supervisor van het project bewaakt. In de architectuur kan bijvoorbeeld het bouwvolume worden gebroken door te kiezen voor verschillende materialen of het vergroenen van de gevel. Door op het gebouw een kap of sheddaken te maken, kan nog meer aansluiting worden gezocht bij de woonomgeving. Bij de uitwerking van de plannen zal getoetst worden aan het beeldkwaliteitsplan wat tevens het toetsingskader bevat voor welstand. Een aanvraag omgevingsvergunning moet voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Hiermee is de verschijningsvorm van de garage op voldoende wijze gewaarborgd. 3.7.3

Samenvatting

De stichting is van mening dat er een zeer verkeersonveilige situatie wordt gecreëerd op de Y-splitsing Keern – (verlengde) Kometenstraat en dat de bewoners van Pelmolenpad/Prisma de auto op ruime afstand van hun woning moeten parkeren. 3.7.4

Reactie gemeente

Door het autoluw maken van het Keern ontstaat een volstrekt nieuwe situatie met andere auto intensiteiten. Dit geeft ruimte om een verkeersveilige aansluiting te maken. Hoe de aansluiting eruit komt te zien, zal nader worden onderzocht en uitgewerkt in de definitieve ontwerpfase. Bij het ontwerp van alle kruispunten wordt aandacht besteed aan de verkeersveiligheid. Indien blijkt dat er maatregelen nodig zijn om de verkeersveiligheid te verbeteren, wordt dat bij de uitwerking van het ontwerp betrokken. Dit betreft een uitvoeringsaspect dat niet wordt geregeld in een bestemmingsplan. Binnen het plangebied worden prettige, veilige en groene openbare ruimtes nagestreefd. In de stedenbouwkundige opzet heeft dit doorwerking gekregen door uit te gaan van autoluwe zones, waarin de auto slechts incidenteel te gast zal zijn. Om dit te bereiken, ligt het accent van de verkeersontsluiting voor gemotoriseerde voertuigen en de collectieve parkeervoorzieningen voor bewoners aan de randen van het gebied. Het is inherent aan autoluwe wijken dat voor sommige bewoners de loopafstand naar de parkeerplaats iets groter is dan wanneer men altijd voor de deur kan parkeren. Dit weegt niet op tegen de ruimtelijke kwaliteit die wordt bereikt door de wijk autoluw te maken.

In onderstaande tabel uit paragraaf 4.2.3 van de Parkeernormennota Hoorn is aangegeven wat acceptabele loopafstanden zijn vanaf de hoofdfunctie naar de parkeerplaats. In het plangebied Pelmolenpad wordt hieraan voldaan.

Bron: Parkeernormennota Hoorn

3.7.5

Samenvatting

Uit de zienswijze die indiener naar voren heeft gebracht op het bestemmingsplan inzake Stationsgebied Noord, wordt volgens indiener zonneklaar duidelijk dat ondergronds parkeren bij effectief gebruik van de vrijgekomen ruimte, financieel aantrekkelijk is als alternatief voor bovengrondse parkeergarages. De stichting geeft aan dat de zienswijze over het bestemmingsplan van het Stationsgebied Noord voor zover relevant onverkort onderdeel uitmaakt van de zienswijze Pelmolenpad/Prismagebied.

24

3.7.6

Reactie gemeente

De zienswijze die betrekking heeft op het Stationsgebied en die als bijlage bij de zienswijze is gevoegd, heeft geen betrekking op bestemmingsplan Pelmolenpad, zodat beantwoording van die onderdelen niet relevant is voor het bestemmingsplan Pelmolenpad. Kortheidshalve wordt verwezen naar de nota van beantwoording bij het bestemmingsplan Stationsgebied die te zijner tijd wordt aangeboden aan de raad als dat bestemmingsplan voor vaststelling aan de raad wordt aangeboden. 3.7.7

Samenvatting

De stichting is van mening dat ook het Pelmolenpad/Prismagebied zich evenals Stationsgebied Noord uitstekend leent voor half ondergronds parkeren en dat dit financieel nog aantrekkelijker is dan volledig ondergronds parkeren. Architectonisch is dit goed in te passen en er is geen inkijk vanaf de straat in woningen. De stichting verzoekt met klem om de bovengrondse parkeergarages te vervangen door ondergrondse parkeergarages. Dat biedt tevens de mogelijkheid voor een aanmerkelijk aantal extra woningen. 3.7.8

Reactie gemeente

Het realiseren van volledig ondergrondse parkeergarages is kostbaar en heeft een negatief effect op de haalbaarheid van de ontwikkeling. Zonder gevolgen voor het woningbouwprogramma en het stedenbouwkundige plan is dit niet realistisch. Bovendien blijkt uit een second opinion die is gedaan voor het Stationsgebied dat de kosten voor ondergronds parkeren aanzienlijk hoger zijn dan de opbrengsten van extra woningbouw bovengronds. Er is geen reden om aan te nemen dat dat binnen het plangebied Pelmolenpad substantieel verschilt en aanzienlijk beter uitpakt. 3.7.9

Conclusie

De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan.

3.8 3.8.1

Zienswijze Ploum namens BP Europa SE - BP Nederland Samenvatting

Mocht het ontwerpbestemmingsplan ongewijzigd worden vastgesteld, zal de verkoop van LPG niet langer mogelijk zijn. BP stelt dat de uitspraak van de gemeente dat er al afspraken zouden zijn gemaakt over de beëindiging van de verkoop van LPG op het perceel onjuist is. Er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt. BP geeft aan dat indien de overleggen tot een acceptabel alternatief voor BP leiden, de afspraken zullen worden vastgelegd in een intentieovereenkomst. 3.8.2

Reactie gemeente

Ten tijde van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan was er nog geen overeenkomst met BP gesloten waarin afspraken zijn opgenomen over de beëindiging van de LPG-voorziening op het perceel. Maar destijds hebben wel diverse gesprekken plaatsgevonden waarin BP heeft aangegeven in beginsel bereid te zijn tot beëindiging van LPG-voorziening op het perceel. Inmiddels hebben deze gesprekken ertoe geleid dat partijen zich met elkaar in een vergevorderd stadium bevinden over het sluiten van een beëindigingsovereenkomst. Op basis van de uitgewisselde conceptovereenkomsten is de redelijke verwachting dat partijen overeenstemming bereiken over het daadwerkelijk beëindigen en beëindigd houden van de LPG-voorziening en dat afspraken hieromtrent juridisch worden vastgelegd in een overeenkomst. Er is op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat deze overeenkomst niet tot stand komt. 3.8.3

Samenvatting

BP wijst erop dat de gemeente het eigendom van een deel van het perceel van BP nu wordt gebruikt voor de opslag en aflevering van LPG, wenst te verwerven. Omtrent het verwerven van het eigendom van dit deel van het perceel zijn nog geen concrete afspraken gemaakt.

25

3.8.4

Reactie gemeente

Onderdeel van de onder 3.8.2 genoemde beëindigingsovereenkomst is ook dat er afspraken worden gemaakt over de overdracht van het deel van het perceel waar zich thans de LPG-voorziening bevindt en het bepalen van de waarde van het perceel. Er is op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat deze overeenkomst niet tot stand komt. Omdat de verwerving daarmee nog niet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en er ook geen afspraken zijn gemaakt met BP over de realisatie van de woonbestemming op dit deel van het perceel, zal de bestemming ter plaatse van de gronden die thans in eigendom zijn van het tankstation BP en waar in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Wonen-Woongebouw’ aan is toegekend, worden gewijzigd naar de bestemming ‘Verkeer-Verblijf’ met een wijzigingsbevoegdheid voor het wijzigen van de bestemming in de bestemming ‘Wonen-Woongebouw’. Vanwege het maatschappelijk belang dat is gelegen in de voortgang van de in het plan voorziene mogelijkheden tot woningbouw kan de planvorming van het Pelmolenpad doorgang vinden voor besluitvorming en uitvoering. 3.8.5

Samenvatting

BP benoemt alternatieven zoals relocatie van het gehele tankstation danwel gedeeltelijk. BP wijst op omstandigheden die van invloed zijn om als volwaardig tankstation te functioneren en de toekomstige veranderingen die voortkomen uit de energietransitie. De precieze mogelijkheden zijn voor BP op dit moment nog onduidelijk, maar BP ziet concrete voorstellen van de gemeente graag tegemoet. BP merkt op dat zij bereid is om mee te werken en open staat voor de gesprekken met en voorstellen van de gemeente, maar dat er wel een acceptabel alternatief moet komen. 3.8.6

Reactie gemeente

Onderdeel van de onder 3.8.2 genoemde beëindigingsovereenkomst is ook dat er afspraken worden gemaakt over een laadplein en horecavoorziening en dat de gemeente hierin faciliterend optreedt bij het onderzoek naar een nieuwe locatie. Er is op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat deze overeenkomst niet tot stand komt. 3.8.7

Samenvatting

BP ziet graag een voorstel tegemoet voor het vergoeden van inkomensderving. BP wijst er tevens op dat de kosten van een relocatie voor rekening van de gemeente zijn. 3.8.8

Reactie gemeente

Onderdeel van de onder 3.8.2 genoemde beëindigingsovereenkomst is dat er een vergoeding wegens inkomstenderving is opgenomen ten gevolge van het beëindigen en beëindigd houden van de LPGvoorziening. Er is op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat deze overeenkomst niet tot stand komt. 3.8.9

Samenvatting

Door het ontwerpbestemmingsplan al te publiceren, zonder dat er enige concrete afspraken met BP zijn gemaakt, is BP van mening dat het ontwerpbestemmingsplan blijk geeft van een onevenredige belangenafweging en ondeugdelijke motivering. Dat het bestemmingsplan een onjuiste weergave bevat van de feiten onderstreept dit. BP geeft aan dat niet wordt gemotiveerd waarom het belang van de plannen zwaarder weegt dan de (financiële) belangen van BP. De belangen van BP hadden uitgebreider moeten worden afgewogen. 3.8.10 Reactie gemeente Uit de Structuurvisie Poort van Hoorn en de Omgevingsvisie Hoorn blijkt dat in het gebied een ontwikkeling is beoogd met onder andere woningen. Het belang van de ontwikkeling van het project Poort van Hoorn komt voor een belangrijk deel voort uit de woningbouwopgave, zie p. 25 Omgevingsvisie Hoorn. Voor de woningbouwopgave is nog maar weinig beschikbare ruimte en daarom

26

gaan we op bestaande locaties, zoals het Pelmolenpad, aan de slag. Het goed inpasbaar maken van deze opgave in de nabijheid van bestaande functies is daarbij een groot aandachtspunt. In het stedenbouwkundig plan is de ontwikkeling uitgewerkt. Uit het stedenbouwkundig plan blijkt dat vanuit stedenbouwkundig oogpunt de gronden binnen de risicocontour van BP woningen nodig zijn voor de ontwikkeling. Het is niet te voorkomen dat bestaande functies aanpassing vergen om een goede inpassing van de beoogde ontwikkeling te bereiken. Ingeval van het tankstation doet zich dat voor, omdat een tankstation met een LPG-voorziening zich vanuit het oogpunt van externe veiligheid niet verdraagt met woningen op zeer korte afstand binnen de risicocontour. De gevolgen van de visie en het stedenbouwkundig plan om het gebied te transformeren naar een woongebied is voor de LPG-voorziening van BP weliswaar ingrijpend, maar in verhouding tot de met de realisering van 610 woningen en de daarbij behorende voorzieningen te dienen zwaarwegende, volkshuisvestelijke belangen, zijn de belangen voor BP niet zodanig dat wij om die reden aanleiding zien om van de ontwikkelingen af te zien. Wij zijn bereid om BP hiervoor te compenseren en hebben in de onder 3.8.2 genoemde beëindigingsovereenkomst daarvoor ook een aanbod gedaan voor inkomstenderving.

BP kan hiervoor derhalve een adequate financiële vergoeding voor ontvangen. Het tankstation kan zonder de LPGvoorziening blijven voortbestaan en is ook als zodanig bestemd. Daar komt bij dat de gronden waar de LPG-voorziening zich thans bevindt, nodig zijn voor de aanleg van een warmtenet voor de nieuwe (woon-)wijk. Dit is van belang voor de duurzaamheidsopgaven die voortvloeien uit de energietransitie. De gronden maken dus essentieel onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling als zodanig. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling dat legaal bestaand gebruik in beginsel als zodanig in het bestemmingsplan moet worden bestemd. Indien nieuwe planologische inzichten daartoe aanleiding geven en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen, kan uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening daarvan worden afgezien (zie onder meer ECLI:NL:RVS:2020:2604). In dit geval wordt een groter gewicht toegekend aan de planologische inzichten uit de Structuurvisie Poort van Hoorn, het stedenbouwkundig plan Poort van Hoorn en de Omgevingsvisie waarin de ontwikkeling van de Poort van Hoorn en het belang daarvan wordt onderstreept. De zwaarwegende volkshuisvestelijke belangen wegen niet op tegen de belangen van de gevestigde planologische rechten van BP om een LPG-voorziening te behouden bij het tankstation.

3.8.11 Samenvatting Als het bestemmingsplan ongewijzigd wordt vastgesteld zonder dat er concrete en acceptabele afspraken zijn gemaakt tussen de gemeente en de BP, is BP van mening dat zij recht heeft op schadevergoeding. 3.8.12 Reactie gemeente Wij hebben op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake is van schade. Des te meer omdat in de onder 3.8.2 genoemde beëindigingsovereenkomst daarvoor ook een aanbod gedaan voor inkomstenderving. Als BP van mening is dat er sprake is van schade en deze schade voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, dan staat het BP vrij om een verzoek om tegemoetkoming in planschade in te dienen. Of er sprake is van planschade en of deze planschade voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, wordt beoordeeld in een separate procedure. 3.8.13 Conclusie De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan:

27

1. Ter plaatse van de gronden die thans in eigendom zijn van het tankstation BP en waar in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Wonen-Woongebouw’ aan is toegekend, wordt de bestemming gewijzigd naar de bestemming ‘Verkeer-Verblijf’. 2. Ter plaatse van de gronden die thans in eigendom zijn van het tankstation BP en waar in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Wonen-Woongebouw’ aan is toegekend, wordt een wijzigingsbevoegdheid onder voorwaarden opgenomen ten behoeve van het wijzigen van de bestemming in de bestemming ‘Wonen-Woongebouw’.

4 Bijlagen -

Memo Kometenstraat en bestemmingsplan Zonstudie

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=8c1f222a-863a-4c9f-8864-958b54e40255